Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:3446

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
02-03-2015
Zaaknummer
200.092.393-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 4 december 2012. Aanvullend deskundigenbericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.092.393/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 121853/ HA ZA 10-706

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 15 oktober 2013

inzake

1 [appellant],

2. [appellante],

beiden wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente ],

appellanten in het principaal appel,

tevens geïntimeerden in het incidenteel appel,

advocaat: mr. R.S. Ariëns te Amsterdam,

tegen:

1 [geïntimeerde sub 1],

2. [geïntimeerde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente ],

geïntimeerden in het principaal appel,

tevens appellanten in het incidenteel appel,

advocaat: mr. O. Diemel te Rosmalen.

1 Het verdere procesverloop

In het tussenarrest van 4 december 2012 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor een akte aan de zijde van [appellant].

[appellant] heeft een akte genomen, waarna [geïntimeerde sub 1] een antwoord-akte heeft genomen.

Vervolgens hebben partijen wederom arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het tussenarrest heeft het hof in r.o. 2.12 overwogen dat het voor de beoordeling van het verweer van [geïntimeerde sub 1], dat het vervangen van de vloer op de begane grond en de balklaag niet gepaard hoeft te gaan met de maatregelen (en de daaraan verbonden kosten) die [appellant] noemt, geoordeeld dat een aanvullend of nieuw deskundigenbericht noodzakelijk is. Het hof heeft de zaak naar de rol verwezen om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het aantal en de persoon/personen van de te benoemen deskundig(n), de te stellen vragen en het voorschot.

2.2

Uit de door partijen genomen aktes volgt dat zij op zichzelf kunnen instemmen met de benoeming van een deskundige, en dat zij menen dat met één deskundige kan worden volstaan.

2.3

Partijen hebben niet een gezamenlijk voorstel voor een deskundige gedaan. Volgens [appellant] kan opnieuw [X] worden benaderd. [geïntimeerde sub 1] is het daarmee niet eens, omdat [appellant] een brief gezonden heeft aan [X], waarna [X] daarop per e-mailbericht op heeft gereageerd. Niet uit te sluiten is dat er door de advocaat van [appellant] hiernaast nader contact met [X] heet plaatsgevonden, aldus [geïntimeerde sub 1].

2.4

Het hof ziet in het door [geïntimeerde sub 1] aangevoerde onvoldoende reden om niet opnieuw [X] te benaderen. De brief van 9 januari 2012 die de advocaat van [appellant] aan [X] heeft verzonden, bevindt zich bij de stukken, zodat voor [geïntimeerde sub 1] kenbaar is wat de inhoud daarvan was. Kennelijk heeft [X] de brief, met daarop de handgeschreven aantekening '80%' per e-mailbericht van 10 januari 2012 aan de advocaat teruggezonden. Ook dit e-mailbericht bevindt zich bij de stukken. Het hof ziet in deze gang van zaken onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van [X] niet langer gegarandeerd is. Het hof ziet ook geen aanleiding voor de veronderstelling dat er naast de door de advocaat verzonden brief, nog andere contacten tussen [X] en partij [appellant] of diens advocaat hebben plaatsgevonden. Overigens heeft [geïntimeerde sub 1] ook geen eigen voorstel voor een deskundige gedaan.

Het hof zal derhalve [X] als deskundige benoemen. Deze heeft ook zelf aan de griffie medegedeeld onafhankelijk en onpartijdig te zijn.

2.5

Partijen hebben niet een gezamenlijke vraagstelling opgesteld. Volgens [appellant] kan volstaan worden met een begroting van de aanvullende kosten die noodzakelijkerwijs gepaard gaan met de integrale vervanging van de begane grondvloer en de balkenlaag. Voorts stelt [appellant] voor dat de deskundige zich uitspreekt over de normale levensduur van een balkenlaag en vloer, zulks in verband met de vraag of een aftrek 'nieuw voor oud' moet plaatsvinden.

[geïntimeerde sub 1] meent dat het oordeel van de rechtbank over de kwestie ‘oud van nieuw’ juist is. Voorts wenst [geïntimeerde sub 1] dat de deskundige acht slaat op zijn verweer ten aan zien van de door [appellant] gestelde schadeposten, alsmede op het rapport van [C&L]. [geïntimeerde sub 1] stelt voor aan de deskundige te vragen of er naast de door [X] genoemde werkzaamheden, redelijkerwijs aanvullende werkzaamheden noodzakelijk zijn, en zo ja, welke dan. Voorts wenst [geïntimeerde sub 1] dat gevraagd wordt of deze werkzaamheden gezien de specifieke situatie ter plaatse strikt gezien noodzakelijk zijn om de begane grondvloer in die staat te brengen dat er een ondervloer aanwezig is die niet op korte termijn vervangen behoeft te worden.

2.6

Het hof komt aldus tot de volgende vraagstelling:

1. Kunt u aangeven, in aanvulling op de door u op 1 oktober 2009 voor de rechtbank Alkmaar uitgebrachte rapportage, of, en zo ja, welke, aanvullende werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk uitgevoerd moeten worden bij de integrale vervanging van de begane grondvloer en de balkenlaag in de woning aan de [adres] te [gemeente ]?

