Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:BY9054

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-01-2013
Datum publicatie
23-01-2013
Zaaknummer
11/00743 tot en met 11/00746
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De cocktailsnacks moeten met toepassing van indelingsregel 1 worden ingedeeld als "andere bakkerswaren" van post 1905 van de Gecombineerde nomenclatuur. Twee van de vier afgeven bindende tariefinlichtingen voor de cocktailsnacks kunnen niet in stand blijven omdat de daarin aangegeven postonderverdeling ziet op gezouten producten terwijl de onderhavige goederen gezoet zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2013-0286
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerken 11/00743 tot en met 11/00746

3 januari 2013

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[A] B.V. voorheen […] B.V., te [P], belanghebbende,

gemachtigden: R.J.N. van der Laan, C. van Oosten en mr. D. Wijkhuizen, DHK Tax Lawyers & Legal Consultants,

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerken AWB 09/4849 tot en met AWB 09/4852 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Rotterdam Rijnmond,

de inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. De inspecteur heeft met dagtekening 22 januari 2009 respectievelijk 7 mei 2009 aan belanghebbende twee keer twee bindende tariefinlichtingen (BTI’s) afgegeven voor cocktailsnacks, waarbij deze zijn ingedeeld onder de post 1905 90 55 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraken, gedagtekend 31 augustus 2009, de BTI’s gehandhaafd.

1.2. Bij uitspraak van 15 augustus 2011 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.3. Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 21 september 2011, aangevuld bij brief van 17 oktober 2011. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2012. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Feiten

2.1.1. De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1. tot en met 2.4. van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’.

AWB 09/4849 (Hof nr. 11/00743)

2.1. Verweerder heeft op 7 mei 2007 (Hof: 2009) een bti verstrekt met referentie NL RTD-2009-000748.

Op de bti is een product omschreven met de handelsbenaming: “[P2]”. Op de bti is dit product als volgt omschreven:

“Gebruiksklare geëxpandeerde of geëxtrudeerde cocktailsnacks in de vorm van rijstcrackers met een pinda erin, met, volgens opgave, onder meer de volgende kenmerken:

- bevattende:

- pinda’s;

- tarwemeel;

- rijst;

- suiker;

- tapiocazetmeel;

- sojasaus;

- zeewier;

- kleurstoffen;

- een krokante omhulling;

De deeglaag bepaalt gelet op de dikte en smaak het wezenlijke karakter van het product.”

Tot de stukken van het geding behoort de uitslag monsteronderzoek nr. 2154 D 09 van het onderzochte product [P2]. Hierin staat onder andere vermeld:

“Bij onderzoek bevonden:

Productkenmerken: pinda’s met krokante omhulling.

Volgens opgave van belanghebbende bevat het product o.a. pinda’s, tarwemeel, rijst, suiker, sojasaus, zeewier, tapioca zetmeel, kleurstoffen.

Analyse Methode Bevinding (gewichtspercentage)

Zetmeel/glucose enzymathisch/HPLC 30.7

Sacharose/invertsuiker/

Isoglucose EEG VO 900/2008 13.0

Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:

Het onderzochte product is een mengsel van pinda’s die omringd zijn met een deeglaag. Het betreft een bakkerswaar o.b.v. meel of zetmeel en kan daarom niet ingedeeld worden onder post 2008. Het monster bestaat uit een geëxtrudeerd of geëxpandeerd product, gezouten of gearomatiseerd.”

AWB 09/4850 (Hof nr. 11/00744)

2.2. Verweerder heeft op 7 mei 2007 (Hof: 2009) een bti verstrekt met referentie NL RTD-2009-000749.

Op de bti is een product omschreven met de handelsbenaming: “[P1]”. Op de bti is dit product als volgt omschreven:

“Gebruiksklare geëxpandeerde of geëxtrudeerde cocktailsnacks in de vorm van rijstcrackers met een pinda erin, met, volgens opgave, onder meer de volgende kenmerken:

- bevattende:

- pinda’s;

- tarwemeel;

- rijst;

- suiker;

- tapiocazetmeel;

- sojasaus;

- zeewier;

- kleurstoffen;

- een krokante omhulling.

