Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6605

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
23-003219-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zaak Mayer. Internationale handel in (pseudo-)efedrine. Geen bewijs voorbereidingshandelingen Opiumwet/Overtreding Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën. Verwerping verweer U-bocht constructie bij samenwerking Nederlandse en Australische politie in verband met onderzoek te Dubai. Geen onrechtmatige inzet IMSI-catcher.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003219-10

datum uitspraak: 16 mei 2012

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 9 juli 2010 in de strafzaak onder parketnummer 15-751640-06 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1973],

adres: [adres], [woonplaats].

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Haarlem vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 primair en subsidiair en 4 primair en subsidiair is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 19 maart 2010, 19 en 27 april 2010, 4 en 26 mei 2010 en 11 en 25 juni 2010 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 27 april 2011, 4 mei 2011, 22 september 2011, 5, 9, 19 en 21 december 2011, 18 januari 2012, 13, 16, 19, 20, 23, 24 en 25 april 2012 en 2 mei 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Feit 1:

(B00: Criminele organisatie)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 28 mei 2008 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Antwerpen en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Lahore en/of Islamabad en/of Karachi en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of Pakistan en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie welke werd gevormd door hem, verdachte, en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het opzettelijk plegen van:

- voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet en/of

- het als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, zonder een door de bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, invoeren van en/of ontplooien van intermediaire activiteiten met betrekking tot een of meer hoeveelheden efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval (telkens) een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van het Europees Parlement en de Raad en/of eerdergenoemde geregistreerde stoffen binnen het grondgebied van de Gemeenschap heeft gebracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen (artikel 4 en 2 onder a van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën juncto artikel 6 lid 1 van de EG verordening nr 111/2005) en/of

- witwassen als bedoeld in artikel 420bis jo 420quater van het Wetboek van Strafrecht en/of

- valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht en/of

- opzettelijke voorbereiding van en/of uitlokking van en/of poging tot en/of medeplichtigheid aan en/of tot eerdervermelde misdrijven,

welke deelneming bestond uit:

- het (mede)plegen van die misdrijven en/of

- het verschaffen van inlichtingen, middelen, gelden en/of (valse) documenten en/of het geven van aanwijzingen en/of opdrachten met betrekking tot de voorbereiding en/of uitvoering van die misdrijven en/of

- het onderhouden van contacten en/of het houden van besprekingen en/of het geven en/of het ontvangen van van opdrachten, inlichtingen, middelen, geld en/of (valse) documenten met/aan/van producenten, leveranciers, transporteurs, financiers, afnemers, tussenpersonen en/of verleners van hand- en spandiensten en/of anderen van en/of met betrekking tot die misdrijven en/of

- het regelen van bestemmings- en/of verblijf- en/of verzendadressen en/of

- het regelen en/of uitvoeren van een of meer proefzending(en) en/of

- het verrichten van hand- en spandiensten,

Feit 2:

(B02: Olycanstraat)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 maart 2006 tot en met 10 april 2006 te Amsterdam en/of Almere en/of Muiden en/of Zaandam en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 maart 2006 tot en met 10 april 2006 te Amsterdam en/of Almere en/of Muiden en/of Zaandam en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 3:

(B03: 92 kg Antwerpen)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 mei 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Antwerpen en/of Kinsjasa en/of Saalfeld, althans in Nederland en/of België en/of de Democratische Republiek Congo en/of Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens)

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 92,17 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt , bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 mei 2006 en/of Schiphol en/of Almere en/of Antwerpen en/of Kinsjasa en/of Saalfeld, althans in Nederland en/of België en/of de Democratische Republiek Congo en/of Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 92,17 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 4:

(B04: 15 kilogram Australië)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 19 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of en/of de Democratische Republiek Congo, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- een stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 15 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 19 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of en/of de Democratische Republiek Congo, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 15 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 5:

(B05: 171 kilogram + 49 kilogram Brussel)

Primair

- hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen en/of

- hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 16 juli 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

(telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

een stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 171 kilogram pseudo efedrine en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 49 kilogram pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 16 juli 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 171 kilogram pseudo efedrine en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 49 kilogram pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 6:

(B05/B-11: 245 kilogram Australie/Mexico)

Primair

- hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

en/of

- hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006 en/of in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

(telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- een stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 245 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 juli 2006 en/of in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 245 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 7:

(B11: 50 kg Mexico)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen en/of

(telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

(een) stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 50 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 juli 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 50 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 8:

(B12: Traject Pakistan-Australië)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 28 mei 2008 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Antwerpen en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Lahore en/of Islamabad en/of Karachi en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of Pakistan en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden metamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens)

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 600 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van metamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en verzoek aanhouding

A Dubai

1. De verdediging heeft zich aangesloten bij het verzoek tot aanhouding als gedaan in de zaak [medeverdachte W.]. Daarbij is verzocht de zaak aan te houden voor nader onderzoek dat naar haar oordeel noodzakelijk is.

Dit nadere onderzoek zou dienen te bestaan uit:

- het doen van een rechtshulpverzoek aan Australië om Ray MacDonald, destijds de liaison-officer van Australië in Dubai, te horen;

- het doen van een rechtshulpverzoek aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om [K.M. al M.], alsmede sergeant [L.], CID Dubai Police te horen;

- het doen van een rechtshulpverzoek aan Australië en/of Dubai om de beschikking te krijgen over een volgens de verdediging beweerdelijk door die CID opgemaakt proces-verbaal;

- het doen van een rechtshulpverzoek aan Australië om het antwoord op het door Australië aan de VAE verzonden rechtshulpverzoek van 10 april 2007 te verkrijgen.

De verdediging heeft aan dat verzoek onder meer het volgende ten grondslag gelegd.

De verdediging in de zaak [medeverdachte W.] is in Dubai geweest en heeft daar gesproken met sergeant [L.] van de Dubai Police. Deze heeft in aanwezigheid van de raadsman in het politiesysteem gezocht, maar daar komt niet uit naar voren dat in juli 2006 onderzoekshandelingen zijn verricht jegens [medeverdachte W.], [medeverdachte C.], [A.W.], [medeverdachte vd B.] of [S.], terwijl de laatste geen student is en zijn paspoortnummer niet kan kloppen. Bovenaan de vertaling van het Arabische proces-verbaal staat een dossiernummer dat niet het dossiernummer van de politie in Dubai is. Ook een machtiging tot inkijk ontbreekt in het systeem. [K.M. al M.] was in 2006 geen commandant zoals uit die vertaling volgt. [P.B.] heeft verklaard op de ambassade te hebben verbleven in Dubai, maar daar is alleen een consulaat. Gesproken is met de manager van het Meridien Hotel in Dubai en het hoofd beveiliging. Van die zijde is niet bevestigd dat daar een onderzoek in de hotelkamer van een of meer verdachten is geweest. Daarom moet worden getwijfeld aan het proces-verbaal van de AFP. Er is geen proces-verbaal door de politie van Dubai opgemaakt noch zijn onderzoekshandelingen door haar verricht.

2. De verdediging heeft eveneens bepleit dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging.

De raadsman heeft daartoe betoogd dat uit de verhoren van de Australische getuigen [C.A.], [P.W.] en [P.B.] onder leiding van de raadsheer-commissaris blijkt dat sprake is geweest van parallelle opsporing in Nederland en Australië. Er is gecoördineerd en intensief onderzoek gedaan en op zeer directe wijze opsporingsinformatie tussen de betrokken landen gedeeld, in het bijzonder zijn de onderzoeksresultaten uit de Verenigde Arabische Emiraten (hierna: VAE) door Australië met Nederland gedeeld. Nederland kon zelf geen onderzoek doen in de VAE vanwege het risico op de doodstraf voor de verdachten. Voorts is gebleken dat het rechtshulpverzoek van Australië aan de VAE dateert van maart 2007, terwijl de onderzoeksresultaten dateren van juli 2006.

De hiervoor aangegeven gang van zaken rond het opsporingsonderzoek in de VAE en het verstrekken van de daaruit verkregen informatie door Australië aan Nederland leidt tot de conclusie dat sprake is van een onrechtmatige U-bocht constructie met betrekking tot het opsporingsonderzoek dat is verricht in de VAE. Het onderzoek in de VAE heeft plaatsgevonden in samenwerking met Nederland. Rechtsregel is dat daarvoor toestemming is vereist van een Nederlandse autoriteit. Nu deze toestemming ontbreekt is gehandeld in strijd met 6 EVRM fair trial, behoorlijke procesorde. Ook is van de nauwe samenwerking tussen Australië en Nederland niet, althans niet voldoende verslag gedaan in het dossier. De raadsman heeft in dit verband verwezen naar een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam in de zogenoemde Elwood-zaak, van 16 april 2012 (LJN BW3203). Dit alles dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging, aldus de raadsman.

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat dit verweer dient te worden verworpen op de gronden zoals de rechtbank in haar vonnis heeft geformuleerd en dat het verzoek aanhouding moet worden afgewezen.

Het hof overweegt ten aanzien van het verzoek tot aanhouding en de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie op dit punt, welke onderwerpen samenhangen, het volgende.

- de stelling dat geen onderzoek door de politie in Dubai heeft plaatsgevonden

De stellingen waarbij de verdediging zich heeft aangesloten gaan ver en zijn gebaseerd op een niet bewijsbare theorie. Daaruit vloeit voort dat niet alleen de Nederlandse politie in processen-verbaal valsheden zou hebben opgenomen, dat de officier van justitie valse rechtshulpverzoeken zou hebben opgesteld en dat de onderzoeksleider [A.] valse verklaringen zou hebben afgelegd, maar ook dat de Australische autoriteiten daaraan actief medewerking zouden hebben verleend. Ook zij zouden meerdere valse stukken hebben opgemaakt, te weten een vals onderzoeksrapport van de politie van Dubai en een rechtshulpverzoek aan Dubai met daarin onjuiste informatie. Daarnaast zouden drie Australische opsporingsambtenaren valse verklaringen aan de Nederlandse raadsheer-commissaris hebben afgelegd.

Ter onderbouwing van genoemde stellingen is gewezen op de bevindingen van de verdediging van [medeverdachte W.] in Dubai.

Het hof acht deze stellingen niet aannemelijk. Als uitgangspunt geldt dat vertrouwen mag worden gesteld in ambtsedige processen-verbaal. In hoger beroep zijn daarnaast genoemde Australische opsporingsambtenaren gehoord. Zij hebben alle drie bevestigd dat de Australische autoriteiten destijds om de assistentie van de politie van Dubai hebben verzocht en dat daaraan door de politie van Dubai gevolg is gegeven. Dat de verdediging van [medeverdachte W.] in Dubai informatie heeft verkregen die erop lijkt te duiden dat in het geheel geen onderzoek door de politie van Dubai heeft plaatsgevonden, is voor het hof geen reden de zaak anders te zien. Hoewel het hof, zoals reeds ter terechtzitting is opgemerkt, niet twijfelt aan de juistheid van hetgeen de verdediging van [medeverdachte W.] naar voren heeft gebracht, is het hof niet overtuigd van de juistheid van zijn conclusies. Dat informatie in een computersysteem van de politie niet vindbaar is, zoals is geconstateerd, kan vele redenen hebben. Enkele daarvan zijn door de advocaten-generaal ter zitting in hoger beroep in de zaak [medeverdachte W.] naar voren gebracht, zoals de mogelijkheid dat de betreffende informatie slechts met bepaalde autorisaties toegankelijk is. Ook merkt het hof op dat de politieman die deze constatering deed kennelijk in geen enkele relatie stond tot het door de verdediging betwiste proces-verbaal. Het hof laat dan nog daar de vraag hoe waarschijnlijk het is dat een politieman zou overgaan tot het daadwerkelijk delen van opsporingsinformatie met de verdediging van een verdachte.

Dat de naam van de destijds fungerende commandant [K.M. al M.] zou zijn volgt, anders dan de verdediging kennelijk meent, niet noodzakelijk uit de Engelse versie van het rapport van de politie van Dubai. Daarin kan immers gelezen worden dat [K.M. al M.] namens ("on behalf of") die commandant het rapport ondertekende en dus niet zelf die commandant was.

Dat de manager van het Meridien Hotel in Dubai heeft ontkend dat de politie actief is geweest in de hotelkamer van [medeverdachte W.] en [medeverdachte C.], acht het hof evenmin veelbetekenend, nu ook voor deze ontkenning vele redenen kunnen bestaan. Bovendien acht het hof het niet volstrekt zeker dat hotelkamers zijn doorzocht, nu daarvan in het vertaalde rapport van de politie in Dubai zelf geen melding wordt gemaakt. Het hof acht het niet uitgesloten dat de politie van Dubai de bagage van deze verdachten elders heeft doorzocht en dat de vermelding in het Australische rechtshulpverzoek met betrekking tot de doorzoeking van hotelkamers op een vergissing berust.

Overigens, maar dit ten overvloede, acht het hof het nauwelijks voorstelbaar dat ter afdekking van een Nederlandse informant door de Nederlandse autoriteiten samen met de opsporingsautoriteiten van een ander land gemeenschappelijk valsheid in geschrifte zou zijn gepleegd en wel op zodanige wijze dat daarbij vele personen betrokken waren en zelfs valselijk een proces-verbaal in naam van een derde land zou zijn opgemaakt. Bovendien zou dat betekenen dat de Australische autoriteiten dit bedrog ook nog eens aan dat derde land kenbaar zouden hebben gemaakt, nu immers in het rechtshulpverzoek aan de VAE, waarvan niet ter discussie staat dat dit daadwerkelijk is gedaan, uitvoerig verslag is gedaan van het volgens de verdediging niet-bestaande onderzoek. Hetgeen overigens is gesteld maakt het oordeel niet anders. Verder geldt hetgeen hierna wordt opgemerkt.

- het verweer dat sprake is geweest van een ongeoorloofde U-bochtconstructie

Vaststellingen

Op 17 juli 2006 heeft de officier van justitie van het landelijk parket, naar aanleiding van het feit dat [medeverdachte W.] en [medeverdachte C.], vermoedelijk vergezeld door [J.P.] en [medeverdachte vd B.], voor ontmoetingen met andere betrokkenen rond 24 juli 2006 naar Dubai zouden afreizen, een rechtshulpverzoek aan de VAE opgesteld. In dit verzoek werd aan de justitiële autoriteiten aldaar verzocht onderzoekshandelingen te verrichten gedurende de periode dat deze verdachten zich in Dubai zouden bevinden. In het rechtshulpverzoek werd vermeld dat de verdachten betrokken zouden zijn (onder meer) bij feiten die strafbaar zijn gesteld bij de Opiumwet. Het Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BIRS) heeft dit verzoek echter niet naar de VAE doorgezonden in verband met het feit dat in Dubai ter zake van misdrijven die onder de Opiumwet vallen de doodstraf kan worden opgelegd. BIRS had overigens om diezelfde reden in juni 2006 al twee eerdere rechtshulpverzoeken aan Dubai in het Mayer-onderzoek tegengehouden.

In Australië liep in dezelfde periode een strafrechtelijk onderzoek onder de naam "Lacerta". Dit onderzoek was opgestart in juni 2006 naar aanleiding van informatie afkomstig uit het Mayer-onderzoek. Het Lacerta-onderzoek richtte zich in hoofdzaak op de Australische verdachten [J.W.] en [R.S.], die ook in het Mayer-onderzoek een rol speelden als mogelijke afnemers van de mogelijk door de verdachten in het Mayer-onderzoek te leveren (pseudo)efedrine. In het Lacerta-onderzoek was [C.A.], de leider van het onderzoek en [P.W.] de leider van het onderzoeksteam.

