Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:5033

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-12-2013
Datum publicatie
20-02-2014
Zaaknummer
200.134.750/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Enquete procedure; verzoek tot bevelen onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2014-0078

Uitspraak

beschikking, tevens inhoudende mondelinge uitspraak

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.134.750/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 20 december 2013

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE IJSVOGEL HOLDING B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGRI HOLDING B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGRI RETAIL B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGRI ONROEREND GOED B.V.,

alle gevestigd te Ede,

VERWEERSTERS,

advocaat: mr. P.J. van der Korst en mr. J. van Bekkum, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

4. de coöperatie

KONINKLIJKE COÖPERATIE AGRIFIRM U.A.,

gevestigd te Apeldoorn,

5. de coöperatie

LAND- EN TUINBOUWCOÖPERATIE AGRUNIEK RIJNVALLEI U.A.,

gevestigd te Wageningen,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WELKOOP RETAIL HOLDING I B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WELKOOP RETAIL HOLDING II B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. W.H.M. Cnossen, kantoorhoudende te Heerenveen.

1. Het verloop van het geding

1.1 In het vervolg zal verzoekster (ook) worden aangeduid met De IJsvogel. Verweersters zullen ieder afzonderlijk worden aangeduid met Agri Holding, Agri Retail en Agri O.G. en gezamenlijk met Agri Holding c.s. Belanghebbenden zullen ieder afzonderlijk worden aangeduid met Agrifirm, Agruniek, Welkoop Retail I en Welkoop Retail II. Gezamenlijk zullen zij worden aangeduid met Agrifirm c.s.

1.2 De IJsvogel heeft bij op 2 oktober 2013 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Agri Holding c.s. over de periode vanaf begin 2012. Daarbij heeft zij tevens verzocht - zakelijk weergegeven - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding [A] (hierna: [A]) te schorsen als bestuurder van Agri Holding c.s. en een derde persoon te benoemen tot bestuurder of vereffenaar van Agri Holding c.s., aan deze te benoemen functionaris een instructie te geven als omschreven in het verzoekschrift, de taken en bevoegdheden van de raad van commissarissen van Agri Holding op te schorten of een commissaris met doorslaggevende stem te benoemen, dan wel die voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht, alsmede om Agri Holding c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3 Bij faxbericht van 7 oktober 2013 heeft mr. Van der Korst te kennen gegeven op te treden als advocaat van Agri Holding c.s. Bij brief van 18 oktober 2013 heeft mr. Schepel de Ondernemingskamer geschreven dat mr. Van der Korst niet als advocaat van Agri Holding c.s. kan optreden. Hij heeft in deze brief de Ondernemingskamer verzocht aan een door mr. Van der Korst namens Agri Holding c.s. in te dienen verweerschrift voorbij te gaan en mr. Van der Korst niet toe te staan tijdens de mondelinge behandeling namens Agri Holding c.s. op te treden. Bij brief van 21 oktober 2013 heeft de griffier van de Ondernemingskamer de betrokken partijen bericht dat het verzoek van mr. Schepel ter terechtzitting zal worden behandeld en dat daarop zal worden beslist.

1.4 Agri Holding c.s. hebben bij op 31 oktober 2013 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, de verzoeken (inclusief het verzoek van mr. Schepel in zijn brief van 18 oktober 2013) af te wijzen met veroordeling van De IJsvogel, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding.

1.5 Agrifirm c.s. hebben bij op 31 oktober ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken af te wijzen en te bepalen dat deze verzoeken niet op redelijke grond zijn gedaan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van De IJsvogel in de kosten van het geding.

1.6 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 november 2013. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen en wat mr. Schepel en mr. Van der Korst betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

1.7 Ter terechtzitting heeft de Ondernemingskamer mondeling uitspraak gedaan op het verzoek van mr. Schepel zoals verwoord in zijn brief van 18 oktober 2013. Die uitspraak luidt dat dit verzoek is afgewezen omdat er geen sprake is van een tegenstrijdig belang tussen Agri Holding c.s. en bestuurder [A], zoals door mr. Schepel is gesteld. De Ondernemingskamer ziet geen wettelijke of statutaire belemmeringen op grond waarvan mr. Van der Korst niet zou kunnen optreden voor Agri Holding c.s.

2 De feiten

De Ondernemingskamer gaat uit van de volgende feiten:

2.1

Agri Holding is op 24 december 2009 opgericht. Zij houdt 100% van de aandelen in Agri Retail en in Agri O.G. Sinds 26 maart 2013 is [A] bestuurder van Agri Holding, Agri Retail en Agri O.G. (zie hierna in 2.15).