De deeglaag bepaalt gelet op de dikte en smaak het wezenlijk karakter van het product.”

Tot de stukken van het geding behoort de uitslag monsteronderzoek nr. 2153 D 09 van het onderzochte product [P1. Hierin staat onder andere vermeld:

“Bij onderzoek bevonden:

Productkenmerken: pinda’s met krokante omhulling.

Volgens opgave van belanghebbende bevat het product o.a. pinda’s, rijst, tarwemeel, suiker, sojasaus, zeewier, tapioca zetmeel, kleurstoffen.

Analyse Methode Bevinding (gewichtspercentage)

Zetmeel/glucose enzymathisch/HPLC 29.8

Sacharose/invertsuiker/

Isoglucose EEG VO 900/2008 12.5

Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:

Het onderzochte product is een mengsel van pinda’s die omringd zijn met een deeglaag. Het betreft een bakkerswaar o.b.v. meel of zetmeel en kan daarom niet ingedeeld worden in post 2008. Het monster bestaat uit een geëxtrudeerd of een geëxpandeerd product, gezouten of gearomatiseerd.”

AWB 09/4851 (Hof nr. 11/00745)

2.3. Verweerder heeft op 22 januari 2009 een bti verstrekt met referentie NL RTD-2008-002492. Op de bti is een product omschreven met de handelsbenaming: “ P3”. Op de bti is dit product als volgt omschreven:

“Gebruiksklare geëxpandeerde cocktailsnacks in de vorm van rijstcrackers met een pinda erin, met onder meer de volgende kenmerken:

- bevattende:

- pinda’s (37%);

- gemodificeerd maïszetmeel;

- tarwebloem; - suiker (11%);

- gemodificeerd tapiocazetmeel;

- rijstzetmeel;

- sesam- en sojasaus.

De deeglaag bepaalt gelet op de dikte en smaak het wezenlijke karakter van het product.”.

Tot de stukken van het geding behoort de uitslag monsteronderzoek nr. 5904 D 08 van het onderzochte product [P3]. Hierin staat onder andere vermeld:

“Bij onderzoek bevonden:

Productkenmerken: verschillende rijstcrackers met een pinda erin.

Volgens opgave van belanghebbende bevat het product o.a. pindas (37%), gemodificeerd maïszetmeel, tarwebloem, suiker (11%), gemodificeerd tapiocazetmeel, rijstzetmeel, sesam, sojasaus.

Analyse Methode Bevinding (gewichtspercentage)

Zetmeel/glucose enzymathisch 36.8

Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:

De dikte en de smaak van de deeglaag bepaalt het essentiele karakter van het product. Indeling onder post 2008 is daardoor niet mogelijk. Het monster bestaat uit andere bakkerswaren, gezoet.”

AWB 09/4852 (Hof nr. 11/00746)

2.4. Verweerder heeft op 22 januari 2009 een bti verstrekt met referentie NL RTD-2008-002495. Op de bti is een product omschreven met de handelsbenaming: “[P4]”. Op de bti is dit product als volgt omschreven:

“Gebruiksklare geëxpandeerde cocktailsnacks in de vorm van verschillende rijstcrackers met een noot erin, met onder meer de volgende kenmerken:

bevattende:

- pinda’s (30%);

- rijstmeel;

- tarwemeel;

- suiker (19%);

- aardappelzetmeel;

- zout;

- sesam- en sojasaus.

De deeglaag bepaalt gelet op de dikte en smaak het wezenlijke karakter van het product”.

Tot de stukken van het geding behoort de uitslag monsteronderzoek nr. 5900 D 08 van het onderzochte product [P4]. Hierin staat onder andere vermeld:

“Bij onderzoek bevonden:

Productkenmerken: verschillende rijstcrackers met een noot erin.

