Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:4486

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-12-2013
Datum publicatie
10-04-2014
Zaaknummer
200.115.960-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klaagsters verwijten de notaris, hun voormalige associé, dat hij zonder hun toestemming en medeweten op de dag van hun feitelijke dissociatie een instelling heeft geplaatst of heeft doen plaatsen op de server van hun voormalig kantoor die er voor zorgde dat e-mail vanaf dat tijdstip automatisch en onzichtbaar naar het nieuwe e-mailadres van de notaris werd doorgestuurd.

Anders dan de kamer, is het hof er niet van overtuigd dat de e-mailinstelling zoals deze op 27 februari 2009 op de server van klaagsters is geplaatst, heimelijk vanwege en met betrokkenheid van of door de notaris is geplaatst met het oogmerk zich (ten nadele van klaagsters) te bevoordelen. Het hof acht het aannemelijk dat de notaris weliswaar tegenover de getuige de wens heeft geuit (bepaalde) e-mailberichten doorgezonden te krijgen, maar zich op dat moment niet heeft gerealiseerd wat de uiteindelijke gevolgen van het plaatsen van deze forwarding waren. Evenals de kamer rekent het hof het de notaris wel zwaar aan dat hij over het eventuele plaatsen van de forwarding geen overleg heeft gevoerd met klaagsters. Van de notaris had verwacht mogen worden dat hij, alvorens daartoe over te gaan, tenminste daarover contact had opgenomen met klaagsters. Het hof rekent het de notaris nog zwaarder aan dat hij (in elk geval) verscheidene maanden e-mailberichten van het kantoor van klaagsters doorgezonden heeft gekregen, zonder klaagsters hiervan op de hoogte te brengen. De door de kamer in de bestreden beslissing opgelegde maatregel van schorsing voor de duur van vier weken acht het hof in dit geval te zwaar. Het hof legt de notaris de maatregel van berisping op.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt, geldigheid: 2013-12-10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2014/64

Uitspraak

beslissing

____________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.115.960/01 NOT

kenmerk eerste aanleg : KVT2012/154

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 10 december 2013

inzake

[notaris],

notaris te [plaatsnaam],

appellant,

gemachtigde: mr. G.L. Maaldrink, advocaat te ’s-Gravenhage,

t e g e n

1. [klaagster],

2. [klaagster],

beiden notaris te [plaatsnaam],

geïntimeerden,

gemachtigden: mrs. L.H. Rammeloo en M.C. Kuyvenhoven, beiden advocaat te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellant, verder de notaris, is bij een op 1 november 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Breda, verder de kamer, van 10 oktober 2012, waarbij de kamer de klacht van geïntimeerden, verder klaagsters, tegen de notaris gegrond heeft verklaard en aan hem de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van vier weken is opgelegd.

1.2.

Van de zijde van de notaris is op 28 november 2012 een aanvullend beroepschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

Van de zijde van klaagsters is op 8 februari 2013 een verweerschrift – met bijlagen – ter griffie van het hof ingekomen.

1.4.

Van de zijde van de notaris is op 7 juni 2013 een brief met een aanvullende productie ter griffie van het hof ingekomen.

1.5.

Van de zijde van klaagsters is op 11 juni 2013 een reactie (op de brief met aanvullende productie van de zijde van de notaris van 7 juni 2013) ter griffie van het hof ingekomen, waarin wordt verzocht de aanvullende productie van de notaris als in strijd met de goede procesorde als bedoeld in het Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven, buiten beschouwing te laten.

1.6.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 20 juni 2013. Klaagsters, vergezeld van hun gemachtigden en de notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; mr. L.H. Rammeloo en mr. G.L. Maaldrink aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

De behandeling alstoen is geschorst teneinde de door mr. Maaldrink voorgedragen getuige, [getuige], te horen en heeft het hof iedere verdere beslissing aangehouden. De mondelinge behandeling is vervolgens voortgezet ter openbare terechtzitting van het hof van 22 augustus 2013 alwaar genoemde partijen vergezeld van hun gemachtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd; mr. L.H. Rammeloo en mr. G.L. Maaldrink aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Tevens is verschenen [getuige], die door het hof als getuige in deze zaak is gehoord.

1.7.

Voorafgaand aan de (tweede) mondelinge behandeling op 22 augustus 2013 zijn van de zijde van klaagsters nog op 12 augustus 2013 een brief met een aanvullende productie (Bijlage 14) en op 20 augustus 2013 een brief met een aanvullende productie (Bijlage 15) ter griffie van het hof ingekomen.