2.2

De aandelen in Agri Holding worden voor 50% gehouden door De IJsvogel. De andere 50% wordt (indirect) gehouden door Welkoop Retail I en Welkoop Retail II, van welke vennootschappen de aandelen op hun beurt (indirect) gezamenlijk worden gehouden door Agrifirm en Agruniek.

2.3

Enig bestuurder van De IJsvogel is [B] (hierna: [B]). De IJsvogel houdt alle aandelen in Boerenbond Retail B.V. (hierna: Boerenbond Retail), waarvan [B] enig bestuurder is.

2.4

Agri Retail drijft een onderneming die zich bezig houdt met de (groot)handel in agrarische artikelen, zoals tuinartikelen, diervoeders en doe-het-zelf artikelen. Zij exploiteert een franchiseformule onder de namen Welkoop en Boerenbond en een distributiecentrum, ondergebracht in Agri O.G., ten behoeve van die formule. Zij treedt voorts op als franchise-geefster ten behoeve van (detail) handelsondernemingen in deze artikelen. Onder andere (indirecte) dochtermaatschappijen van Agrifirm c.s. zijn franchisenemers van Agri Retail. Binnen de formule exploiteren zij winkels zowel onder de naam Welkoop (61 winkels) als onder de naam Boerenbond (7 winkels). Boerenbond Retail was van 18 december 2009 tot 26 augustus 2013 (zie hierna) eveneens franchisenemer van Agri Retail met een exploitatie van 73 winkels onder de naam Boerenbond.

2.5

[B] is tevens enig bestuurder van Buying4Pets B.V. De aandelen in Buying4Pets worden voor 50% (indirect) gehouden door De IJsvogel en voor 50% (indirect) door AgriRetail. Tussen Buying4Pets en Agri Retail is een leveranciersovereenkomst van kracht op grond waarvan Agri Retail haar dierassortiment inkoopt bij Buying4Pets. Dit assortiment omvat ongeveer 40% van de onderneming van Agri Retail en haar franchisenemers.

2.6

Eind 2011, begin 2012 zijn er spanningen ontstaan tussen Agri Retail en Agri Holding enerzijds en De IJsvogel en Boerenbond Retail anderzijds. In een memo van 21 november 2011 van de raad van commissarissen van Agri Holding (hierna: RvC) aan de aandeelhouders van Agri Holding met als onderwerp Boerenbond Retail, heeft de RvC zijn zorg uitgesproken over de ontwikkeling bij Boerenbond Retail. De RvC heeft in het memo geconstateerd, zakelijk weergegeven, dat Boerenbond Retail minder trouw is geworden aan de franchise formule van Agri Retail en dat de omzet van Boerenbond Retail afneemt.

2.7

Op 14 februari 2012, 7 maart 2012, 21 maart 2012 zijn er besprekingen geweest tussen de RvC en De IJsvogel waarin van de zijde van de RvC verminderde trouw en omzetdaling van Boerenbond Retail en van de zijde van De IJsvogel te kort schieten van Agri Retail in de uitvoering van de franchise overeenkomst aan de orde zijn gesteld.

2.8

In de notulen van een aandeelhoudersvergadering van Agri Holding van 3 september 2012 staat, zakelijk weergegeven, dat Boerenbond Retail structureel een betalingsachterstand heeft van gemiddeld 1,1 miljoen Euro.

2.9

In een memo van 19 oktober 2012 van Agri Retail aan de aandeelhouders van Agri Holding staat dat Boerenbond Retail een betalingsachterstand heeft van ruim 3.5 miljoen Euro en dat er geen voorstel tot inlopen of aflossen is gedaan.

2.10

Op 24 oktober 2012 heeft de RvC aan onder andere de aandeelhouders van Agri Holding een verslag van een inventarisatie gestuurd over “de richting en de gang van zaken bij Agri Holding”. In de inventarisatie staat onder andere het volgende. “Gezien de slechte ontwikkeling van de resultaten, de onderlinge irritatie t.o.v. verschillende aspecten van de bedrijfsvoering, de onvrede van management en aandeelhouders (…) en gebrek aan wederzijds vertrouwen, is het zaak om via duidelijke acties uit deze impasse te komen.” Met betrekking tot dit laatste bevat de inventarisatie een aantal opties waaronder het uit elkaar gaan van de aandeelhouders.

