Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ5445

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-05-2012
Datum publicatie
25-03-2013
Zaaknummer
200.092.801/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De afhandeling van de nalatenschap van de moeder van klager is op een te informele wijze verricht en de notaris bij de behandeling van dat dossier een te geringe rol gespeeld. Klager heeft aanvankelijk slechts besprekingen met de klerk gevoerd buiten het kantoor van de notaris en gedurende een jaar niet geeft geweten dat een aan het kantoor van de notaris verbonden kandidaat-notaris de executeur was. De notaris heeft alles aan de klerk overgelaten zonder enig toezicht uit te oefenen, hoewel hetgeen de notaris wist over de relatie tussen de klerk en de familie van klager voor hem een reden had moeten zijn om extra waakzaam te zijn. Na het openvallen van de nalatenschap heeft klager geen brief ontvangen waarin hem de gang van zaken werd uitgelegd, tussentijdse opgaven van de stand van zaken zijn evenmin gedaan en de door klager aan de notaris gestelde vragen werden niet, althans niet adequaat, beantwoord. Voorts is de afwikkeling van de nalatenschap onnodig lang blijven liggen, ook nadat het woonhuis was verkocht en geleverd, hoewel de notaris klager in het vooruitzicht had gesteld dat daarna tot handelen zou kunnen worden overgegaan. Eenzelfde gebrek aan daadkracht toonde de notaris door na de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg zich niet te houden aan de afspraak om binnen een maand een conceptakte van verdeling op te maken en bovendien niet te reageren op het verzoek van de kamer om een reactie. Pas vijf maanden na de zitting in eerste aanleg kreeg klager te horen dat de conceptakte gereed was. In hoger beroep heeft de notaris wederom niets van zich laten horen. Evenals de kamer acht het hof de klacht derhalve gegrond. Het hof is echter van oordeel dat de door de kamer opgelegde maatregel van berisping niet volstaat. De notaris heeft door zijn handelwijze de belangen van klager veronachtzaamd en de goede naam van het notariaat ernstig in diskrediet gebracht. Dit valt hem tuchtrechtelijk zwaar aan te rekenen, zeker in het licht van het feit dat hem in 2007 voor soortgelijke zaken al eens de maatregel van waarschuwing en de maatregel van berisping is opgelegd. Het hof acht de maatregel van schorsing voor de duur van een week passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

NOTARIS- EN GERECHTSDEURWAARDERSKAMER

Bij vervroeging.

Beslissing van 29 mei 2012 in de zaak van:

[ KLAGER ],

wonende te [ plaats ],

APPELLANT,

t e g e n

[ NOTARIS ],

notaris te [ plaats ],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 23 augustus 2011 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Haarlem, verder te noemen de kamer, van 27 juli 2011, waarbij de klacht van klager tegen geïntimeerde, verder de notaris, gegrond is verklaard en aan de notaris de maatregel van berisping is opgelegd.

1.2. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 12 april 2012. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd. De notaris is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt, zodat het hof zal uitgaan van de door de kamer in eerste aanleg vastgestelde feiten.

4. Het standpunt van klager

Klager verwijt de notaris dat hij geen enkel initiatief heeft getoond om de nalatenschap van de moeder van klager af te wikkelen en de vragen van klager te beantwoorden. Klager was verrast dat de klerk van de notaris was belast met de feitelijke afwikkeling van de nalatenschap, aangezien die de ex-echtgenoot is van een vriendin van de zus van klager en daardoor de familieverhoudingen kent. De communicatie met de klerk verliep niet goed. Klager heeft dit ook aan (het kantoor van) de notaris gemeld. Klager heeft geen enkele brief van de notaris ontvangen over de te volgen procedure of met een tussentijdse stand van zaken. Ook heeft er nooit een bespreking met partijen en de notaris plaatsgevonden. Klager heeft meermalen geprobeerd een afspraak voor een dergelijke bespreking te maken, maar dit werd steeds afgehouden, op de afspraak van 27 november 2009 na. Bij gelegenheid van de terechtzitting in hoger beroep heeft klager medegedeeld dat de nalatenschap inmiddels is afgewikkeld.

5. Het standpunt van de notaris

De notaris heeft zich in eerste aanleg bij gelegenheid van de mondelinge behandeling als volgt verweerd. Hij kan niet veel melden over de feitelijke afhandeling van de nalatenschap, omdat de klerk daarmee was belast. De klerk heeft de afwikkeling uitgesteld tot na de verkoop van het woonhuis. Daarna zou er tussen klager en zijn zuster kunnen worden verrekend en zouden aldus de ontstane pijnpunten kunnen worden weggewerkt. De notaris heeft geen voorlopig boedeloverzicht opgesteld vanwege de door de zuster van klaagster verrichte activiteiten en haar onaangekondigde vertrek naar Australië. Daarna reageerde zij niet meer op de oproepen en e-mailberichten van de klerk, waardoor de afhandeling werd bemoeilijkt. Communicatie met klager was ook moeilijk en zijn optreden jegens het kantoor werd als onaangenaam ervaren.

