Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9490

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
09-10-2012
Zaaknummer
200.095.306/01 OK
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak Ondernemingskamer 18 september 2012; BRAMBLES INVESTMENT LIMITED/IFCO SYSTEMS N.V c.s.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2012/139
JONDR 2012/1242
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

ARREST in de zaak met nummer 200.095.306/01 OK van

de vennootschap naar Engels recht

BRAMBLES INVESTMENT LIMITED,

gevestigd te Addleston, Verenigd Koninkrijk,

EISERES,

advocaat: mr. J. van der Beek, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de naamloze vennootschap

IFCO SYSTEMS N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. MICHAEL JOHN ABBRUZZEE III,

wonende te Boynton Beach, Florida, Verenigde Staten van Amerika,

3. CYNTHIA HOWARD ADCOCK,

wonende te Oxford, North Carolina, Verenigde Staten van Amerika,

4. de rechtspersoon naar buitenlands recht

AMERICAN STOCK TRANSFER & TRUST COMPANY LLC,

gevestigd te Brooklyn, New York, Verenigde Staten van Amerika,

5. AMNON I BAR-TUR,

wonende te New York, New York, Verenigde Staten van Amerika,

6. JAMES A. BEEBE,

wonende te Peachtree City, Georgia, Verenigde Staten van Amerika,

7. DANIEL F. BELFER,

wonende te Grand Rapids, Michigan, Verenigde Staten van Amerika,

8. EDWARD BERTAUD,

wonende te Las Vegas, Nevada, Verenigde Staten van Amerika,

9. BRIAN JOHN BILYEU,

wonende te Maple Grove, Minnesota, Verenigde Staten van Amerika,

10. PAUL BOGARD,

wonende te Medina, Ohio, Verenigde Staten van Amerika,

11. THOMAS BOYD CLARK en JOANNE B. CLARK,

beiden wonende te Rougemont, North Carolina, Verenigde Staten van Amerika,

12. de rechtspersoon naar buitenlands recht

CEDE & CO (FAST ACCOUNT) C/O THE DEPOSITORY TRUST COMPANY,

gevestigd te New York, New York, Verenigde Staten van Amerika,

13. ROCCO S. DEVINCENZO,

wonende te Glendale, Arizona, Verenigde Staten van Amerika,

14. JOHN ASLEY DUCK JR.,

wonende te Oakdale, Louisiana, Verenigde Staten van Amerika,

15. ROBERT D. EKEDAHL en DIANA F. EKEDAHL,

beiden wonende te Menlo Park, California, Verenigde Staten van Amerika,

16. TONJA FAIRLEY,

wonende te Solin, Ohio, Verenigde Staten van Amerika,

17. BERTHA L. FLOYD,

wonende te Bartow, Florida, Verenigde Staten van Amerika,

18. MICHELLE MARIE FRISTACH dan wel MICHELLE MARIE FRISTACHI,

wonende te Bayside, New York, Verenigde Staten van Amerika,

19. CRAIG RICHARD GIUFFRE,

wonende te Cypress, Texas, Verenigde Staten van Amerika,

20. DE ONBEKENDE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN BETTY R. HARDIN,

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

21. ALLEN HASSLER,

wonende te Albuquerque, New Mexico, Verenigde Staten van Amerika,

22. TIMOTHY NEWBY HOBGOOD,

wonende te Creedmoor, North Carolina, Verenigde Staten van Amerika,

23. KIMBERLY ANN KLIEN,

wonende te Venice, California, Verenigde Staten van Amerika,

24. CHARLES W. LAMB en GISELA R. LAMB,

beiden wonende te Lehigh Acres, Florida, Verenigde Staten van Amerika,

25. VANCE K MAULTSBY JR.,

wonende te Dallas, Texas, Verenigde Staten van Amerika,

26. STEPHEN F. MCCARTHY,

wonende te Simpsonville, South Carolina, Verenigde Staten van Amerika,

27. MARSHA R. MCGREEVEY,

wonende te Jonesborough, Tennessee, Verenigde Staten van Amerika,

28. J. SLAY MURRAY JR.,

wonende te Oakdale, Louisiana, Verenigde Staten van Amerika,

29. RICHARD A. NOYOLA,

wonende te Winter Haven, Florida, Verenigde Staten van Amerika,

30. EDWARD E. PFEIFER en DEBRA K. PFEIFER,

