Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1697

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-07-2012
Datum publicatie
18-07-2012
Zaaknummer
11/00445
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Hof oordeelt dat er geen twijfel bestaat over de geldigheid van indelingsverordening 1141/2008 waarin lineaire bewegingssystemen worden ingedeeld onder GN-code 8482 10 90. De ingevoerde goederen kunnen onder voormelde post worden ingedeeld. Gelet op het bepaalde in aantekening 2 op Afdeling XVI is indeling onder de door belanghebbende voorgestane GN-code 8431 en GN-code 8487 uitgesloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerk 11/00445

5 juli 2012

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[A] B.V., te [X], belanghebbende,

gemachtigde: C.H. Bouwmeester, belastingadviseur, Loyens & Loeff te Amsterdam

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 09/1046 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane [Z],

de inspecteur.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. De inspecteur heeft in de periode van 15 december 2008 tot en met 26 januari 2009 aan belanghebbende in totaal vijftien uitnodigingen tot betaling (UTB’s) uitgereikt voor een bedrag van € 7.974,32 naar aanleiding van aangiften ten invoer van goederen omschreven als “kogellagers andere”. Na bezwaar heeft de inspecteur bij in één geschrift vervatte uitspraken, gedagtekend 13 februari 2009 de UTB’s gehandhaafd.

1.2. Bij uitspraak van 19 april 2011 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.3. Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 26 mei 2011. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 mei 2012. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

1.5. Op verzoek van het Hof heeft belanghebbende na de zitting een exemplaar van een ter zitting getoonde DVD doen toekomen aan het Hof en aan de inspecteur. Het Hof heeft deze DVD ontvangen op 5 juni 2012.

2. Feiten

2.1.1. De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1 tot en met 2.3. van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’.

“2.1. Eiseres is douane-expediteur. Uit dien hoofde heeft zij ten behoeve van [ B], een importeur van lineaire bewegingssystemen, 15 aangiften ten invoer ingediend in de periode 15 december 2008 tot en met 26 januari 2009. De lineaire bewegingssystemen betreffen een op maat gemaakte rechthoekige geleiderail van staal en een rechthoekige casing. De rail is aan de buitenzijde over de hele lengte voorzien van twee zich recht tegenover elkaar bevindende gleuven. De rail is voorzien van schroefgaten, die het mogelijk maken de rail te monteren aan of op een specifieke ondergrond. Op de geleiderail is één wagentje, een zogeheten ‘casing’, bevestigd. De casing is aan beide zijden van binnen voorzien van een circuit van stalen kogels. De casing kan via de voormelde gleuven lineair langs de geleiderail voortbewegen door middel van de stalen kogels, die dienen als rollend element. De casing is rechthoekig, vlak en voorzien van schroefgaten, waardoor het mogelijk is de casing te bevestigen aan een toestel, apparaat of gereedschap. Het circuit van stalen kogels zorgt voor een zuivere en wrijvingsarme beweging van de casing over de geleiderail. Het onderhavige product kan worden gebruikt om zeer nauwkeurige bewegingen mogelijk te maken binnen machinewerktuigen, meetapparatuur, disk drives, toestellen voor het vervaardigen van geïntegreerde schakelingen (IC’s), controleapparatuur, industriële robots, etc. Het product is naar gelang de wens van de koper in diverse maten leverbaar.

2.2. De lineaire bewegingssystemen zijn door eiseres in de door haar ingediende aangiften ten invoer met ingang van 9 december 2008 ingedeeld onder GN-code 8482 1090 op grond waarvan 8% douanerecht is verschuldigd. Vóór deze datum werden deze goederen door haar ingedeeld onder GN-code 8431 3970 op grond waarvan 0% douanerecht was verschuldigd. De gewijzigde codering is gegrond op de per 9 december 2008 in werking getreden Verordening (EG) nummer 1141/2008 van 13 november 2008 (hierna: de verordening). In de verordening worden lineaire bewegingssystemen als de onderhavige ingedeeld onder GN-code 8482 1090. (…)

2.3. Het geschil heeft betrekking op de UTB’s uitgereikt naar aanleiding van de navolgende aangiften:

Aangifte aangegeven GN-code aangegeven douanewaarde (€) douane recht (€)

