Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0412

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-02-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
200.091478-01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2011:BR1940, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen geslaagd beroep op ontbinding van de koopovereenkomst van een Hästens-matras, die niet aan de overeenkomst zou beantwoorden omdat de matras meer dan tien jaar geleden is geproduceerd. Koop uit faillissementspartij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/255
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaaknummer 200.091.478/01

28 februari 2012

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

[ APPELLANT ],

wonende te [ A ],

APPELLANT,

advocaat: mr. J. Bosman te Ede,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OOST MATRASSEN B.V.,

GEÏNTIMEERDE,

advocaat: mr. D. van de Klomp te Amsterdam.

Partijen zullen worden aangeduid als achtereenvolgens [ Appellant ] en Oost Matrassen.

1. Het procesverloop

1.1 Bij dagvaarding van 22 juli 2011 is [ Appellant ] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 27 april 2011, gewezen onder num¬mer 467324/HA ZA 10/2614 tussen hem als eiser en Oost Matrassen als gedaagde.

1.2 In de (spoedappèl)dagvaarding heeft [ Appellant ] grieven naar voren gebracht en gevorderd, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, zijn vorderingen alsnog zal toewijzen, vermeerderd met rente en kosten.

1.3 Bij conclusie van eis in hoger beroep heeft [ Appellant ] gevorderd dat de zaak niet als spoedappèl, maar als een gewone zaak zal worden behandeld.

1.4 Oost Matrassen heeft een memorie van antwoord genomen, met conclu¬sie tot, kort gezegd, bekrachtiging van het bestreden vonnis.

1.5 Partijen hebben hun zaak mondeling toegelicht, [ Appellant ] door mr. Bosman en Oost Matrassen door mr. Van de Klomp, beide onder overlegging van pleitnotities.

1.6 Tenslotte hebben partijen om arrest gevraagd.

2. De feiten

2.1 [ Appellant ] heeft een aantal grieven gericht tegen de door de rechtbank in het vonnis van 27 april 2011 onder 2.1 tot en met 2.7 als vaststaand aangemerkte feiten. De grieven betreffen echter grotendeels meer door [ Appellant ] gestelde onvolledigheid, dan de juistheid van de door de rechtbank vastgestelde feiten.

Met inachtneming van de door [ Appellant ] naar voren gebrachte bezwaren tegen de door de rechtbank vastgestelde feiten, stelt het hof de feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende bestreden en voor zover relevant voor de beslissing van de zaak, als volgt vast.

2.2 Oost Matrassen exploiteert een beddenwinkel in Amsterdam-Buitenveldert en oefende voorheen haar bedrijf uit onder de naam Hästens Mega Store Amsterdam Buitenveldert.

2.3 In of omstreeks december 2009 heeft Oost Matrassen een advertentie geplaatst met de volgende inhoud:

"FAILLISSEMENT 5 BELGISCHE HÄSTENS FILIALEN

Hästens Mega Store

Amsterdam Buitenveldert

verzorgt, na overname van curator

(...)

EXCLUSIEVE FAILLISEMENTSVERKOOP

VAN 5 BELGISCHE HÄSTENS VESTIGINGEN!

Dekbedden, bedtextiel, hoofdkussens, boxsprings, hoofdborden, matrassen, Hästens accessoires, Hästens winkel-interieur, winkelverlichting, Hästens tassen en koffers en alles wat er verder te koop wordt aangeboden uit de voorraad en inventaris van de vestigingen.

KORTINGEN VAN 50 tot 80%

(...)"

2.4 Naar aanleiding van de advertentie heeft [ Appellant ] een bezoek gebracht aan de winkel van Oost Matrassen. Daarbij is het oog van [ Appellant ] gevallen op een in de winkel opgesteld Hästens-bed (hierna: het bed). Het bed was het model 2000T van Hästens, met de afmeting 180 bij 210 cm.

2.5 Door verkoper [ verkoper ] is aan [ Appellant ] gezegd dat het een showroommodel betrof, dat vanwege het faillissement van vijf Belgische Hästens-vestigingen met een korting van 50% kon worden aangeboden.

Voorts heeft [ verkoper ] [ Appellant ] meegedeeld dat het bed ’s morgens uit het magazijn was gekomen, en dat het uit voorraad kwam.

2.6 [ Appellant ] heeft de verkoper gevraagd waarom er geen stretchtijk op het bed zat, terwijl dit wel zat op andere in de winkel aanwezige bedden. De verkoper heeft daarop geantwoord dat dat een ander model was.

