Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:4519

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
11-12-2013
Zaaknummer
200.129.010/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klager is niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Het hof is van oordeel dat op grond van hetgeen de kamer in zijn beslissing heeft overwogen en hetgeen de notaris op dit punt (verder) heeft aangevoerd, inderdaad eraan kan worden getwijfeld of de gemachtigde van klager in deze procedure voor klager optreedt. Nu ook in hoger beroep door klager noch door zijn gemachtigde een gelegaliseerde volmacht, eventueel voorzien van een apostille, is overgelegd, kan thans (ook) niet worden vastgesteld dat de gemachtigde van klager namens klager in deze procedure optreedt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

_______________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.129.010/01 NOT

zaaknummer eerste aanleg : 11-16

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 10 december 2013

inzake:

[klager]

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

appellant,

gemachtigde: [gemachtigde van klager]

t e g e n

[notaris]

notaris te[vestigingsplaats notaris],

geïntimeerde,

gemachtigden: mrs. E.J.M. van Rijckevorsel-Teeuwen en L. Bryk, advocaten te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 21 juni 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat te Den Haag, verder de kamer, van 24 mei 2013, waarbij de kamer klager in zijn klacht tegen geïntimeerde, verder de notaris, niet- ontvankelijk heeft verklaard.

1.2.

Van de zijde van de notaris is op 11 september 2013 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 10 oktober 2013. De notaris en haar gemachtigden zijn verschenen en hebben het woord gevoerd. Klager (noch zijn gemachtigde) is - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - zonder opgaaf van reden niet verschenen.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in zijn tussenbeslissing van 21 maart 2012 (hierna: de tussenbeslissing) heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4 De standpunten van partijen

4.1.

De standpunten van partijen blijken uit de tussenbeslissing, de beslissing waarvan beroep en het door ieder hunner gestelde in de stukken van de procedure in appel.

4.2.

Als meest verstrekkend verweer heeft de notaris aangevoerd ernstig eraan te twijfelen of de gemachtigde van klager, [gemachtigde van klager] (hierna te noemen: [gemachtigde van klager]), in deze procedure wel voor klager en niet enkel voor zichzelf optreedt. De klacht heeft betrekking op het handelen van de notaris bij een tweetal aandelentransacties waarbij klager (indirect) als verkoper optrad. De belangen van de koper bij die transacties werden door [gemachtigde van klager] behartigd. Bovendien heeft [gemachtigde van klager] namens de koper de notaris opdracht gegeven tot het passeren van onder meer de akten van levering van de aandelen. Tot zijn brief van 30 mei 2011 aan de notaris, waarin [gemachtigde van klager] namens klager de notaris ten aanzien van vorenbedoelde aandelentransacties aansprakelijk heeft gesteld, heeft [gemachtigde van klager] altijd gemeld namens de koper op te treden. Zo heeft [gemachtigde van klager] in zijn e-mail van 23 mei 2011 aan een kantoormedewerker van de notaris nog geschreven dat de koper schade zou hebben geleden door de aandelenoverdrachten. Voorts blijkt uit het door de notaris overgelegde uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie - gedateerd 23 augustus 2011 - dat klager sinds medio 2010 niet meer in Nederland woonachtig is, terwijl in de door [gemachtigde van klager] overgelegde volmacht van 25 mei 2011 is opgenomen dat klager woonachtig is in [woonplaats]. De notaris voert in dit verband aan dat [gemachtigde van klager] in een strafzaak in 2011 door de rechtbank Utrecht is veroordeeld tot een werkstraf van tweehonderd uren wegens valsheid in geschrift, waarbij is meegewogen dat [gemachtigde van klager] reeds meermalen is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Daarnaast is hetgeen [gemachtigde van klager] in deze procedure in zijn correspondentie en stukken heeft aangevoerd op een aantal punten inconsequent en/of onjuist. Ten slotte heeft klager niet gereageerd op de e-mail van 11 augustus 2011 van kandidaat-notaris [kandidaat-notaris], werkzaam bij het kantoor van de notaris, waarin aan klager wordt gevraagd of [gemachtigde van klager] bevoegd is in deze procedure namens hem op te treden.

4.3.