1.8.

Het hof heeft ter zitting op 22 augustus 2013 medegedeeld dat de aanvullende productie die op 20 augustus 2013 van de zijde van klaagsters ter griffie van het hof is ingekomen, (Bijlage 15) wordt geaccepteerd nu is gebleken dat de (gemachtigde van de) notaris het stuk ook heeft ontvangen, er geen bezwaar is gemaakt tegen overlegging van dit stuk, van de inhoud ervan op eenvoudige wijze kan worden kennisgenomen en het hof evenmin bezwaren heeft tegen overlegging.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

De feiten zoals door de kamer in de bestreden beslissing samengevat, worden door de notaris op onderdelen betwist. Op grond van de inhoud van de stukken en het door partijen gestelde kan het volgende als vaststaand worden aangenomen.

- Op 1 januari 2007 is de maatschap “[maatschap]”, verder notariskantoor A, opgericht met de notaris en klaagsters als notarissen-compagnons. Notariskantoor A was gevestigd in twee tegenover elkaar gelegen kantoorgebouwen, met huisnummers [nummer] en [nummer]. De centrale server en de mailserver waren opgesteld in het kantoorgebouw met nummer [nummer], met een ondergrondse glasvezelkabel naar het kantoorgebouw met huisnummer [nummer].

- [B.V.], verder de B.V., leverde de software en diverse onderdelen van de hardware aan notariskantoor A en verzorgde ook het onderhoud aan de systemen.

- Eind 2008 zijn de notaris en klaagsters overeengekomen notariskantoor A te splitsen, en dat de notaris zijn praktijk zou voortzetten onder de naam “[naam]”, verder notariskantoor B, in het gebouw met huisnummer [nummer] en klaagsters hun praktijken onder de naam van notariskantoor A in het gebouw met huisnummer [nummer].

- Deze splitsing is geëffectueerd met ingang van 1 maart 2009.

- Met het oog op de voorgenomen splitsing zijn door de notaris en klaagsters diverse afspraken gemaakt. Voor wat betreft de automatisering is er afgesproken dat klaagsters de centrale server en de mailserver zouden behouden en dat de notaris over zou gaan op een systeem waarbij rechtstreeks wordt ingelogd bij de B.V., zonder dat een eigen server noodzakelijke is. Verder is afgesproken dat één volledige kopie van het computersysteem, zijnde de kaartenbak, zakenadministratie en alle bijbehorende documenten, bestanden en data aan de notaris ter beschikking zouden worden gesteld en dat het brondocument in zijn geheel zou achterblijven bij klaagsters.

- Kort voor de splitsing zijn door de B.V. voor alle (na de splitsing) bij het kantoor van de notaris werkzame personen (inclusief de notaris) “gebruikers” op de mailserver aangemaakt met de bijbehorende (nieuwe) e-mailadressen (met de domeinnaam [domeinnaam]).

- Op vrijdag 27 februari 2009 tussen 9.00 uur en 13.00 uur zijn er diverse werkzaamheden verricht door twee werknemers van de B.V. , waaronder het installeren van een nieuwe telefooncentrale in het kantoorgebouw met huisnummer [nummer], het verplaatsten van de centrale server van het kantoorgebouw met huisnummer [nummer] naar het kantoorgebouw met huisnummer [nummer] en het afkoppelen (“doorknippen”) van de onder de openbare weg liggende glasvezelkabel tussen beide kantoorgebouwen. Tijdens deze werkzaamheden zijn door één of beide medewerkers van de B.V. op de mailserver wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de “gebruikers”.

- Het oude e-mailadres van de notaris ([e-mailadres]) is ten tijde van de splitsing niet uitgeschakeld.

- Na de splitsing zijn er interne e-mailberichten van het kantoor van klaagsters (niet zichtbaar en zonder instemming van klaagsters) door middel van een op hun mailserver geplaatste forwarding automatisch doorgezonden naar het nieuwe e-mailadres van de notaris ([e-mailadres]).

- De notaris heeft klaagsters niet op de hoogte gesteld van de ontvangst van de e-mailberichten.

4 De standpunten van partijen

De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep.

5 De beoordeling

5.1.