Op of omstreeks 25 juli 2006 heeft [C.A.] namens de Australische autoriteiten aan de politie van Dubai verzocht om assistentie in verband met het verblijf van [medeverdachte W.], [medeverdachte C.] en [J.W.] in Dubai van 24 tot 28 juli 2006. Het verzoek zou hebben gezien op observatie en andere technische ondersteuning. Aanleiding voor dit verzoek was informatie vanuit Nederland, inhoudende dat deze verdachten elkaar in Dubai waarschijnlijk zouden ontmoeten. Genoemd verzoek is, zo volgt uit de verklaring van [P.W.], op basis van politiesamenwerking gedaan.

Naar aanleiding van dit verzoek heeft de politie van Dubai daadwerkelijk onderzoek verricht. Zij heeft de verdachten geobserveerd, afgeluisterd en tevens zijn de bezittingen van [medeverdachte W.] en [medeverdachte C.] doorzocht. Daarbij is in de bagage van een van hen een USB-stick aangetroffen, met daarop voor het onderzoek relevante informatie.

De Australische politie heeft, via haar liaison-officer in Dubai, kort nadien een ter zake opgemaakt verslag van de politie in Dubai ontvangen. Een vertaling van dit verslag is korte tijd later, op 8 augustus 2006, via de Australische liaison-officer in Nederland [P.B.], aan het onderzoeksteam in de zaak Mayer ter beschikking gesteld.

Voornoemd verzoek tot assistentie is nadien bevestigd in een rechtshulpverzoek van de Australische autoriteiten aan de VAE van 10 april 2007.

Tussen het Nederlandse en het Australische onderzoeksteam was - zoals uit het voorgaande al blijkt - sprake van overleg en uitwisseling van informatie. Op 26 juni 2006 werd daartoe een rechtshulpverzoek aan de Australische autoriteiten verzonden (dossier AF, p. 43-46). De informatie-uitwisseling verliep meestal via de in Nederland gestationeerde [P.B.] en een enkele keer ook rechtstreeks via de teamleiders In ieder geval bij [C.A.] was bekend dat vanuit Nederland geen rechtshulpverzoek aan de VAE kon worden gedaan vanwege eerdergenoemd risico op de doodstraf.

Gebleken is dat de Nederlandse politie de Australische politie op 24 juli 2006 heeft geïnformeerd over het vertrek van [medeverdachte W.] c.s. naar Dubai.

Op zichzelf verzet geen rechtsregel zich tegen een dergelijke samenwerking tussen de Nederlandse politie en die in het buitenland.

Gevolgtrekkingen met betrekking tot de betrokkenheid van de Nederlandse politie bij het onderzoek in Dubai

Het hof stelt ten eerste vast dat niet is gebleken of aannemelijk geworden dat op het grondgebied van de VAE mede door Nederlandse opsporingsambtenaren onderzoekshandelingen zijn verricht of dat Nederlandse autoriteiten daarover enige zeggenschap hebben gehad. Dit betekent dat de onderzoekshandelingen aldaar hebben plaatsgevonden onder verantwoordelijkheid van de autoriteiten van de VAE.

Voorts is niet gebleken of aannemelijk geworden dat de Nederlandse politie de Australische autoriteiten in juli 2006 heeft bewogen een rechtshulpverzoek te doen, omdat zij daartoe zelf niet de gelegenheid kreeg, of dat de Nederlandse politie zelf de politie van Dubai heeft aangestuurd.

[A.], teamleider van het onderzoeksteam in de zaak Mayer, heeft dit uitdrukkelijk weersproken, terwijl [C.A.] met zoveel woorden heeft verklaard dat hij dit verzoek (via de Australische liaison-officer in Dubai) heeft gedaan. Ook Watt heeft bevestigd dat dit verzoek van de Australian Federal Police (AFP) is uitgegaan. Uit de verklaringen van zowel [A.], [C.A.], [P.W.] en [P.B.] komt voorts naar voren dat de Australische autoriteiten bij voornoemd verzoek een eigen belang hadden, nu een van de hoofdverdachten in de zaak Lacerta naar Dubai af zou reizen voor een bespreking met verdachten in de zaak Mayer. Australië heeft ook later soortgelijke verzoeken aan de VAE gedaan, waarbij onder meer opnieuw observaties van Nederlandse verdachten hebben plaatsgevonden.

De stelling van de verdediging dat de Australische autoriteiten een verzoek aan de VAE hebben gedaan op instigatie van de Nederlandse politie of justitie, vindt geen steun in voornoemde verklaringen noch is een dergelijke gang van zaken overigens aannemelijk geworden.

Het hof gaat er wel vanuit dat de Nederlandse politie, toen zij de Australische autoriteiten op 24 juli 2006 van het vertrek van [medeverdachte W.], [medeverdachte C.] en [medeverdachte vd B.] naar Dubai op de hoogte stelden, rekening kon houden met de mogelijkheid dat de Australische autoriteiten een rechtshulpverzoek aan de VAE zouden doen.

[C.A.] heeft verklaard dat vroeg in het onderzoek is afgesproken dat Australië in Dubai onderzoek zou doen en niet Nederland. Hij gaf daarvoor twee redenen, te weten dat Australië in Dubai een liaison-officer ter plaatse had en dat in Nederland problemen waren met het rechtshulpverzoek in verband met de doodstraf.

[A.] heeft hieromtrent in een proces-verbaal van 10 oktober 2011 het volgende gesteld:

"Toen de ontmoeting van de groep '[J.]' met [medeverdachte W.] en [medeverdachte C.] over de TA (het hof begrijpt: de tap) kwam heeft de heer [P.B.] aan mij gevraagd of wij de collega's in Dubai zouden verzoeken om een observatie te verrichten. Zij werkten regelmatig samen met Dubai, maar wilden niet ons onderzoek doorkruisen. Als wij dit niet zouden doen dan zouden de collega's van de AFP om een observatie verzoeken via hun LO in Dubai. Ik heb hem toen verteld dat er door ons geen verzoeken zouden worden gedaan omdat rechtshulpverzoeken naar Dubai door ons ministerie niet werden doorgezet."

Het risico van de doodstraf

De vraag is of met een en ander de levens van de verdachten in gevaar zijn gebracht, hetgeen een schending van de rechten van de verdachten zoals gegarandeerd in de artikelen 2 EVRM en 6 IVBPR zou kunnen betekenen. Het hof is echter op grond van het navolgende van oordeel dat dit niet het geval is geweest.

Het hof stelt voorop dat voor het doen van een rechtshulpverzoek aan Dubai door de Nederlandse autoriteiten geen beletselen van strafvorderlijke aard bestonden. De reden het verzoek niet door te sturen was gelegen in een (beleids)beslissing op humanitaire gronden, te weten het niet blootstellen van de verdachten aan een mogelijke aanhouding en vervolging in de VAE, omdat aldaar ter zake van overtreding van de Opiumwet de doodstraf kan worden opgelegd. Niet is gebleken van een verdere inhoudelijke toets van het verzoek door de afdeling BIRS van het Ministerie van Justitie.

Het enkele feit dat in een land de doodstraf een mogelijke sanctie is op overtreding van de feiten ten aanzien waarvan rechtshulp wordt verzocht, is in zijn algemeenheid onvoldoende om aan te nemen dat het risico op oplegging daarvan bij het doen van een dergelijk verzoek daadwerkelijk bestaat. Het is immers bijvoorbeeld mogelijk dat de betreffende straf in de praktijk niet wordt uitgevoerd of dat ter zake met de autoriteiten van dat land afspraken worden gemaakt, ten gevolge waarvan dit risico wordt uitgesloten. Daarbij komt dat het hier niet ging om een verzoek om opsporing, aanhouding en/of vervolging van verdachten, waarbij sprake zou zijn van het delen van in Nederland en/of Australië verkregen opsporingsresultaten met Dubai, in welk geval een dergelijk risico als groter moet worden ingeschat dan bij het verlenen van incidentele en specifieke rechtshulp als de onderhavige. Het is geenszins aannemelijk geworden dat er een risico op aanhouding van de verdachten bestond op basis van hetgeen in het verzoek werd gevraagd.

Verder toegespitst op de onderhavige zaak geldt voorts het volgende.

Niet blijkt uit het dossier om welke redenen de Australische autoriteiten bij het indienen van hun verzoek in het bestaan van de doodstraf als mogelijke sanctie op Opiumwetdelicten geen belemmering hebben gezien. Het hof stelt echter vast dat Australië partij is bij het IVBPR en dat ook in 2006 al was.

Voorts blijkt uit het rechtshulpverzoek van Australië aan de VAE van 28 maart 2007 dat naar Australisch recht de mogelijkheid van het opleggen van de doodstraf een belemmering kan zijn bij het verlenen van rechtshulp. Het hof gaat er op grond hiervan vanuit dat ook de Australische politie niet met de politie van Dubai zou hebben samengewerkt en dat de Australische regering geen rechtshulpverzoek zou hebben gedaan, indien dat risico reëel was geweest. Het hof neemt daarbij tevens in aanmerking dat genoemd risico zich niet heeft verwezenlijkt, terwijl de Australische autoriteiten ook na juli 2006 nog meermalen assistentie van de autoriteiten van de VAE hebben ingeroepen, ook in verband met bezoeken van verdachten in het Nederlandse en Australische onderzoek aan Dubai.

Het hof overweegt ten overvloede nog het volgende.

Het feit dat in Dubai een Australische liaison-officer gestationeerd was en de Australische politie regelmatig met de politie van Dubai samenwerkte, maakt het aannemelijk dat de Australische autoriteiten beter zicht hadden op het onderhavige risico dan de Nederlandse. Voorts blijkt uit de verklaring van [A.] aan de rechter-commissaris van 18 augustus 2009, dat Nederland op dat moment inmiddels zelf ook een liaison-officer in Dubai had. Daaruit leidt het hof af dat ook Nederland toen met Dubai was gaan samenwerken en het risico op de doodstraf kennelijk niet langer aanwezig achtte.

Het voorgaande leidt het hof tot de slotsom dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachten tengevolge van het Australische onderzoek daadwerkelijk hebben blootgestaan aan een reëel risico van oplegging van de doodstraf naar aanleiding van het indienen van een rechtshulpverzoek door de Australische autoriteiten aan de VAE en evenmin naar aanleiding van enige bijdrage in de vorm van informatieverstrekking van de Nederlandse (politie)autoriteiten aan de Australische politie. Dit leidt ertoe dat geen sprake is geweest op een inbreuk op de rechten die voortvloeien uit de artikelen 2 EVRM en 6 IVBPR.

Schending van fundamentele rechten in Dubai

Nu, zoals het hof hiervoor heeft overwogen, de uitvoering van de onderzoekshandelingen in Dubai hebben plaatsgevonden onder verantwoordelijkheid van de VAE, is de taak van het hof ertoe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat het in de Nederlandse strafzaak niet ten toets staande recht van de VAE van doorslaggevende betekenis is voor de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de inbreuk op de rechten van de verdachte. Voorts neemt het hof in aanmerking dat aan een niet gerechtvaardigde inbreuk op het door het eerste lid van artikel 8 EVRM gewaarborgde recht, zo daarvan al sprake zou zijn geweest, in de strafprocedure tegen de verdachte geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden, mits zijn recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM wordt gewaarborgd.

Dit betekent dat aan de onderzoekshandelingen verricht in Dubai geen rechtsgevolg behoeft te worden toegekend, nu niet is gebleken dat daardoor zijn recht op een eerlijk proces zou zijn geschonden. Het hof slaat daarbij tevens acht op het feit dat tegen de verdachten voldoende ernstige bezwaren bestonden om de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden, die mede een schending van de privacy behelsden, te rechtvaardigen, terwijl overigens de resultaten van dat onderzoek in deze zaak niet voor het bewijs worden gebruikt.

Gelet hierop kan verder in het midden blijven of, en zo ja in hoeverre, sprake is geweest van enige invloed van de Nederlandse politie op de formulering van het verzoek van Australië aan de VAE om assistentie, of op de wijze waarop het verzoek is uitgevoerd.

Ten slotte overweegt het hof dat de gang van zaken rond de weigering tot verzending van het rechtshulpverzoek door BIRS en de verstrekking van de informatie door de Australische autoriteiten in het dossier Mayer zijn opgenomen, waarmee aan de verbaliseringsverplichting op de voet van artikel 152 Sv is voldaan. Voorts is door de verhoren van achtereenvolgens [A.], [P.B.], [C.A.] en [P.W.] aanvullende informatie hieromtrent verkregen.

Nu ook overigens in verband met 'Dubai' niet is gebleken van ernstige inbreuken op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan, verwerpt het hof de verweren.

Afwijzing van de verzoeken tot het doen van nader onderzoek

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen worden de verzoeken tot het doen van nader onderzoek dan wel het doen horen van getuigen met betrekking tot de gebeurtenissen in Dubai afgewezen, nu de noodzaak van het verzochte niet is gebleken.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep aan de orde, kan niet in stand blijven, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Bespreking bewijsverweren

Verweer strekkend tot bewijsuitsluiting van resultaten van de IMSI-catcher

De raadsman heeft overeenkomstig zijn pleidooi in eerste aanleg betoogd dat de inzet van de IMSI-catcher onrechtmatig is geweest, zodat hetgeen daaruit is voortgekomen dient te worden uitgesloten van het bewijs. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de IMSI-catcher is ingezet om de verdachten te lokaliseren en niet ter identificatie. De inzet heeft plaatsgevonden, terwijl andere opsporingsmethoden mogelijk waren. Aldus is inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, terwijl een wettelijke grondslag daartoe heeft ontbroken.

Het hof verwijst naar hetgeen de rechtbank omtrent de inzet van de IMSI-catcher heeft overwogen in het vonnis van 9 juli 2010 in de alinea's beginnend met: "De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende." tot en met : "Kortom, van onrechtmatige inzet van de IMSI-catcher is geen sprake geweest." Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne.

Het verweer van de raadsman wordt mitsdien verworpen.

Bestemming (pseudo)efedrine / opzet verdachte op de voorbereidingshandelingen

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich met betrekking tot de feiten 3, 5, 6, 7 en 8 schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde medeplegen van voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet met betrekking tot de (pseudo)efedrine ten behoeve van de vervaardiging van methamfetamine.

De raadsman heeft vrijspraak van de ten laste gelegde feiten onder 3, 5, 6, 7 en 8 bepleit op grond van het feit dat de verdachte niet wist dat het in de onderhavige zaken om (pseudo)efedrine ging en al helemaal niet dat die (pseudo)efedrine bedoeld zou zijn voor het vervaardigen van methamfetamine.

Het hof overweegt op dit punt als volgt.

