Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3638

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-11-2012
Datum publicatie
21-11-2012
Zaaknummer
12-00113 en 12-00114
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBHAA:2011:BV3686, Bekrachtiging/bevestiging
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:1317, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Hof oordeelt dat de ten invoer aangegeven bamboeplaten terecht zijn ingedeeld onder post 4412 90 98 van de Gecombineerde Nomenclatuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2012-2951
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerken 12/00113 en 12/00114

15 november 2012

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[A] B.V., te [P], belanghebbende,

gemachtigde: A.P. van Breukelen, Customs Knowledge B.V.,

tegen de uitspraak in de zaken met kenmerken AWB 11/587 en 11/588 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane Rotterdam,

de inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. De inspecteur heeft in de periode 14 juni 2010 tot en met 29 september 2010 naar aanleiding van aangiften ten invoer van platen van bamboe 25 uitnodigingen tot betaling (UTB’s) uitgereikt.

1.2. Belanghebbende heeft op 11 augustus 2010 een bezwaarschrift ingediend tegen de aangiften gedaan in de periode van 14 juni 2010 tot en met 6 augustus 2010. De inspecteur heeft bij uitspraak, gedagtekend 20 december 2010, kenmerk […], het bezwaar ten aanzien van aangiften aanvaard op 14 en op 18 juni 2010 niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige het bezwaar afgewezen. Het bezwaarschrift, ingekomen op 11 oktober 2010, is gericht tegen de aangiften die zijn aanvaard in de periode van 30 augustus 2010 tot en met 29 september 2010, is door de inspecteur bij uitspraak van 20 december 2010, kenmerk […], afgewezen.

1.3. Bij uitspraak van 20 december 2011 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.4. Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 30 januari 2012, aangevuld bij brief van 24 februari 2012. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

Op 19 september 2012 is een nader stuk ontvangen van belanghebbendes gemachtigde. Dit is in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2012. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Feiten

2.1. De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1. tot en met 2.5. van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’.

“2.1. In de periode 22 juni 2010 tot en met 29 september 2010 heeft eiseres 23 aangiften ten invoer gedaan voor goederen die in de aangiften telkens zijn omschreven als “triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout, van bamboe”. De aangegeven goederencode is telkens 4412 1000.

2.2. De goederen betreffen platen van bamboe. De binnenzijde van de platen bestaat uit diverse lagen verlijmde bamboestrips die op verschillende manieren op elkaar zijn geplakt. De houtrichting van de middelste laag is loodrecht op de houtrichting van de buitenste lagen. De buitenzijde van de platen bestaat uit horizontaal verlijmde bamboestrips. Bij de opbouw van de platen onderscheidt men de varianten “plain” (in de buitenste laag liggen de latjes plat), “side” (in de buitenste laag staan de latjes rechtop) en “woven” (de buitenste laag bestaat uit verdicht hout wat het product harder maakt met het oog op bepaalde toepassingen). De bamboeplaten worden (na be- of verwerking) gebruikt voor onder meer lambrisering, bovenbladen van kasten en bureaus, keukenbladen, tafelbladen, (kast)deuren en tuinmeubelen.

2.3. Bij de stukken bevindt zich een kopie van een bindende tariefinlichting (hierna: bti) met nummer BE D.T.259.650 die door de Centrale Administratie der douane en accijnzen te Brussel op 21 november 2008 is afgegeven aan eiseres. De bti bevat de volgende goederenomschrijving:

“Karamelkleurige panelen samengesteld uit 3 lagen onder druk verlijmde bamboestrippen (vertikaal verlijmd) met een lengte/breedte/dikte van respectievelijk ongeveer 150 x 1,5 x 0,5 cm. De houtrichting van de middelste laag is loodrecht op de houtrichting van de buitenste lagen.”

De handelsbenaming van het goed luidt:

“[…] MASSIEF PANEEL BP-MP1490

SIDE PRESSED CARAMEL (30 mm)”.

Het goed is ingedeeld onder GN-code 4412 1000. Als reden voor de indeling worden genoemd indelingsregels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, de bewoordingen van post 4412 en van GN-code 4412 1000 en aantekeningen 4 en 6 op Hoofdstuk 44.

2.4. Voorts bevindt zich bij de stukken een kopie van een bti met nummer BE D.T.259.652 die door de Centrale Administratie der douane en accijnzen te Brussel op 21 november 2008 is afgegeven aan eiseres. De bti bevat de volgende goederenomschrijving:

“Panelen samengesteld uit 3 lagen onder druk verlijmde bamboestrippen (vertikaal verlijmd) met een lengte/breedte/dikte van respectievelijk ongeveer 150 x 1,5 x 0,5 cm. De houtrichting van de middelste laag is loodrecht op de houtrichting van de buitenste lagen. De panelen hebben een natuurlijke kleur.”

