Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:2397

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-05-2013
Datum publicatie
06-08-2013
Zaaknummer
200.113.200/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap; vraag of waarde polis die in het kader van een vervroegd pensioen is opgebouwd, dient te worden verrekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

Uitspraak: 7 mei 2013

Zaaknummer: 200.113.200/01

Zaaknummer eerste aanleg: 414429/FA RK 08-9555 (AP CH)

in de zaak in hoger beroep van:

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. A.C. Mens te Hoofddorp,

tegen

[de man],

wonende te[woonplaats],

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellant in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. A.J.F. Manders te Haarlem.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante in principaal hoger beroep tevens geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, en geïntimeerde in principaal hoger beroep tevens appellant in incidenteel hoger beroep, worden hierna respectievelijk de vrouw en de man genoemd.

1.2.

De vrouw is op 11 september 2012 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 13 juni 2012 van de rechtbank Amsterdam, met kenmerk 414429/FA RK 08-9555 (AP CH).

1.3.

De man heeft op 20 november 2012 een verweerschrift ingediend en heeft daarbij incidenteel hoger beroep ingesteld.

1.4.

De vrouw heeft op 8 januari 2013 een verweerschrift in het hoger beroep van de man ingediend.

1.5.

De zaak is op 18 maart 2013 ter terechtzitting behandeld.

1.6.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

  • -

    de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    de man, bijgestaan door zijn advocaat.

Ter zitting heeft de man met instemming van de vrouw nog een aantal producties (loonstroken) overgelegd.

2 De feiten

Partijen zijn [in] 1985 in gemeenschap van goederen gehuwd. Het huwelijk is op 1 juli 2009 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 28 januari 2009 in de registers van de burgerlijke stand. De man, geboren [in] 1958, is tot en met maart 2013 werkzaam geweest als [beroep], laatstelijk bij [bedrijf]. De man had op 31 december 2005 meer dan 20 dienstjaren en voor hem gold een functioneel leeftijd ontslag (verder: FLO) op de leeftijd van 55 jaar. De man kan rechten ontlenen aan het FLO-overgangsrecht dat op 6 december 2005 is vastgesteld in het Onderhandelaarsakkoord CAO Gemeenten 2005-2007 van het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA). Met ingang van [datum], vanaf het bereiken van de leeftijd van 55 jaar, heeft de man geopteerd voor gedeeltelijk betaald verlof (art. 4.2 FLO-overgangsrecht), inhoudende dat hij voor een termijn van 4 jaar is vrijgesteld van het verrichten van arbeid, met behoud van 80% van zijn laatst verdiende loon. Met ingang van[datum] (vanaf 59 jaar) heeft de man geopteerd voor levensloopverlof tot zijn reguliere pensioendatum op [datum] (vanaf 62 jaar), in overeenstemming met het LOGA-pad bedoeld in art. 10.2 van het FLO-overgangsrecht. Daartoe neemt de man met ingang van 1 december 2006 deel aan het daartoe ontwikkelde product Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance, bestaande uit de Loyalis levenslooppolis (nummer 5707832) en de Loyalis spaarpolis (nummer 5717832). De man legt de van zijn werkgever maandelijks ontvangen bruto levenslooptoelage (12% van zijn brutoloon) in op de levenslooppolis. Daarnaast legt de man maandelijks het netto-equivalent van een daartoe ontvangen bruto werkgeversbijdrage (waarover wel premies en loonbelasting worden afgedragen) in op de spaarpolis. Indien en voor zover de man het volledige LOGA-pad doorloopt, garandeert de gemeente Amstelveen (zijn werkgever) het doeltegoed van 210% (70% gedurende 3 jaar) van zijn oude bezoldiging, zie art. 10.1 FLO-overgangsrecht.

3 Het geschil in hoger beroep

3.1.

Bij de bestreden beschikking is - voor zover in hoger beroep van belang – in het kader van de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap aan de man toegedeeld:

  • -

    de Loyalis spaarpolis met nummer 5717832, onder de verplichting de helft van de waarde op 1 juli 2009 (de helft van € 4.113,30) aan de vrouw te vergoeden;

  • -

    de Loyalis levenslooppolis met nummer 5707832, zonder waardeverrekening.

