Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6604

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
23-003226-10
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBHAA:2010:BN0960, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zaak Mayer. Internationale handel in (pseudo-)efedrine. Bewijs voorbereidingshandelingen Opiumwet, Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Verwerping verweer U-bocht constructie bij samenwerking Nederlandse en Australische politie in verband met onderzoek te Dubai. Te late vernietiging geheimhoudersgesprekken leidt tot ‘enkele constatering’.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 10a
Wet wapens en munitie 13
Wet wapens en munitie 26
Wet wapens en munitie 55
Wetboek van Strafrecht 140
Wetboek van Strafrecht 225
Wetboek van Strafrecht 420
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-003226-10

datum uitspraak: 16 mei 2012

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 9 juli 2010 in de strafzaak onder parketnummer 15-751637-06 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1965],

adres: [adres], [woonplaats].

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Haarlem vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair, 8 primair en subsidiair, alsmede onder 10 ten aanzien van verkoop onroerend goed in Frankrijk (die tenlastelegging wordt in zoverre door het hof als een cumulatieve tenlastelegging opgevat) is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 10 maart 2010, 7 en 16 april, 25 en 26 mei 2010, 8 en 25 juni 2010 en op de terechtzittingen in hoger beroep van 27 april 2011, 4 mei 2011, 22 september 2011, 5, 9, 19 en 21 december 2011, 18 januari 2012, 13, 16, 19, 20, 23, 24 en 25 april 2012 en 2 mei 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten nadere omschrijving is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Feit 1:

(B00: Criminele organisatie)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 28 mei 2008 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Antwerpen en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Lahore en/of Islamabad en/of Karachi en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of Pakistan en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie welke werd gevormd door hem, verdachte, en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het opzettelijk plegen van:

- voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet en/of

- het als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, zonder een door de bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, invoeren van en/of ontplooien van intermediaire activiteiten met betrekking tot een of meer hoeveelheden efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval (telkens) een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van het Europees Parlement en de Raad en/of eerdergenoemde geregistreerde stoffen binnen het grondgebied van de Gemeenschap heeft gebracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen (artikel 4 en 2 onder a van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën juncto artikel 6 lid 1 van de EG-verordening nr 111/2005) en/of

- witwassen als bedoeld in artikel 420bis jo 420quater van het Wetboek van Strafrecht en/of

- valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht en/of

- opzettelijke voorbereiding van en/of uitlokking van en/of poging tot en/of medeplichtigheid aan en/of tot eerdervermelde misdrijven,

welke deelneming bestond uit:

- het (mede)plegen van die misdrijven en/of

- het verschaffen van inlichtingen, middelen, gelden en/of (valse) documenten en/of het geven van aanwijzingen en/of opdrachten met betrekking tot de voorbereiding en/of uitvoering van die misdrijven en/of

- het onderhouden van contacten en/of het houden van besprekingen en/of het geven en/of het ontvangen van van opdrachten, inlichtingen, middelen, geld en/of (valse) documenten met/aan/van producenten, leveranciers, transporteurs, financiers, afnemers, tussenpersonen en/of verleners van hand- en spandiensten en/of anderen van en/of met betrekking tot die misdrijven en/of

- het regelen van bestemmings- en/of verblijf- en/of verzendadressen en/of

- het regelen en/of uitvoeren van een of meer proefzending(en) en/of

- het verrichten van hand- en spandiensten,

terwijl hij, verdachte, oprichter, leider en/of bestuurder van die organisatie is;

Feit 2:

(B02: Olycanstraat)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 maart 2006 tot en met 10 april 2006 te Amsterdam en/of Almere en/of Muiden en/of Zaandam en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 maart 2006 tot en met 10 april 2006 te Amsterdam en/of Almere en/of Muiden en/of Zaandam en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 3:

(B03: 92 kg Antwerpen)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 mei 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Antwerpen en/of Kinsjasa en/of Saalfeld, althans in Nederland en/of België en/of de Democratische Republiek Congo en/of Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens)