Het primaire verwijt aan de [medeverdachte W.] en een aantal van de andere verdachten in de desbetreffende tenlasteleggingen is dat zij voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet hebben gepleegd ten aanzien van - vooral - de productie van methamfetamine, door in de tenlastelegging omschreven activiteiten te ontplooien ten aanzien van de stof(fen) (pseudo)efedrine, waaronder met name hoeveelheden van (pseudo)efedrine binnen het grondgebied van de EU, te weten België, brengen vanuit Congo, een hoeveelheid (pseudo)efedrine te verzenden vanuit Congo via België naar Mexico, en/of pogingen in het werk te stellen hoeveelheden vanuit Congo naar Australië of Mexico te vervoeren en/of vanuit Pakistan naar Australië. In de tenlastelegging is dit verwijt samenvattend telkens zo omschreven dat de verdachte om die - vooral - productie van methamfetamine of een andere hard drug (middel lijst I van de Opiumwet) voor te bereiden, bepaalde handelingen heeft verricht ten aanzien van die (pseudo)efedrine, welke (pseudo)efedrine benodigd was, althans kon worden gebruikt voor de productie van methamfetamine. Het hof zal voor het gemak hierna vaak spreken van de handel in (pseudo)efedrine.

De verdediging heeft verweren gevoerd die zich richten tegen de opvatting van het openbaar ministerie dat

a-de (pseudo)efedrine bestemd zou zijn voor de productie van methamfetamine.

b-opzet bij de verdachte aanwezig was op de productie van methamfetamine.

Daarnaast is er door een aantal raadslieden verweer gevoerd met betrekking tot de vaststelling dat het in de desbetreffende zaaksdossiers telkens gaat om (pseudo)efedrine. De bespreking van die verweren volgt voor zover nodig hierna bij de bespreking van het desbetreffende zaaksdossier. Die verweren worden daar telkens verworpen.

Het hof overweegt als volgt.

Ad a-gebruik en bestemming

Efedrine en pseudo-efedrine kennen legale en illegale toepassingen.

Zoals de rechtbank heeft overwogen is efedrine is een zogenaamd sympathicomimeticum, dat wil zeggen een geneesmiddel met een stimulerende invloed op de werking van een bepaald deel van het autonome zenuwstelsel. De stof verwijdt onder andere de bronchiën, verhoogt de bloeddruk en vermindert de zwelling van het neusslijmvlies. Het werd in combinatiepreparaten toegepast bij hoest; vanwege de bijwerkingen en de mogelijke alternatieven is deze toepassing niet meer in gebruik. Efedrine is in Nederland een geregistreerd geneesmiddel voor de behandeling van bronchospasmen, in het bijzonder bij astma en voor de behandeling van bepaalde vormen van lage bloeddruk. Efedrine bevattende preparaten zijn ook in de handel geweest als afslankmiddel; het werd onder andere als efedra aangeboden in de vorm van capsules, tabletten en kruidenmengsels. Efedrine bevattende preparaten mogen niet meer in de vrije handel verkocht worden. Pseudo-efedrine werd in Nederland in het legale/famaceutische circuit gebruikt als middel tegen een verstopte neus. Het is een middel dat vaatvernauwend werkt. Het middel is in Nederland niet (meer) geregistreerd als geneesmiddel. In andere landen (bijvoorbeeld de Verenigde Staten en België) wordt pseudo-efedrine nog wel toegepast in middelen die een verstopte neus tegengaan.

Zowel efedrine als pseudo-efedrine kan worden gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van methamfetamine. Pseudo-efedrine kan daarnaast ook zelfstandig worden gebruikt. Het gebruik van efedrine als grondstof voor methamfetamine is vooral bekend uit de Verenigde Staten, diverse Aziatische landen en Australië; gebruik in Europa is - op Tsjechië na - weinig voorgekomen. In Nederland is het gebruik van efedrine als grondstof voor methamfetamine in de afgelopen decennia zeer incidenteel gezien. Efedrine en pseudo-efedrine kunnen op verschillende manieren worden omgezet in methamfetamine; afhankelijk van de gevolgde methode ligt de opbrengst hiervan tussen 47% en 76% op gewichtsbasis. Methamfetamine wordt incidenteel in tabletvorm of als poeder ter onderzoek aan het NFI aangeboden. Methamfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet.

Hieruit volgt dat (pseudo)efedrine benodigd is en kan worden gebruikt voor de productie van methamfetamine.

Het hof zal nu onderzoeken of de (pseudo)efedrine in de onderhavige gevallen ook deze bestemming had. Daarover het volgende.

Sinds 1990/1991 is in Verordeningen van de EG (Verordening nr. 3677/90, Verordening 273/2004 en Verordening 111/2005) vastgelegd dat de handel in efedrine en pseudo-efedrine aan strenge regels moet worden onderworpen omdat zij stoffen zijn die veelvuldig worden gebruikt bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, een en ander ter uitvoering van het VN-Verdrag van Wenen van december 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, hierna "VN-Verdrag" te noemen, welk Verdrag deel uitmaakt van de wereldwijde inspanningen om het drugsmisbruik te bestrijden. In het VN-Verdrag zijn efedrine en pseudo-efedrine op lijst I geplaatst. In dat Verdrag wordt door partijen uitgesproken dat zij mede te dien aanzien zeer bezorgd zijn omtrent de omvang van de productie van en vraag naar verdovende middelen en psychotrope stoffen en dat zij onderkennen dat illegale handel een criminele activiteit is.

In de Verordeningen die te dezen thans van toepassing zijn is een heel stelsel in het leven geroepen om de handel in voornoemde stoffen aan toezicht te onderwerpen, variërend van regels omtrent de documentatie en etikettering, een vergunning- en registratieplicht van marktdeelnemers, verplichte voorafgaande kennisgeving van uitvoer van die stoffen, een vergunningsplicht voor elke in te voeren partij en onder bepaalde omstandigheden voor de uitvoer, alsmede een meldplicht voor marktdeelnemers ten aanzien van ongebruikelijke transacties. Een en ander met geen ander doel, zoals in de considerans verwoord, dan te voorkomen dat met voornoemde middelen (ook "drugsprecursoren" genoemd) de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen plaatsvindt, en dus teneinde misbruik van deze stoffen te voorkomen. Overtreding van de belangrijkste van die regels is in de Wet voorkoming misbruik chemicaliën verboden en in de Wet Economische Delicten als misdrijf strafbaar gesteld.

Samengevat kan uit de regelgeving die geldt ten aanzien van de handel in (pseudo)efedrine al worden afgeleid dat de illegale handel daarin een ernstig vermoeden oplevert op de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen.

Vastgesteld moet worden dat de [medeverdachte W.] en de andere verdachten in de desbetreffende feitencomplexen aan geen enkel vereiste als neergelegd in bedoelde Verordeningen hebben voldaan. Uit het dossier volgt dat de [medeverdachte W.] en de andere verdachten niet in het bezit waren van een vergunning die toestond zich met bedoelde handel bezig te houden en de zendingen die de Gemeenschap zijn binnengebracht voldeden niet aan de eisen vastgelegd in die Verordeningen. Uit het voorgaande volgt dat ten aanzien van de [medeverdachte W.] en de andere verdachten een ernstig vermoeden gerechtvaardigd was met betrekking tot de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen.

Andere omstandigheden die bij die beoordeling een rol spelen zijn dat in het onderhavige dossier is gebleken dat de invoer plaatsvond met valse facturen, valse documenten, gefingeerde bedrijfsnamen en gefingeerde persoonlijke gegevens. Betalingen vonden veelal contant plaats, of via underground banking.

Telefoons dan wel telefoonnummers die ten behoeve van (de bespreking van) de handel in (pseudo)efedrine werden gebruikt werden regelmatig gewisseld terwijl in de gesprekken die werden gevoerd versluierd taalgebruik werd gehanteerd en daaromtrent ook instructies golden. Ten aanzien van een en ander geldt dat de [medeverdachte W.] diegene was die daarover de instructies gaf.

Na de inbeslagneming van een partij (pseudo)efedrine in Antwerpen onder de verdachte [verdachte] werd door de [medeverdachte W.] aan zijn echtgenote, de [medeverdachte v V.], de opdracht gegeven administratie en andere voorwerpen uit de kluis te halen en elders te (laten) verbergen.

Deze omstandigheden wijzen evenzeer in de richting van de conclusie dat de stoffen waarin werd gehandeld die bestemming hadden die in voornoemd(e) VN-Verdrag en Verordeningen worden bedoeld, te weten de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen. Het hof gaat er gelet op het voorgaande (rapport van het NFI) van uit dat dit methamfetamine betrof.

Dat omtrent die bestemming tenslotte geen twijfel meer kan bestaan vindt zijn oorzaak in de verklaring van de [medeverdachte v V.], die heeft verklaard dat het geld dat in het gezin van haar en de [medeverdachte W.] werd gebruikt afkomstig was uit de handel in grondstoffen voor verdovende middelen en dat zij aannam dat er chemische drugs van werden gemaakt.

Al het voorgaande maakt dat wettig en overtuigend is bewezen dat de (pseudo)efedrine waarin werd gehandeld benodigd was en kon worden gebruikt voor de productie van methamfetamine en daartoe bestemd was.

Enige andere bestemming van deze stoffen, zoals een medicinale of als afslankmiddel, is overigens ook niet aannemelijk geworden. Dat aan de zijde van de afnemers geen concreet bewijs is aangetroffen dat zij zich bezig hielden met de vervaardiging van methamfetamine, noch hetgeen overigens in dit verband is aangevoerd doet daar aan af.

Ad b opzet verdachte

Waar in het voorgaande sprake is van de objectieve vaststelling dat de (pseudo)efedrine bestemd was voor de productie van methamfetamine, spelen bij de beoordeling van de aanwezigheid van het opzet van elke verdachte op de productie van methamfetamine een aantal met de persoon samenhangende factoren mede een rol. Zoals gezegd, (pseudo)efedrine kent een aantal legale toepassingen, op grond waarvan de handel, mits onder bepaalde voorwaarden, legaal is. De Memorie van Toelichting bij de Wijziging van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en de Wet op de economische delicten, ter uitvoering van een drietal EG-verordeningen inzake handel in drugsprecursoren, kamerstukken 30329, nr. 3 zegt daarover:

'Omdat deze stoffen ook voor talloze legale doeleinden kunnen worden gebruikt en de handel in deze stoffen in beginsel legaal is, kan toegang tot deze stoffen niet algemeen worden verboden. Er moeten derhalve maatregelen worden genomen om het juiste evenwicht te vinden tussen enerzijds de wens om te voorkomen dat drugsprecursoren in handen komen van illegale drugsproducenten en anderzijds het streven om te voorzien in de commerciële behoeften van de chemische bedrijfstak.'

Met betrekking tot het opzet van de [medeverdachte W.] geldt het volgende. Als zakenman en handelaar had hij ervaring in de legale handel, zoals de handel in militaire goederen, waarvoor hem in het verleden een vergunning was verleend. Hij was dus met de gang van zaken rondom vergunningplichtige handel bekend en bij uitstek van hem mocht verwacht worden dat hij zich op de hoogte stelde van hetgeen omtrent de handel in (pseudo)efedrine aan regelgeving gold. De [medeverdachte W.] is ook met betrekking tot de genoemde handel de centrale figuur. Hij koopt en verkoopt de (pseudo)efedrine, hij ontvangt en verricht betalingen in dat verband, hij stuurt medeverdachten op reis naar het buitenland (zoals Congo, Dubai en Pakistan) en draagt daarvan de kosten, hij instrueert medeverdachten omtrent hetgeen zij daar, maar ook in Nederland moeten doen, hij voert besprekingen met klanten, hij is betrokken bij het opstellen van valse facturen en papieren en opereert soms onder een valse identiteit, hij instrueert andere verdachten ten aanzien van het telefoongebruik als hiervoor vermeld. Dit gevoegd bij de inhoud van de verklaring van de [medeverdachte v V.], die hiervoor al is aangehaald, waaruit volgt dat zijn handel was gericht op de fabricatie van verdovende middelen, maakt dat het hof ten aanzien van hem dit opzet bewezen acht.

Ten aanzien van de andere verdachten geldt het volgende. Elk heeft ontkend het opzet te hebben gehad op de vervaardiging van een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet. Een aantal heeft verklaard in de veronderstelling te zijn geweest dat de handel betrekking had op een stof waarvoor een vergunning vereist was, die ontbrak, of een stof die gebruikt kon worden voor medicijnen, of als afslankmiddel, dit omdat de [medeverdachte W.] hen dat had verteld. In een enkel geval heeft een verdachte de benaming (pseudo)efedrine in de mond genomen. Soms is gebruik gemaakt van het zwijgrecht. In elk geval is in dit verband niet gebleken of aannemelijk geworden dat de [medeverdachte W.] alle verdachten die bij de handel waren betrokken op de hoogte heeft gesteld dat met de (pseudo)efedrine methamfetamine zou worden gemaakt.

Het is aannemelijk dat die op zichzelf juiste veronderstelling waarover hiervoor is gesproken, werd versterkt door het gegeven dat [verdachte] kort na zijn aanhouding voor het bezit van (pseudo)efedrine in Antwerpen op 31 mei 2006, weer werd vrijgelaten. Het is voor de gemiddelde rechtsgenoot immers bepaald niet aannemelijk dat dit zou hebben plaatsgevonden indien een onderzoek de aanwezigheid van middelen als bedoeld op de lijsten I en II van de Opiumwet zou hebben aangetoond of een ernstig strafbaar feit was gepleegd.

Voldoende aannemelijk is daarom dat een of meer van de andere verdachten in de veronderstelling verkeerden dat de handel waarbij zij betrokken waren stoffen betrof die niet verhandeld mochten worden, om redenen van het ontbreken van een vergunning of om een andere reden, of soms zelfs ook wisten dat zij onbevoegd handelden in (pseudo)efedrine.

Gelet op hetgeen hiervoor is opgemerkt over het gebruik van telefoons, de valse facturen en versluierd taalgebruik, naast hetgeen bij de bewijsvoering in de/het afzonderlijke zaaksdossier(s) wordt betrokken, duidt dit erop dat de verdachte zich bewust is geweest betrokken te zijn geweest bij de verboden handel in een stof en dat hij aldus strafbare feiten pleegde. In zoverre moet ten aanzien van de verdachte tevens worden geconcludeerd dat hij, bij de vaststelling dat deze stof (pseudo)efedrine betrof, minstgenomen het voorwaardelijk opzet heeft gehad dat het die stof betrof.

Hieruit volgt echter niet dat daarmee ten aanzien van elk ook bewezen is dat hij daarbij het (voorwaardelijk) opzet had op de productie van methamfetamine. Het is immers zeker geen feit van algemene bekendheid dat (pseudo)efedrine gebruikt kan worden voor de productie van methamfetamine.

Het openbaar ministerie is van oordeel dat dit opzet, in navolging van de vaststellingen van de rechtbank, kan worden afgeleid uit de rol die de desbetreffende verdachte heeft gehad in de/het op hem van toepassing zijnde zaaksdossier(s).

