Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:4488

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
11-12-2013
Zaaknummer
200.114.279-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klager verwijt de notaris dat hij tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld bij het opstellen en passeren van en akte van verdeling waarbij onder meer de voormalige echtelijke woning aan klager is toebedeeld onder de verplichting om voor zijn rekening te nemen de op de woning rustende hypotheekschuld. Klager voert verschillende klachtonderdelen aan. De klachtonderdelen weergegeven onder 4.1. sub i. tot en met v. en xi. (klachtonderdeel g. in de bestreden beslissing) zijn naar het oordeel van het hof ongegrond. De kamer heeft in zijn beslissing de klachtonderdelen weergegeven onder 4.1. sub vii. tot en met x. niet aan een beoordeling onderworpen. Het hof is van oordeel dat deze klachtonderdelen eveneens ongegrond zijn. Het verwijt van klager (het klachtonderdeel weergeven onder 4.1. sub vi.) dat hetgeen de notaris in de akte met betrekking tot de kwijting heeft opgenomen, namelijk dat partijen ter zake van de verdeling niets meer van elkaar te vorderen hebben en elkaar volledige kwijting verlenen, niet conform de conceptakte en ook onjuist is, is terecht. Het hof acht de handelwijze van de notaris in deze zodanig tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de maatregel van waarschuwing gepast en geboden is.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt, geldigheid: 2013-12-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

_______________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.114.279/01 NOT

zaaknummer eerste aanleg : 07.831/2012/8

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 10 december 2013

inzake:

[klager],

wonende te [plaatsnaam],

appellant,

t e g e n

[notaris],

notaris te [plaatsnaam],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Op 29 januari 2013 heeft het hof een tussenbeslissing (hierna: de tussenbeslissing) gegeven in deze zaak. Voor de standpunten van partijen en het verloop van het geding tot 29 januari 2013 wordt naar de tussenbeslissing verwezen.

1.2.

In de tussenbeslissing heeft het hof klager in zijn hoger beroep ontvankelijk verklaard en bepaald dat het onderzoek zal worden hervat.

1.3.

De zaak is vervolgens inhoudelijk behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 10 oktober 2013. Klager en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

In deze zaak gaat het - samengevat weergegeven - om het volgende.

Klager is gehuwd geweest met [naam], hierna te noemen: de ex-echtgenote. Bij vonnis van 18 maart 2009 heeft de rechtbank Almelo de huwelijksgoederengemeenschap verdeeld, waarbij onder meer de voormalig echtelijke woning (hierna: de woning) aan klager is toebedeeld onder de verplichting om voor zijn rekening te nemen de op de woning rustende hypotheekschuld. In het dictum is - voor zover van belang - bepaald dat indien klager weigert mee te werken aan de toedeling van de woning aan hem, het vonnis in de plaats zal treden van de voor het passeren van de akte van levering vereiste wilsverklaring van klager en voorts dat klager binnen één maand na de vonnisdatum aan de ex-echtgenote wegens overbedeling een bedrag dient te betalen van € 34.377,54. Het gerechtshof Arnhem heeft in zijn arrest van 31 augustus 2010 - voor zover van belang - klager in zijn hoger beroep met betrekking tot de toedeling van de woning niet-ontvankelijk verklaard en de schuld wegens overbedeling vastgesteld op € 30.177,54, waarbij de ex-echtgenote aan klager diende terug te betalen hetgeen zij meer dan dit bedrag van klager had ontvangen. In eerste instantie was [notaris], notaris te [plaatsnaam] (hierna: notaris [notaris]), ingeschakeld voor het voorbereiden van een akte van verdeling. In een daaropvolgende procedure bij de rechtbank Almelo hebben klager en de ex-echtgenote ter zitting van 21 september 2011 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij zij - kort gezegd - zijn overeengekomen dat de notaris (lees: notaris [notaris]) klager 10 à 14 dagen later zou oproepen voor het ondertekenen van de door haar opgestelde conceptakte. Toen klager vervolgens bezwaar maakte tegen het feit dat notaris [notaris] op hetzelfde kantoor als de advocaat van de ex-echtgenote werkzaam was, heeft notaris [notaris] haar werkzaamheden beëindigd en de notaris verzocht haar werkzaamheden over te nemen. Bij vonnis van 2 november 2011 heeft de rechtbank Almelo overwogen dat met het vonnis van 18 maart 2009 de door de ex-echtgenote gewenste toedeling van de woning aan klager kan worden bereikt. Op 2 februari 2012 heeft de notaris de akte van verdeling (hierna: de akte) gepasseerd, waarbij de woning aan klager is toebedeeld onder de verplichting voor klager de hypothecaire schuld voor zijn rekening te nemen.

