Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:5276

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2013
Datum publicatie
29-03-2022
Zaaknummer
23-003172-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake van autodiefstallen, heling en het aanwezig hebben van hennepplanten en marihuana.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003172-12

datum uitspraak: 19 december 2013

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 5 juli 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-840023-11 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1977,

wonende op het adres [adres 1]

,

thans gedetineerd in PI Midden Holland - Haarlem PIA te Haarlem.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van

15, 18, 19 en 20 november 2013 en 5 december 2013, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging in eerste aanleg van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat

Feit 1 (zaaksdossiers 5, 6, 7, 9, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 27, 30, 32, 34, 35, 36, 37, 39, 48, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 57, 58, 78).

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 03 mei 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam en/of Diemen en/of Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, en/of Zandvoort en/of Amstelveen en/of Zeewolde en/of Barneveld en/of Bussum en/of Zaventem, althans in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer voertuigen, te weten:

- ( ZD 5) Volkswagen Golf R32 (kenteken: [kenteken 1] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of een Porsche (kenteken: [kenteken 2] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of

- ( ZD 6) Volkswagen Audi A4 cabrio (kenteken: [kenteken 3] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of een Nissan Micra (kenteken: [kenteken 4] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- ( ZD 7) Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 5] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of een Peugeot 205 (kenteken: [kenteken 6] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of

- ( ZD 9) Porsche 911 (kenteken: [kenteken 7] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of een BMW 318 (kenteken: [kenteken 8] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of

- ( ZD 20) Volkswagen Multivan (kenteken: [kenteken 9] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 9] en/of een Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 10] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of

- ( ZD 21) Volkswagen Caddy (kenteken: [kenteken 11] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 5] en/of

- ( ZD 22) Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 12] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 7] en/of een BMW 316i (kenteken: [kenteken 13] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of een Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 14] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 15] en/of

- ( ZD 24) Volkswagen Golf GTI (kenteken: [kenteken 15] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] en/of een Volkswagen Golf GTI (kenteken: [kenteken 16] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of

- ( ZD 25) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 17] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 14] en/of [benadeelde 8] en/of

- ( ZD 26) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 18] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 15] en/of

- ( ZD 27) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 19] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 9] en/of [benadeelde 10] N.V. en/of

- ( ZD 30) Volkswagen Caddy (kenteken: [kenteken 20] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] en/of

- ( ZD 32) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 21] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17] en/of

- ( ZD 34) Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 22] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] en/of

- ( ZD 35) Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 23] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18] en/of een Golf R32 (kenteken: [kenteken 24] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of

- ( ZD 36) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 25] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 3] en/of

- ( ZD 37) Audi RS6 (kenteken: [kenteken 26] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 11] en/of

- ( ZD 39) Volkswagen Golf GTI (kenteken: [kenteken 27] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 19] en/of

- ( ZD 48) Volkswagen Polo (kenteken: [kenteken 28] )geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 20] en/of

- ( ZD 50) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 29] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 21] en/of [benadeelde 16] B.V. en/of

- ( ZD 51) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 30] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 22] en/of

- ( ZD 52) BMW 325i Cabrio (kenteken: [kenteken 31] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 23] en/of

- ( ZD 53) Volkswagen Golf GTI (kenteken: [kenteken 32] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 24] en/of

- ( ZD 54) Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 33] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 25] en/of een Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 34] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of een BMW 320d (kenteken: [kenteken 35] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of

- ( ZD 55) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 36] ) geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 26] en/of

- ( ZD 57) Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 37] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27] en/of

- ( ZD 58) Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 38] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 17] en/of

- ( ZD 78) Volkswagen California (kenteken: [kenteken 39] ) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 13] ,

en/of in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan één of meer personen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel (te weten een nagemaakte sleutel en/of een gestolen sleutel (ZD 54)).

Feit 2 (zaaksdossiers 59, 81 en 85)

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 april 2011 tot en met 02 mei 2011 te Almere en/of Almere Haven en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- ( ZD 59) een vaartuig (boot, merk Stingray 225CR, kenteken/registratienummer: [kenteken 40] ) en/of

- ( ZD 81) een vaartuig (boot, merk Four Winns, kenteken/registratienummer [kenteken 41] )

en/of

- ( ZD 85) een vaartuig (boot, merk Stingray, kenteken/registratienummer [kenteken 42] ),

in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] (Stingray 225CR) en/of [slachtoffer 28] (Four Winns) en/of [slachtoffer 29] (Stingray), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Feit 3 (zaaksdossiers 65 en 67)

hij op of omstreeks 03 mei 2011 te Amsterdam en/of Duivendrecht gemeente Ouder-Amstel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een gasalarmpistool, merk Colt, model Double Eagle, kaliber 9mm P.A.K. (serienummer [nummer 1] ), en/of munitie van categorie III, te weten vijftig (50) kogelpatronen kaliber .22, voorhanden heeft gehad.

Feit 4 (zaaksdossier 74)

hij op of omstreeks 03 mei 2011 te Amsterdam en/of Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een Dermascan heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die Dermascan wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.


Feit 5 (zaaksdossier 63, 73 en 77)

hij op of omstreeks 03 mei 2011 te Amsterdam en/of Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, en/of Mijdrecht, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad

A. (in een schuur behorende bij een pand aan [adres 2] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van ongeveer 1.068,5 gram hennep en/of ongeveer 75 hennepplanten en/of 443 stekjes van hennepplanten, en/of

B. (in de loods gelegen aan de [adres 3] (een) hoeveelheid/hoeveelheden van ongeveer 11 hennep-moederplanten en/of 89 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Feit 6 (zaaksdossier witwassen)

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 03 mei 2011 te Amsterdam en/of Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s), één of meer voorwerp(en), te weten een of meer geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 51.673,36 euro, althans een geldbedrag, voorhanden gehad, verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag, gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.


Feit 7
hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2010 tot en met 03 mei 2011 te Amsterdam en/of Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatie die werd gevormd door verdachte en één of meer ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als strafbaar gesteld in de artikelen 311 en/of 416 en/of 420bis/ter van het Wetboek van Strafrecht, namelijk:

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming of valse sleutel;

- opzetheling en/of

- ( gewoonte) witwassen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Ontvankelijkheid hoger beroep

De verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van hetgeen hem onder 1 is ten laste gelegd, voor wat betreft de zaaksdossiers 5, 6, 7, 9, 20, 30, 50, 51, 52, 53, 54 (voor wat betreft de Volkswagen Transporter [kenteken 33] ), 55 en 58 en van hetgeen hem onder 3 (zaaksdossiers 65 en 67) is ten laste gelegd.

Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte derhalve niet ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven beslissingen tot vrijspraak. Nu naar het oordeel van het hof de feiten in zaaksdossier 54 cumulatief zijn ten laste gelegd is de verdachte ook niet ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover gericht tegen de ter zake van Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 33] gegeven beslissingen tot vrijspraak.

Verweer strekkende tot nietigheid van de dagvaarding met betrekking tot feit 6

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep gesteld dat de inleidende dagvaarding ten aanzien van feit 6 (zaaksdossier witwassen) nietig dient te worden verklaard. Aan de verdachte is gewoontewitwassen ten laste gelegd van geldbedragen, hetgeen opzettelijk dient te geschieden. Nu echter in deze tenlastelegging tevens een schuldvariant van witwassen is opgenomen, is sprake van een innerlijk tegenstrijdige, onvoldoende feitelijke en onbegrijpelijk tenlastelegging, hetgeen in strijd is met artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Naar het oordeel van het hof voldoet het onder 6 ten laste gelegde aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering daaraan stelt. Hoewel naast het misdrijf van gewoontewitwassen tevens (impliciet alternatief) schuldwitwassen is ten laste gelegd, leidt dit niet tot het oordeel dat de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig is. Hetgeen de verdachte wordt verweten is naar tijd, plaats en gedraging voldoende feitelijk en duidelijk in de tenlastelegging omschreven. Uit de dagvaarding in samenhang met het dossier en mede gelet op het verhandelde ter terechtzitting in eerste aanleg als ook in hoger beroep is het voor de verdachte en zijn raadsman voldoende duidelijk geweest, waartegen hij zich diende te verweren. Overigens is ook niet gesteld of gebleken dat de verdachte niet heeft begrepen wat hem wordt verweten of dat hij zich daartegen niet heeft kunnen verdedigen. Het verweer wordt dan ook verworpen.

Overwegingen omtrent het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld voor het onder 1 ten laste gelegde, voor wat betreft de zaaksdossiers 21, 22, 24, 25, 26, 27, 32, 34, 35, 36, 37, 39, 48, 54 (de VW Multivan [kenteken 34] en de BMW [kenteken 35] ), 57, 58 en 78 en voor het onder 2, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de doorzoeking op 3 mei 2011 in de woonboten en de schuur aan de [adres 1] te Amsterdam onrechtmatig heeft plaatsgevonden, nu de schriftelijke machtigingen van de rechter-commissaris de huisnummers [adres 2] en [adres 4] vermeldt, terwijl de doorzoeking heeft plaatsgevonden op het huisnummer [adres 1] .

Derhalve is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Dit vormverzuim dient ertoe te leiden dat alle voorwerpen die als gevolg van deze onrechtmatige doorzoeking in beslag zijn genomen worden uitgesloten van het bewijs, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit de stukken van het dossier is gebleken dat op 3 mei 2011 een doorzoeking heeft plaatsgevonden op de adressen [adres 1] en [adres 5] en de bijbehorende schuur, terwijl de schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris was gesteld op de huisnummers t/o [adres 2] en [adres 4] . Nu blijkens het verslag van binnentreden en het proces-verbaal van doorzoeking en inbeslagneming dat is opgemaakt op 6 mei 2011 de doorzoeking van de woonboot en de schuur heeft plaatsgevonden onder leiding van de rechter-commissaris, is het hof van oordeel dat de doorzoeking rechtmatig is geschied.

Nu ook overigens niet van enig vormverzuim in het voorbereidend onderzoek is, wordt het verweer van de raadsman, strekkende tot bewijsuitsluiting, verworpen.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de enkele constatering dat een door de verdachte gebruikte mobiele telefoon een zendmast aanstraalt in de directe omgeving van een plaats delict voor een veroordeling onvoldoende is. In het dossier is onvoldoende onderbouwd dat een aangestraalde zendmast in alle gevallen ook de dichtstbijzijnde zendmast is. Voor zover de verdachte een zendmast aanstraalt op de [adres 1] te Amsterdam, geldt dat hij daar woonachtig is.