De rechtbank heeft daarover in de zaak van de verdachte het volgende opgemerkt.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voor wat betreft zijn handelen voor [medeverdachte W.] het gevoel had dat het "geen zuivere koffie"was en dat er iets niet klopte. Verdachte wist dat het om een stof ging die in Nederland niet legaal was. Zo verklaarde de verdachte bij de politie dat hij - althans in het begin - dacht dat het om Ionamine ging: een stof waarin een klein beetje speed zit. Van speed wist de verdachte dat het een verdovend middel is. Gelet hierop en gezien daarnaast de werkzaamheden van verdachte en de wijze waarop, bij de (voorbereidingen van de) transporten in de diverse zaaksdossiers, telkens is gehandeld, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich van meet af aan heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de stof waarom het ging (pseudo)efedrine betrof, een grondstof voor het verdovende middel methamfetamine. Verdachte heeft deze kans, gelet op zijn handelen, willens en wetens aanvaard en op de koop toe genomen. De rechtbank wijst in dit verband ook op een politieverklaring van verdachte, waarin verdachte zegt: "(...) ik ben daar (de rechtbank begrijpt: in Congo) gebruikt om dingen klaar te zetten die eigenlijk niet door de beugel kunnen. (...) Ik heb (...) eigenlijk daar al een ander idee gekregen van wat ik daar aan het doen was (...). Het had (...) niets met motoren te maken."

Verdachte was, zoals hiervoor beschreven, ook bij diverse besprekingen met medeverdachten en soms ook leveranciers aanwezig. In Pakistan hield verdachte zich met soortgelijke activiteiten als in Congo bezig. Verdachte heeft bovendien verklaard dat hij in Pakistan in contact is gekomen met ene "Ali", die handelde in hasj en BMK en PMK, bekende grondstoffen voor synthetische drugs (XTC). Deze Ali was ook aanwezig bij de ontmoeting(en) van verdachte en [naam] met [medeverdachte W.] en [medeverdachte C.] in Dubai in september 2007. Volgens verdachte is bij die ontmoeting(en) gesproken over de levering van efedrine - waarvan hij op een gegeven moment een testcertificaat heeft gezien - hasj en BMK en PMK. Gelet hierop kan het, in het licht van het gehele dossier, redelijkerwijs niet anders dan dat verdachte op dat moment willens en wetens bezig was met de stof (pseudo)efedrine, een, naar verdachte moet hebben geweten, grondstof voor een synthetische drug. Juridisch gezegd, moet het voorwaardelijk opzet van verdachte zich tot vol opzet hebben ontwikkeld.

Het hof is echter van oordeel dat dit onvoldoende is om tot de conclusie te kunnen komen dat de verdachte wist of de aanmerkelijke kans willens en wetens heeft aanvaard dat met de stof (uiteindelijk) harddrugs zouden worden vervaardigd. Het bewijs van het opzet dient dan ook nader te worden geschraagd. Geenszins kan immers worden uitgesloten dat het opzet/de intentie van de verdachte niet verder reikte dan de handel in (pseudo)efedrine, terwijl bij hem geen wetenschap aanwezig was omtrent de mogelijke toepassing van die stof, dan wel dat op dit punt slechts sprake was van een ernstige reden om zodanige toepassing te vermoeden, hetgeen geen (voorwaardelijk) opzet oplevert.

Anders dan bij de [medeverdachte W.] heeft het hof ten aanzien van de andere verdachten in het onderzoek Mayer, en dus ook bij de verdachte, geen bewijsmiddelen in het dossier aangetroffen, noch zijn deze door het openbaar ministerie naar voren gebracht, die overtuigend duiden op de aanwezigheid van dit opzet bij de verdachte.

Hieruit volgt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het ter zake telkens (primair) ten laste gelegde.

Wet voorkoming misbruik chemicaliën

Het hof zal vervolgens de desbetreffende subsidiaire verwijten aan de verdachte, te weten - kort gezegd - overtreding van Verordening nr. 111/2005 in samenhang met de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (hierna: WVMC) onderzoeken.

Juridisch kader

Blijkens artikel 1 van Verordening nr. 111/2005 (hierna: de Verordening) stelt deze Verordening voorschriften vast voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in bepaalde stoffen die veelvuldig worden gebruikt bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen( hierna "drugsprecursoren" genoemd) teneinde misbruik van deze stoffen te voorkomen en is zij van toepassing op de invoer, de uitvoer en op intermediaire activiteiten.

In artikel 2 van de Verordening zijn - voor zover van belang - de volgende begrippen gedefinieerd:

c) "invoer": "elke binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap van geregistreerde stoffen (het hof: waaronder de drugsprecursoren, zoals genoemd in categorie 1 van de bijlage bij de verordening, (pseudo)efedrine) (...);

d) "uitvoer": elk vertrek van geregistreerde stoffen uit het douanegebied van de Gemeenschap (...);

e) "intermediaire activiteiten": activiteiten in verband met het regelen van de aan- of verkoop dan wel levering van geregistreerde stoffen die wordt verricht door een natuurlijk of rechtspersoon om tot een overeenkomst te komen tussen twee partijen of waarbij wordt opgetreden namens ten minste één van deze partijen zonder in het bezit te zijn van deze stoffen of controle te hebben over het uitvoeren van een dergelijke transactie; deze definitie omvat tevens elke activiteit die wordt uitgevoerd door een natuurlijk of rechtspersoon die in de Gemeenschap is gevestigd en betrekking heeft op de aan- of verkoop dan wel levering van geregistreerde stoffen zonder dat deze stoffen in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht;

f) "marktdeelnemer": elke natuurlijke of rechtspersoon die betrokken is bij de in- en uitvoer van geregistreerde stoffen of hiermee verband houdende intermediaire activiteiten, (...).

In artikel 6, lid 1 van de Verordening is - voor zover van belang - bepaald:

Met uitzondering van douaneagenten en transporteurs die uitsluitend in die hoedanigheid optreden, moeten in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemers die zich bezig houden met in- en uitvoer of intermediaire activiteiten met betrekking tot geregistreerde stoffen van categorie 1 van de bijlage, in het bezit zijn van een vergunning. De vergunning wordt afgegeven door de bevoegde instantie van de lidstaat waar de marktdeelnemer gevestigd is.

In artikel 2 van de WVMC is bepaald:

Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften gesteld bij of krachtens:

a. (...) de artikelen 6, eerste lid (..) van Verordening nr. 111/2005.

Het opzettelijk overtreden van dit verbod is een misdrijf op grond van de WED.

Ten aanzien van feit 3 (zaaksdossier B-03)

Uit het zaaksdossier B-03 en het daaromtrent verhandelde ter terechtzitting leidt het hof af dat de bewuste partij van 92 kilo efedrine, die bij een overdracht op 31 mei 2006 in Antwerpen bij [verdachte] en [M.R.] is aangetroffen, zich, hoewel deze partij blijkens de toen eveneens aangetroffen documenten afkomstig was uit Congo, reeds geruime tijd in België bevond. In het zaaksdossier B-03 heeft het hof onvoldoende bewijs aangetroffen dat voormelde partij door de verdachte en/of de andere verdachten in de Gemeenschap is ingevoerd dan wel dat zij handelden met het oog op de verdere uitvoer van deze partij vanuit de Gemeenschap naar een derde land. Met betrekking tot de aan de verdachte eveneens ten laste gelegde "intermediaire activiteiten" geldt dat de tenlastelegging is gebaseerd op overtreding van de Verordening (EG) nr. 111/2005 van de Raad van 22 december 2004 houdende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren. Te dien aanzien kan evenmin tot een bewezenverklaring worden gekomen, aangezien voornoemde partij zich reeds binnen het grondgebied van de Gemeenschap bevond en intermediaire activiteiten als bedoeld in de Verordening blijkens de titel, de doelstelling en artikel 1 van die Verordening niet ziet op een dergelijke situatie.

In de Verordening nr. 273/2004 is wel voorzien in maatregelen, waaronder een vergunningsplicht (artikel 3, lid 2 van voornoemde verordening), voor het intracommunautaire toezicht op de (handel in de) onderhavige drugsprecursoren (pseudo)efedrine, teneinde misbruik daarvan te voorkomen, maar overtreding van enig voorschrift van deze Verordening is niet ten laste gelegd.

Het hof acht daarom niet bewezen hetgeen aan de verdachte ter zake subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De vraag of sprake was van efedrine behoeft gelet op het voorgaande geen bespreking meer. Noch hetgeen overigens nog is opgemerkt.

Bespreking bewijsverweren

Ten aanzien van feit 5 en feit 7 (zaaksdossiers B-05/B-11)

Met betrekking tot de feiten 5 (171 en 49 kilo Brussel) en 7 (50 kilo Mexico), de zaaksdossiers B-05/B-11, heeft de raadsman aangevoerd dat er geen redengevend bewijs is dat de verdachte betrokken was bij deze partijen, voor zover die partijen al hebben bestaan. De verdachte heeft slechts verklaard (verklaring van 10 juni 2008 bij de politie) dat hij de eerste keer, dat hij in Congo was, goederen heeft verpakt en/of gezien en dat hij een partij van 50 kilo voor [V.] heeft klaargezet. Voor zover hij over partijen heeft gesproken in taps heeft hij dat enkel gedaan om [medeverdachte W.], die hem zat te pushen, gerust te stellen. De verdachte sluit niet uit dat hij mogelijk stickers voor de Harvard Cement-zending heeft uitgeprint, maar dat op zich levert geen bewijs van het ten laste gelegde op. Bovendien staat niet vast dat deze zending daadwerkelijk efedrine betrof.

Voorts is met betrekking tot de 171 kilo en 49 kilo van feit 5 en de 210 kilo bestemd voor Australië sprake van een dubbeltelling. Immers, [B.] heeft de 210 kilo bestemd voor Australië zelfstandig naar België gezonden in de twee onderschepte zendingen van 171 kilo en 49 kilo. De conclusie van dit alles moet dan ook zijn dat de verdachte op grond van deze feiten en omstandigheden van de feiten 5 en 7 moet worden vrijgesproken.

Het hof overweegt als volgt.

Ten aanzien van feit 5 (zaaksdossier B05) 171 kg en 49 kg

Het hof stelt voorop dat [verdachte] in tal van verklaringen bij de politie uitgebreid heeft verklaard omtrent zijn betrokkenheid bij partijen in de zaaksdossiers B-05 en B-11. Deze verklaringen heeft hij in grote lijnen gehandhaafd, toen hij bij de rechter-commissaris (op 6 april 2009) werd gehoord.

Zo heeft [verdachte] (bij de politie op 28 mei 2008) onder meer verklaard: "Het klopt dat ik in 2006 in Congo geweest ben en daar voor [medeverdachte W.]) klusjes heb gedaan. Ik heb daar ook [medeverdachte d B.] ontmoet, ik noemde hem Lambiek. Hij had connecties in Congo. Ik ben door [medeverdachte W.] gebruikt om dingen klaar te zetten die eigenlijk niet door de beugel konden, het fijne weet ik er niet van. Het was zeker geen coke, het leek op automatensuiker. Ik moest toen 3 partijen klaar zetten. [medeverdachte W.] gaf mij instructies, hoe die partijen moesten worden klaargezet. [medeverdachte d B.] was voor het transport verantwoordelijk, hij zal daar ook wel de inkoop hebben gedaan. Als mijn werk klaar was moest ik de papieren die [medeverdachte d B.] van de agent zou krijgen meenemen voor [medeverdachte W.]. Ik kreeg van hem de adressen via de mail en vervolgens ging [medeverdachte d B.] ermee aan de gang. Dan kreeg ik later de bill of lading. Ik meen dat ik 3 adressen van [medeverdachte W.] kreeg. Naar mijn weten is het vervolgens wel verstuurd. Nadat ik die papieren, de airwaybill, van [medeverdachte d B.] heb gekregen ben ik weggegaan. [medeverdachte d B.] is gebleven. Dit was voor [medeverdachte W.] de bevestiging dat het daadwerkelijk verstuurd was. Volgens mij ging alles naar Mexico.

Ik beschouw [medeverdachte W.] in deze als baas. Die Congolees heet [B.]. Ik heb na het bezoek aan Congo geen contact meer gehad met [medeverdachte d B.]. Dat heeft [medeverdachte W.] me ook gezegd. De Ionamyn (het hof begrijpt hier en hieronder: de (pseudo)efedrine, in lijn met hetgeen hiervoor is overwogen onder opzet verdachte) werd uit India gehaald, naar Congo verstuurd en dan naar Mexico. Dat stond op de documenten bij die goederen. [medeverdachte d B.] haalde die documenten ervan af. De Ionamyn was verpakt in kartonnen drummetjes van ongeveer 25 kilo per stuk, de vorm van een blik Jodenkoeken. Ik denk dat we praten over 300 kilo. Ik heb ook wel eens een groot vat gezien van rond de 20 kilo. Het was los poeder en werd gestanst tot pillen. Als u mij zegt dat het om efedrine ging dan zegt me dat wel wat uit de sportsector, het zat in die steckers, die kun je nog steeds kopen. Ik ken [medeverdachte B.] als 'boer'. Ik denk dat hij in de groep zit waar de partij van Congo, die naar Mexico is verstuurd, voor bestemd was. [medeverdachte B.] zal [medeverdachte W.] een adres hebben opgegeven. [V.] is ook een klant. [medeverdachte W.] sprak over hem hetzelfde als over [medeverdachte B.]. Ik weet niet of zij daadwerkelijk een product hebben ontvangen, ik ben daar niet bij geweest. Ik denk dat het goed verlopen is, ik heb er geen klachten over gehad. [J.] uit Australië is ook een klant. Dat is volgens mij niet gelukt, bij mijn weten is er niets naar Australië gegaan."

Uit het dossier komt voorts het volgende naar voren.

Op 24 juli 2006 zijn door de douane te Brussel in België twee partijen pseudo-efedrine in beslaggenomen.

De ene partij had de omschrijving Harvard Cement, met bestemming [bedrijf [ ]] te Mexico City, met een bruto gewicht van 218 kilo, die na onderzoek 171,1 kilo pseudo-efedrine bleek in te houden.

De andere partij had de omschrijving Vegetable Extracto, met bestemming [bedrijf [ ]] Mexico, met een bruto gewicht van 62 kilo, die na onderzoek 49,25 kilo pseudo-efedrine bleek in te houden.

Gebleken is dat [medeverdachte W.] onder gebruikmaking van de naam [R.W.], actief betrokken was bij deze transporten ( B05-00100). Waar hierna de naam '[R.W.]' wordt genoemd, wordt daarmee dan ook gedoeld op [medeverdachte W.].

Beide partijen bleken in opdracht van [R.W.] van het [bedrijf [ ]] te Israël (een dekmantel bedrijf van [medeverdachte W.]) te zijn verzonden middels het transport/expeditie [bedrijf [ ]] te Zwitserland.

In het kader van een aan Zwitserland gedaan rechtshulpverzoek is onderzoek verricht in het archief/administratie van het [bedrijf [ ]] en is de contactpersoon van dit bedrijf [K.M.] als getuige gehoord. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het luchtvracht[bedrijf [ ]] te Brussel/België, met als contactpersoon [J. v. M. ], het daadwerkelijke transport van deze partijen vanuit Congo naar België heeft uitgevoerd.

Middels een aan België gedaan rechtshulpverzoek heeft onderzoek plaatsgevonden in het archief van [bedrijf [ ]] en is [J. v. M. ] als getuige gehoord.

Hij verklaarde dat hij in opdracht van [K.M.], eerst namens het expeditie[bedrijf [ ]] in Duitsland en later namens het expeditie[bedrijf [ ]] in Zwitserland, voor 5 transporttrajecten de routing heeft uitgezet en het transporttraject heeft opgezet. De desbetreffende dossiers heeft hij aan de Belgische autoriteiten overhandigd en deze zijn vervolgens ter beschikking gesteld aan het onderzoeksteam Mayer.

