Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:4660

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
200.118.122/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vergoeding schade wegens tekortschieten in de zorg van een goed bewindvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 17 december 2013

Zaaknummer: 200.118.122/01

Zaaknummer eerste aanleg: 400678 RV VERZ 12-499 MVH

in de zaak in hoger beroep van:

Stichting Budgetbeheer, Bewind en Schuldhulpverlening,

gevestigd te Den Helder,

appellante,

advocaat: mr. A.J.J. van der Heiden te Den Helder,

tegen

[…],

wonende te […],

geïntimeerde,

advocaat: mr. J. de Beurs te Den Helder.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Stichting Budgetbeheer, Bewind en Schuldhulpverlening wordt hierna BBS genoemd en [geïntimeerde] wordt hierna [x] genoemd.

1.2.

BBS is op 7 december 2012 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 15 oktober 2012 van de rechtbank Alkmaar, Sector Kanton, locatie Den Helder (hierna: de kantonrechter), met kenmerk 400678 RV VERZ 12-499 MVH.

1.3.

[x] heeft op 18 januari 2013 een verweerschrift ingediend.

1.4.

BBS heeft op 28 februari 2013 nadere stukken ingediend.

1.5.

Nadat op 3 juni 2013 een regiezitting in (onder meer) deze zaak had plaatsgevonden, is de zaak op 1 oktober 2013 ter terechtzitting behandeld.

1.6.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- de advocaat van BBS;

- [x], bijgestaan door haar advocaat;

- mevrouw [y], bewindvoerder, vergezeld van haar zuster, mevrouw […].

2 De feiten

2.1.

Bij beschikking van de kantonrechter van 28 mei 2009 zijn de goederen van [x] onder bewind gesteld, met benoeming van BBS als bewindvoerder.

2.2.

Bij beschikking van de kantonrechter van 12 april 2012 is mevrouw [y] (hierna: [y]), dochter van [x], benoemd tot opvolgend bewindvoerder over de goederen van [x], onder gelijktijdig ontslag van BBS.

3 Het geschil in hoger beroep

3.1.

Bij de bestreden beschikking is – voor zover thans van belang - op verzoek van [x] vastgesteld dat BBS in de zorg van een goed bewindvoerder is tekortgeschoten en is de schade die [x] door de tekortkoming in de bewindvoering heeft geleden vastgesteld op een bedrag van € 10.260,54, tot betaling van welk bedrag BBS is veroordeeld.

3.2.

BBS verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, de inleidende verzoeken van [x] alsnog af te wijzen en [x] te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.3.

[x] verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen, met veroordeling van BBS in de kosten van de procedure in hoger beroep.

4 Beoordeling van het hoger beroep

4.1.

BBS betoogt dat zij ten onrechte is veroordeeld in de schade die [x] heeft geleden doordat zij gedurende een periode van het bewind niet tegen ziektekosten was verzekerd en doordat een aantal nota’s van het Hoogheemraadschap en een schuld aan Ziggo niet tijdig zijn betaald.

Ter zitting in hoger beroep heeft BBS haar grief ten aanzien van de schade die [x] heeft geleden als gevolg van het niet aanvragen van bijzondere bijstand ingetrokken, zodat deze verder geen bespreking behoeft.

4.2.

Volgens BBS is de betreffende schade door [x] zelf veroorzaakt omdat zij haar post niet opende noch doorstuurde (aan BBS) en rekeningen onbetaald liet. Ook voor BBS, die via huisbezoeken, telefonisch en per e-mail contact met haar probeerde te krijgen, was [x] onbereikbaar. BBS heeft alle debiteuren en crediteuren van [x] aangeschreven met het verzoek post aan BBS te richten in plaats van aan [x]. Dat is ook gebeurd, op een aantal brieven en facturen na, ten gevolge waarvan de schade is ontstaan. [x] heeft verzuimd de facturen van het Hoogheemraadschap uit 2009 en 2010 alsmede die van Ziggo aan BBS door te sturen zodat de schulden buiten toedoen van BBS zijn opgelopen. Op 20 oktober 2010 heeft BBS [x] aangemeld bij de afdeling schuldhulpverlening van de gemeente Den Helder.

Ook het feit dat [x] enige tijd onverzekerd was tegen ziektekosten, kan BBS niet worden verweten. Sinds begin 2010 heeft BBS vijf pogingen ondernomen om de verzekering bij zorgverzekeraar Menzis te herstellen, maar die zijn mislukt doordat [x] haar post niet opende, Menzis de post enkele keren naar het verkeerde adres heeft gestuurd en [y] op eigen initiatief een zorgverzekering elders had afgesloten.

Concluderend stelt BBS dat zij alles heeft gedaan wat in haar macht als bewindvoerder lag, zodat niet kan worden gesteld dat BBS in de zorg van een goed bewindvoerder is tekortgeschoten en verantwoordelijk is voor de door [x] geleden schade.

4.3.

[x] betwist dat BBS zich herhaaldelijk heeft ingespannen om contact met haar te krijgen. Dat [x] haar post niet opende en haar administratie niet op orde had, was één van de redenen om een professioneel bewindvoerder als BBS te benoemen, zodat BBS daaraan volgens [x] geen argumenten kan ontlenen voor haar nalatigheid. BBS had een postvoorziening moeten treffen. Pas na de ziekenhuisopname van [x] in november 2009 is BBS in actie gekomen om [x] tegen ziektekosten verzekerd te krijgen, maar dat had er nooit toe kunnen leiden dat [x] met terugwerkende kracht verzekerd zou zijn geweest.