Volgens opgave van belanghebbende bevat het product o.a. pinda’s (30%), rijstzetmeel, tarwemeel, suiker (19%), sesam, aardappelzetmeel, zout, sojasaus

Analyse Methode Bevinding (gewichtspercentage)

Zetmeel/glucose enzymathisch 38.2

Sacharose/invertsuiker/

isoglucose EEG VO 4154/87 20.5

Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:

De dikte en de smaak van de deeglaag bepaalt het essentiele karakter van het product. Indeling onder post 2008 is daardoor niet mogelijk. Het monster bestaat uit andere bakkerswaren, gezoet.”

2.1.2. Het Hof vult voormelde feiten als volgt aan. Tot de stukken van het geding behoort een door belanghebbende overgelegd document “Functionele eigenschappen van ingrediënten van de pindacracker”, opgesteld door HAS Kennis Transfer te ’s-Hertogenbosch naar aanleiding van een in opdracht van belanghebbende verricht literatuuronderzoek, waarin onder meer het volgende is vermeld:

“3.2. Procesbeschrijving:

Het proces is een relatief eenvoudig proces waarbij wordt uitgegaan van een pinda als kern. Deze wordt bevochtigd met suikerwater (melasse) met een Brix van 40°. Vervolgens wordt (zet)meel in de drageertrommel over de bevochtigde pindakernen gebracht, dat daardoor aan de pinda plakt en er een laagje rondom de pinda ontstaat. Deze bewerking wordt een aantal malen herhaald (vergelijkbaar met de laagjes rond een toverbal). In de laatste fase wordt de gedrageerde pinda gedurende 10-20 minuten bij 150° C gebakken.

(…)

3.3.2. (…)

(Zet)meel

(…) Bij de verhitting tot 150° C neemt het zetmeel (of bij gebruik van meel de zetmeelfractie) vocht uit het suikerwater op, waardoor de zetmeelkorrels verstijfselen. In dit proces zwellen de zetmeelkorrels op en worden zachter, waardoor als het ware eerst een uiterst dun pasteus (pasta-achtig) laagje wordt gevormd, dat door de hoge temperatuur vocht verliest en daardoor krokant wordt.

Niet alle zetmelen zwellen (expanderen) op dezelfde manier en bij dezelfde temperatuur. (...)”

3. Geschil in hoger beroep

Tussen partijen is in geschil of de inspecteur terecht vier BTI’s heeft afgegeven voor de onderwerpelijke pindacrackers waarbij de goederen zijn ingedeeld onder GN-onderverdeling 1905 90 55, hetgeen de inspecteur stelt doch belanghebbende betwist. Belanghebbende staat indeling onder GN-onderverdeling 2008 11 91 voor.

Voor de motivering van de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken, waaronder het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.

4. Relevante wettelijke bepalingen

De relevante teksten van de GN luiden als volgt:

Hoofdstuk 19

Bereidingen van graan, van meel, van zetmeel of van melk; gebak

Post 1905 (tekst 2009)

1905 Brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, ook indien deze producten cacao bevatten; ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten van meel of van zetmeel:

(…)

1905 90 - andere

1905 90 10 - - matzes

1905 90 20 - - ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten, van meel of van zetmeel

- - andere

1905 90 30 - - - brood waaraan geen honing, eieren, kaas of vruchten zijn toegevoegd, met een gehalte aan suikers en aan vetstoffen van elk niet meer dan 5 gewichtspercenten berekend op de droge stof

1905 90 45 - - - koekjes en biscuits

1905 90 55 - - - geëxtrudeerde en geëxpandeerde producten, gezouten of gearomatiseerd

- - - andere

1905 90 60 - - - - gezoet

1905 90 90 - - - - andere

Post 2008 (tekst 2009)

2008 Vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen:

- noten, grondnoten en andere zaden, ook indien onderling vermengd:

2008 11 - - grondnoten:

(…)

- - - andere, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van:

2008 11 91 - - - - meer dan 1 kg

- - - - niet meer dan 1 kg:

2008 11 96 - - - - - gebrand

2008 11 98 - - - - - andere

Aantekening 1c op hoofdstuk 20:

“1 Dit hoofdstuk omvat niet:

(…)

c) bakkerswaren en andere producten bedoeld bij post 1905”

GS-toelichting op post 1905:

“(…)

Onder deze post worden ingedeeld:

(…)

15. Knapperige gekruide voedingsmiddelen, zonder toegevoegde suiker, welke producten worden vervaardigd van een deeg op basis van meel, bloem of poeder van aardappelen of van maïsmeel, waaraan een smaakstof bestaande uit een mengsel van kaas, natriumglutamaat en zout is toegevoegd, gebakken in plantaardige olie en gereed voor consumptie”.