De handelsbenaming van het goed luidt:

“[…] MASSIEF PANEEL BP-MP1410

SIDE PRESSED NATUREL (20 mm)”.

Het goed is ingedeeld onder GN-code 4412 1000. Als reden voor de indeling worden genoemd indelingsregels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, de bewoordingen van post 4412 en van GN-code 4412 1000 en aantekeningen 4 en 6 op Hoofdstuk 44.

2.5. Het tegen deze bti’s ingestelde bezwaar is afgewezen. De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel heeft bij vonnis van 6 september 2011 het daartegen ingestelde beroep afgewezen en heeft daartoe onder meer overwogen:

“(…)

Eisende partij kan in haar discours aangaande fineer niet worden gevolgd nu er naast Triplex en multiplex hout en tweedens, met fineer bekleed hout nog een derde categorie goederen in deze post is ingedeeld, namelijk ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’.

(…)” .

2.2. Het Hof gaat voor de beslechting van het hoger beroep ook uit van voormelde feiten.

2.3. In de periode van 5 juli 2010 tot en met 29 september 2010 heeft belanghebbende blijkens de stukken van het geding de volgende 20 aangiften gedaan, waarbij – voor zover op deze aangiften meer dan één artikel is aangegeven – het onderwerpelijke product telkens als eerste artikel is vermeld:

Nr Datum aangifte Datum UTB Bedrag UTB

1. 4511 05-07-2010 05-07-2010 € 2.010,90

2. 4550 07-07-2010 07-07-2010 € 1.158,80

3. 4667 14-07-2010 14-07-2010 € 1.538,00

4. 4729 19-07-2010 19-07-2010 € 1.857,90

5. 4882 26-07-2010 26-07-2010 € 1.782,40

6. 4941 28-07-2010 28-07-2010 € 1.157,60

7. 4940 28-07-2010 28-07-2010 € 1.086,70

8. 5096 06-08-2010 06-08-2010 € 1.176,30

9. 5608 30-08-2010 30-08-2010 € 1.026,50

10. 5609 30-08-2010 30-08-2010 € 1.849,40

11. 5666 01-09-2010 01-09-2010 € 1.471,60

12. 5802 08-09-2010 08-09-2010 € 1.223,10

13. 5803 08-09-2010 08-09-2010 € 873,80

14. 5869 15-09-2010 15-09-2010 € 1.775,10

15. 5955 15-09-2010 15-09-2010 € 2.557,10

16. 5957 15-09-2010 21-09-2010 € 1.044,90

17. 6076 23-09-2010 23-09-2010 € 892,70

18. 6186 28-09-2010 28-09-2010 € 1.877,60

19. 6203 29-09-2010 29-09-2010 € 887,40

20. 6202 29-09-2010 29-09-2010 € 881,50

€ 28.129,30

De overige op deze aangiften vermelde producten zijn geen onderwerp van geschil en zijn niet in de voormelde bedragen begrepen.

3. Geschil in hoger beroep

3.1. Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil de indeling in de gecombineerde nomenclatuur (hierna:GN) van de ten invoer aangegeven bamboeplaten. Partijen houdt verdeeld of de goederen conform de aangiften dienen te worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 4412 10 00, zoals de inspecteur voorstaat, danwel onder GN-onderverdeling 4421 90 98, zoals belanghebbende bepleit.

Het hoger beroep betreft de 20 UTB’s genoemd onder 2.3.

3.2. Voor de motivering van de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken.

4. Toepasselijke bepalingen

4.1. Post 4408:

“4408 Fineerplaten (die verkregen door het snijden van gelaagd hout daaronder begrepen), platen voor de vervaardiging van triplex- en multiplexhout of voor op dergelijke wijze gelaagd hout, alsmede ander hout, overlangs gezaagd, dan wel gesneden of geschild, ook indien geschaafd, geschuurd, met verbinding aan de randen of in de lengte verbonden, met een dikte van niet meer dan 6 mm: ”

4.2. Post 4412:

“4412 Triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout:

4412 10 00 - van bamboe 10%

(…)”;

4.3. Post 4421:

“4421 Andere houtwaren

(…)

4421 90 - andere

(…)

4421 90 98 - - andere vrij”

4.4. Aantekeningen 1 en 6 bij Hoofdstuk 44:

“6. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 hiervoor en voor zover uit de context niet het tegendeel blijkt, is de vermelding van „hout” in een post van dit hoofdstuk eveneens van toepassing op bamboe en andere houtachtige stoffen.”