2.7 Hierna is [ Appellant ] nog tweemaal teruggeweest in de winkel. Bij zijn derde bezoek heeft hij het bed gekocht voor een bedrag van € 12.425,50, inclusief twee onderbedden, een matras, een dekmatras en een molton. De koopprijs was 50% van de adviesprijs van de prijslijst van 2009.

2.8 Op de bon is vermeld dat het bed een showroommodel is.

2.9 Enige tijd na de levering van het bed heeft [ Appellant ] bij Oost Matrassen geklaagd over een gebrek aan het bed, namelijk dat hij iets hards voelde in het midden van de matras.

2.10 Op 26 januari 2010 heeft de after-sales manager van Oost Matrassen het bed geïnspecteerd. Daarbij heeft deze te kennen gegeven geen enkele uitspraak te willen doen.

2.11 Bij brief van 11 maart 2010 heeft Oost Matrassen aan [ Appellant ] meegedeeld dat zij geen dealer meer is van Hästens, dat zij daardoor de serviceaanvraag van [ Appellant ] niet verder kan afhandelen en dat de serviceaanvraag is neergelegd bij Hästens Nederland.

2.12 Op 26 april 2010 heeft een medewerker van Hästens Benelux, [ S ], het bed geïnspecteerd. [ S ] heeft naderhand nader onderzoek naar het bed gedaan.

2.13 In een e-mailbericht d.d. 9 mei 2010 heeft [ S ] het volgende bericht aan [ Appellant ]:

"(...)

Mijn bezoek aan u had met de aard van een klacht te maken, een hard iets in het midden van uw matras.

Wat ik heb kunnen constateren is dat dit bij het product hoort, dit is een stabilisatie stang die gebruikt werd op deze modellen.

Dit is uit het technisch oogpunt een normaal iets, alleen dat de stang iets omhoog gekomen was.

Wij hebben de matras gedraaid en u zou nog een aantal maanden het produkt uit proberen, dit ivm met dat u het comfort anders vond dan gedacht/ verwacht.(...)

Omtrent de leeftijd van de matras waar ik op terug zou komen, blijkt dat deze matras (2000t) minimaal 11 jaar oud is! (...)

De onderbakken zijn van een later stadium en de dek- matras is van de laatste 2 jaar (dit heb ik nog niet kunnen checken in Zweden).

Op/in de matras zit niet een kenmerk met een datum markering (dit heb ik ook niet kunnen vinden). Helaas kunnen wij dit niet tracken in ons systeem.

(...)"

2.14 Bij brief van 25 mei 2010 heeft [ Appellant ] de koopovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd.

In de hiervoor door het hof vastgestelde feiten ligt besloten dat de tegen de feitenvaststelling gerichte grieven I, II (gedeeltelijk), IV, V (gedeeltelijk) en VIII (gedeeltelijk) slagen. De grieven II (gedeeltelijk), III, V (gedeeltelijk), VI en VII falen, met name omdat de feiten die [ Appellant ] daar naar voren brengt, betwist zijn door Oost Matrassen, dan wel geen feiten maar standpunten van [ Appellant ] zijn, dan wel verder niet (meer) relevant zijn voor de beoordeling van het geschil.

3. De beoordeling

3.1 In de onderhavige zaak vordert [ Appellant ] ontbinding van de koopovereenkomst, primair op grond van bedrog en subsidiair op grond van dwaling. Als voortvloeisel daarvan vordert hij terugbetaling van de koopprijs, vermeerderd met rente en kosten.

De rechtbank heeft zijn vorderingen afgewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen richten zich de grieven van [ Appellant ].

3.2 De rechtbank heeft in r.o. 4.4 van het bestreden vonnis het beroep van [ Appellant ] op dwaling verworpen. Tegen deze beslissing is grief IX gericht. In de toelichting op de grief voert [ Appellant ] aan dat hij bij het sluiten van de koopovereenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had omtrent het bed. Meer in het bijzonder stelt hij dat hij nimmer bedacht had hoeven te zijn op de omstandigheid dat het bed, althans de matras, minimaal elf of twaalf jaar oud was. Hij mocht ervan uitgaan dat hij een nieuw bed kocht; dit is hem ook meegedeeld. Volgens [ Appellant ] wist Oost Matrassen, althans had zij als Hästens-dealer moeten weten, dat de matras zo oud was.