Uit nader onderzoek is vervolgens gebleken dat [R.W.] van het [bedrijf [ ]] meerdere e-mail berichten en faxberichten heeft gestuurd naar [K.M.]. Uit deze email- en faxberichten blijkt dat de partij van 218 kilo bestond uit 5 fibre drums inhoudende Deshydratant, die vanuit Kinshasa Congo zijn verzonden en op 15 juli 2006 op de luchthaven van Brussel zijn aangekomen. Blijkens de house-airway bill was de vervoerder/shipper mr. [B.]/[bedrijf [ ]] te Kinshasa (B-05, bijlage 3.2 en 3.3).

Voorts is gebleken dat [J. v. M. ] van het [bedrijf [ ]], middels tussenkomst van [K.M.] van [bedrijf [ ]], van [R.W.] opdracht heeft gekregen om de omschrijving van de partij van 218 kilo deshydratant in België te wijzigen in Harvard Cement en aldus door te verzenden naar Mexico. Voorts blijkt dat deze partij als bestemming heeft een bedrijf in Mexico, namelijk [bedrijf [ ]] te Mexico ter attentie van mr. [naam]. Onderzoek heeft uitgewezen dat op dit adres tot eind 2008 een bedrijf heeft gezeten dat chemicaliën distribueert; de contactpersoon bleek niet te achterhalen.

Na onderzoek door de opsporingsdienst Douane en Accijnzen te België bleken de 5 fibre drums een inhoud te hebben van totaal 171,1 kilo wit poeder met kristalstructuur, dat na een uitgevoerde efedrine test (NarkII) pseudo-efedrine bleek te bevatten (B05/2, pagina's 4-7 met bijlagen 3a en 3b).

Ook ten aanzien van de partij van 62 kilo Vegetable Extracto is gebleken dat [R.W.] van het [bedrijf [ ]] meerdere e-mail berichten en faxberichten heeft gestuurd naar [K.M.]. Uit deze email- en faxberichten blijkt dat de partij van 62 kilo bestond uit 2 kartonen dozen, ieder inhoudende 2 plastic zakken inhoudende Deshydratant, die eveneens vanuit Kinshasa Congo zijn verzonden en op 16 juli 2006 op de luchthaven van Brussel zijn aangekomen. Blijkens de house-airway bill is de vervoerder/shipper mr. [B.]/[bedrijf [ ]] te Kinshasa (B-05, bijlage 4.2 en 4.3).

Voorts is ook in dit geval gebleken dat [J. v. M. ] van het [bedrijf [ ]], middels tussenkomst van [K.M.] van [bedrijf [ ]], van [R.W.] opdracht heeft gekregen om de omschrijving van de partij van 62 kilo deshydratant in België te wijzigen in Vegetable Extracto en aldus door te verzenden naar Mexico, met als bestemming eveneens een bedrijf in Mexico, namelijk [bedrijf [ ]] te Mexico ter attentie van mr. [naam]. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit bedrijf helemaal niet bestond en ook de contactpersoon bleek niet te achterhalen.

Na onderzoek door de opsporingsdienst Douane en Accijnzen te België bleken de 2 dozen met elk 2 plastic zakken een inhoud te hebben van totaal 49, 25 kilo wit poeder met kristalstructuur, dat na een uitgevoerde efedrine test (NarkII) pseudo-efedrine bleek te bevatten (B05/2, pagina's 4-7 met bijlagen 3a en 3b).

[J. v. M. ] heeft bij de rechter-commissaris (op 19 augustus 2009) verklaard dat het feit dat hij opdracht kreeg de omschrijving van deze partijen te wijzigen in combinatie met het feit dat dergelijke hoogwaardige produkten uit Centraal Afrika kwamen voor hem reden was contact op te nemen met de douane, omdat dit hem allemaal onlogisch voorkwam.

[K.M.] heeft verklaard (verhoor van 22 juli 2008, RHV Zwitserland) dat zij [medeverdachte C.] kende als klant van toen zij nog bij HCE werkte, dat zij [R.W.] kende als opdrachtgever namens het [bedrijf [ ]] en dat zij voor dit bedrijf 3 transporten had bemiddeld in de zomer 2006, waarvan er twee zijn misgegaan en één daadwerkelijk is verzonden. Het betrof tandcement en nog wat anders en de bestemming was een keer Zuid-Amerika, voor zover zij zich herinnert. Zij kende ook een [medeverdachte W.] als leverancier van militaire vrachtwagens.

Verder bevinden zich in het dossier tal van telefoontaps met betrekking tot met name [medeverdachte W.], [medeverdachte C.] en [verdachte] die de conclusie dat [medeverdachte W.] bij deze transporten actief betrokken was ondersteunen.

Zo zegt [medeverdachte W.] o.a. in een tapgesprek van 19 juli 2006 om 16:39 uur tegen [medeverdachte C.] dat ze - waarbij uit de gehele context van het dossier afgeleid moet worden dat met 'ze' [K.M.] wordt bedoeld - goed moet begrijpen dat er drie zendingen zijn, twee gaan er één kant op en één een andere kant. Op 20 juli 2006 om 16:24 uur is er wederom een gesprek tussen deze beiden, waarin [medeverdachte C.] zegt dat de 150 en de 70 daar zijn, de Veget en de Harvard: één doos met vier drums en één doos met één drum en een pallet met twee dozen.

[medeverdachte W.] heeft bij de politie verklaard (op 10 juni 2008 en 1 juli 2008) dat hij dacht dat de partij van 171,1 kilo verpakt was in vaten met de opdruk Harvard cement en dat dit een partij van 150 kilo efedrine moest zijn geweest, maar dat hij verbaasd was dat een grotere hoeveelheid in beslag genomen was. Voorts verklaarde hij dat er in juni 2006 een partij van 450 kilo efedrine klaarstond, waarvan 150 stuks waren klaar gezet door onder meer [verdachte] om als Harvard Cement te worden verzonden. Deze verzending had ook plaatsgevonden, waarop de partij in Brussel in beslag genomen was.

Deze verklaring komt ook overeen met een overzicht op een externe harde schijf/USBstick, die is aangetroffen tijdens huiszoeking bij [v. L.] (E-B PV Bevindingen d.d. 28 oktober 2008, pagina's 5-6) en die naar eigen zeggen van [medeverdachte W.] door hem aan [v. L.] in bewaring was gegeven en "ons groepje" betrof. Dat overzicht vermeld:

[J.]: 210 in 14 kartonnen dozen, gewicht 245 kilo;

[V.] 1: 50 in 2 kartonnen dozen, gewicht 70 kilo;

[S.H.]: 150 in 6 drums, gewicht 200 kilogram;

[V.] 2: 50 in 2 kartonnen dozen, gewicht 70 kilo.

Aangezien [medeverdachte W.] c.s. niet op de hoogte werd gesteld van het feit dat de partijen in beslag waren genomen, zijn de activiteiten met betrekking tot het verdere transport daarvan na 24 juli 2006 gewoon doorgegaan.

[verdachte] heeft daarover onder meer verklaard (bij de politie op 16 juni 2008) dat hij samen met [J.P.] de airwaybill met betrekking tot het cementachtige spul en andere stukken aan een persoon, die hij kende als [V.]), heeft gegeven bij La Place in Almere. Ook heeft hij de in Brussel in beslag genomen partijen op aan hem getoonde foto's herkend.

Ook heeft [medeverdachte W.] (op 10 juni 2008/ C4-B05-02-02) bij de politie verklaard dat de partij van 171 kilo de bestemming Mexico had en dat de klanten door [medeverdachte R.] en [medeverdachte B.] waren aangebracht en dat ter zake een aanbetaling van € 75.000,- door de Mexicaanse klanten bij een ontmoeting bij Kaap Kot in Amsterdam was gedaan.

Ten aanzien van [medeverdachte B.] heeft [medeverdachte W.] toen (op 10 juni 2008/ C4-B05-01-02) verklaard:

"[V.], maar ook [medeverdachte R.] zijn mij door [medeverdachte B.] geïntroduceerd als klanten voor efedrine voor bestemmingen buiten Europa, die toentertijd door [medeverdachte d B.] werd aangeboden. Dit (het gaat dan om de ontmoeting op 5 april 2006 bij Borgland in de buurt van de Arena te Amsterdam) was de eerste keer dat ik met [V.], ofwel [V.], in aanraking kwam."

[medeverdachte W.] heeft tevens verklaard dat [S.H.] door [medeverdachte B.] aan hem is voorgesteld ergens in 2005 en dat deze [S.H.] interesse had in efedrine. Dit verzoek is concreet geworden en aan [medeverdachte d B.] doorgegeven, aldus [medeverdachte W.]. En voorts: "In 2006 heb ik geen project met [S.H.] gedaan, echter via [medeverdachte B.] ([medeverdachte B.]) moest ik nog wel een financieel traject met hem afhandelen. De contacten zijn in september/oktober 2006 afgesloten. Wij noemden [S.H.] "[S.H.]", maar [medeverdachte B.] noemde hem "die dooie".

In een telefoongesprek van 18 juli 2006 09:17 uur, dat wil zeggen drie dagen na de datering van de house-airway bill voor de vorengenoemde partij van 60/49 kilo, tussen [medeverdachte W.] en [medeverdachte B.], wordt door [medeverdachte B.] gezegd: "Ik heb "die aap" (waarmee volgens de politie vermoedelijk [medeverdachte R.] wordt bedoeld) gesproken... die had van hun wat doorgegeven... ik begreep niet wat, invoice 06 of zo iets.... dat had die van die gasten uit Rotterdam .." Waarop [medeverdachte W.] zegt: "hij heb een kopie gehad van de factuur" (B05-0025/0137 en /0141).

Uit de door [bedrijf [ ]] overgelegde stukken, waaronder faxen van [R.W.], blijkt dat de factuurnummers voor beide partijen (de 171 kilo en 49 kilo) beginnen met 06, te weten 06-M4828 en 06-C14719 (zie facturen in bijlagen 3.1 en 4.1. bij B-05).

Vervolgens heeft [medeverdachte W.] uitgebreid verklaard (op 10 juni 2008/ C4-B05-02, pagina's 279-282) en (op 1 juli 2008/ C4-B05-03, pagina's 233-300) over deze beide zendingen.

Uit de verklaring van [medeverdachte W.] valt op te maken dat [verdachte] en [medeverdachte d B.] van 30 april 2006 tot 6 mei 2006 samen in Congo zijn geweest en daar samen zendingen hebben klaargemaakt en klaargezet voor verzending en dat de partij van 171 kilo (volgens [medeverdachte W.] 150) maanden voor verzending in juli 2006 is klaargezet door (in ieder geval) [verdachte]. Voorts valt daaruit op te maken dat in de tweede Congo-periode, dat wil zeggen gedurende de tweede reis naar Congo van [verdachte] van 16 juni 2006 tot 23 juni 2006, deze alleen werkte en dat de contacten over de partijen rechtstreeks met [B.] c.s. werden onderhouden. [medeverdachte W.] heeft daarover o.a. verklaard: "[B.] zei dat hij nog tussen de 350 en 400 kilo efedrine in voorraad had, die hij betaald had en waarvoor hij nog steeds geld tegoed had van [medeverdachte d B.]. [B.] had deze goederen direct onder eigen beheer. Hij wilde op dezelfde wijze als [medeverdachte d B.] deze goederen rechtstreeks aan de klant leveren. [B.] gaf aan dat hij de hele export en levering kon verzorgen, omdat hij dit ook altijd voor [medeverdachte d B.] had gedaan. René (het hof begrijpt: [verdachte]) is er in deze periode naar toegegaan om te checken of en hoeveel voorraad [B.] had en deze verpakkingsklaar te maken."

Het hof overweegt dat uit het voorgaande voldoende duidelijk blijkt van strafbare betrokkenheid van de verdachte bij de invoer van beide partijen pseudo-efedrine zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Op dit punt moet het bewijsverweer dan ook worden verworpen.

Voor zover nog is bedoeld te betogen dat niet voldoende is vastgesteld dat de betreffende zendingen pseudo-efedrine bevatten geldt het volgende.

In een proces-verbaal van de ambtenaren der douane [verbalisant] en [verbalisant] van de opsporingsinspectie te Brussel staat vermeld dat zij op 24 juli 2006 werden ingelicht door [J. v. M. ] van [bedrijf [ ]], dat hij voor twee zendingen, beide vanuit Kinshasa afkomstig en bestemd voor Mexico, verdachte verzendingsopdrachten had gekregen. Zij relateren dat de eerste zending onder dekking van luchtvrachtbrief 663-00722006 werd verzonden vanuit Kinshasa met vlucht EO100 van 15 juli 2006, welke zending werd aangegeven als "denrees alimentaires" voor 2 colli voor 238 kilo. De afzender volgens de luchtvrachtbrief was [bedrijf [ ]], Mr. [B.]. Omdat de luchtvrachtbrief 663-00722006 Brussel als eindbestemming had, werd [bedrijf [ ]] opgegeven als consignee van de zending, maar volgens de house luchtvrachtbrief (house airway bill), die de routing tot in Mexico dekte en waarop de goederen werden omschreven als "deshydratant", was de bestemming in Mexico een zekere mr. [naam]. De tweede zending werd onder dekking van luchtvrachtbrief 082-20348473 verzonden vanuit Kinshasa met vlucht SN352 van 16 juli 2006, welke zending werd aangegeven als "denrees alimentaires" voor 1 colli voor 60 kilo. De afzender volgens de luchtvrachtbrief was [bedrijf [ ]], Mr. [B.]. Omdat de luchtvrachtbrief 082-20348473 Brussel als eindbestemming had,werd [bedrijf [ ]] opgegeven als consignee van de zending, maar volgens de house luchtvrachtbrief (house airway bill), die de routing tot in Mexico dekte en waarop de goederen werden omschreven als "deshydratant", was de bestemming in Mexico een zekere mr. [naam]. Ten aanzien van beide zendingen ontving de douane expediteur [bedrijf [ ]] op 17 juli 2006 een mailbericht van [K.M.] van de Zwitserse transportfirma "[bedrijf [ ]]", waarbij instructies werden gegeven om de goederen in opdracht van de Israëlische firma [bedrijf [ ]]" naar een andere dan de hiervoor vermelde bestemming te zenden, te weten ten aanzien van de eerste zending naar [bedrijf [ ]] te Mexico City en ten aanzien van de tweede zending naar [bedrijf [ ]] te Mexico DF. Daarbij werd ten aanzien van de eerste zending een kopie van een factuur van de Israëlische firma en de packing list, waarop de goederen (5 tonnen) werden omschreven als "harvard cement, dental cement", als bijlage doorgemaild en ten aanzien van de tweede zending eveneens een kopie van een factuur van de Israëlische firma en de packing list, waarop de goederen (2 plastic bags in carton boxes) werden omschreven als "harvard cement, dental cement", als bijlage doorgemaild. Zij relateren dat beide zendingen een wit poeder met kristalstructuur bevatten, dat positief reageerde op de door hen uitvoerde efedrinetest. Zij relateren voorts dat door hen contact werd opgenomen met de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid en dat door die Dienst een staal/monster is genomen van beide zendingen. In hun proces-verbaal verwijzen zij naar de bij hun proces-verbaal gevoegde bijlagen 3a en 3b, met betrekking tot de analyses die ter zake zijn uitgevoerd in het laboratorium van deze overheidsdienst. Deze bijlagen bevinden zich bij de stukken en vermelden als datum van ontvangst en verslag 24 juli 2006 en als resultaat, dat de identificatie positief is voor pseudo-efedrine. [verbalisant] en [verbalisant] relateren voorts de beide zendingen te hebben gewogen, welke weging ten aanzien van de eerste zending, die bestond uit 5 tonnen, een gewicht van 171,1 kilo opleverde en ten aanzien van de tweede zending, die bestond uit 4 plastic zakken, 49,25 kilo.

