Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:BY9056

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
11/00747 en 11/00748
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De cocktailsnacks moeten met toepassing van indelingsregel 1 worden ingedeeld als "andere bakkerswaren" van post 1905 van de Gecombineerde nomenclatuur. De bindende tariefinlichtingen voor de cocktailsnacks kunnen niet in stand blijven omdat de daarin aangegeven postonderverdeling ziet op gezouten producten terwijl de onderhavige goederen gezoet zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2013-0286
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerken 11/00747 en 11/00748

3 januari 2013

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[A] B.V., te [P], belanghebbende,

gemachtigden: R.J.N. van der Laan, C van Oosten en mr. D. Wijkhuizen, DHK Tax Lawyers & Legal Consultants

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerken AWB 09/4858 en AWB 09/4859 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Rotterdam Rijnmond,

de inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. De inspecteur heeft met dagtekening 22 januari 2009 aan belanghebbende twee bindende tariefinlichtingen (BTI’s) afgegeven voor cocktailsnacks, waarbij deze zijn ingedeeld onder de post 1905 90 55 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraken, gedagtekend 31 augustus 2009, de BTI’s gehandhaafd.

1.2. Bij uitspraak van 15 augustus 2011 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.3. Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 21 september 2011, aangevuld bij brief van 17 oktober 2011. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2012. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Feiten

2.1.1. De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1. tot en met 2.2. van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’.

“AWB 09/4858 (Hof nr. 11/00747)

2.1. Verweerder heeft op 22 januari 2009 een bti verstrekt met referentie NL RTD-2008-002493. Op de bti is een product omschreven met de handelsbenaming: “[ product 1]”. Op de bti is dit product als volgt omschreven:

“Gebruiksklare geëxpandeerde cocktailsnacks in de vorm van verschillende rijstcrackers met een noot erin, met onder meer de volgende kenmerken:

- bedekt met een deeglaag;

- bevattende;

- pinda’s (27,5%);

- rijstmeel;

- tarwebloem;

- suiker (17%);

- gemodificeerd maiszetmeel;

- sesam;

- sojasaus.

De deeglaag bepaalt gelet op de dikte en smaak het wezenlijk karakter van het product.”

Tot de stukken van het geding behoort de uitslag monsteronderzoek d.d. 20 juni 2008, nr. 5905 D 08 van het onderzochte product [ product 1]. Hierin staat onder andere vermeld:

“Bij onderzoek bevonden:

Productkenmerken: verschillende rijstcrackers met een pinda erin.

Volgens opgave van belanghebbende bevat het produkt o.a. pindas (27.5%), tarwebloem, suiker (17%), rijstmeel, gemodificeerd maiszetmeel, sesam, sojasuas.

Analyse Methode Bevinding (gewichtspercentage)

Zetmeel/glucose enzymathisch 39.4

Sacharose/invertsuiker/

isoglucose EEG VO 4154/87 18.4

Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:

De dikte en de smaak van de deeglaag bepaalt het essentiele karakter van het product. Indeling onder post 2008 is daardoor niet mogelijk. Het monster bestaat uit andere bakkerswaren, gezoet. ”

AWB 09/4859 (Hof nr. 11/00748)

2.2. Verweerder heeft op 22 januari 2009 een bti verstrekt met referentie NL RTD-2008-002494.

Op de bti is een product omschreven met de handelsbenaming: “[product 2]”. Op de bti is dit product als volgt omschreven:

“Gebruiksklare geëxpandeerde cocktailsnacks in de vorm van grote rijstcrackers met een pinda erin, met onder meer de volgende kenmerken:

bevattende:

- pinda’s (18%);

- gemodificeerd maiszetmeel;

- tarwebloem;

- suiker (19%);

- maltodextrine;

- rijstpoeder;

- sesam- en sojasaus.

De deeglaag bepaalt gelet op de dikte en smaak het wezenlijk karakter van het product.”

Tot de stukken van het geding behoort de uitslag monsteronderzoek d.d. 20 juni 2008, nr. 5903 D 08 van het onderzochte product [ product 2]. Hierin staat onder andere vermeld:

“Bij onderzoek bevonden:

Productkenmerken: verschillende grote rijstcrackers met een pinda erin.

Volgens opgave van belanghebbende bevat het product o.a. tarwebloem, suiker (19%), pindas (18%), rijstpoeder, gemodificeerd maiszetmeel, maltodextrine, sesam, sojasaus.

Analyse Methode Bevinding (gewichtspercentage)

Zetmeel/glucose enzymatisch 47.8

Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:

De dikte en de smaak van de deeglaag bepaalt het essentiele karakter van het product. Indeling onder post 2008 is daardoor niet mogelijk. Het monster bestaat uit andere bakkerswaren, gezoet.”

3. Geschil in hoger beroep

3.1. Tussen partijen is in geschil of de inspecteur terecht twee BTI’s heeft afgegeven voor de onderwerpelijke pindacrackers waarbij de goederen zijn ingedeeld onder GN-onderverdeling 1905 90 55, hetgeen de inspecteur stelt doch belanghebbende betwist. Belanghebbende staat indeling onder GN-onderverdeling 2008 11 91 voor.

Voor de motivering van de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken, waaronder het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Ter zitting heeft de inspecteur desgevraagd bevestigd dat de in de BTI’s vermelde tariefpost onjuist is, dat de BTI’s moeten worden vernietigd, reeds omdat de pindacrackers niet zijn gezouten doch gezoet, en dus niet kunnen worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 1905 90 55. Het Hof volgt de inspecteur hierin. Partijen zijn overeengekomen dat de onderhavige crackers zullen worden ingedeeld conform hetgeen uiteindelijk in rechte beslist wordt met betrekking tot de [P2] en [P1] als bedoeld in de zaken 11/00743 en 11/00744, met dien verstande dat, ingeval besloten wordt tot indeling 1905, de onderverdeling 90 60 (andere, andere, andere, gezoet) van toepassing is.

Slotsom

4.2. De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd.

5. Kosten

Het Hof acht termen aanwezig voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn opgenomen in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit)

Voor het onderhavige geval zijn dat de in onderdeel a vermelde kosten van door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief op:

2 (bezwaarschrift + hoorgesprek) x € 161 x 1,5 (gewicht) x 1 (2 samenhangende zaken) = € 483,

2 (beroepschrift rechtbank + mondelinge behandeling) x € 322 x 1,5 x 1 = € 966 en

2 (hoger beroepschrift en mondelinge behandeling hoger beroep) x € 472 x 1,5 x 1 = € 1.416.

Het totaal van de te vergoeden proceskosten bedraagt € 2.865.

Bij de rechtbank is geen griffierecht voor deze twee zaken betaald. Er zal daarom ook geen griffierecht voor deze beroepsgang worden vergoed.

7. Beslissing

Het Hof:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar;

- vernietigt de BTI’s;

- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.865;

- gelast de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht € 454 (hoger beroep bij het Hof), te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door mrs. E.M. Vrouwenvelder, voorzitter, D.B. Bijl en A.H.R.M. Denie, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch, als griffier. De beslissing is op 3 januari 2013 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.