Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ0225

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-01-2013
Datum publicatie
31-01-2013
Zaaknummer
23-000641-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In de Klimop-zaken heeft het hof uitspraak gedaan over de verzoeken tot het horen van getuigen en andere onderzoekswensen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak van het gerechtshof Amsterdam op het ter terechtzitting van 19 november 2012 in het kader van de onderzoekswensen verzochte in de strafzaak met opmeld parketnummer tegen de verdachte

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

Onderzoekswensen

De raadsman heeft bij schriftuur, nadere schriftuur en bij pleidooi onderzoekswensen geformuleerd en toegelicht die bestaan uit verzoeken die zien op het horen van getuigen.

1. Beoordelingsmaatstaf

Voor de beantwoording van de vraag welke maatstaf dient te worden gehanteerd, het verdedigingsbelang of het noodzaakcriterium, is allereerst het bepaalde in art. 410, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van belang. In genoemd artikellid is bepaald dat de verdachte binnen veertien dagen na de instelling van het hoger beroep een schriftuur, houdende grieven, kan indienen.

In onderhavige zaak is door de verdachte op 8 februari 2012 hoger beroep ingesteld en is op

21 februari 2012 de schriftuur binnengekomen ter griffie. Dit is binnen de daarvoor gestelde termijn en daarmee is de te hanteren maatstaf ter zake de getuigenverzoeken van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] het verdedigingsbelang.

Ter zake het verzoek tot het horen van [getuige 3] als getuige is de te hanteren maatstaf het noodzaakcriterium, als bedoeld in artikel 418, lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, nu de getuige eerder in eerste aanleg door de rechter-commissaris is gehoord.

2. De getuigenverzoeken

De getuige [getuige 3]

Ter toelichting op het horen van deze getuige is aangevoerd dat de getuige dient te worden gehoord over de “Kast van [getuige 3]” (pagina 4, pleitnota).

Het gaat hier om een zogeheten “rechtmatigheidsgetuige” (getuigen die kunnen verklaren over de rechtmatigheid van de bewijsverkrijging of het opsporingsonderzoek).

De getuige [getuige 3] is, in eerste aanleg, meermalen in de zaak van de verdachte uitvoerig gehoord ten overstaan van de rechter-commissaris. De verdediging heeft in eerste aanleg in geruime mate de gelegenheid gekregen deze getuige te horen en in hoger beroep zijn geen omstandigheden aangevoerd die nopen tot het nader horen van deze getuige. Gelet hierop wijst het hof het verzoek tot het horen van de getuige af nu de noodzaak van hetgeen is verzocht niet is gebleken.

De getuigen [getuige 1] en [getuige 2]

Deze getuigenverzoek worden toegewezen, nu dit in het belang van de verdediging is.

BESLISSING

Het hof:

Wijst af het verzoek tot het horen van [getuige 3] als getuige;

Wijst toe het verzoek tot het horen van [getuige 1] en [getuige 2] als getuige. Deze getuigen zullen op een nader te bepalen terechtzitting worden gehoord.

Deze uitspraak is gegeven door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Jurgens, mr. S. Clement en mr. A. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. R. Cozijnsen als griffier en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit hof van

30 januari 2013.