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 92,17 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt , bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 mei 2006n/of Schiphol en/of Almere en/of Antwerpen en/of Kinsjasa en/of Saalfeld, althans in Nederland en/of België en/of de Democratische Republiek Congo en/of Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 92,17 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 4:

(B04: 15 kilogram Australië)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 19 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of en/of de Democratische Republiek Congo, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- een stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 15 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 19 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of en/of de Democratische Republiek Congo, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 15 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 5:

(B05: 171 kilogram + 49 kilogram Brussel)

Primair

- hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen en/of

- hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 16 juli 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

(telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

een stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 171 kilogram pseudo efedrine en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 49 kilogram pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 16 juli 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 171 kilogram pseudo efedrine en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 49 kilogram pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 6:

(B05/B-11: 245 kilogram Australie/Mexico)

Primair

- hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

en/of

- hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006 en/of in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

(telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- een stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 245 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 juli 2006 en/of in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 245 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 7:

(B11: 50 kg Mexico)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen en/of

(telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

(een) stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 50 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 juli 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Zwitserland en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 50 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 8:

(B11: 345 kilogram Mexico)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 13 februari 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens),

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 345 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Subsidiair

hij, als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 13 februari 2006 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Zaandam en/of Brussel en/of Saalfeld en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo en/of Mexico, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 345 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine, in elk geval een geregistreerde stof van categorie 1 van de bijlage van de Verordening nr 111/2005 van de Raad,

- binnen en/of buiten het grondgebied van de Gemeenschap heeft/hebben getracht, terwijl er een redelijk vermoeden bestond dat deze stoffen bestemd waren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen en/of

- zonder een door de daartoe bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, heeft/hebben ingevoerd en/of uitgevoerd en/of

- met betrekking tot die stof intermediaire activiteiten heeft/hebben ontplooid, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd

en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

(telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 9:

(B12: Traject Pakistan-Australië)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 28 mei 2008 te Amsterdam en/of Schiphol en/of Almere en/of Beets en/of Den Ilp en/of Antwerpen en/of Saalfeld en/of Sydney en/of Lahore en/of Islamabad en/of Karachi en/of Dubai en/of Kinshasa, althans in Nederland en/of België en/of Duitsland en/of Australië en/of Pakistan en/of de Verenigde Arabische Emiraten en/of de Democratische Republiek Congo, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelheden methamfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens)

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders (telkens) (al dan niet via (een) ander(en)):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 600 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn, althans kunnen worden gebruikt, bij/voor de bereiding en/of verwerking en/of vervaardiging van methamfetamine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I - besteld, vervoerd, opgeslagen, verpakt, bereid, bewerkt, verwerkt, afgeleverd, verstrekt, gekocht, verkocht, gefinancierd, ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad en/of doen/laten bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben en/of

- geld en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmaterialen en/of vervoermiddelen en/of opslagruimte bestemd voor het bestellen, vervoeren, opslaan, verpakken, bereiden, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, kopen, verkopen, financieren, ter beschikking stellen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of doen/laten opmaken en/of verstrekken en/of

- een of meer proefzending(en) met efedrine en/of pseudo efedrine georganiseerd en/of uitgevoerd en/of doen/laten organiseren en/of uitvoeren en/of

- (telefonische) contact(en) en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer (mogelijke) producent(en), leverancier(s), transporteur(s), financier(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), verlener(s) van hand- en spandiensten en/of ander(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs, kwaliteit, levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en/of (valse) documenten en/of bescheiden en/of verpakkingsmateria(a)l(en) en/of (een) vervoermiddel(len) en/of reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of

- tot vorenomschreven feiten opdracht gegeven en/of daartoe hand- en spandiensten verricht;

Feit 10:

(B14: witwassen)

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 mei 2008 te Amsterdam en/of Almere en/of Zaandam, althans in Nederland en/of Frankrijk en/of Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders:

