Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:4960

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-11-2013
Datum publicatie
20-01-2014
Zaaknummer
200.127.572-01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen gerechtsdeurwaarder. Het hof is met de kamer van oordeel dat het onbehoorlijk is om gedurende een tijdvak van 10 maanden een brief onbeantwoord te laten, zeker wanneer de gerechtsdeurwaarder meermalen (door klager) is gewezen op zijn niet beantwoorde brief. Het hof acht, met de kamer, de maatregel van berisping passend en geboden en bevestigt de bestreden beslissing.

Wetsverwijzingen
Gerechtsdeurwaarderswet
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer: 200.127.572/01 GDW

zaaknummer kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam: 847.2012

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 26 november 2013

inzake:

[klager] ,

wonend te [plaatsnaam],

APPELLANT,

t e g e n

[gerechtsdeurwaarder] ,

gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam],

gemachtigde: [naam],

GEÏNTIMEERDE.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 23 mei 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 16 april 2013, verzonden op 6 mei 2013. Bij die beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 18 september 2012 gegrond verklaard en de door klager tegen geïntimeerde, verder de gerechtsdeurwaarder, ingediende klacht gegrond verklaard onder oplegging van de maatregel van berisping.

1.2.

Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder is een verweerschrift ingekomen, ter griffie ontvangen op 4 juli 2013.

1.3.

Het hoger beroep is behandeld ter openbare zitting van 12 september 2013.

Klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4 Het standpunt van klager

Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder zijn brief van 21 april 2011, ondanks drie keer daaraan te zijn herinnerd, 305 dagen onbeantwoord heeft gelaten.

5 Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder

5.1.

De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat de brief van klager van 21 april 2011, waarin een betalingsvoorstel werd gedaan, pas op 20 februari 2012 door hem is beantwoord. De gerechtsdeurwaarder heeft deze brief van klager destijds wel direct naar zijn opdrachtgever gezonden. Dat de opdrachtgever zo lang heeft gewacht hierop te reageren, kan hem echter niet worden verweten. Bovendien heeft de gerechtsdeurwaarder de opdrachtgever enkele malen gerappelleerd.

5.2.

Daarnaast is voor de beoordeling relevant, zo stelt de gerechtsdeurwaarder, dat klager hem overspoelt met klachtbrieven, waardoor het vaak niet duidelijk meer is waarop moet worden gereageerd.

6 De beoordeling

6.1.

Het hof is met de kamer van oordeel dat het onbehoorlijk is om gedurende een tijdvak van 10 maanden een brief onbeantwoord te laten, zeker wanneer de gerechtsdeurwaarder meermalen (door klager) is gewezen op zijn niet beantwoorde brief. Weliswaar kan het de gerechtsdeurwaarder niet worden tegengeworpen dat de reactie van de opdrachtgever lange tijd uitbleef, maar van een zorgvuldig handelend gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij klager na enige tijd op de hoogte stelt van de stand van zaken. Vastgesteld kan worden, zoals door de gerechtsdeurwaarder is erkend, dat dit niet is gebeurd.

6.2.

Het hof verwerpt het verweer van de gerechtsdeurwaarder dat hij overspoeld wordt met klachten van klager, nu niet is gebleken dat hij klager daarop heeft gewezen, noch dat hij klager heeft laten weten verdere brieven niet meer te zullen beantwoorden. De stelling van de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder eerst ter zitting in hoger beroep dat aan klager een brief is gezonden waarin kenbaar is gemaakt dat niet meer gereageerd zal worden op diens klachten, wordt immers door klager betwist en is overigens ook niet door de gerechtsdeurwaarder met enig stuk aangetoond.

6.3.

Ook de omstandigheid dat de gerechtsdeurwaarder, zoals hij heeft aangevoerd, ter zake van informatieverschaffing thans in zijn kantoororganisatie de nodige maatregelen ter voorkoming van de in het geval van klager gemaakte fout heeft genomen, doet aan het voorgaande niet af.

6.4.

Gelet op het hiervoor overwogene dient de klacht gegrond te worden verklaard. Het hof acht, met de kamer, de maatregel van berisping passend en geboden. Hoewel klager in hoger beroep heeft gesteld dat van een dergelijke sanctie geen preventieve werking uitgaat, is het hof van oordeel dat, gelet op het ontbreken van eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, thans met de lichtste maatregel kan worden volstaan.

6.5.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.6.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 De beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, H.T. van der Meer en L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 26 november 2013 door de rolraadsheer.