4.5. Toelichting IDR post 4412:

“Deze post omvat:

1. triplex- en multiplexhout bestaande uit drie of meer lagen fineer, die opeen zijn gelijmd en geperst, meestal op zodanige wijze dat de draad of vezelrichting van twee opeenvolgende lagen elkaar onder een bepaalde hoek kruisen, waardoor de ene fineerlaag verhindert dat de volgende in de breedte werkt (het werken wordt versperd, vandaar de Duitse benaming Sperrholz) en stevige, niet-werkende platen of panelen worden verkregen. De onderscheiden fineerlagen worden in het Frans pli en in het Engels ply genoemd (vandaar de Engelse benaming plywood). Het hout tussen de dekbladen (buitenste lagen) heet blindfineer;

2. met fineer bekleed hout, dat wil zeggen planken of panelen, bestaande uit een laag fineer die onder druk is gelijmd op een drager van hout van meestal slechtere kwaliteit. Hier worden ook ingedeeld, platen en panelen van fineer gelijmd op andere stoffen dan hout (bijvoorbeeld op kunststof), op voorwaarde dat de fineerlaag het wezenlijke karakter van de plaat of het paneel bepaalt;

3. op dergelijke wijze gelaagd hout. In deze groep onderscheidt men twee categorieën:

1. meubelplaten en dergelijke platen, die kunnen worden gebruikt zonder lijst, geraamte of versterking aan de rugzijde. De vulling of binnenlaag kan bestaan uit ruwe planken (plankenvulling), gelijmde latten (lattenvulling) en blokgelijmde staafjes (staafjesvulling). Men verkrijgt zodoende stevige panelen van enige centimeters dikte, die zware lasten kunnen dragen, zonder daarbij vervorming te ondergaan. Bepaalde platen hebben een vulling van aaneengelijmde houtafval of ander materiaal dan hout, zoals asbest, kurk, enz.;

2. samengestelde platen. Bij dit soort platen is de vulling of binnenlaag vervangen door andere materialen, zoals spaanplaat, vezelplaat, aaneengelijmd houtafval, asbest of kurk.

(…).”

4.6. Toelichting IDR post 4421:

“Deze post omvat alle artikelen van al dan niet gedraaid hout of van inlegwerk van hout, die niet zijn genoemd en niet zijn begrepen onder de voorgaande posten van dit hoofdstuk en ook niet onder andere hoofdstukken van de nomenclatuur (zie onder meer Aantekening 1 IDR op dit hoofdstuk), ongeacht hun samenstelling.

Hieronder vallen eveneens houten delen van artikelen, bedoeld bij vorige posten, andere dan die van post 44.16.

De artikelen bedoeld bij deze post mogen zowel zijn vervaardigd van gewoon hout, als van spaanplaat of dergelijke platen, van vezelplaat, van gelaagd hout of van verdicht hout (zie Aantekening 3 IDR op dit hoofdstuk).

Hier worden met name ingedeeld:

(...)”

4.7. Verordening (EU) nr. 309/2010 van 9 april 2010:

“Omschrijving

Houten panelen bestaande uit drie lagen naaldhout met totale afmetingen 1 000 × 500 × 27 mm. De buitenlagen zijn 8,5 mm dik en bestaan uit aan elkaar vastgelijmde, parallel aan elkaar liggende houten latjes. De binnenlaag, die haaks op de nerf van de buitenlagen is geplaatst, is 10 mm dik en bestaat uit aan elkaar vastgelijmde parallel aan elkaar liggende houten stukjes (blokken/latjes). De buitenlagen en de randen zijn bekleed met hars. Zie foto (*).

Indeling (GN-code) 4412 94 90

Motivering

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 4412, 4412 94 en 4412 94 90. Indeling onder post 4418 als schrijn- en timmerwerk, en met name als bekisting voor betonwerken, is uitgesloten, omdat het product geen andere kenmerken dan de harslaag vertoont waardoor het als bestemd voor bouwdoeleinden kan worden aangemerkt. Zie ook de toelichting bij het geharmoniseerde systeem op post 4418 (in het bijzonder de laatste zin van de derde alinea). Het bedoelde gebruik als bekisting voor de bouw is daarom niet inherent aan het product. Het product bezit dan ook niet de objectieve kenmerken en eigenschappen om ingedeeld te worden onder post 4418. Gezien zijn kenmerken moet het product worden ingedeeld onder GN-code 4412 94 90 als ander multiplexhout met een vulling van plankjes, latten of staafjes (zie ook de toelichting bij het geharmoniseerde systeem op post 4412, punt 3). “.