4 Het standpunt van klager

4.1.

Klager verwijt de notaris dat:

i. hij zonder klager daarvan in kennis te stellen de akte heeft verleden;

ii. hij de akte naar het woonadres van klager heeft gestuurd, terwijl een akte altijd op het kantoor van de notaris moet worden opgehaald;

iii. de akte niet door de notaris in het bijzijn van een getuige is voorgelezen;

iv. de akte niet door klager is geparafeerd;

v. de akte niet is voorzien van de handtekening van klager;

vi. hij zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door in de akte te verklaren dat partijen elkaar over en weer volledige kwijting hebben verleend en niets meer van elkaar te vorderen hebben, met uitzondering van hetgeen onder het kopje ‘schuldomzetting’ staat vermeld. Hiermee heeft klager nooit ingestemd;

vii. hij zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door in de akte onder het kopje ‘waarvan akte’ heeft opgenomen dat de zakelijke inhoud aan klager kenbaar is gemaakt, de inhoud van de akte is voorgelezen, klager wilde afzien van voorlezing en klager kennis heeft genomen van de akte;

viii. hij zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door de akte op basis van een vonnis in kort geding op te stellen;

ix. hij betaling van klager aan de ex-echtgenote van de door hem gemaakte kosten probeert af te dwingen, terwijl niet klager maar de ex-echtgenote de notaris heeft ingeschakeld en klager de notaris heeft gemeld hem niet te kunnen en willen betalen;

x. in de akte de hypothecaire schuld aan klager is overgedragen, terwijl de hypotheekverstrekker hiervoor geen toestemming heeft gegeven. Die toestemming zou de hypotheekverstrekker ook niet hebben gegeven, aangezien klager leeft van een WIA-uitkering;

xi. hij klagers privacy heeft geschonden door zonder zijn toestemming per e-mail contact met hem op te nemen.

Klager is voorts van mening dat de door notaris [notaris] opgestelde conceptakte diende te worden ondertekend. Dit volgt uit de vaststellingsovereenkomst van 21 september 2011. De notaris heeft ten onrechte een andere akte van verdeling opgesteld.

4.2.1.

In hoger beroep heeft klager zijn standpunt in eerste aanleg gehandhaafd en nieuwe klachten geformuleerd. Die nieuwe klachten zien op schending van de Wet bescherming persoonsgegevens door de ID-gegevens van klager wederrechtelijk te gebruiken, valsheid in geschrift door in de akte op te nemen dat de toedeling van de woning aan klager is geschied onder vrijwaring van de ex-echtgenote ter zake van de hypothecaire schuld, het opnemen van een onjuiste datum in de akte waarop de woning voor rekening en risico van klager had te gelden, het ten onrechte opnemen in de akte van de tekst onder het kopje ‘schuldomzetting’ en het ten onrechte opnemen in de akte dat geen vernietiging of ontbinding van de verdeling kan worden gevorderd.

4.2.2.

Voorts heeft klager - voor zover van belang - nog het volgende aangevoerd. De notaris heeft, anders dan de kamer heeft overwogen, (het concept van) de akte nimmer inhoudelijk met klager besproken. Daarnaast heeft de notaris in strijd met de waarheid verklaard dat hij de door notaris [notaris] opgestelde conceptakte niet heeft gezien. Uit de door klager overgelegde beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en de kandidaat-notarissen te Almelo van 8 november 2012 in de klachtprocedure tegen notaris [notaris] blijkt dat deze laatste ter zitting heeft verklaard dat zij de door haar opgestelde conceptakte aan de notaris heeft doen toekomen.

5 Het standpunt van de notaris

De notaris heeft de stellingen van klager betwist en zich als volgt verweerd.

5.1.

