Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:1861

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-06-2013
Datum publicatie
16-07-2013
Zaaknummer
200 112 278-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De klacht van klagers is gericht tegen een dubbele declaratie en vervolgens het weigeren op hierover gestelde vragen in te gaan. Klagers verwijten de notaris in het bijzonder dat hij ten onrechte tweemaal een declaratie heeft verzonden voor zijn werkzaamheden met betrekking tot de overdracht van een onroerend goed, niet heeft gereageerd op de vele (acht) verzoeken van klagers deze kwestie uit te zoeken en recht te zetten en een (uiteindelijk gedane) toezegging zonder enig bericht niet is nagekomen. Met de kamer is het hof van oordeel dat de notaris heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij als notaris behoorde te betrachten ten opzichte van klagers door (meermaals) niet te reageren op het verzoek van (de gemachtigde van) klagers het ten onrechte betaalde bedrag terug te storten, niet te voldoen aan het verzoek van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie om een reactie op het bemiddelingsverzoek van klagers en door ruim vijf maanden te laten verstrijken alvorens een inhoudelijke reactie te geven. Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

____________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.112.278/01 NOT

zaaknummer eerste aanleg : K.15.12

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 25 juni 2013

inzake

  1. [naam],

  2. [naam]

beiden wonende te[woonplaats],

APPELLANTEN,

gemachtigde: A. de Raat, te Aalsmeer,

t e g e n

[de notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

GEÏNTIMEERDE.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellanten, verder klagers, is bij een op 22 augustus 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Haarlem, verder de kamer, van 24 juli 2012, waarbij de kamer de klacht van klagers tegen geïntimeerde, verder de notaris, gegrond heeft verklaard en aan hem de maatregel van waarschuwing is opgelegd.

1.2.

Van de zijde van klagers is op 20 september 2012 een aanvulling op hun verzoekschrift

– met bijlagen – ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 maart 2013. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd. Klagers en hun gemachtigde zijn (met kennisgeving hiervan) niet verschenen.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4 De standpunten van partijen

4.1.

De klacht van klagers is gericht tegen een dubbele declaratie en vervolgens het weigeren op hierover gestelde vragen in te gaan. Klagers verwijten de notaris in het bijzonder dat hij:

  1. . ten onrechte tweemaal een declaratie heeft verzonden voor zijn werkzaamheden met betrekking tot de overdracht van het vastgoed[adres];

  2. . niet heeft gereageerd op de vele (acht) verzoeken van klagers deze kwestie uit te zoeken en recht te zetten;

  3. . een (uiteindelijk gedane) toezegging zonder enig bericht niet is nagekomen.

4.2.

De notaris heeft (summier) verweer gevoerd, waarop het hof in zijn beoordeling (voor zover van belang) nader zal ingaan.

5 De beoordeling

5.1.

Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer. Met de kamer is het hof van oordeel dat de notaris heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij als notaris behoorde te betrachten ten opzichte van klagers door (meermaals) niet te reageren op het verzoek van (de gemachtigde van) klagers het ten onrechte betaalde bedrag terug te storten, niet te voldoen aan het verzoek van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie om een reactie op het bemiddelingsverzoek van klagers en door ruim vijf maanden te laten verstrijken alvorens een inhoudelijke reactie te geven.

5.2.

Nu het hof niet tot een ander oordeel komt dan de kamer, zal de bestreden beslissing worden bevestigd aangezien ook het hof de opgelegde maatregel van waarschuwing in deze passend en geboden acht.

5.3.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

5.4.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, C.P. Boodt en G. Kleykamp-van der Ben en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 25 juni 2013 door de rolraadsheer.

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-

NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT HAARLEM

Beschikking (bij vervroeging) d.d. 24 juli 2012 van de Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-Notarissen in het arrondissement Haarlem, nader “de kamer”, in de zaak onder nummer K.15.12 van:

[naam],

en

[naam],

nader: klagers,

beiden domicilie gekozen hebbende te Aalsmeer, ten kantore van hun
gemachtigde: A. de Raat,

---tegen---

[de notaris],

notaris te [vestigingsplaats],
nader: de notaris.

1. Verloop van de procedure.

1.1

Voor het verloop van de procedure verwijst de kamer naar de navolgende aan de kamer tot het nemen van een beslissing overgelegde bescheiden, waarvan de inhoud als hier ingevoegd dient te worden aangemerkt:

- de brieven van de gemachtigde van klagers van 11 april 2012 met bijlagen en van 13 april 2012 met bijlagen;

- de faxbrief van de notaris van 2 juli 2012 met bijlagen waarin hij reageert op de brieven van klagers.

