Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:1891

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2013
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
200 100 101-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De notaris heeft voorafgaand aan de aktepassering in verband met de vestiging van het hypotheekrecht onderzocht of hij zijn medewerking aan de aktepassering kon verlenen. De notaris heeft vastgesteld dat blijkens de statuten van de B.V. de bezwaring van het bedrijfspand binnen de doelomschrijving van de vennootschap viel. Voorts heeft hij vastgesteld dat uit de statuten volgt dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van gevolmachtigd bestuurder R. onbeperkt was. Uit een authentieke akte was de notaris gebleken dat R. B. had gevolmachtigd om de B.V. te vertegenwoordigen bij de hypotheekvestiging. Van schending van de zorgplicht van de zijde van de notaris, dan wel handelen in strijd met een andere in acht te nemen (tucht)norm is niet gebleken. De omstandigheid dat voorafgaand aan de hypotheekvestiging geen toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders aanwezig was kan niet tot een ander oordeel leiden. Het vereiste dat er een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders moet zijn voor het bezwaren van een registergoed, zoals opgenomen in de statuten van de B.V. heeft enkel interne werking en is geen voorwaarde voor het kunnen passeren van de hypotheekakte. Anders dan klaagster kennelijk meent vormt het enkele feit dat aan een notaris bekend is dat een schuldenaar meerdere schuldeisers heeft - behoudens bijzondere omstandigheden, waarvan in deze zaak niet is gebleken en waartoe niet is te rekenen de eventuele wetenschap van dreiging van beslaglegging door een andere schuldeiser - geen beletsel voor die notaris om zijn medewerking te verlenen aan het vestigen van een recht van hypotheek ten laste van die schuldenaar en ten behoeve van een van die schuldeisers. Iedere schuldeiser heeft immers het recht om zijn verhaalsrechten (bij voorbaat) te waarborgen door het vestigen van een zekerheidsrecht, aan welke handeling een notaris desgevraagd uit hoofde van zijn ambt medewerking dient te verlenen.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 98
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

____________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer: 200.100.101/01 NOT

zaaknummer kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Assen: 5/2011

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 12 maart 2013

inzake:

[de stichting] ,

gevestigd te [vestigingsplaats],

APPELLANTE,

gemachtigde: mr. V.L.M.J. Boitelle, advocaat te Hilversum,

t e g e n

[de notaris] ,

notaris te [vestigingsplaats],

GEÏNTIMEERDE.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellante, hierna verder te noemen “klaagster”, is bij een op 9 januari 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Assen, hierna verder te noemen “de kamer”, van 12 december 2011, waarbij de kamer de klacht van klaagster tegen geïntimeerde, hierna verder te noemen “de notaris”, ongegrond heeft verklaard.

1.2.

Op 16 januari 2012 is van de zijde van klaagster een aanvullend beroepschrift – met bijlagen – ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

Van de zijde van de notaris is op 23 februari 2012 een verweerschrift – met bijlagen – ter griffie van het hof ingekomen.

1.4.

Op 22 oktober 2012 is van de zijde van klaagster een aanvullend stuk ter griffie van het hof ingekomen.

1.5.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 8 november 2012. Namens klaagster is verschenen de heer [B.], middellijk bestuurder van klaagster, alsmede de gemachtigde van klaagster. De notaris is eveneens verschenen. Allen hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van klaagster en de notaris aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnota’s.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4 De standpunten van partijen

De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep.

5 De beoordeling

5.1.

Klaagster heeft in haar aanvullend beroepschrift gesuggereerd dat de kamer met zijn beslissing de notaris de hand boven het hoofd heeft gehouden. Deze suggestie baseert klaagster op het feit dat de notaris tot juli 2011 deel uitmaakte van de kamer. Het hof gaat aan deze stelling van klaagster, voor de juistheid waarvan het hof overigens geen aanwijzingen heeft gevonden, voorbij, omdat [B.] namens klaagster bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van de klacht in eerste aanleg op vragen van de kamer heeft medegedeeld dat hij geen moeite had met de omstandigheid dat de notaris tot juli 2011 lid was geweest van de kamer. Aldus is klaagster expliciet akkoord gegaan met behandeling van de zaak door de kamer.

5.2.