De raadsman heeft voorts gesteld dat voor een bewezenverklaring van medeplegen sprake dient te zijn van een nauwe bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten, waarbij willens en wetens is samengewerkt tot het verrichten van de ten laste gelegde gedraging. De overweging van de rechtbank, dat de verdachte en de medeverdachten zich vaker hebben beziggehouden met autodiefstallen, is daarvoor onvoldoende.

Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt van een specifieke modus operandus die op essentiële punten overeenkomt met de feitelijke gang van zaken ten aanzien van één of meer van de andere tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten.

Ten aanzien van de feiten

De raadsman heeft - voor zover thans nog van belang - gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde zaakdossiers 26, 31, 34, 36 en 54, nu wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte deze feiten heeft (mede)gepleegd ontbreekt. Voorts dient de verdachte te worden vrijgesproken van het onder 4 en 5 ten laste gelegde, voor zover betreffende de in de schuur aangetroffen marihuana en de in de loods aangetroffen hennep.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Het hof is - conform de vordering van de advocaat-generaal en met de raadsman- van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen de verdachte onder 1 is ten laste gelegd, voor wat betreft de zaaksdossiers 5, 6, 7, 9, 20, 30, 50, 51, 52, 53, 54 (de VW Transporter met kenteken [kenteken 33] ) en 55 en het onder 3 (zaaksdossiers 65 en 67) ten laste gelegde.

Het hof is voorts met de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen de verdachte onder 1, voor wat betreft de zaaksdossiers 21, 22, 25, 27, 32, 37, 39, 48, 54 (de VW Multivan met kenteken [kenteken 34] ), 57, 58 en 78 en onder 2, 6 en 7 is ten laste gelegd.

Het hof overweegt omtrent de laatstgenoemde zaaksdossiers onder 1 en de feiten 2, 6 en 7 als volgt.

Ten aanzien van feit 1

Het hof is met de raadsman van oordeel dat de enkele constatering dat een door de verdachte gebruikte mobiele telefoon een zendmast aanstraalt in de directe omgeving van een plaats delict onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen van de aan de verdachte ten laste gelegde diefstallen. Deze gegevens duiden er immers slechts op dat de (telefoon van) verdachte ten tijde van het feit in de buurt moet zijn geweest van de locatie waar de diefstal heeft plaatsgevonden, maar brengt niet zonder meer met zich dat de verdachte ook degene is geweest die het feit daadwerkelijk heeft (mede)gepleegd. In de ten laste gelegde zaaksdossiers, waarin slechts de zendmastgegevens van de mobiele telefoon van de verdachte voorhanden zijn zonder enig ander (direct) bewijs dat redengevend is voor de betrokkenheid van de verdachte, komt het hof derhalve tot vrijspraak van de verdachte.

Voorts geldt dat medeplegen van een strafbaar feit een bewuste en nauwe samenwerking vereist.

Dit betekent niet dat alle medeplegers daadwerkelijk uitvoeringshandelingen (mee) moeten hebben verricht, maar wel dat vast dient komen te staan dat de medeplegers willens en wetens - met opzet - en nauw hebben samengewerkt tot het verrichten van de ten laste gelegde gedraging.

De omstandigheid dat de verdachten ten tijde van meerdere ten laste gelegde diefstallen onderling telefonisch contact hebben gehad, is onvoldoende om een zodanige bewuste en nauwe samenwerking aan te nemen dat kan worden gesproken van het medeplegen van die diefstallen. Waar aanvullend bewijs ontbreekt, zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Onder feit 1 is een groot aantal gekwalificeerde diefstallen van auto’s ten laste gelegd.

Hoewel bij de verdachte voorwerpen zijn aangetroffen die een relatie hebben met een aantal van de gestolen auto’s, is dat op zichzelf niet voldoende om tot een bewezenverklaring ter zake de ten laste gelegde diefstal te komen. Om tot een bewezenverklaring wegens diefstal te komen zal immers ten minste betrokkenheid van de verdachte bij een wegnemingshandeling bewezen moeten worden.

Het voorgaande geldt eveneens, indien de verdachte geruime tijd nadat een diefstal is gepleegd wordt gezien in of bij een gestolen auto. Ook dat is, zonder aanvullend bewijs, onvoldoende om tot een bewezenverklaring ter zake (gekwalificeerde) diefstal te komen.

Op grond bovengenoemde overwegingen zal het hof de verdachte vrijspreken van de ten laste gelegde diefstallen in bovengenoemde zaaksdossiers onder feit 1.

Ten aanzien van feit 2

Ten aanzien van de zaaksdossiers 59 (diefstal van een boot Stingray 225CR [kenteken 40] ), 81 (diefstal van een boot Four Winns [kenteken 41] ) en 85 (diefstal van een boot Stingray [kenteken 42] ) is het hof van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte op zodanige wijze betrokken is geweest bij de diefstal van die vaartuigen dat een bewezenverklaring ter zake van medeplegen kan volgen. Voorts heeft het hof geconstateerd dat in de zaaksdossiers 59 en 81 identieke gegevens zijn opgenomen, zonder dat daarbij is aangegeven welke gegevens betrekking hebben op welk zaaksdossier. Het hof is – anders dan de rechtbank – van oordeel dat voor een bewezenverklaring niet in het midden kan blijven op welke datum en tijdstip exact welke boot is gestolen. Daarbij dient nog te worden opgemerkt dat de boten in verschillende dicht bij elkaar liggende havens zijn gestolen en dat ten aanzien van de verdachte enkel tapgesprekken beschikbaar zijn, waaruit niet duidelijk is af te leiden waar de verdachte zich steeds bevindt en wat hij doet.

Nu op grond van voorgaande overwegingen niet tot een bewezenverklaring van hetgeen onder 2 met betrekking tot de zaaksdossiers 59, 81 en 85 aan de verdachte is ten laste gelegd kan worden gekomen, zal het hof de verdachte daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van feit 6

Aan de verdachte is ten laste gelegd, kort weergegeven, dat zij zich samen met een ander, te weten zijn partner [naam 1] (verder ook te noemen: [naam 1] ), schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van (gewoonte)witwassen van een bedrag van in totaal € 51.673,36.

Door de politie is onderzoek gedaan naar de inkomsten en uitgaven van de verdachte en zijn partner [naam 1] in de periode van 1 januari 2010 tot 3 mei 2011. Uit een door de politie opgestelde vergelijking van deze inkomsten en uitgaven volgt dat de verdachte en [naam 1] in voornoemde periode een bedrag van € 51.673,36 meer hebben uitgegeven dan zij aan door de politie getraceerde inkomsten hebben ontvangen. Dit negatieve saldo van de vermogensvergelijking ligt blijkbaar ten grondslag aan de tenlastelegging.

Door de rechtbank is het ten laste gelegde bewezenverklaard, zij het tot een bedrag van in totaal € 42.394,36, aangezien de rechtbank anders dan in de vermogensvergelijking door de politie is gebeurd – en door het openbaar ministerie in eerste aanleg is overgenomen – is uitgegaan van de legaal genoten inkomsten van de verdachte en [naam 1] , door de rechtbank vastgesteld op een totaalbedrag van netto € 35.631,-, waarop de totale uitgaven van de verdachte en [naam 1] , vastgesteld op € 78.025,36, in mindering zijn gebracht.

De rechtbank heeft daartoe overwogen dat gelet op de door haar vastgestelde feiten en omstandigheden sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen, nu in de betreffende periode de gezamenlijke legale (netto) inkomsten van de verdachte en [naam 1] beduidend lager zijn dan de uitgaven die zij hebben gedaan. Daarbij is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een concrete, verifieerbare en aannemelijke verklaring omtrent de herkomst van het totaalbedrag aan uitgaven van de verdachte en [naam 1] ontbreekt, zodat het onder de gegeven omstandigheden niet anders kan dan dat dit uit enig misdrijf afkomstig is.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard overeenkomstig het oordeel van de rechtbank. De advocaat-generaal acht daarbij van belang dat verdachte heeft toegegeven dat hij inkomsten had naast zijn uitkering, die noch bij de sociale dienst noch bij de belastingdienst bekend waren en dat hij zich in de betreffende periode heeft schuldig gemaakt aan vermogensdelicten. Uit het witwasonderzoek van de politie blijkt dat een bedrag van meer dan € 40.000,- meer is uitgegeven dan is binnengekomen. Er is veel geld gestort op bankrekeningen bij de ABN-Amro bank en de Rabobank en er zijn voor aanzienlijke bedragen voertuigen en vaartuigen aangeschaft.

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, omdat wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. De verdachte en [naam 1] voerden in de tenlastegelegde periode slechts deels een gezamenlijke huishouding. Na het overlijden van hun eerste kind was er geen weloverwogen en doorgesproken gezamenlijke huishouding. De verdachte had een uitkering en zijn partner [naam 1] had inkomen uit haar baan als [baan] . Verdachte heeft uitvoerig verklaard over zijn inkomsten uit het opknappen en verkopen van schadeauto’s.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat het vermogen op 1 januari 2010 ten onrechte op “0” is gezet.

Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat niet is gebleken dat de verdachte enige handeling heeft verricht gericht op het verhullen dan wel wetenschap had van het feit dat goederen afkomstig waren uit enig misdrijf.

Gelet achtereenvolgens op het feit:

  • -

    dat de verdachte zoals hiervoor en hierna is overwogen van het merendeel van de hem tenlastegelegde (georganiseerde diefstallen) zal worden vrijgesproken;

  • -

    dat de beschuldiging van witwassen in dit geval betrekking heeft op een aanzienlijk langere periode dan die waarin de hierna bewezen te verklaren autodiefstallen hebben plaatsgevonden;

  • -

    dat de tenlastelegging van witwassen primair stoelt op het resultaat van een vermogensvergelijking die is gemaakt in het kader van een onderzoek naar mogelijk witwassen door de verdachte;

  • -

    dat de in het kader van dat onderzoek geconstateerde al dan niet verdachte geldbewegingen niet in verband zijn te brengen zijn met enig concreet strafbaar feit

zal het hof bij de beoordeling van de tenlastelegging van dit feit het toetsingskader hanteren dat wordt toegepast in het geval dat witwassen wordt ten laste gelegd zonder dat er direct bewijs van een of meer brondelicten aanwezig is

Naar inmiddels bestendige jurisprudentie kan, in een geval zoals dat zich hier voordoet, witwassen bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat - zoals door de advocaat-generaal is gerekwireerd - het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Het ligt op de weg van het openbaar ministerie om zicht te bieden op het bewijs waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid.

