Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:3011

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-09-2013
Datum publicatie
06-02-2014
Zaaknummer
23-000209-13
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2013:BY8164
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Betrokkenheid van verdachte bij het plaatsen van de scherfhandgranaat kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000209-13

datum uitspraak: 3 september 2013 (bij vervroeging)

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 januari 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-740535-12 tegen

X,

geboren te Y op Z,

adres: ,

thans gedetineerd in XXX.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 augustus 2013, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 24 april 2012 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade PP van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, een scherfhandgranaat onder de bodemplaat van de auto (Citroën Jumpy, kenteken AAAA) van die PP heeft bevestigd en/of (vervolgens) op scherp heeft gezet (zodanig dat die scherfhandgranaat bij het wegrijden tot ontploffing zou komen) tengevolge waarvan een ontploffing is ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2:
hij op of omstreeks 24 april 2012 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad, opzettelijk en wederrechtelijk vier auto's, althans één of meer auto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk) AA en/of BB/CC en/of DD en/of EE, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, telkens) heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, een scherfhandgranaat onder de bodemplaat van de auto (Citroën Jumpy, kenteken AAAA) van AA heeft bevestigd en/of (vervolgens) op scherp heeft gezet (zodanig dat die scherfhandgranaat bij het wegrijden tot ontploffing zou komen) tengevolge waarvan een ontploffing is ontstaan, en welke ontploffing:

- aan de auto (merk Citroën Jumpy) van AA (onder meer) een (lekke) band(en) en/of één of meer kapotte ruiten en/of een geperforeerde dorpel en/of een geperforeerde bodemplaat en/of een kapotte deur heeft toegebracht en/of

- aan de auto (merk Skoda) van BB/CC (lichte) lakschade en een lekke band heeft toegebracht en/of

- aan de auto van DD (merk Honda) (onder meer) een kapotte ruit en/of een perforatie in het (linker)portier en/of schade aan de lak heeft toegebracht en/of

- aan de auto (merk Toyota) van EE (onder meer) een kapotte band en/of schade aan de lak/ het plaatwerk heeft toegebracht;

3:
hij op of omstreeks 10 september 2012 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, één of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (merk Ruger, kaliber.22 LR), en/of munitie van categorie III, te weten 17 randvuurpatronen (kaliber.22 LR) en/of 7 centraalvuurpatronen (kaliber .38 special), voorhanden heeft gehad; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

4:
hij op of omstreeks 10 september 2012 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, niet zijnde een medisch hulpmiddel, voorhanden heeft gehad; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

5:
hij op of omstreeks 10 september 2012 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukpistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen en/of met een voor ontploffing bestemde voorwerp voorhanden heeft gehad; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds omdat het hof de verdachte zal vrijspreken van het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde.

Vrijspraak

Hoewel de uit het opsporingsonderzoek naar voren gekomen feiten en omstandigheden voldoende waren voor een redelijk vermoeden van schuld in de zin van artikel 27 en voorts ernstige bezwaren opleverden als bedoeld in artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering, is het hof bij de beraadslaging naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting tot het oordeel gekomen dat onvoldoende bewijs voorhanden is om tot bewezenverklaring van het aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde te kunnen komen.

Uit het strafdossier blijkt dat in de ochtend van 24 april 2012 een explosie heeft plaatsgevonden van een scherfhandgranaat, bevestigd onder een blauwe bestelauto, merk Citroën Jumpy, met het kenteken

AAAA, op de Mosakker te Koog aan de Zaan. Aangever PP (hierna: PP) is op 24 april 2012 omstreeks 06:30 uur in voornoemde blauwe bestelauto gestapt. Nadat hij twee meter had gereden hoorde hij ineens een harde knal. Uit onderzoek is gebleken dat achter de auto, op een afstand van 118 centimeter vanaf de trekhaak, zich in de grond een haak bevond. De haak was voorzien van een schroefdraad en in een voeg van de straatklinkers vastgedraaid. Om de haak was ijzerdraad gewikkeld. Aan de uiteinden van het ijzerdraad bevonden zich respectievelijk een koperkleurige ring en een ring met daaraan een pin.

Op basis van het sporenonderzoek en de door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gedane bevindingen kan worden vastgesteld dat de explosie en de daardoor veroorzaakte beschadiging van de Citroën Jumpy is veroorzaakt door een scherfhandgranaat. Nadat PP in de auto is gaan rijden, is de draad gespannen en de pin (beveiliging) uit de granaat getrokken, waarna de beugel vrij kwam en de granaat tot ontploffing is gekomen.

Bij onderzoek door het NFI is op de ijzerdraad celmateriaal aangetroffen op basis waarvan een DNA-profiel is gegenereerd. Uit de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek van 28 augustus 2012 is door het NFI geconcludeerd dat het DNA-profiel van de verdachte matcht met het celmateriaal dat werd aangetroffen op het ijzerdraad en dat de kans dat een willekeurige gekozen persoon hetzelfde profiel heeft kleiner is dan één op één miljard. Uit het vorenstaande leidt het hof af dat het celmateriaal op de ijzerdraad afkomstig is van de verdachte.

