Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5403

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-01-2013
Datum publicatie
25-03-2013
Zaaknummer
200.112.817-01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALK:2012:BX5759, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tekortschieten bewindvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 29 januari 2013

Zaaknummer: 200.112.817/01

Zaaknummer eerste aanleg: 371578 \ BM VERZ 11-371 (H.K.)

in de zaak in hoger beroep van:

[…],

wonende te […],

appellant,

advocaat: mr. M.B. Meindersma te Haarlem,

tegen

[…],

wonende te […],

geïntimeerde,

advocaat: mr. A. Glijnis te Alkmaar.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Geïntimeerde wordt hierna [x] genoemd.

1.2. Appellant is op 6 september 2012 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 7 juni 2012 van de rechtbank Alkmaar Sector Kanton, Locatie Den Helder, met kenmerk 371578 \ BM VERZ 11-371 (H.K.).

1.3. [x] heeft op 31 oktober 2012 een verweerschrift ingediend.

1.4. Appellant heeft op 22 november 2012 nadere stukken ingediend. [x] heeft op 23 november 2012 nadere stukken ingediend.

1.5. De zaak is op 3 december 2012 ter terechtzitting behandeld.

1.6. Ter terechtzitting zijn verschenen:

- appellant, bijgestaan door zijn advocaat;

- [x], bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld van zijn vader;

- P.J.M. Effting, h.o.d.n. De Bewindvoerder Alkmaar e.o. (hierna: Effting).

1.7. De hoofd advocaat-generaal is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2. De feiten

Bij beschikking van 30 mei 2011 is Effting benoemd tot bewindvoerder over de goederen van [x], onder gelijktijdig ontslag van appellant, h.o.d.n. […] (hierna: [y] of [z]).

3. Het geschil in hoger beroep

3.1. Bij de bestreden beschikking is:

- vastgesteld dat [y] in de zorg van een goed bewindvoerder is tekortgeschoten;

- de schade die [x] door de tekortkomingen in de bewindvoering heeft geleden over de periode dat [y] bewindvoerder is geweest, vastgesteld op een bedrag van € 2.562,40;

- [y] veroordeeld om aan [x] te betalen – via de huidige bewindvoerder Effting – voormeld bedrag van € 2.562,40.

Deze beschikking is gegeven naar aanleiding van een aantal klachten die [x] aan de kantonrechter kenbaar heeft gemaakt.

3.2. [y] verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen.

3.3. [x] verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen, met veroordeling van [y] in de proceskosten.

4. Beoordeling van het hoger beroep

4.1. Aan de orde is allereerst de vraag of [y] in de zorg van een goed bewindvoerder is tekortgeschoten.

4.2. [x] stelt dat [y] in de zorg van een goed bewindvoerder is tekortgeschoten en voorts dat deze tekortkoming hem kan worden toegerekend. [y] heeft verzuimd de belastingaangiften over 2008 en 2009 in te dienen en heeft voorts loon in rekening gebracht over de detentieperiode terwijl niet is gebleken dat gedurende de detentie daadwerkelijk werkzaamheden zijn verricht. Ook heeft [y] verzuimd tijdig bijzondere bijstand aan te vragen ter voorziening in de kosten van de bewindvoering. Hierdoor is het recht op deze bijstand verloren gegaan. Voor zover deze verzuimen hun oorzaak vinden in psychische problemen van [z] staat dit niet aan toerekenbaarheid in de weg. Het had op de weg van [z] gelegen om zijn werkzaamheden over te dragen, dan wel ontslag aan te vragen als bewindvoerder. De door de kantonrechter vastgestelde schadevergoeding is niet buitensporig, aldus [x].

4.3. [y] betwist dat hij in de zorg van een goed bewindvoerder is tekortgeschoten. Tijdens de detentie van [x] zijn wel werkzaamheden verricht. Er is wel bijzondere bijstand aangevraagd. De vertraging in de aanvraag is aan de eigen opstelling van [x] te wijten, aangezien deze heeft nagelaten de juiste informatie te verschaffen. Indien geoordeeld wordt dat hij wel in de zorg van een goed bewindvoerder tekort is geschoten, dan kan dit hem gelet op de aard van zijn ziekte niet worden toegerekend. Hij lijdt aan depressiviteit, in verband waarmee hij in 2011 vier maal opgenomen is geweest. De door de kantonrechter vastgestelde schadevergoeding is te hoog. De intakekosten van € 326,- komen hem in elk geval toe, aldus [y].