Het onderzoek in hoger beroep heeft ertoe geleid dat het hof zich verenigt met de beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de kamer. Het hof voegt daaraan nog het volgende toe. Anders dan klaagster kennelijk meent vormt het enkele feit dat aan een notaris bekend is dat een schuldenaar meerdere schuldeisers heeft
– behoudens bijzondere omstandigheden, waarvan in deze zaak niet is gebleken en waartoe niet is te rekenen de eventuele wetenschap van dreiging van beslaglegging door een andere schuldeiser – geen beletsel voor die notaris om zijn medewerking te verlenen aan het vestigen van een recht van hypotheek ten laste van die schuldenaar en ten behoeve van een van die schuldeisers. Iedere schuldeiser heeft immers het recht om zijn verhaalsrechten (bij voorbaat) te waarborgen door het vestigen van een zekerheidsrecht, aan welke handeling een notaris desgevraagd uit hoofde van zijn ambt medewerking dient te verlenen.

5.3.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, J.C.W. Rang en P. Blokland en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 12 maart 2013 door de rolraadsheer.

Kamer van Toezicht

over de notarissen en kandidaat-notarissen te Assen

K.v.T.-klachtnr. 5/2011

1e blad

Beslissing van de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Assen, gegeven op de klacht van:

[de stichting] ,

statutair gevestigd te [vestigingsplaats],

hierna: klaagster,

gemachtigde: mr. V.M.L.J. Boitelle, advocaat te Hilversum,

tegen

[de notaris] ,

notaris te [vestigingsplaats],

hierna: de notaris,

gemachtigde: mr. G.L. Maaldrink, advocaat te ‘s-Gravenhage

OVERWEGINGEN

1 De procedure

1.1.

Bij brief van 7 juli 2011 heeft klaagster een klacht ingediend tegen de

notaris.

1.2.

Bij schrijven van 23 augustus 2011 heeft de notaris zijn reactie op de klacht

gegeven.

1.3

Klaagster heeft bij brief van 14 september 2011 gereageerd op de reactie van de notaris.

1.4

De notaris heeft bij brief van 18 oktober 2011 een reactie ingediend op de reactie van

klaagster van 14 september 2011.

1.5

De behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden ter openbare zitting van de Kamer van

Toezicht van 9 november 2011. Namens [de stichting] (hierna: de Stichting) zijn verschenen de heer [B.], middellijk bestuurder van de Stichting, en mr. Boitelle. De notaris en zijn gemachtigde waren eveneens aanwezig.

2 De feiten

2.1

Klaagster heeft een geldlening van € 250.000,= verstrekt aan de besloten vennootschap [A.] B.V. Enig bestuurder van [A.] B.V. is mevrouw [R.]. Klaagster zoekt verhaal voor haar vordering op het privé-vermogen van mevrouw [R.].

2.2

Mevrouw [R.] is ook bestuurder en aandeelhoudster van [G.]B.V. Haar mede-aandeelhouders zijn mevrouw[B.] (voor 45%) en de heer [B.].

K.v.T.-klachtnr. 5/2011

2e blad

2.3

[G.]B.V. heeft een bedrijfspand in [plaats] in eigendom. Op 11 mei 2011 is op dit bedrijfspand een tweede hypotheek gevestigd voor een bedrag van € 250.000,= ten behoeve van[D.] B.V. te [plaats]. Die hypotheek strekt als zekerheid voor al hetgeen laatstgenoemde op [G.]B.V. en [A.] B.V. te vorderen heeft of krijgt. De notaris heeft de hypotheekakte gepasseerd. Namens [G.]B.V. was bij het passeren van deze akte de heer [B.] aanwezig.

2.4

Volgens de statuten van [G.]B.V. (artikel 23 lid 4 sub a) behoeft het bestuur voor een besluit tot het vestigen van een hypotheek de toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders. De notaris heeft de heer [B.]hierop gewezen en notulen opgesteld van een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders, gehouden op 10 mei 2011, waarin de vergadering besluit toestemming te verlenen.

3 De klacht

3.1

Klaagster vindt dat de notaris onzorgvuldig te werk is gegaan bij het passeren van de hypotheekakte. De notaris heeft de akte gepasseerd terwijl hij wist dat de vereiste toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders van [G.]B.V. voor het bezwaren van het bedrijfspand niet aanwezig was. Door het vestigen van de hypotheek is klaagster op onrechtmatige wijze in haar verhaalsrecht beperkt.

