Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:5247

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-06-2013
Datum publicatie
09-10-2014
Zaaknummer
200.125.362
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het niet betwiste verzoek van appellante is toewijsbaar. De openbare orde verzet zich niet tegen een herhaalde verlenging van de verkooptermijn ex artikel 474g Rv.

Vernietigt de bestreden beschikking. Verlengt de verkooptermijn met één jaar, derhalve tot 11 november 2013 en bepaalt dat deze termijn, indien nodig, op verzoek van appellante wederom door rechtbank

kan worden verlengd, waarbij geldt dat dit verzoek de rechtbank uiterlijk op 11 november 2013 dient te bereiken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.125.362/01

zaaknummer/rekestnummer rechtbank Amsterdam : 462191 / HA RK 10-567

beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 juni 2013

in de zaak van:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

MACQUARIE BANK LIMITED,

gevestigd te Sydney (Australië),

APPELLANTE,

advocaat: mr. R. van de Klashorst te Den Haag,

t e g e n

1. de naamloze vennootschap naar het recht van de Nederlandse Antillen

JUNO HOLDINGS N.V.,

gevestigd te Curaçao,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JUPITER HOLDINGS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDEN,

advocaat: mr. M. Deckers te Amsterdam.

Partijen zullen Macquarie Bank en Juno Holdings c.s. worden genoemd. Geïntimeerden zullen desnodig afzonderlijk met Juno Holdings respectievelijk Jupiter Holdings worden aangeduid.

1 Het verloop van het geding

Macquarie Bank is bij beroepschrift, ingekomen per fax op 9 april 2013 ter griffie van het hof met bijlagen, in hoger beroep gekomen van een beschikking die de rechtbank te Amsterdam op 10 januari 2013 heeft gegeven tussen Macquarie Bank als verzoekster en Juno Holdings c.s. als verweersters. Het beroepschrift strekt er onder aanvoering van grieven toe dat het hof genoemde beschikking zal vernietigen en het verzoek van Macquarie Bank tot verlenging van de termijn ex artikel 474g Rv met één jaar inwilligt mèt bepaling dat bij ommekomst van deze termijn opnieuw verzoek tot verlenging van de termijn kan worden gedaan.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 juni 2013. Bij die gelegenheid heeft mr. C.E. Crol namens Macquarie Bank het woord gevoerd en het verzoek nader mondeling toegelicht. Mr. S. van der Hart heeft het standpunt van Juno Holdings c.s. nader mondeling verwoord.

Vervolgens is uitspraak bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Samengevat en – voor zover in hoger beroep nog van belang – gaat het in deze zaak om het volgende.

2.2

Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 11 november 2010 is Macquarie Bank gerechtigd verklaard tot verkoop en levering van de ten laste van Juno Holdings in executoriaal beslag genomen aandelen in Jupiter Holdings en wel tot uiterlijk 11 november 2011. Deze termijn is bij beschikking van 8 december 2011 van de rechtbank Amsterdam op verzoek van partijen verlengd tot 11 november 2012. Onder rov. 3.1 van die beschikking heeft de rechtbank voorts bepaald dat die termijn, indien nodig, op verzoek door de rechtbank kan worden verlengd, welk verzoek de rechtbank uiterlijk op 11 november 2012 diende te bereiken.

2.3

Macquarie Bank heeft bij brief van 8 november 2012 met bijlagen aan de rechtbank te Amsterdam verzocht om bij beschikking te bepalen dat de verkooptermijn zoals bepaald in de beschikking van 8 december 2011 met één jaar zal worden verlengd tot 11 november 2013, met bepaling dat deze termijn, indien nodig, op verzoek van Macquarie Bank wederom door de rechtbank kan worden verlengd.

Bij de bestreden beschikking van 10 januari 2013 heeft de rechtbank het verzoek tot verlenging van de verkooptermijn met één jaar toegewezen, maar daarnaast onder 3.2 bepaald dat verdere verlenging niet zal worden toegestaan, aangezien – aldus overweging 2.4 van die beschikking – een redelijke uitleg van de toepasselijke wettelijke regeling meebrengt dat de termijn van aanhouding beperkt dient te blijven. Tegen de afwijzing van die verdere verlengingsmogelijkheid richt zich het hoger beroep.

2.4

Het hof overweegt als volgt.

2.5

Macquarie Bank wenst pas tot verkoop en levering van de bewuste (door haar in executoriaal beslag genomen) aandelen over te gaan als (ook) de Hoge Raad - waar de hoofdprocedure tussen Macquarie Bank en Juno Holdings thans aanhangig is - in haar voordeel heeft beslist. Het is op dit moment allerminst zeker dat het (eind)arrest van de Hoge Raad op een zodanig tijdstip zal worden gewezen dat vóór 13 november 2013 tot verkoop en levering van de aandelen kan worden gekomen. Mocht bedoeld arrest niet tijdig gewezen worden, dan zal een nadere verlenging van de verkooptermijn zoals bepaald in de bestreden beschikking onder 3.1 nodig zijn, aldus Macquarie Bank.

2.6

Juno Holdings c.s. ondersteunen de hiervoor omschreven zienswijze van Macquarie Bank.

2.7

Het niet betwiste verzoek is toewijsbaar. De openbare orde verzet zich niet tegen een herhaalde verlenging van de termijn, zodat het verzoek van Macquarie Bank, ook op dit punt zal worden toegewezen.

2.8

Het vorenstaande leidt ertoe dat de grieven slagen en dat het hof, met vernietiging van de bestreden beschikking, meerbedoeld verzoek van Macquarie Bank alsnog volledig zal inwilligen.

3 Beslissing

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Amsterdam van 10 januari

2013 en, opnieuw rechtdoende:

verlengt de verkooptermijn - zoals bepaald onder 3.1 van de beschikking van de rechtbank

Amsterdam van 8 december 2011 - met één jaar, derhalve tot 11 november 2013;

bepaalt dat deze termijn, indien nodig, op verzoek van Maquarie Bank wederom door de

rechtbank kan worden verlengd, waarbij geldt dat dit verzoek de rechtbank uiterlijk op 11

november 2013 dient te bereiken.

Deze beschikking is gegeven door mrs. D.J. van der Kwaak, M.A. Goslings en W. Tonkens-Gerkema en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 18 juni 2013.