Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6518

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
18-12-2012
Zaaknummer
23-000642-12
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:717, Bekrachtiging/bevestiging
Herziening: ECLI:NL:HR:2016:2027, Afwijzing
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van mensensmokkel, meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

De verdachte heeft twee minderjarige jongens naar Nederland gebracht, al dan niet met het oog op doorreis naar Engeland. De verklaring van de verdachte dat hij er niet van op de hoogte was dat de kinderen reisden op paspoorten van anderen en dat hij door zijn familie is misleid vindt het hof ongeloofwaardig en slechts bedoeld om de waarheid te verhullen dat hij hieraan opzettelijk heeft meegewerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000642-12

datum uitspraak: 14 december 2012

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 31 januari 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-800003-11 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2012, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

primair:

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2010 tot en met 31 december 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland en/of Somalië en/of Ethiopië en/of Groot-Brittannië en/of Verenigde Emiraten, tezamen in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer ander(en), te weten [gesmokkelde 1] (zich noemende [gesmokkelde 1]) en/of [gesmokkelde 2] (zich noemende [gesmokkelde 2]), behulpzaam is/zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

- voor/aan voornoemd(e) perso(o)n(en) een (ver)vals(t)/niet op naam gesteld(e) paspoort(en) geregeld en/of gekocht en/of gegeven en/of

- (vervolgens) aan/met voornoemd(e) perso(o)n(en) (een) vliegticket(s) geboekt en/of verstrekt en/of gegeven en/of gekocht en/of

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid op zijn/hun reis van Verenigde Emiraten via Ethiopië naar Schiphol (Amsterdam) en/of

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid op de luchthaven Schiphol en/of

- (daarbij) voornoemd(e) perso(o)n(en) (telefonisch) aanwijzingen en/of instructies gegeven en/of

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid naar de (paspoort)controle (ter inreis Schengen gebied) en/of

- (vervolgens) voor voornoemd(e) perso(o)n(en) een (ver)vals(t)/ niet op naam gesteld(e) paspoort(en) (ter inreiscontrole Schengen) overhandigd en/of aangeboden aan (een) ambtena(a)r(en) belast met de grensbewaking/controle, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;

subsidiair:

hij op of omstreeks 31 december 2010 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn/hun naam gesteld reisdocument, te weten

- een (nationaal) paspoort van Groot-Brittannië (voorzien van het nummer [nummer] op naam van [gesmokkelde 1] en/of

- een (nationaal) paspoort van Groot-Brittannië (voorzien van het nummer [nummer] op naam van [gesmokkelde 2]), welk gebruik hierin bestond dat hij, verdachte, voornoemde paspoort(en) heeft overhandigd aan een ambtenaar belast met de grensbewaking, althans aan enig persoon belast met enig toezicht op de luchthaven Schiphol, alszijnde de paspoorten van [gesmokkelde 1] en [gesmokkelde 2].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft –kort weergegeven- aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte wist of had moeten vermoeden dat de jongens met wie hij reisde in het bezit waren van valse paspoorten, dan wel dat zijn opzet daarop was gericht. De familie van de verdachte, inclusief zijn eigen vader, heeft hem voor het smokkelen van de kinderen gebruikt, zonder dat hij dat wist.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft bij de politie over zijn reisactiviteiten verklaard dat hij op 24 december 2010 alleen vanuit Manchester (het hof begrijpt: in Groot-Brittannië, waar de verdachte woont) naar Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten is gevlogen om zijn vader op te zoeken die daar woont. Hij heeft dat ticket, een enkele reis van Manchester naar Abu Dhabi, zelf in Groot-Brittannië gekocht. Zijn ticket van Abu Dhabi naar Somalië, Ethiopië en Nederland heeft zijn vader voor hem in Abu Dhabi gekocht. Op 27 december 2010 is hij vanuit de Verenigde Arabische Emiraten voor het bezoeken van zijn tante naar Somalië gevlogen. Aldaar is hij in contact gekomen met een zekere [naam oom] die zei dat hij een oom van hem was. Deze [naam oom] die ervan op de hoogte was dat de verdachte terug naar Engeland zou gaan, heeft hem gevraagd om twee neefjes mee te nemen naar Engeland. Deze neefjes hadden de Engelse nationaliteit. Zijn tante, een zus van zijn vader, heeft hem bevestigd dat [naam oom] een oom van hem was en dat de jongens neefjes van hem waren. De verdachte heeft zijn reisschema doorgegeven aan [naam oom]. De verdachte wilde zich aan het reisschema houden van zijn reeds gekochte ticket. De verdachte is op 29 december met de oom en de neefjes naar een heel primitief vliegveld gegaan in Somalië. De oom had tickets voor de jongens en de verdachte heeft zijn ticket aan de oom gegeven. Zij zijn vandaar naar Djibouti gevlogen en na 5 uur in transit naar Ethiopië (het hof begrijpt: Addis Ababa) om op 30 december 2010 richting Amsterdam te vliegen, alwaar zij op 31 december 2010 op Schiphol aankwamen.