15-12-2008 8482 1090 17.015 1.361,20

15-12-2008 8482 1090 4.689 375,12

17-12-2008 8482 1090 2.228 178,24

22-12-2008 8482 1090 4.546 363,68

22-12-2008 8482 1090 24.080 1.926,40

22-12-2008 8482 1090 2.883 230,64

24-12-2008 8482 1090 1.140 91,20

29-12-2008 8482 1090 2.986 238,88

09-1-2009 8482 1090 2.261 180,88

13-1-2009 8482 1090 13.251 1.060,08

13-1-2009 8482 1090 1.240 99,20

19-1-2009 8482 1090 4.963 397,04

19-1-2009 8482 1090 9.292 743,36

26-1-2009 8482 1090 7.965 637,20

26-1-2009 8482 1090 4.200 336,00.”

2.1.2. Ter zitting hebben partijen verklaard dat dit de relevante feiten zijn. Het Hof volgt partijen hierin en ziet geen aanleiding de feiten nader aan te vullen.

3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daarbij het volgende overwogen:

“5.1. De indeling van het onderhavige product is reeds aan de orde geweest in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van Hof Amsterdam van 29 augustus 2006, nr. 01/90089. Daarin is, voor zover hier van belang, als volgt overwogen:

“6.1. Voorzover belanghebbende heeft gesteld dat het onderhavige sub 2.3. omschreven goed moet worden ingedeeld onder post 8428 onderscheidenlijk post 8466 van het GDT, overweegt de Douanekamer als volgt. Het onderhavige goed kan niet worden aangemerkt als een zelfstandige machine of toestel voor het hanteren van goederen in de zin van post 8428. Het beroep op die indeling faalt derhalve. Post 8466 mist eveneens toepassing. Uit de feiten blijkt immers dat het onderhavige goed niet uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd voor de machines bedoeld bij de posten 8456 tot en met 8465.

6.2. Uit de sub 3.2. aangehaalde Aantekening 2, aanhef en onderdeel a, op Afdeling XVI volgt onder meer, dat delen van machines die als zodanig onder één van de posten van hoofdstuk 84 kunnen worden ingedeeld, andere dan post 8431, onder die posten blijven ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn. Onderdeel b van voormelde Aantekening bepaalt, voorzover hier van belang, dat andere dan de in onderdeel a bedoelde delen naar gelang van het geval worden ingedeeld onder post 8431. Gelet op onderdeel c van deze Aantekening, kunnen andere delen dan bedoeld in de onderdelen a en b onder post 8485 worden ingedeeld.

6.3. De Douanekamer is van oordeel dat in casu onderdeel b van voornoemde Aantekening als volgt moet worden toegepast. Gelet op de sub 2.3. omschreven kenmerken en eigenschappen van het product, waaronder de uitvoering op maat, en mede daarom ook gelet op het feitelijk gebruik ervan, kan worden gezegd dat het goed hoofdzakelijk is bestemd als deel van machines of toestellen voor het hanteren van goederen als bedoeld bij post 8428. Het karakter van transporthulpmiddel heeft een doorslaggevende betekenis, waarbij de kogellagers niet sec zijn te beoordelen, maar moeten worden beschouwd als een ondersteunend element binnen het samengesteld werk als geheel. Hieruit volgt dat met toepassing van de algemene indelingsregels 1 en 6 het goed moet worden ingedeeld onder post 8431 39 90 van het GDT.

6.4. Steun voor dit oordeel vindt de Douanekamer in de Toelichting (GS) op post 8482, op grond waarvan delen van machines of mechanische elementen, die kogellagers bevatten, worden uitgezonderd van die post, en moeten worden ingedeeld naar eigen aard en samenstelling. Uit het sub 6.3. overwogene volgt dat het gestelde sub A.3. van laatstgenoemde Toelichting op een samengesteld product als het onderhavige niet van toepassing is.”