Echter bij gebreke van aanvullend (direct) wettig bewijs leidt dit niet zonder meer tot de conclusie dat de verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de bevestiging van de scherfhandgranaat onder de auto van PP. Immers, niet valt uit te sluiten dat het aantreffen van het DNA-materiaal op de ijzerdraad een andere oorzaak heeft dan het aanraken van dit draad door de verdachte ten tijde van dan wel met het oog op het prepareren van het ontploffingsmechanisme. De door de advocaat-generaal aangevoerde omstandigheden, onder meer dat de verdachte een motief zou kunnen hebben en dat de verdachte kennis van wapens en explosieven heeft, doen daar niet aan af.

Nu de betrokkenheid van de verdachte bij het plaatsen van de scherfhandgranaat naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld kan niet wettig en overtuigend worden bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Nu het hof de verdachte zal vrijspreken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, behoeven de door de raadsman gevoerde verweren geen bespreking.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

op 10 september 2012 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Ruger, kaliber .22 LR), en munitie van categorie III, te weten 17 randvuurpatronen (kaliber .22 LR) en 7 centraalvuurpatronen (kaliber .38 special), voorhanden heeft gehad;



ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

op 10 september 2012 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, niet zijnde een medisch hulpmiddel, voorhanden heeft gehad;



ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

op 10 september 2012 te Zaandijk, gemeente Zaanstad, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een veerdrukpistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen en/of met een voor ontploffing bestemd voorwerp, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 3, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 3, 4 en 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 3, 4 en 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte na bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Tevens heeft de rechtbank de vorderingen tot vergoeding van de door de benadeelde partijen PP en EE geleden schade tot de volgende bedragen toegewezen:

- de vordering tot vergoeding van de door benadeelde partij PP geleden schade ter zake van het onder 1 ten laste gelegde is tot het bedrag van € 10.486,96 (€ 486,96 aan materiële schade en € 10.000,- aan immateriële schade) toegewezen, de benadeelde partij is voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering,

- de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij EE geleden schade ter zake van het onder 2 ten laste gelegde ten bedrage van € 921,71 (aan materiële schade) is geheel

toegewezen,

telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening en daarbij aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte na bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat op de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij EE geleden schade ter zake van het onder 2 ten laste gelegde conform het vonnis van de rechtbank zal worden beslist en dat de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij PP geleden schade ter zake van het onder 1 ten laste gelegde tot het bedrag van € 15.486,96 (€ 486,96 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade) dient te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente; voorts is gevorderd dat daarbij aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in zijn woning voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III, munitie van categorie III, een stroomstootwapen Het voorhanden hebben van dergelijke (vuur)wapens en munitie vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens creëert daarnaast het risico van gebruik van die wapens en brengt gevoelens van onveiligheid met zich. Met het voorhanden hebben van een voorwerp dat grote gelijkenis vertoont met een vuurwapen heeft de verdachte voorts het risico gelopen dat nietsvermoedende derden zich geïntimideerd voelen door de aanblik daarvan.

Het hof heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies (beknopt) van 11 september 2012 van de Reclassering Nederland, RN Adviesunit Haarlem, opgemaakt door reclasseringswerker M. van Heezik.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 19 augustus 2013 is de verdachte eerder strafrechtelijk veroordeeld ter zake van een verkeersdelict.

Gelet op het feit dat het hof de verdachte van het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde zal vrijspreken, komt het hof tot een aanzienlijk lagere strafoplegging dan door de advocaat-generaal is geëist. Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij PP

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 104.966,90. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 10.486,96. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Vordering van de benadeelde partij EE

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 921,71. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij PP

Verklaart de benadeelde partij PP in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Vordering van de benadeelde partij EE

Verklaart de benadeelde partij EE in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.E.A. Wildenburg, in tegenwoordigheid van mr. D. Zeiss, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 september 2013.

Mr. M.E.A. Wildenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

proces-verbaal uitspraak

_______________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 23-000209-13

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, op 3 september 2013.

Tegenwoordig zijn:

mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, raadsheer,

mr. D. Zeiss, griffier.

Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. , advocaat-generaal.

De raadsheer doet de strafzaak tegen de verdachte X uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

Raadsman/raadsvrouw is wel/niet aanwezig.

(zo ja:) naam raadsman/raadsvrouw en plaats:

De raadsheer spreekt het arrest uit.

De raadsheer geeft de verdachte kennis, dat daartegen binnen 14 dagen na heden beroep in cassatie kan worden ingesteld.

De verdachte heeft wel/geen afstand gedaan van recht aanwezig te zijn bij de uitspraak.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.