Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:CA2616

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-02-2012
Datum publicatie
10-06-2013
Zaaknummer
200.091.976/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klager is bij een op tegenspraak gewezen vonnis van de kantonrechter veroordeeld tot betaling van de door de gerechtsdeurwaarders aan klager berekende kosten. Dat vonnis is onherroepelijk geworden. Klager heeft op grond van de aldus door de gerechtsdeurwaarders verkregen titel aan zijn betalingsverplichting voldaan. Vervolgens heeft de kamer geoordeeld dat de gerechtsdeurwaarders tuchtrechtelijk laakbaar hebben gehandeld door een zinloze betekening te verrichten, zonder klager daarop tevoren te hebben gewezen. Beslissingen van de kamer roepen geen terugbetalingsverplichting in het leven. Het stond de gerechtsdeurwaarders vrij gebruik te maken van een onherroepelijk en voor executie vatbaar vonnis. De tuchtrechtelijke procedure kan niet worden gebruikt als een verkapt hoger beroep tegen een klager onwelgevallig vonnis. De weigering tot terugbetaling van de door klager betaalde kosten is onder deze omstandigheden niet als tuchtrechtelijk laakbaar aan te merken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

Bij vervroeging

Beslissing van 21 februari 2012 in de zaak van:

[ KLAGER ],

wonend te [ plaats ],

APPELLANT,

t e g e n

[ GERECHTSDEURWAARDERS ],

gerechtsdeurwaarders te [ plaatsen ],

GE├ĆNTIMEERDEN,

gemachtigde: M. Koper.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 8 augustus 2011 ter griffie ingekomen verzoekschrift met bijlagen tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 12 juli 2011.

1.2. Bij die beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer van 8 februari 2011, waarin de voorzitter de klacht van klager tegen geïntimeerden, verder de gerechtsdeurwaarders, als kennelijk ongegrond heeft afgewezen, gegrond verklaard en de klacht alsnog gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel.

1.3. Van de zijde van de gerechtsdeurwaarders is op 21 oktober 2011 een verweerschrift ingekomen, waarin zij bij voorbaat te kennen hebben gegeven bij een behandeling ter zitting van het hof niet te zullen verschijnen.

1.4. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 5 januari 2012. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de voorzitter van de kamer in de beslissing van 8 februari 2011 heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de voorzitter geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klager

4.1. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders dat zij in strijd handelen met de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders door (te volharden in) hun weigering tot terugbetaling van de door klager aan de gerechtsdeurwaarders betaalde kosten van een door hen verrichte zinloze betekening .

4.2. Klager is van mening dat, gelet op de beslissingen van de kamer van 30 maart 2010 en 12 juli 2011, de gerechtsdeurwaarders de genoemde kosten dienen terug te betalen, ondanks zijn veroordeling tot betaling van die kosten bij vonnis van de kantonrechter van 2 december 2009.

5. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Ter motivering van hun weigering de in rekening gebrachte kosten terug te betalen beroepen zij zich op het genoemde vonnis van de kantonrechter, waarbij klager is veroordeeld tot betaling aan de gerechtsdeurwaarders van de kosten in kwestie, welk vonnis een executoriale titel oplevert.

6. De beoordeling

6.1. Klager is bij een op tegenspraak gewezen vonnis van de kantonrechter veroordeeld tot betaling van de door de gerechtsdeurwaarders aan klager berekende kosten. Dat vonnis is onherroepelijk geworden. Klager heeft op grond van de aldus door de gerechtsdeurwaarders verkregen titel aan zijn betalingsverplichting voldaan.

Vervolgens heeft de kamer naar aanleiding van een klacht van klager bij beslissing van 30 maart 2010 geoordeeld dat de gerechtsdeurwaarders tuchtrechtelijk laakbaar hebben gehandeld door een zinloze betekening te verrichten, zonder klager daarop tevoren te hebben gewezen.

6.2. Beslissingen van de kamer roepen geen terugbetalingsverplichting in het leven. Het stond de gerechtsdeurwaarders vrij gebruik te maken van een onherroepelijk en voor executie vatbaar vonnis. De tuchtrechtelijke procedure kan niet worden gebruikt als een verkapt hoger beroep tegen een klager onwelgevallig vonnis. De weigering tot terugbetaling van de door klager betaalde kosten is onder deze omstandigheden niet als tuchtrechtelijk laakbaar aan te merken. De klacht is derhalve ongegrond.

6.3. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.4. Nu het hof tot een ander oordeel is gekomen dan de kamer kan de beslissing van de kamer niet in stand blijven.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing en, opnieuw rechtdoende,

- verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J.C.W. Rang en

L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 21 februari 2012 door de rolraadsheer.