U wordt hierbij verzocht puntsgewijs de in het rapport van [C&L] d.d. 19 september 2011 op p. 8 tot en met 11 vermelde werkzaamheden te bespreken. De hier opgesomde werkzaamheden bouwen voort op een offerte van Krachtwerk BV van 19 april 2010 (bijlage 3 bij het rapport). Ook wordt u verzocht hierbij te betrekken het verweer dat [geïntimeerde sub 1] in de memorie van antwoord voor de verschillende posten heeft gevoerd.

2. Kunt u per post - voor zover het gaat om redelijkerwijs noodzakelijk werkzaamheden - aangeven welke kosten daarmee redelijkerwijs gemoeid zijn?

3. Kunt u aangeven wat de gebruikelijke levensduur is van een vloer zoals hier aan de orde? Dit met het oog op de (door het hof te beantwoorden vraag) of een aftrek van de kosten van de vloer in verband met 'nieuw voor oud' dient plaats te vinden.

4. Heeft u verder nog opmerkingen die voor deze zaak van belang zijn?

2.7

Op basis van door de griffier bij [X] ingewonnen informatie bepaalt het hof de kosten van het voorschot op € 2.795,10 (incl. btw).

Naar 's hofs oordeel dient dit voorschot volgens de hoofdregel voldaan te worden door [appellant], als eisende partij.

2.8

Het hof gaat over tot het bevelen van een deskundigenonderzoek en de benoeming van de deskundige als in het dictum te bepalen. Voor het overige wordt iedere nadere beslissing aangehouden.

3 Beslissing

Het hof:

1. benoemt tot deskundige:

[X], werkzaam bij Bouw Advies Centrum B.V., gevestigd te Alkmaar aan de James Wattstraat nr. 16 (postbus 9384, 1800 GJ Alkmaar, tel. 072- 5627451).

met opdracht om een schriftelijk en een met redenen omkleed bericht uit te brengen ter beantwoording van de volgende vragen:

I. Kunt u aangeven, in aanvulling op de door u op 1 oktober 2009 voor de rechtbank Alkmaar uitgebrachte rapportage, of, en zo ja, welke, aanvullende werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijker uitgevoerd moeten worden bij de integrale vervanging van de begane grondvloer en de balkenlaag in de woning aan de [adres] te [gemeente ]?

U wordt hierbij verzocht puntsgewijs de in het rapport van [C&L] d.d. 19 september 2011 op p. 8 tot en met 11 vermelde werkzaamheden te bespreken. De hier opgesomde werkzaamheden bouwen voort op een offerte van Krachtwerk BV van 19 april 2010 (bijlage 3 bij het rapport). Ook wordt u verzocht hierbij te betrekken het verweer dat [geïntimeerde sub 1] in de memorie van antwoord voor de verschillende posten heeft gevoerd.

II. Kunt u per post - voor zover het gaat om redelijkerwijs noodzakelijk werkzaamheden - aangeven welke kosten daarmee redelijkerwijs gemoeid zijn?

III. Kunt u aangeven wat de gebruikelijke levensduur is van een vloer zoals hier aan de orde? Dit met het oog op de (door het hof te beantwoorden vraag) of een aftrek van de kosten van de vloer in verband met 'nieuw voor oud' dient plaats te vinden.

IV. Heeft u verder nog opmerkingen die voor deze zaak van belang zijn?

2. bepaalt dat de griffier van dit hof onverwijld een afschrift van dit arrest, alsmede van het tussenarrest van 4 december 2012, aan de deskundige zal toezenden;

3. bepaalt dat partijen binnen drie weken na heden kopieën van de overige gedingstukken aan de deskundige zullen doen toekomen;

4. bepaalt dat [appellant] binnen drie weken na heden een bedrag van € 2.795,10 inclusief btw, als voorschot op het loon en de kosten van de deskundige ter griffie van het hof zal deponeren door overmaking op het rekeningnummer bij RBS: 56.99.90.505, ten name van het Gerechtshof Amsterdam en onder vermelding van ‘zaaknummer 200.092.393/01, [appellant]/[geïntimeerde sub 1]’

5. bepaalt dat de griffier onmiddellijk na de ontvangst van het voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek hoeft aan te vangen;

6. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig - dat wil zeggen niet onder leiding van het hof – zal verrichten en dat dit zal plaatsvinden op een door de deskundige te bepalen tijd en plaats;

7. bepaalt dat de deskundige partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat uit het schriftelijke bericht van de deskundige dient te blijken dat aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of verzoeken;

8. bepaalt dat de deskundige een schriftelijk ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het hof uiterlijke drie maanden nadat hij met zijn onderzoek is aangevangen en dat hij tegelijk met dit bericht zijn declaratie ter griffie zal indienen onder vermelding van ‘zaaknummer 200.092.393/01, [appellant]/[geïntimeerde sub 1]’;

9. bepaalt dat de zaak ter rolle zal worden uitgeroepen op de vierde dinsdag na indiening van het bericht, zulks voor het vragen van arrest, of, indien partijen daarvan gebruik willen maken, voor het nemen van memories na deskundigenbericht;

10. houdt iedere nadere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer, G.C.C. Lewin en R.H. de Bock en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2013.