Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:3090

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-09-2013
Datum publicatie
11-12-2014
Zaaknummer
200.031.947-02
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2014:3577
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenarrest 4 juni 2013. Bewijsopdracht lessee inzake inhoud van een telefoongesprek met Dexia.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.031.947/02

rolnummer rechtbank: 817116 DX EXPL 06-3477

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 september 2013

inzake

[APPELLANT] ,

wonend te [woonplaats],

appellant,

eiser in het incident,

advocaat: mr. M.J. Meijer te Haarlem,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEXIA NEDERLAND B.V. (voorheen Dexia Bank Nederland N.V.),

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en Dexia genoemd.

Voor het verloop van het geding tot aan het in deze zaak op 4 juni 2013 gewezen tussenarrest wordt naar dat tussenarrest verwezen.

Dexia heeft een akte genomen.

Vervolgens is wederom arrest gevraagd.

2 Beoordeling

2.1

Het hof verwijst naar en blijft bij hetgeen in genoemd tussenarrest is overwogen en beslist.

2.2.

[appellant] heeft gesteld, samengevat, dat hij na de ontvangst begin juni 2003 van het aanmeldingsformulier met betrekking tot het zogenoemde Dexia-Aanbod en het bijbehorende (omvangrijke) informatiepakket en na raadpleging van de website, een medewerker van Dexia telefonisch heeft benaderd met de vraag wat de financiële consequenties van het sluiten van de overeenkomst voor hem en zijn echtgenote zouden zijn en dat hem toen door deze medewerker is medegedeeld dat hij de door hem gewenste klantspecifieke informatie zou kunnen verkrijgen door het aanmeldingsformulier in te vullen en ondertekend aan Dexia te retourneren. [appellant] betoogt dat hem door deze medewerker is verzekerd dat de inzending van het formulier slechts zou strekken tot het verkrijgen van de door hem gewenste nadere informatie en dat [appellant] vervolgens nog in de gelegenheid zou zijn om het door Dexia gedane aanbod al dan niet te aanvaarden.

2.3.

Het hof heeft Dexia opgedragen om met betrekking tot de door haar medewerkers in de periode 11 maart 2003 tot en met 25 augustus 2003 met [appellant] gevoerde telefoongesprekken de bijbehorende log-gegevens bij akte in het geding te brengen.

Dexia heeft een akte genomen en daarin te kennen gegeven dat zich in het klantinformatiesysteem van Dexia geen notities bevinden van in de genoemde periode tussen Dexia en [appellant] gevoerde telefoongesprekken, dat de als productie 16 bij de memorie van antwoord overgelegde printscreen een volledig overzicht geeft van de contacten die tussen Dexia en [appellant] hebben plaatsgevonden en dat daaruit blijkt dat deze contacten in voormelde periode alleen schriftelijk zijn geweest.

3.4.

[appellant] heeft bij memorie van grieven te bewijzen aangeboden dat op 5 juni 2003 omstreeks 14.15 uur een gesprek met de door hem gestelde inhoud heeft plaatsgevonden. [appellant] zal tot dit bewijs worden toegelaten.

4 Beslissing

Het hof:

laat [appellant] toe tot bewijs van zijn stelling dat een medewerker van Dexia tijdens een op 5 juni 2003 gevoerd telefonisch gesprek aan [appellant] mededelingen heeft gedaan die inhielden dat door de inzending van het volledig ingevulde en ondertekende aanmeldingsformulier Dexia-Aanbod informatie over de consequenties van de aanvaarding van dit aanbod in zijn specifieke geval zou worden verkregen en dat de inzending van dit formulier niet zou gelden als acceptatie van het aanbod;

beveelt een getuigenverhoor dat zal plaatshebben voor mr. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, daartoe tot raadsheer-commissaris benoemd, in het Paleis van Justitie aan IJdok 20 te Amsterdam op een nader door de raadsheer-commissaris te bepalen dag en uur;

verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 15 oktober 2013 voor opgave door de advocaat van [appellant] van verhinderdata aan weerszijden (ook die van de getuigen), met opgave van de namen van de getuigen, in de periode november 2013 tot en met januari 2014;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.P. van Achterberg, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en N. van Lingen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 24 september 2013.