De toetsing door de zittingsrechter dient daarbij de volgende stappen te doorlopen.

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien zulk een geval zich voordoet mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld of de goederen. Zo een verklaring dient te voldoen aan de vereisten dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.

Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld en de goederen. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de geldbedragen en de goederen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Tegen de achtergrond van dit kader wordt het navolgende overwogen en opgemerkt.

Uit het proces-verbaal van witwasonderzoek van 18 oktober 2011 met betrekking tot de verdachte en de medeverdachte [naam 1] volgt dat de verdachte in tenlastegelegde periode van 1 januari 2010 tot 3 mei 2011 een legaal inkomen heeft gehad van:

Verdachte:

- in 2010: € 13.902,- bijstandsuitkering,

- in 2011 (januari tot mei): € 1.921,76,

- in de periode 1 januari 2010 tot 3 mei 2011: € 974,- zorgtoeslag.

[naam 1] :

- in 2010: € 23.484,- brutoloon,

- in 2011 (januari tot mei): € 4.255,33 brutoloon,

- in de periode 1 januari 2010 tot 3 mei 2011: € 970,- zorgtoeslag.

Uit eerdergenoemd proces-verbaal van witwasonderzoek volgt voorts dat de gezamenlijke uitgaven bestonden uit:

- minimale uitgaven voor levensonderhoud overeenkomstig Nibud-normen van € 21.352,-,

- meer stortingen ABN-Amro ten name van verdachte van € 10.090,86,

- meer storting Rabobank ten name van verdachte van € 2.138,50,

- aanschaf Hummer € 22.944,-,

- aanschaf snelle motorboot Bayliner 1850 € 6.500,-,

- aanschaf Volkswagen Golf R32 [kenteken 43] € 10.000,- .

In de onderhavige zaak, waarin nagenoeg geen bewijs voorhanden is voor zogeheten brondelicten, is gezien hetgeen door de advocaat-generaal naar voren is gebracht en hetgeen naar voren komt uit het proces-verbaal van witwasonderzoek, een en ander als hiervoor is weergegeven - naar het oordeel van het hof in voldoende mate sprake van een zogeheten witwasvermoeden. Er zijn immers gedurende het opsporingsonderzoek geldstromen en vermogensbestanddelen in beeld gebracht welke zich tegen de achtergrond van het legale inkomen van de verdachte en [naam 1] , zoals dat is gebleken uit informatie van de belastingdienst, niet zonder nadere verklaring volledig laten begrijpen.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat bij deze stand van zaken het aan de verdachte is aannemelijk te maken dat alle uitgaven wel verklaard kunnen worden uit legale bronnen.

De verdachte heeft met betrekking tot genoemde uitgaven, mede onder verwijzing naar hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en hetgeen door [naam 1] als getuige daaromtrent ter terechtzitting van het hof is verklaard, aangevoerd dat:

- dat de in de vermogensvergelijking betrokken Hummer niet in eigendom aan de verdachte of [naam 1] toebehoorde, maar aan [getuige] , hetgeen door [getuige] als getuige ter terechtzitting van het hof is bevestigd;

- dat de (snelle) motorboot Bayliner 1850 door de verdachte en [naam 1] gezamenlijk is aangeschaft, waarbij [naam 1] haar deel van de aanschafprijs ad € 3.250,- heeft betaald van haar vakantiegeld uit haar werk als [baan] ;

- dat verdachte een teruggave omzetbelasting heeft gekregen van € 3.590,-;

- rekening dient te worden gehouden met het feit dat [naam 1] maximaal studiefinanciering leende bij de IBG, welke schuld op 6 januari 2012 € 19.417,75 bedroeg en dat zij in mei 2010 een krediet heeft verkregen bij Bazuin & Partners, waarvan zij een bedrag van € 21.138,87 contant heeft opgenomen;

- dat [naam 1] een bedrag van € 4.643,71 van de verzekering heeft ontvangen wegens schade aan een destijds aan haar toebehorende BMW 750;

- dat [naam 1] in augustus 2010 van de verzekering een bedrag van € 11.315,- heeft ontvangen in verband met de diefstal van een haar destijds toebehorende Volkswagen Golf, met welk geld de Volkswagen Golf R32 met kenteken [kenteken 43] is aangeschaft.

De verdachte heeft voorts nog verklaard dat [naam 1] bij aanvang van hun relatie reeds geruime tijd in loondienst werkzaam was en over spaargeld beschikte en dat zij voor haar achttiende verjaardag van haar ouders een bedrag van € 6.500,- had gekregen, zodat in het proces-verbaal van witwasonderzoek ten onrechte is uitgegaan van een startsaldo op 1 januari 2010 van € 0,00.

Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat [naam 1] inkomsten heeft gehad uit de verkoop van puppy’s in de betreffende periode, hetgeen door de rechtbank in de (gezamenlijke) inkomensberekening is meegenomen.

Het hof overweegt dat uit voornoemd proces-verbaal van witwasonderzoek blijkt dat de Hummer, die bij de doorzoeking van de woning van de verdachte en [naam 1] is aangetroffen en inbeslaggenomen, op naam stond van [getuige] , die ter terechtzitting van het hof als getuige is gehoord. [getuige] heeft verklaard dat deze Hummer zijn eigendom was en dat deze door hem regelmatig aan [verdachte] werd uitgeleend. Deze feiten en omstandigheden ondersteunen de verklaring van de verdachte en hetgeen [naam 1] als getuige ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard omtrent de Hummer.

Ook de verklaring van de verdachte dat hij de snelle motorboot Bayliner 1850 tezamen met [naam 1] heeft aangeschaft en in gedeelten heeft betaald, waarbij [naam 1] haar deel uit haar inkomen/vakantiegeld heeft voldaan is, mede gelet op de omvang van het bedrag, niet zonder meer onwaarschijnlijk te achten.

Hetzelfde geldt voor de verklaring van de verdachte – in samenhang bezien met de verklaring van de getuige [naam 1] ter terechtzitting van het hof – dat de Volkswagen Golf R32 grotendeels is gefinancierd met het door de verzekering uitgekeerde bedrag wegens diefstal van een eerder aan [naam 1] toebehorende auto, te meer nu deze stelling met een brief van de verzekering d.d. 17 augustus 2010 is onderbouwd. Overigens is ook door de advocaat-generaal ter terechtzitting aangegeven dat deze gang van zaken niet valt uit te sluiten.

Ook aan hetgeen de verdachte overigens heeft verklaard ter zake van de voor en tijdens de relatie met [naam 1] ter beschikking staande gelden kan, mede in samenhang bezien met de verklaring van de getuige [naam 1] op dit onderdeel, niet op voorhand als onwaarschijnlijk worden voorbijgegaan.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de verklaring van de verdachte op bovengenoemde onderdelen niet voldoet aan de vereisten die daaraan ter weerlegging van een gerezen witwasvermoeden worden gesteld, namelijk dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

In bewoordingen, kennelijk ontleend aan de procedure ter vaststelling en ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, heeft de rechtbank overwogen en de advocaat-generaal in navolging daarvan gesteld dat de verdachte niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vermoeden van witwassen ongegrond is.

Aldus heeft de rechtbank en in navolging daarvan de advocaat-generaal naar het oordeel van het hof een onjuiste uitleg gegeven aan het (hierboven geschetste) toetsingskader.

Anders dan in de ontnemingsprocedure, waarin de rechter immers schattenderwijs de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel op aannemelijkheid wordt berekend en geschat, worden in een strafzaak waarin witwassen bewezen dient te worden verklaard, andere, hogere eisen gesteld aan precisie en concreetheid van hetgeen bewezen moet worden verklaard en van daaraan ten grondslag te leggen redengevende feiten en omstandigheden. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de bewijslastverdeling in de onderscheiden procedures en voor aan de proceshouding van een verdachte te verbinden consequenties.

Door dit onderscheid onvoldoende in acht te nemen heeft de advocaat-generaal naar het oordeel van het hof niet onderkend dat de bewijskracht en bewijswaarde van hetgeen hij ter terechtzitting in hoger beroep op basis van het dossier heeft gepresenteerd ontoereikend is om tekortkomingen in de verklaringen van de verdachte op te vatten als een onvoldoende weerlegging van het bewijsvermoeden van witwassen.

De verklaringen van de verdachte, hoe gefragmenteerd en onvolledig ook, leverden, nu door die verklaringen niet met voldoende mate van zekerheid de legale herkomst kan worden uitgesloten, althans onvoldoende duidelijk is in welke mate er (mogelijkerwijs) sprake is van vermenging van legale en illegale geldstromen, naar het oordeel van het hof een verplichting voor het openbaar ministerie op om in de vorm van nader onderzoek feiten en omstandigheden aan te brengen die de legale herkomst van de ten laste gelegde geldbedragen en voorwerpen met een voldoende mate van zekerheid zouden kunnen uitsluiten. Dit laatste is - naar het oordeel van het hof - onvoldoende gebeurd.

Nu het vereiste onderzoek niet is geschied en ook overigens het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, dient te verdachte te worden vrijgesproken van hetgeen onder feit 6 ten laste is gelegd.

Ten aanzien van feit 7

Zoals blijkt uit de hieronder weergegeven bewezenverklaring heeft de verdachte diverse strafbare feiten gepleegd tezamen en in vereniging met een ander of anderen. Het dossier bevat echter onvoldoende aanknopingspunten die erop wijzen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven en zich kenmerkt door een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. Het enkele gegeven dat meerdere strafbare feiten zijn gepleegd met dezelfde personen maakt nog niet dat sprake is van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof zal de verdachte zal dan ook van dit feit vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de hieronder weer te geven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 voor wat betreft de zaakdossiers 24, 26, 34, 35, 49 en 54 (alleen de BMW met kenteken [kenteken 35] ) en het onder 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en overweegt daartoe als volgt.

Feit 1

Zaaksdossier 24

Vast is komen te staan dat de verdachte en [medeverdachte 1] de personen zijn, die op 11 december 2010 zijn te zien op de camerabeelden van het [hotel] aan de [straat 1] te Amsterdam. Anders dan de raadsman heeft betoogd is het hof van oordeel dat de rol van de verdachte zich niet heeft beperkt tot het enkele op de uitkijk staan. Gelet op de hieronder weer te geven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met [medeverdachte 1] en een andere persoon de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 15] en de Volkswagen Golf met (Duits) kenteken [kenteken 16] heeft weggenomen van het parkeerterrein bij het [hotel] .