2.11

In vervolg op voornoemde inventarisatie en na gesprekken te hebben gevoerd met de aandeelhouders van Agri Holding heeft de RvC op 19 november 2012 aan onder andere deze aandeelhouders bericht dat de aandeelhouders niet door willen gaan in de huidige structuur, dat het in het belang van de onderneming is dat de aandeelhouders overeenstemming bereiken over de hoofdonderwerpen van een eventuele splitsing van de activiteiten van de onderneming en dat dit proces aangestuurd dient te worden door een hiertoe aan te stellen interim bestuurder.

2.12

Op 4 februari 2013 hebben Agri Holding B.V, vertegenwoordigd door de voorzitter van de RvC, Boer & Croon Management B.V. (hierna: Boer & Croon) en De Veste Management en Advies B.V., vertegenwoordigd door [A], een overeenkomst van opdracht gesloten (in de stukken aangeduid met Tripartiete Overeenkomst), waarin [A] met ingang van 7 februari 2013 is aangesteld als interim bestuurder. In deze overeenkomst, welke is geaccordeerd door de aandeelhouders van Agri Holding, staat onder andere dat de aandeelhouders het niet eens zijn over strategische keuzes en over het te voeren beleid, dat zij hebben besloten dat een ontvlechting van Agri Holding en daarmee van Agri Retail en Agro O.G. dient plaats te vinden en dat [A] dit proces in drie fases zal begeleiden. Die fases zijn als volgt beschreven:

“- Fase 1 – Komen tot een LOI

Aandeelhouders hebben ieder een onderhandelaar benoemd met de opdracht om binnen een maand te komen tot een intentieverklaring (LOI). De interim-manager zal als regisseur bij dit proces betrokken zijn. In de LOI zal duidelijk worden hoe de ontvlechting plaats gaat vinden. (…) Na het afsluiten van deze fase (…) zal de Raad van Commissarissen de interim-manager voordragen aan de AvA om te worden benoemd tot statutair directeur van Agri Holding B.V. en Agri Retail B.V.

- Fase 2 - Closing

Uitwerking van alle details van de ontvlechting. (…) De beide onderhandelaars en de interim-bestuurder zullen gedrieën deze fase begeleiden. De onderhandelaars uiteraard vanuit het belang van de aandeelhouders en de interim-bestuurder vanuit het gezamenlijke belang om te komen tot de ontvlechting en waarborging van de continuïteit van de activiteiten. (…)

- Fase 3 – Ontvlechting

De resterende tijd zal door de interim-bestuurder gebruikt dienen te worden om de afspraken, zoals vastgelegd in de closing, daadwerkelijk uit te voeren. (…) Het is van het allergrootste belang dat de interim-bestuurder (…) de continuïteit van de onderneming waarborgt tot het moment waarop de ontvlechting is geëffectueerd. Gedurende fasen 2 en 3 is de interim-bestuurder tevens eindverantwoordelijk voor de aansturing van de dagelijkse gang van zaken betrekking hebbend op de activiteiten van Agri Retail.”

2.13

Op 1 maart 2013 had Boerenbond Retail bij Agri Retail een betalingsachterstand uit hoofde van de franchiseovereenkomst van 5.2 miljoen Euro.

2.14

In een algemene vergadering van aandeelhouders van 1 maart 2013 van Agri Holding zijn de jaarrekeningen 2012 van Agri Holding, Agri Retail en Agri O.G. goedgekeurd en hebben de aandeelhouders aan het bestuur en aan de RvC décharge verleend voor het gevoerde beleid respectievelijk het gevoerde toezicht.

2.15

Bij (schriftelijke) besluiten van de algemene vergaderingen van aandeelhouders van Agri Holding, Agri Retail en Agri O.G. van 26 maart 2013 is [A] telkens benoemd tot enig statutair bestuurder van deze vennootschappen.

2.16

Bij brief van 8 april 2013 heeft [A] namens Agri Retail Boerenbond Retail in gebreke gesteld ten aanzien van haar verplichtingen uit de franchise overeenkomst en haar gesommeerd om uiterlijk 22 april 2013 een bedrag van € 5.089.000 aan Agri Retail te betalen. Boerenbond Retail heeft aan deze sommatie geen gehoor is gegeven.

2.17

In de notulen van een vergadering van de RvC van 25 april 2013 staat onder het kopje Stand van zaken ontvlechting als toelichting van [A] dat de voortgang van de ontvlechting wordt verstoord door de ontstane betalingsachterstanden van Boerenbond Retail. In dit verband heeft hij opgemerkt: “De IJsvogel Groep heeft aangegeven niet eerder te willen betalen dan tot de ontvlechting en Agrifirm/AgruniekRijnvallei willen niet eerder ontvlechten dan dat aan de betalingsverplichting is voldaan.”

