Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4216

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-06-2012
Datum publicatie
09-08-2012
Zaaknummer
200.083.076-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Het handelen van de (indirect) bestuurder is zodanig onzorgvuldig dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijs kan worden gemaakt. Bestuurder en de vennootschap zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade van appellante.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2012/67
JONDR 2012/1367
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ISIT HOLDING B.V.,

gevestigd te Bussum,

APPELLANTE,

advocaat: mr. G.J. Brugman te Den Haag,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEARTSTREAM CORPORATE FINANCE B.V.,

gevestigd te Amsterdam en

2. [GEÏNTIMEERDE SUB 2]

wonend te [woonplaats], gemeente [W.],

GEÏNTIMEERDEN,

advocaat: mr. O.A.H. van Dalsum te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

Appellante wordt hierna Isit genoemd en geïntimeerden worden gezamenlijk Heartstream c.s. en afzonderlijk Heartstream en [geïntimeerde sub 2] genoemd.

Bij dagvaarding van 18 februari 2011 is Isit in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2010, in deze zaak onder zaak-/rolnummer 438741 HA ZA 09-3058 gewezen tussen Isit als eiseres en Heartstream en [geïntimeerde sub 2] als gedaagden.

Isit heeft zeven grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd, bewijs aangeboden en producties in het geding gebracht met con¬clusie het bestreden vonnis te vernietigen en uitvoerbaar bij voorraad de vorderingen van Isit alsnog toe te wijzen, met veroordeling van Heartstream en [geïntimeerde sub 2] in de kosten van beide instanties.

Vervolgens hebben Heartstream en [geïntimeerde sub 2] geantwoord, bewijs aangeboden en producties in het geding gebracht met conclusie het bestreden vonnis te bekrachtigen, met veroordeling van Isit in de kosten van het hoger beroep.

Partijen hebben de zaak op 13 februari 2012 doen bepleiten, Isit door mr. J.W. de Jong, advocaat te Den Haag en Heartstream en [geïntimeerde sub 2] door mr. Van Dalsum voornoemd, mr. De Jong aan de hand van een pleitnota die is overgelegd aan het hof. Voor Isit was ook mr. Brugman voornoemd aanwezig. Partijen hebben bij die gelegen¬heid nog enige inlichtingen verschaft.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2. Grieven

Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de desbe¬treffende memorie.

3. Feiten

3.1 De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2, 2.1 tot en met 2.10, een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aange¬merkt. Met grief 1 stelt Isit dat de rechtbank bij de vast¬stel¬ling onder 2.5 ten onrechte andere relevante feiten achterwege heeft gelaten. De grief faalt, omdat Isit eraan voorbij ziet dat de rechtbank niet gehouden was meer feiten vast te stellen dan zij voor haar beslissing nodig achtte. Nu over de vastgestelde feiten geen geschil bestaat, zal ook het hof van die feiten uitgaan, aangevuld met feiten die daar¬naast in hoger beroep als gesteld en niet (voldoende) betwist zijn komen vast te staan.

4. Beoordeling

4.1 Het gaat in deze zaak om het volgende.

4.1.1 Isit is een houdster- en financieringsmaatschappij. [B.] is bestuurder van Isit.

4.1.2 Heartstream houdt zich bezig met het verlenen van finan¬ciële diensten en het verrichten van advieswerkzaamheden op het gebied van ondernemings- en projectfinanciering en onder¬nemings¬strategie, samenwerkingsverbanden tussen ondernemingen alsmede met beheer en management. In dat kader adviseert en begeleidt Heartstream regelmatig ondernemingen waarin zij zelf investeert of zal investeren bij hun zoektocht naar (risicodragend) kapi¬taal, waarbij zij onder meer adviseert over de wijze van aan¬trekken van kapitaal en het opstellen van informatiememo¬randa. [geïntimeerde sub 2] is procuratiehouder met volledige volmacht en middellijk bestuurder van Heartstream.