5.2. De uitspraak van Hof Amsterdam dateert van vóór de inwerkingtreding van de verordening. Nu niet in geschil is dat de verordening betrekking heeft op het onderhavige product en het product dienovereenkomstig is ingedeeld, is de indeling juist, tenzij moet worden geconcludeerd dat de Commissie bij de vaststelling van de verordening de haar bij artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 2658/87 verleende bevoegdheden heeft overschreden, zoals eiseres stelt. In dat kader dient de vraag te worden beantwoord of de Commissie door vaststelling van de verordening de draagwijdte van de GS-posten op ongeoorloofde wijze heeft gewijzigd (vgl. HvJ EU van 18 juli 2007 inzake F.T.S. International B.V., C-310/06, r.o. 21).

5.3. Uit de tekst van de verordening volgt dat de Commissie voornoemde uitspraak van Hof Amsterdam, in het bijzonder hetgeen is overwogen onder 6.3. tweede zin, onjuist acht. De rechtbank leidt dit af uit de volgende passage:

“Aangezien het lineaire bewegingssysteem in verschillende soorten machines kan worden gebruikt, kan het niet worden aangemerkt als een deel dat uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt is voor gebruik in een bepaald soort machine in de zin van aantekening 2, onder b), op afdeling XVI. Indeling van het systeem als deel van een machine onder een post als 8431, 8466 of 8522 is daarom uitgesloten.”

De Commissie acht derhalve, anders dan Hof Amsterdam, indeling van het product onder GN-post 8431 niet mogelijk.

5.4.1. Verweerder sluit zich aan bij de visie van de Commissie en voert aan dat het product niet hoofdzakelijk is bestemd voor een bepaalde machine noch voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines. Het product wordt, zo voert hij aan, ook gebruikt in andere machines of toestellen dan die bedoeld in de GN-posten 8425 tot en met 8430. Hij heeft in dat verband onder meer gewezen op het grootschalig gebruik van het product in cd-spelers: apparaten die niet kunnen worden ingedeeld in de GN-posten 8425 tot en met 8430.

5.4.2. Tevens voert verweerder aan dat de hoofdfunctie van het product de glijdende werking daarvan is en niet, zoals Hof Amsterdam heeft geoordeeld, de transportfunctie.

5.5. Eiseres stelt primair dat het product niet kan worden aangemerkt als een kogellager omdat het enkel voorziet in een lineaire beweging en niet in een radiale beweging hetgeen juist kenmerkend zou zijn voor een kogellager. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling. Kenmerkend voor een kogellager is dat door een zogenoemde casing gevuld met kogels, een wrijvingsarme beweging mogelijk wordt. Daarbij is de richting van de wrijvingsarme beweging, anders dan eiseres stelt, niet wezenlijk. De GS-toelichting op GN-post 8482 biedt evenmin grond voor de beperkte uitleg van eiseres. De rechtbank verwijst in dit kader naar de aldaar onder A, ten derde gebezigde terminologie “onbeperkte koers” alsmede de eerste zin van deze toelichting waaruit volgt dat de bedoelde artikelen in de regel worden aangebracht om radiale (radiale lagers) óf axiale (axiale lagers) krachten op te nemen.

5.6. De stelling van eiseres dat het wezen van het product is gelegen in de transportfunctie volgt de rechtbank evenmin. Het wezen van het product is niet gelegen in de transportfunctie nu daarvoor, zo is ter zitting onweersproken gesteld, ook andere systemen, zonder kostbare kogellagers, kunnen worden gehanteerd. Het voordeel van het onderhavige product boven andere (minder kostbare) bewegingssystemen is in het bijzonder gelegen in de wrijvingsarme beweging die het mogelijk maakt. Daar komt bij dat de transportfunctie waar eiseres op doelt, eerst ontstaat als de afnemer van het product op de casing een te transporteren deel bevestigt. Het product als zodanig, zonder voorgenoemde bevestiging, is niet tot enig transport in staat en kan daaraan dan ook niet zijn hoofdfunctie ontlenen.