Zaaksdossier 26

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op 6 januari 2011 samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] in de Volkswagen Corrado met kenteken [kenteken 44] naar de luchthaven Zaventem is gereden, hetgeen wordt bevestigd door de camerabeelden die op 6 januari 2011 zijn gemaakt in de parkeergarage van de luchthaven Zaventem. Op die camerabeelden is onder meer te zien dat vlak voor het verlaten van de parkeergarage een van de inzittenden uit de Volkswagen Corrado stapt, naar de gestolen Volkswagen Golf loopt en daar instapt. Kort daarop is te zien dat de verdachte bij de parkeerautomaat uit de Volkswagen Corrado stapt en de parkeerkaart betaalt. Naar het oordeel van het hof is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] en anderen heeft schuldig gemaakt aan de diefstal van de Volkswagen Golf met (Luxemburgs) kenteken [kenteken 18] .

Het hof acht de verklaring van de verdachte dat hij met [medeverdachte 2] naar Zaventem is gereden om de auto van [medeverdachte 2] op te halen ongeloofwaardig, nu deze verklaring wordt weerlegd door de bewijsmiddelen en ook overigens op geen enkele wijze steun vindt in het dossier.

Zaaksdossier 34

Uit de hieronder weer te geven bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte op 14 april 2011 samen met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aanwezig is geweest bij de diefstal van de Volkswagen Transporter op de [straat 2] te Amsterdam. De medeverdachte [medeverdachte 3] is met de gestolen Volkswagen Golf weggereden en heeft deze auto kort daarop geparkeerd bij de woonboot van de verdachte. Diezelfde middag wordt tijdens observaties gezien dat de verdachte samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] bij de gestolen auto staat.

Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] de Volkswagen Golf met kenteken kenteken [kenteken 45] heeft weggenomen.

Zaaksdossier 36

Uit het hierna weer te geven telefoongesprek tussen [verdachte] en de medeverdachte [medeverdachte 3] is af te leiden dat zij zich op 19 april 2011 in de directe omgeving van de RAI bevonden. Diezelfde middag spreekt [verdachte] met [naam 2] over een auto met identieke kenmerken als die van de gestolen Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 25] , namelijk een zwarte Volkswagen Golf met 18 inch Evolution velgen. [naam 2] stemt in met de door [verdachte] genoemde prijs. [verdachte] en [naam 2] spreken af elkaar te ontmoeten op de [straat 4] te Amsterdam. Diezelfde middag wordt tijdens observaties gezien dat de gestolen Volkswagen Golf, die voldoet aan de in het gesprek genoemde kenmerken, door [medeverdachte 3] het terrein aan de [straat 4] wordt opgereden.

Naar het oordeel van het hof zien de door de verdachte met [naam 2] gevoerde gesprekken zien op de verkoop van de kort daarvoor bij de RAI gestolen Volkswagen Golf.

Gelet op de hieronder weer te geven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, komt het hof dan ook tot het oordeel dat de verdachte op 19 april 2011 samen met [medeverdachte 3] de Volkswagen Golf heeft weggenomen.

Zaaksdossier 54

De aangever heeft verklaard dat de BMW 320d, bouwjaar 2002, met kenteken [kenteken 35] tussen 9 april 2011 om 16.00 uur en 10 april 2011 te 9.15 uur in Barneveld is gestolen, vermoedelijk met gebruikmaking van de reservesleutel van de BMW, die in zijn kort daarvoor gestolen VW Transporter (Multivan) lagen. De BMW is voorzien van Alpinavelgen en wordt op 11 april zonder enige braakschade aangetroffen in Amsterdam. Volgens aangever heeft de BMW nieuwe schade, bestaande uit een barst in de voorruit en een deukje in de achterbumper. Uit de voor het bewijs gebezigde telefoongesprekken en de paallocaties blijkt dat de verdachte in de avond van 9 april 2011 samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] naar Barneveld en weer terug naar Amsterdam is gereden. Die middag omstreeks 17.00 uur heeft [medeverdachte 2] tegen [naam 3] gezegd dat hij een ‘mullie’ moest ophalen. In telefoongesprekken op 11 april 2011 vraagt de verdachte aan [naam 2] en aan [naam 4] of zij iemand weten voor een zwarte 320d van 2002, station met Alpinawielen en geschakeld. De verdachte zegt dat de BMW 15 meier moet kosten. Het is een nette auto met kontschade. Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is het hof van oordeel dat de verdachte met anderen, met anderen de BMW met kenteken [kenteken 46] - met gebruikmaking van de reservesleutel - in Barneveld heeft weggenomen.

Feit 4

De gestolen Dermascan is bij de doorzoeking op 3 mei 2011 aangetroffen in de schuur, behorende bij de woonboot van de verdachte. De verdachte heeft in hoger beroep verklaard dat de Dermascan aan [medeverdachte 1] toebehoorde. Nu een dergelijk apparaat alleen door (medisch) specialisten wordt gebruikt en een hoge waarde vertegenwoordigt, is het hof van oordeel dat de verdachte moet hebben geweten dat deze Dermascan van misdrijf afkomstig was. Het hof acht dan ook opzetheling van de Dermascan wettig en overtuigend bewezen.

Feit 5

Zaakdossier 63

Op 3 mei 2011 is bij de doorzoeking van de bij de woonboot van de verdachte behorende schuur een hennepkwekerij en een hoeveelheid marihuana aangetroffen. De verdachte heeft betwist dat hij wist dat er in de schuur ook marihuana lag. Vooropgesteld dient te worden dat een persoon die over een onroerende zaak de beschikkingsmacht heeft, verantwoordelijk is voor hetgeen zich daarin bevindt en dat ervan uitgegaan kan worden dat die persoon daarvan ook wetenschap heeft, tenzij uit feiten en/of omstandigheden anders blijkt. Nu de verdachte heeft verklaard dat hij de hennepkwekerij in de schuur zelf heeft aangelegd, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wist dat er marihuana in de schuur lag.

Zaakdossier 77

Uit de hieronder weer te geven bewijsmiddelen volgt dat de verdachte de loods huurde op de datum dat daarin een aantal hennepplanten is aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat in de loods aan de [adres 3] hennepplanten aanwezig waren, omdat hij deze loods had onderverhuurd aan een zekere [naam 5] . Het hof acht deze lezing van de verdachte niet aannemelijk, nu deze met geen enkel schriftelijk stuk is onderbouwd. Evenmin heeft de verdachte nadere gegevens over [naam 5] verstrekt. Bovendien heeft de verhuurder verklaard dat hij de verdachte ook daadwerkelijk bij de loods heeft gezien en is ook uit het opsporingsonderzoek gebleken dat de verdachte bij de loods is geweest. Voorts heeft de partner van de verdachte, [naam 1] , verschillende keren een bedrag van 833 euro overgemaakt naar de verhuurder. Bij de omschrijving staat een enkele keer ‘ [adres 3] ’ vermeld. Op grond van het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op

3 mei 2011 opzettelijk 109 hennep(moeder)planten in de loods aanwezig heeft gehad.

De bewijsmiddelen

Feit 1

ZD 24: periode 11 t/m 12 december 2010 te Amsterdam diefstal VW Golf Gti met kenteken [kenteken 47] en VW Golf 5 Gti met kenteken [kenteken 16] van parkeerterrein [hotel] .

1. Een proces-verbaal met nummer PL133G 2010303610-1 van 12 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s 4276 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

12 december 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer 12]:

Ik doe aangifte van diefstal van mijn personenauto, een grijze Volkswagen Golf Gti met kenteken [kenteken 15] , gepleegd tussen 11 december 2010 te 10.00 uur en 12 december 2010 te 09.30 op de [straat 1] te Amsterdam.

Op eerstgenoemd tijdstip parkeerde ik mijn auto op de parkeerplaats van het [hotel] , gelegen aan de [adres 6] . Mijn auto is voorzien van opvallende velgen van 19 inch, zilvergrijs van kleur.

Op laatstgenoemd tijdstip zag ik dat mijn auto niet meer op de plaats stond waar ik deze had achtergelaten en ook nergens anders meer op het terrein stond. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

2. Een proces-verbaal met nummer PL133G 2010303621-1 van 12 december 2010, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s 4280 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

12 december 2010 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer 13]:

Ik doe aangifte van diefstal van mijn personenauto, een blauwe Volkswagen Golf 5 Gti met kenteken [kenteken 48] , gepleegd tussen 11 december 2010 te 11.00 uur en

12 december 2010 te 10.30 op de [straat 1] te Amsterdam.

Op eerstgenoemd tijdstip parkeerde ik mijn auto op de parkeerplaats van het [hotel] , gelegen aan de [adres 6] . Mijn auto is voorzien van beigekleurige lederen bekleding en Xenonverlichting.

Op laatgenoemd tijdstip kwam ik weer terug bij de plaats waar ik mijn auto had achtergelaten. Ik zag dat mijn auto was weggenomen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

3. Een proces-verbaal met nummer 2010303610 van 24 februari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s 4283 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 22 februari 2011 bekeek ik camerabeelden van 11 december 2010 van een diefstal van een tweetal auto’s bij het [hotel] aan de [adres 6] .

Ik heb het volgende waargenomen:

13.14.37 uur camera 11

Vanuit de linkerzijde komt een zwartkleurige Porsche Cayenne aanrijden. De Porsche rijdt door tot de achterzijde van het parkeerterrein en wordt geparkeerd.

13.15.25 uur camera 11

Er stappen twee personen uit de auto (het hof begrijpt: de Porsche Cayenne), die worden verder worden aangeduid als NN1 en NN2.

13.16.12 uur camera 11

NN1 en NN2 lopen in de richting van een zilverkleurige Volkswagen Golf. NN1 loopt naar de bestuurderszijde en NN2 naar de passagierszijde. Kennelijk zijn zij de auto aan het bekijken.

13.16.59 uur camera 3

NN1 en NN2 lopen het hotel binnen.

13.29.41 uur camera 8

NN1 en NN2 lopen weer in de richting van de uitgang aan de zijde van het parkeerterrein.

13.31.00 uur camera 11

NN1 en NN2 bevinden zich weer bij de Porsche Cayenne.

Beide stappen weer in de auto en wachten.

13.33.36 uur camera 11

NN1 en NN2 stappen weer uit en lopen in de richting van het hotel.

13.33.44 uur camera 12

Een persoon loopt langs de slagboom in de richting van het parkeerterrein. Deze persoon wordt verder aangeduid als NN3.

13.34.08 uur camera 11

NN3 loopt in de richting van NN1 en NN2. NN1 slaat een arm om NN3 heen. Kennelijk kennen de personen elkaar.

