Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:4573

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-11-2013
Datum publicatie
13-11-2015
Zaaknummer
200.120.029-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2016-0001
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II (rolzaken)

zaaknummer : 200.120.029

zaaknummer rechtbank : 530512/KG ZA 12-1582

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 5 november 2013

inzake

  1. Pelican Publishing B.V.,

  2. Pelican Magazines B.V.,

beide gevestigd te Amsterdam,

appellanten,

advocaat: mr. M.P.M. Fruytier te Amsterdam

tegen

1. F. van Lanschot Bankiers N.V.,

2. F. van Lanschot Mezzaninefonds B.V.,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

geïntimeerden,

advocaat: mr. R.H.J. van Houts te Utrecht.

1 Het geding in hoger beroep

Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar de rolbeslissing van 23 april 2013.

Geïntimeerden hebben bericht dat de curator van appellant sub 2 (mr. E. Doornhein te Amsterdam) het geding niet wenst over te nemen. Bij rolberichten van heden hebben appellanten en geïntimeerden verzocht ontslag van de instantie uit te spreken in het geding tussen appellante sub 2 en geïntimeerden en voort te procederen in het geding tussen appellante sub 1 en geïntimeerden.

Arrest is bepaald op heden.

2 Beoordeling

2.1

Ten aanzien van de vorderingen van appellante sub 2 geldt het volgende. Nu de curator is opgeroepen en het geding niet heeft overgenomen, hebben geïntimeerden ingevolge artikel 27 lid 2 Fw het recht ontslag van instantie te vragen. Geïntimeerden hebben daarom verzocht.

2.2

Bij de beoordeling van dat verzoek staat voorop dat artikel 27 lid 2 Fw niet dwingt tot toewijzing daarvan. Onder omstandigheden mag de rechter het verzoek afwijzen. Voor afwijzing is in ieder geval reden indien toewijzing in strijd zou komen met de eisen van een goede procesorde. Daarvan is in dit geval geen sprake.

Het verzoek van geïntimeerden tot ontslag van de instantie jegens appellante sub 2 is daarom toewijsbaar. Voor een proceskostenveroordeling van appellante sub 2 bestaat in dit geval geen aanleiding.

2.3.

In het geding tussen appellante sub 1 en geïntimeerden wordt de zaak verwezen naar de rol van 3 december 20103 voor memorie van antwoord. De aanzegging van een laatste peremptoir uitstel door appellante sub 1 heeft verder geen betekenis nu deze mogelijkheid ni het Pilot-procesreglement is komen te vervallen aangezien termijnen ambtshalve worden gehandhaafd.

3 Beslissing

Het hof:

ontslaat geïntimeerden van de instantie voor zover het de door appellante sub 1 ingestelde vorderingen betreft;

verwijst de zaak naar de rol van 3 december 2013 voor memorie van antwoord aan de zijde van geïntimeerden;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Huijzer, W.J van den Bergh en J.C. Toorman, en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 5 november 2013.