4. De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank heeft ten aanzien van de tariefindeling het volgende overwogen:

“5.1. Voor de indeling zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken wettelijk bepalend. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient omwille van de rechtszekerheid en ter vergemakkelijking van de controles de indeling van goederen te geschieden op basis van objectieve kenmerken en eigenschappen van de producten, die bij de inklaring geverifieerd kunnen worden. Het is eveneens vaste rechtspraak dat de toelichtingen op de GN, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende posten zijn.

5.2. Het geschil spitst zich toe op het antwoord op de vraag of sprake is van ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ als bedoeld in de GS-toelichting op post 4412. Eiseres stelt zich op het standpunt dat daarvan geen sprake is, aangezien de buitenlaag van de in te delen goederen niet is te kwalificeren als fineer of als een product dat een gelijke opbouw heeft als fineer. Verweerder is de mening toegedaan dat de woorden ‘op dergelijke wijze’ niet verwijzen naar de aard van het materiaal waaruit de lagen moeten bestaan, maar naar de gelaagdheid zelf.

5.3. De rechtbank is van oordeel dat met de woorden ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ in de GS-toelichting op post 4412 wordt verwezen naar hetgeen in die toelichting over de gelaagde opbouw van triplex- en multiplexhout is opgenomen en niet naar het materiaal waaruit de eerder in de toelichting genoemde lagen moeten bestaan. Ware dit anders en zou, gelijk eiseres voorstaat, de buitenlaag van de categorie ‘op dergelijke wijze gelaagd hout’ uit fineer moeten bestaan, dan zou in de visie van eiseres een bamboeproduct nooit onder GN-code 4421 1000 kunnen worden ingedeeld, aangezien bamboestrippen, ook als zij aan elkaar geplakt zijn, niet zijn aan te merken als fineer. De rechtbank vindt voor haar oordeel steun in de hiervoor onder 2.5 genoemde uitspraak van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel van 6 september 2011. Gelet op de onder 2.2 beschreven objectieve kenmerken en eigenschappen van het product moet het worden ingedeeld onder post 4412 1000. Indeling onder post 4421 is daarom niet mogelijk. Het gelijk is derhalve aan verweerder.”

5. Beoordeling van het geschil

5.1. Het Hof stelt voorop dat uit de tekst van post 4412 van de GN en de bij deze post behorende GS-toelichting blijkt dat de onder die post vallende producten ten minste moeten zijn voorzien van een deklaag bestaande uit een fineerblad, dat wil zeggen een dunne laag hout (vgl. HvJ 28 maart 2000, zaak C-309/98, Holz Geenen GmbH, punt 31).

5.2. Belanghebbende heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat de lagen waaruit het onderwerpelijke product is samengesteld separaat worden vervaardigd en vervolgens worden samengevoegd tot dikkere platen, bestaande uit drie of meer lagen. De ter zitting door de inspecteur getoonde en overgelegde voorbeelden, welke naar belanghebbende heeft verklaard representatief zijn voor de ingevoerde goederen, zijn aan beide zijden voorzien van een dunne laag bamboehout van circa 5 millimeter. Naar ’s Hofs oordeel is daarmee sprake van een dunne laag hout (‘fineerblad’) in de onder 5.1 bedoelde zin. De omstandigheid dat deze dunne laag hout – naar belanghebbende onweersproken heeft gesteld – is verkregen door het aaneenlijmen van bamboe-latjes en niet door zagen, snijden of schillen van een stam of houtblok, voert niet tot een ander oordeel. Het Hof overweegt ter zake als volgt.

5.3. Het is vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie dat omwille van de rechtszekerheid en ter vergemakkelijking van de controles, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in beginsel moet worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de GN en in de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken zijn vastgelegd. Hieruit volgt dat de productiewijze – voor zover deze niet van invloed is op de objectieve kenmerken of eigenschappen van de goederen – geen betekenis heeft voor de indeling. Het Hof acht daarbij van belang dat belanghebbende ter zitting heeft verklaard dat platen als die welke als toplaag worden gebruikt voor de in te delen goederen zowel kunnen worden vervaardigd door het verlijmen van bamboestrips tot een blok, waarvan vervolgens platen worden gezaagd, als door het verlijmen van bamboestrips tot platen.

Reeds om die reden kan naar ’s Hofs oordeel voor de indeling in de GN geen betekenis worden toegekend aan de productiemethode van de toplaag van het ingevoerde plaatmateriaal.

5.4. Gelet op het vorenoverwogene dienen de ingevoerde goederen als “op dergelijke wijze gelaagd hout van bamboe” te worden ingedeeld onder GN-onderverderling 4412 10 00.

Slotsom

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

6. Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

7. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, A. Bijlsma en G.D. van Norden, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch, als griffier. De beslissing is op 15 november 2012 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.