Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ4660

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-01-2013
Datum publicatie
19-03-2013
Zaaknummer
200.109.880-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 99 lid 15 van de Wet op het notarisambt (tot 1 januari 2013 was dit lid 12 van dit artikel) kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen. Het moment dat een klager tot de opvatting komt dat zodanig handelen of nalaten klachtwaardig is, is derhalve niet van belang. De oud-notaris heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de desbetreffende akte ten tijde van het passeren inhoudelijk met klaagster is besproken. Dit betekent dat klaagster in ieder geval op dit moment kennis heeft genomen van de inhoud van die akte en derhalve van het gewraakte handelen van de oud-notaris. Dit leidt ertoe dat klaagster niet kan worden ontvangen in haar klacht, aangezien de klacht na het verstrijken van de klachttermijn van drie jaar is ingediend bij de kamer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

________________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel en belastingrecht

zaaknummer: 200.109.880/01 NOT

zaaknummer kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te

‘s-Hertogenbosch: KLN 11.26

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 29 januari 2013 (bij vervroeging)

inzake:

[ APPELLANTE ]

wonende te [ H ],

APPELLANTE,

gemachtigde: mr. A.S. Sanders-Sijbom, advocaat te Eindhoven,

t e g e n

[ GEÏNTIMEERDE ] ,

oud-notaris te [ H ],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. P. de Jong Schouwenburg, advocaat te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellante, verder klaagster, is bij een op 13 juli 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlage - tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te ‘s-Hertogenbosch, verder de kamer, van 21 juni 2012, waarbij de kamer klaagster niet ontvankelijk heeft verklaard in haar klacht.

1.2. Van de zijde van geïntimeerde, verder de oud-notaris, is op 25 september 2012 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 3 januari 2013. Klaagster en haar gemachtigde alsmede de oud-notaris en zijn gemachtigde zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. De standpunten van partijen

De wederzijdse standpunten blijken uit de beslissing waarvan beroep.

5. De beoordeling

5.1. Op grond van artikel 99 lid 15 van de Wet op het notarisambt (tot 1 januari 2013 was dit lid 12 van dit artikel) kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven, kennis heeft genomen. Het moment dat een klager tot de opvatting komt dat zodanig handelen of nalaten klachtwaardig is, is derhalve, anders dan klaagster heeft betoogd, niet van belang. Het hof is van oordeel dat de oud-notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de akte van wijziging huwelijkse voorwaarden ten tijde van het passeren op 14 augustus 2007 inhoudelijk met klaagster is besproken. Dit betekent dat klaagster in ieder geval op dit moment kennis heeft genomen van de inhoud van die akte en derhalve van het gewraakte handelen van de oud-notaris. Dit leidt ertoe dat klaagster niet kan worden ontvangen in haar klacht, nu de klacht op 17 oktober 2011 en daarmee na het verstrijken van de klachttermijn van drie jaar is ingediend bij de kamer, zoals ook de kamer heeft overwogen.

5.2. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

5.3. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, C.P. Boodt en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 29 januari 2013 door de rolraadsheer.

KLN 11.26

21 juni 2012

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH

neemt de volgende beslissing op de klacht van mevrouw [ Klaagster ], hierna te noemen klaagster, tegen de heer mr. [ oud-notaris ] te [ plaatsnaam ], hierna te noemen de oud-notaris.

1. De procedure

1.1 Bij brief van 17 oktober 2011 heeft mr. A.S. Sanders-Sijbom namens klaagster de klacht tegen de oud-notaris ingediend.

1.2 Mr. W.F. Hendriksen heeft namens de oud-notaris bij brief van 25 november 2011 schriftelijk geantwoord op de klacht.

1.3 Bij brief van 16 december 2011 heeft mr. A.S. Sanders-Sijbom namens klaagster gerepliceerd.

1.4 Mr. W.F. Hendriksen heeft bij brief van 13 februari 2012 namens de oud-notaris op gedupliceerd.

1.5 De plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht heeft de zaak verwezen naar de volle kamer.

1.6 De kamer van toezicht heeft de klacht behandeld op de openbare vergadering van 19 april 2012. Klaagster is verschenen, bijgestaan door mr. A.S. Sanders-Sijbom. De oud-notaris is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde mr. P.J. de Jong Schouwenburg.

2. De feiten

2.1 Klaagster is op 12 mei 1995 onder huwelijkse voorwaarden gehuwd met [ X ].

2.2 De oud-notaris heeft op 2 november 2006 en op 18 december 2006 met klaagster gesproken over een voorgenomen wijziging van de huwelijkse voorwaarden met betrekking tot het huwelijk van klaagster met de heer [ X ]. Klaagster heeft de conceptakte van 27 juni 2007 ondertekend en geparafeerd. De akte “wijziging huwelijkse voorwaarden” is op 14 augustus 2007 gepasseerd.