De verdachte heeft verklaard dat hij zijn oom en twee neefjes voor hun ontmoeting in Somalië nooit eerder had gezien, dat hij de paspoorten van de kinderen van zijn oom had gekregen, dat hij die had gecontroleerd, maar dat hem daaraan niets merkwaardigs was opgevallen. Zijn oom had voor zichzelf en de neefjes tickets van Abu Dhabi naar Somalië, Ethiopië en Nederland gekocht. Zij hebben samen gereisd. Voor de landing op Schiphol- zo begrijpt het hof- heeft zijn oom hem de paspoorten van de jongens gegeven. Toen hij zijn paspoort en die van de kinderen bij de controle aan de gate aan de douanier had overhandigd, was zijn oom die controle reeds gepasseerd en bleek daarna verdwenen.

De verdachte zou hier op bezoek gaan bij familie in Amersfoort en de jongens zouden met hem meereizen. De verdachte zou voor de doorvlucht naar Engeland in Nederland voor hemzelf en de jongens een ticket kopen.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat in de bagage van de verdachte drie elektronische tickets zijn aangetroffen (heenreis) met hetzelfde PNR-nummer (het hof begrijpt: Reserveringsnummer bij het inboeken van een vlucht) en e-ticketnummer ([nummer]) voor de reis van 24 december 2010 van Manchester naar Abu Dhabi op naam van de verdachte en de (valse) namen van beide kinderen. Deze tickets zijn aangeschaft op 21 december 2010 via Travel Services in Abu Dhabi.

Tevens is gebleken dat de verdachte in het bezit was van vier elektronische tickets van 29 oktober 2010 van Djibouti (Somalië) naar Addis Ababa (Ethiopië) en vier elektronische tickets van Ethiopië naar Nederland op 30 december 2010 (terugreis). Deze tickets staan op naam van de verdachte, de kinderen en een vierde persoon (het hof begrijpt: de “oom” van verdachte). Die tickets zijn gekocht op 23 december 2010 in Abu Dhabi, de dag voordat de verdachte vanuit Groot-Brittannië naar Abu Dhabi is gevlogen.

Daarnaast was de verdachte in het bezit van de (resterende gedeeltes van) instapkaarten op naam van hem en de (valse) namen van de twee jongens voor het vluchtgedeelte Addis Ababa naar Amsterdam en van 4 bagageclaims voor dit vluchtgedeelte.

Uit de paspoorten van de beide betrokkenen minderjarige jongens, [gesmokkelde 1] (reizend onder de naam [gesmokkelde 1]) en [gesmokkelde 2] (reizend onder de naam [gesmokkelde 2] blijkt dat zij op 27 december 2010 zijn ingereisd op de luchthaven Berbera te Somalië en op 29 december 2010 zijn uitgereisd vanaf de luchthaven Hargeisa (het hof begrijpt: bij Djibouti) te Somalië conform het aangetroffen ticket naar Ethiopië.

Ook uit het paspoort van de verdachte blijkt dat hij op 27 december 2010 vanuit de Verenigde Arabische Emiraten in Smalie is ingereisd op de luchthaven Berbera en vervolgens de terugreis heeft hervat op 29 december vanaf de luchthaven Hargeisa te Somalië.

[gesmokkelde 2] heeft verklaard dat hij op zondag vanuit Abu Dhabi naar Somalië is gereisd met onder meer [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte), na twee dagen naar Djibouti en vandaar naar Addis Ababa en doorgevlogen naar Nederland.

[gesmokkelde 2] heeft verklaard dat hij van Somalië naar Djibouti is gereisd en vandaar naar Ethiopië en Nederland en dat de verdachte, zijnde zijn neef, mee was voor de veiligheid en om alles te regelen.