***(ten aanzien van de contante stortingen op bankrekeningen)***

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 46.434,43 euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 91.933,14 euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 10.9020,-- euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 28 mei 2008 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 35.777,02 euro en/of

***(ten aanzien van de money transfers)***

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 21.500,-- euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 16 augustus 2006 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 22.418,10 euro en/of

- op of omstreeks 6 september 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 2.483,-- euro en/of

- op of omstreeks 28 februari 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 1.000,-- euro en/of

- op of omstreeks 19 september 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 1.439,-- euro en/of

***(ten aanzien van opnames met VISA-card met [rekeningnummer])***

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 mei 2006 tot en met 31 mei 2006 te Almere en/of Zaandam, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 17.100,-- euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 9 juni 2006 te Almere en/of Amsterdam, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 6.750,-- euro en/of

***(ten aanzien van genoemde geldbedragen in opgenomen telefoongesprekken)***

- op of omstreeks 10 april 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 40.000,-- euro en/of

- op of omstreeks 14 juli 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 20.000,-- euro en/of

- op of omstreeks 18 juli 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 10.000,-- euro en/of

- op of omstreeks 8 december 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 1.516,19 euro en/of

- op of omstreeks 16 juni 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 2.661,-- euro en/of

- op of omstreeks 12 oktober 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten $ 3.500,-- euro en/of

***(ten aanzien van aankoop Dodge Caliber)***

- op of omstreeks 11 mei 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 29.800,-- euro en/of

***(ten aanzien verkoop onroerend goed Frankrijk)***

- in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2007 te Almere, althans in Nederland en/of Frankrijk en/of Duitsland (van) een geldbedrag, te weten (ongeveer) 60.000,-- euro

- de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op eerdergenoemd voorwerp was of wie eerdergenoemd voorwerp voorhanden had en/of

- verworven, overgedragen, omgezet, gebruikt en/of voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dit voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf;

Subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 mei 2008 te Amsterdam en/of Almere en/of Zaandam, althans in Nederland en/of Frankrijk en/of Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

***(ten aanzien van de contante stortingen op bankrekeningen)***

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 46.434,43 euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 91.933,14 euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 10.9020,-- euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 28 mei 2008 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 35.777,02 euro en/of

***(ten aanzien van de money transfers)***

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 21.500,-- euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 16 augustus 2006 te Almere, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 22.418,10 euro en/of

- op of omstreeks 6 september 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 2.483,-- euro en/of

- op of omstreeks 28 februari 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 1.000,-- euro en/of

- op of omstreeks 19 september 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 1.439,-- euro en/of

***(ten aanzien van opnames met VISA-card met [rekeningnummer])***

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 mei 2006 tot en met 31 mei 2006 te Almere en/of Zaandam, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 17.100,-- euro en/of

- op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 9 juni 2006 te Almere en/of Amsterdam, althans in Nederland, meermalen (van) een geldbedrag, in totaal een geldbedrag van (ongeveer) 6.750,-- euro en/of

***(ten aanzien van genoemde geldbedragen in opgenomen telefoongesprekken)***

- op of omstreeks 10 april 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 40.000,-- euro en/of

- op of omstreeks 14 juli 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 20.000,-- euro en/of

- op of omstreeks 18 juli 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 10.000,-- euro en/of

- op of omstreeks 8 december 2006 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 1.516,19 euro en/of

- op of omstreeks 16 juni 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 2.661,-- euro en/of

- op of omstreeks 12 oktober 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten $ 3.500,-- euro en/of

***(ten aanzien van aankoop Dodge Caliber)***

- op of omstreeks 11 mei 2007 te Almere, althans in Nederland, (van) een geldbedrag, te weten 29.800,-- euro en/of

***(ten aanzien verkoop onroerend goed Frankrijk)***

- in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 januari 2007 te Almere, althans in Nederland en/of Frankrijk en/of Duitsland (van) een geldbedrag, te weten (ongeveer) 60.000,-- euro

