Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2499

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
24-07-2012
Zaaknummer
200.103.316/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Procesrecht, griffierecht. Toevoeging niet tijdig overgelegd als gevolg van omstandigheden die niet aan verzoekers zijn toe te rekenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

BESCHIKKING

op het verzet op grond van art. 29 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) van:

1. X,

2. mr. J. de Ruiter, advocaat te Kampen,

verzoekers.

1. De procedure

Bij op 9 maart 2012 door de griffie ontvangen verzoekschrift zijn verzoekers in verzet gekomen tegen de hierna te noemen beslissing van de griffier van dit hof van 21 februari 2012.

Het hof heeft beschikking bepaald op heden.

2. Bestreden beslissing

Bij beslissing van 21 februari 2012 heeft de griffier van dit hof in de zaak met zaaknummer 200.101.758/01 de beslissing een bedrag van € 1.513,- aan vast recht te heffen bij verzoeker sub 2 gehandhaafd. Verzoeker sub 2 had namelijk wel mededeling gedaan van het aanvragen van een toevoeging, maar had verzuimd de toevoegingsaanvraag over te leggen.

De zaak heeft betrekking op een vordering in verband met een onrechtmatige daad. De dagvaarding in die zaak is op 14 februari 2012 aangebracht.

3. Verzoek

Verzoekers maken bezwaar tegen het in rekening brengen van het volledige griffierecht.

Zij stellen dat abusievelijk de toevoegingsaanvraag niet is meegezonden met de dagvaarding in hoger beroep, maar dat er op dat moment ook nog geen beschikking van toevoeging was ontvangen. In eerste instantie is op 31 januari 2012 de toevoeging afgewezen, maar omdat verzoeker sub 1 thans onvermogend is, hebben verzoekers op 28 februari 2012 een peiljaarverlegging aangevraagd. De toevoeging is uiteindelijk toegekend op 13 maart 2012, waarna verzoeker sub 2 deze zo spoedig mogelijk aan het hof heeft doen toekomen. Verzoekers verzoeken het griffierecht te verlagen naar een griffierecht voor onvermogenden.

4. Beoordeling

4.1. Artikel 16 lid 2 jo lid 4 Wgbz laat geen andere uitleg toe dan dat er alleen een uitzondering gemaakt kan worden voor het niet tijdig overleggen van een toevoegingsaanvraag als er sprake is van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan een partij zijn toe te rekenen.

In deze zaak staat vast dat verzoekers bij dagvaarding in hoger beroep d.d. 14 februari 2012 mededeling hebben gedaan van de aanvraag van een toevoeging. Een toevoeging(saanvraag) is toen echter niet overgelegd. Uit het dossier blijkt dat de eerste toevoegingsaanvraag van verzoekers op 31 januari 2012 is afgewezen en dat zij daarna een peiljaarverlegging hebben aangevraagd. Het griffierecht is bij nota van 16 februari 2012 geheven. Uit het dossier blijkt voorts dat uiteindelijk op 13 maart 2012 een toevoeging is afgegeven, die verzoekers in onderhavige procedure bij brief van 13 maart 2012 hebben overgelegd. Het hof is van oordeel dat, hoewel de toevoegingsaanvraag niet tijdig is overgelegd, voldoende is komen vast te staan dat dit een gevolg is van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan verzoekers zijn toe te rekenen, zoals bedoeld in artikel 16 lid 2 jo lid 4 Wgbz.

4.3. Het voorgaande leidt ertoe dat het bezwaar van verzoekers gegrond is en dat alsnog het tarief voor onvermogenden toegepast dient te worden, voor zover dit niet reeds is gebeurd.

4.4. Dit leidt tot de volgende beslissing.

5. Beslissing

Het hof verklaart het verzet gegrond en gelast de griffier in de zaak met zaaknummer 200.101.758/01 met betrekking tot S.C.F. X het griffierecht voor onvermogenden te heffen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J.J. Los, W.J. Noordhuizen en G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 juni 2012.