beiden wonende te Labelle, Florida, Verenigde Staten van Amerika,

31. DE ONBEKENDE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN ORVILLE ROBERTS,

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

32. THEODORE SHEPHERD JR.,

wonende te Glendale, Arizona, Verenigde Staten van Amerika,

33. SUZANNE F. SHUYLER,

wonende te Lake Wales, Florida, Verenigde Staten van Amerika,

34. BONNIE JEANNE SMITH en DANNY REA SMITH,

beiden wonende te Bartow, Florida, Verenigde Staten van Amerika,

35. GARY JOSEPH STINE,

wonende te Cypress, Texas, Verenigde Staten van Amerika,

36. WILLEM THOMAS VANDELUYSTER,

wonende te San Jose, California, Verenigde Staten van Amerika,

37. G.J. LEFRANCOIS,

wonende te Clifford, Canada,

38. MICHAEL D. GILLES en CATHY S. GILLES,

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

39. DE OVERIGE AANDEELHOUDERS VAN IFCO SYSTEMS N.V. DIE NIET BIJ NAME BEKEND ZIJN,

zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland,

GEDAAGDEN,

niet verschenen.

1. Het verloop van het geding

1.1 Eiseres wordt hierna aangeduid als Brambles en gedaagde sub 1 als IFCO Systems.

1.2 Brambles heeft bij exploot van 7 juni 2011 gedaagden (en nog negen andere personen ten aanzien van wie de zaak niet op de rol is aangebracht en waarvan de aanhangigheid is vervallen) doen dagvaarden om te verschijnen ter terechtzitting van de Ondernemingskamer en gevorderd om - zakelijk weergegeven - bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1) gedaagden, ieder voor zich, te veroordelen hun aandelen in IFCO Systems over te dragen aan Brambles;

2) primair: de prijs van de over te dragen aandelen vast te stellen op € 14,19 per aandeel op de datum van het arrest, althans op een daarbij zo dicht mogelijk gelegen datum, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf die datum tot aan de datum van overdracht of consignatie;

subsidiair: de prijs van de over te dragen aandelen in goede justitie vast te stellen op de datum van het arrest, althans op een daarbij zo dicht mogelijk gelegen datum, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf die datum tot aan de datum van overdracht of consignatie;

3) te bepalen dat de contante waarde van uitkeringen die in het onder 2 bedoelde tijdvlak op de aandelen betaalbaar worden gesteld op de dag van betaalbaarstelling strekken tot gedeeltelijke betaling van de prijs;

4) Brambles te veroordelen de vastgestelde prijs met rente als voormeld te betalen aan degenen aan wie de aandelen toebehoren of zullen toebehoren tegen levering van het onbezwaarde recht op de aandelen;

5) ten aanzien van de kosten van dit geding te beslissen op de wijze die de Ondernemingskamer meent te behoren.

1.3 Brambles heeft bij conclusie van eis de in de dagvaarding genoemde producties en aanvullende producties in het geding gebracht.

1.4 Tegen de gedaagden is verstek verleend, bij rolbeslissingen van 25 oktober 2011 en 31 januari 2012. Brambles heeft op 14 februari 2012 de stukken van het geding overgelegd en arrest gevraagd.

2. De feiten

2.1 Het geplaatste kapitaal van IFCO Systems bedraagt € 515.722,14 en is verdeeld in 51.572.214 gewone aandelen aan toonder, elk met een nominale waarde van € 0,01. De aandelen in het geplaatste kapitaal van IFCO Systems waren op de dag van dagvaarding genoteerd op de gereglementeerde markt (“regulierter markt”) aan de effectenbeurs van Frankfurt (“Frankfurter Wertpapierbörse”), alsmede op de gereglementeerde onofficiële markt (“freiverkehr”) aan de beurzen van Düsseldorf, München en Berlijn en in het elektronische handelssysteem “XETRA” van Deutsche Börse.

