Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:3791

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-11-2013
Datum publicatie
06-11-2013
Zaaknummer
200.081.912-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen kandidaat-notaris. Van de zijde van klager is een brief ter griffie van het hof ingekomen waaruit blijkt dat klager zijn klacht tegen de kandidaat-notaris, in eerste aanleg geregistreerd onder nummer N09/056, intrekt. Uit het feit dat klager zijn (tuchtrechtelijke) klacht tegen de kandidaat-notaris heeft ingetrokken leidt het hof af dat klager geen belang meer heeft bij een uitspraak over de klacht. Het algemeen belang vergt naar het oordeel van het hof niet de voortzetting van de behandeling. Het hof heeft de kandidaat-notaris de gelegenheid gegeven zich uit te laten over een eventuele wens aan haar kant tot voortzetting van de behandeling. Nu niet door de kandidaat-notaris te kennen is gegeven dat zij voortzetting van de behandeling wenst, zal het hof de beslissing van de kamer waarvan beroep vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn klacht.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.081.912/01 NOT

kenmerk eerste aanleg : N09/056

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 5 november 2013

inzake

[notaris],

notaris te [plaatsnaam],

appellant,

tegen

[kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [plaatsnaam],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellant, hierna klager, is bij een op 8 februari 2011 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat‑notarissen te Maastricht, hierna de kamer, van 10 januari 2011, waarbij de kamer de klacht van klager tegen geïntimeerde, verder de kandidaat-notaris, deels niet-ontvankelijk en overigens ongegrond heeft verklaard.


1.2. Van de zijde van de kandidaat-notaris is op 10 augustus 2011 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

Op verzoek van klager (en met instemming van de kandidaat-notaris) is de mondelinge behandeling voor onbepaalde tijd aangehouden om klager bedenktijd te geven ten aanzien van een mogelijke intrekking van zijn klacht tegen de kandidaat-notaris.

1.4.

Van de zijde van klager is op 12 augustus 2013 een brief ter griffie van het hof ingekomen waaruit blijkt dat klager zijn klacht tegen de kandidaat-notaris, in eerste aanleg geregistreerd onder nummer N09/056, intrekt.

2 De beoordeling

2.1.

Uit het feit dat klager zijn (tuchtrechtelijke) klacht tegen de kandidaat-notaris heeft ingetrokken leidt het hof af dat klager geen belang meer heeft bij een uitspraak over de klacht. Het algemeen belang vergt naar het oordeel van het hof niet de voortzetting van de behandeling. Het hof heeft de kandidaat-notaris de gelegenheid gegeven zich uit te laten over een eventuele wens aan haar kant tot voortzetting van de behandeling. Nu niet door de kandidaat-notaris te kennen is gegeven dat zij voortzetting van de behandeling wenst, zal het hof de beslissing van de kamer waarvan beroep vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn klacht.

2.2.

Op grond van hetgeen onder 2.1. is overwogen beslist het hof als volgt.

3 De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing, en opnieuw rechtdoende:

- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, A.D.R.M. Boumans en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2013 door de rolraadsheer.

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT MAASTRICHT

De kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen voormeld heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:

[notaris]

kantoorhoudende te [plaatsnaam],

hierna te noemen: klager,

tegen

[kandidaat-notaris]

kandidaat-notaris te [plaatsnaam],

hierna te noemen: de kandidaat-notaris.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Bij beslissing van 21 april 2010 heeft de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen (hierna: de Kamer) het door klager ingediend verzetschrift tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer van 4 januari 2010 gegrond verklaard.

1.2.

Op 20 december 2010 heeft de Kamer de klacht behandeld in aanwezigheid van klager en de kandidaat-notaris.

1.3.

Na afloop van de behandeling is partijen medegedeeld dat zij binnen enkele weken de beslissing van de Kamer tegemoet kunnen zien.

2. De vaststaande feiten

De Kamer verwijst naar hetgeen ter zake in zijn beslissing van 4 januari 2010 staat.

3. Het standpunt van klager en de reactie van de kandidaat-notaris daarop

De Kamer verwijst naar hetgeen ter zake in zijn beslissing van 4 januari 2010 staat.

4. Beoordeling van de klachten

4.1.

Ter zitting hebben partijen over en weer hun standpunten nader toegelicht en geantwoord op vragen van (de leden van) de Kamer.

4.2.

De Kamer is van oordeel dat met betrekking tot klacht 1 (“het doelbewust manipuleren van modellen door de kandidaat-notaris”) niet is gebleken van opzettelijk manipuleren door de kandidaat-notaris in de door klager bedoelde zin van (kantoor)modellen en modelakten. Klager heeft ter onderbouwing van zijn stelling een tweetal akten overgelegd. Desgevraagd heeft klager ter zitting verklaard dat wát hij kon vinden, in de procedure is ingebracht. Gelet op de beperkte omvang van de door klager overgelegde modellen, kan de Kamer hieruit niet afleiden dat de kandidaat-notaris (i) doelbewust (ii) modellen en modelakten heeft gemanipuleerd. De Kamer heeft bij zijn oordeel betrokken dat het grotendeels gaat om aanpassingen dan wel wijzigingen in de lay-out van de twee overgelegde modellen en dat de inhoudelijke wijzigingen in beide modellen beperkt zijn. Hoewel de Kamer de door de kandidaat-notaris ter zitting gegeven uitleg op zijn vragen waar het bepaalde inhoudelijke wijzigingen betreft niet volledig bevredigend vindt, heeft de Kamer in die uitleg geen aanwijzingen gevonden voor de door klager gestelde opzet. Deze klacht zal dan ook ongegrond worden verklaard.

4.3.

De Kamer is met betrekking tot klacht 2 (“het manipuleren van gegevens in het systeem tegen de wil in van medewerkers”) en klacht 3 (“het wijzigen van een postadres en het laten sturen van kantoorpost naar een postadres van een collega-notaris”) van oordeel dat klager geen klachtrecht aan de Wet op het notarisambt kan ontlenen. Immers, beide klachten hebben betrekking op (mogelijk) arbeidsrechtelijke kwesties en zien – mede gelet op hetgeen hiervoor onder 4.2. is overwogen – niet op het door de Kamer te beschermen vertrouwen van het publiek in het notariaat, onderscheidenlijk de individuele (kandidaat-)notaris. Beide klachten zullen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

4.4.

De Kamer begrijpt dat klacht 4 (“haar onprofessioneel- en het notariaat onwaardig en beschadigend gedrag”) niet als zelfstandige klacht is bedoeld. Voor zover dit wel als zelfstandige klacht is bedoeld, constateert de Kamer dat klager geen concrete feiten ten grondslag heeft gelegd aan deze klacht. Evenmin is het de Kamer daarom duidelijk op grond van welke criteria van artikel 98, eerste lid van de Wet op het notarisambt klager zich beroept. Gelet hierop zal ook deze klacht ongegrond worden verklaard.

5. De beslissing

De Kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen in het arrondissement Maastricht:

  • -

    verklaart de klachten 1 en 4 ongegrond;

  • -

    verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klachten 2 en 3.

Aldus gegeven te Maastricht op 10 januari 2011 door mr. W.J.J. Beurskens, plaatsvervangend voorzitter,

mr. R.H.J. Otto en mr. H. Quispel, kroonleden,

mr. R.L.G.M. Steegmans, notarislid, en mr. H.H. van der Meer, plaatsvervangend notarislid,

en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. drs. J.C. Dubois, secretaris.