Het dictum van de bestreden beschikking bevat geen beslissing aangaande de beleggingsverzekering bij Delta Lloyd met nummer 2507094.

3.2.

De vrouw verzoekt deze beschikking (gedeeltelijk) te vernietigen en alsnog te bepalen:

  • -

    dat de beleggingsverzekering bij Delta Lloyd met nummer 2507094 ten name van de man per peildatum (1 juli 2009) bij helfte tussen de man en de vrouw gesplitst zal worden;

  • -

    dat de Loyalis levenslooppolis met nummer 5707832 aan de man wordt toegedeeld, onder de verplichting van de man de helft van de waarde per 1 juli 2009 aan de vrouw te betalen, dan wel dat het door de man uit dien hoofde aan de vrouw verschuldigde bedrag verrekend zal worden met het door de vrouw in het kader van de verdeling aan de man verschuldigde bedrag en de man opgedragen zal worden de waarde van deze polis per 1 juli 2009 bij Loyalis op te vragen, dan wel de vrouw zal worden gemachtigd deze waarde op te vragen;

  • -

    dat het FLO-pensioen aan de man wordt toegedeeld, onder de verplichting van de man de helft van de waarde per 1 juli 2009 aan de vrouw te betalen, dan wel dat het door de man uit dien hoofde aan de vrouw verschuldigde bedrag verrekend zal worden met het door de vrouw in het kader van de verdeling aan de man verschuldigde bedrag en de man opgedragen zal worden de waarde van het FLO-pensioen per 1 juli 2009 bij het PLO op te vragen, dan wel de vrouw gemachtigd zal worden deze waarde op te vragen.

3.3.

De man verzoekt de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep, althans het door haar verzochte af te wijzen. In incidenteel hoger beroep verzoekt hij, naar het hof begrijpt met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, te bepalen dat de Loyalis spaarpolis met nummer 5717832 aan hem wordt toegedeeld zonder waarde verrekening en de bestreden beschikking voor het overige te bekrachtigen, zo nodig onder aanvulling van gronden.

3.4.

De vrouw verzoekt het incidenteel hoger beroep van de man af te wijzen en de bestreden beschikking in zoverre te bekrachtigen.

4 Beoordeling van het hoger beroep

In principaal en incidenteel hoger beroep

4.1.

De grieven stellen de volgende geschilpunten aan de orde:

  • -

    de beleggingsverzekering bij Delta Lloyd nummer 2507094 (grief I)

  • -

    de Loyalis levenslooppolis nummer 5707832 (grief II);

  • -

    de FLO-uitkering (grief III);

  • -

    de Loyalis spaarpolis nummer 5717832 (incidentele grief).

Deze geschilpunten zullen hierna (in een enigszins andere volgorde) worden besproken.

Beleggingsverzekering Delta Lloyd nummer 2507094

4.2.

De rechtbank heeft in de tussenbeschikking van 19 mei 2010 geconstateerd dat partijen de splitsing van deze polis zijn overeengekomen. Het hof zal overeenkomstig het verzoek van de vrouw – waartegen de man zich niet heeft verzet - alsnog bepalen dat deze polis (bij helfte) zal worden gesplitst. Grief I slaagt.

FLO-uitkering

4.3.

De rechtbank heeft de FLO-uitkering buiten de verdeling gelaten op de grond dat geen sprake is van een vermogensbestanddeel maar van uitgesteld loon. De hiertegen gerichte grief II faalt. De man geniet op grond van het FLO-overgangsrecht van zijn 55e tot zijn 59e jaar gedeeltelijk (tot 80% van zijn laatstgenoten loon) bezoldigd verlof. Het betreft hier een op de CAO gebaseerde loonaanspraak met een hoogstpersoonlijk karakter. Deze loonaanspraak is wegens verknochtheid niet in de gemeenschap gevallen.

Loyalis polis nummer 5707832 (levenslooppolis) en polis nummer 5717832 (spaarpolis)

4.4.