4.1.3 Heartstream treedt op als financieel adviseur van Global Interface S.A. (hierna: Global Interface), een beursgenoteerde vennootschap naar Frans recht, die zich bezighoudt met het ontwikkelen en aanbieden van gespecialiseerde beveiligings¬soft¬ware. Op verzoek van Global Interface heeft Heartstream haar begeleid bij het aantrekken van (risicodragend) kapitaal. [geïntimeerde sub 2] was in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van Heartstream Capital B.V. (hierna: Heartstream Capital) lid van de Raad van Commissarissen van Global Interface. Heartstream Capital is aandeelhoudster in Global Interface en heeft in dat verband significant risicodragend in Global Interface geïnvesteerd. Heartstream en Heartstream Capital zijn dochtervennootschappen van Heartstream Group B.V. (hierna: Heartstream Group). Heart¬stream B.V. is zelfstandig bevoegd medebestuurder van Heartstream Group. Enig en zelfstandig bevoegd bestuurder van Heartstream B.V. is [geïntimeerde sub 2]. Heartstream Group is enig en zelfstandig bevoegd bestuurder van Heartstream.

4.1.4 Begin juli 2007 zijn Global Interface en Isit onderhande¬lingen begonnen over de ten behoeve van Isit te emitteren aan¬delen in Global Interface. Daarmee samenhangend zou aan [B.] een zetel in de Raad van Commissarissen van Global Inter¬face wor¬den aangeboden. In het kader van de onderhandelingen over de kapitaaldeelname heeft Heartstream eerst het Information Memo¬randum van Global Interface van april 2007 (hierna: het IM april) aan Isit verstrekt en later, bij e-mail van 22 oktober 2007 (productie 16 bij memorie van grieven), het Information Memoran¬dum van september 2007 (hierna: het IM september). Op 16 augustus 2007 heeft Isit in de persoon van [B.] het kantoor van Heartstream bezocht en heeft hij gesproken met [D.], destijds lid van het management van Global Interface.

4.1.5 Isit is vóór december 2007 diverse malen uitgenodigd om bijeenkomsten van Global Interface, bij gelegenheid waarvan het IM 2007 besproken zou worden, bij te wonen. Isit is niet bij deze bijeenkomsten aanwezig geweest.

4.1.6 Expantium Nederland B.V. heeft op 12 november 2007 vertrouwelijk “the consolidated Cash Flow forecast for Global Interface Group, situation updated 08/11/2007” (hierna ook: het rapport van Expantium) aan de leden van de Raad van Commis¬sarissen van Global Interface gemaild.

4.1.7 Bij brief van 7 december 2007 heeft [M.], president & CEO van Global Interface, voor zover van belang, als volgt bericht aan [geïntimeerde sub 2], in zijn hoedanigheid van “President & CEO” van Heartstream Group, en aan [P.] in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Raad van Commissarissen van Global Interface:

“I have urged you to immediately provide 700.000 euros to avoid bankruptcy. In July of this year, during our management meeting, given the critical situation, you gave me mandate to start selling company’s assets such as Infopartners and/or Primesphere.

However, I note that despite your perfect knowledge and awareness of the critical situation of the company you have not provided your support.

Instead, you have constantly delayed payment and made your financial support contingent upon:

1.(...)

2. Simultaneously, your company acquired approximately 9% of Global Interface’s shares owned by Mangrove, Mangrove having decided to stop its involvement in Global Interface which significantly raised your level of ownership of the company by turning Heartstream into the largest shareholder.”

4.1.8 Op 12 december 2007 heeft Isit een bedrag van € 500.000,- in Global Interface geïnvesteerd tegen uitgifte van nieuwe aan¬delen en warrants aan Isit (hierna ook: de investering). Op 19 december 2007 heeft [B.] zijn benoeming tot lid van de Raad van Commissarissen van Global Interface aanvaard.