2.18

Bij brief van 26 april 2013 heeft Agri Retail ([A]) de franchiseovereenkomst met Boerenbond Retail opgezegd tegen 26 augustus 2013. Aan deze opzegging is het niet voldoen van de eerder genoemde betalingsverplichtingen ten grondslag gelegd.

2.19

Op 23 mei 2013 heeft Agri Retail het faillissement van Boerenbond Retail aangevraagd.

2.20

Aanvankelijk heeft Boerenbond Retail de rechtmatigheid van de opzegging van de franchiseovereenkomst betwist. Overleg tussen partijen heeft uiteindelijk geresulteerd in een op 20 juni 2013 tussen Agri Retail en Boerenbond Retail gesloten overeenkomst waarin met wederzijds goedvinden de franchiseovereenkomst per 26 augustus 2013 wordt beëindigd. In deze beëindigingsovereenkomst is een betalingsregeling opgenomen met betrekking tot de betalingsachterstand van Boerenbond Retail van ruim 5 miljoen Euro. Voorts staat in deze overeenkomst onder andere dat de betalingsachterstand niet verder zal oplopen, dat Boerenbond Retail een tegen Agri Retail uitgebrachte dagvaarding wegens gestelde tekortkomingen van Agri Retail zal intrekken, dat Boerenbond Retail de beëindiging van de franchiseovereenkomst noch de rechtsgeldigheid van die beëindiging zal betwisten, dat Agri Retail afziet van schadeclaims in het kader van de beëindiging en dat Agri Retail de aanvraag van het faillissement van Boerenbond Retail zal intrekken.

2.21

Op 13 september 2013 heeft Agri Retail nogmaals het faillissement van Boerenbond Retail aangevraagd in verband met het niet voldoen aan betalingsverplichtingen uit de beëindigingsovereenkomst. Deze aanvraag is later ingetrokken na betaling door Boerenbond Retail.

2.22

Bij brief van 20 september 2013 heeft de RvC aan De IJsvogel bericht, zakelijk weergegeven, dat de RvC op regelmatige basis overleg voert met [A] als bestuurder van Agri Holding, dat de ingezette koers met betrekking tot de beëindiging van de franchiseovereenkomst met Boerenbond Retail alsmede de incasso van de substantiële betalingsachterstanden van Boerenbond Retail zijn afgestemd met de RvC, dat beslissingen hierover in het belang van Agri Holding en de met haar verbonden ondernemingen zijn genomen, dat [A] zijn bestuurstaken naar behoren vervult en dat zijn positie niet ter discussie staat.

2.23

Op 11 oktober 2013 heeft [A] aan de onderhandelaars van respectievelijk Agri Retail en Boerenbond Retail een business case aangeboden ten behoeve van de onderhandelingen over de ontvlechting. Op 21 oktober 2013 heeft hij een concept budget 2014 van Agri Holding aan de onderhandelaars ter beschikking gesteld.

2.24

Thans is een procedure in hoger beroep aanhangig van een uitspraak in kort geding van 14 oktober 2013 van de rechtbank Gelderland over de afwikkeling van de franchiseovereenkomst met betrekking tot onder andere intellectuele eigendomsrechten op “Boerenbond.”

2.25

Ten tijde van de terechtzitting van de Ondernemingskamer waren de onderhandelingen over een (mogelijke) ontvlechting nog gaande. Kwesties in deze onderhandelingen zijn het leverancierscontract met Buying4Pets, de waardering van de aandelen in Agri Holding en daarmee samenhangend de waardering van intellectuele eigendomsrechten.

3 De gronden van de beslissing

3.1

De IJsvogel heeft aan haar stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid van Agri Holding c.s. en dat onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen in de kern ten grondslag gelegd dat [A] als bestuurder van Agri Holding c.s. in strijd heeft gehandeld met statutaire en wettelijke bepalingen, tekort is geschoten in de uitvoering van de hem verstrekte opdracht als begeleider en facilitator van de ontvlechtingsonderhandelingen, niet heeft gehandeld als een goed vereffenaar, namens Agri Retail de franchiseovereenkomst met Boerenbond Retail heeft beëindigd zonder rekening te houden met de belangen van Agri Retail en namens Agri Retail twee maal het faillissement van Boerenbond Retail heeft aangevraagd, hetgeen misbruik van recht oplevert. De rechtmatige belangen van De IJsvogel worden door dit alles geschaad. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat de RvC te kort is geschoten en dat er sprake is van een impasse tussen de aandeelhouders, waardoor de continuïteit van de onderneming van met name Agri Retail wordt bedreigd.