4.4.

Het hof is van oordeel dat BBS in de zorg van een goed bewindvoerder is tekortgeschoten door na te laten [x] tegen ziektekosten te verzekeren, terwijl BBS - zo heeft zij ter zitting in hoger beroep erkend - vanaf de aanvang van het bewind ervan op de hoogte was dat [x] al sinds 31 maart 2008 onverzekerd was. Ook het gegeven dat BBS niet onmiddellijk zorg heeft gedragen voor betaling van openstaande facturen c.q. heeft geregeld dat [x] in de schuldhulpverlening terecht kwam - ten gevolge waarvan schulden onafgelost bleven -, is BBS aan te rekenen. BBS stelt dat zij de van haar te vergen zorg heeft betracht, althans dat deze tekortkomingen niet aan haar zijn toe te rekenen, omdat er geen contact met [x] te krijgen was en zij bovendien haar post niet doorstuurde. Dat verweer gaat echter niet op, aangezien het nu juist tot de taak van de bewindvoerder behoort tijdig (financiële) zaken te regelen en indien dat niet lukt, andere maatregelen te treffen. Dat BBS dat heeft nagelaten en aldus is tekortgeschoten in de van haar te vergen zorg, kan aan haar worden toegerekend. BBS is gehouden de door [x] hierdoor geleden schade te vergoeden.

4.5.

BBS bestrijdt het bedrag van de te vergoeden schade. Met grief 1 komt zij op tegen schadepost a), de schade als gevolg van het onverzekerd zijn. Wanneer zij de facturen van het Gemini Ziekenhuis en Veiligheidsregio Noord-Holland Noord optelt, komt BBS op een lager bedrag uit dan het door de kantonrechter voor deze post toegewezen bedrag van € 9.543,41.

[x] heeft toegelicht dat het Gemini Ziekenhuis haar vorderingen in rechte heeft opgeëist, wat tot een vonnis van de kantonrechter heeft geleid. Hierdoor is de aan het Geminiziekenhuis verschuldigde hoofdsom van € 6.480,- opgelopen tot € 7.648,57, nog te vermeerderen met proceskosten ad € 773,81, explootkosten ad € 94,41 en wettelijke rente ad € 277,11. Daar komt nog de rekening van € 897,50 van de Veiligheidsregio voor het ambulancevervoer bij. Haar schade als gevolg van het onverzekerd zijn beloopt in totaal € 9.691,40, aldus [x].

BBS heeft naar het oordeel van het hof de met stukken onderbouwde schadeopstelling van [x] niet gemotiveerd althans niet op een voldoende begrijpelijke wijze betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Ook indien ermee rekening wordt gehouden dat op de factuur van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord een enigszins lager bedrag is vermeld dan in de schadeopstelling van [x] is opgenomen (€ 878,90), moet de conclusie zijn dat het bedrag van de schadeopstelling hoger is dan het door de kantonrechter toegewezen bedrag. De grief faalt dus.

4.6.

Grief 2 van BBS betreft post b), door het Hoogheemraadschap in rekening gebrachte verzuimkosten. BBS bestrijdt niet dat deze verzuimkosten zijn ontstaan en betwist evenmin de hoogte van het door de kantonrechter toegewezen bedrag van € 106,-, maar stelt dat een en ander niet aan haar toerekenbaar is, zo begrijpt het hof. De grief faalt. BBS is met ingang van 28 mei 2009 tot bewindvoerder benoemd. De verzuimkosten betreffen de nota’s over 2009 en 2010. BBS had bij het betrachten van de van haar te vergen zorg van een goed bewindvoerder het ontstaan van deze verzuimkosten kunnen en moeten voorkomen. Dat BBS [x] in oktober 2010 heeft aangemeld bij de schuldhulpverlening, maakt dat niet anders.

4.7.

Grief 3 betreft post d), een bedrag van € 285,26 aan niet aangevraagde bijzondere bijstand. Nu BBS deze grief ter zitting heeft laten varen, staat vast dat BBS dit bedrag aan [x] is verschuldigd.

4.8.

Grief 4 betreft post e), de door Ziggo in rekening gebrachte incassokosten (exclusief de beslagkosten) ad € 325,87. Het betreft een door Ziggo op 26 augustus 2009 bij de kantonrechter aanhangig gemaakte incassoprocedure. BBS was toen al tot bewindvoerder benoemd. De door de naltigheid van BBS ontstane incasso- en executiekosten zijn als schade toerekenbaar aan het tekortschieten van BBS.

4.9.

De kantonrechter heeft bij de bestreden beschikking in totaal € 10.260,54 aan schadevergoeding toegewezen voor de posten a, b, d en e. Het hof ziet, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot deze posten, geen aanleiding van een lager schadebedrag uit te gaan dan de kantonrechter heeft gedaan. De beschikking zal worden bekrachtigd.

4.10.

BBS zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van [x].

4.11.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5 Beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep;

veroordeelt BBS in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [x] begroot op nihil aan verschotten en € 894,- aan salaris advocaat;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. van Haeringen, mr. G.J. Driessen-Poortvliet en mr. W.J. van den Bergh in tegenwoordigheid van mr. F.J.E. van Geijn als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2013.