4.1.9 Op 15 februari 2008 heeft een vergadering van de Raad van commissarissen van Global Interface plaatsgevonden. Uit het tijdens deze vergadering besproken rapport van [B.] van 13 februari 2008 blijkt dat de Global Interface Group over 2007 een verlies heeft geleden van € 2.843.175,-.

4.1.10 In de loop van de eerste helft van 2008 is gebleken dat Global Interface niet aan haar verplichtingen kon voldoen. Global Interface is in deconfiture geraakt.

4.1.11 Op 10 augustus 2009 respectievelijk 11 augustus 2009 heeft Isit ten laste van Heartstream conservatoir derdenbeslag doen leggen onder de Rabobank Hilversum Vecht en Plassen en de Rabobank Noord Gooiland.

4.2 Isit heeft Heartstream en [geïntimeerde sub 2] gedagvaard en gevorderd, zakelijk weergegeven, Heartstream en [geïntimeerde sub 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van primair € 500.000,- en subsidiair € 475.250,-, zowel primair als subsidiair te vermeerderen met wettelijke rente en kosten, waaronder buitengerechtelijke kosten en beslagkosten. Isit heeft aan haar vordering op Heartstream ten grondslag gelegd dat Heartstream onrechtmatig heeft gehandeld omdat (i) Heartstream beleggingsdiensten heeft verricht zonder te beschik¬ken over een ex artikel 2:96 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) vereiste vergunning, (2) Heartstream in strijd met de artikelen 19 en 20 Wft aan Isit misleidende, onjuiste en/of onvolledige informatie heeft verstrekt, (iii) Heartstream een mededeling in de zin van artikel 6:194 (oud) BW openbaar heeft gemaakt die misleidend was en (iv) de gedragingen van Heartstream kwalificeren als onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW. Isit heeft aan haar vordering op [geïntimeerde sub 2] ten grondslag gelegd (i) dat de door Heartstream jegens Isit gepleegde onrecht¬matige daad is toe te rekenen aan [geïntimeerde sub 2] in zijn hoedanigheid van middellijk bestuurder van Heartstream, omdat [geïntimeerde sub 2] daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt en (ii) dat [geïntimeerde sub 2] in persoon jegens Isit onrechtmatig heeft gehandeld. De rechtbank heeft de vorderingen van Isit afgewezen.

4.3 Het hof ziet aanleiding eerst grief 6 te behandelen. Met deze grief bestrijdt Isit de overweging van de rechtbank in het bestreden vonnis onder 4.6 dat, voor zover Isit haar vordering op het bepaalde in artikel 6:162 lid 1 BW heeft willen baseren, dit niet tot toewijzing van haar vordering jegens Heartstream kan leiden. Isit betoogt dat de gedragingen van Heartstream kwali¬ficeren als gedragingen in strijd met hetgeen volgens ongeschre¬ven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Van Heartstream mocht worden verwacht dat, indien zich een ontwikkeling voordoet waarvan zij weet dan wel behoort te weten dat deze van invloed is op de investeringsbeslissing, zij Isit daarover zou inlichten. Ook in het geval Isit aan Heartstream niet de vraag zou hebben gesteld of er nog ontwikkelingen waren, moet Heartstream de wetenschap die zij aantoonbaar had over de verslechterde financiële situatie van Global Interface melden aan een potentiële investeerder als Isit, aldus Isit.

4.4 Met genoemde grief wordt de vraag aan de orde gesteld of Heartstream, vóór de plaatsing van de aandelen in december 2007, over informatie over Global Interface beschikte die Heartstream aan Isit had behoren mee te delen, met andere woorden de vraag of Heartstream een mededelingsplicht heeft geschonden. Dienaangaande geldt het volgende.