Het hof is van oordeel dat op grond van het voorgaande er geen redelijke twijfel over kan bestaan dat uit de desbetreffende partijen twee monsters zijn genomen, die bij onderzoek pseudo-efedrine bleken te bevatten. Dat niet meer in detail blijkt hoe de monsters genomen zijn of dat zij geen (identificeerbare) nummers hebben meegekregen, doet daar niet aan af.

Gelet op de wijze van verpakking van de eerste zending en de tweede zending en gezien het feit dat er vanuit elke zending een monster is genomen, mag er in rechte van worden uitgegaan dat de hoeveelheid pseudo-efedrine de hiervoor vermelde aantallen kilo's betrof.

Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.

Ten aanzien van feit 7 (zaaksdossier B05 en B11) 50 kilo Mexcio

Uit het dossier komt het volgende naar voren.

Uit onderzoek van de gegevens die in het kader van het rechtshulpverzoek aan Zwitserland zijn verkregen uit het archief/de administratie van het [bedrijf [ ]] en van de getuige [K.M.], alsmede de gegevens die zijn verstrekt in het kader van het rechtshulpverzoek aan België door het expeditie[bedrijf [ ]] en de getuige [J. v. M. ], blijkt dat tevens sprake is geweest van een transport van een partij van bruto 58 kilo Deshydratant. Deze partij bestond uit twee plastic zakken in twee kartonnen dozen en is op 1 juli 2006 verzonden vanuit Kinshasa/Congo naar de luchthaven van Brussel, in opdracht van [R.W.] ( het door [medeverdachte W.] gebruikte alias) van het [bedrijf [ ]] te Israël (het dekmantel bedrijf van [medeverdachte W.]) middels het transport/expeditie [bedrijf [ ]] te Zwitserland. Voorts is ook in dit geval gebleken dat [J. v. M. ] van het [bedrijf [ ]], middels tussenkomst van [K.M.] van [bedrijf [ ]], van [R.W.] opdracht heeft gekregen om de omschrijving van de partij van 58 kilo deshydratant in België te wijzigen in Vegetable Extracto en aldus door te verzenden naar Mexico, met als bestemming eveneens het (niet bestaande) bedrijf [bedrijf [ ]] te Mexico ter attentie van mr. [naam]. Deze partij is vervolgens door [bedrijf [ ]] op 4 juli 2006 doorgezonden naar Mexico. Dit is ook door [J. v. M. ] bevestigd (verhoor d.d. 6 augustus 2008, zaaksdossier B11, pagina 95).

Uit het dossier blijkt verder dat [R.W.] ([medeverdachte W.]) op 22 juni 2006 een fax aan [K.M.] van [bedrijf [ ]] heeft gestuurd met daarbij een invoice/factuur en een packinglist gericht aan [bedrijf [ ]]. Op deze documenten staan het aan de klant berekende bedrag, de omschrijving van de goederen, de hoeveelheid, het product en de wijze van verpakken te weten: 50 units in plastic verpakt in kartonnen dozen met een bruto gewicht van 70 kilo. Dit komt overeen met het overzicht op de bij [v. L.] aangetroffen externe harde schijf/USBstick [medeverdachte W.] (E-B PV Bevindingen d.d. 28 oktober 2008, pagina's 5-6).

Een en ander wordt ook ondersteund door onder andere een telefoontap van 21 juni 2006 om 09:34 uur van een gesprek tussen [medeverdachte W.] en [verdachte], waarin [verdachte] zegt: "Ik heb nu alleen staan dat van [J.], die 50 van die [V.] en 50 extra en voor de rest nog niks." Waarop [medeverdachte W.] zegt: "Even allemaal recapituleren, [J.] staat klaar, de 50 voor die [V.]staat klaar, ja die twee staan klaar. Dan is er nog 50 bij, daar is nog niks mee gebeurd ..... we moeten twee keer 100 hebben in drums. Waarschijnlijk gaat die 50 die je nu nog hebt staan met die ene zending mee, die moet dan ook in drums...maar gaat dat niet door, dan gaat die 50 naar die [V.] toe en kan het blijven zoals het is."

Op 4 juli 2006 om 17:40 uur vond een gesprek plaats tussen [medeverdachte W.] en [verdachte], waarin [medeverdachte W.] zegt: "Ik heb nou ook aan die [V.] die papieren gegeven en nou is alles onder controle, het is pas twee uur geleden. Ik ben de hele dag bezig geweest en toen had ik inmiddels de airway bill voor dat van die [V.] gehad en die moest ik ook weer effe langs brengen."

[medeverdachte W.] heeft bovendien verklaard dat de klant 50% vooruit betaalde en 50% bij aflevering van airway bill.

[verdachte] heeft (op 10 juni 2008 bij de politie) verklaard dat hij de goederen voor die [V.] 1 en 2 heeft klaargezet, hij heeft voor die [V.] goederen klaargezet.

Voorts blijkt uit de informatie van de Mexicaanse autoriteiten (B05-00238 en RHV Mexico 4de aanvulling) dat deze Vink op 27 juni 2006 Mexico is binnengereisd en daar tot 11 juli 2006 verbleven heeft.

Uit de bewijsmiddelen en het voorgaande blijkt voldoende van strafbare betrokkenheid van de verdachte bij dit feit, zoals in de bewezenverklaring vermeld.

Het hof overweegt in navolging van de rechtbank eveneens dat ten aanzien van dit transport sprake is van dezelfde werkwijze als ten aanzien van de 171,1 kilo en de 49,25 kilo die op 24 juli 2006 in Brussel in beslag zijn genomen. Dit, aangezien het hier een transport betreft van een hoeveelheid goederen over het traject Kinshasa (Congo) - Brussel (België) - Mexico Stad (Mexico), waarvan de omschrijving door [J. v. M. ] in Brussel werd gewijzigd c.q. gewijzigd moest worden, waarbij de opdrachtgevers van het transport gebruik maakten van dezelfde valse namen en waarbij verder dezelfde groep betrokken was als bij het transport van de in Brussel in beslag genomen partijen. Voldoende aannemelijk is daarom dat ook deze stof pseudo-efedrine of efedrine betrof.

Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.

Ten aanzien van feit 6 (zaaksdossier B-05 en B-11) 245 kilo Australië/Mexico

Uit de zaaksdossiers B-03, B-05 en B-11 blijkt dat er sedert april 2006 sprake was van een partij van 210 voor ene [J.]. Uit de vele telefoontaps van gesprekken van o.a. [medeverdachte W.], [verdachte], [medeverdachte d B.] en [B.] komt naar voren dat het de bedoeling was deze partij te verzenden naar [J.] (uit nader onderzoek is gebleken dat deze [J.] [A.W.] betreft) en dat deze partij in Congo in de eerste week van mei werd aangeleverd door [medeverdachte d B.] en verpakt door [verdachte]. Zo verzond [medeverdachte W.] op 1 mei 2006 een sms-bericht aan [medeverdachte d B.], waarin hij zegt: "Laten we nu eerst [J.] gereed maken." (zaaksdossier B05, p. 37). Op 3 mei 2006 vond een gesprek plaats tussen [medeverdachte W.] en [verdachte], die op dat moment in Congo was. [verdachte] zei daarin onder meer het volgende:

"ja wat zal ik zeggen van hem (het hof begrijpt: [medeverdachte d B.]) hij heb het niet helemaal onder controle. Hij had daar dood leuk 4 stuks staan en hij zegt die wegen vijftig het stuk, zegt ie. Ik had er al es een opgepakt dus ik zeg nou ja het zal wel, maar toen was ik met eentje klaar en toen kwam ik niet verder dan vijf en dertig en nou moet ie op stel en sprong ergens anders die dingen weghalen." Op 4 mei 2006 deelde [verdachte] [medeverdachte W.] mede dat hij "tweehonderdtien" zou doen, waarop [medeverdachte W.] reageerde met de constatering dat hij, Asbeek, dan het eerste project aan het afronden was. Later die dag belde [medeverdachte W.] met [medeverdachte d B.], die hem meedeelde dat "[J.]" in orde was, waarop [medeverdachte W.] reageerde door te zeggen dat hij dat had gehoord (zaaksdossier B05, p. 45 en 46).

Uit later volgende telefoontaps komt voorts naar voren dat die partij in juni/juli 2006 door de Congolese politie in beslag is genomen. Uit taps blijkt verder dat [medeverdachte W.] in die periode verschillende betalingen deed op verzoek van [B.] om deze partij bij de politie vrij te kopen. Voorts komt naar voren dat [verdachte] van 16 juni tot 23 juni 2006 in opdracht van [medeverdachte W.] in Congo was met het oog op de verzending van deze partij. Uit de in het kader van het aan Zwitserland gedane rechtshulpverzoek verkregen gegevens van [bedrijf [ ]] blijkt dat [R.W.] - zoals hiervoor reeds is aangegeven betreft dit een alias van [medeverdachte W.] - op 19 juni 2006 een email aan [K.M.] heeft verzonden over deze zending, waaruit blijkt dat deze van Kinshasa/Congo naar Sydney/Australië moet worden gezonden en dat het een partij betreft van 210 st Bags Deshydratant Desi Pak Sud Chemie met een bruto gewicht van 245 kilo. De hiervoor reeds genoemde [J. v. M. ] heeft verklaard dat [bedrijf [ ]] op 23 juni 2006 van de firma Simpet in opdracht van [bedrijf [ ]] (het bedrijf waaraan [K.M.] was verbonden) een aanvraag ontving voor een transport van een zending van 250 kilo van Kinshasha via Brussel naar Sydney. De oorspronkelijke aanvraag zou gedaan zijn door de firma [bedrijf [ ]] (zaaksdossier B-11, p. 94-95). Deze firma is een dekmantelbedrijf van [medeverdachte W.] (zaaksdossier B-00, p.130.). Voorts zijn op de hiervoor reeds genoemde USB-stick documenten in verband met deze zending aangetroffen. Daaruit bleek dat dozen met een totaal brutogewicht van 245 kilo door voornoemde firma verzonden zouden worden naar [bedrijf [ ]] te Botany (een voorstad van Sydney) Australië.

Op 2 augustus 2006 om 11:54 uur vindt er een gesprek plaats tussen [B.] en [medeverdachte W.], waarin [B.] aangeeft dat hij het geld heeft en zo een afspraak heeft met de politiecommissaris. Daarna wil hij het naar de agent brengen, maar [medeverdachte W.] zegt dat hij dit niet moet doen, omdat de agent een probleem heeft in België. Op de vraag van [B.] of het laatste materiaal niet gevlogen is, antwoordt [medeverdachte W.] nee. Hij wil de agent en de vliegroute wijzigen en vraagt [B.] het materiaal voorlopig bij zich te houden. Aannemelijk is dat deze opmerking van [medeverdachte W.] slaat op het feit dat de eerdergenoemde partijen van 171 kilo en 49 kilo in België in beslag zijn genomen.

[verdachte] heeft verklaard (op 29 mei 2008 bij de politie) dat met die 210 kilo voor [J.] in Australië enorm is geschoven in Congo en dat hij weet dat die partij uiteindelijk bij Zilverrug (alias voor [B.]) terecht is gekomen.

Vervolgens heeft [verdachte] verklaard (op 16 juni 2008 bij de politie) dat hij in februari 2007 voor 5 weken naar Congo is geweest, waarbij het doel was de partij van die 210 weer te zien. [B.] hield hem toen aan het lijntje en zei dat de goederen van [medeverdachte d B.] waren, terwijl [medeverdachte W.]) ze betaald had. Hij moest toen weer grondstoffen in Congo gaan verzenden.

Voorts is er een telefoontap van 27 januari 2007 om 15:43 uur tussen [medeverdachte W.] en [medeverdachte vd B.], waarin [medeverdachte W.] het volgende zegt: "... gisteren, [J.P.](het hof begrijpt: [J.P.]) had nog wat afgegeven aan die zwarte (het hof begrijpt: [medeverdachte R.]), toen heb ik even over de telefoon met hem onderhandeld over wat hij nodig had, eerst wilde hij 50% betalen tegen de airway bill. Ik zei dat doe ik niet, maar ik heb een deal gemaakt met hem. We doen 2, 1600 per stuk en 50% direct betalen en 50% als het er is. Het is een hele goede deal, want dan krijgen we een stukje ruimte en het is een makkelijkere onderhandelingspositie naar die zwarte. Het moet natuurlijk ook allemaal verpakt worden, dat we er verstandig aan doen om [verdachte] te sturen. ... We zeggen niks tegen [verdachte] en pas als hij daar is en de tweede gaat aan de gang dan zeggen we oke de tweede gaat, je moet even wat langer blijven."

[medeverdachte vd B.] zegt vervolgens: "Weet je als het goed loopt dan maakt het allemaal niks uit die extra uitgaven, we gaan er toch vanuit dat het allemaal goed gaat deze keer."

[medeverdachte W.] reageert dan met: "Ja, die [medeverdachte R.] krijgt het druk, die moet het regelen voor ze. Dus ik heb gezegd 16 ... als ik klaar ga zetten wil ik voor dat ik klaar ga zetten geld hebben. Dus hij zegt ja oke. Ik zeg 50% en 50% achteraan is het hier dezelfde dag."

In een sms-bericht op 6 februari 2007 om 22:57 uur van [medeverdachte W.] aan [medeverdachte vd B.] wordt geschreven: "om 12.30 uur hebben we [medeverdachte R.] op het hoekje. Maar heb geen tijd voor de rest want moet [verdachte] regelen (gaat 's avonds weg) en papieren van mike voor blond."

Op 13 februari 2007 om 11:51 uur is er een gesprek tussen [medeverdachte W.] en [medeverdachte vd B.], waarin [medeverdachte W.] vraagt of [medeverdachte R.] al wat heeft laten horen. [medeverdachte vd B.] zegt van niet. [medeverdachte W.] antwoordt daarop dat: "oke dan is die waarschijnlijk een dag later terug, want hij zou gisteren terug zijn om ons wat te laten weten. Ik was toch eigenlijk benieuwd wat zijn voortgang was. Hij had zaterdag van mij alle papieren gehad, je weet wel, zoals was afgesproken, 4 pagina's fax, die heb ik naar hem gestuurd. Het was allemaal goed gegaan en alles was rond, dus hij zegt dan ben ik maandag weer terug en dan neem ik dinsdag contact met jullie op en dan rond ik het af."

Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte W.] op 10 februari 2007 om 16:22 uur vanuit belhuis Tara te Amsterdam 4 faxberichten verzonden heeft met betrekking tot het transporttraject van de 245/210 kilo. Het gaat daarbij om:

Fax 1:

Dit faxbericht is verstuurd in de Engelse taal en namens het [bedrijf [ ]], Beirut, Libanon. Dit faxbericht is gericht aan het hotel Radisson SAS Haciendas, Cancun Mexico, kamer 1103. Op dit faxbericht staat met grote letters geschreven: Graag deze fax overhandigen aan kamer 1103. Verder staat op het faxbericht geschreven dat zoals afgesproken dit de fax betreft met de referenties en kopieën met betrekking tot de verzending. Dit faxbericht is ondertekend door [bedrijf [ ]].