- de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op eerdergenoemd voorwerp was of wie eerdergenoemd voorwerp voorhanden had en/of

- heeft verworven, overgedragen, omgezet, gebruikt en/of voorhanden gehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit het misdrijf;

Feit 11:

(B14: Valsheid in geschrifte)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 en/of 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 te Almere en/of Diemen en/of Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal,

- een salarisspecificatie en/of een aanvraagformulier voor een Visa- of American Express card en/of een aanslag inkomstenbelasting - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, zulks met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken en/of

- opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) salarisspecificatie en/of aanvraagformulier voor een Visa- of American Express card en/of aanslag inkomstenbelasting,

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst;

Feit 12:

(B15: Bezit vuurwapens en minitie)

hij op of omstreeks 28 mei 2008 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II - te weten een pistool (merk Glock, model 19, kaliber 9x19) - en/of een wapen van categorie I - te weten een gasdrukpistool (merk Walther, model CP88) - en/of munitie van categorie III - te weten 22 kogelpatronen (met opschrift PMP 9mm Luger) -, voorhanden heeft/hebben gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. Dit geldt met name ten aanzien van het onder 12 ten laste gelegde, nu de tenlastelegging een vuurwapen van categorie II, respectievelijk I vermeldt, waar sprake had moeten zijn van een vuurwapen van categorie III, respectievelijk I. Noch uit hetgeen ter terechtzitting is besproken, noch uit hetgeen ter verdediging van de verdachte is aangevoerd, is gebleken dat de verdachte hierdoor op enigerlei wijze in zijn verdediging is geschaad.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De verdediging heeft (primair) bepleit dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte nu welbewust en/of met grove veronachtzaming van de rechten van de verdediging afbreuk is gedaan aan het recht (van de verdachte) op een eerlijk proces en omdat de beginselen van een behoorlijke procesorde zijn geschonden. Zij heeft ook een daarmee samenhangend verzoek tot aanhouding gedaan.

De verdediging heeft daaraan het volgende ten grondslag gelegd.

1. Dubai en samenhangend verzoek om aanhouding

De verdediging heeft een verzoek tot aanhouding gedaan. Daarbij is verzocht de zaak aan te houden voor nader onderzoek dat naar haar oordeel noodzakelijk is.

Dit nadere onderzoek zou dienen te bestaan uit

- het doen van een rechtshulpverzoek aan Australië om [R.M.], destijds de liaison officer van Australië in Dubai, te horen;

- het doen van een rechtshulpverzoek aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om [K. al. M.], alsmede sergeant [L.], CID Dubai Police te horen;

- het doen van een rechtshulpverzoek aan Australië en/of Dubai om de beschikking te krijgen over een volgens de verdediging beweerdelijk door die CID opgemaakt proces-verbaal;

- het doen van een rechtshulpverzoek aan Australië om het antwoord op het door Australië aan de VAE verzonden rechtshulpverzoek van 10 april 2007 te verkrijgen.

De verdediging heeft aan dat verzoek onder meer het volgende ten grondslag gelegd.

De verdediging in de zaak van [verdachte] is in Dubai geweest en heeft daar gesproken met sergeant [L.] van de Dubai Police. Deze heeft in aanwezigheid van de raadsman in het politiesysteem gezocht maar daar komt niet uit naar voren dat in juli 2006 onderzoekshandelingen zijn verricht jegens [verdachte], [medeverdachte C.], [A.W.], [medeverdachte vd B.] of [naam], terwijl de laatste geen student is en zijn paspoortnummer niet kan kloppen. Bovenaan de vertaling van het Arabische proces-verbaal staat een dossiernummer dat niet het dossiernummer van de politie in Dubai is. Ook een machtiging tot inkijk ontbreekt in het systeem. [K. al. M.] was in 2006 geen commandant zoals uit die vertaling volgt. [P.B.] heeft verklaard op de ambassade te hebben verbleven in Dubai, maar daar is alleen een consulaat. Gesproken is met de manager van het Meridien Hotel in Dubai en het hoofd beveiliging. Van die zijde is niet bevestigd dat daar een onderzoek in de hotelkamer van een of meer verdachten is geweest. Daarom moet worden getwijfeld aan het proces-verbaal van de AFP. Er is geen proces-verbaal door de politie van Dubai opgemaakt, noch zijn onderzoekshandelingen door haar verricht.

