Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4163

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-07-2012
Datum publicatie
09-08-2012
Zaaknummer
200.087.317/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 4 juli 2012; Scherpenzeel Pensioen B.V. c.s. / Königsberg B.V.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2012/112
JONDR 2012/1013
OR-Updates.nl 2012-0188
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.087.317/03 OK van,

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

W.K. SCHERPENZEEL PENSIOEN B.V.,

gevestigd te Andijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VLOOT VASTGOED B.V.,

gevestigd te Wervershoof,

VERZOEKSTERS,

advocaat: mr. C.H.J.M. Abeln, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KÖNIGSBERG B.V.,

gevestigd te Arnhem,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROHN HOLDING B.V.,

gevestigd te Huissen, gemeente Lingewaard,

2. Ronald ROHN,

wonende te Arnhem,

BELANGHEBBENDEN,

advocaat: mr. J.A.M. van de Sande, kantoorhoudende te Rotterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 De Ondernemingskamer zal partijen hierna als volgt aanduiden:

- verzoeksters afzonderlijk als Scherpenzeel Pensioen en Vloot en gezamenlijk als Scherpenzeel Pensioen c.s.,

- verweerster als Königsberg,

- belanghebbenden als Rohn Holding c.s. en afzonderlijk als Rohn Holding respectievelijk Rohn.

1.2 Voor het eerder verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen in deze zaak van 29 september 2010, 7 februari 2011, 2 mei 2011 en 28 juli 2011.

1.3 Bij de beschikking van 29 september 2010 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Königsberg, een onderzoeker benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding drs. H.C. van Eyck van Heslinga, verder Van Eyck van Heslinga, tot bestuurder van Königsberg B.V. benoemd en bepaald dat één aandeel van W.K. Scherpenzeel Pensioen B.V., gevestigd te Andijk, één aandeel van Vloot Vastgoed B.V., gevestigd te Wervershoof, en twee aandelen van Rohn Holding B.V., gevestigd te Huissen, in het geplaatst kapitaal van Königsberg B.V., met onmiddellijke ingang ten titel van beheer zijn overgedragen aan voormelde bestuurder. Na deponering van het onderzoeksverslag heeft de Ondernemingskamer op verzoek van Scherpenzeel Pensioen c.s. bij de beschikking van 28 juli 2011 op de voet van artikel 2:355 BW – voor zover hier van belang – Rohn Holding als bestuurder van Königsberg ontslagen, Van Eyck van Heslinga tot bestuurder van Königsberg B.V. benoemd, vooralsnog voor de periode van een jaar, en bepaald, dat één aandeel van W.K. Scherpenzeel Pensioen B.V., gevestigd te Andijk, één aandeel van Vloot Vastgoed B.V., gevestigd te Wervershoof, en twee aandelen van Rohn Holding B.V. in het geplaatste kapitaal van Königsberg B.V. met onmiddellijke ingang ten titel van beheer zijn overgedragen aan voormelde bestuurder, eveneens vooralsnog voor een periode van één jaar.

1.4 Van Eyck van Heslinga heeft de Ondernemingskamer bij brief van 31 mei 2012 verzocht haar te ontheffen uit haar functies als bestuurder en beheerder van aandelen.

1.5 Bij verzoekschrift met producties, ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen op 4 juni 2012, hebben Scherpenzeel Pensioen c.s. de Ondernemingskamer verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, Königsberg op de voet van artikel 2: 355 jo 356 sub f BW te ontbinden en een vereffenaar te benoemen.

1.6 Bij brief van 5 juni 2012 heeft mr. Abeln de Ondernemingskamer namens Scherpenzeel Pensioen c.s. meegedeeld zich ten aanzien van voormeld verzoek van Van Eyck Van Heslinga te "conformeren naar het oordeel van de Ondernemingskamer" onder het gelijktijdig verzoek de beslissing op dit punt aan te houden tot de beslissing op hun hiervoor onder 1.5 bedoelde verzoek.

1.7 Bij brief van 5 juni 2012 heeft mr. Van de Sande bezwaar gemaakt tegen de door Van Eyck van Heslinga verzochte ontheffing.