13.36.22 uur camera 11

NN3 en NN1 lopen naar eerdergenoemde zilverkleurige VW Golf.

13.36.45 uur camera 11

NN3 zit gebukt naast de bestuurszijde van de zilverkleurige VW Golf. NN1 blokkeert het zicht door tussen de Golf en de auto rechts te gaan staan. Ondertussen is NN2 kennelijk iets aan het doen bij een auto die vlak bij de Porsche Cayenne staat.

14.05.48 camera 11

Twee personen nemen plaats in de blauwe VW Golf die later wordt weggenomen.

14.06.26 - 14.06. 36 uur camera 11

Twee personen stappen uit genoemde blauwe VW Golf.

14.06.49 uur camera 11

NN3 stapt aan de bestuurderszijde in de zilverkleurige VW Golf.

14.07.13 uur camera 11

De zilverkleurige VW Golf rijdt achteruit en draait om. Tegelijkertijd komt een blauwe VW Golf aanrijden.

14.07.23 uur camera 11

Beide voertuigen rijden naar de slagboom

14.07.33 uur camera 11

De blauwe VW Golf duwt met zijn neus de slagboom open en rijdt er onderdoor. Het kenteken van deze Golf is [kenteken 48] . Dit is een Duits kenteken.

14.07.33 uur camera 11

De zilvergrijze VW Golf rijdt direct achter de blauwe Golf aan.

14.48.48 uur camera 11

NN2 loopt richting de Porsche Cayenne

14.49.48 uur camera 11

De Porsche Cayenne rijdt door de slagboom heen. De Porsche Cayenne heeft het kenteken [kenteken 49] .

De Porsche Cayenne met het kenteken [kenteken 49] stond van 26-10-2010 tot 17-11-2010 op naam van [naam 1] , geboren [geboortedag 2] -1987 te [geboorteplaats 2] , wonende [adres 1] en van 17-11-2010 tot en met 21-01-2011 op naam van [getuige] , geboren [geboortedag 3] -1985 te [geboorteplaats 3] , wonende [adres 7] .

4. Een proces-verbaal van 19 juli 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (doorgenummerde pagina’s 4310 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Ik heb de camerabeelden van 11 december 2010 van het [hotel] wederom bekeken. Hierbij heb ik het volgende waargenomen:

Te 14.07.37 is op foto 1 te zien dat op de grijskleurige VW Golf een kentekenplaat is bevestigd waarvan ik de volgende combinatie kan lezen: [combinatie 1].

Op foto 2, een fractie van een seconde later wanneer de auto iets verder naar voren is gereden, is de volgende combinatie van het kenteken te lezen: [combinatie 2].

Uit bovenstaande kan worden opgemaakt dat de auto op de camerabeelden van 11 december 2010 te 14.07.37 uur het gestolen voertuig is waarvan op 12 december 2010 door [slachtoffer 12] aangifte is gedaan.

5. Een proces-verbaal van met nummer PL 27 RR/10-064140 van 18 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] (doorgenummerde pagina’s 4321 e.v.), met als bijlagen de volgende tapgesprekken:

- (blz. 4327) een tapgesprek van 11-12-10 te 13.01.20 uur tussen de [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) en [verdachte] ), inhoudende voor zover van belang:

[verdachte] : is twee he? 1 van hier en 1 van daar

[medeverdachte 2] : oow, oké, maak ze allebei warm dan

- (blz. 4328) een tapgesprek van 11-12-10 te 13.33.57 uur tussen [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) en [verdachte] ( [verdachte] ), inhoudende voor zover van belang:

[medeverdachte 2] : kom naar buiten dan, ben je buiten?

[verdachte] : nee, ik ben binnen

[verdachte] : moet ik d’r weer afrijden

[medeverdachte 2] : Oh, je bent daar binnen, ik dacht je bent thuis

[medeverdachte 2] : ik kom eraan

- (blz. 4332) een tapgesprek van 11-12-10 te 17.41.12 uur tussen [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ), inhoudende voor zover van belang:

[medeverdachte 2] : ik heb toch 19 inch hiero op die grijze

[medeverdachte 3] : [naam 6] zoekt trouwens winterbanden he

[medeverdachte 2] : die zitten hier toch niet op

[medeverdachte 3] : jawel man, zaten wel winterbanden op

[medeverdachte 2] : ja maar die van een Gti is veel groter pik

6. Een proces-verbaal met nummer PL 27 RR/10-064140 van 4 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (doorgenummerde pagina’s 4366 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

4 mei 2011 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte 1]:

Ik ben een keer met [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte] ) bij het [hotel] geweest. Het kan dat daar toen een blauwe VW Golf met een Duits kenteken en een grijze Golf met een Nederlands kenteken stonden. Ik heb toen een donkerkleurige BMW aangeduwd. [medeverdachte 2] (het hof begrijpt [medeverdachte 2] )) heeft een kaartje betaald en ik ben snel achter hem aangereden zonder te betalen. Het klopt dat [verdachte] een tijdje in een zwarte Porsche Cayenne heeft gereden. Misschien heb ik die Porsche wel naar huis gereden.

7. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van

5 juni 2012.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

U houdt mij voor dat op camerabeelden is te zien dat op 11 december 2010 om 13.14 uur een Porsche Cayenne aan komt rijden en dat ik en [medeverdachte 1] uitstappen. Ik ben daar geweest. Ik herken mijzelf als de meest linker persoon op de eerste foto van pagina 4292 en de tweede foto op pagina 4318.

ZD 26: 1 januari t/m 10 januari 2011 te Zaventem (België) diefstal VW Golf R32 met kenteken [kenteken 18] van luchthaven Zaventem.

8. Een proces-verbaal van relaas zaaksdossier 26 van 7 oktober 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (doorgenummerde pagina’s 4404 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als relaas van verbalisant:

Op 6 januari 2011 is een Volkswagen Golf, type R32, voorzien van Luxemburgs kenteken [kenteken 18] , weggenomen vanuit een parkeergarage van de luchthaven Zaventem te België. Middels een internationaal rechtshulpverzoek is dit dossier aan het onderzoek Pegasus toegevoegd.

9. Een geschrift, zijnde een brief van het Parket van de procureur des konings te Brussel, met als bijlage een proces-verbaal van de Belgische autoriteiten met nummer BR.17.RB.120145/2011 (doorgenummerde pagina’s 4409 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

(pag. 4416)

Feiten: diefstal van een auto tussen 1-01-2011 om 05u40 en 10-01-2011 om 10u50 te Zaventem.

Benadeelde: [slachtoffer 15] , [slachtoffer 15] .

(pag. 4419)

Tijdens het visioneren van de veiligheidsbeelden gemaakt door de camera’s in beheer van Interparking bemerken opstellers het volgende:

Op 6 januari 2011 omstreeks 13.49 uur komt er via ingang 03 van frontparking 3 (het hof begrijpt: van de luchthaven Zaventem) een Volkswagen Corrado met Nederlandse inschrijving (het hof begrijpt: kenteken) [kenteken 44] de parking binnengereden.

Het voertuig begeeft zich onmiddellijk naar niveau 1 en plaatst zich om 13.50 uur langs een Volkswagen Golf met Luxemburgse inschrijving [kenteken 18] .

Er stappen vier personen uit de VW Corrado. Twee verdachten begeven zich naar de achterzijde van de parking terwijl de twee anderen bij de voertuigen blijven.

Omstreeks 14.07 uur vertrekt de VW Golf R32 uit zijn standplaats en rijdt naar de achterzijde van de parking. Vlak hierachter verlaat de VW Corrado eveneens zijn standplaats en volgt de VW Golf.

De VW Golf stopt en wordt aan de kant geplaatst. Hierop passeert de VW Corrado en stopt ter hoogte van de rotonde. Een van de passagiers van de VW Corrado stapt uit en stapt in de VW Golf.

Omstreeks 14.09 uur verlaat de VW Golf R32 de parking en begeeft zich richting snelweg.

Omstreeks 14.13 uur stopt de VW Corrado ter hoogte van de betaalautomaat aan de uitgang van de parking en stapt een van de inzittenden uit om zijn ticket te betalen via een Visakaart.

(pag. 4420)

Op 17-01-2011 wordt van CCPD Heerlen ter identificatie van het voertuig het volgende antwoord ontvangen:

[kenteken 44] Volkswagen Corrado zwart

[naam 1] , [naam 1] [geboortedag 2] -1987

[adres 2]

De bij de betaalautomaat gebruikte visakaart (met nummer [nummer 2] ) staat op naam van mevrouw [naam 1] .

(pag. 4436)

Het nadeel bestaat uit een donkerblauwe Volkswagen Golf R32 met Luxemburgse nummerplaat.

(pag. 4437)

Une Volkswagen Golf avec numero de plaque Luxembourgoise “ [kenteken 18] ”.

10. Een proces-verbaal met nummer PL 27 RR/10-064140 van 6 juni 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] (doorgenummerde pagina’s 4449 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:

In het dossier van de Federale gerechtelijke politie te België is een proces-verbaal met fotobijlage aanwezig.

Op foto 8 herken ik [medeverdachte 2] geboren op [geboortedag 4] 1979 te [geboorteplaats 4] .

Op foto 15 herken ik [medeverdachte 1] geboren [geboortedag 5] 1190 te [geboorteplaats 5] .

Op foto 24 herken ik [verdachte] , geboren [geboortedag 1] 1977 te [geboorteplaats 1] .

11. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van

18 november 2013.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik ben op 6 januari 2011 met [medeverdachte 2] op de luchthaven Zaventem geweest. Wij zijn daar naartoe gereden in de Volkswagen Corrado met kenteken [kenteken 44] .

ZD 34: 14 april 2011 te Amsterdam diefstal VW Transporter Tdi met kenteken [kenteken 45] .

12. Een proces-verbaal met nummer PL11ZC 2011025374-1 van 14 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 8] (doorgenummerde pagina’s 5157 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

14 april 2011 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 4]:

Ik doe aangifte van diefstal van mijn bestelbus, een Volkswagen Transporter Tdi met kenteken [kenteken 22] , gepleegd op 14 april 2011 op de [straat 2] te Amsterdam.

Ik had mijn bus omstreeks 14.30 uur geparkeerd voor de flat waarin ik aan het werk was.