De rechtbank heeft beslist dat de levenslooppolis zonder waardeverrekening met de vrouw aan de man wordt toegedeeld en voorts dat de man de helft van de waarde van de spaarpolis aan de vrouw dient te vergoeden. De vrouw bestrijdt niet deze toedeling maar stelt zich op het standpunt dat de helft van de waarde van beide polissen met haar dient te worden verrekend. De man stelt zich daarentegen op het standpunt dat waardeverrekening voor beide polissen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, aangezien beide polissen integraal onderdeel uitmaken van Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance, een product ter uitvoering van de collectieve regeling van vervroegd uittreden op grond van het FLO-overgangsrecht, waaraan de man deelneemt. Uitsluitend bij deelname aan beide polissen is de werkgeversgarantie van 70% van het laatstgenoten loon voor de periode van 59 tot 62 jaar voor hem van kracht. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

4.5.

De opbouw van (het maximale) levenslooptegoed in de levenslooppolis van Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance strekt tot uitvoering van het LOGA-pad omschreven in art. 10.2 FLO-overgangsrecht en heeft ten doel de maximale levensloopverlofuitkering te financieren gedurende de periode van onbetaald verlof van de leeftijd van 59 jaar tot de reguliere ouderdomspensioendatum met 62 jaar, zie art. 10.3 FLO-overgangsrecht. De maandelijkse (bruto) premie voor deze polis (12% van het brutoloon, het fiscale maximum) wordt betaald uit een bruto levenslooptoelage ter hoogte van eveneens 12% van het brutoloon. Het in de levenslooppolis opgebouwde tegoed is op grond van de wettelijke regels vóór het bereiken van de leeftijd van 65 jaar (behoudens bijzondere situaties, zoals overlijden en ontslag) niet afkoopbaar en de man kan (als hoofdregel) niet over de daarin opgebouwde waarde beschikken anders dan in de vorm van een levensloopverlof-uitkering (zie art. 10.15) FLO-overgangsrecht). De spaarpolis is het tweede onderdeel van Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance. De spaarpremie wordt ingehouden op het loon en is gelijk aan het netto-equivalent van een daartoe bestemde (bruto)werkgeversbijdrage. De hoogte van de premie wordt vastgesteld door Loyalis. Onder voorwaarde dat wordt deelgenomen aan Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance, dat alle werkgeversbijdragen in de polissen worden gestort en dat de polissen niet tussentijds worden afgekocht, garandeert de werkgever dat het doeltegoed (nodig voor een uitkering van 70% gedurende 3 jaar) wordt bereikt. De spaarpolis kan wel worden afgekocht. Dit leidt automatisch tot vervallen van de werkgeversgarantie.

4.6.

Naar het oordeel van het hof dient het Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance product (ter uitvoering van het LOGA-pad) als één geheel te worden beschouwd en is sprake van een collectieve regeling die voor de toepassing van titel 7 van Boek 1 BW op één lijn kan worden gesteld met een VUT-uitkering, ook voor zover de opbouw van de doeluitkering van 70% gedurende drie jaren vanwege fiscale restricties van de levensloopregeling (max. 12% inleg per jaar en max. 210% totaal tegoed, zie art. 10.13 FLO-overgangsrecht) in een daarbij behorende spaarpolis geschiedt. Hierbij neemt het hof het volgende in aanmerking:

  • -

    i) Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance is een in het kader van het collectieve FLO-overgangsrecht ontwikkeld product (zie art. 10.3 FLO-overgangsrecht), dat ten doel heeft het LOGA-pad uit te voeren, teneinde voor werknemers voor wie op 31 december 2005 functioneel leeftijdsontslag gold binnen de fiscale mogelijkheden vervroegd uittreden mogelijk te maken (art. 10, aanhef, en onder 2 FLO-overgangsrecht);

  • -

    ii) de levenslooppremies worden volledig uit een bruto werkgeversbijdrage (de levenslooptoelage) gefinancierd en de premies voor de spaarpolis worden volledig voldaan uit het netto-equivalent van een afzonderlijke werkgeversbijdrage, waarover premies en loonbelasting worden ingehouden, welke bijdrage de medewerker vanwege fiscale regels niet (bruto) kan inleggen op de levenslooppolis (art. 10.3 FLO-overgangsrecht);

  • -

    iii) de vaststelling van de hoogte van de totale werkgeversbijdrage, zowel voor de levenslooppremie als voor de spaarpremie, geschiedt door Loyalis op basis van een maatwerkpercentage (art. 10.6 FLO-overgangsrecht);