1.8 Rohn Holding (bij abuis vermeldt het verzoekschrift "Ronald Rohn Holding BV") heeft bij op 20 juni 2012 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties verzocht het verzoek af te wijzen. Op haar beurt heeft zij verzocht de benoeming van Van Eyck van Heslinga alsmede de overdracht van aandelen ten titel van beheer met één jaar te verlengen, een en ander met veroordeling van Scherpenzeel Pensioen c.s. in de kosten van het geding.

1.9 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 28 juni 2012. Mr. Abeln heeft het standpunt van Scherpenzeel Pensioen c.s. onder overlegging van een pleitnota nader toegelicht. Daarbij heeft hij het verzoek aangevuld met het verzoek alle aandelen ten titel van beheer over te doen dragen aan de op haar verzoek te benoemen vereffenaar. Mr. Van de Sande heeft het standpunt van Rohn Holding c.s. nader toegelicht. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen voormelde aanvulling van het verzoek en subsidiair dat verzoek bestreden. Voorts heeft hij namens Rohn Holding c.s. verklaard niet (langer) bezwaar te maken tegen de verzochte ontbinding en benoeming van een vereffenaar – naar de Ondernemingskamer begrijpt: onder gelijktijdige ontheffing van Van Eyck van Heslinga van haar taken – en daarom te kunnen instemmen met toewijzing van de desbetreffende verzoeken. Gelijktijdig heeft hij het hiervoor onder 1.8 vermelde tegenverzoek ingetrokken. Van Eyck van Heslinga heeft inlichtingen verschaft over haar werkzaamheden als bestuurder

Voorts hebben partijen en Van Eyck van Heslinga vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

2. De vaststaande feiten

2.1 De Ondernemingskamer blijft bij de feiten zoals opgesomd in haar voormelde beschikkingen van 29 september 2010 en 28 juli 2011.

3. De gronden van de beslissing

3.1 Van Eyck Heslinga heeft in haar voormelde brief van 31 mei 2012 uiteengezet, samengevat

- dat geen zicht op een oplossing van de geschillen tussen partijen op korte termijn bestaat,

- dat duurzame voortzetting van Königsberg en haar dochter Schidorf Königsberg GmbH, verder Schidorf, "ongewenst is, omdat de basis te smal is, liquide middelen ontbreken en de aandeelhouders niet langer met elkaar verbonden willen zijn middels een joint venture" en

- dat de vennootschap daarom op korte termijn dient te worden ontbonden, doch dat dit wegens de voor een desbetreffend besluit vereiste gekwalificeerde meerderheid in de algemene vergadering van aandeelhouders niet kan worden bereikt.

3.2 Scherpenzeel Pensioen c.s. hebben in het verzoekschrift en ter terechtzitting uiteengezet dat er "geen zicht is op een oplossing voor de problemen, een duurzame voortzetting van de bedrijfsvoering illusoir is, een bestuurlijke impasse dreigt en Rohn Holding zijn medewerking onthoudt aan een besluit tot ontbinding" zodat zij geen andere weg zien dan het treffen van de gevraagde voorzieningen.

3.3 Zoals hiervoor vastgesteld hebben Rohn Holding c.s. verklaard te kunnen instemmen met toewijzing van het verzoek tot ontbinding en benoeming van een vereffenaar onder gelijktijdige ontheffing van Van Eyck van Heslinga van haar taken.