2.3 Op 25 oktober 2010 heeft mr. A.S. Sanders-Sijbom als gemachtigde van klaagster een verzoekschrift tot echtscheiding tevens verzoek tot verrekening op grond van de oorspronkelijke akte huwelijkse voorwaarden ingediend bij de rechtbank

’s-Hertogenbosch.

3. De klacht en het verweer daartegen

3.1 Klager stelt, zakelijk weergegeven, het navolgende.

De oud-notaris heeft nagelaten bij het opstellen en passeren van de akte wijziging huwelijkse voorwaarden klaagster voldoende voor te lichten met betrekking tot de wijzigingen in de financiële situatie van klaagster als gevolg van deze akte. Klaagster verwijt de oud-notaris dat het gewijzigde inkomensbegrip en het uitsluiten van pensioenrechten in voornoemde akte voor klaagster zou leiden tot een zeer slechte juridische positie, in het geval van een echtscheiding. Hierdoor heeft de oud-notaris klachtwaardig gehandeld.

3.2 De notaris stelt, zakelijk weergegeven, het navolgende.

3.2.1 Klaagster is niet-ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht is ingediend buiten de in artikel 99, twaalfde lid, van de Wet op het notarisambt genoemde klachttermijn. De akte wijziging huwelijkse voorwaarden is in aanwezigheid van klaagster en haar toenmalige echtgenoot verleden op 14 augustus 2007. Ten aanzien van akten die in het bijzijn van partijen worden gepasseerd, zoals hier het geval was, doet het moment van het passeren van de akte de termijn ingaan. De klacht dateert van 10 augustus 2011 en is daarmee buiten de geldende termijn van drie jaar ingediend.

3.2.2 Mocht de kamer van toezicht klaagster ontvankelijk achten in de klacht, verzoekt de oud-notaris de klacht ongegrond te verklaren. De oud-notaris heeft op 2 november 2006 en op 18 december 2006 uitvoerig met klaagster gesproken over de wijziging van de huwelijkse voorwaarden. In januari 2007 heeft de oud-notaris een concept verstuurd en de toenmalige echtgenoot van klaagster heeft namens beiden het akkoord ten aanzien van de conceptakte bevestigd. In aanwezigheid van klaagster en haar toenmalige echtgenoot is de akte op 14 augustus 2007 inhoudelijk besproken en verleden. De oud-notaris heeft zijn taak als notaris niet verzaakt en heeft dus niet klachtwaardig gehandeld.

4. De beoordeling

4.1 Ingevolge artikel 99, twaalfde lid, van de Wet op het notarisambt kan een klacht worden ingediend binnen drie jaren na de dag waarop klager kennis heeft genomen van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven.

4.2 In de onderhavige zaak klaagt klager over het handelen van de notaris met betrekking tot de akte van wijziging huwelijkse voorwaarden van 14 augustus 2007. Uit de stukken blijkt dat klaagster kennis had van het opstellen en verlijden van deze akte. Dat blijkt onder meer uit de door klaagster ondertekende en geparafeerde conceptakte van 27 juni 2007 welke tevens is overgelegd in de procedure waarbij klaagster de oud-notaris aansprakelijk heeft gesteld. Klaagster en haar toenmalige echtgenoot hebben het concept ondertekend en geparafeerd op 30 juni 2007 naar de rechtbank gezonden, als bijlage bij het verzoekschrift ter verkrijging van rechterlijke goedkeuring. De rechtbank heeft bij beschikking van 31 juli 2007 ingestemd met het concept “akte wijziging huwelijkse voorwaarden” zoals deze op 14 augustus 2007 is gepasseerd. Daarnaast is gesteld en onvoldoende weersproken dat de akte wijziging huwelijkse voorwaarden in aanwezigheid van klaagster inhoudelijk is besproken. De kamer van toezicht gaat er daarom vanuit dat de concept-akte voor passeren inhoudelijk is besproken en uiteindelijk in bijzijn van beide partijen is verleden op 14 augustus 2007. Dit betekent dat de klachttermijn uiterlijk op laatstbedoeld moment is gaan lopen.

4.3 De klacht is op 17 oktober 2011 opgesteld en op 20 oktober 2011 bij de kamer van toezicht voor ontvangst geboekt. Uit het voorgaande blijkt dat de klacht is ingediend nadat drie jaren zijn verstreken sinds 14 augustus 2007. De kamer van toezicht is dan ook van oordeel dat klaagster niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Aan de inhoudelijke bespreking van de klacht komt de kamer van toezicht niet toe.

5. De beslissing

De kamer van toezicht:

verklaart klaagster niet-ontvankelijk in de klacht.

Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. J.P.M. van der Ham, plaatsvervangend voorzitter,

mr. M.A.M. Kessels, mr. M.H.G. Giesbers, mr. J.J.G.M. Kuijpers, leden, mr. H.G. Robers, plaatsvervangend lid, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2012, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.