2.2 Brambles heeft bij schriftelijke overeenkomsten van 14 november 2010 van een drietal (clusters van) aandeelhouders - te weten: Island International Investment Limited Partnership (hierna Island te noemen), C. Schoeller en anderen (hierna gezamenlijk Schoeller c.s. te noemen), en B. Malmström - de door elk van die partijen gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van IFCO Systems gekocht. De koopovereenkomst tussen Brambles en Island heeft betrekking op 48.179.591 aandelen, dat wil zeggen ongeveer 93,4% van het geplaatste kapitaal, terwijl Island op grond van de koopovereenkomst een bepaald aantal van die aandelen - in hoeveelheid overeenkomend met 30% van het geplaatste kapitaal - in het kader van het hierna te bespreken openbaar bod heeft aangemeld. Schoeller c.s. en Malmström hebben in de overeenkomsten van 14 november 2010 respectievelijk 1.226.475 aandelen (ongeveer 2,4% van het geplaatste kapitaal) en 30.000 aandelen (ongeveer 0,06% van het geplaatste kapitaal) aan Brambles verkocht. Schoeller en Malmström voornoemd waren ten tijde van ondertekening van de koopovereenkomst circa vijf jaar lid van de raad van commissarissen van IFCO Systems.

2.3 Brambles heeft in een persbericht van 14 november 2010 haar besluit om een openbaar bod op aandelen IFCO Systems uit te brengen bekend gemaakt en melding gemaakt van de koopovereenkomst met Island en van koopovereenkomsten met andere “third-party shareholders”.

2.4 Op 23 december 2010 heeft Brambles een openbaar bod uitgebracht op alle - met uitzondering van reeds door Brambles gehouden - aandelen in het geplaatste kapitaal van IFCO Systems. Op het bod was Duits recht, in het bijzonder het Wertpapiererwerbs- und Übernahmegesetz (“WpÜG”), van toepassing. De biedprijs bedroeg € 13,50 te vermeerderen met 12% per jaar over de periode vanaf 1 november 2010 tot en met de dag van betaalbaarstelling van de biedprijs. De aanmeldingstermijn eindigde op 3 maart 2011. Een aanvullende aanmeldingstermijn (“weitere Annahmefrist”) als bedoeld in § 16 Abs. 2 Satz 1 WpÜG liep van 9 maart 2011 tot en met 23 maart 2011.

2.5 Brambles heeft het bod gestand gedaan. Op 31 maart 2011 is een bedrag van € 14,19 per aandeel betaalbaar gesteld aan de aandeelhouders die hun aandelen binnen de daarvoor gestelde termijn(en) hadden aangemeld.

3. De gronden van de beslissing

3.1 Alle aandelen IFCO Systems luiden aan toonder. Brambles heeft, naast “de overige aandeelhouders die niet bij name bekend zijn”, een aantal individuele (rechts)personen doen dagvaarden. Tegen alle gedaagden is verstek verleend. De Ondernemingskamer heeft in de stukken van het geding ten aanzien van gedaagde sub 12 (hierna Cede & Co te noemen) echter geen bewijs van de in de rolbeslissing van 25 oktober 2011 vermelde betekening (op de voet van artikel 54 Rv) aangetroffen. Dat betekent dat op 25 oktober 2011 ten onrechte verstek tegen haar is verleend. De Ondernemingskamer zal Brambles in de gelegenheid stellen alsnog de desbetreffende betekeningsstukken over te leggen. Ten aanzien van Cede & Co geldt hetgeen in dit arrest (verder) wordt overwogen onder voorbehoud van verstekverlening.

3.2 De vordering is gegrond op artikel 2:92a BW. Nu - met inachtneming van voormeld voorbehoud - tegen gedaagden verstek is verleend, dient de Ondernemingskamer ambtshalve te onderzoeken of Brambles ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van IFCO Systems verschaft en of zij de vordering heeft ingesteld tegen de gezamenlijke andere aandeelhouders.

3.3 Brambles heeft gesteld dat zij 50.981.650 aandelen in IFCO Systems houdt en IFCO Systems zelf 304.633 aandelen in haar kapitaal houdt, en dat Brambles aldus - na vermindering van het geplaatste kapitaal met de door IFCO Systems gehouden eigen aandelen - 99,44% van het geplaatste kapitaal van IFCO Systems verschaft. Ter staving hiervan heeft Brambles onder meer overgelegd (kopieën van):

(i) een verklaring van 7 juni 2011 van A.S. Welling RA, werkzaam bij KMPG Accountants N.V. te Amsterdam, waarin hij - (mede) op grond van een aantal door hem geraadpleegde stukken - concludeert dat:

“1. The issued share capital of IFCO comprises 51.572.214 ordinary shares, having a nominal value of EUR 0.01 each as per 7 June 2011;

2. IFCO holds 304.633 treasury shares as per 7 June 2011;

3. Brambles holds 50.981.650 ordinary shares as per 7 June 2011;

4. Brambles holds 99.44% of ordinary shares (after deduction of the IFCO treasury shares) as per 7 June 2011.”;

(ii) de statuten van IFCO Systems zoals deze sinds 26 mei 2011 luiden;

(iii) een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel van 7 juni 2011 betreffende IFCO Systems;

(iv) een door Deutsche Bank AG gehouden register van houders van fysieke toonderaandelen in IFCO Systems, gedateerd 7 juni 2011.