Toen ik rond 15.00 uur keek was de bus weg.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

13. Een proces-verbaal van observatie met nummer 194-2010-051-027 van 15 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar

[verbalisant 9] (doorgenummerde pagina’s 5146 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van observanten, dan wel een van hen:

Op 14 april 2011 hebben wij de volgende waarnemingen gedaan:

14.50 uur: wij zagen de VW Golf parkeren bij het [tankstation] te Amsterdam. Wij zagen [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] uit de Golf stappen en weglopen.

14.53 uur: ik zag [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] lopen op de [straat 2] te Amsterdam. Ik zag [medeverdachte 2] handelingen verrichten aan de achterzijde van een Volkswagen Transporter voorzien van het kenteken [kenteken 22] , hierna te noemen: de Transporter.

14.55 uur: ik zag [medeverdachte 2] als bestuurder in de Transporter zitten. Ik zag [medeverdachte 2] uit de Transporter stappen.

14.56 uur: ik zag [medeverdachte 3] als bestuurder in de Transporter stappen en wegrijden.

Ik zag [medeverdachte 2] en [verdachte] weglopen.

14.58 uur: wij zagen de VW Golf rijden op de [straat 3] te Amsterdam met [medeverdachte 2] als bestuurder en [verdachte] als bijrijder.

15.09 uur: ik zag de Transporter en de Golf parkeren in de directe omgeving van de woonboot (het hof begrijpt: de woonboot van de verdachte).

ZD 35: 15 april 2011 te Amsterdam diefstal VW Transporter met kenteken [kenteken 50] en VW Golf R32 met kenteken [kenteken 24] vanuit de parkeergarage P3 bij de RAI.

14. Een proces-verbaal met nummer PL133G 2011094963-1 van 15 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 10] (doorgenummerde pagina’s 5280 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

15 april 2011 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer 18]:

Ik doe aangifte van diefstal van mijn personenauto, een Volkswagen Transporter Tdi met kenteken [kenteken 23] , gepleegd op 15 april 2011 te Amsterdam.

Op 15 april 2011 omstreeks 11.23 uur parkeerde ik mijn auto in de parkeergarage P3 van de RAI te Amsterdam. Op diezelfde dag omstreeks 15.30 uur zag ik dat mijn auto weg was. Ik ben eigenaar van genoemde auto. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

15. Een proces-verbaal met nummer PL133G 2011094969-1 van 15 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 11] (doorgenummerde pagina’s 5284 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

15 april 2011 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 1]:

Ik doe aangifte van diefstal van mijn personenauto, een Volkswagen Golf R32 met kenteken [kenteken 24] , gepleegd op 15 april 2011 te Amsterdam.

Op15 april 2011 omstreeks 11.45 uur parkeerde ik mijn auto in de parkeergarage P3 van de RAI te Amsterdam. Op diezelfde dag omstreeks 16.00 uur zag ik dat mijn auto was weggenomen. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

16. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van

18 november 2013.

Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik beken dat ik betrokken ben geweest bij de diefstal van een Volkswagen Transporter Tdi met kenteken [kenteken 23] en een Volkswagen Golf R32 met kenteken [kenteken 24] , gepleegd op 15 april 2011 vanuit de parkeergarage P3 van de RAI te Amsterdam.

17 Een proces-verbaal van observatie van 30 juni 2011, in de wettelijke vorm

opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 12] (doorgenummerde pagina’s 5198 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 15 april 2011 zijn observatiewerkzaamheden verricht, waarbij de volgende waarnemingen zijn gedaan:

13.16

uur

De [kenteken 43] wordt geparkeerd op het Europaplein te Amsterdam. [medeverdachte 2] , [verdachte] en [medeverdachte 3] lopen in de richting van de RAI en gaan bij ingang C naar binnen.

14.09

uur

Een grijze Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken 23] stopt voor de ingang van de parkeergarage. [verdachte] en [medeverdachte 2] spreken de bestuurder aan. De Transporter rijdt de parkeergarage in. [medeverdachte 2] en [verdachte] lopen via de bedrijfsweg in de richting van de leveranciersingang.

14.20

uur

De [kenteken 23] rijdt op de bedrijfsweg gelegen tussen de RAI en de A10, waar onder meer de ingang van de leveranciers is. Achter de [kenteken 23] rijdt een Volkswagen Golf waarvan het kenteken later [kenteken 24] blijkt te zijn. De [kenteken 24] is door een sleepkabel aan de [kenteken 23] verbonden. Van beide auto’s is de alarmverlichting ontstoken. De bestuurder van de [kenteken 24] vertoont zeer sterke gelijkenis met [medeverdachte 3] .

14.28

uur

Op de snelweg A1, afslag Diemen, gaat de [kenteken 43] achter de combinatie rijden. In de [kenteken 43] zitten [medeverdachte 2] als bestuurder en [verdachte] als passagier.

14.45

uur

De combinatie en de [kenteken 43] rijden het industrieterrein [plek 2] te ’s-Gravenland op.

15.10

uur

De [kenteken 43] en de [kenteken 23] rijden het industrieterrein af.

15.14

uur

Beide voertuigen rijden de [straat 5] te Bussum op in de richting van het woonwagenkamp.

15.52

uur

De [kenteken 43] komt uit de richting van de [straat 5] te Bussum rijden. [medeverdachte 2] bestuurt de auto en [verdachte] zit naast hem. Achterin de auto zit iemand, maar door de donkere ramen is er geen herkenning mogelijk.

16.00

uur

De [kenteken 43] rijdt het bedrijventerrein gelegen achter perceel [adres 8] op en wordt geparkeerd voor een loods. Drie personen uit de [kenteken 43] lopen naar de [kenteken 24] .

Een van de mannen gaat als bestuurder in de [kenteken 24] zitten en de andere mannen duwen de auto naar de loods waar de [kenteken 43] geparkeerd staat.

ZD 36: 19 april 2011 te Amsterdam diefstal VW Golf Tdi met kenteken [kenteken 25] vanuit de parkeergarage P3 van de RAI.

18. Een proces-verbaal met nummer PL133G 2011098590-1 van 19 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 13] (doorgenummerde pagina’s 5336 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

19 april 2011 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 3]:

Ik doe aangifte van diefstal van mijn personenauto, een Volkswagen Golf Tdi met kenteken [kenteken 25] , gepleegd op 19 april 2011 te Amsterdam, tussen 12.25 uur en 17.15 uur.

Op genoemde datum parkeerde ik mijn auto in de parkeergarage P3 van de RAI te Amsterdam. Toen ik terugkwam zag ik dat mijn auto was weggenomen. Mijn auto was rondom voorzien van zwarte velgen met een chroomkleurige rand.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

19. Een proces-verbaal met nummer PL 27 RR/10-064140 van 16 juni 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] (doorgenummerde pagina’s 5340 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:

Op woensdag 15 juni (het hof begrijpt: 2011) sprak ik de aangever telefonisch om hem te vragen wat voor velgen gemonteerd waren onder zijn VW Golf met kenteken [kenteken 25] . [naam 7] , de zoon van de aangever, verklaarde desgevraagd: het zijn Evolutions. Het zijn 18-inch velgen.

20. Een proces-verbaal met nummer PL 27 RR/10-064140 van 12 juli 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 14] (doorgenummerde pagina’s 5342 e.v.), met als bijlagen de volgende tapgesprekken:

- (pag. 5350) een tapgesprek van 19 april 2011 te 13.22 uur tussen [verdachte] ( [verdachte] ) en [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ), inhoudende voor zover van belang:

[verdachte] : waar ben je nou weer?

[medeverdachte 3] : ik sta te wachten toch

[verdachte] : ik zeg loop het volgende pad in

De telefoon van [verdachte] straalt op dat moment de [straat 6] (nabij de RAI) aan

- (pag. 5352) een tapgesprek van 19 april 2011 te 13.47 uur tussen [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) en [verdachte] ( [verdachte] )

[medeverdachte 3] : wo bist du?

[verdachte] : ik zit bij de AutoRAI

[medeverdachte 3] : ik sta bij jou om de hoek daarzo

- (pag. 5355) een tapgesprek van 19 april 2011 te 14.59 uur tussen [verdachte] ( [verdachte] ) en [naam 2] ( [naam 2] )

[verdachte] : ik heb die spullen opgehaald voor je voor die 4

[naam 2] : ja

[verdachte] : maar het is gewoon een Tdi

[verdachte] : 1.9 Tdi met 18 inch

[verdachte] : je mag het voor zes en een half

[naam 2] : ja, dat is goed

[verdachte] : wel 18 inch Evolution

[naam 2] : wat voor kleur is die eigenlijk?

[verdachte] : zwart

[naam 2] : oké, doen we het zo

[naam 2] : ja ja ja ken ff smsen het adres

[verdachte] : nee, dat is de [straat 4] in Amsterdam-Noord

21 Een proces-verbaal van observatie van 21 april 2011, in de wettelijke vorm

opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15] (map 13 doorgenummerde pagina’s 5326 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op 19 april 2011 zijn observatiewerkzaamheden verricht, waarbij de volgende waarnemingen zijn gedaan:

17.25

uur

De personenauto met kenteken [kenteken 51] wordt geparkeerd op het woonwagenkamp gelegen aan de [straat 4] te Amsterdam. [verdachte] en een vrouw stappen uit en lopen het woonwagenkamp op.

17.28

uur

Een Volkswagen Golf R32 met kenteken [kenteken 25] wordt geparkeerd op het woonwagenkamp aan de [straat 4] te Amsterdam. [medeverdachte 3] (het hof begrijpt: [medeverdachte 3] ) stapt uit en loopt het woonwagenkamp op.

17.28

uur

[medeverdachte 3] rijdt in een Volkswagen Golf R32 met kenteken [kenteken 43] het woonwagenkamp af.

ZD 54: 9 t/m 10 april 2011 te Barneveld diefstal BMW 320d met kenteken [kenteken 35] .

22. Een proces-verbaal met nummer PL0740 2011042554-1 van 16 april 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 16] (map 15 doorgenummerde pagina’s 6121 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

11 april 2011 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [benadeelde 2]:

Ik doe aangifte van diefstal van mijn personenauto, een zwarte BMW 320d met kenteken [kenteken 35] , bouwjaar 2002, gepleegd te Barneveld tussen 9 april 2011 te 19.30 uur en 10 april 2011 te 09.15 uur.

Ik had mijn auto geparkeerd op de oprit voor mijn woning. Op 10 april 2011 te 09.15 uur werd ik gebeld door mijn buren met de mededeling dat mijn auto niet meer op de oprit stond. Kort daarna zag ik dat mijn Volkswagen Multivan van de parkeerplaats bij [plek 1] was weggenomen. Dit voertuig stond op 9 april 2011 te 16.00 uur nog op het parkeerterrein. Ik zag toen dat mijn voertuig van het slot was.

