Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0314

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-05-2012
Datum publicatie
04-07-2012
Zaaknummer
200.102.099/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 30 mei 2012; De Ondernemingsraad van de Stichting Vita Welzijn en Advies / Stichting Vita Welzijn en Advies.

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden 25
Wet op de ondernemingsraden 26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2012/93
JONDR 2012/847
JAR 2012/223
AR-Updates.nl 2012-0642
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.102.099/01 OK van

de ONDERNEMINGSRAAD VAN DE STICHTING VITA WELZIJN EN ADVIES,

gevestigd te Amstelveen,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. J.H.H. Baljet, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de stichting

STICHTING VITA WELZIJN EN ADVIES,

gevestigd te Amstelveen,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. M. van Schoonhoven en mr. J.R.N. Klazinga,

beiden kantoorhoudende te Amsterdam.

1. Het verloop van het geding

1.1 In het vervolg zal verzoeker worden aangeduid als de ondernemingsraad en verweerster als Vita.

1.2 De ondernemingsraad heeft bij op 16 februari 2012 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht uitvoerbaar bij voorraad

1. te bepalen dat Vita bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit tot reorganisatie van de vakgroep sociaal cultureel werk heeft kunnen komen,

2. Vita te verplichten dit besluit in te trekken en alle eventuele gevolgen daarvan ongedaan te maken,

3. Vita te verbieden handelingen te (doen) verrichten ter uitvoering van dit besluit of onderdelen daarvan,

4. de hiervoor onder 2 en 3 genoemde voorzieningen tevens bij wijze van voorlopige voorzieningen te treffen en

5. Vita te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3 Vita heeft bij op 5 april 2012 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van de ondernemingsraad af te wijzen.

1.4 Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 19 april 2012, alwaar mr. Baljet en mr. Van Schoonhoven de standpunten van de door ieder van hen gerepresenteerde partij nader hebben toegelicht, beiden aan de hand van aan de Ondernemingskamer overgelegde pleitaantekeningen en wat mr. Baljet betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

2. De feiten

2.1 Vita is een welzijnsorganisatie die actief is in de regio Amstelland. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bestaat het doel van deze organisatie uit het ondersteunen van “mensen vanaf nul tot honderd jaar (…) in het behoud van de regie over het leven vanuit eigen perspectief en aansluiting te houden”. Daartoe biedt Vita diensten aan op het gebied van algemeen maatschappelijk werk, jeugd maatschappelijk werk, ouderen advies, ontmoetingsgroepen voor vroeg dementen en sociaal cultureel werk.

2.2 Vita heeft haar diensten georganiseerd in twee clusters. Cluster één omvat twee zogenoemde vakgroepen: de vakgroep algemeen maatschappelijk werk en jeugd maatschappelijk werk, alsmede de vakgroep ouderenadvies. Cluster twee omvat – naar de Ondernemingskamer begrijpt – eveneens twee vakgroepen: de vakgroep ontmoetingsgroepen en de vakgroep sociaal cultureel werk. De vakgroep sociaal cultureel werk/cluster twee beschikt over een achttal wijksteunpunten, te weten zes in Amstelveen (De Bolder, MOC, Dignahof, Pluspunt, Kastanjelaan en Middenhof), één in Uithoorn (Bilderdijkhof) en één in Aalsmeer (Meander). In deze wijksteunpunten werken twee of drie medewerkers, veelal met parttime arbeidsovereenkomsten.

2.3 Voor haar inkomsten is Vita afhankelijk van subsidies van gemeentes waarin zij actief is. Daarvan is de gemeente Amstelveen de grootste. Vita ziet zich geconfronteerd met bezuinigingen: de gemeente Amstelveen heeft de subsidie met € 200.000 verminderd; de gemeente Ouder-Amstel heeft in 2011 een bezuiniging van 10% doorgevoerd; de gemeente Uithoorn heeft in 2012 € 37.500 bezuinigd en voor 2013 is nog een bezuiniging van € 37.500 aangekondigd; en de gemeente Aalsmeer zal in 2013 een bezuiniging van € 100.000 doorvoeren.

2.4 Tegen de achtergrond van deze bezuinigingen speelt het project Welzijn Nieuwe Stijl (hierna: WNS), een nationaal verbeteringstraject voor het welzijnswerk. Vita heeft van de gemeente Amstelveen opdracht gekregen om WNS in te voeren en in de organisatie ‘uit te rollen’. Ook de gemeente Aalsmeer heeft opdracht gegeven WNS in te voeren.

2.5 Vita werkt met een meerjarenbeleid. In 2011 is Vita gestart met de ontwikkeling van het meerjarenbeleid voor de periode 2012 tot en met 2015.

2.6 In een concept-verslag van een vergadering van de bestuurder met de ondernemingsraad op 6 december 2011 is onder meer het volgende vermeld:

“6. Bezuinigingen

(…)

Het basisbeleid, om daadwerkelijke hervormingen op facilitair gebied mogelijk te maken, is om ieder huurcontract waar mogelijk op te zeggen. Vervolgens is het doel om een flexibel kortdurend contract af te spreken. Sommige panden worden daadwerkelijk verlaten. (…)”

2.7 De bestuurder en de Raad van Toezicht hebben in februari 2012 het “Strategisch Meerjarenplan VITA 2011-2015” vastgesteld. Dit plan houdt onder meer in:

“Kosten Huisvesting:

- Huisvesting is geen kernkwaliteit van Vita. Vita streeft ernaar dicht in de buurt van ‘kwetsbaren’ haar diensten aan te bieden, daarvoor zullen we het ‘nieuwe werken’ inzetten en afspraken moeten maken met zorgaanbieders aan kwetsbaren om in de omgeving van de zorgaanbieder diensten aan te bieden op alle vak-terreinen van Vita.

- Vita streeft ernaar haar facilitaire dienstverlening te beperken tot het absoluut noodzakelijke als (onder-) huurder en gebruiker van panden die in exploitatie bij derden zijn. In 2012 zal in dit kader nieuw beleid geformuleerd en ontwikkeld zijn.

(…)

Organisatiestructuur:

Uitgangspunt bij de organisatiestructuur is dat de dienstverlening van Vita zo dicht mogelijk bij de klant georganiseerd is. Waar professionals zoveel mogelijk professionele regelruimte hebben met verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie, met [korte] communicatielijnen. Het management is coachend en zorgt voor het faciliteren van de dienstverlening. In 2012 zal op basis van dit uitgangspunt de nieuwe structuur ingericht worden.”

2.8 Vita heeft voor de panden waarin de wijksteunpunten gevestigd zijn huur- of gebruikersovereenkomsten. Met betrekking tot deze panden zijn door Vita de volgende beslissingen genomen:

(a) Vita heeft de huur van het pand Pluspunt te Amstelveen per 1 september 2012 opgezegd. Daarop is overleg gevolgd met de gemeente over de mogelijkheid om met ingang van die datum een gedeelte van het pand te huren.

(b) In verband met een opzegging van de huur door de grootste mede-gebruiker heeft Vita de huur van het pand MOC te Amstelveen (met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar) per 15 juni 2013 opgezegd. In overleg met de beheerder van het pand onderzoekt Vita de exploitatiemogelijkheden van het pand in de toekomst.

(c) De huurovereenkomst voor het pand te Uithoorn loopt af in 2014. Vita heeft aangekondigd de huur van dit pand per 1 januari 2014 op te zeggen, indien de begroting niet sluitend is.

3. De gronden van de beslissing

3.1 De ondernemingsraad stelt zich – naar de Ondernemingskamer begrijpt – op het standpunt dat de bestuurder van Vita een besluit tot reorganisatie heeft genomen dat bestaat uit de volgende samenhangende onderdelen:

1. de beëindiging van de huurovereenkomsten ten aanzien van de wijksteunpunten;

2. de opdracht aan de medewerkers van MOC en Pluspunt om elders huisvesting te zoeken;

3. de opdracht aan de medewerkers van alle wijksteunpunten om zakelijker te gaan werken, dat wil zeggen zelf inkomsten te genereren en te bedenken hoe zij WNS kunnen vormgeven en

4. de aanstelling van een coördinator die een plan dient te maken voor de personele bezetting van het wijksteunpunt Aalsmeer.

3.2 De ondernemingsraad stelt dat Vita met betrekking tot de hiervoor onder 2.3 tot en met 2.8 beschreven ontwikkelingen ten onrechte geen enkele keer advies heeft gevraagd. Ook is, naar de ondernemingsraad stelt, het strategisch meerjarenbeleid niet of nauwelijks met hem besproken, laat staan dat de ondernemingsraad zich daarmee akkoord heeft verklaard.

3.3 De ondernemingsraad beschouwt de beslissingen om de huurovereenkomsten op te zeggen, althans om deze niet (zonder meer) te verlengen, als beslissingen die voortvloeien uit een reorganisatiebesluit. Hij betwist dat de huur van MOC nog tot juni 2013 zou doorlopen. Volgens de ondernemingsraad heeft Vita besloten de locatie Pluspunt en het wijksteunpunt te Uithoorn te verlaten.

3.4 De opdracht om te bezuinigen en WNS in te voeren doet niet af aan de verplichting om tijdig advies te vragen, aldus de ondernemingsraad. Het is ook al concreet, omdat de vakgroep ouderenadvies en maatschappelijk werk, alsmede de coördinatoren van de wijksteunpunten opdracht hebben gekregen om in een op te stellen jaarplan (ook) aan te geven hoe volgens WNS moet worden gewerkt.

3.5 Het bestreden (veronderstelde) besluit treft volgens de ondernemingsraad zo’n 25 werknemers van de wijksteunpunten.

3.6. Het besluit is volgens de ondernemingsraad adviesplichtig op grond van artikel 25, eerste lid, aanhef en onderdeel c, d en e, van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR).

3.7 Vita betwist dat een reorganisatiebesluit is genomen. Het Strategisch Meerjarenplan is de basis voor nog vast te stellen beleid op diverse gebieden. Ook voor wat betreft de huisvesting van de wijksteunpunten streeft Vita ernaar om in 2012 nieuw beleid te ontwikkelen. De opzegging van de huur van drie locaties (MOC, Pluspunt en Uithoorn) strekt ertoe te kunnen bezien of en in welke vorm het gebruik van de desbetreffende panden in de toekomst kan worden voortgezet dan wel of gunstiger (huur)voorwaarden kunnen worden bedongen. Of Vita het gebruik van deze locaties daadwerkelijk zal beëindigen is nog onzeker, aldus Vita. Vita betwist dat de medewerkers van deze drie wijksteunpunten opdracht is verstrekt om elders huisvesting te zoeken.

3.8 Ook ten aanzien van de invoering van WNS is volgens Vita (nog) geen besluit genomen. WNS houdt, aldus Vita, meer klantgericht en (daarmee) meer efficiënt werken. De klant bepaalt de dienstverlening. Werkzaamheden waar geen vraag naar is worden dan niet meer verricht. Hoe concreet met WMS (efficiënter) zal worden gewerkt zal door de medewerkers zelf worden bepaald en daarover bestaat nog geen duidelijkheid. Vita zal de ondernemingsraad advies vragen, zodra sprake is van een voorgenomen besluit dat onder de reikwijdte van artikel 25 WOR valt, aldus nog steeds Vita.

3.9 De Ondernemingskamer acht het aannemelijk dat Vita met de opzeggingen van de huurcontracten voor de panden MOC, Pluspunt en dat te Uithoorn beoogt flexibiliteit met betrekking tot de huisvestingssituatie van de desbetreffende wijksteunpunten en onderhandelingsmarge voor eventueel gunstiger huurvoorwaarden te creëren. Het is niet aannemelijk geworden dat Vita besloten heeft het gebruik van deze locaties daadwerkelijk te beëindigen en evenmin dat aan de desbetreffende medewerkers opdracht is gegeven elders huisvesting te zoeken. De genoemde opzeggingen zijn in het licht daarvan hier niet te beschouwen als een adviesplichtig besluit. Daaraan doet niet af dat de bezuinigingsnoodzaak bij de opzeggingen een rol speelt en dat de opzeggingen in een betrekkelijk korte periode hebben plaatsgevonden. Een voorgenomen besluit zou aan de orde kunnen zijn, indien de huur van één of meer panden daadwerkelijk wordt beëindigd, maar in dat geval zal, zoals Vita heeft verklaard, de ondernemingsraad om advies worden gevraagd. Voor de situatie in Aalsmeer geldt mutatis mutandis hetzelfde. Vooralsnog is er geen (voorgenomen) besluit. Vita heeft slechts geconstateerd dat het gebruik van het pand te Aalsmeer niet ongewijzigd kan worden voortgezet, indien de subsidie van de gemeente Aalsmeer met ingang van 2013 wordt gekort.

3.10 Voor wat betreft de invoering van WNS begrijpt de Ondernemingskamer op basis van hetgeen de bestuurder ter terechtzitting heeft verklaard dat aan de medewerkers is gevraagd in de praktijk ideeën te ontwikkelen. Richtinggevend zijn daarbij weliswaar de doelstellingen van efficiënter werken en – mede in samenhang daarmee – van het (meer) werken op basis van behoeften van de (potentiële) afnemer/gebruiker van diensten van Vita, maar niet duidelijk is geworden op welke wijze binnen Vita concreet uitvoering aan deze doelstellingen wordt gegeven. Het proces waarbij de medewerkers wordt gevraagd bij de concretisering van WNS het voortouw te nemen wordt door Vita aangeduid met de term ‘bottom-up’. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is niet aannemelijk geworden dat meer concreet dan in de hiervoor beschreven (procedurele) zin besloten is over en/of uitvoering is gegeven aan WNS. Kennelijk is op dit punt binnen Vita nog sprake van een zoekproces, waarbij niet kan worden geconstateerd dat de bestuurder dan wel de medewerkers van Vita zich meer concreet een voorstelling hebben gemaakt van wat WNS in de praktijk voor Vita inhoudt. De bestuurder heeft op dit punt ‘de bal’ bij de medewerkers gelegd. Eerst – zo begrijpt de Ondernemingskamer – wanneer de medewerkers op dit punt met concrete suggesties komen en het bestuur aankondigt die over te nemen, zou sprake kunnen zijn van een voorgenomen besluit als bedoeld in artikel 25 WOR.

3.11 De Ondernemingskamer ziet in het – kennelijk – door Vita op bovenvermelde wijze volgen van de opdracht om met WNS te gaan werken en in de door de subsidiegevers opgelegde noodzaak om te bezuinigen op zichzelf geen adviesplichtig besluit. Eerst bij de vertaling van deze min of meer exogene factoren in concrete door Vita te nemen maatregelen komt de adviesbevoegdheid van de ondernemingsraad in beeld. Dergelijke concrete maatregelen zijn niet (voldoende) aannemelijk geworden.

3.12 Voor zover de ondernemingsraad heeft bedoeld dat de wijze waarop de bestuurder aan WNS uitvoering geeft (door het initiatief bij de medewerkers te leggen) zou moeten worden beschouwd als een voorgenomen besluit als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel d dan wel e, WOR, tot wijziging van de besturingsfilosofie van Vita en van de functie van in ‘de lijn’ werkzame medewerkers van Vita, verwerpt de Ondernemingskamer dat betoog bij gebrek aan voldoende feitelijke grondslag.

3.13 Ook de omstandigheid dat Vita is geconfronteerd met bezuinigingen op de door de gemeentes aan haar beschikbaar gestelde middelen maakt op zichzelf niet dat sprake is van een voorgenomen besluit. Voor zover het de bedoeling van Vita is dat deze bezuinigingen worden gerealiseerd door het openbreken van de huurovereenkomsten en door de invoering van WNS, geldt hetgeen hiervoor met betrekking tot die huurovereenkomsten en WNS is overwogen. Voor zover de noodzaak om te bezuinigen andere gevolgen heeft zijn deze niet in

voldoende concrete mate gesteld en is ook in zoverre geen sprake van een voorgenomen besluit als bedoeld in artikel 25, eerste lid, WOR.

3.14 De Ondernemingskamer concludeert als volgt. Gelet op het hiervoor geconstateerde gebrek aan concretisering van WNS binnen Vita tot dusver en de (vooralsnog) beperkte betekenis van het opzeggen van de huurovereenkomsten wordt, ook bezien in onderling verband en samenhang, niet voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een voldoende concreet besluit als bedoeld in artikel 25, eerste lid, WOR. Ook voor de overige elementen van het besluit zoals door de ondernemingsraad waargenomen en hiervoor onder 3.1 weergegeven bestaan onvoldoende aanwijzingen. Bij haar conclusie heeft de Ondernemingskamer in aanmerking genomen dat Vita, zoals zij uitdrukkelijk heeft verklaard, de ondernemingsraad om advies zal vragen, zodra zij het voornemen opvat om een of meer concrete besluiten op het gebied van de vestigingen van de wijksteunpunten, de bezuinigingen en/of de invoering van WNS te nemen alsmede dat zij de ondernemingsraad bij de voorbereiding daarvan zal betrekken.

Een en ander betekent dat niet is komen vast te staan dat Vita een besluit heeft genomen waartegen beroep kan worden ingesteld en dat derhalve de ondernemingsraad niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart de ondernemingsraad niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en prof. dr. J. Klaassen RA en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 30 mei 2012.