4.5 In hoofdstuk 7 van het IM april wordt voor 2007 uitgegaan van een omzet van € 16.543.000,-, een EBITDA (earnings before interest, taxes, depreciation and amortization) van € 1.294.000,- en een winst van € 37.000,-. Vijf maanden later worden in hoofd¬stuk 10 van het IM september vergelijkbare cijfers vermeld: omzet € 16.500.000,-, EBITDA € 1.300.000,- en winst € 40.000,-. In het rapport van Expantium dat op 12 november 2007 is verstuurd naar de leden van de Raad van Commissarissen van Global Interface (zie ook 4.1.6) wordt op basis van de actuele cijfers tot en met september 2007 voor 2007 uitgegaan van een omzet van € 15.585.639,-, een negatieve EBITDA van € 276.264,- en een verlies van € 1.471.905,-. Ter vergelijking worden in het rapport de cijfers vermeld die zijn opgenomen in het IM september en die hiervoor zijn weergegeven. In het rapport van Expantium worden ook de actuele cijfers tot en met augustus 2007 en tot en met september 2007 vermeld. Tot en met augustus 2007 had Global Interface al een daadwerkelijk verlies geleden van € 1.646.516,- en tot en met september 2007 een daadwerkelijk verlies van € 1.527.140,-. Heartstream c.s. stellen dat het rapport van Expantium een momentopname was die sterke relativering behoefde. De rapportage had uitsluitend betrekking op de liquiditeits¬positie van Global Interface en niet op de toekomstverwachtingen respectievelijk de solvabiliteit en de rentabiliteit van de onderneming. Wat daar verder van zij, hetgeen Heartstream c.s. stellen laat onverlet dat de actuele cijfers tot en met september 2007 al een verlies laten zien van ruim € 1,5 miljoen. In het IM september is voor 2007 uitgegaan van een bedrag aan afschrij¬vingen van € 1.000.000,- en in het rapport van Expantium van € 920.648,-, zodat het geprognosticeerde verlies over heel 2007 van bijna € 1,5 miljoen niet, zoals Heartstream c.s. betogen, te wijten was aan de beslissing een deel van de debiteurenpor-tefeuille als oninbaar af te schrijven. Het door Expantium over heel 2007 geprognosticeerde verlies lijkt een gevolg te zijn van een prognose van de omzet die, ten opzichte van de prognose in het IM september, ruim € 900.000,- lager was en een prognose van de kosten (‘Direct Costs’ en ‘Operating Expenses’) die, ten opzichte van het IM september, ruim € 650.000,- hoger was.

4.6 Uit het vorenstaande volgt dat Heartstream c.s. in ieder geval vanaf 12 november 2007 wisten dat Expantium voor heel 2007 een verlies had geprognosticeerd van € 1.471.905,-. Hetgeen Heartstream c.s. verder nog stellen laat onverlet dat Heartstream in de persoon van [geïntimeerde sub 2] in ieder geval vanaf 12 november 2007 wist dat de op de actuele cijfers tot en met september 2007 gebaseerde prognose over 2007 sterk afweek van de in de IM’s opgenomen prognose over 2007. Van Heartstream mocht worden verwacht dat zij, indien zich een ontwikkeling zou voordoen waarvan zij wist dan wel behoorde te weten dat deze van invloed zou zijn op de investeringsbeslissing, Isit daarover inlicht. Ook al zou Isit Heartstream niet hebben gevraagd of er nog ontwik¬kelingen waren, dan geldt dat Heartstream de wetenschap die zij aantoonbaar had over de verslechterde financiële situatie van Global Interface had moeten delen met een potentiële investeerder als Isit. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat Heartstream, zo volgt uit productie 10 bij memorie van antwoord, eind novem¬ber/begin december 2007 nog met Isit onderhandelde over de prijs van de aandelen.