De notaris heeft getracht om klager zelf de akte te laten ondertekenen. Klager was niet ervan te overtuigen dat de vonnissen van de rechtbank Almelo zijn gebrek aan medewerking aan de akte zouden kunnen vervangen. De notaris heeft aan klager uitgelegd dat hij slechts uitvoerde hetgeen in die vonnissen was bepaald. Aan beide partijen is uitgelegd dat de ex-echtgenote (nog) niet van haar hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de bank zou zijn ontheven. De notaris heeft het concept van de akte en een uitnodiging ter ondertekening van de passeervolmacht per e-mail aan klager toegezonden. Van de advocaat van de ex-echtgenote en notaris [notaris] had de notaris begrepen dat klager alleen per e-mail goed bereikbaar was. De notaris beschikte in die periode niet over de conceptakte van notaris [notaris].

5.2.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft de notaris op vragen van het hof - voor zover van belang - verklaard dat hij in verband met besparing van tijd en geld ervoor heeft gekozen het kantoormodel te gebruiken voor het opstellen van de akte. Door miscommunicatie tussen notaris [notaris] en hem heeft hij pas later de conceptakte van notaris [notaris] ontvangen.

6 De beoordeling

6.1.

Voor zover klager in hoger beroep zijn verzoek heeft uitgebreid (zoals verwoord hiervoor onder 4.2.1.), zal het hof deze uitbreiding buiten beschouwing laten. Het hof dient op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 4 van de Wet op het notarisambt (Wna) een aan hem voorgelegde zaak opnieuw in volle omvang te behandelen. In die procedure is voor de behandeling van in appel nieuw geformuleerde klachten geen plaats. Klager zal derhalve in zijn nieuwe klachten niet ontvankelijk worden verklaard.

6.2.

Ten aanzien van de klachtonderdelen weergegeven onder 4.1. sub i. tot en met v. en xi. (klachtonderdeel g. in de bestreden beslissing) wordt het volgende overwogen. Nadat de notaris de werkzaamheden van notaris [notaris] had overgenomen, heeft de notaris ter uitvoering van de vonnissen van 18 maart 2009 en 2 november 2011 van de rechtbank Almelo het door hem opgestelde concept van de akte bij e-mail van 19 januari 2012 aan klager gezonden. Naar aanleiding van dit concept hebben de notaris en klager elkaar op 1 februari 2012 op het kantoor van de notaris gesproken. Met de kamer is het hof van oordeel dat klager derhalve kennis had van het feit dat de notaris de akte had opgemaakt. Voorts volgt het hof de kamer in zijn oordeel dat de notaris de akte op grond van vorenbedoelde vonnissen zonder medewerking van klager heeft mogen passeren toen klager de akte niet wenste te ondertekenen. Aangezien het vonnis van 18 maart 2009 de wilsverklaring van klager verving, was de handtekening of paraaf van klager niet vereist en behoefde de akte ook niet in het bijzijn van klager worden voorgelezen, zoals de kamer terecht heeft overwogen. De stelling van klager dat de notaris de akte in het bijzijn van een getuige had dienen voor te lezen vindt evenmin steun in de wet. Evenals de kamer is het hof van oordeel dat het gebruikelijk is dat een notaris na het passeren van een leveringsakte een afschrift daarvan naar de verkrijger van het onroerend goed stuurt, zoals hier is gebeurd, en niet is gebleken dat klager hierdoor in zijn belangen is geschaad. Voorts overweegt het hof, met de kamer, dat de notaris onweersproken heeft aangevoerd dat notaris [notaris] (en ook de gemachtigde van de ex-echtgenote) aan hem de e-mailgegevens van klager heeft verstrekt onder de mededeling dat dat de beste manier was om contact met klager te leggen en uit de stukken van het dossier blijkt dat klager uitsluitend per e-mail contact heeft, zowel met notaris [notaris] als met de notaris en zijn medewerkers, de kamer en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. Evenals de kamer acht het hof het derhalve niet verwijtbaar dat de notaris gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres van klager en op die wijze contact met klager heeft opgenomen. Dat hierdoor de privacy van klager zou zijn geschonden, valt niet in te zien.

Het voorgaande brengt met zich dat de kamer deze klachtonderdelen terecht ongegrond heeft verklaard.

6.3.

De kamer heeft in zijn beslissing de klachtonderdelen weergegeven onder 4.1. sub vii. tot en met x. niet aan een beoordeling onderworpen. Met betrekking tot deze klachtonderdelen wordt het volgende overwogen.