De reservesleutel van de BMW lag in het dashboardkastje van de Volkswagen.

23. Een proces-verbaal met nummer PL0740 2011042554-1 van 8 juli 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 17] (map 15 doorgenummerde pagina 6134 ).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:

Op 8 juli 2011 heb ik telefonisch gesproken met [benadeelde 2] , die op 11 april 2011 aangifte heeft gedaan van diefstal van zijn BMW 320d met kenteken [kenteken 35] .

In dit telefoongesprek verklaarde [benadeelde 2] dat voornoemde BMW voorzien was van:

- 18 inch Alpina wielen/velgen

- Vijf schakel versnellingen

- Kilometerstand ongeveer 270.000

- Geen xenon verlichting

24. Een proces-verbaal met nummer PL 27 RR/10-064140 van 6 juli 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 17] (map 15 doorgenummerde pagina’s 5978 e.v.), met als bijlagen de volgende tapgesprekken:

- (pag. 6036) een tapgesprek van 9 april 2011 te 17.10 uur tussen [medeverdachte 2] en NN-man (het hof begrijpt: [naam 3] ), inhoudende voor zover van belang:

[medeverdachte 2] moet het wel weten, want hij moet die mullie bij zijn huis ophalen.

- (pag. 6044) een tapgesprek van 9 april 2011 te 21.36 uur tussen [naam 1] en [verdachte] , inhoudende voor zover van belang:

[verdachte] is onderweg en is nu vlak bij [medeverdachte 2] .

[verdachte] zegt dat ze naar die vriend van [medeverdachte 2] moeten, naar Barneveld voor onderdelen van die auto.

- (pag. 6045) een tapgesprek van 9 april 2011 te 21.37 uur tussen [naam 1] en [verdachte] , inhoudende voor zover van belang:

[verdachte] zegt dat ze met zijn vieren in de auto zijn.

- (pag. 6047)

Op 9 april 2011 te 22.54 uur straalt de telefoon van [medeverdachte 3] aan in Barneveld.

- (pag. 6048)

Op 9 april 2011 te 23.12 uur straalt de telefoon van [medeverdachte 2] aan in Naarden.

- (pag. 6050)

Op 9 april 2011 te 23.19 uur straalt de telefoon van [verdachte] aan in Laren.

- (pag. 6051)

Op 9 april 2011 te 23.22 uur straalt de telefoon van [verdachte] aan in Naarden.

- (pag. 6052)

Op 9 april 2011 te 23.26 uur straalt de telefoon van [verdachte] aan in Muiden.

- (pag. 6058) een tapgesprek van 10 april 2011 te 15.38 uur tussen [naam 2] ( [naam 2] ) en [verdachte] ( [verdachte] ), inhoudende voor zover van belang:

[verdachte] : he, heb jij nog iemand voor een euh 320d

[naam 2] : sorry

[verdachte] : een 320d van 2002, station

(…)

[verdachte] : uit 2002 met Alpina’s eronder

[naam 2] : met Alpina stoelen

[verdachte] : met Alpina’s eronder, Alpina wielen

[naam 2] : Alpina, oh Alpina velgen

(….)

[naam 2] : Oh ja joh, wat kost dat ding nou

[verdachte] : 15 meier

[naam 2] : ja hoor je het van mij ja

[verdachte] : is goed

Feit 4

ZD 74: 3 mei 2011 te Amsterdam opzetheling Dermascan

25. Een proces-verbaal inhoudende een afschrift van aangifte met nummer 2011009776 van 12 januari 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 18] (map 17 doorgenummerde pagina’s 6928 e.v. en 6935 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als

verklaring van [naam 8]:

Ik ben namens de benadeelde gerechtigd tot het doen van aangifte.

Op 11 januari 2011 parkeerde ik mijn auto in mijn garage op de [adres 9] . Op 12 januari 2011 om 09.00 uur zag ik dat de Dermascan verdwenen was. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

Merk Dermascan C Ver.3.

Inscriptie: [nummer 3]

Dit apparaat zit in een Peli-koffer met TFT flat panel monitor, wireless keyboard, footswitch en kabels voor de aansluiting.

Waarde of schadebedrag in euro’s: 11.000,00.

26. Een proces-verbaal van 19 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 19] (map 17 doorgenummerde pagina’s 6924 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van verbalisant:

Op 18 mei heb ik een nader onderzoek verricht naar de herkomst van de Dermascan Cortex. Deze is in beslag genomen op 3 mei 2011 aan de [adres 2] (het hof begrijpt [adres 1] ) te Amsterdam. De Dermascan is voorzien van serienummer [nummer 4] .

Feit 5

Ten aanzien van feit 5, zaaksdossier 63, komt het hof komt tot een bewezenverklaring op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij het hof, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

ZD 63: 3 mei 2011 te Amsterdam opzettelijk aanwezig hebben hennepplanten en –stekjes in de schuur aan de [straat 1] .

27. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 18 november 2013.

28. Een proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming van 3 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (map 24 doorgenummerde pagina’s 9732 e.v.).

29. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL 27 RR/11-032758 van 6 juni 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 20] en [verbalisant 21] (map 16 doorgenummerde pagina’s 6767 e.v.).

ZD 77: 3 mei 2011 te Amsterdam opzettelijk aanwezig hebben 1068,5 gram marihuana in de schuur aan de [straat 1] .

30. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL 27 RR/11-032758 van 1 juni 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren

[verbalisant 22] en [verbalisant 20] (map 17 doorgenummerde pagina’s 6962 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisanten:

Op 3 mei 2011 werd een doorzoeking uitgevoerd op het adres [adres 2] (het hof begrijpt: [adres 1] ) te Amsterdam. Tijdens deze doorzoeking werd een hoeveelheid vermoedelijk marihuana aangetroffen. Deze marihuana werd in beslag genomen.

Onderzoek marihuana

Wij hebben het netto gewicht van de aangetroffen marihuana vastgesteld op 1068,5 gram. Wij hebben een stukje van de aangetroffen marihuana getest met een daartoe bestemde M.M.C. Cannabistest. Deze test verkleurde positief zodat mag worden aangenomen dat de aangetroffen stof cannabis bevat.

ZD 73: 3 mei 2011 te Mijdrecht opzettelijk aanwezig hebben hennep in een loods aan de [adres 3] .

31. Een proces-verbaal van relaas met nummer BHV 2010304082 van 13 oktober 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] (map 17 doorgenummerde pagina’s 6910 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisant:

Op 3 mei 2010 vond een doorzoeking plaats in de loods gelegen aan de [adres 3] . Tijdens de doorzoeking werden op de eerste etage, welke behoort bij de loods, twee kweekkasten met daarin 11 hennep-moederplanten en 89 hennepplanten, aangetroffen en in beslag genomen.

Van de aangetroffen hennepplanten werd een hoeveelheid getest middels een van rijkswege verstrekte en daartoe bestemde M.M.C. Cannabistest. Hierbij trad een positieve kleurverandering op zodat aangenomen mag worden dat de geteste stof cannabis bevat.

32. Een proces-verbaal sporenonderzoek met nummer PL27RR/11-031847 van 3 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 23] (map 17 doorgenummerde pagina’s 6914 en 6915).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisant.

Op 3 mei 2011 ontving ik van collega Rood een waardezak met daarin groen bladmateriaal van een plant.

Ik herkende de bladeren als zijnde die van een hennepplant. De geur herkende ik als de lucht van hennepplanten.

Vervolgens heb ik een deel van het bladmateriaal getest met een MMC cannabis test. Er trad een positieve rode kleurreactie op, zodat aangenomen mag worden, dat het geteste materiaal vermoedelijk cannabis of wel hennep betrof.

33. Een proces-verbaal met nummer PL27RR/11-031847 van 3 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 17] (map 3 doorgenummerde pagina 931 e.v.).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op

3 mei 2011 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [naam 9] :

Ik verhuur mijn loods aan de [adres 3] sinds december 2009 aan [verdachte] . Per maand betaalde hij 833 euro huur. Ik heb de loods leeg aan [verdachte] verhuurd. Ik heb [verdachte] bij de loods gezien.

Nadere bewijsoverweging

De hiervoor vermelde bewijsmiddelen, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° Sv betreft, zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 (zaaksdossiers 24, 26, 34, 35, 36 en 54)

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 december 2010 tot en met 03 mei 2011 te Amsterdam en Barneveld en Zaventem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen voertuigen, te weten:

- ( ZD 24) een Volkswagen Golf GTI (kenteken: [kenteken 15] ) toebehorende aan [slachtoffer 12] en een Volkswagen Golf GTI (kenteken: [kenteken 16] ) toebehorende aan [slachtoffer 13] en

- ( ZD 26) een Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 18] ) toebehorende aan [slachtoffer 15] en

- ( ZD 34) een Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 22] ) toebehorende aan [benadeelde 4] en

- ( ZD 35) een Volkswagen Transporter (kenteken: [kenteken 23] ) toebehorende aan [slachtoffer 18] en

een Golf R32 (kenteken: [kenteken 24] ) toebehorende aan [benadeelde 1] en

- ( ZD 36) een Volkswagen Golf (kenteken: [kenteken 25] ) toebehorende aan [benadeelde 3] en

- ( ZD 54) een BMW 320d (kenteken: [kenteken 35] ) toebehorende aan [benadeelde 2] .

Feit 4 (zaaksdossier 74)

hij op 03 mei 2011 te Amsterdam en/of Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, een Dermascan voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die Dermascan wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Feit 5 (zaaksdossier 63, 73 en 77)

hij op 03 mei 2011 te Amsterdam en/of Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, en Mijdrecht, opzettelijk aanwezig heeft gehad

A. in een schuur behorende bij een pand aan [adres 2] 1.068,5 gram hennep en

75 hennepplanten en 443 stekjes van hennepplanten en

B. in de loods gelegen aan de [adres 3] 11 hennep-moederplanten en 89 hennep-planten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Hetgeen onder 1, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 4 en 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 4 en 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen en maatregelen

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank beslist dat een aantal in beslag genomen voorwerpen dient te worden verbeurd verklaard en dat een aantal in beslag genomen voorwerpen dient te worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de toegewezen vorderingen van de benadeelde partijen heeft de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen en maatregelen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregelen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal autodiefstallen. Door het stelen van auto’s heeft de verdachte niet alleen aanzienlijke economische schade veroorzaakt voor de rechtmatige eigenaren van die auto’s, maar heeft hij hen tevens hinder en overlast bezorgd, onder meer doordat zij van de ene op de andere dag zonder vervoer zaten. Opvallend is verder de brutale wijze waarop deze autodiefstallen - soms op klaarlichte dag - werden gepleegd.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling en het aanwezig hebben van hennepplanten en marihuana. Opzetheling draagt bij aan het voortbestaan van een door diefstal ontstane onrechtmatige vermogensrechtelijke toestand. Softdrugs bevatten stoffen die bij langdurig of overmatig gebruik een gevaar vormen voor de volksgezondheid.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 7 november 2013 is de verdachte eerder ter zake van strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld.