In hoger beroep gaat het hof – bij gebreke van een verweerschrift en een persoonlijke verschijning van de notaris – ook van dit verweer uit.

6. De beoordeling

6.1. Met de kamer is het hof van oordeel dat de afhandeling van de nalatenschap van de moeder van klager op een te informele wijze is verricht en dat de notaris bij de behandeling van dat dossier een te geringe rol heeft gespeeld. Het is in dit verband veelzeggend dat klager aanvankelijk slechts besprekingen met de klerk heeft gevoerd buiten het kantoor van de notaris en gedurende een jaar niet geeft geweten dat een aan het kantoor van de notaris verbonden kandidaat-notaris de executeur was. De notaris heeft alles aan de klerk overgelaten zonder enig toezicht uit te oefenen, hoewel hetgeen de notaris wist over de relatie tussen de klerk en de familie van klager voor hem een reden had moeten zijn om extra waakzaam te zijn. Na het openvallen van de nalatenschap heeft klager geen brief ontvangen waarin hem de gang van zaken werd uitgelegd, tussentijdse opgaven van de stand van zaken zijn evenmin gedaan en de door klager aan de notaris gestelde vragen werden niet, althans niet adequaat, beantwoord.

6.2. Voorts is de afwikkeling van de nalatenschap onnodig lang blijven liggen, ook nadat het woonhuis was verkocht en geleverd, hoewel de notaris klager in het vooruitzicht had gesteld dat daarna tot handelen zijn kunnen worden overgegaan. Eenzelfde gebrek aan daadkracht toonde de notaris door na de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg zich niet te houden aan de afspraak om binnen een maand een conceptakte van verdeling op te maken en bovendien niet te reageren op het verzoek van de kamer om een reactie. Pas vijf maanden na de zitting in eerste aanleg kreeg klager te horen dat de conceptakte gereed was. In hoger beroep heeft de notaris wederom niets van zich laten horen.

6.3. Evenals de kamer acht het hof de klacht derhalve gegrond. Het hof is echter van oordeel dat de door de kamer opgelegde maatregel van berisping niet volstaat. De notaris heeft door zijn handelwijze de belangen van klager veronachtzaamd en de goede naam van het notariaat ernstig in diskrediet gebracht. Dit valt hem tuchtrechtelijk zwaar aan te rekenen, zeker in het licht van het feit dat hem in 2007 voor soortgelijke zaken al eens de maatregel van waarschuwing en de maatregel van berisping is opgelegd. Het hof acht thans de maatregel van schorsing voor de duur van een week passend en geboden.

6.4. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing wat betreft de opgelegde maatregel;

en, in zoverre opnieuw rechtdoende:

- legt aan de notaris op de maatregel op van schorsing voor de duur van een week;

- bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, J.C.W. Rang en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 29 mei 2012 door de rolraadsheer.

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-

NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT HAARLEM

Beschikking d.d. 27 juli 2011 van de Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-Notarissen in het arrondissement Haarlem, nader ook “de kamer”, in de zaken onder nummer K.01.11 van:

[ klager ],

wonende te [ plaats ],

nader ook: klager,

---tegen---

[ notaris ],

notaris te [ plaats ],

nader ook: de notaris,

vergezeld van de aan zijn kantoor verbonden klerk [ X ].

1. Verloop van de procedure.

Voor het verloop van de procedure verwijst de kamer naar de navolgende aan de kamer tot het nemen van een beslissing overgelegde bescheiden, waarvan de inhoud als hier ingevoegd dient te worden aangemerkt:

- de brief van klager van 20 januari 2011 met 5 bijlagen;

- de brief van de secretaris van de kamer van 27 mei 2011 aan de notaris, waarin het verzoek om informatie naar de stand van zaken;

1.2 In de openbare vergadering van de kamer van 24 maart 2011 zijn klager, de notaris en [ X ] gehoord. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun standpunten toe te lichten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris verklaard bereid te zijn binnen een maand een conceptakte met betrekking tot de verdeling van de nalatenschap op te maken en aan de erfgenamen toe te zenden.

In verband hiermee heeft de kamer met instemming van partijen de behandeling van de klacht aangehouden tot 24 mei 2011.