5.7. Ter zitting is door eiseres onweersproken gesteld dat het product in diverse maten wordt geproduceerd en geleverd en dat de keuze van een afnemer voor een bepaalde maatvoering wordt ingegeven door de bestemming die de koper daarvoor op het oog heeft. De rechtbank leidt hieruit af dat het product een universeel product is dat niet is bestemd voor een specifiek(e) machine/apparaat. Verweerder heeft gemotiveerd en aannemelijk gesteld dat het product in een scala van grote en kleine machines en apparaten kan worden verwerkt. Derhalve kan niet worden gezegd dat het product kan worden aangemerkt als een deel dat uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd is voor de machines en toestellen bedoeld bij de posten 84.25 tot en met 84.30. Alsdan is blijkens de eerste zin van de GS-toelichting op GN-post 8431, indeling onder GN-code 8431 3970 niet aan de orde.

5.8. Het voorgaande houdt in dat van de indeling door de Commissie niet kan worden gezegd dat zij de draagwijdte van de GS-posten op ongeoorloofde wijze heeft gewijzigd. De rechtbank twijfelt niet aan de geldigheid van de verordening en ziet geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Toepassing van de verordening leidt tot indeling onder GN-code 8482 1090. Het gelijk is aan verweerder.“

4. Geschil in hoger beroep

Evenals bij de rechtbank is in geschil de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) van de ingevoerde lineaire bewegingssystemen.

5. Standpunten van partijen

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken. Voor het verhandelde ter zitting wordt verwezen naar het proces-verbaal van zitting.

6. Relevante wet- en regelgeving, zoals deze golden ten tijde van de aanvaarding van de aangiften ten invoer.

GN-code 8428 90 95

8428 Andere hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede andere machines en toestellen voor het hanteren van goederen (bijvoorbeeld liften, roltrappen, transportbanden, kabelbanen):

(…)

8428 90 - andere machines en toestellen:

(…)

- - andere:

(…)

- - - andere:

(…)

8428 90 95 - - - - andere

GN-code 8431 39 70

8431 Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines of toestellen bedoeld bij de posten 8425 tot en met 8430:

(…)

- van machines of toestellen bij post 8428:

(…)

8431 39 - - andere:

(…)

8431 39 70 - - - andere

GN-code 8482 10 90

8482 Kogellagers, rollagers, naaldlagers en dergelijke lagers:

8482 10 - kogellagers:

8482 10 10 - - met een grootste uitwendige diameter van niet meer dan 30 mm

8482 10 90 - - andere

GN-code 8487 90 59

8487 Delen van machines of van toestellen, niet genoemd of niet begrepen onder

andere posten van dit hoofdstuk en niet voorzien van elektrische verbindingsstukken, van elektrisch geïsoleerde delen, van spoelen, van contacten of van andere elektrotechnische delen:

(…)

- andere:

(…)

- - van ijzer of van staal

8487 90 59 - - - andere

Aantekening 2 op Afdeling XVI van het Geharmoniseerd Systeem luidt als volgt:

“Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a) delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;

b) delen, andere dan die bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;

c) andere delen worden ingedeeld onder post 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval, of, indien dit niet mogelijk is, onder post 8487 of 8548.”.

De GS toelichting op post 8431 luidt als volgt:

“Met inachtneming van de regels betreffende de indeling van delen (zie de toelichting IDR (algemene opmerkingen) opgenomen in aant. 1 op Aantekening 2 IDR op afdeling XVI) omvat deze post de delen die uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines en toestellen bedoeld bij de posten 84.25 tot en met 84.30.

Een groot aantal delen van de werktuigen met eigen beweegkracht kunnen niet onder deze post worden ingedeeld omdat zij:

a. onder posten vallen met een meer specifieke omschrijving, bijvoorbeeld ophangveren (post 73.20), motoren (post 84.07, 84.08, enz.) en elektrische start- en ontstekingstoestellen (post 85.11);

b. identiek zijn met delen voor automobielen en niet geschikt om uitsluitend of hoofdzakelijk te worden gebruikt met de machines of toestellen bedoeld bij de posten 84.25 tot en met 84.30, uit hoofde waarvan zij als delen voor motorvoertuigen moeten worden ingedeeld; dit is onder meer het geval met wielen en met stuur- en reminrichtingen (post 87.08); of

c. delen zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt in machines of apparaten voor het heffen, hijsen, laden en lossen van staven, schijven (wafers), halfgeleiderelementen, elektronische geïntegreerde schakelingen of platte beeldschermen (post 84.86).