4.Het verweer

4.1

De notaris wijst er in de eerste plaats op dat klaagster geen partij is bij de op 11 mei 2011 verleden hypotheekakte. Gelet daarop dient zij niet ontvankelijk te worden verklaard. Voorts is hij van mening dat hij zijn ministerie kon en moest verlenen bij het vestigen van de hypotheek. [G.]B.V. werd bij de hypotheekvestiging vertegenwoordigd door de heer[B.], die optrad als gevolmachtigde van mevrouw [R.], in haar hoedanigheid van rechtens bevoegd gevolmachtigd bestuurder van [G.]B.V. Die volmacht was opgenomen in een authentieke akte. De notaris had tevens gezien dat bezwaring van het bedrijfspand binnen de doelomschrijving van de vennootschap viel. Voor de vestiging van het hypotheekrecht was en is geen vereiste dat bij het passeren van de hypotheekakte het aandeelhoudersbesluit was genomen. De notaris wist dat de aandeelhoudersvergadering nog moest plaatsvinden en heeft daarvoor slechts uit oogpunt van dienstverlening notulen opgesteld. De notaris had ook overigens geen gronden om zijn medewerking te weigeren. Er is geen sprake van enig handelen in strijd met de voor de notaris geldende tuchtnormen.

5 De beoordeling

5.1

De Kamer ziet zich gesteld voor de vraag of de notaris tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld en overweegt hieromtrent als volgt.

5.2

Ingevolge artikel 98 lid 1 van de Wet op het notarisambt zijn notarissen en

kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die zij als notarissen of kandidaat-notarissen behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

5.3

De Kamer dient zich in de eerste plaats uit te spreken over de vraag of klaagster kan

worden ontvangen in haar klacht. Vaststaat dat klaagster geen partij is bij de hypotheekverlening van [G.]B.V. aan[D.] B.V. en de aktepassering door de notaris in dit verband. Klaagster stelt echter dat zij daardoor wel in haar belang is geraakt. Dit, omdat zij als schuldeiseres van één van de aandeelhouders van [G.]B.V. (mevrouw [R.]) door de hypotheekvestiging kan worden beperkt in haar verhaalsrechten.

Daarvan uitgaande -waarbij zij opgemerkt dat het niet aan de Kamer is om te beoordelen of dat

K.v.T.-klachtnr. 5/2011

3e blad

daadwerkelijk het geval zal zijn- is de Kamer van oordeel dat niet op voorhand kan worden gezegd

dat klaagster geen enkel te respecteren belang bij de ingediende klacht heeft. De Kamer zal een inhoudelijk oordeel geven over de klacht.

5.4

De Kamer overweegt dat de notaris voorafgaand aan de aktepassering in verband met de

vestiging van het hypotheekrecht, heeft onderzocht of hij zijn medewerking aan de aktepassering kon verlenen. De notaris heeft vastgesteld dat blijkens de statuten van [G.]B.V. de bezwaring van het bedrijfspand binnen de doelomschrijving van de vennootschap viel. Voorts heeft hij vastgesteld dat uit de statuten volgt dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van gevolmachtigd bestuurder mevrouw [R.] onbeperkt was. Uit een authentieke akte was de notaris gebleken dat mevrouw [R.] de heer [B.] had gevolmachtigd om [G.]B.V. te vertegenwoordigen bij de hypotheekvestiging. Gelet op het voorgaande heeft de notaris naar het oordeel van de Kamer op goede grond kunnen overgegaan tot aktepassering in verband met de vestiging van het hypotheekrecht op het bedrijfspand. Van schending van de zorgplicht van de zijde van de notaris, dan wel handelen in strijd met een andere in acht te nemen (tucht)norm is de Kamer niet gebleken. De omstandigheid dat voorafgaand aan de hypotheekvestiging geen toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders aanwezig was kan niet tot een ander oordeel leiden. Het vereiste dat er een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders moet zijn voor het bezwaren van een registergoed, zoals opgenomen in de statuten van [G.]B.V. heeft enkel interne werking en is geen voorwaarde voor het kunnen passeren van de hypotheekakte.

5.5

De Kamer zal de klacht ongegrond verklaren.

BESLISSING

De Kamer van Toezicht verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is genomen te Assen door mr. A.M.A.M. Kager, voorzitter, mrs. M.E. van Rossum, J.F.H. de Jong Posthumus en J. Tillema, leden, en mr. N.Th. Vink, plaatsvervangend lid, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2011 door de voorzitter.

mr. M.J.C. ten Hoopen, mr. A.M.A.M. Kager,

secretaris. voorzitter.

Binnen dertig dagen na de dag van verzending van de aangetekende brief waarin van bovenstaande beslissing wordt kennisgegeven, kan hoger beroep tegen deze beslissing worden ingesteld. Dit dient te geschieden door middel van een verzoekschrift bij de griffie van het Gerechtshof te Amsterdam, Prinsengracht 436, correspondentieadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.