Fax 2:

Dit faxbericht is verstuurd in de Engelse taal en namens het [bedrijf [ ]], Beirut, Libanon en is gedateerd op 10 februari 2007. Dit faxbericht is gericht aan het [bedrijf [ ]], Mexico City, Mexico ter attentie van Mr. [naam]. In dit faxbericht staat beschreven dat de verzending van de partij van 200 luchtdicht verpakte zakken in 14 kartonnen dozen Deshydratant Desi Pak (R) (Trockenmittel Desiccant Bag Sud Chemie (R) met een bruto gewicht van 250 kilo, klaar staat en gereed is voor verzending. De verzending is vanuit Kinshasa, Congo naar Mexico City, Mexico en zal plaatsvinden middels luchtvracht vervoerder SA Airlines en zal afhankelijk van het vluchtschema plaatsvinden op 19 februari.

Fax 3:

Dit faxbericht is verstuurd in de Engelse taal en namens het [bedrijf [ ]], Jovako Sri. Beirut, Libanon en is gedateerd op 10 februari 2007. Dit faxbericht is gericht aan het [bedrijf [ ]], Mexico City, Mexico ter attentie van Mr. [naam].

Dit faxbericht betreft een invoice met betrekking tot de partij van 200 luchtdicht verpakte zakken in 14 kartonnen dozen Deshydratant Desi Pak (R) Trockenmittel Desiccant Bag Sud Chemie (R) met een totaal bruto gewicht van 245 kilo met het bedrag van 16.000 dollar.

Fax 4:

Dit faxbericht is verstuurd in de Engelse taal en namens het [bedrijf [ ]], Beirut, Libanon en is gedateerd op 10 februari 2007.

Dit faxbericht is gericht aan het [bedrijf [ ]], Mexico City, Mexico ter attentie van Mr. [naam]. Dit faxbericht betreft een packing list met betrekking tot de partij van 200 luchtdicht verpakte zakken in 14 kartonnen dozen Deshydratant Dei Pak (R) (Trockenmittel Desiccant Bag Sud Chemie (R) met een totaal bruto gewicht van 245 kilo.

Gelet op de omschrijving van deze partij en de werkwijze en het transporttraject kan de conclusie worden getrokken dat dit exact dezelfde partij van 245 kilo betreft, die vanuit Kinshasa, Congo naar Sydney, Australië verzonden moest worden, maar waarvan de verzending niet heeft plaatsgevonden.

Uit opgevraagde informatie van de Mexicaanse autoriteiten (4e aanvulling RHV Mexico) blijkt dat in de periode van 8 tot 11 februari 2007 in kamer 1103 van het Radisson SAS Haciendas hotel te Cancun Mexico een persoon verbleef met de achternaam [medeverdachte R.]. Ook zijn de reisbewegingen van [medeverdachte R.] nagegaan, waarbij is gebleken dat alleen de bewegingen van binnenkomst zijn geregistreerd en dat [medeverdachte R.] op 15 januari 2007, 21 januari 2007 en 8 februari 2007 Mexico is binnengereisd via het vliegveld van Cancun Mexico.

Ook is uit onderzoek door de Mexicaanse autoriteiten gebleken dat het [bedrijf [ ]] niet bestaat en ook mr. [naam] bleek niet te achterhalen.

Gelet op het voorgaande in samenhang met de bewijsmiddelen, blijkt in voldoende mate van strafbare betrokkenheid van de verdachte bij dit feit, zoals in de bewezenverklaring vermeld.

Het hof overweegt eveneens dat, gelet op de bewijsmiddelen en het voorgaande, in het bijzonder hetgeen naar voren komt uit de op deze zending betrekking hebbende documenten, ook in het geval van deze zending in de periode 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 sprake was/moest zijn van de reisroute Congo-Mexico, dat ook in dit geval valse (bedrijfs)namen werden gebruikt door zowel [medeverdachte W.] als [medeverdachte R.] en dat [verdachte] weer naar Congo moest om de partij te verpakken. Dit alles levert naar het oordeel van het hof opvallende overeenkomsten op met de eerder omschreven partijen uit zaaksdossier B-05. Het hof merkt op dat sprake is van exact dezelfde hoeveelheid als bij de partij die in juni 2006 is getracht te verzenden aan [J.] in Australië, maar die bleef steken in Congo. Dit alles in onderling verband en samenhang beschouwd, mede gelet op de opmerking van [medeverdachte vd B.] in het tapgesprek van 27 januari 2008 (nr. 270050541, B11, p. 189-190) dat ze er van uit gaan dat het deze keer allemaal wel goed gaat, leidt het hof tot de conclusie dat er sprake is van een partij van bruto 245 kilo en netto ongeveer 210 kilo van een materiaal bevattende pseudo-efedrine of efedrine, die men uiteindelijk aanvang 2007 trachtte te verzenden vanuit Kinshasa naar Mexico ten behoeve van [medeverdachte R.] en/of een of meer klanten van [medeverdachte R.] en in de periode 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 getracht werd te verzenden naar Watt in Australië.

Ten aanzien van de beweerdelijke "dubbeltelling", zoals door de raadsman is gesteld met betrekking tot de feiten 5 en 6, is het hof evenals de rechtbank van oordeel dat uit de onder feit 5 en feit 6 aangegeven vaststellingen met betrekking tot de gang van zaken ten aanzien van de partijen van 171 kilo, 49 kilo (feit 5) en 210 kilo (feit 6) genoegzaam volgt dat deze stelling van de raadsman onjuist is.

Het hof overweegt tot slot dat naar zijn oordeel met betrekking tot beide perioden sprake is geweest van intermediaire activiteiten als bedoeld in de Verordening. Daaraan doet niet af dat met betrekking tot de tweede periode niet vaststaat dat de betreffende goederen in de Europese Gemeenschap zijn ingevoerd of daar zijn doorgevoerd naar een derde land. Het hof heeft daarbij gelet op de definitie van het begrip 'intermediaire activiteiten' in de Verordening en op hetgeen is opgenomen in de considerans onder 6.

Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.

Ten aanzien van feit 1 (zaaksdossier B-00): criminele organisatie

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat ook voor feit 1 (zaaksdossier B-00), de deelname aan een criminele organisatie, vrijspraak dient te volgen. De raadsman heeft daartoe - kort samengevat - aangevoerd dat er geenszins sprake was van een organisatie, immers de verdachte heeft zelf aangegeven dat sprake was van een piramide met de [medeverdachte W.] bovenin. Zo al sprake zou zijn van een organisatie, dan ontbreekt in elk geval het bewijs voor het criminele oogmerk, aldus de raadsman.

Wettelijk en juridisch kader (criminele) organisatie

Aan de verdachte wordt verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had misdrijven te plegen. Dit is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr en - voor zover het gaat om bepaalde misdrijven omschreven in de Opiumwet - sinds 1 juli 2006 in artikel 11a van de Opiumwet.

Artikel 140, eerste lid, Sr luidt (en luidde, afgezien van de maximale strafbedreiging, die met ingang van 26 februari 1999 met een jaar werd verhoogd, in de in de tenlastelegging bedoelde perioden):

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Aan deze strafbaarstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de openbare orde beschermd dient te worden tegen organisaties die beogen misdrijven te plegen. Het gaat hier om een zelfstandig strafbaar feit. Het doet er niet toe of de misdrijven, waarop de organisatie het oog heeft, zijn gepleegd dan wel pogingen daartoe zijn ondernomen of zelfs maar strafbare voorbereidingen daartoe zijn getroffen. Evenmin is van belang of een deelnemer aan de organisatie heeft meegedaan aan misdrijven die door andere deelnemers daaraan zijn gepleegd (of zijn gepoogd te plegen of voorbereid). Niet is vereist dat een deelnemer aan de organisatie enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad. Een persoon is strafbaar louter vanwege zijn (opzettelijke) deelneming aan die organisatie.

Volgens bestendige jurisprudentie moeten onder een organisatie en deelneming daaraan als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan:

Een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.

Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen. Dit zijn echter geen constitutieve vereisten om van een samenwerkingsverband te kunnen spreken.

Niet is vereist dat het samenwerkingsverband steeds uit dezelfde personen bestaat of dat alle deelnemers elkaar kennen. Evenmin is vereist dat ten aanzien van alle deelnemers blijkt van een gestructureerde vorm van samenwerking met een of meer andere deelnemers aan de organisatie. Wel is vereist dat de deelnemers opzet hadden op het deelnemen aan deze organisatie, waartoe het voorwaardelijk opzet onvoldoende is. Daartoe dient vast komen te staan dat zij gedurende zekere tijd hebben samengewerkt met ten minste een van de andere deelnemers aan de organisatie en dat zij in zijn algemeenheid weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Die samenwerking dient voorts te hebben bestaan uit het hebben van een aandeel in -, of het leveren van een bijdrage aan gedragingen, die strekten tot verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.

Feitelijke invulling

Samenwerkingsverband

Deels in lijn met de rechtbank stelt het hof het volgende vast.

Uit de bewijsmiddelen die in de afzonderlijke zaaksdossiers worden gebruikt en hierna worden vermeld komt het volgende naar voren.

[medeverdachte W.] heeft zich gedurende een periode van ruim twee jaar bezig gehouden met de handel en het transport in/van (pseudo)efedrine. Bij de - voorbereidingen van - de verschillende transporten was telkens een vaste groep personen betrokken.

[medeverdachte W.] heeft in een van zijn politieverhoren over het zaaksdossier B-05 verklaard, dat de personen die van het project afwisten (en aan wie hij steeds refereert met 'we' en 'ons') waren: [J.P.], [medeverdachte C.], [verdachte] en zijdelings [medeverdachte B.].

In een van zijn politieverhoren over het zaakdossier B-12 verklaarde [medeverdachte W.] dat, toen de contacten met [medeverdachte d B.] in het begin van 2007 waren afgesloten en er problemen waren met de leveringen van de (pseudo-)efedrine uit Congo, "wij" dit project hebben gestaakt en "wij" geen bron meer hadden. Met "wij" bedoelde [medeverdachte W.] in elk geval zichzelf en [J.P.], [verdachte], maar ook [medeverdachte C.].

[medeverdachte W.] heeft bovendien verklaard dat hij diverse personen over een periode van een jaar had betaald, vooruitlopend op een mogelijke winst, onder wie [medeverdachte C.] (€ 10.000,-), [J.P.] (€ 5.000,-) en ook [verdachte]). Indien het B-12 traject zou zijn geslaagd, zou de netto winst worden verdeeld onder in elk geval hemzelf, [medeverdachte C.], [J.P.] en [verdachte].

Hierna zal ten aanzien van elk van de verdachten afzonderlijk worden besproken wat zijn rol was. Ook uit hetgeen daar is opgenomen, blijkt dat er sprake was van een vaste groep personen die (telkens) met elkaar samenwerkten bij de - voorbereidingen van de - verschillende transporten. Het hof is dan ook van oordeel dat tussen de genoemde verdachten een samenwerkingsverband bestond.

Gelet op de lengte van de periode waarin de verschillende - voorbereidingen van de - transporten en (aldus) de samenwerking van de verdachten hebben/heeft plaatsgevonden, is het hof voorts van oordeel dat het samenwerkingsverband een duurzaam karakter had.

Gestructureerd samenwerkingsverband

Daarnaast was dit duurzame samenwerkingsverband gestructureerd van aard. Over de "rolverdeling" van de verschillende verdachten in deze samenwerking, overweegt het hof het volgende.

[medeverdachte W.]:

[verdachte] verklaarde over [medeverdachte W.] dat hij "de baas, opdrachtgever, baas, you name it" was en dat volgens hem [medeverdachte W.] "de bovenkant van de piramide" was. Verder verklaarde hij dat [medeverdachte W.] niet iemand was om de touwtjes te laten vieren en dat hij aan [J.P.] en [verdachte] opdrachten gaf: "We kregen bij La Place dan briefjes met daarop de dingen die we moesten doen."

Dat [medeverdachte W.] "de baas" zou zijn, wordt in diverse telefoongesprekken bevestigd, onder meer in een telefoongesprek, gevoerd op 31 mei 2006, tussen [medeverdachte W.] en [medeverdachte C.]. [medeverdachte W.] zegt in dat gesprek: "Ik ben de baas, dus hij doet precies wat ik hem zeg dat hij moet doen" en: "Als je met mij bent, dan doe je het precies zoals ik het wil doen. Want ik denk eerst erover na, weet je, voordat ik iets doe." Dit gesprek gaat over het handelen van [verdachte] in zaaksdossier B-03. In een ander telefoongesprek, gevoerd tussen [medeverdachte W.] en [J.P.], op 19 november 2007 - over het (dis)functioneren van [verdachte] in Pakistan - zegt [medeverdachte W.]: "Hij (het hof begrijpt: [verdachte]) zegt nou luister de beste stuurlui staan aan wal. Ik zeg ben je helemaal besodemieterd, klootzak dat je er bent, ik zeg ik neem al het risico, het is mijn poen wat ik er in stop, ik neem alle risico voor het geld en dan ga jij mij vertellen dat ik de beste stuurlui hen die aan wal staat, ik zeg door mij zit jij daar op het schip. (...) Ik zeg dan kom je nu terug, nee ik wil het nu afronden, ik zeg wat wil jij nou afronden jongen, je moet gewoon doen wat ik zeg, en als ik zeg dat je twee weken in een hotelkamer gaat zitten en je nintendo gaat spelen, dan ga je dat doen en als je dat niet wilt dan stuur ik iemand anders die wil. (...) Het is godverdomme continue hetzelfde, je bent afhankelijk van de zwakste schakel, echt waar." [J.P.] praat met [medeverdachte W.] over [verdachte] en zegt later in het gesprek: "Ik ben niet zo handig, maar ik bedoel met z'n tweeën komen wij er wel uit hoor, dit schiet niet op, maar je moet met de juiste mensen gewoon duidelijk(e) afspraken (maken), hij moet zich er ook niet mee gaan bemoeien, gewoon doen wat die doen moet en meer niet klaar." [medeverdachte W.] vervolgt: "Nee, maar hij begrijpt het niet, hij denkt dat hij het daar bepaalt, nee ik bepaal het en hij voert het uit want ik heb 100% informatie en hij heb 30% informatie en ik ben 2 keer zo slim of 10 keer zo slim als hij, dus hij moet zich er gewoon niet mee bemoeien (...) hij moet gewoon doen wat ik zeg." [J.P.] zegt dat hij ook wel dingen goed heeft gedaan, maar dat hij nu een stoorzender wordt. Aan het einde van het gesprek zegt [medeverdachte W.] dan nog: "Ik ben continue alles aan het doen, kijk we zijn met z'n vijven, ja." [J.P.] reageert door te zeggen: "Ja, dat begrijp ik, jij trekt echt de kar dat hoef je mij niet te vertellen." [medeverdachte W.] zegt: "(Het) kan natuurlijk niet zo zijn dat ik straks met alle respect voor jullie allemaal tussen iedereen door moet fietsen om iets voor mekaar te krijgen en als enige een soort vliegende keep ga worden dat red ik niet hoor, ik zeg dat kan ik alleen maar doen als degene die iets doet het ook goed doet, ik kan niet iedereens werk twee keer doen." In dit gesprek komt ook [medeverdachte C.] ter sprake. In een telefoongesprek met [medeverdachte C.] op 18 januari 2007 zegt [medeverdachte W.] tot slot: "En ik heb 7, 8 mensen die aan het project werken en wie doet het werk? Ik doe het werk." Ook zegt hij dat als iemand een fout maakt, hij moet betalen.