Post 84.31 omvat onder meer:

1. bakken of emmers, klemtangen, grijpers en dergelijke gewone bakken (emmers) met beugel of haak, kipbakken, onderlossende skips (met openslaande bodem), klapbakken (die in het midden kunnen openklappen) voor het opnemen van poeder- of korrelvormige stoffen, vethaken, klemtangen en dergelijke gereedschappen met twee of meer grijphaken voor het hanteren van bouwstenen, (blokken), rotsblokken, enz.

Elektrische hefmagneten voor schroot, enz. worden onder post 85.05 ingedeeld;

2. trommels voor lieren of kaapstanders; kraanarmen en -gieken; wagentjes en loopkatten voor hangbanen; bakken, emmers en wagentjes voor kabelbanen en luchtspoor; kooien en platforms voor liften; treden voor roltrappen; schraapkettingen (kettingen met meenemers) en emmers voor transporteurs of elevators, steunen, rollen (ook indien met motor) en trommels (ook indien met motor) voor transportbanden en rollenbanen; aanzet- en vertragingskoppen voor schudtransportbanden en schudtafels; afgrendelingsinrichtingen voor liftkooien, skips, enz.;

3. snij-ijzers, snijkettingen en armen voor kolenzaagmachines, bladen voor egaliseermachines of sleepschoppen of voor kolenschaven, enz.

Tot deze groep behoren eveneens bulldozer- en angledozerbladen die bestemd zijn om als arbeidswerktuigen op voertuigen van hoofdstuk 87 te worden gemonteerd;

4. de samenstellende elementen voor grondboringen of voor grondonderzoek: draaitafels (rotary tables), spoelkoppen (swivels), meeneemstangen (kellies), meeneemstangaandrijvers (kelly drive bushings), boorpijpkoppelingen (tooljoints), zwaarstangen (drill collars), verloopstukken (subs), boorpijpgeleiders (drill pipe guides), stopringen (stop-collars), keggenringen (spider bowls), keggen (split bushing slips), balansbalken voor stootboortoestellen, alsmede draaibare kabelmoffen; boorscharen (drilling jars);

5. graafemmers en armen voor mechanische graaf- of sleepschoppen, baggeremmers, al dan niet bevestigd op een ketting zonder eind; grijpers met snijbekken, heiblokken, enz.;

6. chassis op rupsbanden of op wielen, zonder eigen beweegkracht, voorzien van een spoelkoppeling of andere roterende uitrustingsstukken.

(…)

Verder zijn van post 84.31 uitgezonderd:

a. drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden van kunststof (hoofdstuk 39), gevulkaniseerde rubber (post 40.10), leder (post 42.05) of textielstoffen (post 59.10);

b. troppen en lengen (afdeling XI of XV);

c. holle staven voor boringen (post 72.28);

d. de bij olieboringen gebruikte buizen voor het bekleden van het boorgat (casing) en de bij de exploitatie gebruikte buizen (tubing) (posten 73.04 tot en met 73.06);

e. verstelbare of telescopische stutten voor mijngangen (post 73.08);

f. haken voor hijskabels en -kettingen (post 73.25 of 73.26);

g. mijnboorbeitels, boorkronen, schachtboren, kernboren en dergelijke gereedschappen voor grondboringen (post 82.07);

h. veiligheidssloten voor personen- en goederenliften en dergelijke (post 83.01);

ij. riemschijven, takelblokken en tandwielen (post 84.83).”

De GS toelichting op post 8482 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“De bij deze post bedoelde artikelen worden ter vervanging van lagerschalen gebruikt om energieverlies door wrijving tegen te gaan en worden in de regel tussen het kussenblok (asblok) en de as aangebracht om de radiale (radiale lagers) of de axiale (axiale lagers) krachten op te nemen. Sommige soorten nemen zowel radiale als axiale krachten op.

Bedoelde lagers bestaan meestal uit twee concentrische loopringen en uit rollichamen (kogels, naalden, rollen, enzovoort), die tussen de ringen lopen en door een houder (kooi) op regelmatige afstand van elkaar worden gehouden.