1.2

In de openbare vergadering van de kamer van 3 juli 2012 is de gemachtigde gehoord. De notaris is conform zijn schriftelijke mededeling van 2 juli 2012 niet verschenen. De gemachtigde is in de gelegenheid gesteld zijn standpunt toe te lichten, waarbij hij zich heeft bediend van pleitnotities.
Vervolgens heeft de voorzitter van de kamer de behandeling gesloten en bepaald dat op 11 september 2012 een beschikking zal volgen. De beschikking is vervroegd naar heden.

2. Relevante vaststaande feiten.

Bij de behandeling van de klacht wordt van het navolgende uitgegaan:

a. De notaris heeft klagers een nota van afrekening en een einddeclaratie gestuurd voor werkzaamheden ten behoeve van klagers in verband met de verkoop en splitsing van een pand. Beide declaraties zijn door klagers aan de notaris voldaan.

b. In oktober 2011 hebben klagers zich tot hun gemachtigde gewend met het verzoek bij de notaris na te gaan of de declaraties (gedeeltelijk) op dezelfde werkzaamheden zien.

c. Bij brieven van 27 oktober 2011 en 21 november 2011 heeft gemachtigde de notaris verzocht een en ander na te gaan en hem te berichten. De notaris heeft nagelaten te reageren.

d. Bij brief van 12 december 2011 heeft de gemachtigde onder meer het volgende aan de notaris meegedeeld:”(…) Mocht u wederom niet reageren dan kunnen wij niet anders dan op een andere wijze een correcte afwikkeling bevorderen. Hierbij wordt ondermeer gedacht aan een klacht bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. (…)”.

e. In zijn brief van 20 december 2011 heeft de notaris de gemachtigde meegedeeld in de eerste week van januari te zullen reageren.

f. In zijn e-mailbericht van 14 januari 2012 heeft de gemachtigde onder meer het volgende aan de notaris meegedeeld:”(…) Op 11 januari telefoneerde ik met uw kantoor. De eerste week van januari is naar algemene opvattingen voorbij dus nog maar even navragen. Ik werd afgescheept door uw secretaresse “het ligt bij de notaris maar ik weet niet wanneer er reactie komt”. Ik kan thans dan ook niet anders dan constateren dat er een klacht over de notarisrekening is en het niet eens mogelijk is hierover in gesprek te komen zoals uw KNB aanraadt. Voorts moet ik vaststellen dat er ook wel reden is tot klachten over de behandeling, over de dienstverlening derhalve. Het spijt mij werkelijk zeer maar naar mijn mening is er thans geen andere mogelijkheid dan het indienen van klachten bij uw Beroepsorganisatie, althans dit acht ik het meest voor de hand liggend. (…)”.
De notaris heeft nagelaten hierop te reageren.

g. Bij brief van 7 februari 2012 hebben klagers de bemiddeling ingeroepen van de KNB. De KNB heeft in een drietal brieven aan de notaris om zijn standpunt verzocht. De notaris heeft hierop niet gereageerd.

h. In zijn brief van 11 april 2012, die de gemachtigde na doorzending door de KNB heeft ontvangen, heeft de notaris onder meer het volgende meegedeeld: ”(…) Inzake opgemelde zaak, kan ik u berichten dat één en ander op een misverstand/dubbelrekening berust. Het door cliënten, bij monde van de heer De Raat, teveel betaalde bedrag ad € 3.838,59 is met spoedbetaling onderweg naar het rekeningnummer van cliënten. Zou u mijn excuus aan de heren [naam] en de [naam] willen overbrengen? Ik neem aan dat hiermee de zaak is opgelost. (…)”.

i. In zijn e-mailbericht van 25 april 2012 heeft de gemachtigde onder meer het volgende aan de notaris meegedeeld: ”(…) Namens cliënten kan ik u berichten dat zij bereid zijn om een poging te wagen met u overeenstemming te bereiken waarna de ingezette procedure kan worden beëindigd. Zoals al gemeld, willen zij niets anders of meer dan de bestede kosten om het teveel betaalde bedrag terug te krijgen, van u vergoed krijgen. Cliënten achten dat criterium redelijk en niet het veel subjectievere “in enig redelijke verhouding…met het teveel betaalde”. Dit vind ik ook geen markthandel. Ik acht dit uitgangspunt ook redelijk als nog weer eens in beschouwing wordt betrokken dat eerst vijf maal met u/uw kantoor contact werd opgenomen en na de laatste keer (14 januari 2012) nog een behoorlijke tijd werd gewacht (tot 7 februari) alvorens verdere stappen werden genomen. Zij hadden echt geen andere keus meer. (…)”.

j. Klagers en de notaris zijn niet tot overeenstemming gekomen.