Klachtonderdeel sub vii.

In de akte van 2 februari 2012 zijn op de eerste pagina, onderaan, en vanaf de tweede pagina, bovenaan, de volgende passages opgenomen:

“Waar voor de in deze akte te noemen bepalingen en bedingen waaronder de onderhavige verdeling en levering is aangegaan de wilsverklaring van de man benodigd is, wordt het vonnis geacht voor deze wilsverklaring in de plaats te zijn getreden, zodanig dat deze levering en de daarop toepasselijke bepalingen en bedingen, zijnde de gebruikelijke bepalingen en bedingen, rechtsgeldig tot stand zijn gekomen.”

en

“Waar in deze akte sprake is van verklaringen van de man, dienen deze – tenzij uit deze akte anders mocht blijken – niet te worden opgevat als feitelijk door hem te zijn gedaan, maar dienen deze hem te worden toegerekend op grond van het evengenoemde in de plaatstreden van het vonnis voor de wilsverklaringen van de man.”

Aan klager is op 19 januari 2012 het concept van de akte toegezonden. Gelet hierop en gezien de hiervoor weergegeven passages volgt het hof klager niet in zijn stelling dat de notaris zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door in de akte onder het kopje “WAARVAN AKTE” (vrij vertaald) op te nemen dat de zakelijke inhoud aan klager kenbaar is gemaakt, de inhoud van de akte door de notaris is voorgelezen, klager wilde afzien van voorlezing en klager kennis heeft genomen van de akte. Overigens betreft het een tekst die doorgaans standaard in een leveringsakte wordt opgenomen.

Klachtonderdeel sub viii.

Klager verwijt de notaris dat hij de akte op basis van een vonnis in kort geding heeft opgesteld. Het is inderdaad onjuist dat in de akte is opgenomen dat het vonnis van de rechtbank Almelo van 18 maart 2009 een vonnis in kort geding zou zijn. Dit gegeven heeft echter voor klager verder geen gevolgen en klager is hierdoor ook niet in zijn belangen geschaad. Het hof acht dit door de notaris in de akte opgenomen onjuiste gegeven derhalve niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Klachtonderdeel sub ix.

Het hof is van oordeel dat niet is gebleken dat de notaris betaling van klager aan de ex-echtgenote van de door hem gemaakte kosten heeft proberen af te dwingen. Bovendien lijkt de brief van 2 februari 2012 van de notaris aan klager (bijlage bij het verweerschrift eerste aanleg) in een andere richting te wijzen, aangezien de notaris in de slotalinea van die brief heeft geschreven dat hij de nota van zijn werkzaamheden betreffende de akte van verdeling naar de ex-echtgenote zou zenden en deze nota, naar hij aannam, te zijner tijd door de ex-echtgenote geheel of voor 50% met klager zou kunnen worden verrekend.

Klachtonderdeel x.

Op basis van het vonnis van 18 maart 2009 van de rechtbank Almelo heeft de notaris in de akte mogen opnemen dat de woning aan de man werd toebedeeld, onder de verplichting om voor zijn rekening te nemen de hypothecaire schuld met betrekking tot de woning. De stelling van klager dat de hypotheeknemer hiervoor geen toestemming heeft gegeven, kan hem niet baten, omdat het hier gaat om de onderlinge relatie tussen de ex-echtelieden. Overigens was in de door notaris [notaris] opgestelde conceptakte ook opgenomen dat aan klager de woning werd toebedeeld, onder de verplichting om onder meer de hypothecaire geldlening(en) voor zijn rekening te nemen en als eigen schuld te voldoen.

Het voorgaande brengt met zich dat de klachtonderdelen vii tot en met x ongegrond zullen worden verklaard.

6.4.1.