Men onderscheidt in het bijzonder:

A. kogellagers (met één of twee rijen kogels) daaronder begrepen kogelbussen, zoals:

1. die, samengesteld uit een stalen ring waarbinnen een messingring is gevat, voorzien van zes groeven in de lengterichting, met de vorm van een verlengde ellips waarin zich kleine stalen kogels verplaatsen;

2. die met beperkte koers (slag), van staal, bestaande uit een geribde cilinder, een kogelkooi en een buiten mantel;

3. die met onbeperkte koers (slag), van staal, bestaande uit een segment, een reservoir met kogels en een geleiderail voorzien van driehoekige gleuven;”

De indelingsverordening (EG) nr.1141/2008 bevat de volgende tekst:

Omschrijving Indeling

(GN-

Code) Motivering

Lineair bewegingssysteem bestaande uit een schuifmechanisme met twee groeven en een rechthoekige behuizing met kogellagers.

De behuizing beweegt langs de groeven in het schuifmechanisme door middel van de kogellagers.

Het lineaire bewegingssysteem wordt gebruikt in verschillende soorten machines, bijvoorbeeld in laad-, los- en overslagmachines, werktuigmachines of dvd-spelers.

8482

1090 De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 2 a) op afdeling XVI, en de tekst van de GN-codes 8482, 8482 10 en 8482 10 90.

Aangezien het lineaire bewegingssysteem in verschillende soorten machines kan worden gebruikt, kan het niet worden aangemerkt als een deel dat uitsluitend of hoofdzakelijk geschikt is voor gebruik in een bepaald soort machine in de zin van aantekening 2, onder b), op afdeling XVI. Indeling

van het systeem als deel van een machine onder een post als 8431, 8466 of 8522 is daarom uitgesloten.

Het lineaire bewegingssysteem wordt aangemerkt als zijnde een schuifmechanisme met kogellagers van het vrij bewegende type van post 8482 (zie de GS-toelichting op post 8528 (Hof: bedoeld zal zijn 8482 ), onder A, punt 3)).

Aangezien het lineaire bewegingssysteem een product is dat is genoemd onder post 8482, moet het met toepassing van aantekening 2, onder a), op afdeling XVI onder die post worden ingedeeld.

Hof: In de Franse, Engelse en Duitse taalversie van de geciteerde tekst van Vo 1141/2008 wordt telkens de term ‘kogels’ (billes/bearing balls/Kugeln) gebruikt in plaats van ‘kogellagers’. Het Hof gaat er daarom van uit dat in de Nederlandse taalversie voor ‘kogellagers’ dient te worden gelezen ‘kogels’.

7. Beoordeling van het geschil

7.1. Partijen hebben ter zitting eenparig verklaard dat de ingevoerde goederen ‘lineaire bewegingssystemen’ zijn, als beschreven in Verordening 1141/2008 van de Commissie van 13 november 2008. Tussen partijen is daarmee niet meer in geschil dat, nu alle invoeraangiften zijn gedaan na de datum van inwerkingtreding van genoemde verordening, de goederen in beginsel als ‘kogellagers’ dienen te worden ingedeeld onder GN-code 8482 10 90.

7.2. Belanghebbende betwist echter de juistheid van door de Europese Commissie voorgeschreven indeling en verzoekt het Hof daarom een oordeel te vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de geldigheid van Verordening 1141/2008 van de Commissie.

7.3. Belanghebbende staat, in afwijking van de indelingsverordening, een indeling onder post 8431 dan wel post 8487 voor.

7.4. Het Hof dient gelet op het door belanghebbende gestelde te onderzoeken of er bij hem twijfel bestaat over de juistheid van genoemde indelingsverordening. Het Hof stelt dienaangaande voorop dat ingevolge indelingsregel 1 de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken wettelijk bepalend zijn voor de indeling van goederen in de GN. Aantekening 2 op afdeling XVI voorziet in specifieke regels voor de indeling van ‘delen van machines’, zoals de onderwerpelijke lineaire bewegingssystemen. De onderdelen a, b en c van deze aantekening kennen een dwingende rangorde: onderdeel c vindt uitsluitend toepassing indien indeling aan de hand van onderdeel a of b niet mogelijk is en onderdeel b vindt enkel toepassing indien indeling op grond van onderdeel a niet mogelijk is.

