Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX8920

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
08-05-2012
Datum publicatie
03-10-2012
Zaaknummer
200.075.680-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Effectenlease, geslaagd in tegenbewijs van – voorshands bewezen – feit dat echtgenote met bestaan van leaseovereen­komsten bekend is geworden meer dan drie jaar voordat zij heeft gepoogd deze bij brief van 8 februari 2005 te vernietigen.

Vervolg op tussenarrest BU9051

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2012-0259
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE (voorheen vijfde) MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[APPELLANTE],

wonend te [woonplaats],

APPELLANTE,

advocaat: mr. J.C.T. Papeveld te Waalwijk,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEXIA NEDERLAND B.V. (voorheen Dexia Bank Nederland N.V.),

gevestigd te Amsterdam,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. J.M.K.P. Cornegoor te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellante] en Dexia genoemd.

Op 6 september 2011 heeft het hof in deze zaak een tussenarrest (hierna: het tussenarrest) uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot dan toe wordt verwezen naar het tussenarrest.

Vervolgens zijn aan de zijde van [appellante] op 22 november 2011 zes getuigen gehoord. Van de getuigenverhoren is proces-verbaal opgemaakt. Dexia heeft afgezien van het horen van getuigen in contra-enquête.

Daarna heeft [appellante] een memorie na enquête met één productie genomen. Dexia heeft afgezien van het nemen van een memorie na enquête.

Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2. De verdere beoordeling

2.1 Het hof blijft bij en bouwt hierna voort op hetgeen in het tussenarrest is overwogen en beslist.

2.2 In het tussenarrest is [appellante] toegelaten tot het leveren van tegenbewijs van het – voorshands als bewezen aangenomen feit dat [appellante] met het bestaan van de leaseovereenkomsten bekend is geworden meer dan drie jaar voordat zij heeft gepoogd deze bij brief van 8 februari 2005 te vernietigen.

2.3 Ter voldoening aan deze bewijsopdracht heeft [appellante] zichzelf, haar echtgenoot [A], hun drie kinderen en [B] doen horen.

2.4 [appellante] heeft samengevat en voor zover van belang verklaard dat zij zich nooit met de financiële zaken bemoeide en dat [A] de betalingen deed. De taakverdeling was dat [A] de financiën deed. [appellante] heeft een eigen ING-rekening waarvan zij de boodschappen betaalt. [appellante] sorteert de post. Zij haalt de persoonlijke post, zoals rouw- en felicitatiekaarten eruit, en de rest van de post is voor [A]. De Legio Lease enveloppen kwamen op de stapel van [A]. Zij maakte de enveloppen van Legio Lease en van de en/of-rekening nooit open. De bankaf¬schriften controleerde zij niet. Ook de enveloppen van haar eigen rekening maakte zij bijna nooit open. Haar klanten, zij was destijds pedicure, betaalden op haar ING-rekening of contant. Ook haar salaris van EMS Management B.V. (hierna: EMS) kwam op die rekening binnen. Zij heeft de bedragen die [A] maandelijks aan Dexia betaalde niet “gemist”. [A] deed de boekhouding van en de belastingaangifte voor haar pedicurepraktijk. Zij was niet betrokken bij aangiftes inkomstenbelasting. [appellante] herkende in een uitzending van Tros Radar in 2002, die over effectenlease ging, het Legio Lease etiket van de enveloppen die [A] ontving. Toen heeft zij [A] gevraagd of hij daar ook iets mee deed. [A] heeft haar toen uitgelegd wat voor contracten hij had afgesloten. Dat EMS Management B.V. leaseovereenkomsten heeft gesloten hoorde [appellante] pas later. Zij houdt 25% van de aandelen in EMS. Haar aandeelhouderschap is louter formeel. Zij bemoeide zich niet met het bedrijf. Als [A] niet thuis was, nam zij de telefoon aan. Verder ver¬richtte zij geen werkzaamheden voor EMS. Zij nam geen kennis van de jaarstukken van EMS. [appellante] kan zich niet herinneren dat zij in 2000 is gebeld door Legio Lease. Zij nam destijds zo vaak de telefoon op.