4.4. Het hof overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:444 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een bewindvoerder jegens de rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder te kort schiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat [y] over de jaren 2008 en 2009 geen belastingaangifte namens [x] heeft gedaan, hoewel dit tot zijn taak als bewindvoerder behoorde. Voorts heeft [y] een factuur van Nedasco van 14 april 2011 ten name van [x] niet voldaan terwijl deze factuur aan het kantoor van [y] was gericht. Hierdoor zijn extra kosten ontstaan. Ten slotte heeft [y] nagelaten om ten behoeve van [x] tijdig bijzondere bijstand aan te vragen ter vergoeding van de bewindskosten. [y] heeft ter terechtzitting in hoger beroep erkend dat, indien hij de aanvraag tijdig had gedaan bijzondere bijstand had kunnen worden verkregen over de periode van april 2009 tot juli 2009. Tijdens de periode waarin [x] in detentie verbleef, te weten van 3 juli 2009 tot 6 mei 2010, bestond geen recht op bijzondere bijstand. De aanvraag voor bijzondere bijstand met ingang van 6 mei 2010 is afgewezen op grond van het verzuim tijdig de gevraagde informatie te verschaffen. [y] heeft in augustus 2010 opnieuw een aanvraag ingediend bij de gemeente Hoorn en heeft wederom niet aan de inlichtingenplicht voldaan. [y] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze verzuimen hem niet toerekenbaar zijn omdat de vader van [x] niet heeft medegewerkt aan het verschaffen van de benodigde inlichtingen. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de kantonrechter terecht heeft vastgesteld dat [y] in de zorg van een goed bewindvoerder is tekortgeschoten.

4.5. Vervolgens is de vraag aan de orde of deze tekortkoming [y] kan worden toegerekend. Het hof is van oordeel dat het feit dat [y] ten tijde van de bewindvoering te maken had met psychische klachten, niet aan de toerekenbaarheid in de weg staat. Dergelijke omstandigheden komen op grond van de verkeersopvattingen voor rekening van de bewindvoerder. Het had op de weg van [y] gelegen en van hem mogen worden verwacht om op het moment dat hij niet in staat was zijn werkzaamheden uit te voeren, voor deugdelijke vervanging te zorgen alsmede zijn cliënten omtrent zijn situatie in te lichten. Het feit dat de heer Maerschalck samen met [y] op het kantoor werkzaam was, is onvoldoende, temeer nu gebleken is dat er werkzaamheden niet zijn uitgevoerd. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat [y] toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn werkzaamheden als bewindvoerder.

4.6. Tussen partijen is voorts de hoogte van de door de kantonrechter vastgestelde schadevergoeding in geschil. Deze schade bestaat uit een aantal kostenposten. Ten eerste betreft het een bedrag van € 1.700,- aan door [y] geïncasseerde bewindskosten. [y] stelt dat hem, naast de intakekosten, in elk geval een vergoeding toekomt over de periode voorafgaand aan de detentie van [x]. Volgens [y] is niet gebleken dat hij in deze periode in gebreke zou zijn gebleven. [x] is van mening dat de omstandigheid dat [y] eventueel enkele werkzaamheden heeft verricht, onvoldoende grond vormen voor het betalen van loon aan [y]. De werkzaamheden die alsdan verricht zouden zijn, zijn immers onvoldoende geweest, dan wel niet juist uitgevoerd.

Het hof stelt vast dat tijdens de periode dat [y] als bewindvoerder optrad, te weten gedurende dertig maanden, wel werkzaamheden zijn verricht, ook tijdens de periode dat [x] gedetineerd was. [y] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het feit dat [x] gedetineerd was juist voor extra werkzaamheden aan het begin en het einde van de detentie zorgde. [x] heeft dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. Mede met het oog op de detentie heeft hij contact gehad met de Belastingdienst, het UWV en Telfort. Voorts is vast komen te staan dat [y] weliswaar geen bijzondere bijstand ten behoeve van [x] heeft aangevraagd, doch deze bijstand had in elk geval niet tijdens de detentieperiode van [x] verkregen kunnen worden en maar pas vanaf het moment dat [x] op een vast adres was ingeschreven. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat, anders dan de kantonrechter heeft bepaald, [x] wel enig loon is verschuldigd aan [y]. Het hof bepaalt het verschuldigde loon, rekening houdend met het bovenstaande, in redelijkheid op € 1.000,- inclusief BTW. De schade aan teveel geïncasseerd loon komt daarmee uit op € 700,- inclusief btw.