4.7 Heartstream c.s. voeren nog aan dat het rapport van Expantium vertrouwelijk was en dat [geïntimeerde sub 2], in zijn hoedanigheid van lid van de Raad van Commissarissen van Global Interface, dus niet bevoegd was dit zonder meer met anderen te delen. Nu Heartstream namens Global Interface met Isit onderhandelde over het nemen van aandelen in Global Interface, rustte op haar de verplichting Isit te informeren over de meest recente cijfers nu deze zo veel slechter waren dan die opgenomen in het IM september. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat Heartstream heeft erkend dat zij de IM’s openbaar heeft gemaakt en de inhoud ervan mede heeft bepaald. Ook om die reden rustte op haar de verplichting de daarin vermelde cijfers te corrigeren.

4.8 Door het schenden van haar informatieplicht heeft Heart¬stream toerekenbaar onrechtmatig jegens Isit gehandeld. De zesde grief slaagt. Vervolgens dient het hof, gelet op de devolutieve werking van het hoger beroep, de overige stellingen en weren van partijen in eerste aanleg te beoordelen.

4.9 Heartstream c.s. stellen bij herhaling dat ook Heartstream in december 2007 nog € 800.000,- in Global Interface heeft geïnves¬teerd. Heartstream heeft - anders dan Isit - de slechte gang van zaken bij Global Interface in haar afweging kunnen betrekken. Heartstream beschikte in de persoon van [geïntimeerde sub 2] immers over het rapport van Expantium. Uit het feit dat Heartstream desondanks € 800.000,- in Global Interface investeerde, volgt niet, zoals Heartstream c.s. lijken te betogen, dat Isit indien zij over die negatieve informatie zou hebben beschikt, dat ook zou hebben gedaan. Heartstream Capital had immers al € 1.000.000,- in Global Interface geïnvesteerd en was, zo volgt uit de onder 4.1.7 aange¬haalde brief, de grootste aandeelhoudster van Global Interface. Voorts had Heartstream, zo volgt uit pro¬ductie 13 bij inleidende dagvaarding, voor meer dan € 300.000,- aan openstaande vorde¬ringen op Global Interface. Heartstream had, doordat zij en haar zustervennootschap Heartstream Capital genoemde financiële banden hadden met Global Interface, groot belang bij haar voortbestaan. Heartstream c.s. zijn in eerste aanleg en in hoger beroep verder niet ingegaan op de kwestie van het causale verband.

4.10 Nu Heartstream c.s. het causale verband tussen de schending van de informatieplicht en de door Isit geleden schade onvol¬doende gemotiveerd hebben betwist, moet worden aangenomen dat Isit de investering niet zou hebben gedaan, indien Heartstream begin november 2007 haar zou hebben meegedeeld dat de geprog¬nosticeerde winst voor 2007 van € 40.000,- was veranderd in een geprog¬nosticeerd verlies van bijna € 1,5 miljoen. Daarmee is gegeven dat de door Isit geleden schade, het verlies van bijna haar gehele investering, het gevolg is van de schending van de informatieplicht door Heartstream.

4.11 Voorts betogen Heartstream c.s. (zie conclusie van antwoord onder 31) dat, nu Isit de beslissing om te investeren in grote mate, zo niet uitsluitend heeft gebaseerd op het IM september, iedere schade als eigen schuld voor rekening van Isit moet blijven. Heartstream c.s. baseren die stelling op het feit dat in het IM september een disclaimer is opgenomen, waarin duidelijk staat dat een eventuele investeringsbeslissing niet uitsluitend gebaseerd kan en mag worden op de informatie in het IM en dat een onafhankelijk onderzoek noodzakelijk is. Uit de disclaimer volgt dat de juistheid en volledigheid van de informatie over Global Interface niet wordt gegarandeerd.