7.5. Uit onderdeel a van aantekening 2 op afdeling XVI volgt dat delen van machines welke als zodanig onder één van de posten van hoofdstuk 84 of 85, andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548, kunnen worden ingedeeld, onder die posten blijven ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn. Hieruit volgt dat indeling onder de door belanghebbende voorgestane posten 8431 en 8487 is uitgesloten, indien het mogelijk is om de onderwerpelijke lineaire bewegingssystemen als zodanig onder post 8482 in te delen. Deze mogelijkheid dient daarom eerst te worden onderzocht.

7.6. Een belangrijke aanwijzing dat lineaire bewegingssystemen als ‘kogellagers’ in de zin van post 8482 kwalificeren, vindt het Hof in onderdeel A, ten derde, van de GS-toelichting op post 8482. Het aldaar beschreven product, dat als ‘kogellager’ wordt bestempeld, is, naar partijen hebben verklaard, een lineair bewegingssysteem.

De in het kader van de Werelddouaneorganisatie (hierna: WDO) vastgestelde GS-toelichtingen zijn belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten (HvJ 4 maart 2004, Krings, C-130/02, punt 28), doch zij zijn rechtens niet bindend, zodat in voorkomend geval moet worden onderzocht of de inhoud van de toelichting in overeenstemming is met de GN-post en of deze de draagwijdte ervan niet wijzigt (HvJ 16 juni 1994, Develop Dr. Eisbein, C-35/93, punt 21).

7.7. Anders dan belanghebbende heeft betoogd is naar ’s Hofs oordeel geen sprake van een wijziging van de draagwijdte van post 8482 door de voormelde GS-toelichting op deze post, welke toelichting dragend is voor de indelingsverordening 1141/2008. Het Hof overweegt terzake als volgt.

7.8. Een lager beoogt een wrijvingsarme beweging mogelijk te maken tussen twee delen van een constructie. Bij een kogellager wordt de wrijving tussen twee delen van een constructie gereduceerd door kogels die binnen het lager kunnen rollen. Het kogellager bestaat daartoe uit twee delen, waartussen zich de kogels bevinden. Het ene deel van het kogellager wordt aan het eerste deel van de constructie bevestigd en het andere deel van het kogellager wordt aan het tweede deel van constructie bevestigd. Na montage kunnen de aan het kogellager bevestigde delen van de constructie wrijvingsarm ten opzichte van elkaar bewegen, dankzij de kogels die zich in het kogellager bevinden. De onderwerpelijke lineaire bewegingssystemen hebben alle kenmerken van een kogellager zoals hiervoor beschreven. Met name kan naar ’s Hofs oordeel niet worden gezegd dat de lineaire bewegingssystemen over een ‘transportfunctie’ beschikken, welke aan een indeling als kogellagers in de weg zou staan.

7.9. In de bewoordingen van post 8482, noch in de toelichting, kan een aanwijzing worden gevonden dat van een ‘kogellager’ in de zin van deze post geen sprake kan zijn indien het lager een lineaire beweging mogelijk maakt en geen roterende beweging. Ook anderszins is het Hof niet gebleken dat meergenoemde GS-toelichting de draagwijdte van post 8482 heeft gewijzigd.

7.10. Uit het vorenoverwogene volgt dat de onderwerpelijke lineaire bewegingssystemen als zodanig onder post 8482 kunnen worden ingedeeld. Gelet op het bepaalde in aantekening 2 op afdeling XVI is indeling onder de door belanghebbende voorgestane posten 8431 en 8487 daarom uitgesloten. Er bestaat bij het Hof derhalve geen twijfel over de geldigheid van Verordening 1141/2008 van de Commissie.

Slotsom

7.11. De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

8. Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

9. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. E.M. Vrouwenvelder, voorzitter, B.A. van Brummelen en G.D. van Norden, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van R.J.M. Bosch, als griffier. De beslissing is op 5 juli 2012 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.