4.7. [y] erkent dat hij de factuur van Nedasco niet tijdig heeft betaald. [y] dient de hierdoor ontstane kosten ten bedrage van € 74,07 aan [x] te vergoeden.

Voorts is het hof van oordeel dat de kosten in verband met het niet doen van de belastingaangiften over de jaren 2008 en 2009 voor rekening van [y] dienen te komen, alsmede de verzuimboete en de kosten van Effting voor het maken van bezwaar bij de belastingdienst. In totaal betreft het een bedrag van € 450,96. Het doen van belastingaangifte behoorde immers tot de taken van [y] als bewindvoerder.

Tenslotte zijn de kosten van € 337,37 terzake door Effting verrichte werkzaamheden in geschil. Gebleken is dat in de met ingang van 1 juni 2011 tot en met 31 mei 2012 door Effting verkregen bijzondere bijstand een bedrag van € 451,- is begrepen ter zake van intakekosten. [y] is van mening dat Effting gelet op het voorgaande het bedrag van € 337,37 ten onrechte in rekening heeft gebracht, hetgeen door Effting wordt betwist. Volgens Effing betreft het bedrag van € 451,- een standaardvergoeding voor een eerste intake, maar deze ziet niet op het ordenen van het dossier en het maken van bezwaar betreffende de bewindvoering over de voorafgaande periode. Gelet op het feit dat [y] in de periode van bewindvoering opgenomen is geweest en niet voor deugdelijke vervanging heeft gezorgd, acht het hof het aannemelijk dat Effting bij de overname van het dossier, extra werkzaamheden heeft moeten verrichten, gelet op de stand van zaken in het dossier, om de financiële situatie van [x] te actualiseren. Daarnaast staat vast dat Effting alsnog bijzondere bijstand heeft aangevraagd alsmede dat hij bezwaar heeft gemaakt bij de belastingdienst, hetgeen als extra werkzaamheden valt aan te merken. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat [y] ook het bedrag van € 337,37 aan Effting dient te vergoeden.

4.8. In totaal dient [y] derhalve de volgende bedragen aan [x] te vergoeden (en te betalen aan de nieuwe bewindvoerder Effing):

- teveel geincasseerd loon € 700,-

- kosten Nedasco € 74,07

- aangiften 2008/2009 € 149,99

- verzuimboeten € 226,-

- kosten bewindvoerder i.v.m. bezwaar € 74,97

- extra werkzaamheden bewindvoerder € 337,37

Totaal: € 1562,40.

4.9. Er bestaat onvoldoende aanleiding om [y] te veroordelen in de proceskosten, zoals door [x] is verzocht. Uit het voorgaande blijkt immers dat partijen over en weer op enige punten in het ongelijk zijn gesteld. De proceskosten zullen derhalve op de gebruikelijke wijze worden gecompenseerd.

4.10. Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. Beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep voor zover daarbij de schade is vastgesteld op € 2.562,40 en voor zover [y] veroordeeld is om dit bedrag aan [x] te betalen en, in zoverre opnieuw rechtdoende:

stelt de schade die [x] door tekortkomingen in de bewindvoering heeft geleden over de periode dat [y] bewindvoerder is geweest, vast op een bedrag van € 1.562,40;

veroordeelt [y] om aan [x] te vergoeden – en te betalen aan de huidige bewindvoerder P.J.M. Effting, h.o.d.n. De Bewindvoerder Alkmaar e.o. – voormeld bedrag van € 1.562,40;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep voor het overige;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. van den Bergh, mr. M. Wigleven en mr. M.J.J. de Bontridder in tegenwoordigheid van mr. J.J. Laterveer-Runderkamp als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2013.