In de periode van 24 maart tot 24 mei 2011 heeft de notaris volgens klager geen enkel voorstel tot afwikkeling gedaan.

Op een brief van de secretaris van 27 mei 2011 met het verzoek een reactie te geven heeft de notaris niet gereageerd.

Op 28 juni 2011 heeft de kamer de behandeling gesloten en bepaald dat op 27 juli 2011 een beschikking zal volgen.

2. Relevante vaststaande feiten.

Bij de beoordeling van de klacht wordt van het navolgende uitgegaan:

a. Op 13 april 2009 is [ Y ] (verder: de erflaatster), de moeder van klager overleden.

b. Het testament van de erflaatster is op 4 december 2000 ten overstaan van de notaris verleden.

c. De erflaatster heeft in haar testament haar twee kinderen onder wie klager tot enige erfgenamen van de nalatenschap benoemd. Voorts heeft zij daarin de oudste kandidaat-notaris verbonden aan het kantoor van de notaris bij haar overlijden benoemd tot executeur-testamentair.

d. De executeur-testamentair heeft [ X ], de aan het kantoor van de notaris verbonden klerk (verder: de klerk) gevolmachtigd om namens haar de nalatenschap af te wikkelen.

e. De ex-echtgenote van de klerk is een vriendin van de zuster van klager (verder: de zuster).

f. De verhouding tussen klager en zijn zuster is al jaren verstoord.

g. In de derde week van april 2009 heeft de klerk telefonisch aan klager meegedeeld dat (het kantoor van) de notaris de nalatenschap zal afwikkelen en dat nadere informatie zal volgen.

h. In mei 2009 is klager voor een bespreking door de klerk bij hem thuis uitgenodigd.

Tijdens deze bespreking is gebleken dat de klerk en de zuster buiten medeweten van klager overleg hebben gevoerd en dat de zuster het woonhuis van de erflaatster gedeeltelijk heeft leeggehaald en deze goederen mee heeft genomen bij haar terugkeer naar Australië, waar zij woonachtig is. Ook heeft de zuster een bedrag van ongeveer € 30.000,-- van een rekening van de erflaatster overgemaakt naar haar bankrekening in Australië.

i. Begin mei 2009 is naar voren gekomen dat de ex-echtgenote van de klerk, nadat deze haar de sleutel van het woonhuis van de erflaatster (verder: het woonhuis) heeft gegeven, een aantal goederen uit het woonhuis heeft meegenomen zonder dat klager hierover was geïnformeerd.

j. Op initiatief van klager heeft op 27 november 2009 een eerste bespreking met de notaris op zijn kantoor plaatsgevonden.

k. In de periode april 2010 tot half juni 2010 heeft klager slechts telefonisch contact met de klerk gehad over kwesties die (de verkoop van) het woonhuis betroffen.

l. Op 15 juni 2010 heeft het transport van het woonhuis plaatsgevonden.

m. Op 18 juni 2010 heeft op initiatief van klager een bespreking plaatsgevonden met de executeur-testamentair en heeft hij een brief met daarin een tiental vragen met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap ter beantwoording door de notaris achtergelaten.

De executeur heeft toegezegd klager over het oordeel van de notaris te informeren.

n. In de periode juli 2010 medio januari 2011 heeft klager 18 vergeefse pogingen ondernomen om een inhoudelijk gesprek met de notaris te voeren en om beantwoording van zijn sub m vermelde brief te verkrijgen.

3. Inhoud van de klacht.

3.1 De klacht zoals deze ter zitting nader is toegelicht, laat zich – zakelijk weergegeven – als volgt omschrijven:

Klager verwijt de notaris dat hij geen enkel initiatief heeft getoond om zijn vragen te beantwoorden en om de nalatenschap af te wikkelen.

3.2 Het standpunt van klager.

Klager heeft voor alles gesteld dat hij werd verrast door het feit dat de klerk was belast met de feitelijke afwikkeling van de nalatenschap, aangezien hij de familie en daarmee de onderlinge verhoudingen kent. De klerk en klager konden nooit goed met elkaar overweg en volgens klager is mede daardoor de communicatie niet goed verlopen. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij dit ook aan (het kantoor van) de notaris heeft gemeld. Klager heeft hieraan nog toegevoegd dat hij geen enkele brief van de notaris heeft ontvangen over de te volgen procedure of over een tussentijdse stand van zaken. Ook heeft er nooit een bespreking met partijen en de notaris plaatsgevonden. Klager heeft meerdere keren geprobeerd een afspraak voor een bespreking met de notaris te maken, maar een dergelijke afspraak werd (op de afspraak van november 2009 na) steeds afgehouden, of door de notaris alsnog afgezegd.