GN-toelichting op post 1905 per 6 december 2008:

“Tot deze post behoren gebruiksklare cocktailsnacks in de vorm van bv. droge erwten of pinda’s die volledig met een laag deeg bedekt zijn indien de deeglaag, gelet op de dikte en smaak, het wezenlijke karakter van het product bepaalt”.

Tarifering op post 1905 (tekst 2009)

“Peanut crackers”moeten onder onderverdeling 1905 90 55 worden ingedeeld. Het betreft een product bestaande uit een grondnoot, omhuld met een deklaag van glucosesiroop en rijstmeel, geroosterd, geëxpandeerd, gearomatiseerd en in sommige gevallen gekleurd, met de volgende samenstelling:

-glucose gehalte tussen de 8 en 20 gewichtspercenten,

-zetmeel gehalte tussen de 35 en 49 gewichtspercenten.

Het product heeft een elliptische vorm, met een lengte van ongeveer 15 mm tot 20 mm en 10 mm in diameter, met een hele grondnoot in elke peanut cracker. De vorm van de peanut cracker en de dikte van de deklaag verbergt de grondnoot en geeft geen aanleiding te veronderstellen dat het product een grondnoot bevat.

Indeling is vastgesteld op grond van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur. Het product wordt gebruikt als cocktailsnack bestaande uit een grondnoot die volledig is omhuld met een laag bestaande uit glucosesiroop en rijstzetmeel. Gelet op de dikte en de smaak van deze laag, wordt het aangemerkt als een product vallend onder onderverdeling 1905 9055 omdat de deklaag het wezenlijke karakter van het product bepaalt (EG). Statement 464e vergadering Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur.”.

GN-toelichting bij hoofdstuk 20 per 6 december 2008:

“Tot dit hoofdstuk behoren gebruiksklare cocktailsnacks in de vorm van bv. droge erwten of pinda’s die slechts gedeeltelijk met een laag deeg bedekt zijn en waarbij het wezenlijke karakter van het product bijgevolg bepaald wordt door de groenten, vruchten, noten of andere plantendelen”.

GS-toelichting op post 2008:

“Deze post omvat vruchten en andere eetbare plantendelen, mengsels van deze producten daaronder begrepen, in hun geheel, in stukken of als pulp, die op andere wijze zijn bereid of verduurzaamd dan is omschreven in andere hoofdstukken of in de voorgaande posten bedoeld bij dit hoofdstuk”.

5. De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank heeft ten aanzien van het geschil het volgende overwogen.

“5.1. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat omwille van de rechtszekerheid en ter vergemakkelijking van de controles, het beslissende criterium voor de tariefindeling van de goederen in beginsel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN en in de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken zijn vastgelegd. De toelichtingen op de posten, alhoewel wettelijk niet bindend, vormen waardevolle hulpmiddelen bij de uitlegging daarvan.

5.2. Uit de objectieve kenmerken en eigenschappen van de onder 2 genoemde producten, welke blijken uit de daar genoemde productomschrijvingen en uitslagen van het douanelaboratorium, volgt dat de producten zijn te omschrijven als om een pinda geëxpandeerd en gearomatiseerd deeg van zetmeel. Hiermee voldoen de producten aan de bewoordingen van post 1905: “... andere bakkerswaren…en dergelijke producten van meel of van zetmeel” en de bewoordingen van postonderverdeling 1905 90 55: “… en geëxpandeerde producten, gezouten of gearomatiseerd”.