3.3 Het hof overweegt het volgende.

3.3.1 Vast staat dat [ Appellant ] geïnteresseerd is geraakt in aankoop van het bed, naar aanleiding van de advertentie van Oost Matrassen dat zij Hästens-bedden met kortingen van 50% tot 80% aanbood, die zij uit een faillissement van Hästens-filialen in België had overgenomen. In hoger beroep is door [ Appellant ] niet meer betwist dat Oost Matrassen ook daadwerkelijk Hästens-bedden en aanverwante zaken uit het faillissement van de betreffende Belgische filialen heeft overgenomen. Voorts staat vast dat het bed in de showroom van de winkel van Oost Matrassen was opgesteld en dat [ Appellant ] in die zin een showroommodel heeft gekocht.

3.3.2 Dat het bed al langere tijd (dan sinds de aanwezigheid in de winkel van Oost Matrassen) in een showroom heeft gestaan, is niet mate aannemelijk geworden.

3.3.3 Op grond van de verklaring van [ verkoper ] is voldoende aannemelijk geworden dat het bed nieuw was, in de zin van – de volgens verkeersopvattingen gebruikelijke betekenis - ongebruikt. [ Appellant ] heeft geopperd dat het bed wellicht eerder beslapen is geweest, maar daarvoor heeft het hof geen enkele aanwijzing aangetroffen.

3.3.4 Weliswaar is later gebleken dat de verschillende onderdelen van het bed in verschillende jaren zijn geproduceerd en de matras van het bed elf of twaalf jaar geleden is geproduceerd, maar dat doet niets af aan de hiervoor bedoelde nieuwheid van het bed. [ Appellant ] heeft aangevoerd dat hij onder een nieuw bed mocht begrijpen dat het bed net geproduceerd was, althans niet elf of twaalf jaar geleden, maar het hof heeft onvoldoende aanknopingspunten om in het onderhavige geval het begrip 'nieuw' in deze zin op te vatten. Het hof volgt [ Appellant ] daarin derhalve niet. Het hof overweegt hierbij nog dat niet aannemelijk is geworden dat het elf of twaalf jaar oud zijn van het bed, althans van de matras, van enige negatieve invloed is geweest op de kwaliteit en bruikbaarheid van het bed.

3.3.5 Niet is komen vast te staan dat Oost Matrassen enige onjuiste of misleidende mededeling heeft gedaan over het bed. De mededeling dat het bed nieuw was, is, zoals al blijkt uit het voorgaande, juist geweest, want het bed was ongebruikt. Voorts is ook niet onjuist of misleidend de mededeling dat [ Appellant ] een korting van 50% op de prijzen van 2009 kreeg, nu hij die korting daadwerkelijk heeft gehad. Voor zover [ Appellant ] stelt dat hij ervan uit mocht gaan dat hij 50% korting op de prijzen van het productiejaar van de matras kreeg (omstreeks die tijd was de nieuwprijs voor het bed ongeveer € 7.000,--, aldus [ Appellant ]), kan het hof hem daarin niet volgen, nu hij onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld, waarop de juistheid van die verwachting kan worden gebaseerd. Uit de advertentie blijkt ook niet dat de kortingen zouden worden toegepast op de oorspronkelijke prijzen. Ook de mededeling dat de andere bedden in de showroom geen strechtijk hadden omdat het andere modellen waren (terwijl dit was, aldus [ Appellant ], omdat het nieuwere modellen waren) is naar 's hofs oordeel niet onjuist of misleidend geweest.

3.3.6 Of het bed al dan niet in de originele verpakking zat, is verder niet van belang. Dat het bed toen het bij [ Appellant ] arriveerde in een verpakking van Auping zat, is door Oost Matrassen afdoende verklaard, in die zin dat deze verpakking afkomstig was van een ander bed en diende ter bescherming van het hier aan de orde zijnde bed, dat zonder verpakking in de showroom stond.

3.3.7 Het hof kan het standpunt van [ Appellant ], dat het feit dat een bed verkocht is dat in verschillende productiejaren is gefabriceerd en waarvan de matras elf of twaalf jaar geleden is geproduceerd, misleidend is, niet onderschrijven. [ Appellant ] heeft onvoldoende gesteld waaruit is af te leiden dat het gebruikelijk is dat een nieuw bed bij aankoop recent is geproduceerd. Evenmin kan worden aangenomen dat het gebruikelijk is dat bij de verkoop van een bed mededelingen worden gedaan over het productiejaar. Dat Oost Matrassen hierover spontaan mededelingen had moeten doen, kan reeds daarom niet worden onderschreven. De wetenschap van overname uit een faillissement brengt bovendien mee dat de koper er niet zonder meer vanuit mag gaan dat het bed recent is geproduceerd en/of het nieuwste model is.