3.4 Ook de Ondernemingskamer stelt – mede gelet op de uitkomst van het onderzoek – vast dat de problemen binnen Königsberg en haar dochter Schidorf niet zonder verder ingrijpen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden opgelost. De Ondernemingskamer concludeert dan ook dat de reeds getroffen voorzieningen niet toereikend zijn om aan het wanbeleid een einde te maken en dat in de gegeven omstandigheden ontbinding van Königsberg geboden is. Königsberg heeft geen werknemers in dienst en niet (behoorlijk gemotiveerd) gesteld is – en evenmin gebleken is – dat het openbaar belang zich tegen ontbinding verzet. Dat er "gerede aanwijzingen zijn voor (fiscale en financiële) onregelmatigheden die zijn gepleegd door Scherpenzeel en/of Vloot", zoals Rohn Holding c.s. in het verweerschrift nog opmerkten (9.1), maakt dat niet anders. Voor zover die stelling juist zou zijn, kunnen ook tijdens een vereffening gevolgen aan die aanwijzingen worden verbonden. De Ondernemingskamer zal het verzoek tot ontbinding overeenkomstig de gezamenlijke wens van partijen toewijzen onder gelijktijdige benoeming van een vereffenaar op de hierna te vermelden wijze.

3.5 De Ondernemingskamer is daarbij van oordeel, dat voorkomen dient te worden dat een van de aandeelhouders nog de mogelijkheid zal hebben een naar het oordeel van de vereffenaar wenselijk besluit te blokkeren, ook voor zover het gaat om besluiten waarvoor op grond van de statuten een statutaire meerderheid is vereist. De Ondernemingskamer acht daarom termen aanwezig om ten aanzien van de overdracht van aandelen ten titel van beheer ambtshalve te beslissen als hierna te melden. Als gevolg daarvan is blokkeren als hiervoor bedoeld niet meer mogelijk, doch zullen de aandeelhouders wel de mogelijkheid behouden hun standpunt in een vergadering van aandeelhouders uiteen te zetten. In het midden kan blijven of het eerst ter terechtzitting door Scherpenzeel Pensioen c.s. geformuleerde verzoek met dezelfde strekking gelet op het daartegen door Rohn Holding c.s. gemaakte bezwaar voor behandeling in aanmerking komt.

3.6 De Ondernemingskamer zal het verder niet bestreden verzoek van Van Eyck van Heslinga tot ontheffing van haar taken inwilligen.

3.7 Aangezien de ontbinding niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard en een bestuursvacuüm dient te worden vermeden, zal de Ondernemingskamer de te benoemen vereffenaar tevens benoemen tot bestuurder van Königsberg tot op het moment, dat deze beschikking onherroepelijk is geworden of op andere wijze daarin is voorzien.

3.8 De Ondernemingskamer acht termen aanwezig de kosten van het geding tussen partijen te compenseren als hierna te melden.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

ontbindt Königsberg B.V., gevestigd te Arnhem;

benoemt mr. L.C.J.M. Spigt te Amsterdam tot vereffenaar van de ontbonden vennootschap;

benoemt mr. Spigt voornoemd tot bestuurder van Königsberg B.V. tot op het moment, dat deze beschikking onherroepelijk is geworden of op andere wijze in het bestuur of de vereffening is voorzien;

bepaalt, vooralsnog voor een periode van twee jaren, dat de aandelen die respectievelijk W.K. Scherpenzeel Pensioen B.V., gevestigd te Andijk, Vloot Vastgoed B.V., gevestigd te Wervershoof, en Rohn Holding B.V, gevestigd te Huissen, gemeente Lingewaard, in het geplaatst kapitaal van Königsberg B.V. houden, met uitzondering van respectievelijk één door elk van hen gehouden aandeel met onmiddellijke ingang ten titel van beheer zijn overgedragen aan de hiervoor benoemde bestuurder respectievelijk vereffenaar van Königsberg B.V.;

bepaalt dat het salaris en de kosten van de bestuurder, de vereffenaar respectievelijk de beheerder ten laste komen van Königsberg B.V. en dat zij, Königsberg B.V., voor de betaling daarvan ten genoege van deze vóór de aanvang van zijn werkzaamheden zekerheid dient te stellen;

ontheft drs. H.C. van Eyck van Heslinga van haar taken als bestuurder en als beheerder van aandelen en beëindigt de overdracht van aandelen bepaald bij de bij de beschikking van 28 juli 2011;

compenseert de kosten van het geding tussen partijen aldus dat ieder de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte;

verklaart deze beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en prof. dr. M.A. van Hoepen RA en prof. dr. J. Klaassen RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 4 juli 2012.