5.3. Eiseres stelt dat indeling onder post 1905 niet kan omdat het bij de onderhavige producten niet zou gaan om bakkerswaar. Eiseres baseert haar opvatting op de brief van 16 november 1995 van de douane van het Verenigd Koninkrijk aan verweerder. De rechtbank verwerpt de stelling van eiseres. De post bevat geen definitie van het begrip bakkerswaar. De rechtbank legt het begrip bakkerswaar zo uit dat het moet gaan om een product dat (zet)meel bevat en gebakken wordt. Uit het productieproces van de pindacrackers blijkt dat de geëxpandeerde korst van zetmeel en suikerwater om de noot bij 150 graden Celsius wordt gebakken. Gelet op de korst van (zet)meel en het bakproces, is sprake van een bakkerswaar. Voorts stelt eiseres dat de producten geen deeg bevatten en daarom niet kunnen worden ingedeeld onder post 1905. De rechtbank volgt eiseres hierin niet omdat de post het woord deeg niet bevat. Het gaat er blijkens de tekst van de post om of de producten meel of zetmeel bevatten en dat is het geval. Voorts acht eiseres indeling onder post 1905 niet mogelijk omdat de pinda het wezenlijke karakter van de producten vormt. Ook hierin volgt de rechtbank eiseres niet. De producten kunnen wat betreft samenstelling en smaak niet worden vergeleken met de bereide of verduurzaamde vruchten en plantendelen van post 2008, omdat bij de laatstgenoemde post de smaak van de vrucht of het plantendeel overheersend is. Bij de producten is niet primair de smaak van de geroosterde pinda de reden tot aankoop, maar de combinatie met het gekruide en gearomatiseerde deeg, dat het grootste bestanddeel van de producten vormt. Ook voor de onder 2.2 genoemde peanut cracker, [P1], waarvan door eiseres onweersproken is gesteld dat het percentage pinda net boven de 50 procent ligt, geldt dat het wezenlijke karakter wordt gevormd door het gekruide en gearomatiseerde deeg. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in GN-toelichtingen bij post 1905, bij hoofdstuk 20 en in statement 464 Comité douanewetboek, afdeling Tarief- en statistieknomenclatuur. Alhoewel de producten ook aan de omschrijving van post 2008 voldoen, kunnen de producten niet onder post 2008 worden ingedeeld, nu bakkerswaren en andere producten bedoeld bij post 1905 ingevolge aantekening 1c bij hoofdstuk 20 van indeling onder post 2008 zijn uitgesloten.

5.4. Al hetgeen eiseres heeft aangevoerd omtrent de behandeling door verweerder van de aangiften ten invoer van de producten gedurende vele jaren voorafgaand aan de bti-aanvragen, waarbij steeds de tariefindeling van eiseres is gevolgd, kan haar niet baten. Het doel van de bti is immers om de aanvrager, alvorens deze de aangiften ten invoer doet, zekerheid te geven omtrent de opvatting van de douaneautoriteiten aangaande de tariefindeling van de in te voeren goederen. Indien de douaneautoriteiten in de voorgaande periode een andere tariefindeling hebben gevolgd, kan hieraan geen gevolg worden verbonden of vertrouwen worden ontleend. De afgifte van de bti betekent een expliciete opvatting omtrent de tariefindeling, hetgeen niet kan worden gezegd van het passief aanvaarden van aangiften ten invoer, zoals hier is gebeurd.

5.5. Het beroep van eiseres op door de Franse, Britse en Duitse douaneautoriteiten aan derden afgegeven bti’s kan niet slagen. Immers, alleen de rechthebbende kan zich op de bti beroepen. Het bewijs dat eiseres overigens aan de bti’s meent te kunnen ontlenen voor indeling onder post 2008 aanvaardt de rechtbank niet. Blijkens de omschrijving van het product op de door de Duitse autoriteiten afgegeven en nog steeds geldige bti, gaat het om een product dat, anders dan de onderhavige producten, slechts gedeeltelijk is omkleed met een deegkorst: “Da nicht wenige Erdnusskerne nur teilweise ummantelt sind…”. Dat is dus een ander product dan de in geding zijnde. Ook ten aanzien van de producten vermeld in de Franse en Britse bti is niet zonder meer aannemelijk dat het gelijke producten betreft. Bovendien is de door de Franse douaneautoriteiten afgegeven bti inmiddels ingetrokken en is de door de Britse douaneautoriteiten afgegeven bti niet meer geldig.”

