Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:1059

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-04-2013
Datum publicatie
05-11-2013
Zaaknummer
200.093.379-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zie tussenarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer: : 200.093.379/01

kenmerk rechtbank Amsterdam: 1141733 CV EXPL 10-11963 en 1113335 CV EXPL 09-44566

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 2 april 2013

inzake

  1. [appellante sub 1], wonende te [woonplaats],

  2. [appellant sub 2], wonende te [woonplaats],

APPELLANTEN IN PRINCIPAAL APPEL,

VERWEERDERS IN VOORWAARDELIJK INCIDENTEEL APPEL,

advocaat: mr. J.C. Duvekot, te Amsterdam

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

GEÏNTIMEERDE IN PRINCIPAAL APPEL,

APPELLANT IN VOORWAARDELIJK INCIDENTEEL APPEL,
advocaat: mr. Th. Gardenbroek, te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna wederom [appellanten] en [geïntimeerde] genoemd.

In deze zaak heeft het hof op 11 september 2012 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van de procedure in hoger beroep tot die datum wordt verwezen naar dat tussenarrest.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het bedrag dat [appellanten] hem nog verschuldigd is, uitgaande van de berekening/puntenwaardering voor de woning door de Huurcommissie. [appellanten] zijn in de gelegenheid gesteld hierop te reageren en alsnog hun woonplaats bekend te maken.

[geïntimeerde] heeft vervolgens een akte genomen, waarna [appellanten] eveneens een akte hebben genomen waarin zij hun woonplaats bekend hebben gemaakt.

Ten slotte hebben partijen wederom arrest gevraagd.

2. Verdere beoordeling van het hoger beroep

2.1

Het hof blijft bij hetgeen in het tussenarrest is overwogen en beslist. In dat tussenarrest heeft het hof onder 3.4.8 overwogen dat de grieven 1 en 3 tot en met 8 van [appellanten] slagen, hetgeen betekent dat tussen partijen niet gelden de huurprijs en het voorschotbedrag servicekosten zoals in de huurovereenkomst overeengekomen, maar aan [appellanten] een beroep op (huur- en) huurprijsbescherming toekomt. Voorts heeft het hof overwogen dat [appellanten] zich gebonden achten aan de huurprijs en het voorschot voor servicekosten zoals door de Huurcommissie vastgesteld.

2.2

Van Stapperhoef heeft zich in zijn akte beperkt tot de opmerking dat [appellanten] per saldo overeenkomstig de uitspraken van de Huurcommissie betalingen aan hem hebben gedaan, zodat hij van hen niets meer te vorderen heeft als die uitspraken als uitgangspunt voor hun betalingen gezien moeten worden. [appellanten] hebben, hoewel daartoe door het hof in de gelegenheid gesteld, hierop in hun akte niet meer gereageerd.

2.3

Nu [appellanten] volgens de eigen stelling van [geïntimeerde] hem geen bedrag meer zijn verschuldigd, ziet het hof - anders dan de kantonrechter - geen aanleiding voor toewijzing van een bedrag van € 840,-- aan buitengerechtelijke incassokosten. [geïntimeerde] heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van [appellanten] immers niet onderbouwd dat en zo ja tot welk bedrag hij deze kosten heeft gemaakt. Aldus slaagt ook grief 9 van [appellanten], die (mede) is gericht tegen toewijzing door de kantonrechter van de door [geïntimeerde] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

3 Slotsom

3.1

De conclusie is dat het principaal appel slaagt en het voorwaardelijk incidenteel appel wordt verworpen. De vonnissen waarvan beroep, voor zover in conventie gewezen, dienen derhalve te worden vernietigd, hetgeen betekent dat de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog moeten worden afgewezen. Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij dient [geïntimeerde] de kosten te dragen, zowel in eerste aanleg (in de zaken met rolnummer CV09-44566 en CV10-11963) als in hoger beroep.

3.2

Hoewel [appellanten] bij akte alsnog hun woonplaats bekend hebben gemaakt (en de kop van dit arrest daarmee in overeenstemming is gebracht), is dit bij deze stand van zaken niet langer relevant, nu ingevolge dit arrest niet [geïntimeerde] maar [appellanten] aanspraak kunnen maken op (terug)betaling.

4 Beslissing

vernietigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2011 en het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 23 december 2010, zowel in conventie als in reconventie gewezen;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;

veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, aan de zijde van [appellanten] tot op heden begroot:

in eerste aanleg op € 650,-- voor salaris van de advocaat en in hoger beroep op € 374,81,-- aan verschotten en € 1.341,-- voor salaris van de advocaat;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs J.C.W. Rang, E.M. Polak en A.M. Hol en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2013 door de rolraadsheer.