4.12 Daarmee ligt de vraag voor of er aanleiding bestaat voor een vermindering van de vergoedingsplicht van Heartstream op grond van artikel 6:101 BW. Dienaangaande geldt het volgende. Isit heeft voorafgaand aan de investeringsbeslissing, ondanks de dis¬claimer in het IM september, niet een onafhankelijk boeken¬onderzoek verricht of laten verrichten. Daarnaast heeft Isit geen bijeenkomsten van Global Interface bezocht waarop het IM zou worden besproken. Het hof wijst in dat verband op de uitnodiging van Heartstream van 8 november 2007 (zie productie 8 bij memorie van antwoord) voor een kennismakingsronde bij Global Interface op 15 november 2007 in Parijs en het ”doornemen huidige – toekom¬stige situatie (...) Zo ja (svp reply) dan maak ik agenda en stuur stukken.” Isit heeft geen gebruik gemaakt van de uitnodiging. Isit heeft tot begin december 2007 met Heart¬stream onderhandeld over de prijs van de aandelen. Mede gezien die onderhandelingen had het op de weg van Isit gelegen Heartstream eind november/begin december 2007 te verzoeken haar een op basis van de werkelijke resultaten tot en met oktober of november 2007 geactualiseerde prognose over 2007 te verstrekken. Het hof is van oordeel dat Isit niet de omzichtigheid en oplettendheid heeft betracht die van haar als professionele houdster- en financieringsmaatschappij had mogen worden verwacht. Isit stelt in dat verband, hetgeen Heartstream c.s. betwisten, dat na het verstrekken van het IM september Isit aan Heartstream heeft gevraagd of bij Global Interface alles volgens plan verliep en dat Heartstream dat heeft bevestigd. Nu Isit ter zake geen bewijs heeft aangeboden, is niet komen vast te staan dat Heartstream in de persoon van [geïntimeerde sub 2] een dergelijke uitspraak heeft gedaan. Overigens volgt uit het voorgaande dat Isit niet met een dergelijke algemene vraag zou hebben kunnen volstaan.

4.13 Vorenstaande omstandigheden hebben tot het ontstaan van de door Isit geleden schade bijgedragen en brengen mee dat de vergoedingsplicht van Heartstream c.s., moet worden verminderd met 40%. Voor een verdere vermindering, voor het geheel doen vervallen van de vergoedingsplicht of voor matiging van de na de vermindering daarvan door Heartstream c.s. te betalen vergoeding is geen grond.

4.14 In eerste aanleg stelt Isit dat de onrechtmatige daad van Heartstream aan [geïntimeerde sub 2] moet worden toegerekend omdat [geïntimeerde sub 2] daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt (zie ook grief 7).

4.15 [geïntimeerde sub 2] kan naast Heartstream voor de schade van Isit aansprakelijk worden gehouden, indien [geïntimeerde sub 2] als indirect bestuurder en gevolmachtigde heeft bewerkstelligd of heeft toegelaten dat Heartstream jegens Isit haar informatieplicht niet is nagekomen en zijn handelen of nalaten als indirect bestuurder en gevolmachtigde ten opzichte van Isit in de gegeven omstandig¬heden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

