Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2023

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-06-2012
Datum publicatie
01-11-2012
Zaaknummer
200.087.222/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Facturen voor bouwwerkzaamheden. De vorderingen zijn ook in hoger beroep tegenover de gemotiveerde betwistingen onvoldoende gespecificeerd. De opdrachtnemer draagt de bewijslast van de gestelde en aan de vordering ten grondslag gelegde afspraak over het loon. Geen specifiek bewijsaanbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaaknummer 200.087.222/01

12 juni 2012

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] BEDRIJFSDIENSTEN B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

APPELLANTE,

advocaat: mr. C.J. Blauw te Amsterdam,

t e g e n

[GEÏNTIMEERDE] ,

h.o.d.n. [Y] Totale Afbouw,

wonende te [woonplaats],

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. M.S.J. Supicic te Amsterdam.

De partijen worden hierna [X] en [Y] genoemd.

1. Het geding in hoger beroep

Bij dagvaarding van 15 april 2011 is [X] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam, van 28 januari 2011, in deze zaak onder zaak-/rolnummer 1183902 CV EXPL 10-31664 gewezen tussen haar als eiseres en [Y] als gedaagde.

Bij memorie van grieven heeft [X] een aantal grieven tegen het vonnis aangevoerd, bewijs aangeboden, producties in het geding gebracht en geconcludeerd, naar het hof verstaat, zakelijk weergegeven, dat het hof het vonnis zal vernietigen en alsnog, uitvoerbaar bij voorraad, haar vordering zal toewijzen, met veroordeling van [Y] in de kosten van het geding in beide instanties.

Bij memorie van antwoord heeft [Y] de grieven bestreden, bewijs aangeboden en geconcludeerd dat het hof het vonnis zal bekrachtigen en [X] zal veroordelen in de kosten van het hoger beroep.

Ten slotte is arrest op de stukken gevraagd.

2. Beoordeling

2.1 De kantonrechter heeft in het vonnis onder rov. 1.1 een aantal feiten vastgesteld. Die feiten zijn niet in geschil, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

2.2 Tussen partijen staat het volgende vast.

[X] heeft de volgende facturen op naam van [Y] gesteld:

Factuurnummer/ betreft bedrag

2009.11.352/ [plaatsnaam], [adres] 90 sloopwerk € 1.750,00

26-11-2009 2x container € 700,00

----------

€ 2.450,00

2009.11.320/ wk 31 [plaatsnaam] 8 uren € 160,00

2-11-2009 wk 32 [plaatsnaam]16 uren € 320,00

----------

€ 480,00

2009.11.319/ [plaatsnaam] [adres] Sloopwerk € 2.700,00

2-11-2009

2.3 [X] heeft betaling gevorderd van € 3.530,00 met nevenvorderingen. De hoofdsom is het totaal van de bij voornoemde facturen in rekening gebrachte bedragen, verminderd met een betaling van € 2.100,00. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. Hiertegen is het hoger beroep gericht.

2.4 Aan grieven wordt als eis gesteld dat daarin de gronden die de appellant aanvoert ten betoge dat de bestreden uitspraak behoort te worden vernietigd, behoorlijk in het geding naar voren worden gebracht, zodat zij voor de appelrechter en de wederpartij voldoende kenbaar zijn.

Om te voldoen aan deze kenbaarheidseis is niet nodig dat appellant de door hem aangevoerde gronden uitdrukkelijk als grief benoemt en evenmin dat hij ze nummert. Het hof zal daarom ook de in de memorie van grieven vervatte inleiding in zijn oordeel betrekken.

2.5 Aan de vordering ter zake van factuur 2009.11.352 heeft [X] de stelling ten grondslag gelegd dat partijen hadden afgesproken dat "op uurtarief" zou worden betaald voor de daar gefactureerde sloopwerkzaamheden. [Y] heeft daartegen het verweer gevoerd dat was afgesproken dat

[X] de daar gefactureerde sloopwerkzaamheden voor

€ 2.100,00 zou verrichten. Dit verweer moet worden aangemerkt als een betwisting van de door [X] gestelde en aan haar vordering ten grondslag gelegde afspraak. [X] draagt de bewijslast van haar stelling. De als 1 genummerde grief, die een andere bewijslastverdeling bepleit, faalt derhalve.