3.2

Agri Holding c.s. en Agrifirm c.s. hebben verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal dit verweer voor zover nodig hierna beoordelen.

3.3

De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat er in 2012 sprake was van een verlies van vertrouwen tussen Agri Holding c.s. en Agrifirm c.s. enerzijds en De IJsvogel en Boerenbond Retail anderzijds. Volgens Agri Holding c.s. vond dit zijn oorzaak in tegenvallende resultaten bij Boerenbond Retail en een oplopende betalingsachterstand van Boerenbond Retail uit hoofde van de franchiseovereenkomst met Agri Retail. Volgens De IJsvogel hield Agri Retail zich niet aan haar verplichtingen uit die overeenkomst. Wat er van dit laatste ook zij, de RvC heeft zich de situatie aangetrokken en heeft na gesprekken met de aandeelhouders geconcludeerd dat de aandeelhouders niet door willen gaan in de huidige structuur en dat het proces van een eventuele splitsing van de activiteiten van de onderneming aangestuurd dient te worden door een hiertoe aan te stellen interim bestuurder (zie hierboven onder 2.11 en 2.12). Vervolgens is met instemming van de aandeelhouders een overeenkomst van opdracht gesloten met Boer & Croon (de Tripartiete Overeenkomst, zie hierboven onder 2.12) en is [A] aangesteld als interim bestuurder. Zijn taakomschrijving als interim bestuurder was blijkens de Tripartiete Overeenkomst aldus dat hij enerzijds het ontvlechtingsproces in drie fases begeleidt en anderzijds de continuïteit van de onderneming waarborgt tot het moment waarop de ontvlechting is geëffectueerd. Anders dan De IJsvogel heeft gesteld, is niet gebleken dat er door de aandeelhoudersvergadering een ontbindingsbesluit is genomen en dat [A] is aangesteld als vereffenaar. De stellingen van De IJsvogel die hierop betrekking hebben, worden door de Ondernemingskamer verworpen.

3.4

Vast is komen te staan dat de ontvlechtingsonderhandelingen stroef zijn verlopen en dat Fase 1 zoals beschreven onder 2.12 (nog steeds) niet is afgerond. De Ondernemingskamer acht aannemelijk dat de oplopende betalingsachterstand van Boerenbond Retail aan Agri Retail daarbij een rol van betekenis heeft gespeeld. De IJsvogel heeft over die oplopende betalingsachterstand (op 1 maart 2013 ruim € 5 miljoen) en het niet aflossen daarvan naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen duidelijke, aannemelijke verklaring gegeven. De enkele stelling dat Agri Retail haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst niet is nagekomen is daartoe ontoereikend. Met ingang van 26 maart 2013 is [A] door de aandeelhouders van de betreffende vennootschappen op voordracht van de RvC benoemd tot statutair bestuurder van Agri Holding, Agri Retail en Agri O.G. Voor de stelling van De IJsvogel dat hij als statutair bestuurder een beperkte opdracht had, namelijk slechts het begeleiden van het ontvlechtingsproces, ziet de Ondernemingskamer geen grond. Nog daargelaten hoe die stelling zich verhoudt tot statutaire en wettelijke bepalingen, heeft De IJsvogel die stelling overigens ook niet voldoende onderbouwd, mede gelet op de inhoud van de Tripartiete Overeenkomst. [A] is benoemd tot bestuurder met de daarbij horende bevoegdheden en verplichtingen en daarnaast begeleider van het ontvlechtingsproces gebleven. Agri Holding c.s. hebben aannemelijk gemaakt dat [A] als bestuurder van Agri Retail en in het belang van de onderneming van Agri Retail actie diende te ondernemen jegens Boerenbond Retail om deze tot betaling van de vordering uit de franchiseovereenkomst te dwingen. De Ondernemingskamer ziet geen aanknopingspunten voor de stelling van De IJsvogel dat [A] als bestuurder in strijd zou hebben gehandeld met enige statutaire of wettelijke bepaling bij het opzeggen van die overeenkomst. Anders dan De IJsvogel stelt had (het bestuur van) Agri Retail niet de goedkeuring nodig van de algemene vergadering van aandeelhouders van Agri Holding om de franchiseovereenkomst te beëindigen. De statuten bieden daartoe geen grondslag. Evenmin was die goedkeuring nodig voor het aanvragen van het faillissement van Boerenbond Retail. De Ondernemingskamer ziet geen misbruik van recht in het (twee maal) aanvragen van het faillissement. Naar het - alleszins begrijpelijke - oordeel van [A] als bestuurder was dit alles noodzakelijk om Boerenbond Retail, in het belang van Agri Retail, tot betaling te dwingen. [A] heeft daarbij zijn handelen als statutair bestuurder steeds afgestemd met de RvC. Wat De IJsvogel overigens naar voren heeft gebracht met betrekking tot het einde van de franchiseovereenkomst behoeft geen nadere bespreking. Tussen Agri Retail en Boerenbond Retail is op 20 juni 2013 een overeenkomst gesloten waarin met wederzijds goedvinden de franchiseovereenkomst is beëindigd tegen 26 augustus 2013 en waarin een betalingsregeling is getroffen om de betalingsachterstand in te lossen, hetgeen inmiddels met betrekking tot de hoofdsom is gebeurd, zo is ter terechtzitting gebleken. Geschilpunten tussen partijen over de afwikkeling van de beëindiging van de franchiseovereenkomst, waaronder een geschil over intellectuele eigendomsrechten, dat inmiddels in hoger beroep aan de gewone burgerlijke rechter is voorgelegd, zijn naar het oordeel van de Ondernemingskamer van zuiver vermogensrechtelijke aard en horen niet thuis in de onderhavige enquêteprocedure. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat [A] in zijn hoedanigheid van bestuurder in strijd heeft gehandeld met statutaire of wettelijke bepalingen, dan wel dat de RvC te kort is geschoten in de uitoefening van zijn taak. De stellingen van De IJsvogel bieden daartoe geen grond.