2.5 [A] heeft samengevat en voor zover van belang verklaard dat hij zelf heeft besloten de leaseovereenkomsten met Legio Lease aan te gaan. Op die manier wilde hij pensioen opbouwen, hetgeen hij niet met [appellante] heeft besproken, omdat hij de financiële zaken doet en zij er minder interesse in heeft. Zij hebben een taakverdeling die gebaseerd is op interesse en finan¬ciële achtergrond. Hij regelde de financiële huishouding. [A] verwerkt de post. Hij checkt de bankafschriften even en doet ze in een map. Hij checkte ook de bankafschriften van de ING-rekening van [appellante]. In geval van een debetstand maakte hij een bedrag over naar haar rekening. Als [appellante] de post van de mat haalt, legt zij de post in een lade. Zij doet er nagenoeg niets mee. [appellante] opent nooit post die voor hem is bestemd. Als hij enige dagen van huis is, ligt de post ongeopend op hem te wachten. EMS heeft ook leaseovereenkomsten afgesloten. Daarover heeft hij niet van tevoren overlegd met [appellante]. Als [A] er niet was, nam [appellante] de telefoon op voor EMS. Soms kocht zij kantoor¬artikelen in voor EMS en telefoneerde ze ook wel in dat verband. Het salaris dat [appellante] van EMS ontvangt heeft een fiscale ach¬tergrond. De inkomstenbelasting voor [A] en [appellante] werd verzorgd door de accountant evenals de aangifte vennootschaps¬belasting. De jaarstukken behoefden niet te worden getekend. De accountant verstuurde de aangiftes digitaal naar de belastingdienst. Naar aanleiding van een uitzending van Tros Radar over aandelen¬lease heeft [A] [appellante] verteld over de door hem afgesloten leaseovereenkomsten. Hij denkt dat hij haar toen ook verteld heeft over de leaseovereenkomsten die EMS heeft afgesloten. Hij had er geen moeite mee om het aan haar te vertellen. Hij vond dat hij het toen moest vertellen; ook omdat [appellante] de opmerking maakte “sjonge jonge daar zou je toch inzitten”. [A] heeft weinig telefonisch contact gehad met Legio Lease. Naar aanleiding van een door de raadsman van Dexia voorgelezen logbericht merkt [A] op dat hij nooit met [appellante] besprak waarover Legio Lease belde. Het zou kunnen dat [appellante] de telefoon heeft aangenomen en dat hij heeft teruggebeld.

2.6 [B], registeraccountant, heeft samengevat en voor zover van belang verklaard dat hij blijft bij zijn verklaring van 15 oktober 2010. [B] wist van de leaseovereenkomsten als gevolg van de aangifte inkomstenbelasting. [A] was heel zelfstandig in de financiële administratie. Hij leverde de informatie op hoog niveau bij hen in. [A] is bedrijfs¬econoom. Uit de aangifte vennootschapsbelasting wist [B] dat ook EMS leaseovereenkomsten had afgesloten. Hij verzorgde zowel de aangifte inkomstenbelasting van [A] als van [appellante]. De mate van betrokkenheid van [appellante] bij EMS was nihil. De leaseovereenkomsten waren niet geactiveerd op de balans, het was een off balance verplichting. Alleen [A] was aanwezig bij de gesprekken die hij met [B] voerde. Destijds werden de door [B] verzorgde aangiftes geprint en naar [A] en [appellante] gestuurd met het verzoek de aangiftes te tekenen en naar de belastingdienst te zenden.

2.7 [C], dochter van [appellante], heeft samengevat en voor zover van belang verklaard dat zij blijft bij haar verklaring van 12 oktober 2010. Bij haar thuis werd niet gesproken over financiële zaken, geld en aandelen. Zij kan zich niet herinneren dat gesproken is over aandelenleaseovereenkomsten. In die tijd was zij door de week in Nijmegen en in het weekeinde bij haar ouders in Nijkerk. In 2002 was haar moeder boos of niet blij omdat zij van haar vader had gehoord dat er leaseovereenkomsten waren afgesloten en dat uit het Tros Radar programma was gebleken dat daar niets uit zou komen.

2.8 [D], zoon van [appellante], heeft samengevat en voor zover van belang verklaard dat hij bij zijn verklaring van 12 oktober 2010 blijft. Bij hem thuis werd in zijn aanwezigheid niet gesproken over financiële zaken, aandelen en ook niet over aandelenleaseovereenkomsten.