4.16 Heartstream is opgetreden als tussenpersoon van Global Interface en heeft met Isit onderhandeld over de investering in Global Interface. [geïntimeerde sub 2] was als indirect bestuurder en gevol¬machtigde van Heartstream nauw betrokken bij de (prijs)onder¬handelingen met Isit, hetgeen ook blijkt uit de onder 4.6 genoemde correspondentie. In ieder geval na 12 november 2007 wist [geïntimeerde sub 2] dat de in het door Heartstream verstrekte IM september vermelde prognoses over 2007 geen getrouw beeld gaven van de werkelijke financiële situatie van Global Interface in 2007. Door de informatie uit het rapport van Expantium niet met Isit te delen, heeft [geïntimeerde sub 2] bewerkstelligd dan wel toegelaten dat Heartstream jegens Isit haar informatieplicht niet is nagekomen. Wetende dat de in het IM september opgenomen prognoses over 2007 veel te positief waren, heeft [geïntimeerde sub 2] bij Isit het onjuiste beeld over het financiële reilen en zeilen van Global Interface laten voortbestaan. [geïntimeerde sub 2] heeft als indirect bestuurder van de Heartstream vennootschappen het belang van Isit bij juiste informatie over de financiële situatie bij Global Interface ondergeschikt gemaakt aan het belang van die Heart¬stream vennoot¬schappen bij het voortbestaan van Global Interface. Dat de Heartstream vennootschappen groot belang hadden bij het voortbe¬staan van Global Interface volgt (zie ook 4.10) in de eerste plaats uit de omstandigheid dat Heartstream Capital, een zuster¬ven¬nootschap van Heartstream, waarvan [geïntimeerde sub 2] ook indirect bestuurder en gevolmachtigde was, de grootste aandeel¬houdster van Global Interface was. Voorts had Heartstream zich verplicht in december 2007 aanvullend nog € 800.000,- in Global Interface te investeren. Bovendien had Heartstream eind 2007 meer dan € 300.000,- van Global Interface te vorderen. Daarnaast was [geïntimeerde sub 2] lid van de Raad van Commissarissen van Global Interface en uit dien hoofde betrokken bij Global Interface. [geïntimeerde sub 2] was (indirect) ook aandeelhouder van Heartstream en Heartstream Capital, zo volgt uit de inleidende dagvaarding onder 51 in samenhang met de conclusie van antwoord onder 42. Het hof is van oordeel dat [geïntimeerde sub 2] wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat door te bewerkstelligen dan wel toe te laten dat Heartstream zijn informatieplicht jegens Isit niet nakwam, werd voorkomen dat Isit zou afzien van haar investering in Global Interface. Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden is het nalaten van [geïntimeerde sub 2] ten opzichte van Isit zodanig onzorgvuldig dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Bijgevolg is [geïntimeerde sub 2] aansprakelijk voor de door Isit geleden schade.

4.17 Nu grief 6 slaagt heeft Isit geen belang bij de behandeling van de overige grieven.

4.18 De aandelen van Global Interface die onderwerp zijn van onderhavige procedure zijn nog € 24.750,- waard. Dat betekent dat 60% van de subsidiaire vordering van Isit zal worden toegewezen, zijnde (60% van € 475.250,- =) € 285,150,-. Isit vordert wettelijke rente vanaf 12 december 2007. Nu Heartstream c.s. die datum niet hebben bestreden, is de wettelijke rente vanaf die datum toewijsbaar.

4.19 De vordering ten aanzien van buitengerechtelijke incassokos¬ten van € 5.160,- zal worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld of gebleken dat werkzaamheden zijn verricht anders dan ter voorbereiding van processtukken en instructie van de zaak.

4.20 Beide partijen hebben een bewijsaanbod gedaan. Nu door hen echter geen feiten zijn gesteld en/of voldoende gespecificeerd te bewijzen zijn aangeboden die tot een andere uitkomst van het geding kunnen leiden, zullen de bewijsaanbiedingen worden gepas¬seerd.

5. Slotsom en kosten

Grief 6 slaagt. De overige grieven behoeven geen behandeling. De subsidiaire vordering van Isit zal tot een bedrag van € 285.150,- worden toegewezen. Heartstream c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van beide instanties. Isit vordert de kosten van de gelegde beslagen, maar heeft verzuimd te vermelden welke kosten Isit daarvoor heeft moeten maken. Bijgevolg kan die vordering niet worden toegewezen.

6. Beslissing

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Heartstream en [geïntimeerde sub 2] hoofdelijk tot betaling aan Isit van € 285.150,- te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 12 december 2007 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Heartstream en [geïntimeerde sub 2] hoofdelijk in de kosten van beide instanties en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de kant van Isit gevallen, in eerste aanleg op € 5.010,25 aan verschotten en € 5.160,- aan salaris advocaat en in hoger beroep op € 4.789,31 aan verschotten en € 11.685,- aan salaris advocaat;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.P. van Achterberg, E.M. Polak en D.J. Oranje en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 12 juni 2012 door de rolraadsheer.