Gelet op de stukken van het geding, de getuigenverklaring van [getuige] (verder de getuige) en al hetgeen overigens is besproken tijdens de mondelinge behandelingen in hoger beroep op 20 juni 2013 en 22 augustus 2013, neemt het hof voorts als vaststaand aan dat:

a. er op vrijdag 27 februari 2009 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de getuige en de notaris waarbij (onder meer) is gesproken over de mogelijkheid tot het plaatsen van een e-mailinstelling op de mailserver van klaagsters (een forwarding) waardoor er e-mailberichten gericht aan (het kantoor van) klaagsters zouden worden doorgezonden naar de notaris;

b. de notaris tijdens het gesprek op 27 februari 2009 de wens heeft geuit bepaalde

e-mailberichten doorgezonden te krijgen naar zijn nieuwe e-mailadres, [e-mailadres];

c. de getuige op 27 februari 2009 een e-mailinstelling heeft geplaatst op de server van klaagsters, die tot gevolg had dat er e-mail van het kantoor van klaagsters automatisch en onzichtbaar werd doorgezonden naar het nieuwe e-mailadres van de notaris;

d. de notaris gedurende een periode van (in elk geval) verscheidene maanden e-mailberichten van het kantoor van klaagsters doorgezonden heeft gekregen, zonder dat hij klaagsters daarvan op de hoogte heeft gebracht.

5.2.

Anders dan de kamer, is het hof er niet van overtuigd dat de e-mailinstelling zoals deze op 27 februari 2009 op de server van klaagsters is geplaatst, heimelijk vanwege en met betrokkenheid van of door de notaris is geplaatst met het oogmerk zich (ten nadele van klaagsters) te bevoordelen. Het hof acht het aannemelijk dat de notaris weliswaar tegenover de getuige de wens heeft geuit (bepaalde) e-mailberichten doorgezonden te krijgen, maar zich op dat moment niet heeft gerealiseerd wat de uiteindelijke gevolgen van het plaatsen van deze forwarding waren.

5.3.

Evenals de kamer rekent het hof het de notaris wel zwaar aan dat hij over het eventuele plaatsen van de forwarding geen overleg heeft gevoerd met klaagsters. Gelet op de diverse afspraken die door de notaris en klaagsters waren gemaakt met het oog op de voorgenomen splitsing zouden de gesplitste kantoren immers na dissociatiedatum over een eigen zelfstandige automatiseringssysteem, software en digitale verbindingen beschikken. Het (laten) plaatsen van een forwarding staat haaks op deze afspraken. Van de notaris had dan ook verwacht mogen worden dat hij, alvorens daartoe over te gaan, tenminste daarover contact had opgenomen met klaagsters.

5.4.

Het hof rekent het de notaris nog zwaarder aan dat hij (in elk geval) verscheidene maanden e-mailberichten van het kantoor van klaagsters doorgezonden heeft gekregen, zonder klaagsters hiervan op de hoogte te brengen. De notaris heeft voor dat laatste als enige grond genoemd de “verstoorde relatie” tussen hem en klaagsters. Naar het oordeel van het hof kan deze grond het gewraakte handelen van de notaris in het geheel niet rechtvaardigen. Dit handelen van de notaris dient gekwalificeerd te worden als buitengewoon kwalijk en een notaris onwaardig.

5.5.

Nu de klacht van klaagsters, gebaseerd op het onder 5.3 en 5.4 omschreven handelen van de notaris gegrond is en de notaris daardoor tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, acht het hof, gelet op enerzijds de ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de notaris en anderzijds de omstandigheid dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om te kunnen concluderen dat de notaris willens en wetens heeft meegewerkt aan ongeoorloofde handelingen met het oog op een door hem te behalen (financieel) voordeel ten nadele van klaagsters, het opleggen van de maatregel van berisping passend en geboden. De door de kamer in de bestreden beslissing opgelegde maatregel van schorsing voor de duur van vier weken acht het hof – gelet op het hiervoor overwogene – in dit geval te zwaar.

5.6.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

5.7.

Nu het hof deels tot een andere beslissing is gekomen dan de kamer, zal de beslissing van de kamer omwille van de duidelijkheid geheel worden vernietigd.