Ten slotte heeft klager gesteld dat het zijn wens is dat de notaris in beweging komt.

4. Het standpunt van de notaris.

4.1 De notaris heeft aangevoerd dat hij niet veel kan melden over de feitelijke afhandeling, omdat de klerk hiermee was belast. Dat is ook de reden dat hij hem heeft verzocht de vragen van de kamer te beantwoorden. De notaris heeft hier aan nog toegevoegd dat hij aan klager heeft meegedeeld dat de afwikkeling eerst zijn beslag kan krijgen na de verkoop van het woonhuis.

De klerk heeft aangevoerd dat hij zich in het nauw gedreven heeft gevoeld door de wijze van handelen en het optreden van de zuster en zijn ex-echtgenoot. De klerk heeft daaraan toegevoegd dat hij er steeds van is uitgegaan dat er tussen klager en zijn zuster zou kunnen worden verrekend, nadat het woonhuis zou zijn verkocht en dat op die wijze de ontstane pijnpunten zouden kunnen worden weggewerkt. De klerk heeft nog naar voren gebracht dat de behandeling van dit dossier adequater had gekund, maar dat communiceren met klager niet eenvoudig is en dat hij ook werd belemmerd bij zijn werkzaamheden, omdat de zuster niet langer reageerde op zijn oproepen en

e-mailberichten.

4.2 Desgevraagd heeft de notaris aangevoerd dat hij geen voorlopig boedeloverzicht heeft opgesteld in verband met de door de zuster ontwikkelde activiteiten en haar onaangekondigde vertrek naar Australië. Volgens de notaris konden mede daardoor de pijnpunten niet worden opgelost.

5. De beoordeling.

5.1 Ter beoordeling is de vraag of de notaris zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens de Wna gegeven bepaling of een op deze wet berustende verordening, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van klager, dan wel of hij zich schuldig heeft gemaakt aan enig handelen of nalaten dat een notaris niet betaamt, een en ander als bedoeld in artikel 98 Wna.

5.2 Naar het oordeel van de kamer staat het vast dat de werkzaamheden in dit dossier op een te informele wijze zijn verricht en dat de notaris bij de behandeling van het dossier nauwelijks een rol heeft gespeeld. De notaris heeft klager bijvoorbeeld geen enkele brief met daarin een uitleg van de (door hem) te volgen gang van zaken gezonden, of een bespreking met partijen belegd. Ook heeft hij nagelaten klager te informeren over een tussentijdse stand van zaken en evenmin heeft hij de door klager aan hem gestelde vragen afdoende beantwoord.

Voorts is de kamer van oordeel dat het feit dat de klerk (de familie van) klager kende een hindernis heeft gevormd voor een gebruikelijke dossierbehandeling. Van deze relatie van de klerk met klager was de notaris op de hoogte en van de notaris mocht dan ook worden verwacht dat hij dit dossier met meer dan gewone belangstelling had gevolgd, of zelfs had overgenomen, hetgeen hij heeft nagelaten. Ook nadat het woonhuis was verkocht – 15 juni 2010 – heeft de notaris geen enkel initiatief getoond om tot afwikkeling van de nalatenschap over te gaan, terwijl hij klager juist had meegedeeld dat vanaf dat moment daadwerkelijk actie zou kunnen worden ondernomen. Aldus heeft de notaris niet naar behoren gehandeld. De klacht zal dan ook gegrond worden verklaard.

5.3 Ten overvloede merkt de kamer nog op dat zij het zeer betreurt dat de notaris de door hemzelf aangeboden mogelijkheid om – na de zitting – alsnog de toen gemaakte afspraken op korte termijn na te komen, met welke afspraken klager heeft ingestemd, niet heeft aangegrepen en daarvoor ook geen enkele reden heeft opgegeven.

5.4 De kamer acht de gedragingen van de notaris zodanig laakbaar dat zij de notaris de tuchtrechtelijke maatregel van berisping zal opleggen. De kamer betrekt bij haar beslissing het feit dat het optreden van de notaris het vertrouwen in het notariaat schaadt.

5.5 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING

De Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-Notarissen te Haarlem:

- verklaart de klacht gegrond,

- legt aan de notaris de maatregel van berisping op.

Deze beschikking is gewezen op 27 juli 2011 door mr. M.P.J. Ruijpers, voorzitter, mrs. C.F. Tasseron, C.J. Baas, E.H. Huisman en C.M. Lambregtse, leden in tegenwoordigheid van de secretaris mr. Y.H. L’Hoir.