Met betrekking tot het klachtonderdeel weergegeven onder 4.1. sub vi. wordt het volgende overwogen. Naar aanleiding van het gesprek tussen klager en de notaris op 1 februari 2012 inzake de door de notaris opgestelde conceptakte, heeft klager in zijn brief van dezelfde datum aan de notaris - voor zover van belang - geschreven dat die ochtend is gesproken “over de akte die niet conform de uitspraak van de rechter was gemaakt” en voorts dat klager aan de notaris heeft verteld “dat deze akte een andere akte is” omdat daarin niet is terug te vinden dat de ex-echtgenote aan klager dient terug te betalen hetgeen klager meer heeft betaald dan € 30.177,54. Ook in zijn brief van 26 januari 2012 heeft klager aan de notaris kenbaar gemaakt zich onder meer met betrekking tot dit laatste niet in het door de notaris opgestelde concept van de akte te kunnen vinden. Naar het oordeel van het hof had het op basis van hetgeen klager (in zijn brieven) had aangedragen op de weg van de notaris gelegen om nader onderzoek te doen bij notaris [notaris] met betrekking tot de gewenste inhoud van de akte op dit punt. Zowel de door notaris [notaris] opgestelde conceptakte als de tussen klager en de ex-echtgenote gesloten vaststellingsovereenkomst van 21 september 2011, waarin werd verwezen naar het concept van notaris [notaris], was dan ter beschikking van de notaris gekomen. Het verwijt van klager dat hetgeen de notaris in de akte met betrekking tot de kwijting heeft opgenomen, namelijk dat partijen ter zake van de verdeling niets meer van elkaar te vorderen hebben en elkaar volledige kwijting verlenen, niet conform de conceptakte van notaris [notaris] en ook onjuist is, is dan ook terecht. Dit betekent dat dit klachtonderdeel gegrond zal worden verklaard.

6.4.2.

Het hof acht de handelwijze van de notaris in deze zodanig tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de maatregel van waarschuwing gepast en geboden is.

6.5.

Nu het hof met betrekking tot klachtonderdeel f. in de bestreden beslissing (in hoger beroep aangeduid onder 4.1. sub vi.) tot een andere beslissing komt dan de kamer en tevens heeft beslist inzake de klachtonderdelen die niet door de kamer aan een beoordeling zijn onderworpen (in hoger beroep aangeduid onder 4.1. sub vii. tot en met x.), zal de beslissing van de kamer omwille van de duidelijkheid geheel worden vernietigd.

6.6.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.7.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 De beslissing

Het hof:

- verklaart klager niet- ontvankelijk in de in hoger beroep nieuw geformuleerde klachten;

- vernietigt de bestreden beslissing;

- verklaart klachtonderdeel 4.1. sub vi. gegrond;

- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;

- legt aan de notaris de maatregel van waarschuwing op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, J.C.W. Rang en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 december 2013 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-

NOTARISSEN TE ARNHEM

Kenmerk: 07.831/2012/8

Beslissing van de Kamer van Toezicht te Arnhem op de klacht van

[klager],

wonende te [plaatsnaam],

hierna ook te noemen: klager,

tegen

[notaris],

notaris te [plaatsnaam].

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de klacht met bijlagen d.d. 18 februari 2012, door klager gezonden naar de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). De klacht is door de KNB doorgestuurd naar de Kamer van Toezicht te Almelo;

- de beslissing van 28 februari 2012 van de president van het gerechtshof te Amsterdam, waarin de Kamer van Toezicht te Arnhem met de behandeling van de zaak is belast;

- een e-mailbericht van klager met bijlage van 22 maart 2012;

- de brief met bijlagen van de notaris van 27 maart 2012;

- de mondelinge behandeling van de klacht op 29 juni 2012, waarbij klager en de notaris zijn verschenen.

2 De feiten

2.1

Klager is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest met [naam]. Het huwelijk is door echtscheiding ontbonden op 13 februari 2004.

2.2.

Bij vonnis van 18 maart 2009 heeft de rechtbank Almelo de huwelijksgoederengemeenschap verdeeld, waarbij, voor zover hier van belang, de voormalig echtelijke woning aan [adres] te [plaatsnaam] en de op die woning rustende hypotheekschuld aan de man is toebedeeld.

In het dictum is voorts bepaald dat indien de man weigert mee te werken aan de toedeling van de woning aan hem, dit vonnis in de plaats zal treden van de voor het passeren van de akte van levering vereiste wilsverklaring van de man, waarbij het vonnis in de daartoe bestemde registers kan worden ingeschreven indien één maand na de betekening van het vonnis is verstreken.

2.3.

De man is van dit vonnis in hoger beroep gegaan. Bij arrest van 31 augustus 2010 van het gerechtshof te Arnhem is de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, voor zover dit betreft de toedeling van de woning aan [adres] te [plaatsnaam].