3. Inhoud van de klacht.

3.1

De klacht laat zich zakelijk weergegeven als volgt omschrijven:
Klagers verwijten de notaris onzorgvuldig gedrag, omdat hij pas na een achttal verzoeken om antwoord te geven op een vraag inhoudelijk heeft gereageerd, hij een toezegging zonder enig bericht niet is nagekomen en vervolgens niet bereid is de door hen gemaakte direct met dit optreden samenhangende - kosten te vergoeden.

3.2

Het standpunt van klagers.

Klagers hebben gesteld het gedrag van het notariskantoor onthutsend, verwijtbaar en het ambt onwaardig te achten. Volgens hen was sprake van een gerechtvaardigde en heldere vraag, waarop de notaris pas na lang aandringen heeft gereageerd onder meer door overboeking van het door klagers teveel betaalde bedrag. Daarbij is de notaris zijn toezegging om in de eerste week van januari 2012 op de brieven van klagers te reageren zonder enig bericht niet nagekomen. Klagers hebben hieraan toegevoegd dat zij juist vanwege deze gang van zaken de werkelijk door hen gemaakte kosten door de notaris vergoed willen zien.

4. Het standpunt van de notaris.

De notaris heeft aangevoerd dat hij er niet op uit is geweest om klagers te benadelen door het sturen van dubbele nota’s. De notaris heeft toegegeven dat de restitutie van de tweede declaratie enige tijd in beslag heeft genomen. In dat verband heeft hij meerdere malen zijn verontschuldiging aangeboden alsook een tegemoetkoming in de kosten, die naar zijn mening in redelijk verband stond met de omissie.

De beoordeling.

5.1

Ter beoordeling is de vraag of de notaris zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wet op het notarisambt (Wna) gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van klagers, dan wel of hij zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat een notaris niet betaamt, een en ander als bedoeld in artikel 98 van de Wna.

5.2

Bij brief van 27 oktober 2011 heeft de gemachtigde de notaris verzocht na te gaan of er wellicht sprake was van een dubbele betaling door klagers. Vervolgens heeft de gemachtigde de notaris een aantal malen per brief, e-mail en telefonisch gerappelleerd, alvorens hij toen een inhoudelijke reactie van de notaris uitbleef – namens klagers de bemiddeling van de KNB heeft ingeroepen. Vast staat dat de notaris vervolgens tot driemaal toe niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft gereageerd op het herhaalde verzoek van de KNB om een reactie op het bemiddelingsverzoek van klagers. Pas bij brief van 12 april 2012 aan de KNB heeft de notaris voor het eerst inhoudelijk op het verzoek van de gemachtigde gereageerd. Door niet alleen de verzoeken van de gemachtigde om een reactie naast zich neer te leggen, maar ook de verzoeken van de KNB in het kader van het bemiddelingsverzoek van klagers, heeft de notaris zich schuldig gemaakt aan handelen (of beter: nalaten) dat een notaris niet betaamt.
De klacht zal dan ook gegrond worden verklaard.

5.3

De kamer is van oordeel dat de maatregel van waarschuwing geboden is. Zij heeft bij haar oordeel betrokken dat het ruim vijf maanden heeft geduurd voordat de notaris zijn inhoudelijke reactie heeft gegeven, terwijl de notaris er al die tijd rekening mee moest houden dat hij zonder enige rechtsgrond gelden van klagers onder zich had, nota bene als gevolg van een foutieve declaratie van zijn kantoor. Voorts heeft de kamer in aanmerking genomen dat klagers er steeds op uit zijn geweest om een klachtprocedure te voorkomen en dat zij zich tot de KNB en de kamer hebben moeten wenden om een reactie van de notaris te verkrijgen.

5.4

Niet in geschil is dat de notaris klagers een vergoeding heeft aangeboden voor de door hen gemaakte kosten voor het terugkrijgen van het tweemaal in rekening gebrachte bedrag. Aangezien de kamer slechts bevoegd is te oordelen over het handelen of nalaten van een notaris in tuchtrechtelijke zin, kan zij geen oordeel geven over de vraag of met de aangeboden vergoeding alle redelijke kosten van klagers zijn vergoed. Evenmin kan zij de notaris veroordelen tot betaling van het door klagers gewenste bedrag.

5.5

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

6. BESLISSING

De Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-Notarissen te Haarlem:

- verklaart de klacht gegrond,

- legt aan de notaris de maatregel van waarschuwing op.

Deze beschikking is op 24 juli 2012 gegeven door mr. W.S.J. Thijs, voorzitter, mrs. C.M. Lambregtse, E.H. Huisman en C.F. Tasseron, leden en mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, plaatsvervangend lid in tegenwoordigheid van de secretaris mr. Y.H. L’Hoir.