2.9 [E], zoon van [appellante], heeft samengevat en voor zover van belang verklaard dat hij bij zijn verklaring van 8 oktober 2010 blijft. Destijds was hij student en woonde hij in Leeuwarden. In zijn aanwezigheid werd niet gesproken over financiële zaken, met uitzondering van zijn financiële toestand, en niet over aandelen, tenzij hij dat onderwerp ter sprake bracht. Er werd ook niet gesproken over aandelenleaseoveren¬komsten. Hij weet niet wanneer zijn vader aan zijn moeder heeft verteld over de leaseovereenkomsten die zijn vader had afge¬sloten. Inhoudelijk is hij pas ongeveer een jaar op de hoogte.

2.10 Gelet op de getuigenver¬klaringen en gelet op hetgeen verder uit de gedingstukken blijkt, waaronder de verklaringen van [B] en van de drie kinderen van [appellante], die zij als getuigen hebben bevestigd, is het hof van oordeel dat [appellante] is geslaagd in het van haar verlangde tegenbewijs: het tot nu toe door Dexia geleverde bewijs is voldoende ontzenuwd. De verklaringen stemmen voor het overgrote deel met elkaar overeen, de door de getuigen geschetste gang van zaken komt het hof niet onaannemelijk voor en het hof heeft, mede gelet op het over en weer gestelde, geen reden om de verklaringen niet geloofwaardig te achten.

2.11 Onbestreden is gebleven dat de uitzending van Tros Radar waarover de getuigen hebben verklaard niet eerder heeft plaats¬gehad dan in maart 2002.

2.12 Nu door Dexia geen nader bewijs is aangeboden, komt het hof tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat, toen [appellante] bij brief van 8 februari 2005 de leaseovereenkomsten buitengerechtelijk vernietigde, de bevoegd¬heid van [appellante] tot vernietiging van de leaseovereenkomsten was verjaard. Dit betekent dat de leaseovereenkomsten rechtgeldig zijn vernietigd en dat de grief slaagt.

3. Slotsom en kosten

In het tussenarrest onder 4.3.3 heeft het hof vastgesteld dat in totaal gedurende de looptijd van de leaseovereenkomsten door [A] € 35.390,55 aan rente en aflossing is betaald en in totaal € 6.485,40 aan dividend is ontvangen. De vordering van [appellante] tot (terug)betaling van (€ 35.390,55 verminderd met € 6.485,40 =) € 28.905,15, te vermeerderen met wettelijke rente is toewijsbaar. Dexia is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum waarop zij in verzuim is met de nakoming van haar terugbetalingsver¬plich¬ting. Bij brief van 8 februari 2005 heeft de raadsman van [appellante] de leaseovereenkomsten vernietigd en Dexia verzocht de betaalde termijnen binnen 14 dagen terug te betalen. Nu Dexia de betaalde termijnen niet heeft terugbetaald, is Dexia vanaf 23 februari 2005 jegens [appellante] in verzuim en is zij vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd. De gevorderde veroordeling van Dexia tot, kort gezegd, ongedaanmaking van de registratie van het Bureau Kredietregistratie (hierna: BKR), is als na te melden toewijsbaar. Nu [appellante] geen grief heeft gericht tegen het tussenvonnis is zij niet ontvankelijk in het hoger beroep voor zover dat daartegen is gericht.

4. Beslissing

Het hof:

verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen het tussenvonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam op 10 oktober 2007 heeft gewezen onder kenmerk DX 06-3006;

vernietigt het eindvonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam op 7 mei 2008 heeft gewezen onder rolnummer 816645 DX EXPL 06-3006;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Dexia om aan [appellante] te betalen € 28.905,15, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 februari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Dexia binnen twee weken na de dag van de betekening van dit arrest de inschrijving van [A] bij het BKR te Tiel te doen doorhalen door het BKR verzoeken deze inschrijving door te halen als ten onrechte geschied, op straffe van een dwangsom van € 100,- voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,-;

wijst af het anders of meer gevorderde;

veroordeelt Dexia in de proceskosten van het geding in beide instanties en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de kant van [appellante] gevallen, in eerste aanleg op € 277,60 aan ver¬schotten en € 1.200,- aan salaris advocaat, en in hoger beroep op € 2.662,59 aan verschotten en € 3.474,- aan salaris advocaat;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.B.C.M. van der Reep, M.P. van Achterberg en E.M. Polak, in het openbaar uitgesproken op dinsdag 8 mei 2012 door de rolraadsheer.