De verdachte heeft, geconfronteerd met het e-mailticket voor de heenreis naar Abu Dhabi, verklaard dat hij dat ticket zelf heeft geprint en niet ervan op de hoogte was dat datzelfde ticket ook voor de twee jongens op dezelfde dag in Abu Dhabi is gekocht. Hij vermoedt dat “oom”zijn ticket heeft gepakt en kopieën heeft gemaakt op de (valse) naam van de jongens.

Geconfronteerd met het gegeven dat de 4 tickets voor het “terugreis”traject Djibouti- Addis Ababa- Amsterdam alle in Abu Dhabi zijn gekocht op 23 december 2012, terwijl de verdachte toen nog naar Abu Dhabi moest afreizen en nog kennis moest maken met “oom en neefjes” in Somalië, heeft de verdachte verklaard dat hij niet weet waarom zijn vader ook tickets voor de jongens en “oom” heeft gekocht.

Het hof acht de verklaring van de verdachte gelet op bovenstaande feitelijke gegevens niet geloofwaardig. Het is niet verklaarbaar dat de verdachte zelf en uitsluitend voor zichzelf via internet een ticket in Engeland heeft gekocht en geprint voor de heenreis en dat een ander elders -bijvoorbeeld in Abu Dhabi- op hetzelfde e-ticketnummer op dezelfde dag e-tickets heeft gekocht en verkregen voor de twee jongens. Het hof gaat er gelet hierop vanuit dat de verdachte in Engeland deze 3 tickets tegelijkertijd via internet heeft gekocht en geprint. Op geen enkele wijze is onderbouwd of gebleken dat de verdachte enkel zijn eigen ticket voor de heenreis heeft verzorgd en dat deze op naam van de jongens gestelde “heenreis”tickets valselijk zijn opgemaakt zoals de verdachte suggereert. Reeds hierom is ook de verklaring van de verdachte dat buiten zijn medeweten in Abu Dhabi door een derde (het hof merkt op dat door de verdachte geen nadere gegevens over “zijn vader” zijn verstrekt) de tickets voor de terugreis van de verdachte zelf, de twee jongens en [naam oom] zijn gekocht op een moment dat de verdachte naar zijn zeggen niet eens op de hoogte was van hun bestaan, laat staan zou hebben ingestemd de twee jongens te begeleiden, volstrekt onaannemelijk. Het hof merkt daarbij op dat het op de terugreis aanwezig hebben van tickets van de heenreis uit Engeland van niet alleen de verdachte maar ook de beide jongens als doel kan hebben gehad vertrouwen te wekken in de rechtmatigheid van hun grensoverschrijding.

Het hof merkt daarnaast op dat de verdachte evenmin een goede verklaring heeft gegeven waarom hij de jongens die hij naar eigen zeggen voor zijn reis nooit eerder had gezien moest begeleiden, terwijl [naam oom] die hen kennelijk wel kende, ook met hen meereisde. De vraag of [naam oom] ook is “gesmokkeld” kan het hof in het midden laten.

Tenslotte acht het hof het ongeloofwaardig dat de verdachte, toen hij de paspoorten van de kinderen, [gesmokkelde 1] en [gesmokkelde 2], in Somalië bekeek, niet zou hebben opgemerkt dat de foto’s in de paspoorten niet met het uiterlijk van de kinderen overeenkwamen. Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep aan de hand van de paspoortfoto’s en foto’s van [gesmokkelde 1] en [gesmokkelde 2], geconstateerd dat daartussen kenmerkende verschillen bestaan. Het hof merkt daarbij op- in reactie op de opmerking van de raadsman dat het uiterlijk van jonge kinderen snel verandert- dat het paspoort van [gesmokkelde 1] is afgegeven op 7 juli 2010, dus heel recent was.

Bovenstaande in onderling verband bezien leidt het hof tot de conclusie dat hetgeen de verdachte over de gang van zaken en zijn rol daarin heeft verklaard, slechts bedoeld is om de waarheid te verhullen dat hij zich opzettelijk heeft schuldig gemaakt aan mensensmokkel van deze twee jongens. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen hecht het hof- anders dan de raadsman geen waarde aan de verklaringen van de beide jongens bij de rechter-commissaris dat –kortweg- de verdachte van niets wist.