  • -

    iv) bij overlijden van de deelnemer vóór de pensioendatum wordt de waarde van het levenslooptegoed en het spaartegoed niet aan de nabestaanden uitgekeerd maar komt dit aan alle andere deelnemers ten gunste (art. 10.17 FLO-overgangsrecht);

  • -

    v) uitsluitend bij volledige deelname aan Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance (inleg van alle ontvangen werkgeversbijdragen in de polissen, art. 10.2 FLO-overgangsrecht) garandeert de werkgever dat het doeltegoed wordt bereikt (art. 10.1 FLO-overgangsrecht);

  • -

    vi) de werkgeversgarantie vervalt in geval de medewerker afwijkt van het LOGA-pad (art. 10.5 FLO-overgangsrecht) door:

  • -

    afkoop van de polissen;

  • -

    niet alle ontvangen werkgeversbijdragen in te leggen.

4.7.

De man is deelnemer aan Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance op grond van zijn keuze voor het LOGA-pad en de man kan aanspraak maken op de werkgeversgarantie van het doeltegoed. (zie de brieven van [bedrijf] van 19 december 2008 en van 13 januari 2012, prod. HB 2 en HB 3). Niet is gebleken dat de man bij deelname aan de Loyalis polissen van de voorwaarden van het LOGA-pad is afgeweken. Uit de door hem ter zitting overgelegde loonstroken blijkt dat de maandelijkse levenslooptoelage in mei 2009 (€ 417,52 bruto) op de Loyalis polis met nummer 5707832 (de levenslooppolis) is gestort en dat het netto-equivalent van de bruto werkgeversbijdrage (in mei 2009 € 142,97 netto inleg en € 246,49 bruto werkgeversbijdrage) op de Loyalis polis met nummer 5717832 (de spaarpolis) is gestort. De vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt dat de man naast de ontvangen werkgeversbijdragen extra premies heeft gestort in deze polissen. De vrouw heeft ook overigens geen omstandigheden naar voren gebracht die het oordeel kunnen dragen dat zij een niet te verwaarlozen band met het in de polissen opgebouwde tegoed heeft. De redelijkheid en billijkheid staan onder deze omstandigheden eraan in de weg dat de man de in de Loyalis-polissen opgebouwde waarden (die uit daartoe bestemde werkgeversbijdragen zijn gevormd ter uitvoering van een collectieve regeling voor vervroegd uittreden) met de vrouw dient te verrekenen. Grief III faalt en de incidentele grief slaagt.

Slotsom en kosten

4.8.

De beschikking van 13 juni 2012 zal worden vernietigd voor zover daarbij is bepaald dat de man de helft van de waarde op 1 juli 2009 van de Loyalis polis nummer 5717832 aan de vrouw dient te voldoen en voor zover daarbij voorts geen beslissing is gegeven over de beleggingsverzekering bij Delta Lloyd nummer 2507094. Deze beschikking zal voor het overige worden bekrachtigd. Het hof zal bepalen dat de Loyalis polis nummer 5717832 aan de man wordt toegedeeld zonder waardeverrekening met de vrouw en dat de beleggingsverzekering bij Delta Lloyd nummer 2507094 (bij helfte) zal worden gesplitst. De proceskosten in het principaal en het incidenteel hoger beroep zullen tussen partijen worden gecompenseerd, nu zij ex-echtelieden zijn. De overige verzoeken van partijen worden afgewezen.

4.9.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5 Beslissing

Het hof:

In principaal en incidenteel hoger beroep

vernietigt de beschikking van 13 juni 2012 voor zover daarbij is bepaald dat de man de helft van de waarde op 1 juli 2009 van de Loyalis polis nummer 5717832 aan de vrouw dient te voldoen en voor zover daarbij geen beslissing is gegeven over de beleggingsverzekering bij Delta Lloyd nummer 2507094;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

bepaalt dat de Loyalis polis nummer 5717832 zonder waardeverrekening aan de man wordt toegedeeld;

bepaalt dat de beleggingsverzekering bij Delta Lloyd nummer 2507094 (bij helfte) zal worden gesplitst;

bekrachtigt deze beschikking voor het overige;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte;

compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. D. Kingma, W.J. van den Bergh en A.R. Sturhoofd in tegenwoordigheid van mr. B.J. Voerman als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2013.