Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:4199

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
24-03-2014
Zaaknummer
200.128.312/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wettelijke voorkeur voor benoeming van appellante, zuster van de rechthebbende, tot bewindvoerder en mentor; geen contra indicaties gebleken; overige zusters en voormalige bewindvoerder, tevens mentor, geen bezwaar tegen benoeming.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 435 en 452
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 29 oktober 2013

Zaaknummer: 200.128.312/ 01

Zaaknummers eerste aanleg: 1400662 EB VERZ 12‑13712 en 1416628 EB VERZ 13‑2038

in de zaak in hoger beroep van:

[…],

wonende te […],

appellante,

advocaat: mr. L. Nix te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante is op 6 juni 2013 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 7 maart 2013 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam, met kenmerk 1400662 EB VERZ 12‑13712 en 1416628 EB VERZ 13‑2038.

1.2.

De hierna te noemen heer [x] heeft op 27 augustus 2013 en 3 september 2013 stukken ingediend.

1.3.

Appellante heeft op 27 september 2013 nadere stukken ingediend.

1.4.

De zaak is op 2 oktober 2013 ter terechtzitting behandeld.

1.5.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- appellante, bijgestaan door haar advocaat;

- mevrouw [y] (hierna: [rechthebbende]);

- mevrouw[1] (hierna: [zuster 1]);

- mevrouw [2] (hierna: [zuster 2]);

- de heer [x], handelend onder de naam […], gevestigd te […] (hierna: [X]).

1.6.

De advocaat van [rechthebbende] is, met voorafgaand bericht, niet ter terechtzitting verschenen. Evenmin is de Advocaat-Generaal, hoewel behoorlijk opgeroepen, ter terechtzitting verschenen.

2 De feiten

2.1.

[rechthebbende] is geboren [in] 1951.

Bij beschikking van 28 augustus 2012 van de rechtbank Amsterdam is een voorlopige machtiging verleend om haar in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en te doen verblijven tot 1 maart 2013.

2.2.

Op 27 augustus 2013 is [rechthebbende] voorwaardelijk ontslagen uit de [kliniek]. Zij verblijft sindsdien weer in haar woning aan de [a]. Appellante woont tijdelijk bij haar in.

3 Het geschil in hoger beroep

3.1.

Bij de bestreden beschikking is een mentorschap ingesteld ten behoeve van [rechthebbende] en zijn de goederen die aan haar (zullen) toebehoren onder bewind gesteld, met benoeming van [X] tot mentor en bewindvoerder.

Deze beschikking is gegeven op het verzoek van appellante een mentorschap ten behoeve van [rechthebbende] in te stellen, met benoeming van haar tot mentor.

3.2.

Appellante verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, haar als mentor en bewindvoerder te benoemen.

4 Beoordeling van het hoger beroep

4.1.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:435 lid 1 Burgerlijke Wetboek (hierna: BW) benoemt de rechter die het bewind instelt, daarbij of zo spoedig mogelijk daarna een bewindvoerder. Hij vergewist zich van de bereidheid van de door hem te benoemen persoon.

Ingevolge het vierde lid van die bepaling, voor zover thans van belang, wordt indien de rechthebbende niet is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levensgezel heeft, bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot bewindvoerder benoemd.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:452 lid 1 BW benoemt de rechter die het mentorschap instelt, daarbij of zo spoedig mogelijk daarna een mentor. Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel over de geschiktheid van de te benoemen persoon.

Ingevolge het vierde lid van die bepaling, voor zover thans van belang, wordt indien de betrokkene niet is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levensgezel heeft, bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot mentor benoemd.

Ingevolge het vijfde lid van die bepaling wordt, indien ten behoeve van de betrokkene in een bewind als bedoeld in titel 19 van dit boek is voorzien en de bewindvoerder een natuurlijke persoon is, bij voorkeur de bewindvoerder tot mentor benoemd.

4.2.

Appellante betoogt dat de kantonrechter ten onrechte [X] en niet haar tot mentor en bewindvoerder heeft benoemd. Hiertoe voert zij aan dat zij langere tijd voor haar zuster, [rechthebbende], heeft gezorgd en daarbij ook steeds haar financiën heeft geregeld. Voorts stelt zij dat haar zuster haar meer vertrouwt dan [X] en haar andere familieleden. Tevens heeft de kantonrechter ten onrechte overwogen dat de verhoudingen binnen de familie ernstig zijn verstoord en dit een goede uitoefening van het mentorschap door haar in de weg staat, aldus appellante. In dit verband stelt zij dat haar zusters [zuster 1] en [zuster 2] zich akkoord hebben verklaard met de benoeming van haar tot mentor en bewindvoerder.

4.3.

Het hof stelt voorop dat op grond van het bepaalde in de artikelen 1:435 lid 4 en 1:452 lid 4 BW benoeming van appellante tot bewindvoerder respectievelijk mentor de voorkeur verdient. Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep zijn het hof thans geen contra‑indicaties gebleken die zich tegen benoeming van appellante tot bewindvoerder en mentor verzetten. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat het thans beter gaat met [rechthebbende] en zij weer thuis woont. Evenmin staan naar het oordeel van het hof de familieverhoudingen daaraan in de weg. Zowel [zuster 1] als [zuster 2] hebben zich ter zitting uitdrukkelijk akkoord verklaard met de benoeming van appellante tot bewindvoerder en mentor. Beiden hebben ter zitting in hoger beroep te kennen gegeven dat appellante de aangewezen persoon is om de belangen van [rechthebbende] te behartigen en dat appellante het vertrouwen geniet van [rechthebbende]. Voorts acht het hof van belang dat [X] ter zitting in hoger beroep heeft verklaard geen bezwaren tegen die benoeming te hebben.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd, voor zover [X] tot bewindvoerder en mentor is benoemd, en dat appellante tot bewindvoerder en mentor zal worden benoemd. Overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 1:435 lid 7 en 1:452 lid 7 BW vangt deze benoeming aan de dag nadat deze beschikking is verzonden.

4.4.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5 Beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre, opnieuw rechtdoende:

benoemt in de plaats van [X] tot bewindvoerder en mentor:

[appellante],

wonende [straatnaam]

[woonplaats];

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.N. van de Beek, M.M.A. Gerritzen‑Gunst en M. Meerman‑Padt in tegenwoordigheid van mr. J.H.M. Kessels als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2013.