3.4 Op grond van de overgelegde stukken, mede in onderling verband bezien, staat naar het oordeel van de Ondernemingskamer genoegzaam vast dat Brambles op de dag van dagvaarding voor eigen rekening 50.981.650 aandelen in IFCO Systems hield en aldus - de 304.633 door IFCO Systems zelf gehouden aandelen op de voet van artikel 2:24d BW buiten beschouwing latend - ten minste 95% van het geplaatste kapitaal van IFCO Systems verschafte. De vordering is in zoverre deugdelijk.

3.5 Uit de in het geding gebrachte stukken blijkt voorts - alle aandelen IFCO Systems luiden immers aan toonder - dat Brambles de gezamenlijke andere aandeelhouders heeft doen dagvaarden. De vordering is ook in zoverre deugdelijk.

3.6 Gesteld noch gebleken is dat aan de door gedaagden gehouden aandelen bijzondere rechten inzake de zeggenschap in de vennootschap zijn verbonden, een gedaagde ondanks de vergoeding ernstige stoffelijke schade zou lijden door de overdracht of Brambles jegens een gedaagde afstand heeft gedaan van haar bevoegdheid de hier aan de orde zijnde vordering in te stellen.

3.7 Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen kan de vordering van Brambles in beginsel worden toegewezen en resteert nog slechts de vaststelling van de door Brambles te betalen prijs voor de over te dragen aandelen. Ten aanzien van de te bepalen prijs heeft Brambles overgelegd (kopieën van):

(i) de jaarrekeningen van IFCO Systems over de boekjaren 2008, 2009 en 2010, alsmede de eerste drie kwartaalberichten met betrekking tot het boekjaar 2011;

(ii) de drie koopovereenkomsten als bedoeld in 2.2 hiervoor, waarin ten aanzien van de prijs onder meer respectievelijk het volgende is vermeld:

“The purchase price for the Shares shall be EUR 13.50 per share in cash (…) and shall be increased in the amount of 12% p.a. (…) from and including November 1, 2010 until and including”

- “the Closing Date [in de koopovereenkomst met Island; Ondernemingskamer]”

- “the date of the actual payment (….) [in de koopovereenkomst met Schoeller c.s.; Ondernemingskamer]”

- “the date of the Island Shares Closing [in de koopovereenkomst met Malmström; Ondernemingskamer]”;

(iii) het biedingsbericht van 23 december 2010;

(iv) een niet-ondertekend “Position Statement of the Board of Managing Directors and Supervisory Board of IFCO Systems N.V.” gedateerd 5 januari 2011, waarin gewag wordt gemaakt van een op 22 december 2010 door bestuur en raad van commissarissen van IFCO Systems ontvangen “Fairness Opinion” van Lazard & Co. GmbH. In het “Position Statement” staat onder meer:

“In the Fairness Opinion (…) Lazard reached the conclusion that as of the date of the Fairness Opinion and on the basis of the assumptions made and the factors and qualifications set forth therein, the amount of EUR 13.50 per IFCO share and of the Increase Amount that the holders of IFCO Shares are to receive in connection with the Offer was fair for the shareholders (…) from a financial point of view. (…)

From an overall point of view, the Board of Managing Directors and Supervisory Board are of the opinion that (…) the Offer Price represents a fair and appropriate consideration. Based on the explanations contained in this Statement, the Board of Managing Directors and Supervisory Board support the Offer and recommend acceptance of the Offer to the shareholders of IFCO SYSTEMS N.V. This Statement and the recommendation given above were both unanimously adopted by each of the Board of Managing Directors and the Supervisory Board.”;

(v) een ondertekend “Assurance Report” van 7 juni 2011 van Welling RA voornoemd, waarin de volgende conclusie is vermeld:

“Based on the activities set out in this report, we have found no evidence which would lead us to conclude that in the assessment period [23 december 2010 tot en met 7 juni 2011; Ondernemingskamer] any events or circumstances occurred that on balance (based on a netting of positive and negative effects) would require a higher price than the offered price of EUR 14.19 per ordinary share.”;

(vi) een ondertekend “Assurance Report” van 27 januari 2012 van R.C. Preitschopf RA, werkzaam bij KMPG Accountants N.V. te Amsterdam, dat dezelfde conclusie bevat als het Assurance Report van 7 juni 2011, met dien verstande dat die ziet op de periode vanaf 23 december 2010 tot en met 27 januari 2012;

(vii) een overzicht van de beurskoers van het aandeel IFCO Systems over de periode van 23 december 2010 tot en met 12 oktober 2011;

(viii) persberichten van Brambles van 14 november en 23 december 2010, alsmede van 9, 25 en 29 maart en 4 april 2011.

3.8 De Ondernemingskamer overweegt ten aanzien van de uitkoopprijs als volgt.

3.9 Als uitgangspunt geldt dat de prijs voor de over te dragen aandelen dient overeen te komen met de waarde van die aandelen ten tijde van de overdracht of op een tijdstip dat daar zo dicht mogelijk bij gelegen is, tenzij uitkoop tegen een hogere prijs wordt gevorderd. De Ondernemingskamer stelt voorop dat ter bepaling van de waarde aansluiting kan worden gezocht bij de waarde van de bij het openbaar bod geboden tegenprestatie, onder meer indien het bod op grote schaal is aanvaard, tussen de dag van het aflopen van het bod en het moment waarop de Ondernemingskamer de prijs vaststelt een beperkte tijd is verstreken en er geen redenen zijn om te veronderstellen dat de waarde van de aandelen sinds het openbaar bod is gestegen. Voor aansluiting bij de biedprijs zal doorgaans geen plaats zijn indien er redenen zijn om te veronderstellen dat de biedprijs, ondanks de hiervoor genoemde punten, niet een juiste weerspiegeling van de waarde van de aandelen is, hetgeen bijvoorbeeld het geval kan zijn bij een negatief of ontbrekend advies van het bestuur en/of de raad van commissarissen omtrent de waarde van de bij het bod geboden tegenprestatie of bij het ontbreken van een (onafhankelijke) fairness opinion waaruit blijkt dat de geboden tegenprestatie billijk is. Ook kan dit het geval zijn, indien het aantal aandelen waarop het bod ziet, relatief klein is.

3.10 Ter beantwoording van de vraag of in dit geval voor de vaststelling van de prijs van de over te dragen aandelen aangeknoopt kan worden bij de biedprijs overweegt de Ondernemingskamer - steeds uitgaande van de door Brambles gestelde aantallen aandelen -als volgt. De door Island onder het bod aangemelde aandelen, overeenkomend met 30% van het geplaatste kapitaal, moeten buiten beschouwing worden gelaten, omdat deze aandelen zijn aangemeld op grond van de koopovereenkomst van 14 november 2010. Ook de door IFCO Systems zelf gehouden aandelen en de reeds ten tijde van het bod door de bieder Brambles gehouden aandelen blijven in dit verband buiten beschouwing. Dit betekent dat het bod slechts betrekking had op 1.718.054 aandelen, zijnde circa 3,33% van het geplaatste kapitaal, waarvan in de aanmeldingstermijn 649.308 aandelen zijn aangemeld en in de weitere Annahmefrist nog 767.868 aandelen, ofwel in totaal circa 82,5%. Het bod had derhalve betrekking op een relatief klein aantal aandelen, terwijl - in samenhang daarmee - niet kan worden gezegd dat de acceptatiegraad zeer hoog was. Een (onafhankelijke) fairness opinion - waaruit blijkt dat de biedprijs billijk is - ontbreekt in de gedingstukken. Het overgelegde Position Statement verwijst wel naar een fairness opinion maar die is niet overgelegd. Op grond van deze omstandigheden is de Ondernemingskamer van oordeel dat in dit geval niet bij die prijs kan worden aangeknoopt.