De verdediging heeft ook betoogd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard.

Daaraan is het volgende ten grondslag gelegd.

Er zijn - zo begrijpt het hof - vals opgemaakte stukken in het dossier opgenomen en onjuiste verklaringen afgelegd, waaruit naar voren komt dat de politie in Dubai bij het doorzoeken van de hotelkamer van de verdachte en [medeverdachte C.] in het kader van een Australisch rechtshulpverzoek een USB-stick zou hebben gevonden. In werkelijkheid is echter geen sprake geweest van rechtshulp door de politie van Dubai, maar heeft [J.P.] een USB-stick aan de Nederlandse politie ter beschikking gesteld en is de informatie op deze gegevensdrager via de Australische autoriteiten aan de Nederlandse politie verstrekt. Daartoe is een proces-verbaal gefabriceerd om door te gaan als een vertaling van een door de politie van Dubai opgemaakt proces-verbaal. Deze omweg is gekozen om de rol van [J.P.] als informant af te schermen.

De verdediging heeft aan deze verweren - zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

Uit de verklaringen van de opsporingsambtenaren kan worden afgeleid dat zij iets verhullen. Zo heeft [A.], de Nederlandse onderzoeksleider, in eerste instantie ontkend dat hij met de Australian Federal Police (AFP) zou hebben gesproken over de afwijzingen van de Nederlandse rechtshulpverzoeken, terwijl hij dit later alsnog heeft erkend. [P.B.], destijds de liaison-officer voor de AFP in Nederland, heeft geweigerd te verklaren over wat in Dubai is voorgevallen, maar heeft wel erkend dat hij in Dubai was in dezelfde week als een aantal van de verdachten. [P.W.], de leider van het Australische onderzoeksteam, heeft verklaard dat, voor zover hij zich herinnerde, de Nederlandse politie in juli 2006 de politie in Dubai heeft laten weten wie er moesten worden geobserveerd. Ten slotte blijkt uit de 'translation from arabic' van de beweerdelijke onderzoeksresultaten van de politie in Dubai niet dat een of meerdere hotelkamers zouden zijn doorzocht.

Voorts heeft de raadsman zelf in Dubai onderzoek ingesteld. Daaruit is naar voren gekomen dat in het politiesysteem van de Dubai Police geen vermeldingen voorkomen van onderzoekshandelingen ten aanzien van de personen die in voornoemd onderzoeksrapport zijn genoemd. Ook bleek dit rapport diverse onjuiste gegevens te bevatten. Zo was Brig [K. al. M.], in tegenstelling tot wat in het onderzoeksrapport is vermeld, destijds niet de commandant van de Dubai Police. Voorts hebben de manager en het hoofd beveiliging van het Meridien Hotel, waar de verdachte en de verdachte en [medeverdachte C.] in juli 2006 verbleven, meegedeeld dat - zo begrijpt het hof - uitgesloten is dat de politie van Dubai destijds hotelkamers heeft doorzocht en daar afluisterapparatuur heeft geplaatst, omdat de leiding van het hotel dat niet zou hebben toegestaan en daarvan overigens ook geen aantekening is teruggevonden.

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verweren dienen te worden verworpen op de gronden zoals de rechtbank in haar vonnis heeft geformuleerd en dat het verzoek aanhouding moet worden afgewezen.

Het hof overweegt ten aanzien van het verzoek tot aanhouding en de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie op dit punt, welke onderwerpen samenhangen, het volgende.