5.8.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

- vernietigt de beslissing waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende:

- verklaart de klacht van klaagsters in die zin als vermeld in rechtsoverweging 5.3 en 5.4. gegrond;

- legt de notaris de maatregel van berisping op.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.D.R.M. Boumans en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 december 2013 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE BREDA

Kl 1/2012

Beslissing

op de op 3 februari 2012 ingekomen klacht van

notarissen [klaagster] en

[klaagster]

beiden (in associatief verband) gevestigd te [plaatsnaam],

verder te noemen klaagsters,

tegen

notaris [notaris],

eveneens gevestigd te [plaatsnaam],

verder te noemen de notaris.

1 Het verloop van de zaak

Na ontvangst van de klacht heeft tussen partijen het schriftelijke debat plaatsgevonden, wat blijkt uit hun brieven van 2 maart 2012, 5 april 2012, met bijlagen, en 16 mei 2012.

De mondelinge behandeling van de klacht door de kamer heeft plaatsgevonden op 13 september 2012, waarbij zijn verschenen klaagsters en de notaris, allen in persoon.

2 De inhoud van de klacht en het standpunt van klaagsters

Klaagsters verwijten de notaris, hun voormalige associé, dat hij zonder hun toestemming en medeweten op de dag van hun feitelijke dissociatie, 27 februari 2009, een instelling heeft geplaatst of heeft doen plaatsen op de server van hun kantoor [naam], die er voor zorgde dat e-mail van [naam] vanaf dat tijdstip automatisch en onzichtbaar naar zijn eigen kantoor op het e-mailadres [e-mailadres] werd doorgestuurd.

Klaagsters voeren aan dat voormelde instelling zonder toestemming is geplaatst en eerst op 9 december 2011 aan het licht kwam doordat op een interne e-mail van [naam] door het kantoor van de notaris is geantwoord via het adres [e-mailadres]. Deze e-mail, die door klaagsters bij hun klacht is gevoegd, bevat onder meer wachtwoorden gebruikt door [naam].

Tijdens de dissociatiegesprekken en in het kader van de daarbij gemaakte afspraken is volgens de notarissen uitdrukkelijk gesproken over de volledige splitsing van software en hardware. Er is overeengekomen dat de kantoren na de dissociatie ieder een eigen systeem hebben en dat zij op geen enkele wijze meer met elkaar verbonden zijn. Fysiek betekende dit verbreking van de glasvezelkabelverbinding tussen beide kantoorpanden, die tegenover elkaar in dezelfde straat zijn gelegen. Digitaal betekende dit dat er geen enkele connectie meer zou zijn tussen de systemen van beide kantoren.

Gedurende de periode van 27 februari 2009 tot en met 9 december 2011 heeft de notaris e-mail verkeer van [naam] kunnen lezen, zonder dat klaagsters hiervan op de hoogte waren. Hun software leverancier [B.V.] heeft op 9 december 2011 in hun opdracht de instelling voor automatische doorzending van email aan de notaris verwijderd, aldus klaagsters.

Kl 1/2012 pagina 2

Onder verwijzing naar door hen overgelegde producties, stellen klaagsters dat uit onderzoek door [naam] is gebleken dat op 27 februari 2009 om 09.43 uur op de server van [naam] de contactpersoon “[naam]” is aangemaakt en vervolgens bij delivery options een aanpassing is gedaan voor doorzending van e-mail, waarbij de optie “hide from exchange adresslist” is aangevinkt, zodat de automatische doorzending van e-mail binnen het systeem van [naam] onzichtbaar werd.

[B.V.] heeft volgens klaagsters het vorenstaande bevestigd.

Klaagsters voeren verder aan dat de inhoud van de e-mails die werden doorgezonden varieerde van het doorgeven van nieuwe wachtwoorden van bijvoorbeeld Kamer van Koophandel, Kluwer en Stater, tot persoonlijke informatie over de medewerkers van hun kantoor, alsook strategische informatie van het kantoor. Ook informatie over hypotheekafspraken, die via Stater zichtbaar zijn, is mogelijk volledig aan de notaris ter kennis genomen, nu hij beschikte over de wachtwoorden welke toegang geven tot de betreffende online systemen.

Daarnaast stellen klaagsters dat de aldus illegaal doorgezonden informatie door de notaris en zijn medewerkers niet alleen voor kennisgeving is aangenomen, doch ook gebruikt is jegens onder andere de medewerkers van hun kantoor. Hierdoor lag gedurende een periode van bijna 3 jaar geregeld allerlei interne kantoorinformatie op straat, hetgeen voor klaagsters onbegrijpelijk was. Daardoor is diverse malen een grimmige sfeer op het kantoor ontstaan, omdat jarenlang werd vermoed dat er een lek binnen de kring van medewerkers bestond, waardoor vertrouwelijke informatie richting de notaris werd doorgesluisd. Zo was de medewerkster van de notaris, [naam], op de hoogte van voorgenomen teamsessies en een bezoek aan een concert van Guus Meeuwis, nog voordat de eigen medewerkers van klaagsters dit waren.