Aan het voorgaande doet niet af dat de biedprijs (nagenoeg) overeenstemt met de door Brambles met Island, Schoeller c.s. en Malmström op 14 november 2010 overeengekomen prijzen. Brambles heeft de desbetreffende koopovereenkomsten overgelegd en aangevoerd dat deze tot stand zijn gekomen “na intensieve en langdurige onderhandelingen met gesofisticeerde en professionele verkopers, die bereid maar geenszins noodgedwongen waren om te verkopen, en hebben geresulteerd in een alleszins redelijke prijs (…) Island is gedurende zeven jaar meerderheidsaandeelhouder van IFCO geweest. In die periode heeft Island zich intensief met het beleid van IFCO bemoeid. De heren Schoeller en Malmström waren beiden ten tijde van het aangaan van de SPAs gedurende ongeveer vijf jaar commissaris van IFCO.” Deze en de overige door haar aangevoerde omstandigheden bieden de Ondernemingskamer evenwel onvoldoende houvast om bij de desbetreffende koopprijzen aan te sluiten. Daarbij neemt de Ondernemingskamer mede in aanmerking dat bij de betrokken transacties ook andere overwegingen dan uitsluitend de waarde van de aandelen een rol kunnen hebben gespeeld en dat Brambles daaromtrent geen (gedocumenteerd) inzicht heeft verschaft.

Ook kan de gestelde “alleszins redelijke prijs” niet dienen als steun voor aansluiting op de biedprijs. Daarbij neemt de Ondernemingskamer in aanmerking dat de voorwaarden van de koopovereenkomsten niet (volledig) overeenstemmen met de voorwaarden van het bod.

3.11 Brambles heeft nog gesteld dat zij na sluiting van de weitere Annahmefrist van het bod 14.947 aandelen tegen betaling van telkens maximaal € 14,15 op de beurs heeft verworven. Zij heeft hiervan echter geen bewijsstukken overgelegd, zodat - daargelaten of die gegevens voor vaststelling van de prijs in deze procedure voldoende gewicht in de schaal zouden leggen - van de juistheid daarvan niet kan worden uitgegaan.

3.12 De stellingen van Brambles en de in dat verband door haar in deze procedure verstrekte gegevens bieden de Ondernemingskamer aldus onvoldoende houvast om thans het door Brambles gevorderde bedrag van € 14,19 per aandeel als billijke prijs in deze uitkoopprocedure vast te stellen. Daar de Ondernemingskamer thans evenmin op enige andere grond een billijke prijs kan vaststellen, zal zij een onderzoek door een deskundige naar de waarde van de over te dragen aandelen gelasten zoals hierna te vermelden. De te benoemen deskundige dient de waarde van de over te dragen aandelen per een zo recent mogelijke, voor de hand liggende datum te bepalen met inachtneming van alle feiten en omstandigheden die deze waarde bepalen. Indien hij op grond van door hem vast te stellen gegevens - zonder een volledig onderzoek - constateert dat de waarde van de aandelen in elk geval niet hoger is dan de primair gevorderde prijs, kan hij met die constatering en motivering daarvan volstaan.

3.13 De Ondernemingskamer zal bepalen dat het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste komt van Brambles.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

stelt Brambles Investment Limited, gevestigd te Addleston (Verenigd Koninkrijk), in de gelegenheid om bij akte de gegevens als hiervoor in 3.1 bedoeld in het geding te brengen;

beveelt een onderzoek door een deskundige naar de waarde van de over te dragen aandelen in het geplaatste kapitaal van IFCO Systems N.V., gevestigd te Amsterdam, een en ander met inachtneming van hetgeen in dit arrest is overwogen;

benoemt drs. G. Rooijackers RC RV te Zaandijk teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 50.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat Brambles Investment Limited ten genoege van de deskundige vóór de aanvang van diens werkzaamheden voor de betaling van dat bedrag zekerheid dient te stellen;

bepaalt dat de deskundige, in het kader van zijn onderzoek, de verschenen partijen in de gelegenheid dient te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijke bericht van het onderzoek dient te blijken dat aan dit voorschrift is voldaan;

bepaalt dat de griffier van de Ondernemingskamer onverwijld een afschrift van dit arrest en van het procesdossier aan de deskundige zal doen toekomen;

bepaalt dat de deskundige uiterlijk op 11 december 2012 zijn schriftelijke en ondertekende bericht doet toekomen aan de griffier van de Ondernemingskamer en verwijst de zaak naar de terechtzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer voor de Behandeling van Burgerlijke Zaken (rol van de Ondernemingskamer) van die dag voor het deskundigenbericht;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.F. Faase en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en prof. dr. M.A. van Hoepen RA en drs. G. Izeboud RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 september 2012.