2.6 [X] heeft in hoger beroep weliswaar een algemeen bewijsaanbod gedaan, maar nu de als 1 genummerde grief het betoog inhoudt dat [Y] de bewijslast ter zake van deze factuur draagt en de als 2 genummerde grief klaagt over het ontbreken van een bewijsopdracht met betrekking tot andere facturen, maar niet met betrekking tot deze factuur, begrijpt het hof dat [X] niet - ook niet subsidiair - heeft aangeboden te bewijzen dat partijen hebben afgesproken dat voor de bij factuur 2009.11.352 in rekening gebrachte werkzaamheden "op uurtarief" zou worden betaald. Een andere bedoeling heeft [X] in elk geval niet voldoende kenbaar tot uitdrukking gebracht.

Het hof ziet geen aanleiding [X] ambtshalve tot het bewijs van die stelling toe te laten. De vordering ter zake van factuur 2009.11.352 is dus niet toewijsbaar.

2.7 Aan de vordering ter zake van factuur 2009.11.320 ligt de stelling ten grondslag dat, zoals op die factuur staat vermeld, [X] in de weken 31 en 31 van 2009 in totaal 24 uur tegen een uurtarief van € 20,00 per uur aan werkzaamheden voor [Y] heeft verricht, en voorts dat die werkzaamheden zijn verricht op een adres aan de

[adres]. [Y] heeft betwist dat

[X] toen op het bedoelde adres werkzaamheden in zijn opdracht heeft verricht. Volgens [Y] heeft

[X] weliswaar werkzaamheden op dat adres in zijn opdracht verricht, maar is daarvoor een andere factuur (2009.07.237 ad € 4.500,00) gestuurd en betaald.

Bij memorie van grieven heeft [X] aangevoerd dat die andere factuur betrekking heeft op andere werkzaamheden op hetzelfde adres. Het lag op de weg van [X] om deze stelling tegenover de betwisting van [Y] nader te specificeren. De bij memorie van grieven overgelegde productie 5 houdt niets in over de vraag welke werkzaamheden volgens [X] vallen onder factuur 2009.07.237.

[X] heeft aangeboden een nadere specificatie in het geding te brengen, maar het lag op haar weg om een dergelijk geschrift uiterlijk bij memorie van grieven over te leggen. De vordering ter zake van factuur 2009.11.320 is dus niet toewijsbaar.

2.8 Aan de vordering ter zake van factuur 2009.11.319 ligt de stelling ten grondslag dat, zoals op die factuur staat vermeld, [X] in opdracht van [Y] sloopwerkzaamheden heeft verricht op een adres aan de [adres].

[Y] heeft het verweer gevoerd dat [X] weliswaar in respectievelijk mei en juli 2009 sloopwerkzaamheden op de derde verdieping en op de begane grond van het aan bedoeld adres gelegen pand heeft verricht, maar dat hij voor die werkzaamheden heeft betaald. Voorts heeft [Y] aangevoerd dat [X] geen sloopwerkzaamheden heeft verricht op de andere verdiepingen van het bedoelde pand. Hij heeft in eerste aanleg aangevoerd dat de sloopwerkzaamheden op de eerste verdieping door een derde zijn uitgevoerd en op de tweede en de vierde verdieping door zijn eigen medewerkers.

[X] heeft bij memorie van grieven gesteld dat de

niet-betaalde factuur ziet op in regie verrichte werkzaamheden en verwezen naar productie 6. Mogelijk doelt [X] op in regie verrichte werkzaamheden met betrekking tot schoonmaken en opruimen, maar de factuur vermeldt uitdrukkelijk "sloopwerk". Mogelijk doelt hij op sloopwerkzaamheden in het souterrain. Wellicht is een combinatie van beide soorten werkzaamheden bedoeld. Hoewel [Y] bij memorie van antwoord beide soorten werkzaamheden in zijn verweer betrekt, is het hof van oordeel dat [X] tegenover het gemotiveerde verweer van [Y] onvoldoende duidelijk heeft gespecificeerd op welke werkzaamheden de factuur betrekking heeft.

De vordering is daarom niet voor toewijzing vatbaar.

2.9 De als 2 genummerde grief (over de gang van zaken in eerste aanleg) kan bij gebrek aan belang onbesproken blijven. Nu [X] in de gelegenheid is geweest gebruik te maken van de herstelfunctie van het hoger beroep, kan in het midden blijven of zij in eerste aanleg in voldoende mate in de gelegenheid is geweest haar standpunten te onderbouwen.

2.10 Het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd.

[X] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

3. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt [X] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de zijde van [Y] gevallen, op € 284,00 aan verschotten en € 632,00 aan salaris van de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer,

J.C. Toorman en G.C.C. Lewin en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 12 juni 2012.