6. Beoordeling van het geschil

De BTI’s NL-RTD-2009-000748 (P2], kenmerk Hof 11/00743), en NL-RTD-2009-000749 [P1], kenmerk Hof 11/00744)

6.1. Het Hof stelt voorop dat ingevolge regel 1 van de algemene regels voor de interpretatie van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN) voor de indeling wettelijk bepalend zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Aantekening 1c op hoofdstuk 20 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN) bepaalt dat dit hoofdstuk niet omvat “bakkerswaren en andere producten bedoeld bij post 1905”. Het Hof zal daarom allereerst ingaan op de vraag of indeling onder post 1905 mogelijk is.

6.2. Uit de bewoordingen van post 1905 volgt dat deze post betrekking heeft op twee groepen producten te weten “Brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, ook indien deze producten cacao bevatten” en “ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten van meel of van zetmeel”. Naar ’s Hofs oordeel is niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de onderwerpelijke pindacrackers niet vallen onder de tweede groep producten. Evenmin kunnen zij worden gekwalificeerd als “brood”, “gebak” of “biscuits”. Alsdan resteert, ten einde de pindacrackers in te kunnen delen onder post 1905, slechts de mogelijkheid dat pindacrackers kunnen worden aangemerkt als “andere bakkerswaren”.

6.3. In dit verband acht het Hof van belang dat ter zitting is komen vast te staan dat de onderhavige pindacrackers ongemengd in dozen van vier tot twaalf kilogram worden ingevoerd. Daarna kan - afhankelijk van de wens van de klant - een mix van verschillende pindacrackers en onder meer rijstcrackers worden gemaakt om vervolgens als ‘japanse mix’ of een dergelijke benaming op de markt te worden gebracht. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat rijstcrackers (zonder pinda) dienen te worden ingedeeld in post 1905. Belanghebbende stelt, naar het Hof begrijpt, dat pindacrackers wezenlijk van rijstcrackers verschillen, omdat het productieproces van rijstcrackers niet vergelijkbaar is met dat van pindacrackers; rijstcrackers worden vervaardigd uit deeg en pindacrackers worden vervaardigd door laagjes (zet)meel op een pinda te drageren met behulp van suikerwater, zoals beschreven onder 2.1.2.. Dienaangaande geldt het volgende.

6.4. In de tekst van het opschrift van hoofdstuk 19 van de GN kan een aanwijzing worden gevonden dat bereidingen van (zet)meel in dit hoofdstuk behoren te worden ingedeeld. De enige post van hoofdstuk 19 waarin gebakken bereidingen van (zet)meel worden genoemd is post 1905: “Brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, ook indien deze producten cacao bevatten”. Een product kan slechts in post 1905 worden ingedeeld als bakkerswaar, indien het ten minste één keer is gebakken (vgl. Hof van Justitie van de Europese Unie 11 augustus 1995, Uelzena Milchwerke, C-12/94, punt 12). Vaststaat dat aan deze voorwaarde is voldaan, nu de pindacrackers geheel zijn voorzien van een laagje (zet)meel en zijn gebakken op een temperatuur van 150°C. Noch in de bewoordingen van post 1905, noch in de daarbij behorende aantekeningen en toelichtingen is steun te vinden voor de stelling van belanghebbende dat bakkerswaren enkel kunnen worden vervaardigd uit deeg of beslag.

6.5. Het Hof concludeert, mede gelet op het hiervoor onder 6.3 en 6.4 overwogene, dat de pindacrackers, evenals de rijstcrackers, met toepassing van indelingsregel 1 als “andere bakkerswaren” kunnen worden ingedeeld in post 1905. Voorgaand oordeel vindt steun in de hiervoor onder 4 vermelde toelichting en tarifering.