[gemachtigde van klager] heeft - al dan niet namens klager - met betrekking tot dit verweer het volgende aangevoerd. Zowel klager als [gemachtigde van klager] maakt gebruik van de diensten van het kantoor [accountantkantoor]te [vestigingsplaats 1] In april en mei 2011 heeft [gemachtigde van klager] klager aldaar ontmoet en heeft [gemachtigde van klager] de opdracht van klager geaccepteerd om in deze procedure zijn belangen te behartigen. Omdat de koper bij vorenbedoelde aandelentransacties op dat moment sinds een jaar geen cliënt meer was van (het kantoor van) [gemachtigde van klager], vormde dit geen beletsel. Klager verbleef in die periode in [woonplaats]. Wellicht was het juister geweest in de volmacht van 25 mei 2011 op te nemen dat klager domicilie koos op het kantoor van [gemachtigde van klager] of dat klager verbleef te [woonplaats]. Bij brief van 25 september 2012 heeft [gemachtigde van klager] aan de kamer een originele volmacht van 27 juli 2012 toegezonden, waarin klager (het kantoor van) [gemachtigde van klager] machtigt namens hem in deze procedure op te treden, welke volmacht strekt ter vervanging van de volmacht van 25 mei 2011.

5 De ontvankelijkheid van klager in zijn hoger beroep

5.1.

De kamer heeft in zijn beslissing met betrekking tot de vraag of [gemachtigde van klager] bevoegd is om namens klager deze procedure te voeren het volgende overwogen. De notaris heeft aangevoerd dat de klacht ziet op het handelen van de notaris bij een transactie van aandelen, waarbij klager (indirect) als verkoper optrad. De belangen van koper in die transactie werden door de gemachtigde behartigd. De gemachtigde heeft zelfs (namens koper) de opdracht gegeven aan de notaris tot passeren van de akte van levering van de aandelen. De notaris heeft daarom ernstige twijfels of de gemachtigde niet enkel voor zichzelf optreedt. De kamer heeft klager tweemaal verzocht te bevestigen dat hij de volmacht van 27 juli 2012 heeft ondertekend alsmede te bevestigen dat die volmacht de volmacht van 25 mei 2011 verving. Van klager is hierop geen enkele reactie ontvangen. Daarna heeft de kamer de gemachtigde tweemaal verzocht om een gelegaliseerde volmacht, eventueel voorzien van een apostille. De gemachtigde heeft aan dit verzoek niet voldaan. Nu niet is komen vast te staan dat klager aan de gemachtigde volmacht heeft gegeven om namens hem deze klachtenprocedure te voeren, kan klager niet worden ontvangen in zijn klacht.

5.2.

Het hof is van oordeel dat op grond van hetgeen de kamer in zijn beslissing heeft overwogen en hetgeen de notaris op dit punt (verder) heeft aangevoerd, inderdaad eraan kan worden getwijfeld of [gemachtigde van klager] in deze procedure voor klager optreedt. Nu ook in hoger beroep door klager noch [gemachtigde van klager] een gelegaliseerde volmacht, eventueel voorzien van een apostille is overgelegd, kan thans (ook) niet worden vastgesteld dat [gemachtigde van klager] namens klager in deze procedure optreedt. Dit betekent dat klager in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

5.3.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

- verklaart klager niet- ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, J.C.W. Rang en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 december 2013 door de rolraadsheer.

Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag

Beslissing van 24 mei 2013 inzake de klacht onder nummer 11-16 van:

[klager]

hierna ook te noemen: klager,
gemachtigde [gemachtigde van klager]
hierna ook te noemen: de gemachtigde,

tegen

[notaris][notaris]
notaris, gevestigd te [vestigingsplaats notaris],
hierna ook te noemen: de notaris,
advocaten mrs. E.J.M. van Rijckevorsel-Teeuwen en L. Bryk.

De verdere procedure

1.1

Op 15 februari 2012 heeft de Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-Notarissen ’s-Gravenhage (hierna te noemen: de Kamer) de klacht mondeling behandeld.

1.2

De Kamer heeft daarna kennisgenomen van een brief van klager d.d. 16 maart 2012 met bijlagen en een brief van de notaris d.d. 19 maart 2012.

1.3

De Kamer heeft in een tussenbeslissing d.d. 21 maart 2012 bepaald dat de voorzitter van de Kamer [de heer A]onder ede zal horen en de Kamer heeft de notaris en klager in de gelegenheid gesteld zelf overige getuigen voor te dragen voor de zitting. De Kamer heeft verder bepaald, voor zoveel nodig, dat van deze tussenbeslissing hoger beroep slechts kan worden ingesteld tegelijk met hoger beroep van de (eind)beslissing. De Kamer heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

1.4

Op 17 april 2012 heeft de Kamer aanvullende correspondentie d.d. 16 april 2012, met bijlagen, van klager ontvangen.

1.5

Op 23 juli 2012 hebben de getuigenverhoren plaatsgevonden. [de heer A]is gehoord. Verder zijn gehoord de notaris en [de heer B]. De gemachtigde en [de heer C] zijn gehoord in contra-enquête.

1.6

Op 29 augustus 2012 heeft de Kamer de conclusie na getuigenverhoor d.d. 28 augustus 2012, met bijlage, ontvangen van de notaris.

