Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX8791

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-09-2012
Datum publicatie
01-10-2012
Zaaknummer
200.113.938/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking van geheel college kennelijk niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

wrakingskamer

BESCHIKKING

op het verzoekschrift d.d. 26 september 2012 van:

[Verzoeker],

wonende te [plaats].

1. Het verzoek en de rechtsgang

1.1 Het verzoekschrift is op 26 september 2012 binnengekomen ter griffie van het gerechtshof Amsterdam.

1.2 Het verzoek strekt tot wraking van het Hof van Amsterdam. Het verzoek is gedaan inzake een hoger beroep aanhangig bij de sector Belastingrecht van het gerechtshof Amsterdam, onder zaaknummers [].

2. Beoordeling

2.1 [Verzoeker] heeft ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek – samengevat - aangevoerd dat hem het vertrouwen in de integriteit van de Belastingdienst en de Rechtspraak ontbreekt, een en ander naar aanleiding van de besluiten van de Belastingdienst om de in de door [Verzoeker] bij brief van 7 september 2011 gestelde vragen niet inhoudelijk te behandelen en geen verzoek bij de Hoge Raad in te dienen tot herziening van de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 31 augustus 2006, onder kenmerken [kenmerk] en [kenmerk] gewezen. Volgens [Verzoeker] heeft hij het belang bij een herziening van die uitspraken, voor de mondelinge behandeling van de hoofdzaken in hoger beroep die op 28 september 2012 zal plaatsvinden, voldoende kenbaar gemaakt in de door hem op 7 september 2012 en 13 september 2012 overgelegde pleitnota’s.

2.2 Het hof overweegt als volgt.

2.3 Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, door een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.4 Uit artikel 8:15 Awb blijkt dat een wrakingsverzoek slechts de rechters kan betreffen die de zaak van de betrokken partij behandelen. Dit brengt mede dat voor zover het onderhavige wrakingsverzoek betrekking heeft op leden van het gerechtshof Amsterdam die niet met de behandeling van de hoofdzaken in hoger beroep zijn belast, geen sprake is van een wrakingsverzoek in de zin van de Awb. In zoverre is het verzoekschrift kennelijk niet ontvankelijk.

2.5 Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op raadsheren die met de behandeling van de hoofdzaken in hoger beroep zijn belast geldt het navolgende. Dat [Verzoeker] het met voornoemde uitspraken van het gerechthof Amsterdam van 31 augustus 2006 niet eens is en daarvan herziening wenst, levert geen grond voor wraking op. Nu overigens geen feiten en omstandigheden waaruit de partijdigheid van de raadsheren van het Gerechtshof Amsterdam die de hoofdzaken in hoger beroep behandelen zou kunnen worden afgeleid, zijn aangevoerd is het verzoekschrift ook in zoverre kennelijk niet ontvankelijk.

2.6 Uit het voorgaande volgt dat [Verzoeker] kennelijk niet-ontvankelijk is in dit wrakingsverzoek. Op grond van artikel 11 lid 1 van het wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam, is derhalve geen mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bepaald.

2.7 Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3. Beslissing

Het hof:

verklaart [Verzoeker] in zijn verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Clement, C. Uriot en J.W. Hoekzema in tegenwoordigheid van mr. J.G.E.Y. Lok als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 27 september 2012.