Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:2790

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-09-2013
Datum publicatie
06-09-2013
Zaaknummer
200 117 628/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 99 leden 2, 6 en 10 (oud) Wna (met ingang van 1 januari 2013 vernummerd tot leden 5, 9 en 13) bepaalt, verkort weergegeven en voor zover hier van belang, dat de voorzitter van de kamer klachten die naar zijn oordeel kennelijk niet ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht zijn, kan afwijzen, dat tegen een dergelijke beslissing verzet kan worden gedaan bij de kamer en dat tegen de beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, geen rechtsmiddel openstaat.

Nu de kamer klagers verzet ongegrond heeft verklaard en klager niet heeft aangevoerd dat er omstandigheden zijn op grond waarvan in deze zaak het verbod om tegen de beslissing van de kamer in beroep te komen zou moeten worden doorbroken, dient klager niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 99, 107
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

_________________________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.117.628/01 NOT

zaaknummer eerste aanleg : 07.831/2012/11

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 3 september 2013

inzake:

[ APPELLANT ],

wonende te [ woonplaats ],

appellant,

t e g e n

[ DE OUD-NOTARIS ],

oud-notaris te [ plaats ],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellant, verder te noemen klager, is bij een op 22 november 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift - met bijlagen - hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Arnhem, verder de kamer, van 18 oktober 2012. Bij die beslissing is het verzet van klager tegen een beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer waarbij zijn klacht tegen geïntimeerde, hierna te noemen de oud-notaris, als kennelijk ongegrond is afgewezen, ongegrond verklaard.

1.2.

Van de zijde van klager zijn ter griffie van het hof nog ingekomen een brief met aanvullende producties op 30 november 2012, een brief met één aanvullende productie op 28 december 2012 en een brief op 11 juni 2013.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 20 juni 2013. Klager heeft vooraf te kennen gegeven niet te zullen verschijnen. Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is de oud-notaris - zonder opgaaf van redenen - niet verschenen.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De ontvankelijkheid van het hoger beroep

3.1.

In het algemeen staat - op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt (Wna) - tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 leden 2, 6 en 10 (oud) Wna (met ingang van 1 januari 2013 vernummerd tot leden 5, 9 en 13) bepaalt, verkort weergegeven en voor zover hier van belang, dat de voorzitter van de kamer klachten die naar zijn oordeel kennelijk niet ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht zijn, kan afwijzen, dat tegen een dergelijke beslissing verzet kan worden gedaan bij de kamer en dat tegen de beslissing van de kamer dat het verzet ongegrond is, geen rechtsmiddel openstaat.

Nu de kamer klagers verzet ongegrond heeft verklaard en klager niet heeft aangevoerd dat er omstandigheden zijn op grond waarvan in deze zaak het verbod om tegen de beslissing van de kamer in beroep te komen zou moeten worden doorbroken, dient klager niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep.

3.2.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4 De beslissing

Het hof:

- verklaart klager niet ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.D.R.M. Boumans en P. Blokland en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 3 september 2013 door de rolraadsheer.

KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-

NOTARISSEN TE ARNHEM

Kenmerk: 07.831/2012/11

Beslissing van de Kamer van Toezicht te Arnhem op de klacht van

[ klager ]

wonende te [ woonplaats ],

tegen

[ de oud-notaris ],

oud-notaris te [ plaats ].

Partijen zullen verder klager en de notaris worden genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de brief met bijlagen van klager van 12 februari 2012, waarin de klacht tegen de notaris is neergelegd;

- de brief met bijlagen van klager van 14 februari 2012

- de brief van de secretaris van de Kamer aan klager van 16 februari 2012

- de brief met bijlagen van klager van 23 februari 2012

- de brief van de secretaris van de Kamer aan klager van 2 maart 2012

- de brief met een bijlage van klager van 5 maart 2012

- de brief met een bijlage van klager van 26 maart 2012

- de voorzittersbeslissing van 29 maart 2012 waarin is geoordeeld dat klager de klacht kennelijk ongegrond is

- de brief met een bijlage van klager van 10 april 2012 waarmee verzet is gedaan tegen de voorzittersbeslissing;

- de brief van klager van 7 mei 2012;

- de mondelinge behandeling van het verzet op 30 augustus 2012, waarbij zijn verschenen klager alsmede diens echtgenote mevrouw [ X ].

2 De feiten

2.1.

Mevrouw [ Y ] (hierna: [ Y ]) is op 2 juli 2011 op 84-jarige leeftijd overleden. Klager is één van de twee broers van [ Y ].

2.2. [

Y ] heeft op 11 januari 1995 een testament laten opmaken, welk testament door haar overlijden rechtskracht heeft gekregen. Het testament is opgemaakt door de notaris. De notaris is per 31 maart 2001 gedefungeerd.

3 Het verzet

3.1.

Klager verwijt de notaris dat deze het testament van [ Y ] verborgen houdt, klager over de inhoud van het testament heeft misleid en met misbruik van wettelijke bepalingen de erfenis van [ Y ] in bezit heeft genomen. Klager acht het voorts beschamend en juridisch verwerpelijk dat niet de opvolger van de notaris, maar een andere notaris de verklaring van executele heeft afgegeven. Klager stelt dat de voorzitter in de beslissing van 29 maart 2012 ten onrechte heeft geoordeeld dat zijn klacht kennelijk ongegrond is.

4 De beoordeling van het verzet

4.1.

Het verzet is tijdig gedaan.

4.2.

De voorzitter heeft in de beslissing van 29 maart 2012 geoordeeld dat de klacht kennelijk ongegrond is. De voorzitter heeft zijn beslissing gebaseerd op de door hem vastgestelde feiten en omstandigheden als weergegeven in de overwegingen 5.1 tot en met 5.8. Deze feiten en omstandigheden zijn in deze procedure niet door klager weersproken en evenmin is anderszins gebleken dat daarvan bij de beoordeling van het verzet niet kan worden uitgegaan.

4.3.

Klager heeft de gronden van de beslissing niet betwist, doch gepersisteerd bij zijn klacht. Klager heeft daarmee niets aangevoerd, en ook overigens is niets gebleken, dat maakt dat de beslissing van de voorzitter niet in stand kan blijven. Naar het oordeel van de Kamer kunnen voornoemde, onweersproken gebleven, feiten en omstandigheden de beslissing van de voorzitter dragen. Het door klager gedane verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de Kamer van 29 maart 2012 is naar het oordeel van de Kamer dan ook ongegrond.

4.4.

Klager heeft ter zitting aangevoerd zich gegriefd te voelen door het gestelde in de laatste zin van overweging 6.2 van de voorzitterbeslissing, waarin is opgenomen dat de stelling van klager over een uitspraak die door de notaris zou zijn gedaan “voor rekening van klager” komt. De Kamer overweegt daarover ten overvloede dat die zinsnede kennelijk aldus moet worden verstaan dat niet kan worden vastgesteld of de door klager gestelde de uitspraak door de notaris is gedaan en niet, zoals klager mogelijk meent, dat geoordeeld is dat klager onwaarheid spreekt.

5 De beslissing

De Kamer van Toezicht

verklaart het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter van 29 maart 2012 ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, plv. voorzitter, mrs. H. Quispel, J.G.T.M. Castrop, B.J. Engberts en F. Ton, plv. leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. van Leeuwen, secretaris, uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2012

De secretaris De plv. voorzitter