2.4

[naam] heeft notaris [notaris] (hierna: notaris [notaris]) verzocht om een conceptakte van verdeling te maken. Dit concept de dato 15 december 2010 heeft notaris [notaris] met klager besproken en klager heeft tegenover haar verklaard dat hij deze akte van verdeling niet wil ondertekenen. Notaris [notaris] is werkzaam op hetzelfde kantoor als de advocaat van [naam]. Klager heeft tegen dit feit bezwaar gemaakt, waarop notaris [notaris] haar werkzaamheden heeft beëindigd. Zij heeft de notaris verzocht om de werkzaamheden met betrekking tot de akte van verdeling van haar over te nemen.

2.5

[naam] heeft tevergeefs geprobeerd om het vonnis van 18 maart 2009 in de openbare registers van het Kadaster in te schrijven. Zij heeft vervolgens een procedure aanhangig gemaakt. In die procedure heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden op 21 september 2011. Blijkens het proces-verbaal zijn partijen daar het volgende overeengekomen: De notaris zal [klager] oproepen om over 10 à 14 dagen ten kantore de leveringsakte te ondertekenen. (…). De akte die ter ondertekening zal worden voorgelegd is reeds als concept bij de dagvaarding meegezonden. De zaak is verwezen naar de rol van 2 november 2011 voor vonnis. Bij vonnis van 2 november 2011 heeft de rechtbank Almelo de vordering van [naam] afgewezen en heeft daartoe overwogen:

“De rechtbank is van oordeel dat de vrouw geen belang heeft bij onderhavige vordering, nu zij reeds met het vonnis van 18 maart 2009 kan bereiken hetgeen zij wenst. Daartoe dient zij door haar notaris een akte van levering te laten opstellen, die mede door de man dient te worden ondertekend. Indien de man hieraan niet meewerkt, kan het vonnis van 18 maart 2009 in de plaats worden gesteld van de rechtshandeling van de man, waarna de akte van levering (en dus niet het vonnis als zodanig) kan worden ingeschreven in de openbare registers. De vordering zal om die reden worden afgewezen.”

2.6

Op 2 februari 2012 is voor de notaris een akte van verdeling gepasseerd, waarbij ter uitvoering van het bepaalde in genoemd vonnis van 18 maart 2009 (zonder medewerking van klager) de woning aan [adres] te [plaatsnaam] en de hypothecaire schuld aan klager zijn toegedeeld.

3 De klacht en het verweer

3.1

Klager verwijt de notaris dat:

  1. hij zonder klager ervan in kennis te stellen een akte van verdeling heeft opgemaakt;

  2. hij de akte zomaar naar klagers woonadres heeft gestuurd, terwijl een akte altijd ter kantore moet worden opgehaald;

  3. een akte altijd moet worden voorgelezen door een notaris met een getuige;

  4. e akte niet is geparafeerd door klager;

  5. de akte niet is voorzien van een handtekening van klager;

  6. hij valsheid in geschrifte heeft gepleegd door in de akte van verdeling te verklaren dat partijen elkaar over en weer volledige kwijting hebben verleend en niets meer van elkaar te vorderen hebben, met uitzondering van hetgeen onder het kopje schuldomzetting staat vermeld;

  7. hij klagers privacy heeft geschonden door zonder toestemming per
    e-mail contact met hem op te nemen.

3.2

De notaris heeft verweer gevoerd, waarop de Kamer in de beoordeling voor zover van belang nader zal ingaan.

4 De beoordeling van de klacht


4.1. Ingevolge artikel 98 lid 1 Wet op het notarisambt (Wna) zijn notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij de zorg die zij als notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.

De Kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2

De Kamer overweegt als volgt.

4.2.1.

Ter uitvoering van de vonnissen d.d. 18 maart 2009 en 2 november 2011 van de rechtbank te Almelo heeft de notaris het door hem opgestelde concept van de akte van verdeling op 19 januari 2012 per e-mailbericht naar klager gestuurd en hem uitgenodigd om zelf de akte te komen ondertekenen. De notaris heeft op 1 februari 2012 op zijn kantoor het concept van de akte van verdeling met klager besproken. De Kamer acht het aldus aantoonbaar onjuist dat de akte van verdeling is opgemaakt zonder dat klager daarvan in kennis is gesteld. Toen klager de door de notaris opgemaakte akte van verdeling niet wenste te ondertekenen, diende de notaris op grond van het bepaalde in het vonnis van 18 maart 2009 de akte zonder de medewerking van klager te passeren ter uitvoering van genoemd vonnis. In zijn verschillende klachtonderdelen gaat klager voorbij aan het feit dat de akte is opgemaakt ter uitvoering van het vonnis d.d. 18 maart 2009 waarin is bepaald dat het vonnis in de plaats komt van de wilsverklaring van klager.