Klaagsters menen dan ook dat de notaris de aan hem zonder toestemming onzichtbaar doorgezonden e-mails aan zijn medewerkers heeft verstrekt en dat met deze informatie willens wetens materiële en immateriële schade aan hun kantoor werd toegebracht. Klaagsters houden de notaris mede verantwoordelijk voor de hiervoor genoemde gedragingen van zijn medewerkster [naam].

Klaagsters verzoeken de kamer aan de notaris een passende maatregel op te leggen, nu hij regels van ethiek heeft overtreden, het ambt van notaris heeft bezoedeld en met voeten getreden en sprake is van zeer ernstig verwijtbaar gedrag en handelen. Klaagsters stellen zich op het standpunt dat de notaris zijn ambt onwaardig is.

3 Het standpunt van de notaris

De door klaagsters gedane aantijgingen worden door de notaris ten stelligste betwist.

Hij voert aan dat tot oktober 2010 geen enkel e-mailbericht op de door klaagsters geschetste wijze op zijn kantoor is binnengekomen. Naar hij van zijn kantoor- en persoonlijke relaties heeft begrepen zijn met name in 2009 talloze e-mails naar zijn oude e-mailadres: [e-mailadres] verzonden, die hem nooit hebben bereikt.

Eerst eind 2010 zijn er volgens de notaris wat berichtjes gericht aan “allen” op zijn kantoor binnengekomen. De notaris meent dan ook dat klaagsters zelf op enig moment eind 2010 aanpassingen in hun systeem hebben aangebracht, waardoor berichten naar “buiten” konden worden verzonden en dat het bijzonder triest is te moeten constateren, dat klaagsters de suggestie wekken dat hij, dan wel iemand namens hem, hierin de hand heeft gehad.

Kl 1/2012 pagina 3

De notaris voert verder aan dat op geen enkele wijze zakelijke informatie op zijn kantoor is ontvangen en dat volstrekt onjuist is, dat wachtwoorden voor online-systemen van klaagsters zouden zijn gebruikt.

De notaris biedt aan om een door de kamer aan te wijzen onafhankelijk gespecialiseerd bureau op zijn kantoor onderzoek te laten verrichten.

Daarnaast stelt de notaris dat zijn medewerkster [naam] tegenover hem met nadruk heeft verklaard nimmer medewerkers van klaagsters op straat over kantooractiviteiten te hebben aangesproken. Bovendien zijn de door hem ontvangen

e-mails gericht aan “allen”, zodat deze zeker niet eerder ontvangen kunnen zijn dan door de medewerkers van klaagsters

De notaris voert in dat kader nog aan dat zijn medewerker [naam], die één dag in de week voor hem werkzaam is, gedurende drie volledige werkdagen bij klaagsters in dienst was en dat deze hem eens heeft verzocht om een gedeeltelijke snipperdag, zodat hij aan het als kantooractiviteit van klaagsters geplande uitje naar Guus Meeuwis kon deelnemen.

De notaris betoogt verder dat om kantoororganisatorische reden zijn e-mail automatisch wordt doorgelinkt naar een andere kamer binnen het kantoorgebouw, zodat deze door zijn medewerkers kan worden gebruikt ten behoeve van dossiers tijdens zijn besprekingen of afwezigheid.

Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van de klacht heeft de notaris nog aangevoerd dat hij de gewraakte e-mailinstelling al daarom niet geplaatst kan hebben, omdat hij op de dag van hun feitelijke dissociatie, 27 september 2009, niet over de server van klaagsters kon beschikken, aangezien deze op hun kantoor is blijven staan en hij vanaf die dag daar geen werkzaamheden meer heeft verricht.

4 De beoordeling en de gronden daarvoor

Klaagsters verwijten de notaris dat de gewraakte e-mailinstelling op 27 februari 2009, zijnde het tijdstip van hun feitelijke dissociatie, (primair) door hem zelf op de server van klaagsters is geplaatst, dan wel (subsidiair) dat dit heeft plaatsgevonden door een ander in opdracht van de notaris.