[medeverdachte C.]:

[medeverdachte W.] verklaarde over [medeverdachte C.] dat die zijn zakenpartner is, dat ze veel projecten samen hebben gedaan en dat [medeverdachte C.] zijn vriend en vertrouweling is. [medeverdachte W.] verklaarde dat [medeverdachte C.] wist waar hij mee bezig was en hem adviseerde. Daarnaast fungeerde [medeverdachte C.] soms als een uitlaatklep voor de frustraties van [medeverdachte W.]. [medeverdachte v V.] verklaarde dat [medeverdachte C.] een vertrouwenspersoon was van [medeverdachte W.], ook op het gebied van de handel in grondstoffen. Dit blijkt ook duidelijk uit de informatie die [medeverdachte W.] met [medeverdachte C.] deelt in de vele telefoongesprekken tussen hen, waarin [medeverdachte W.] bijvoorbeeld vertelt, dat [J.P.] zich weer een lid van het geheel voelt, dat hij een voorstel voor [J.] dat [J.P.] heeft meegenomen moet lezen en wat de actuele stand van zaken is met betrekking tot verschillende transporten. Daarbij valt op dat [medeverdachte C.] regelmatig in de tapgesprekken (op 10 mei 2006 te 09.27 uur, nr 260093783, B00/3 p.670-672// op 7 juni 2006, 11.19 uur, nr. 260127036, B00/3 p. 677-678// op 10 juni 2006, 20.22 uur, nr. 260132414, B 00/3, p.653-659// op 19 januari 2007, 14.52 uur, nr. 270033167, B 00/3, p.713-714) in de 'wij'-vorm (mee)praat over de gang van zaken. [medeverdachte C.] is volledig op de hoogte van de - voorbereiding van de - diverse transporten (er wordt een keer over "onze verzending" gesproken) en hij levert daaraan telkens een wezenlijke bijdrage, door bijvoorbeeld valse stukken op te maken, de contacten met de transporteur te onderhouden en de contacten met (een van) de afnemer(s).

Daarnaast is gebleken dat [medeverdachte W.] en [medeverdachte C.] regelmatig naar Dubai reisden, waar zij besprekingen voerden met mogelijke leveranciers en afnemers zoals [J.], [naam], [naam] en [medeverdachte N.]. Over de rol van [medeverdachte C.] verklaarde [medeverdachte W.]: "[medeverdachte C.] en ik deden de administratie en de papieren afhandelingen, zoals de facturen en de Bill of Lading controleren en de certificaten.

[medeverdachte B.]:

Over [medeverdachte B.] verklaarde [medeverdachte W.] dat hij de persoon was, die de klanten regelde, maar dat hij hem ook zag als "persoon die in projecten mee zou delen". Tevens verklaarde [medeverdachte W.] dat hij via [medeverdachte B.] in contact was gekomen met [medeverdachte R.], met [S.H.], die door [medeverdachte B.] was geïntroduceerd als mogelijke klant die interesse had in efedrine, met [V.] en met [medeverdachte H.] en [medeverdachte D.]. [medeverdachte B.] had Vink en [medeverdachte R.] geïntroduceerd als klanten voor efedrine voor bestemmingen buiten Europa. [verdachte] verklaarde over [medeverdachte B.] en [medeverdachte R.]: "[medeverdachte B.] en [medeverdachte R.] hadden [medeverdachte W.] nodig, ze zagen hem een beetje als de Albert Heijn. [medeverdachte W.] was namelijk de leverancier van het spul uit Congo." Het voorgaande blijkt ook (onder meer) uit een telefoongesprek tussen [medeverdachte W.] en [medeverdachte vd B.], waarin laatstgenoemde zegt: "[medeverdachte R.] is naar ons toegebracht door [medeverdachte B.] (...)" en verderop: "[medeverdachte B.] is ( ...) commissionair die brengt mensen bij ons (...)." [medeverdachte W.] vult dit als volgt aan: "En als wij deals met hem doen en het komt van ons uit zoals die nieuwe dan doet hij gewoon mee maar hij doet dan gewoon mee met ons... maar dan kopen we ook samen.

[J.P.]:

Over [J.P.] verklaarde [medeverdachte W.] dat hij een vriend, vertrouweling en reispartner was en later "bepaalde zaken" voor hem regelde. Daarnaast verklaarde [medeverdachte W.] dat hij via [J.P.] in contact was gekomen met [verdachte], [medeverdachte vd B.], [medeverdachte d B.] en Watt ('[J.]'). [J.P.] werd steeds van de lopende zaken op de hoogte gehouden en bovendien was hij aanwezig bij verschillende ontmoetingen, ook in Pakistan, had hij contacten met de medeverdachten en in ieder geval één klant ([J.W.]) en zorgde hij voor de nieuwe telefoons en sim-kaarten.

Over de rol van [J.P.] verklaarde [medeverdachte W.]: "Met [J.P.] ging ik op reis en [J.P.] deed de faxen en e-mails en telefoonverkeer. [verdachte] verklaarde dat [J.P.] en [medeverdachte W.] "kennissen met belangen" zijn. "Dat heeft te maken met het product in Congo. [J.P.] had als rol, [medeverdachte W.] zei wel eens letterlijk, in het Italiaans dat hij zijn consiglieri was. [medeverdachte W.] gebruikte [J.P.] net als mij, om er beter van te worden. [medeverdachte W.] had [J.P.] nodig als back-up in een gesprek. [medeverdachte W.] had [J.P.] nodig voor zijn kennis en contacten. [medeverdachte W.] gebruikte [J.P.] als klankkast (...) Het is ook zeker iemand die [medeverdachte W.] als protectie ziet. [J.P.] is wel oud maar nog steeds snel".

[verdachte]:

[medeverdachte W.] heeft over [verdachte] verklaard dat hij de uitvoerende handelingen deed en op reis ging. "Rene deed de uitvoering, controle van de goederen en reizen", aldus [medeverdachte W.]. [verdachte] heeft dit bevestigd. Daarnaast verklaarde hij dat hij - evenals [J.P.] - van [medeverdachte W.] opdrachten kreeg door middel van briefjes. Dat [verdachte] voornamelijk uitvoerende taken had, blijkt zeer treffend uit het reeds genoemde telefoongesprek van 19 november 2007 tussen [medeverdachte W.] en [J.P.] over het (dis)functioneren van [verdachte] in Pakistan. In een net daarvoor gevoerd gesprek beklaagt [medeverdachte W.] zich er tegen [J.P.] over dat [verdachte] verkeerde informatie heeft doorgegeven en teveel zelf is gaan denken: "Hij voelt zich daar dan weer belangrijk en dan gaat hij weer allerlei dingen lopen roepen. (...) Je wilt hem steeds een kans geven maar hij doet gewoon niet wat we afspreken. (...) Ja wel maar wat doet hij daar dan met zijn dikke kop, alleen maar problemen veroorzaken. Hij moet daar zitten en hij hoeft niet te onderhandelen. Ik onderhandel en jij geeft mij de juiste informatie. Ik moet 100 procent op jouw informatie kunnen vertrouwen." [J.P.] zegt dat ze er anders zelf naar toe gaan. In het daaropvolgende, reeds aangehaalde, telefoongesprek zegt [medeverdachte W.] (in aanvulling op hetgeen hiervoor reeds is weergegeven): "Ja, hij moet alleen maar de doorgeefluik zijn, hij is de chinees. meer is ie niet, heel belangrijk maar meer is ie niet, hij is niet de klant, hij is niet de kok, hij is de doorgeefluik" en later: "(...) hij moet daar alleen maar zitten voor de informatie en de dingen doen die wij zeggen, hij gaat zelf dingen lopen denken, hij gaat zichzelf een hele andere rol toebedenken dan die is, hij is niet meer dan een loopjongen daar die goed zijn geld kan verdienen die heel belangrijk is maar een loopjongen."

Oogmerk

Het aldus duurzame en gestructureerde samenwerkingsverband van [medeverdachte W.] en de andere verdachten had als oogmerk het plegen misdrijven strafbaar gesteld - kort gezegd - in de Wet Economische Delicten in samenhang met de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (zoals bij het tweede gedachtestreepje ter zake is vermeld) en valsheid in geschrifte, te weten (zo moet de tenlastelegging worden opgevat) de valsheid die samenhing met de verzending van de partijen (pseudo)efedrine, zoals valse/vervalste facturen en paklijsten.

Dit volgt uit al hetgeen hiervoor is overwogen, in onderling verband en samenhang beschouwd. Niet blijkt dat de (criminele) organisatie ook tot oogmerk had het plegen van witwassen. Ook is niet bewezen dat de organisatie het oogmerk had op het plegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet, nu het opzet op het plegen van die misdrijven slechts bij één deelnemer, te weten [medeverdachte W.], kan worden vastgesteld en aldus niet als oogmerk van de organisatie kan gelden.

Zoals eerder overwogen doet daar niet aan af dat niet alle deelnemers opzet hadden op alle misdrijven waarop de organisatie het oogmerk had.

Op grond van de bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan bovenstaande criminele organisatie. Het bewijs van het (dubbele) opzet van de verdachte, zowel op de deelname aan de organisatie, als op het oogmerk van deze organisatie, volgt uit de bewijsmiddelen en uit hetgeen hiervoor over de rol en het handelen van de verdachte is overwogen.

Deelneming

Op grond van de bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan bovenstaande criminele organisatie. Het bewijs van het (dubbele) opzet van de verdachte, zowel op de deelname aan de organisatie, als op het oogmerk van deze organisatie, volgt uit de bewijsmiddelen en uit hetgeen hiervoor over de rol en het handelen van de verdachte is overwogen.

Voorts was [medeverdachte W.], naar uit het bovenstaande volgt, de onbetwiste leider van de organisatie.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is aldus niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 3 primair en subsidiair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 5 subsidiair, 6 subsidiair en 7 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

onder 1:

(B00: Criminele organisatie)

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 30 november 2007 in Nederland en Belgie en Duitsland en Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten en de Democratische Republiek Congo, tezamen en in vereniging met anderen heeft deelgenomen aan een organisatie welke werd gevormd door hem, verdachte, en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het opzettelijk plegen van:

- het als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, zonder een door de bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, invoeren van en ontplooien van intermediaire activiteiten met betrekking tot een of meer hoeveelheden efedrine en/of pseudo efedrine

- valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht

welke deelneming bestond uit:

- het (mede)plegen van die misdrijven;

onder 5 subsidiair:

(B05: 171 kilogram + 49 kilogram Brussel)

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, in de periode van 1 mei 2006 tot en met 16 juli 2006 in Nederland en België en de Democratische Republiek Congo, telkens tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van ongeveer 171 kilogram pseudo efedrine en een hoeveelheid van ongeveer 49 kilogram pseudo efedrine, zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft ingevoerd;

onder 6 subsidiair:

(B05/B-11: 245 kilogram Australie/Mexico)

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, in de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 juli 2006 en in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 in Nederland en de Democratische Republiek Congo telkens tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, met betrekking tot een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 245 kilogram efedrine of pseudo efedrine zonder een door de bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning intermediaire activiteiten heeft ontplooid, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) eerdergenoemde hoeveelheid efedrine of pseudo efedrine besteld, verpakt, gekocht, verkocht en voorhanden gehad en/of

valse documenten en bescheiden bestemd voor het vervoeren, afleveren van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine of pseudo efedrine voorhanden gehad en opgemaakt en verstrekt en/of

contacten en ontmoetingen gehad en besprekingen gevoerd en afspraken gemaakt met leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, levering, betaling en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine of pseudo efedrine.

onder 7 subsidiair:

(B11: 50 kg Mexico)

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, in de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 juli 2006 in Nederland en België en de Democratische Republiek Congo en Mexico tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van ongeveer 50 kilogram efedrine of pseudo efedrine, zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft ingevoerd en uitgevoerd;

Hetgeen onder 1, 5 subsidiair, 6 subsidiair en 7 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 5 subsidiair, 6 subsidiair en 7 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

het onder 5 subsidiair, 6 subsidiair en 7 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

telkens het medeplegen van

overtreding van artikel 2, onder a, van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, terwijl het feit opzettelijk wordt begaan.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het onder 2 primair en subsidiair en 4 primair en subsidiair vrijgesproken en voor het onder 1, 3 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig maanden met aftrek van de tijd die hij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 3 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig maanden met aftrek van de tijd die hij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van zo'n anderhalf jaar schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie die zich op grote schaal heeft bezig gehouden met - kort gezegd - de illegale handel in (pseudo)efedrine en met bij verzending van die partijen samenhangende valsheid in geschrifte. De verdachte is voor de organisatie afgereisd naar onder andere de Democratische Republiek Congo en Pakistan en heeft daar tal van uitvoerende handelingen verricht ten behoeve van de verzending van aanzienlijke partijen (pseudo)efedrine en contact gelegd en onderhouden met diverse lokale agenten en leveranciers. Een dergelijk samenwerkingsverband werkt criminaliteitsbevorderend en ondermijnt, gelet op haar (criminele) oogmerk en de daarmee samenhangende handelingen, de rechtsorde.

De verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan - kort gezegd - de illegale invoer van (pseudo)efedrine met betrekking tot een partij van 171 en 49 kilo (in Brussel), een partij van 245 kilo (pseudo)efedrine, aanvankelijk bestemd voor Australië en later voor Mexico en een partij van 50 kilo bestemd voor Mexico. De verdachte vervulde daarbij een uitvoerende en ondersteunende rol onder supervisie van de [medeverdachte W.].

Efedrine en pseudo-efedrine kennen legale en illegale toepassingen. In het illegale circuit worden deze stoffen als grondstof gebruikt voor de vervaardiging van methamfetamine. Afhankelijk van de toegepaste methode geldt bij omzetting in methamfetamine een opbrengst van tussen 47% en 76% op gewichtsbasis, hetgeen de illegale handel in deze grondstof zeer lucratief maakt.

Juist omdat deze stoffen bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen kunnen worden gebruikt, is de handel in (pseudo)efedrine aan strenge regels onderworpen met geen ander doel dan te voorkomen dat daarmee de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen plaatsvindt, en dus teneinde misbruik van deze stoffen te voorkomen.

Overtreding van voornoemde regels is in de Wet voorkoming misbruik chemicaliën verboden en in de Wet Economische Delicten als misdrijf strafbaar gesteld en wordt - evenals het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 10a van de Opiumwet gegeven verbod - bedreigd met onder meer een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 28 november 2011 is de verdachte eerder - zij het ter zake van andersoortige strafbare feiten - veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 57 en 140 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 primair en subsidiair en 4 primair en subsidiair ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 primair en subsidiair, 5 primair, 6 primair, 7 primair en 8 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 5 subsidiair, 6 subsidiair en 7 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 5 subsidiair, 6 subsidiair en 7 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.A.J. Dun, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. A.E.M. Röttgering, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 mei 2012.