De stelling van de raadsman dat de verdachte door zijn vader en tante en [naam oom] is misleid is niet alleen niet aannemelijk geworden, maar berust, reeds gelet op hetgeen het hof ten aanzien van de 3 aangetroffen tickets voor de heenreis heeft vastgesteld, niet op een juiste feitelijke grondslag. Gelet hierop acht het hof het niet noodzakelijk, zoals door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep verzocht indien het hof tot een bewezenverklaring zou komen, als getuige te horen de tante van de verdachte in Somalië, mevrouw [naam tante] noch daargelaten dat niet of onvoldoende is onderbouwd welke rol zij in de door de raadsman geschetste complottheorie zou hebben vervuld. Het hof wijst het verzoek dan ook af.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:

hij in de periode van 1 december 2010 tot en met 31 december 2010 te Schiphol en Somalië en Ethiopië en Groot-Brittannië en Verenigde Arabische Emiraten, tezamen in vereniging met een ander of anderen, [gesmokkelde 1], zich noemende [gesmokkelde 1], en [gesmokkelde 2], zich noemende [gesmokkelde 2], behulpzaam zijn geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, immers hebben hij, verdachte en zijn mededader(s)

- aan voornoemde personen een niet op hun naam gesteld paspoort gegeven en

- vervolgens voor voornoemde personen vliegtickets geboekt en

- vervolgens voornoemde personen begeleid op hun reis van de Verenigde Emiraten, Ethiopië naar Schiphol en

- vervolgens voornoemde personen begeleid op de luchthaven Schiphol en

- vervolgens voornoemde personen begeleid naar de paspoortcontrole en

- vervolgens voor voornoemde personen een niet op naam gestelde paspoorten ter inreiscontrole Schengen overhandigd en aangeboden aan een ambtenaar belast met de grensbewaking/controle,

terwijl verdachte en zijn mededader(s) wisten dat die toegang wederrechtelijk was.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Het hof heeft in de tweede zin van het primair bewezen verklaarde tussen de woorden ‘Verenigde Emiraten’ het woord ‘Arabische’ gevoegd, nu dat een kennelijke verschrijving betreft. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van mensensmokkel, meermalen gepleegd

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het hem primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken.

Tegen voormeld vonnis is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het wetboek van strafrecht en dat de inbeslaggenomen paspoorten aan de uitgevende instantie worden teruggegeven.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich samen met een of meer anderen bezig gehouden met -kort gezegd- medeplegen van mensensmokkel. Daarbij is bewerkstelligd dat twee kinderen op illegale wijze door gebruik te maken van niet op hun naam gestelde paspoorten wederrechtelijk Nederland zijn binnengekomen. Verdachte heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Hij was immers degene die met een Brits paspoort en woonplaats in Engeland “onverdacht” kon reizen en de kinderen gedurende hun reis kon begeleiden.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere Schengenlanden doorkruist, maar ook bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd. Nu de verdachte daarover geen openheid heeft gegeven kan het hof slechts gissen in hoeverre familiebanden met de twee jongens de verdachte die naar het zich laat aanzien geen strafblad heeft in Nederland noch Engeland, ertoe hebben gebracht aan deze mensensmokkel zijn medewerking te verlenen. Het hof merkt wel op dat mensensmokkel mede tot gevolg heeft dat het draagvlak in de samenleving afneemt voor mensen die geen andere keus hebben dan in Nederland hun toevlucht te zoeken omdat hun land van herkomst niet veilig is. Een en ander rekent het hof verdachte zwaar aan.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 13 november 2012 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

Het hof ziet, alles afwegende, geen aanleiding van de door de advocaat-generaal geëiste gevangenisstraf straf af te wijken.

Beslag

De hierna als zodanig te melden inbeslaggenomen voorwerpen, dienen te worden teruggegeven aan de uitgevende instantie.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 47 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de teruggave aan de uitgevende instantie van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een paspoort van Groot-Brittannië, voorzien van het nummer [nummer] op naam van [gesmokkelde 1]

- een paspoort van Groot-Brittannië, voorzien van het nummer [nummer] op naam van [gesmokkelde 2].

Dit arrest is gewezen door de negende meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Gonggrijp-van Mourik, mr. P. Greve en mr. H.A. Marquart Scholtz, in tegenwoordigheid van mr. R. van Leusden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 december 2012.

Mr. H.A. Marquart Scholtz is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.