Dat de notaris een andere conceptakte heeft opgemaakt dan in de comparitie genoemde conceptakte die aan de dagvaarding was gehecht, maakt dat niet anders. Nadat het vonnis d.d. 2 november 2011 was gewezen en nadat gebleken was dat klager niet wilde meewerken aan het opmaken van de akte als bedoeld ter comparitie, stond het de notaris vrij een model naar eigen keuze te gebruiken.

4.2.2.

In de akte treedt het vonnis in de plaats van de wilsverklaring van de man zodat zijn handtekening of paraaf niet vereist is voor het opmaken van de akte van verdeling. De akte vermeldt voorts: “ Waar in deze akte sprake is van verklaringen van de man, dienen deze (…) niet te worden opgevat als feitelijk door hem te zijn gedaan, maar dienen deze hem te worden toegerekend op grond van het evengenoemde in de plaatstreden van het vonnis voor de wilsverklaringen van de man. De klachtonderdelen a, d en e worden derhalve ongegrond verklaard.

4.2.3.

Het is gebruikelijk dat een notaris na het passeren van een leveringsakte van onroerend goed een papieren afschrift van die akte naar de verkrijger van het onroerend goed stuurt, zoals in casu is gebeurd. Gesteld noch gebleken is dat klager daardoor in zijn belangen is geschaad. Klachtonderdeel b wordt ongegrond verklaard.

4.2.4.

De stelling van klager dat de akte in zijn bijzijn moest worden voorgelezen, hoewel het vonnis in de plaats is getreden van zijn wilsverklaring, is door hem niet onderbouwd en in de wet is daarvoor geen steun te vinden. Klachtonderdeel c wordt ongegrond verklaard.

4.2.5.

De notaris heeft naar het oordeel van de Kamer niet onjuist gehandeld door in de akte op te nemen dat partijen ([naam] en klager) elkaar volledige kwijting verlenen met uitzondering van de schuldomzetting die ziet op de uitkering wegens overbedeling die klager aan [naam] verschuldigd was, hoewel wel aannemelijk is dat dit niet overeenkomstig de wens van klager was. Uitvoering van het vonnis kan niet anders meebrengen dan dat partijen elkaar na uitvoering van hetgeen in dat vonnis is bepaald finale kwijting verlenen, een andere uitleg is niet mogelijk. Ook klachtonderdeel f wordt ongegrond verklaard.

4.2.6.

Tenslotte acht de Kamer het niet verwijtbaar dat de notaris gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres van klager. De notaris heeft, onweersproken door klager, ter zitting gesteld dat notaris [notaris] hem de e-mailgegevens van klager heeft verstrekt onder de mededeling dat dat de beste manier was om contact met klager te leggen. Uit de door klager overgelegde stukken blijkt dat klager uitsluitend per e-mail communiceert, zowel met notaris [notaris], de notaris en zijn medewerkers, de KNB en de Kamer. Waarom de notaris daarvoor toestemming van klager zou moeten hebben, valt naar het oordeel van de Kamer niet in te zien. Dat – naast hetgeen hiervoor is overwogen – benadering per e-mail tegenwoordig ook niet ongebruikelijk is en in het algemeen niet met zich meebrengt dat zulks zonder meer verwijtbaar zou zijn. Klachtonderdeel g wordt ongegrond verklaard.

Op grond van het vorenstaande acht de Kamer alle klachtonderdelen ongegrond.

5 De beslissing

De Kamer van Toezicht


verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. L.A. van Son, plv. voorzitter,

mrs. A.J.V. Tierolff, P.F. Heuff, D.T. Boks en A.A.H.M. Derks, plv. leden, en in tegenwoordigheid van mr. C. van Schelven, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2012.

De secretaris De plv. voorzitter