Het vooroverwogene brengt mee dat verder niet van belang is of Oost Matrassen wist of had moeten weten dat het bed in verschillende jaren is geproduceerd en/of dat de matras van het bed elf of twaalf jaar geleden is geproduceerd. Grief XI faalt daarmee.

3.3.8 Gelet op alle genoemde feiten en omstandigheden is naar 's hofs oordeel in onvoldoende mate aannemelijk geworden dat het aan Oost Matrassen is te wijten dat een onjuiste voorstelling van zaken omtrent het bed heeft gehad. Evenmin is aan de orde dat Oost Matrassen verzuimd heeft bepaalde inlichtingen over het bed aan [ Appellant ] te verschaffen. Ten slotte is ook niet gebleken dat zowel [ Appellant ] als Oost Matrassen van eenzelfde onjuiste veronderstelling over het bed.

Aldus doet geen van de dwalingsgronden als omschreven in art. 6:228 lid 1 BW zich hier voor. Zo dit al anders zou zijn, dan heeft te gelden dat de dwaling volgens de in het verkeer geldende opvattingen voor risico van [ Appellant ] behoort te blijven. Het hof benadrukt hierbij dat [ Appellant ] het bed uit de showroom van Oost Matrassen heeft gekocht en het daarbij uitvoerig heeft bekeken. [ Appellant ] heeft dus gezien wat hij kocht. Bovendien wist hij dat het bed afkomstig was uit een faillissementsboedel

Grief IX faalt derhalve.

3.4 In r.o. 4.2 van het vonnis heeft de rechtbank het beroep van [ Appellant ] op bedrog verworpen. Hiertegen is grief X gericht.

3.5 Zoals hiervoor reeds is overwogen, is niet komen vast te staan dat Oost Matrassen onjuiste of misleidende mededelingen heeft gedaan over het bed. Van het opzettelijk doen van dergelijke mededelingen kan derhalve niet worden gesproken. Ook is niet gebleken dat Oost Matrassen opzettelijk informatie heeft verzwegen voor [ Appellant ].

Daarmee faalt het beroep op bedrog.

3.6 Voor zover [ Appellant ] bij grief VIII nog heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat het bed technisch in orde was, en zo begrijpt het hof, dat het bed een gebrek vertoonde, overweegt het hof het volgende.

Ter zitting in hoger pleidooi heeft [ Appellant ] te kennen gegeven dat hij geen herstel van het gestelde gebrek wenst. Hij wil het bed namelijk niet meer. Gelet op deze uitlatingen, zal het hof het punt van het gestelde gebrek verder laten rusten. Het hof tekent daarbij aan dat geen van de vorderingen van [ Appellant ] verband houdt met het gebrekkig zijn van het bed, zodat ook om die reden een beoordeling van het gebrek achterwege kan blijven. Bovendien kan [ Appellant ], zo inderdaad sprake zou zijn van een gebrek, een beroep doen op de garantiebepalingen van Hästens en/of Oost Matrassen.

In zoverre faalt de grief.

3.7 Aan enige bewijslevering komt het hof niet toe, nu door [ Appellant ] geen feiten te bewijzen zijn aangeboden, die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden.

Slotsom

3.8 Het geheel of gedeeltelijk slagen van de grieven I, II (gedeeltelijk), IV, V (gedeeltelijk), VIII (gedeeltelijk) leidt niet tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het falen van de overige grieven - inclusief de slotgrief XII - brengt mee dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

3.9 Als de in het ongelijk te stellen partij zal [ Appellant ] worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

4. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Amsterdam van

27 april 2011;

veroordeelt [ Appellant ] in de kosten van het hoger beroep en begroot die tot op heden aan de zijde van Oost Matrassen op € 1.769,-- aan verschotten en € 2.682,-- aan salaris;

verklaart dit arrest voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het door [ Appellant ] in hoger beroep gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.C. Toorman, R.H. de Bock en J.M. Boll en in het openbaar uitgesproken op

28 februari 2012 door de rolraadsheer.