Het hof heeft tevens gelet op de inhoud van de zich in het dossier bevindende over de verdachte uitgebrachte rapporten van de Reclassering Nederland.

Gelet op de omstandigheid dat de verdachte voor een groot aantal ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken komt het hof tot oplegging van een lagere straf dan door de rechtbank opgelegd en door de advocaat-generaal gevorderd. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Verbeurdverklaring

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (beslaglijst nrs. 9, 10, 11, 23, 2, 58 en 100) behoren aan de verdachte toe. Zij zullen worden verbeurd verklaard aangezien zij geheel of grotendeels door middel van het ten laste gelegde en bewezen verklaarde zijn verkregen.

Onttrekking aan het verkeer

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (beslaglijst nrs. 10, 12, 13, 43, 48, 1, 5, 18, 22, 52 en 57) zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane feit aangetroffen. Zij behoren aan de verdachte toe en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en/of de wet.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (ZD 35)

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 10.145,10. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 884,35. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 115,25. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Het hof zal bepalen dat indien een medeverdachte het bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal worden bevrijd.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (ZD 54)

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.307,70, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf het moment van het ontstaan van de schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 530,59, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Het hof zal bepalen dat indien een medeverdachte het bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal worden bevrijd.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van van de diefstal van de Multivan waardoor de overige gestelde schade zou zijn veroorzaakt. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] (ZD 36)

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.996,37. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Het hof zal bepalen dat indien een medeverdachte het bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal worden bevrijd.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] (ZD 34)

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 4.020,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd en dat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 5] (ZD 21) en [benadeelde 6] (feit 2 ZD 59)

De benadeelde partijen hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep gedeeltelijk toegewezen.

De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partijen kunnen daarom in hun vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 7] (ZD 22), [benadeelde 8] BV (ZD 25), [benadeelde 9] (ZD 27), [benadeelde 10] BV (ZD 27), [benadeelde 11] (ZD 37), [benadeelde 12] (ZD 57), en [benadeelde 13] (ZD 78)

De benadeelde partijen hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep (gedeeltelijk) toegewezen.

De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van hun oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partijen kunnen daarom in hun vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 14] (ZD 55), [benadeelde 15] (ZD 22), [benadeelde 16] B.V. (ZD 50), [benadeelde 17] (ZD 58)

De benadeelde partijen hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van hun oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partijen kunnen daarom in hun vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 18] (ZD 3), [benadeelde 19] (ZD 8), [benadeelde 20] (ZD 12), [benadeelde 21] (ZD 14), [benadeelde 22] (ZD 17), [benadeelde 23] (ZD 18), [benadeelde 8] B.V. (ZD 17 en 45) en [benadeelde 24] B.V. (ZD 45)

De benadeelde partijen hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van hun oorspronkelijke vordering.

Onvoldoende is gebleken dat de gestelde schade door het bewezen verklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partijen kunnen daarom in hun vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 36f, , 57, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissingen ter zake van het onder 1 ten laste gelegde, voor wat betreft de zaakdossiers 5, 6, 7, 9, 20, 50, 51, 52, 53, 54 (alleen ter zake van de diefstal van de Volkswagen Transporter [kenteken 33] ), 55 en 58 en het onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde, voor wat betreft de zaaksdossiers 5, 6, 7, 9, 20, 21, 22, 25, 27, 32, 37, 39, 48, 50, 51, 52, 53, 54 (voor wat betreft de VW Transporter met kenteken [kenteken 33] en de VW Transporter met kenteken [kenteken 34] ), 55, 57, 58 en 78 en het onder 2, 3, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde, voor wat betreft de zaaksdossiers 24, 26, 34, 35, 36 en 54 (enkel de diefstal van de BMW [kenteken 35] ), en het onder 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

9. 1.00 stk Trailer Capri boot kl:wit, op trailer zat boot Stingray

10. 1.00 stk Kentekenplaat Kl:wit, geplakt op boot

11. 1.00 stk Diverse Kl:blauw kapje autoslot

23. 2.00 stk Slot

2. 1.00 stk Trailer Capri boot Kl:wit

58. 5.00 stk Lampekap kl:zilver, aangetroffen in schuur waar plantage zich bevond

100. 1.00 stk Kentekenplaten, deel van een kenteken, er staat een 5 en een 4 op .

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

10. 4.00 stk Sleutel Kl:zwart autosleutel silca

12. 3.00 stk Sleutels div autosleutels, 1 x audisleutel, 1 x onbekend, 1 x silcasleutel

13. 21.00 stk Sleutel Kl:zwart Silca

43. 1.00 stk Zak met onbewerkte sleutels Kl:zilver

48. 1.00 stk Diverse Kl:zilver slotentrekker

1. stk flashcard (aan sleutelbos)

5. 1.00 stk Sleutel Autosleutel Italy [kenteken 52]

13. 1.00 stk Diverse Kl:grijs slotentrekker

18. 1.00 stk Gereedschap Kl:blauw [nummer 5] vagscanner obd 2

22. 1.00 stk Gereedschap om sloten mee open te maken

52. 1.00 stk Munitie Kl;zwart Winchester

57. 1.00 stk Gaspistool Kl:zwart Colt pak [nummer 6] .

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen,

te weten:

36. 1.00 stk USB-stick Kl:blauw EMTEC

80. 1.00 stk Personenauto [kenteken 53] Volkswagen Golf Cabrio ‘85 Kl:blauw

1. stk sleutelbos met hieraan 7 sleutels

32. 1.00 stk Kentekenbewijs deel I [kenteken 54] ducati

33. 1.00 stk Sleutel Volkswagen Auto behoort bij vw golf met kenteken [kenteken 53]

34. 1.00 stk Sleutelbos, aangetroffen in vw golf 3 cabrio (3 dingen aan bos)

91. 1.00 stk Bon Factuur boot, voor aankoop smb bayliner 1850 tnv [naam 1]

98. 1.00 stk Motorfiets [kenteken 54] , Ducati H3, 748 R Kl: rood

37. Geld div coupures, totaal 665 euro

35. Geld Nederlands 16 van 50

88. Geld Nederlands 1 x 500

89. Geld Nederlands 3 x 50

90. Geld Nederlands 1 x 5

Gelast de teruggave aan rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

5a. 1.00 stk Navigatieapparaat TOMTOM [nummer 7] ( [benadeelde 9] )

8. 1.00 stk Navigatieapparaat Kl:zwart ROUTE 66 [nummer 8] ( [slachtoffer 3] )

7. 1.00 stk Navigatieapparaat TOMTOM ONE [nummer 9] incl. zwart tasje ( [benadeelde 7] )

99. 1.00 stk Band, band voor achter boot ( [slachtoffer 28] )

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

4a. 1.00 stk Navigatieapparaat TOMTOM [nummer 10]

6. 1.00 stk Navigatieapparaat Kl:zilver TOMTOM [nummer 11]

21. 1.00 stk Sleutel Kl:zwart Ford Transit, voorzien van hanger met kenteken [kenteken 55]

51. 1.00 stk Navigatieapparaat Kl:zwart Pioneer [nummer 12]

66. 1.00 stk Toerenteller Kl:zwart Volkswagen [nummer 13]

3. 3.00 stk Pas, chipknip acceptantenpas

4. 2.00 stk Diverse Kl:zwart Deurbekleding Volkswagen linker- en rechterachterzijde

5. 1.00 stk Dashboard Kl:zwart met inhoud

6. 1.00 stk Diverse Kl:zwart Deurbekleding linkervoorportier

7. 1.00 stk Airbag Volkswagen [nummer 14]

1b. 1.00 stk Motoronderdeel Kl:zwart Autocomputer VW [nummer 15]

2b. 1.00 stk Motoronderdeel Kl:zwart Autocomputer VW

3b. 1.00 stk motoronderdeel Kl:zwart getrieve steuergerat

4b. 1.00 stk Motoronderdeel Kl:grijs [nummer 16]

12. 1.00 stk Autoklok Kl:zwart Volkswagen

15. 1.00 stk Navigatieapparaat Pioneer [nummer 17]

16. 1.00 stk Afstandsbediening

24. 1.00 stk Computer KL:zwart Autocomputer Bosch

92. 1.00 stk Registratiebewijs [nummer 18] reg. Bewijs oor boot [kenteken 56] tnv [naam 10]

93. 1.00 stk Documentenmap, map met onderhoudspapieren boot [kenteken 56]

94 1.00 stk Registratiebewijs [nummer 19] , aangetroffen in boot, kenteken [kenteken 57] tnv [naam 11]

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 530,59 (vijfhonderddertig euro en negenenvijftig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 10 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , een bedrag te betalen van € 530,59 (vijfhonderddertig euro en negenenvijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 115, 35 (honderdvijftien euro en vijfendertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd

[benadeelde 1] , een bedrag te betalen van € 115,35 (honderdvijftien euro en vijfendertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 3.996,37 (drieduizend negenhonderdzesennegentig euro en zevenendertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 3] , een bedrag te betalen van € 3.996,37 (drieduizend negenhonderdzesennegentig euro en zevenendertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 49 (negenenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Overige vorderingen van de benadeelde partijen

Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 4] , [benadeelde 9] , [benadeelde 22] , [benadeelde 6] ,

[benadeelde 17] , [benadeelde 18] , [benadeelde 21] , [benadeelde 5] en [benadeelde 13] ,

[benadeelde 14] , [benadeelde 15] , [benadeelde 7] , [benadeelde 23] , [benadeelde 20] , [benadeelde 11]

, [benadeelde 12] , [benadeelde 19] , [benadeelde 8] B.V., [benadeelde 24] B.V., [benadeelde 10] NV en [benadeelde 16] B.V. in hun vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt (voor zover aan de orde) dat zij hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. M.J.A. Plaisier, in tegenwoordigheid van

mr. P.M. Huizenga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

19 december 2013.

=========================================================================

[…]