Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0317

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-06-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
200.095.623/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 28 juni 2012; De Ondernemingsraad van de Politieregio Twente / de Politieregio Twente

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0644
ARO 2012/107
JONDR 2012/1011
ROR 2012/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.095.623/01 OK van:

DE ONDERNEMINGSRAAD VAN DE POLITIEREGIO TWENTE,

gevestigd te Enschede,

VERZOEKER,

advocaat: mr. R.J.M. Hampsink, kantoorhoudende te Utrecht,

t e g e n

de POLITIEREGIO TWENTE,

gevestigd te Enschede,

VERWEERDER,

advocaat: mr. F.J. van der Vaart, kantoorhoudende te Enschede.

1. Het verloop van het geding

1.1 In het vervolg zal verzoeker (ook) worden aangeduid als de ondernemingsraad, verweerder als de Politieregio Twente.

1.2 De ondernemingsraad heeft bij op 17 oktober 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, zakelijk weergegeven,

1. te verklaren dat de Politieregio Twente bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit “Sturing korps, aansturing B&S en Korpscontrol” van 15 september 2011 (hierna: het bestreden besluit);

2 aan de Politieregio Twente de verplichting op te leggen het bestreden besluit in te trekken en de gevolgen daarvan ongedaan te maken;

3. de Politieregio Twente te verbieden handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het bestreden besluit of onderdelen daarvan.

1.3 De Politieregio Twente heeft bij op 1 december 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift de Ondernemingskamer verzocht, zo verstaat de Ondernemingskamer, de ondernemingsraad niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken dan wel de verzoeken af te wijzen.

1.4 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 15 maart 2012. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Tijdens de behandeling hebben partijen de Ondernemingskamer verzocht de zaak aan te houden voor beraad. De Ondernemingskamer heeft dat verzoek ingewilligd.

1.5 De aanhouding van de zaak is een aantal keren verlengd. Bij brief van 8 juni 2012 heeft mr. Hampsink namens de ondernemingsraad, zo begrijpt de Ondernemingskamer, zijn verzoeken verminderd en de Ondernemingskamer verzocht om uitspraak te doen over een gedeelte van het geschil waarover partijen het niet eens zijn geworden, te weten, “de aanstelling van de directeur bedrijfsvoering”.

1.6 Bij brief van 14 juni 2012 heeft mr. Van der Vaart namens de Politieregio Twente naar aanleiding van voornoemde brief van 8 juni 2012 onder andere het volgende aan de Ondernemingskamer bericht:

“Wederpartij suggereert het bestaan van een (resterend) verschil van inzicht, te weten de aanstelling van een directeur bedrijfsvoering. De Korpsleiding kan dit niet begrijpen (…). Per slot van rekening kan het toch niet de persoon van de desbetreffende functionaris zijn die tot inzet van het geschil wordt.”

2. De feiten

2.1 Op 14 september 2011 heeft de Ondernemingsraad een negatief advies uitgebracht inzake een voorgenomen besluit van de Politieregio Twente met betrekking tot:

“1. Beleidsnotitie sturing korps d.d. 18 juli 2011 met o.a. het Directiemodel, sturing en control, functie van Directeur Bedrijfsvoering;

2. Hoofdlijnennotitie aansturing Beleid & Strategie, versie 27 juli 2011;

3. Korpscontrol.”

2.2 Op 15 september 2011 heeft het Politiekorps het bestreden besluit genomen, welk besluit dezelfde dag in werking is getreden.

3. De gronden van de beslissing

3.1 Als meest verstrekkend verweer heeft de Politieregio Twente aangevoerd dat de ondernemingsraad niet ontvankelijk is in zijn verzoek zoals weergegeven in 1.2 aanhef en onder 1 omdat het beroep tegen het bestreden besluit niet binnen een maand is ingesteld, zoals artikel 26 lid 2 van de WOR voorschrijft. De Ondernemingkamer verwerpt dit verweer. De beroepstermijn liep tot en met 15 oktober 2011. Die dag viel op een zaterdag. Op grond van artikel 1 van de Algemene Termijnenwet is de termijn verlengd tot de eerstvolgende dag na het weekend, zijnde maandag 17 oktober 2011. Op die dag is het verzoekschrift ter griffie van de Ondernemingskamer binnengekomen. Het beroepschrift is derhalve tijdig ingediend.

3.2 De Ondernemingskamer ziet aanleiding om, gelet op de inhoud van de hierboven genoemde brieven van 8 en 14 juni 2012, een comparitie van partijen te gelasten met name voor het verstrekken van nadere inlichtingen over de inhoud van het thans nog resterende geschil. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt dat partijen, deugdelijk vertegen¬woor¬digd, desgewenst vergezeld van hun advocaten, op een nader te bepalen tijdstip zullen verschij¬nen in het paleis van justitie aan de Prinsengracht 436 te Amsterdam, voor mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, lid van deze kamer, daar¬toe hierbij tot raadsheer-commissaris benoemd, met name voor het ver¬strek¬ken van inlichtin¬gen;

bepaalt dat partijen binnen twee weken volgend op deze beschikking verhinderdata dienen op te geven aan de griffie van de Ondernemingskamer voor de maanden juli, september en oktober 2012;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. E.F. Faase en

mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. P.R. Baart RA en prof. dr. mr. F. van der Wel RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 28 juni 2012.