6.6. Hiervan uitgaande kan, gelet op het bepaalde in aantekening 1c op hoofdstuk 20 van de GN, in het midden blijven of de pindacrackers (tevens) vatbaar zijn voor indeling in post 2008.

6.7. Uit de onder 2.1.2 aangehaalde beschrijving van het productieproces volgt dat tijdens het bakproces van de pindacrackers sprake is van het zwellen (expanderen) van de zetmeelfractie, doordat het zetmeel het vocht uit het suikerwater opneemt. Nu tevens vaststaat dat de onderwerpelijke pindacrackers zijn gezouten, dienen zij daarom, met toepassing van indelingsregel 6, te worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 1905 90 55 (geëxtrudeerde en geëxpandeerde producten, gezouten of gearomatiseerd).

De BTI’s NL-RTD-2008-2492 [P3], kenmerk Hof 11/00745) en NL-RTD-2008-002495 [P4], kenmerk Hof 11/00746)

6.8. Ter zitting heeft de inspecteur desgevraagd bevestigd dat de in de BTI’s vermelde tariefpost onjuist is en dat de BTI’s dienen te worden vernietigd, reeds omdat de pindacrackers niet zijn gezouten doch gezoet en dus niet kunnen worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 1905 90 55. Het Hof volgt de inspecteur hierin. Partijen zijn overeengekomen dat de onderhavige crackers zullen worden ingedeeld conform hetgeen uiteindelijk in rechte beslist wordt met betrekking tot de [P2] en [P1] met dien verstande dat, ingeval besloten wordt tot indeling 1905, de onderverdeling 90 60 (andere, andere, andere, gezoet) wordt.

Slotsom

6.9. De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is in de zaken 11/00745 (kenmerk rechtbank AWB 09/4851, BTI nummer NL-RTD-2008-2492) en 11/00746 (kenmerk rechtbank 09/4852, BTI nummer NL-RTD-2008-002495), de uitspraak van de rechtbank in deze zaken dient te worden vernietigd en het beroep gegrond dient te worden verklaard.

Het hoger beroep in de zaken 11/00743 (kenmerk rechtbank AWB 09/4849, BTI nummer NL-RTD-2009-000748) en 11/00744 (kenmerk rechtbank AWB 09/4850, BTI nummer NL-RTD-2009-000749) is ongegrond.

7. Kosten

Het Hof acht termen aanwezig voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaken 11/00745 en 11/00746 . De voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn opgenomen in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit).

Voor het onderhavige geval zijn dat de in onderdeel a vermelde kosten van door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief op:

2 (bezwaarschrift + hoorgesprek) x € 161 x 1,5 (gewicht) x 1 (2 samenhangende zaken) = € 483,

2 (beroepschrift rechtbank + mondelinge behandeling) x € 322 x 1,5 x 1 = € 966 en

2 (hoger beroepschrift en mondelinge behandeling hoger beroep) x € 472 x 1,5 x 1 = € 1.416.

Het totaal van de te vergoeden proceskosten bedraagt dan € 2.865.

8. Beslissing

Het Hof:

- bevestigt de uitspraak van de rechtbank in zaak 11/00743 (kenmerk rechtbank AWB 09/4849) en 11/00744 (kenmerk rechtbank AWB 09/4850).

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank in zaak 11/00745 (kenmerk rechtbank AWB 09/4851) en 11/00746 (kenmerk rechtbank AWB 09/4852);

- verklaart het beroep in zaak 11/00745 en 11/00746 gegrond;

- vernietigt de desbetreffende uitspraken op bezwaar;

- vernietigt de BTI’s met de nummers NL-RTD-2008-2492 en NL-RTD-2008-002495;

- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.865;

- gelast de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht van € 297 (beroep bij de rechtbank) en € 454 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 751, te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door mrs. E.M. Vrouwenvelder, voorzitter, D.B. Bijl en A.H.R.M. Denie, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch, als griffier. De beslissing is op 3 januari 2013 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.