1.7

Op 25 september 2012 heeft de Kamer een brief van klager d.d. 24 september 2012 ontvangen met bijlagen. Een van de bijlagen betreft de originele volmacht van 27 juli 2012, waarin klager in het bijzonder volmacht geeft aan de gemachtigde om onder andere namens hem een procedure te voeren tegen de notaris bij de Kamer. Onderaan deze volmacht is vermeld dat deze volmacht de volmacht van 25 mei 2011 vervangt.

1.8

Op 2 oktober 2012 heeft de Kamer de conclusie na getuigenverhoor d.d. 25 september 2012, met bijlage, ontvangen van klager.

1.9

Op 8 november 2012 heeft de secretaris van de Kamer klager een e-mail gestuurd met het verzoek om te bevestigen dat hij de volmacht van 27 juli 2012 daadwerkelijk heeft ondertekend en om te bevestigen of bovengenoemde volmacht inderdaad de volmacht van 25 mei 2011 vervangt.

1.10

Aangezien de secretaris van de Kamer geen antwoord van klager heeft ontvangen, stuurt zij hem op 28 november 2012 nogmaals een e-mail met het verzoek haar te antwoorden. Van klager is vervolgens nimmer een reactie ontvangen.

1.11

Op 12 december 2012 is de Kamer bijeengekomen voor raadkameroverleg. Naar aanleiding van dit overleg heeft de secretaris een aangetekende brief aan de gemachtigde gestuurd met het verzoek om de handtekening van klager op de volmacht te laten legaliseren door een notaris. Indien klager in het buitenland verblijft en de volmacht in het buitenland laat legaliseren, dient de volmacht tevens te worden voorzien van een apostille.

1.12

Aangezien de Kamer, inmiddels geheten zoals in hoofde dezes vermeld, geen reactie heeft ontvangen van de gemachtigde, stuurt de secretaris hem op 25 februari 2013 een herinnering. In de brief is vermeld dat indien binnen vier weken geen reactie wordt ontvangen door de Kamer, de Kamer de klacht formeel zal afdoen.

1.13

Op 19 maart 2013 ontvangt de Kamer een fax van mr. J.M. Karstens met het verzoek tot uitstel tot eind mei aangezien klager in het buitenland verblijft.

1.14

Op 22 maart 2013 stuurt de secretaris van de Kamer een brief aan mr. Karstens met daarin het volgende vermeld:

“Nu uw verzoek om uitstel geen inzicht geeft in welk (deel van het) buitenland de heer Marc verblijft, ziet de kamer aanleiding tot het verlenen van nader uitstel tot een maand na heden.

Na het verstrijken van deze maand, behoudens klemmende redenen, zal geen nader uitstel worden verleend”.

1.15

Tot op heden is van de gemachtigde danwel van mr. Karstens geen gelegaliseerde volmacht (met of zonder apostille) ontvangen.

De beoordeling van de ontvankelijkheid

De eerste vraag die de Kamer dient te beantwoorden is of de gemachtigde bevoegd is om namens klager deze klachtenprocedure te voeren. De Kamer overweegt als volgt. De notaris heeft aangevoerd dat de klacht ziet op het handelen van de notaris bij een transactie van aandelen, waarbij klager (indirect) als verkoper optrad. De belangen van koper in die transactie werden behartigd door de gemachtigde. De gemachtigde heeft zelfs (namens koper) de opdracht gegeven aan de notaris tot het passeren van de akte van levering van de aandelen. Volgens de notaris zijn er daarom ernstige twijfels of de gemachtigde niet enkel voor zichzelf optreedt. De Kamer heeft klager tweemaal verzocht om te bevestigen of hij de volmacht van 27 juli 2012 heeft ondertekend en om te bevestigen of deze volmacht de volmacht van 25 mei 2011 vervangt. De Kamer heeft van klager geen enkele reactie ontvangen. Daarna heeft de Kamer de gemachtigde tweemaal verzocht om een gelegaliseerde volmacht, eventueel voorzien van een apostille. De gemachtigde heeft niet aan het verzoek van de Kamer voldaan, aangezien van hem geen enkele reactie is ontvangen. Nu niet is komen vast te staan dat klager aan de gemachtigde volmacht heeft gegeven om namens hem deze klachtenprocedure te voeren, oordeelt de Kamer dat klager niet kan worden ontvangen in zijn klacht.

De Kamer komt derhalve niet toe aan een inhoudelijke behandeling.

De beslissing

De Kamer voornoemd:

verklaart klager niet ontvankelijk in zijn klacht.

Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, P.H.B. Gorsira, G.P. van Ham, J. Smal en L.G. Vollebregt, bijgestaan door de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2013.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.