3.5

Met betrekking tot hetgeen De IJsvogel voorts aan de orde heeft gesteld ten aanzien van de gedragingen van [A] als facilitator en begeleider van het ontvlechtingsproces (onder andere dat er te veel tijd is verstreken voordat hij een business plan ten behoeve van de onderhandelingen heeft opgesteld) overweegt de Ondernemingskamer dat dit proces een vermogensrechtelijke ontvlechtingskwestie betreft tussen de aandeelhouders onderling. De moeizame gang van zaken in dit proces - wat daarvan de oorzaak en wat daarin de rol van [A] ook mogen zijn - heeft er vooralsnog niet toe geleid dat deze kwestie effect heeft op de vennootschappelijke verhoudingen. Weliswaar heeft De IJsvogel gesteld dat de moeizame gang van zaken in het ontvlechtingsproces heeft geleid tot een impasse in de aandeelhoudersvergadering van Agri Holding, maar die stelling is niet van concrete voorbeelden voorzien en daarnaast door Agrifirm c.s. en Agri Holding c.s. gemotiveerd betwist. De Ondernemingskamer wijst in dit verband op de goedkeuring van de jaarrekeningen van Agri Holding, Agri Retail en Agri O.G. en het verlenen van décharge aan het bestuur en de RvC in de aandeelhoudersvergadering van 1 maart 2013 (zie hierboven onder 2.14). Dat sinds die tijd besluitvorming in de aandeelhoudersvergadering van Agri Holding stagneert, is niet gebleken. Ook overigens ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding om te veronderstellen dat de continuïteit van de ondernemingen van Agri Holding c.s. wordt bedreigd. In dat verband is door Agri Holding c.s. nog - onbetwist - naar voren gebracht dat de resultaten en de vooruitzichten van Agri Retail op dit moment goed zijn.

3.6

De Ondernemingskamer merkt nog op dat het verzoek van De IJsvogel om een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van Agri O.G. niet is toegelicht en alleen al om die reden zal worden afgewezen.

3.7

De conclusie luidt dat er geen gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken van Agri Holding c.s. te twijfelen. De verzoeken zullen worden afgewezen. De IJsvogel, in het ongelijk gesteld, zal worden veroordeeld in de proceskosten van het geding. Voor het oordeel dat de verzoeken niet op redelijke grond zijn gedaan, ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst de verzoeken af;

veroordeelt De IJsvogel in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van Agri Holding c.s. begroot op € 3.365 en aan de zijde van Agrifirm c.s. begroot op: € 3.365;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.G. van der Ouderaa, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en prof. dr. R.A.H. van der Meer RA en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink-Schenau, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 20 december 2013.