Ter zitting hebben klaagster hun primair verwijt niet langer gehandhaafd, nu zij hebben verklaard het niet aannemelijk is te achten dat de notaris zelf over de vereiste deskundigheid beschikt om de litigieuze e-mailinstelling op hun server te plaatsen.

Niet ter discussie staat dat op enig moment na de dissociatie van de notaris en klaagsters de gewraakte e-mailinstelling op hun server is geplaatst. De notaris heeft ook erkend dat hij, zij het naar zijn stelling eerst vanaf eind oktober 2010, e-mailberichten bestemd voor klaagsters of hun medewerkers doorgezonden heeft gekregen.

Ofschoon geconstateerd kan worden, dat behalve de notaris, niemand bij de gewraakte e-mailinstelling enig belang had, en dit naar het oordeel van de kamer op zich genomen een sterke aanwijzing oplevert voor de aanname dat de notaris daarin op enigerlei manier de hand heeft gehad, acht de kamer geen noodzaak aanwezig voor een onderzoek door een deskundige en/of voor het horen van getuigen, toegespitst op de vraag wie de betreffende instelling heeft geplaatst en in wiens opdracht.

Kl 1/2012 pagina 4

Nog afgezien of een dergelijk onderzoek tot enig bruikbaar resultaat zal leiden, brengt de enkele omstandigheid, dat onbetwist vaststaat dat de notaris lange tijd, in elk geval vanaf eind oktober 2010, door de gewraakte e-mailinstelling e-mailberichten bestemd voor klaagsters en hun kantoor heeft ontvangen en daarvan geen enkel gewag heeft gemaakt, het ernstige vermoeden met zich dat die e-mailinstelling heimelijk en met betrokkenheid van de notaris is geplaatst.

De notaris heeft voor zijn nalaten om klaagster op de hoogte te stellen van de ontvangst van de-mailberichten, geen enkele gerechtvaardigde reden aangevoerd. Het feit dat hij, naar hij bij de mondelinge behandeling heeft verklaard, dit vanwege de tussen hem en klaagsters tengevolge van hun dissociatie verstoorde relatie niet heeft gedaan, kan in geen geval als verontschuldiging gelden.

Evenmin is sprake geweest van slechts enkele door hem ontvangen e-mailberichten, zoals de notaris doet voorkomen. Integendeel, nog daargelaten de door de notaris erkende lange periode waarin hij email bestemd voor klaagsters heeft ontvangen, hebben klaagsters genoegzaam aangetoond dat het gaat om intensief e-mailverkeer, waar onder dat van vertrouwelijke aard.

Dat de notaris gedurende de lange periode dat hij van voor klaagsters of hun medewerkers bestemde e-mail kennis heeft kunnen nemen, op geen enkel moment aanleiding heeft gezien hen hiervan in kennis te stellen, is uiterst kwalijk en een notaris onwaardig. Dit nalaten moet hem dan ook in ernstige mate tuchtrechtelijk worden aangerekend. Dit geldt te meer nu hij bij gelegenheid van de mondelinge behandeling geen enkel inzicht in het onoirbare van zijn handelen en nalaten heeft getoond. De kamer acht dan ook oplegging van de tuchtrechtelijke maatregel van schorsing van de notaris voor de duur van vier weken passend en geboden.

5 De beslissing

De kamer van toezicht

verklaart de klacht in voege als hiervoor vermeld gegrond;

legt ter zake daarvan aan de notaris de maatregel op van schorsing voor de duur van vier weken en bepaalt dat op de voet van artikel 105 Wet op het notarisambt, nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden, bij aangetekende brief aan de notaris zal worden meegedeeld de datum waarop deze maatregel van kracht wordt.

Deze beslissing is gegeven op 10 oktober 2012 door mrs. G.J.G.M. van der Weide, plaatsvervangend voorzitter, H. Quispel, J. Kos en L.J.M. Teunissen, allen leden, en M.L. Trippenzee-Braaksma, plaatsvervangend lid, in tegenwoordigheid van A.C.L.M. de Jong, secretaris, en in het openbaar uitgesproken.

--

Voor eensluidend afschrift,

de secretaris van de kamer van toezicht over de

notarissen en kandidaat-notarissen te Breda

Tegen deze beslissing kan binnen 30 dagen na de dag van verzending van de brief waarbij de beslissing is toegezonden hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam)