Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BW7096

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-05-2012
Datum publicatie
31-05-2012
Zaaknummer
21-001787-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBUTR:2010:BM2743, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2013:1754, (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen van moord. Poging overval: vrijwillige terugtred? Bewijswaarde herkenningen. Strafmaatoverweging.

Wetsverwijzingen
Wet wapens en munitie 26
Wet wapens en munitie 31
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest

GERECHTSHOF AMSTERDAM

NEVENZITTINGSPLAATS ARNHEM

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-001787-10

Uitspraak d.d.: 31 mei 2012

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van

28 april 2010 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] in [1988],

thans verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis -onbeperkt- hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 13 mei 2011, 19 juli 2011, 7 mei 2012, 8 mei 2012 en 31 mei 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr C.M.P. Jongsma, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van onder 5 tenlastegelegde. Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor de verdachte niet open. Het hof zal daarom

de verdachte in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep, voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen, vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na aanpassing van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde - tenlastegelegd dat:

1 primair:

hij op of omstreeks 13 januari 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op/door het (boven-)lichaam van die [slachtoffer 1] geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden.

1 subsidiair:

hij op of omstreeks 13 januari 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op/door het (boven-)lichaam van die [slachtoffer 1] geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening wegnemen van een hoeveelheid (van een materiaal bevattende, althans gelijkende op) cocaïne, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren.

1 meer subsidiair:

hij op of omstreeks 13 januari 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op/door het (boven-)lichaam van die [slachtoffer 1] geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden.

2:

hij op of omstreeks 21 maart 2008, althans op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2008 tot en met 2 april 2008, te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Zastava, model 70), en/of munitie van categorie III, te weten een of meer kogelpatro(o)n(en), heeft overgedragen aan [getuige 1] en/of [getuige 2], althans voorhanden heeft gehad.

3:

hij op of omstreeks 16 april 2008 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam, een wapen van categorie II en/of III, te weten een pistool (merk Pietro Beretta) en/of munitie van categorie III, te weten vier, althans een of meer, patro(o)n(en) voorhanden heeft gehad.

4 primair:

hij op of omstreeks 6 februari 2008 te Eindhoven, althans in het arrondissement

's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toegehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3],

als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s)

- met een auto naar de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (gelegen aan [adres ]) gereden en/of

- (vervolgens) uit die auto gestapt en/of in de richting van die woning gelopen en/of - (al lopende) een capuchon over zijn/hun hoofd getrokken en/of

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) ter hand genomen en/of

- (vervolgens) dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) doorgeladen en/of

- (met dat (op een) getrokken vuurwapen (gelijkend voorwerp)) aangebeld bij die woning en/of met de brievenbus geklepperd bij die woning, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

4 subsidiair:

hij op of omstreeks 6 februari 2008 te Eindhoven, althans in het arrondissement

's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is/zijn en/of heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend

- (zichtbaar) een capuchon over zijn/hun hoofd getrokken en/of

- (vervolgens) (zichtbaar) een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) ter hand genomen en/of

- (vervolgens) (zichtbaar) dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) doorgeladen en/of

- (zichtbaar) (met dat (op een) getrokken vuurwapen (gelijkend voorwerp)) aangebeld bij de woning van die [slachtoffer 2] en/of met de brievenbus geklepperd bij de woning van die [slachtoffer 2].

6:

hij op of omstreeks 13 februari 2008 te Breda, althans in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie, althans een of meer mobiele telefoon(s) en/of een bedrag aan geld (van ongeveer 200 euro) en/of een halsketting (koningsketting), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot afgifte van drie, althans een of meer mobiele telefoons en/of een bedrag aan geld (van ongeveer 200 euro) en/of een halsketting (koningsketting), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- (terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), samen met die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] in een auto zat)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ter hand heeft/hebben genomen en/of

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben doorgeladen en/of

- (vervolgens) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- (daarbij) tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft/hebben gezegd: "handen achter je hoofd en/of in je nek" en/of "geef je telefoon aan in een rustige beweging want anders krijg je die kogel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- die halsketting met kracht van de nek van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gerukt/getrokken.

AD INFORMANDUM GEVOEGD STRAFBAAR FEIT

- (opzet/schuld)heling van een navigatiesysteem (merk Tomtom), gepleegd in de periode van 2 maart 2008 tot en met 16 april 2008, te Hoogvliet, gemeente Rotterdam, althans in Nederland.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De beoordeling van het bewijs

TWIST

Feit 1, de dood van [slachtoffer 1]

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 1 primair tenlastegelegde, te weten medeplegen van moord.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van dit feit. Met betrekking tot het onder 1 primair tenlastegelegde heeft de verdediging betoogd dat niet bewezen kan worden dat [medeverdachte] heeft gehandeld met voorbedachte rade, dat (voorwaardelijk) opzet op het overlijden van [slachtoffer 1] ontbreekt en dat niet van medeplegen kan worden gesproken. Volgens de verdediging zou sprake zijn geweest van een drugsgerelateerde vechtpartij waarbij per ongeluk een wapen is afgegaan.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat [slachtoffer 1] als eerste een vuurwapen trok, waarna een worsteling in de auto ontstond tussen hem en [slachtoffer 1]. Medeverdachte [naam medeverdachte] zou tijdens die worsteling het vuurwapen van [slachtoffer 1] hebben bemachtigd. Vervolgens pakte [slachtoffer 1] de autosleutels af, in reactie waarop buiten de auto opnieuw een schermutseling ontstond tussen [slachtoffer 1], medeverdachte [naam medeverdachte] en verdachte. Het wapen van [slachtoffer 1] is tijdens die schermutseling per ongeluk afgegaan toen medeverdachte [naam medeverdachte] het vasthield. Eén en ander zou zich in een zeer kort tijdsbestek hebben afgespeeld.

De verdediging heeft verder als bewijsverweer aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen plaats delict niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat zij - volgens de verdediging - onderling op cruciale punten verschillen en bovendien in strijd zijn met bevindingen van het NFI.

Het oordeel van het hof

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 1 primair tenlastelegde, gelet op de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen.(1) Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid daarvan te twijfelen.

Bewijsoverzicht

Op 13 januari 2008, omstreeks 20.00 uur, kreeg de politie een melding van een vechtpartij op de Dickenslaan te Utrecht. Ter plaatse trof de politie op de hoek van de Dickenslaan met de Cervanteslaan een gewonde man aan, liggend op de grond. Het slachtoffer werd met een ambulance naar het Universitair Medisch Centrum te Utrecht gebracht, waar hij later die avond overleed. Het slachtoffer is nadien geïdentificeerd als [slachtoffer 1].(2)

Door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna telkens: NFI) is een pathologisch onderzoek uitgevoerd naar de doodsoorzaak van [slachtoffer 1]. Bij sectie op het lichaam is gebleken van een doorschot door de borstkas met een inschot links op de rug, doorschot door de onderkwab van de long links, door de wervelkolom en door de onderkwab van de long rechts, en met een uitschot rechts zijwaarts onder de oksel. De dood is ingetreden ten gevolge van verbloeding en daardoor opgetreden weefselschade, ontstaan door de genoemde schotverwonding.(3) Het NFI heeft vastgesteld dat sprake is geweest van twee opgezette schoten (schootsafstand van 0 centimeter): één ter hoogte van de buik, door welk schot het slachtoffer mogelijk niet is geraakt, en één ter hoogte van het linker schouderblad.(4) Bij de sectie zijn verder op het hoofd verscheidene oppervlakkige huidverscheuringen met omgevende, kleine bloeduitstortingen geconstateerd.(5)

Van het incident zijn verscheidene mensen getuige geweest.

[Getuige 3] heeft verklaard dat hij geschreeuw hoorde op straat en dat hij ruzie hoorde maken. Het geschreeuw kwam van de Cervanteslaan op de hoek met de Dickenslaan te Utrecht. Hij zag dat één persoon de Dickenslaan inliep en dat anderen achter diegene aan liepen. Even later hoorde hij een knal. Na dit schot hoorde hij roepen: "Nee, nee, niet doen." De getuige hoorde aan het stemgeluid dat de persoon als het ware smeekte om het niet te doen. Hierna hoorde de getuige weer een knal. Na het tweede schot renden twee personen weg over de Cervanteslaan. De getuige zag dat zij in een personenauto stapten die ongeveer 20 à 30 meter van de hoek Cervanteslaan/Dickenslaan stond geparkeerd.(6)

[Getuige 4] heeft verklaard dat zij aan het tennissen was toen twee mannen, die ook aan het tennissen waren, zeiden dat er werd geschoten. Direct hierna hoorde zij iemand roepen dat hij was geraakt. Kort hierop hoorde zij een knal. Later realiseerde ze zich dat ze al eerder een knal had gehoord, maar dat ze toen dacht dat het vuurwerk was.(7)

[Getuige 5] heeft verklaard dat zij vier mannen zag die ruzie aan het maken waren. Eén van de mannen rende al snel weg. Daarna waren ze met zijn drieën. De getuige zag dat twee van de mannen de derde man schopten. Deze derde persoon lag op de grond. Hij lag op de plaats waar hij later was neergeschoten. Terwijl hij werd geslagen, hoorde ze een paar keer: "sleutel". De getuige heeft gehoord dat er werd geschoten.(8)

[Getuige 6] heeft verklaard dat hij vanuit een woning gelegen aan de Dickenslaan twee knallen hoorde. Hij keek door het raam naar buiten en zag op de hoek van de Cervanteslaan met de Dickenslaan een man op de grond liggen. Bij de man stonden twee personen. De ene persoon stond ter hoogte van het middel van de liggende man. Deze persoon had een voorwerp in zijn rechterhand dat eruit zag als een pistool. Hij hield zijn rechterarm gestrekt richting het lichaam van de liggende man, ter hoogte van diens borst of hoofd. De andere persoon stond ter hoogte van de rechterschouder van het slachtoffer.(9)

[Getuige 7] heeft verklaard dat hij zich in zijn woning gelegen aan de Dickenslaan bevond toen hij door het raam zag dat twee personen inschopten op een persoon die op de grond lag.(10) De getuige heeft twee schoten gehoord.(11)

[Getuige 8] heeft verklaard dat zij in haar woning gelegen aan de Dickenslaan televisie zat te kijken toen het klonk alsof er mensen aan het rennen waren. Vervolgens hoorde zij geschreeuw. Door het raam zag zij dat er buiten op straat een man op de grond lag. Vlakbij de man stonden twee andere mannen. Eén man stond ter hoogte van het hoofd van de man die op de grond lag. De andere man stond ter hoogte van het middel van de liggende man. De liggende man werd geschopt. Eén van de mannen boog zich voorover over het bovenlichaam van het op de grond liggende slachtoffer. Daarna hoorde de getuige een soort plof of plop of tok geluid.(12)

[Getuige 9] heeft verklaard dat hij op 13 januari 2008, omstreeks 19.00 uur, in Utrecht bij "Sahara" aan de Vleutenseweg samen met [slachtoffer 1] in een auto is gestapt waar twee mannen in zaten. [Slachtoffer 1] stapte in achter de bestuurder en de getuige stapte in achter de bijrijder. De auto reed naar de woning van [slachtoffer 1]. [Slachtoffer 1] stapte uit, verdween in een portiek, en bleef even weg. [Slachtoffer 1] kwam na enige tijd terug en stapte weer achterin. [Slachtoffer 1] ging achter de bijrijder zitten en de getuige achter de bestuurder. De auto reed vervolgens een stukje, ging de bocht om en werd geparkeerd ter hoogte van de Cervanteslaan 26/28. [Slachtoffer 1] liet toen een handvol wit spul in een zakje zien. De bestuurder pakte het spul aan en zei: "Laat dit hier en ga de andere halen, dan betaal ik jou alles." [Slachtoffer 1] wilde dat niet. Hij wilde eerst geld zien. De bestuurder deed moeilijk en gaf het zakje weer terug aan [slachtoffer 1]. De getuige zag aan het gezicht van de bestuurder dat hij boos was en hoorde dat de bestuurder tegen [slachtoffer 1] zei: "Ik neem het. Ik heb geld genoeg." Toen de bestuurder dat had gezegd, maakte hij zijn gordel los en boog voorover. De bestuurder pakte iets van onder zijn stoel vandaan. [Getuige 9] zag dat het een vuurwapen was. [Getuige 9] is vervolgens de auto uitgestapt en weggerend.(13)

[Medeverdachte] heeft (als getuige gehoord in de zaak van verdachte) bij de rechter-commissaris verklaard dat hij met verdachte is meegereden naar Utrecht. Verdachte en [slachtoffer 1] zouden elkaar treffen in coffeeshop Sahara en [medeverdachte] is meegegaan. Verdachte zat op de bestuurdersstoel en [medeverdachte] op de bijrijdersstoel. [Slachtoffer 1] ging achter verdachte zitten en [getuige 9] achter [medeverdachte]. Ze zijn vervolgens naar het huis van [slachtoffer 1] gereden. Verdachte reed. Toen ze bij het huis van [slachtoffer 1] aankwamen, is [slachtoffer 1] uitgestapt. Hij ging een portiek in en bleef een tijdje weg. Daarna is [slachtoffer 1] weer ingestapt. Toen zat [slachtoffer 1] achter [medeverdachte] en [getuige 9] achter verdachte. Ze zijn een stukje doorgereden en vervolgens de bocht omgegaan. Daarna zijn ze gestopt langs de kant van de weg. [Slachtoffer 1] is een gesprek gestart met verdachte over het spul. Hij haalde een zakje te voorschijn en gaf dat aan verdachte. Verdachte rook eraan en zei dat het geen goed spul was en dat hij het niet wilde hebben. Er ontstond wrijving. [Getuige 9] is uit de auto gestapt en weggerend. Op een gegeven moment hoorde [medeverdachte] verdachte zeggen dat [slachtoffer 1] de autosleutel had. Op enig moment zijn verdachte, [medeverdachte] en [slachtoffer 1] uit de auto gestapt. [Medeverdachte] had toen een vuurwapen vast. Verdachte liep naar [slachtoffer 1] toe voor de autosleutel. Er ontstond een vechtpartij met slaan en schoppen. Ze zijn met zijn drieën op de hoek van de straat beland. Het vuurwapen dat [medeverdachte] vasthield, is afgegaan. Verdachte had op enig moment ook een vuurwapen. Uiteindelijk heeft verdachte de sleutel te pakken gekregen. [Medeverdachte] en verdachte zijn in de auto gestapt en weggereden.(14)

Verdachte heeft (als getuige gehoord in de zaak tegen [medeverdachte]) bij de rechter-commissaris verklaard dat hij op 13 januari 2008 in Utrecht een afspraak had met [slachtoffer 1]. De afspraak ging over cocaïne. Verdachte is samen met [medeverdachte] naar Utrecht gereden. Verdachte en [slachtoffer 1] hebben elkaar bij theehuis Sahara getroffen. [Slachtoffer 1] had iemand bij zich. [Slachtoffer 1] ging achter verdachte in de auto zitten. De andere persoon ging achter [medeverdachte] zitten. [Slachtoffer 1] zei waar verdachte heen moest rijden. Ze stopten ergens. [Slachtoffer 1] zei dat verdachte even moest wachten en hij stapte uit. Het duurde een tijd. Daarna stapte [slachtoffer 1] weer in de auto, maar nu ging hij achter de bijrijder zitten en zat [getuige 9] achter verdachte. [Slachtoffer 1] vroeg verdachte weg te rijden en rechtsaf te slaan. Verdachte parkeerde de auto vervolgens op een parkeerplaats. [Slachtoffer 1] haalde het zakje coke te voorschijn en gaf het aan verdachte. Verdachte keek ernaar en hij rook eraan. Verdachte zei tegen [slachtoffer 1] dat het geen goede coke was. Ze kregen een discussie. [Slachtoffer 1] zei dat het wel goed spul was en hij vroeg verdachte of hij geld bij zich had. In de auto werd het rumoerig en ontstond chaos. [Getuige 9] rende weg. Verdachte is als tweede uit de auto gestapt. Vanonder de stoel pakte verdachte zijn eigen vuurwapen. [Slachtoffer 1] pakte de autosleutels uit het contact van de auto. Op een gegeven moment stond [slachtoffer 1] buiten de auto op de stoep. Verdachte is op hem gesprongen, omdat hij de sleutels terug wilde hebben en [slachtoffer 1] die niet terug wilde geven. Verdachte heeft [slachtoffer 1] op zijn hoofd geslagen met de kolf van het wapen. Verdachte hoorde een schot. Ze waren met zijn drieën bezig: [medeverdachte], verdachte en [slachtoffer 1]. Op een gegeven moment, toen verdachte het schot hoorde, lag [slachtoffer 1] op de grond. Verdachte heeft de autosleutels gepakt toen [slachtoffer 1] op de grond lag. [Medeverdachte] en verdachte zijn vervolgens weggegaan. Ze zijn naar [getuige 10] gegaan. Daar heeft verdachte gecontroleerd hoeveel kogels er in zijn wapen zaten.(15) Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte deze verklaring in essentie bevestigd en nader aangevuld. Het proces-verbaal van de als getuige bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring is aan het procesdossier van verdachte toegevoegd.

Bij een doorzoeking van de woning in Hoogvliet waar verdachte destijds verbleef, is op

16 april 2008 een vuurwapen van het merk Pietro Beretta aangetroffen.(16) [Getuige 11] heeft verklaard dat dit vuurwapen van haar vriend [verdachte] is.(17)

Op 2 april 2008 is in het kader van een onderzoek tegen [getuige 2] in een kelderbox van een woning te Rotterdam een vuurwapen van het merk Zastava aangetroffen. Met dit wapen heeft de politie proefschoten uitgevoerd.(18) Hieruit bleek dat er overeenkomsten zijn met twee hulzen die op 13 januari 2008 op de plaats delict te Utrecht zijn aangetroffen. Het NFI heeft geconcludeerd dat de twee hulzen die op 13 januari 2008 zijn aangetroffen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn verschoten met het onder [getuige 2] in beslag genomen vuurwapen.(19) [Getuige 2] heeft verklaard dat hij dit wapen heeft gekocht van ene [voornaam getuige 1].(20) De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat [medeverdachte] dit wapen na 13 januari 2008 in het bijzijn van verdachte aan [getuige 1] heeft overgedragen.

Door het NFI is onderzocht of de bij [slachtoffer 1] geconstateerde hoofdletsels (nader aangeduid met letsels G, H, I en K) veroorzaakt kunnen zijn door het slaan met een van de genoemde vuurwapens. Het NFI heeft geconcludeerd dat letsel G kan zijn opgeleverd door slaan of stoten met een puntig deel van één van beide wapens. De letsels H en I kunnen zijn opgeleverd door slaan of stoten met de uitstekende rand aan de voorzijde van de patroonhouder van het wapen Zastava en het letsel K kan worden toegeschreven aan met kracht slaan of stoten met de onderzijde van de kolf van hetzelfde wapen.(21)

De politie heeft een gesprek opgenomen tussen verdachte en zijn vriendin [getuige 11], afgeluisterd op 10 juni 2008. Verdachte zegt hierin, voor zover van belang, het volgende:

"Serieus, ik heb niet op die man geschoten broeder, kijk ik ben gegaan... (...) we zijn naar de man toe gegaan, daarna...puntje bij paaltje is die man een spel aan het spelen, snap je? De man wil ons verkloten, we wilden de man "droppen", eindstand: één van de mannen is uitgestapt en weggerend, de Marokkaanse man... (...) eindstand; we zijn uitgest... ik wilde op hem schieten, snap je? (...) We zijn uit de auto gestapt, die man... weet je wat deze man gedaan heeft, broeder? De man is via achterin gesprongen en heeft de autosleutel gepakt, die man heeft de autosleutel gepakt en is uit de auto gestapt... en die man is heel groot, broeder.., ik heb die man gewurgd, ik heb hem met de kolf van het pistool geslagen, die man wilde de sleutel niet loslaten. Weet je wat die man wilde doen? Die man wil de sleutel in de put gooien. Die man wil de sleutel in de put gooien... Eindstand: we willen vechten.. die man wil de sleutel niet loslaten broeder..."(22)

Overwegingen

[Getuige 9] heeft bij de politie verklaard dat de bestuurder van de auto (het hof begrijpt: verdachte) in de auto als eerste een vuurwapen pakte. Verdachte zou dit wapen vervolgens op [getuige 9] en [slachtoffer 1] hebben gericht. Volgens de getuige had [slachtoffer 1] geen wapen bij zich.(23) Bij de rechter-commissaris is de getuige bij deze verklaring gebleven.(24) [Medeverdachte] en verdachte hebben verklaard dat [slachtoffer 1] wel een wapen bij zich had en dat hij als eerste een wapen trok. In zoverre staat de verklaring van de getuige dus lijnrecht tegenover die van [medeverdachte] en verdachte. Het hof heeft op zichzelf geen reden om te twijfelen aan het waarheidsgehalte van de verklaring van [getuige 9]. De verdediging heeft evenwel aangevoerd dat uit het gegeven dat op één van de op de plaats delict gevonden hulzen een DNA-spoor (mengprofiel) van [slachtoffer 1] is aangetroffen, dient te worden afgeleid dat [slachtoffer 1] degene is geweest die het wapen heeft geladen en bij zich heeft gehad. Dit scenario is niet onmogelijk, maar ook niet onomstotelijk juist. Er zijn immers ook andere manieren denkbaar waarop DNA-materiaal van [slachtoffer 1] op één van de hulzen is terechtgekomen. Zo kan bij een opgezet schot als waarvan in de onderhavige zaak sprake was de huls eenvoudig in contact komen met kleding en/of lichaamsmateriaal van het slachtoffer.

Het hof kan niet vaststellen welke lezing de juiste is. Dit wordt niet anders door de door de verdediging aangehaalde passage uit het opgenomen gesprek tussen verdachte en zijn vriendin [getuige 11], afgeluisterd op 10 juni 2008, te weten:

"de Marokkaanse man... groot... hij heeft het schietding in zijn andere hand genomen, hij hield het schietding vast.., zus en zo, eindstand; we zijn uitgest... ik wilde op hem schieten, snap je? Want hij had het schietding genomen, ik had zoiets van misschien pakt hij wel het schietding en gaat hij op de "bro" schieten."

Naar het oordeel van het hof is deze passage voor verschillende uitleg vatbaar. Uit deze passage zou namelijk kunnen worden afgeleid dat [slachtoffer 1] zelf een wapen bij zich had, maar ook dat [slachtoffer 1] het wapen van verdachte of [medeverdachte] probeerde af te pakken.

Nu het hof niet kan vaststellen welke van de twee scenario's het juiste is, wordt in het midden gelaten of [slachtoffer 1] een wapen bij zich had en/of in de auto als eerste een vuurwapen heeft getoond.

Op grond van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen stelt het hof het volgende vast:

- Op enig moment waren verdachte, [medeverdachte] en [slachtoffer 1] uit de auto.

- Verdachte en [medeverdachte] hadden op dat moment ieder een vuurwapen vast en [slachtoffer 1] had op dat moment geen vuurwapen (evt.: meer) in zijn handen.

- [Slachtoffer 1] is vervolgens weggelopen.

- Verdachte en [medeverdachte] hebben [slachtoffer 1] gewapend achtervolgd.

- Verdachte is op [slachtoffer 1] gesprongen.

- Verdachte en [medeverdachte] hebben [slachtoffer 1] met een vuurwapen op zijn hoofd geslagen.

- [Slachtoffer 1] is op de grond terechtgekomen.

- Verdachte en [medeverdachte] hebben [slachtoffer 1] geschopt, terwijl [slachtoffer 1] op de grond lag.

- [Medeverdachte] heeft op [slachtoffer 1] geschoten met 0 cm schootsafstand.

- [Slachtoffer 1] heeft geroepen "nee nee niet doen" en dat hij was geraakt.

- [Medeverdachte] heeft nogmaals op [slachtoffer 1] geschoten met 0 cm schootsafstand.

- [Medeverdachte] heeft met gestrekte arm geschoten.

- Op het moment dat [medeverdachte] schoot, lag [slachtoffer 1] op de grond en stonden [medeverdachte] en verdachte naast hem.

- [Slachtoffer 1] is tengevolge van de schotverwonding aan zijn bovenlichaam overleden.

- [Slachtoffer 1] is aangetroffen op een aantal meters afstand van de plek waar verdachte de auto had geparkeerd.

Op grond van deze feiten en omstandigheden acht het hof het uitgesloten dat er sprake is geweest van een ongeluk. [Medeverdachte] heeft [slachtoffer 1] door middel van een opgezet schot door het bovenlichaam van het leven beroofd. Uit de aard van de gedraging alsmede uit de omstandigheden zoals hiervoor genoemd, leidt het hof af dat de [medeverdachte] op dat moment het opzet heeft gehad om [slachtoffer 1] te doden.

Door de verdediging is nog het verweer gevoerd dat de hiervoor genoemde verklaringen van de getuigen plaats delict niet bruikbaar zouden zijn voor het bewijs nu deze verklaringen onderling op cruciale punten verschillen. Het hof verwerpt dit verweer nu de getuigen plaats delict in hoofdlijnen consistent hebben verklaard over hetgeen zij hebben waargenomen. Nu het gaat om niet bij het feit betrokken ooggetuigen heeft het hof ook geen reden om te twijfelen aan de juistheid van hetgeen zij hebben waargenomen. Dat de verklaringen op details van elkaar verschillen, maakt dit niet anders. Het terzake gevoerde verweer wordt verworpen.

Voorts is naar het oordeel van het hof sprake van medeplegen, nu sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte]. Daarbij neemt het hof onder meer in aanmerking dat het ging om een door verdachte geregelde ontmoeting met [slachtoffer 1] over drugs. Verdachte had daarbij een vuurwapen bij zich dat hij op enig moment wilde gebruiken.(25) Verdachte en [medeverdachte] hebben beiden bewapend [slachtoffer 1] achtervolgd en ze hebben hem beiden geslagen en geschopt. Op het moment dat [medeverdachte] schoot, stond verdachte erbij en heeft hij niets gedaan om het (tweede) schieten te voorkomen. Nadat [slachtoffer 1] is neergeschoten, hebben [medeverdachte] en verdachte alsnog de autosleutels afgepakt en zijn zij naar de auto gerend. Hieruit leidt het hof af dat [medeverdachte] en verdachte zo nauw en bewust hebben samengewerkt dat zij als medeplegers moeten worden aangemerkt.

Voor het aannemen van voorbedachte raad is naar vaste jurisprudentie voldoende dat komt vast te staan dat de dader de tijd had zich te beraden op het te nemen of genomen besluit, zodat -objectief gezien- gelegenheid heeft bestaan om over de betekenis en gevolgen van de voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven.

Uit het voorgaande volgt dat dat in deze zaak het geval is geweest. Het hof doelt daarbij in het bijzonder op de achtervolging door de gewapende verdachten van de onbewapende [slachtoffer 1] vanaf de plaats waar de auto is geparkeerd tot aan de plaats waar op [slachtoffer 1] is geschoten, op de verschillende vormen van fysiek geweld die [medeverdachte] en verdachte hebben gebruikt en op de tijd die tussen de twee schoten heeft gezeten. Daarnaast is vastgesteld dat er door [medeverdachte] is geschoten met gestrekte arm met 0 cm afstand. Deze gedragingen duiden er niet op dat verdachten hebben gehandeld in paniek of een andere plotselinge gemoedsbeweging; zij duiden veeleer op een weloverwogen optreden. Daarmee kan bewezen worden dat [medeverdachte] en verdachte hebben gehandeld met voorbedachte raad.

Bewezenverklaring

1 primair:

hij op 13 januari 2008 te Utrecht tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen met een vuurwapen op/door het (boven-)lichaam van die [slachtoffer 1] geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden.

Feit 2, het overdragen van een vuurwapen (Zastava)

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter zake van dit feit geen bewijsverweer gevoerd. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat [medeverdachte] het vuurwapen, van het merk Zastava, te Rotterdam in zijn bijzijn aan [getuige 1] heeft overgedragen.

Oordeel van het hof

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 2 tenlastelegde, gelet op de hierboven weergegeven bekennende verklaring van de verdachte en de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen.(26)

In het kader van een onderzoek tegen [getuige 2] is op 2 april 2008 in een kelderbox van een woning te Rotterdam een vuurwapen aangetroffen. In de patroonhouder van het vuurwapen zaten twee kogelpatronen.(27)

De politie heeft vastgesteld dat het wapen een pistool is van het merk Zastava, model 70, en dat dit pistool een vuurwapen is in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie (hierna: WWM). De bij het vuurwapen in beslag genomen kogelpatronen zijn munitie in de zin van artikel 2, tweede lid, categorie III WWM.(28)

[Getuige 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat [getuige 2] hem had gevraagd of hij aan een vuurwapen kon komen. [Getuige 1] maakte vervolgens een afspraak met [voornaam verdachte] (het hof begrijpt: verdachte), die hem een week eerder een vuurwapen had aangeboden. Op 21 maart 2008 werd de getuige in Rotterdam opgehaald door [voornaam medeverdachte] (het hof begrijpt: [medeverdachte]), verdachte en [voornaam derde persoon]. In de auto kreeg hij van [medeverdachte] een vuurwapen. [Getuige 1] heeft dit vuurwapen vervolgens aan [getuige 2] gegeven.(29)

[Getuige 2] heeft verklaard dat hij bij het vuurwapen twee kogelpatronen heeft gekregen.(30)

Bewezenverklaring

2:

hij op 21 maart 2008 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Zastava, model 70), en munitie van categorie III, te weten kogelpatronen, heeft overgedragen aan [getuige 1].

Feit 3, het bezit van een vuurwapen (Beretta)

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 3 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter zake van dit feit geen verweer gevoerd. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat bij zijn aanhouding een vuurwapen in zijn jaszak is aangetroffen.

Oordeel van het hof

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 3 tenlastelegde, gelet op de hierboven weergegeven bekennende verklaring van de verdachte en de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen.(31)

Verdachte is op 16 april 2008 aangehouden in een woning te Hoogvliet. In één van de zakken van een jas die in deze woning hing, werd een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aangetroffen.(32) In de patroonhouder zaten vier patronen.(33)

De politie heeft vastgesteld dat het wapen een pistool is van het merk Beretta en dat dit pistool een vuurwapen is in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie (hierna: WWM). Op de foto van het wapen is te zien dat het gaat om het merk Pietro Beretta.(34) De bij het vuurwapen aangetroffen patronen zijn munitie in de zin van artikel 2, tweede lid, categorie III WWM.(35)

Bewezenverklaring

3:

hij op 16 april 2008 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam, een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk Pietro Beretta) en munitie van categorie III, te weten vier patronen voorhanden heeft gehad.

EINDHOVEN

Feit 4, de poging gewapende overval op [adres ] te Eindhoven

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 4 primair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken, wegens gebrek aan bewijs. Volgens de verdediging is de verdachte niet op de betreffende camerabeelden te herkennen, mogen de zogeheten herkenningen van verdachte door getuigen en verbalisanten niet voor het bewijs worden gebruikt en zijn de taps, sms-berichten en OVC-gesprekken onvoldoende specifiek om daar betrokkenheid van verdachte uit te kunnen afleiden. Ter onderbouwing van het standpunt dat de herkenningen niet betrouwbaar zijn, heeft de verdediging verwezen naar een rapport van de deskundige prof. dr. P.J. van Koppen. De verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep beroepen op zijn zwijgrecht.

Oordeel van het hof

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 4 primair tenlastelegde, gelet op de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen.(36) Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid daarvan te twijfelen.

Bewijsoverzicht

Op 18 februari 2008 werd door [getuige 12] aan de politie Eindhoven een CD-rom overhandigd. [Getuige 12] verklaarde daarbij dat hij deze CD-rom had gekregen van een kennis en dat twee daders kennelijk geprobeerd hadden die kennis te overvallen.(37)

Op deze CD-rom is beeldmateriaal opgeslagen, welk beeldmateriaal ook ter terechtzitting in eerste aanleg is getoond. De rechtbank heeft ter terechtzitting het volgende op de beelden waargenomen. Een auto komt aanrijden en stopt vervolgens in een straat met woningen. Uit deze auto stappen twee donkergekleurde mannen. Zij steken de straat over en lopen in de richting van de plek waar de camera's zich bevinden. Eén van de mannen, gekleed in een lichte jas met twee horizontale strepen op borsthoogte en donkere vlakken op de schouders, loopt vervolgens voor de andere man uit. De man die voorop loopt, houdt een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de hand en steekt dit voorwerp tussen de broeksriem en zijn broek. Daarna loopt hij met het wapen in zijn rechterhand door. Een donkergekleurde man, met een capuchon over zijn hoofd, staat vervolgens bij de voordeur van een woning. Hij is gekleed in een lichtgekleurde jas met horizontale strepen op borsthoogte en zwarte vlakken op de schouders. De persoon die bij de voordeur staat maakt handbewegingen ter hoogte van het midden van de deur, mogelijk ter hoogte van een brievenbus. Op een zeker moment kijkt deze man nagenoeg recht in een van de beveiligingscamera's. Deze man vertoont zeer grote uiterlijke overeenkomsten met [medeverdachte]. Nadat de deur niet wordt geopend, vertrekt de man bij de deur. Daarna lopen de beide mannen terug naar dezelfde auto als waarmee zij eerder waren aangekomen en rijden zij weg.(38)

Uit nader onderzoek door de politie is gebleken dat deze beelden zijn opgenomen door beveiligingscamera's aan de woning gelegen aan [adres ] te Eindhoven.(39) De bewoners van deze woning, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] wilden geen aangifte doen, onder andere uit angst voor represailles.(40)

Bewoner [slachtoffer 2] heeft echter op 26 maart 2008 wel een verklaring afgelegd bij de politie. Hij heeft toen verklaard dat er op 6 februari 2008, omstreeks 22.30 uur, bij zijn woning werd aangebeld. Omdat hij noch zijn vriendin (het hof begrijpt: [slachtoffer 3]) bezoek verwachtte, keek hij op de monitor van de bewakingscamera's. Hij zag toen dat er een onbekende man aan de deur stond en dat deze persoon zijn hoofd bedekt had met de capuchon van zijn jas. Hij heeft niet opengedaan, omdat hij deze persoon niet kende. Hij vertrouwde het niet. Toen [slachtoffer 2] de beelden van de beveiligingscamera's terugkeek, zag hij dat een auto kwam aanrijden en dat er twee personen uit deze auto stapten. Verder zag hij dat de genoemde man een vuurwapen doorlaadde, deze achter in zijn broekzak stak, en daarna bij de woning aanbelde.(41)

[Politieambtenaar A] heeft op 1 augustus 2008 naar de beveiligingsbeelden gekeken. Hij heeft het volgende gezien. Een personenauto rijdt een straat in en stopt aldaar. Vervolgens stappen twee negroïde mannen uit. De kleinere man, gekleed in een lichtkleurig gewatteerd jack, steekt direct de straat over nadat hij de auto uitstapte als bijrijder. Hij neemt een vuurwapen in zijn rechterhand en laadt deze door. Vervolgens loopt hij naar de voordeur van een woning. Bij de voordeur kijkt hij om zich heen en vervolgens is zijn gezicht te zien. [Politieambtenaar A] herkent deze man als de hem ambtshalve bekende [medeverdachte]. De andere negroïde man stapt als de bestuurder van de auto uit. Hij loopt aan de overzijde van de straat en steekt pas later de straat over. Hij loopt achter de eerder omschreven man aan. Deze man is veel langer dan de eerder omschreven man. Hij draagt een zwartkleurige, driekwart jas. De wijze waarop deze man zijn voeten neerzet en loopt, komt zeer sterk overeen met de manier van lopen van [verdachte], die [politieambtenaar A] ambtshalve bekend is.(42)

[Politieambtenaar B] heeft dezelfde beelden bekeken. Ook hij komt tot de conclusie dat de man met de zwartkleurige, driekwart jas vanwege onder meer de specifieke manier van lopen een zeer sterke gelijkenis vertoont met de hem ambtshalve bekende persoon [verdachte].(43)

[Getuige 13] heeft verklaard dat hij behalve [medeverdachte] ook [verdachte] op de beelden heeft herkend, en wel als de daarop als tweede zichtbare man. Hij heeft verklaard [verdachte] onder meer te herkennen aan zijn loopje. Volgens de getuige loopt niemand zoals [verdachte].(44)

[Getuige 14] heeft verklaard dat hij op de foto die naar aanleiding van overvallen in Eindhoven bij het programma "Opsporing Verzocht" werd getoond, de man voor de deur herkende als [medeverdachte]. Onder meer gezien de manier van lopen, moet de andere man [verdachte] zijn geweest: hij zet zijn voeten namelijk naar buiten tijdens het lopen.(45)

Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep waargenomen dat verdachte aanmerkelijk langer is dan [medeverdachte] en dat verdachte inderdaad een karakteristieke manier van lopen heeft, die zou kunnen worden omschreven als een "pinguïnloopje".

[Getuige 15] heeft verklaard dat haar toenmalige vriend [voornaam medeverdachte] (het hof begrijpt: medeverdachte) in januari/februari 2008 een pistool had.(46)

Uit paalgegevens blijkt dat de telefoons die destijds bij verdachte en [medeverdachte] in gebruik waren, zich beide op 6 februari 2008 onafhankelijk van elkaar aan het begin van de avond van Rotterdam naar Eindhoven hebben bewogen. De telefoon van [medeverdachte] bevond zich in elk geval om 19.53 uur en 23.37 uur in de onmiddellijke nabijheid van Eindhoven. De telefoon van verdachte bevond zich om 19.40 uur in de omgeving van Moergestel (tussen Tilburg en Eindhoven) en om 23.31 uur in Eindhoven.(47) Op 6 februari 2008 om 23.40 uur was er telefonisch contact tussen verdachte en [medeverdachte]. Tijdens dat gesprek straalde de telefoon van verdachte een zendmast in Eindhoven aan. Verdachte vraagt [medeverdachte] in dat gesprek of hij een tosti moet bestellen, waarop hoorbaar is dat verdachte bij een mevrouw twee tosti's bestelt. [Medeverdachte] zegt vervolgens dat hij eraan komt.(48)

Overwegingen

Met betrekking tot het genoemde rapport van de deskundige prof. dr. P.J. van Koppen overweegt het hof, evenals de rechtbank, als volgt. De deskundige Van Koppen concludeert in zijn rapport dat de aanwijzingen van verdachte door verschillende personen geen herkenningen zijn, omdat slechts sprake is van associatie. Voorts zouden alle herkenningen van [medeverdachte] als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt omdat sprake zou zijn van het zogenaamde 'verwachtingseffect". Het hof constateert dat de deskundige in zijn rapportage ten aanzien van een aantal getuigen in zijn rapport onder meer aangeeft dat hij de betrouwbaarheid van hun verklaringen niet goed kan beoordelen, omdat hij niet weet in hoeverre deze getuigen wisten dat zij [medeverdachte] te zien zouden krijgen. In dit licht acht het hof het opmerkelijk dat de deskundige zich vervolgens in de conclusies van zijn rapport wel in staat acht tot het geven van een -zelfs zeer uitgesproken- oordeel over de betrouwbaarheid van ook deze getuigenverklaringen. Zulks klemt te meer nu blijkt dat de deskundige daarbij kennelijk aanneemt dat de getuigen vooraf wisten dat zij [medeverdachte] te zien zouden krijgen. Het hof constateert dat deze aanname in ieder geval niet gedragen wordt door de inhoud van de verklaringen die verschillende getuigen, waaronder [getuige 13] en [getuige 14], daarover hebben afgelegd en dat daar veeleer het tegendeel uit kan worden afgeleid.

Het hof constateert daarnaast nog dat de deskundige niet beschikte over de betreffende bewegende beelden -die van goede kwaliteit zijn-, maar slechts over de "stills" ervan, die volgens de deskundige bovendien van slechte kwaliteit waren. Gezien deze feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de - stellige - conclusie van de deskundige onvoldoende gedragen kan worden door de feiten. Om deze reden kan aan die conclusie ook niet die waarde worden toegekend die door de verdediging wordt voorgestaan. Het door de verdediging gevoerde verweer, dat de herkenningen door getuigen in deze zaak onbetrouwbaar zijn en derhalve niet voor het bewijs mogen worden gebruikt, wordt verworpen.

Op grond van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen stelt het hof het volgende vast:

- [Verdachte] en [medeverdachte] zijn op 6 februari 2008 's avonds laat samen naar [adres ] te Eindhoven gereden.

- [Verdachte] en [medeverdachte] zijn vervolgens beiden uitgestapt en in de richting van de woning van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gelopen.

- [Verdachte] en [medeverdachte] hadden geen afspraak met de bewoners en de bewoners kenden hen niet.

- Al lopende heeft [medeverdachte] een capuchon over zijn hoofd getrokken, een pistool ter hand genomen en dit doorgeladen.

- [Medeverdachte] heeft vervolgens bij de woning aangebeld.

- [Medeverdachte] en [verdachte] zijn nadien beiden teruggelopen naar de auto en ze zijn samen weggereden.

- [Verdachte] en [medeverdachte] hebben geen enkele verklaring of toelichting kunnen of willen geven die de redengevendheid van deze feiten en omstandigheden zou kunnen ontzenuwen.

Naar het oordeel van het hof zijn de genoemde gedragingen van verdachte en [medeverdachte] naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht op de voltooiing van (medeplegen van) diefstal met geweld, gericht tegen de bewoners van de woning. Het hof acht derhalve bewezen dat sprake is geweest van een begin van uitvoering.

Het hof constateert voorts dat de uitvoering van het voornemen van verdachte en [medeverdachte] om de bewoners van de woning aan [adres ] te overvallen slechts is verhinderd doordat de bewoners de deur niet openden. Dit is een van de wil van verdachten onafhankelijke omstandigheid. Reeds om die reden acht het hof niet aannemelijk dat de verdachten vrijwillig zijn teruggetreden.

Bewezenverklaring

4 primair:

hij op 6 februari 2008 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of een aan andere deelnemer van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader

- met een auto naar de woning van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (gelegen aan [adres ]) gereden en

- vervolgens uit die auto gestapt en in de richting van die woning gelopen en

- (al lopende) een capuchon over zijn hoofd getrokken en

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) ter hand genomen en

- vervolgens dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) doorgeladen en

- met dat (op een) getrokken vuurwapen (gelijkend voorwerp) aangebeld bij die woning, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

BREDA

Feit 6, diefstal met geweld te Breda

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 6 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

Volgens de verdediging kan slechts tot een bewezenverklaring van eenvoudige diefstal worden gekomen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij bij [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] in de auto heeft gezeten en dat hij drugs heeft gestolen van aangever [slachtoffer 4]. Hij heeft ontkend dat hij geld, mobiele telefoons en een ketting heeft gestolen en hij heeft ontkend dat hij bij de diefstal van de drugs geweld heeft gepleegd of de aangevers met geweld heeft bedreigd.

Oordeel van het hof

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 6 tenlastegelegde, gelet op de verklaring van de verdachte inhoudende dat hij bij [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] in de auto heeft gezeten en de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen.(49) Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid daarvan te twijfelen. Het hof hecht geen geloof aan de verklaring van de verdachte, voor zover inhoudende dat hij geen geweld heeft gebruikt en niet met geweld heeft gedreigd. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de verdachte voor het eerst ter terechtzitting van het hof met deze verklaring is gekomen en dat tegenover deze verklaring de andersluidende verklaringen van aangever [slachtoffer 4] en de getuigen [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] staan.

Bewijsoverzicht

[Slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van een beroving, gepleegd op 13 februari 2008 omstreeks 16.50 uur te Breda. Hij heeft verklaard dat hij die dag samen met [slachtoffer 5] en

[slachtoffer 6] met de auto naar Breda is gereden, omdat hij daar mobiele telefoons zou kopen van een - hem onbekende - man. In Breda is de man bij aangever en zijn vrienden in de auto gestapt. Vervolgens heeft aangever € 200,- aan de man betaald in ruil voor mobiele telefoons. Na de betaling haalde de man echter een vuurwapen uit zijn jaszak en laadde dit door. De man hield het wapen op aangever gericht en zei tegen aangever en zijn vrienden dat zij hun handen achter hun hoofd, in de nek, moesten leggen. Vervolgens heeft de man de mobiele telefoon van aangever gepakt en zijn gouden ketting van zijn nek gerukt. De man is vervolgens uitgestapt en vertrokken.(50)

Deze aangifte van [slachtoffer 4] vindt steun in de verklaringen van [slachtoffer 5](51) en [slachtoffer 6](52). Uit die verklaringen volgt immers dat:

- zij op 13 februari 2008 te Breda samen met [slachtoffer 4] in de auto zaten.

- [slachtoffer 4] een afspraak had gemaakt met een man, om een telefoon te kopen.

- op een gegeven moment een man bij hen in de auto stapte.

- [slachtoffer 4] € 200,- heeft betaald aan de man in ruil voor mobiele telefoons.(53)

- de man een vuurwapen uit zijn jaszak pakte en dit doorlaadde.

- de man het vuurwapen op [slachtoffer 4] gericht hield.(54)

- iedereen van hem de handen in de nek moest doen.

- de man bij [slachtoffer 4] de ketting van zijn nek trok.

- zij hun mobiele telefoons aan de man hebben moeten afgeven.

- de man zei: "Geef met één hand je telefoon aan in een rustige beweging, want anders krijg je die kogel."(55)

Bewezenverklaring

6:

hij op 13 februari 2008 te Breda met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en een bedrag aan geld (van 200 euro) en een halsketting (koningsketting), toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

en

met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot afgifte van mobiele telefoons toebehorende aan [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6], welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte

- terwijl hij, verdachte samen met die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] in een auto zat

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ter hand heeft genomen en

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft doorgeladen en

- (vervolgens) dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 4] heeft gericht en gericht gehouden en

- (daarbij) tegen die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft gezegd: "handen achter je hoofd of in je nek" en/of "geef je telefoon aan in een rustige beweging want anders krijg je die kogel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- die halsketting met kracht van de nek van die [slachtoffer 4] heeft getrokken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van moord.

het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

het onder 4 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken of het bezit van het gestolene te verzekeren, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

en

afpersing.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft in eerste aanleg gevorderd dat de verdachte ter zake van de bewezen verklaarde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

16 jaren.

De rechtbank Utrecht heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep geëist dat de verdachte ter zake van de feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren. Daarbij heeft de advocaat-generaal gewezen op de zeer ernstige en onherstelbare gevolgen voor de nabestaanden van [slachtoffer 1], de omstandigheid dat verdachte slechts een aantal weken na de moord op [slachtoffer 1] een gewapende overval heeft gepleegd en heeft geprobeerd om samen met een ander een gewapende overval op een woning te plegen, dat verdachte reeds eerder ter zake van geweldsdelicten is veroordeeld en dat hij lange tijd geen openheid van zaken heeft willen geven. Nu de verdachte geen inzicht heeft gegeven in zijn persoon en weigert mee te werken aan gedragsdeskundig onderzoek dient volgens de advocaat-generaal reeds vanuit oogpunt van preventie een zeer langdurige gevangenisstraf opgelegd te worden. De advocaat-generaal komt tot een hogere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist en door de rechtbank is opgelegd. Volgens de advocaat-generaal is hiervoor redengevend dat hij de rol van de verdachte bij de moord op [slachtoffer 1] groter acht dan in eerste aanleg kon worden aangenomen en dat hij verdachte de herhaling van feiten zwaarder aanrekent dan de officier van justitie en de rechtbank hebben gedaan.

De verdediging heeft betoogd dat bij de straftoemeting rekening moet worden gehouden met de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte. Volgens de verdediging is de nog zeer jonge verdachte een door zijn jeugd beschadigd persoon. Voorts heeft de verdediging als strafverminderende factoren genoemd dat verdachte niet degene is geweest die heeft geschoten en dat [slachtoffer 1] zelf gewapend de confrontatie met verdachte en [medeverdachte] is aangegaan.

Het hof overweegt als volgt. Verdachte zich schuldig gemaakt aan moord door op 13 januari 2008 samen met [medeverdachte] [slachtoffer 1] met een vuurwapen om het leven te brengen. Dit geschiedde op de openbare weg en vele mensen waren hiervan getuige. Met het plegen van dit feit heeft de verdachte het slachtoffer het meest fundamentele recht, het recht op leven, ontnomen. Met zijn handelen heeft de verdachte onpeilbaar leed toegebracht aan de dierbaren van het slachtoffer, in het bijzonder aan zijn echtgenote en zijn jonge kinderen. Ook de rechtsorde is hierdoor ernstig geschokt.

Voorts heeft verdachte zich op 6 februari 2008 samen met [medeverdachte] schuldig gemaakt aan een poging tot beroving met gebruikmaking van een doorgeladen vuurwapen. Op 13 februari 2008 heeft verdachte daadwerkelijk een beroving gepleegd. Verder heeft verdachte op 21 maart 2008 samen met [medeverdachte] een vuurwapen en munitie overgedragen en heeft hij op 16 april 2008 een vuurwapen en munitie voorhanden gehad.

Moord, zoals onder 1 primair bewezen is verklaard, behoort tot de meest ernstige misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent en is naar zijn aard een misdrijf dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeer lange duur rechtvaardigt. Als uitgangspunt voor de strafoplegging bij een enkelvoudige moord hanteert het hof een gevangenisstraf van tussen de twaalf en achttien jaren, zoals ook wordt weergegeven in de databank consistente straftoemeting, waarin straffen zijn opgenomen die eerder voor dit soort feiten zijn opgelegd. In de onderhavige zaak neemt het hof een aantal strafverzwarende factoren in aanmerking. Zwaarwegend acht het hof dat verdachte na de moord op [slachtoffer 1] is doorgegaan met het plegen van geweldsdelicten, waarbij steeds weer gebruik is gemaakt van een vuurwapen. Voorts blijkt uit een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 16 april 2012 dat verdachte al eerder ter zake van geweldsdelicten is veroordeeld. Daar staat tegenover de jonge leeftijd van verdachte en zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden, zoals deze door de verdediging bij pleidooi nader zijn verwoord en zoals ze ook blijken uit het in het PBC-rapport opgenomen milieuonderzoek: verdachte, die door deskundigen wordt ingeschat als zwakbegaafd, heeft zijn jeugd doorgebracht in verscheidene internaten. Zowel de vader als een oom van verdachte werd vermoord toen verdachte een tiener was. De moeder van verdachte onttrok zich vrijwel volledig aan zijn opvoeding. Verdachte heeft maar beperkt onderwijs genoten.

Het hof zal bij de strafbepaling geen rekening houden met het ad informandum gevoegde feit, nu de verdachte niet heeft bekend dit feit te hebben gepleegd.

Alles afwegend, acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaar passend en geboden.

Feit 3 is begaan met betrekking tot de inbeslaggenomen Beretta en bijbehorende munitie. Het ongecontroleerd bezit ervan is in strijd met de wet. Het hof zal daarom de maatregel van onttrekking aan het verkeer opleggen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 16.068,77. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 6.023,91. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting van het hof niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen, met dien verstande dat de vordering hoofdelijk zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36f, 45, 47, 57, 63, 289, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de gegeven vrijspraak van feit 5.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3,

4 primair en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 6 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een pistool van het merk Beretta inclusief houder met 4 patronen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [benadeelde], terzake van het onder 1 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 16.068,77 (zestienduizend achtenzestig euro en zevenenzeventig cent) bestaande uit € 6.068,77 (zesduizend achtenzestig euro en zevenenzeventig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], een bedrag te betalen van € 16.068,77 (zestienduizend achtenzestig euro en zevenenzeventig cent) bestaande uit € 6.068,77 (zesduizend achtenzestig euro en zevenenzeventig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 115 (honderdvijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Aldus gewezen door

mr R. van den Heuvel, voorzitter,

mr R.H. Koning en mr P.L. van Dijke, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr K.A.M. Oude Vrielink, griffier,

en op 31 mei 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Voetnoten

1 Voor zover hierna wordt verwezen naar bijlagen, wordt verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte (stam)proces-verbaal, genummerd PL0915/08-001121 I ([verdachte]) resp. PL0981/08-012014 H ([medeverdachte]), gesloten en getekend op 28 november 2008 door [verbalisant C], brigadier van politie.

2 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van een niet natuurlijke dood als bijlage op pagina 69 en het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen als bijlage op pagina 80 en 81.

3 Het deskundigenrapport, genummerd 2008.01.14.084, opgemaakt door dr. B. Kubat, werkzaam als vast gerechtelijke deskundige bij het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, gesloten en getekend op 29 februari 2008 (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina's 192-196) en het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen als bijlage op pagina 96.

4 Het deskundigenrapport, genummerd 2008.01.14.084 (aanvraag 5), opgemaakt door ing. S.B.C.G. Chang, werkzaam als vast gerechtelijke deskundige bij het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, gesloten en getekend op 28 mei 2008 (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina's 236-242) en het proces-verbaal van verhoor van getuigen d.d. 2 november 2011 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende als verklaring van S.B.C.G. Chang.

5 Het deskundigenrapport, genummerd 2008.01.14.084, opgemaakt door dr. B. Kubat, werkzaam als vast gerechtelijke deskundige bij het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, gesloten en getekend op 29 februari 2008 (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina's 192-196) en het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen als bijlage op pagina 96.

6 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 808-811, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 3].

7 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 814-815, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 4].

8 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 616-620, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 5].

9 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 641-644, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 6].

10 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen als bijlage op pagina 90-91, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 7].

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuigen d.d. 2 juni 2009 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 7].

12 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 636-640, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 8].

13 De in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van verhoor als bijlagen op pagina 592-594 en 595-600, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 9].

14 Het proces-verbaal van verhoor van getuigen d.d. 10 november 2011 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende als verklaring van [medeverdachte].

15 Het proces-verbaal van verhoor van getuigen d.d. 10 november 2011 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte].

16 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal als bijlage op pagina 1773-1774 en het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding als bijlage op pagina 327.

17 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 820, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 11].

18 Het in de wettelijke vorm opgemaakte omschrijvingsproces-verbaal Wet Wapens en Munitie, genummerd 2008109993, gesloten en getekend op 2 april 2008 door [verbalisant D], brigadier van politie, met bijlage en het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2008109993, gesloten en getekend op 2 april 2008 door [verbalisant D], brigadier van politie (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina 96-98 en 99).

19 Het deskundigenrapport, genummerd 2008.01.14.084 (aanvullend), opgemaakt door W. Kerkhoff, werkzaam als vast gerechtelijke deskundige bij het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, gesloten en getekend op 9 april 2008 (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina's 247-250).

20 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 1583-1593, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2].

21 Het deskundigenrapport, genummerd 2008.01.14.084, opgemaakt door H.N.J.M. van Venrooij, werkzaam als forensisch arts bij het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, gesloten en getekend op 13 januari 2009, als bijlage op pagina 2785-2795.

22 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie als bijlage op pagina 372, voor zover inhoudende als uitlating van [verdachte].

23 De in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van verhoor als bijlagen op pagina 592-594 en 605, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 9].

24 Het proces-verbaal van verhoor van getuigen d.d. 25 mei 2009 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 9].

25 Het hof leidt dit af uit het hierboven weergegeven gesprek tussen [verdachte] en zijn vriendin [getuige 11], afgeluisterd op 10 juni 2008.

26 Voor zover hierna wordt verwezen naar bijlagen, wordt verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte (stam)proces-verbaal, genummerd PL0915/08-001121 I ([verdachte]) resp. PL0981/08-012014 H ([medeverdachte]), gesloten en getekend op 28 november 2008 door [verbalisant C], brigadier van politie.

27 Het in de wettelijke vorm opgemaakte omschrijvingsproces-verbaal Wet Wapens en Munitie, genummerd 2008109993, gesloten en getekend op 2 april 2008 door [verbalisant D], brigadier van politie, met bijlage en het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2008109993, gesloten en getekend op 2 april 2008 door [verbalisant D], brigadier van politie (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina 96-98 en 99).

28 Het in de wettelijke vorm opgemaakte omschrijvingsproces-verbaal Wet Wapens en Munitie, genummerd 2008109993, gesloten en getekend op 2 april 2008 door [verbalisant D], brigadier van politie, met bijlage (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina 96-98).

29 Het proces-verbaal van verhoor van getuigen d.d. 4 juni 2009 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1].

30 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 1586-1587, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2].

31 Voor zover hierna wordt verwezen naar bijlagen, wordt verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte (stam)proces-verbaal, genummerd PL0915/08-001121 I ([verdachte]) resp. PL0981/08-012014 H ([medeverdachte]), gesloten en getekend op 28 november 2008 door [verbalisant C], brigadier van politie.

32 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal als bijlage op pagina 1773-1774 en het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding als bijlage op pagina 327-328.

33 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal onderzoek regionale technische recherche, genummerd PL0916/08-013877, gesloten en getekend op 18 april 2008 door [verbalisant E] (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina 103-109).

34 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal onderzoek regionale technische recherche, genummerd PL0916/08-013877, gesloten en getekend op 18 april 2008 door [verbalisant E] (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", met name pagina 105.

35 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal onderzoek regionale technische recherche, genummerd PL0916/08-013877, gesloten en getekend op 18 april 2008 door [verbalisant E] (ordner "Dossier Forensisch Onderzoek", pagina 103-109.

36 Voor zover hierna wordt verwezen naar bijlagen, wordt verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte (stam)proces-verbaal, genummerd PL0915/08-001121 H ([verdachte]) resp. PL0981/08-012014 G ([medeverdachte]), gesloten en getekend op 28 november 2008 door [verbalisant C], brigadier van politie.

37 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal als bijlage op pagina 214 (ordner onderzoek Eindhoven).

38 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 6 april 2010 van de meervoudige kamer in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende als eigen waarneming van de rechtbank, pagina 5.

39 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen als bijlage op pagina 218 (ordner onderzoek Eindhoven).

40 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal als bijlage op pagina 214 (ordner onderzoek Eindhoven).

41 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal als bijlage op pagina 53 (ordner onderzoek Eindhoven).

42 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal als bijlage op pagina 251 (ordner onderzoek Eindhoven).

43 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal als bijlage op pagina 252 (ordner onderzoek Eindhoven).

44 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor, gesloten en getekend op 3 februari 2009 door [verbalisant B], inspecteur van politie, pagina 2649-2651, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 13] en het proces-verbaal van verhoor van getuigen d.d. 20 augustus 2009 opgemaakt door de rechter-commissaris strafzaken in de rechtbank Utrecht, voor zover inhoudende als verklaring [getuige 13].

45 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal als bijlage op pagina 274 en 275 (ordner onderzoek Eindhoven).

46 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor als bijlage op pagina 468 en 469 (ordner onderzoek Eindhoven), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 15].

47 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen als bijlage op pagina 83-85 (ordner onderzoek Eindhoven).

48 De in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal als bijlagen op pagina 88 en 89 (ordner onderzoek Eindhoven).

49 Voor zover hierna wordt verwezen naar bijlagen, wordt verwezen naar de bijlagen van het in de wettelijke vorm opgemaakte (stam)proces-verbaal, genummerd PL202M/08-005306, gesloten en getekend op 28 november 2008 door [verbalisant C], brigadier van politie (ordner onderzoek Breda).

50 Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte als bijlage op pagina 17, 19 en 20 (ordner onderzoek Breda), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 4].

51 Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte als bijlage op pagina 27 en 28 (ordner onderzoek Breda), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5].

52 Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte als bijlage op pagina 34 en 35 (ordner onderzoek Breda), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6].

53 Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte als bijlage op pagina 27 en 28 (ordner onderzoek Breda), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5].

54 Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte als bijlage op pagina 34 en 35 (ordner onderzoek Breda), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 6].

55 Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte als bijlage op pagina 27 en 28 (ordner onderzoek Breda), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 5].