- de stelling dat geen onderzoek door de politie in Dubai heeft plaatsgevonden

De primaire stellingen van de verdediging gaan ver en zijn gebaseerd op een niet bewijsbare theorie. Daaruit vloeit voort dat niet alleen de Nederlandse politie in processen-verbaal valsheden zou hebben opgenomen, dat de officier van justitie valse rechtshulpverzoeken zou hebben opgesteld en dat de onderzoeksleider [A.] valse verklaringen zou hebben afgelegd, maar ook dat de Australische autoriteiten daaraan actief medewerking zouden hebben verleend. Ook zij zouden meerdere valse stukken hebben opgemaakt, te weten een vals onderzoeksrapport van de politie van Dubai en een rechtshulpverzoek aan Dubai met daarin onjuiste informatie. Daarnaast zouden drie Australische opsporingsambtenaren valse verklaringen aan de Nederlandse raadsheer-commissaris hebben afgelegd.

Ter onderbouwing van genoemde stellingen is gewezen op inconsistenties en ongerijmdheden in de verklaringen van de betrokken opsporingsambtenaren en op de bevindingen van de raadsman van [verdachte] in Dubai. Het hof acht deze verklaringen echter niet onbetrouwbaar, te minder nu het ambtsedige processen-verbaal en verklaringen van opsporingsambtenaren betreft, waarin in het algemeen vertrouwen mag worden gesteld. Het hof wijst voorts op het navolgende.

Ten eerste is ten onrechte gesteld dat [A.] in eerste instantie bij de rechter-commissaris zou hebben verklaard dat hij over de afwijzingen van de rechtshulpverzoeken aan de VAE niet met de Australische liaison-officer in Den Haag (het hof begrijpt: [P.B.]) zou hebben gesproken. Het hof heeft echter slechts één verhoor van [A.] bij de rechter-commissaris in het dossier aangetroffen, te weten dat van 18 augustus 2009, en geconstateerd dat [A.] daarin onder meer heeft verklaard: "Met [P.B.] heb ik het er wel over gehad dat de rechtshulpverzoeken in de VAE waren mislukt." Dit onderdeel van het verweer mist dan ook feitelijke grondslag.

In het kader van dit verweer zijn in hoger beroep voorts genoemde Australische opsporingsambtenaren gehoord. Zij hebben alle drie bevestigd dat de Australische autoriteiten destijds om de assistentie van de politie van Dubai hebben verzocht en dat daaraan door de politie van Dubai gevolg is gegeven. Dat de informatie vanuit Nederland in hun verklaringen een rol speelt wekt geen verbazing, nu destijds veelvuldig informatie vanuit Nederland aan de Australische autoriteiten werd doorgegeven en de informatie dat in Dubai een ontmoeting zou plaatsvinden eveneens uit Nederland afkomstig was. Met name [P.B.], die in Nederland als liaison-officer optrad moet, zo neemt het hof aan, door zijn vrijwel dagelijkse contact met het opsporingsteam in de zaak Mayer op de hoogte zijn geweest van welke verdachten zich naar Dubai zouden begeven. Ook de herinnering dat Nederland eveneens met 'Dubai' bezig was is niet onjuist, nu ook de Nederlandse politie immers tot kort voor het vertrek van [verdachte] en zijn reisgenoten heeft getracht zelf rechtshulpverzoeken aan de VAE te doen. Dat deze getuigen zich, na zoveel jaren, de relevante details niet meer met volledige zekerheid voor de geest kunnen halen en zich op onderdelen vergissen, wekt geen verbazing en is geen reden aan hun verklaringen twijfelen. Het hof vindt in hun verklaringen, bezien in samenhang met elkaar en die van [A.], in ieder geval onvoldoende aanwijzingen dat de politie in Dubai op verzoek van de Nederlandse politie heeft gehandeld.

Dat de raadsman van [verdachte] in Dubai informatie heeft verkregen die erop lijkt te duiden dat in het geheel geen onderzoek door de politie van Dubai heeft plaatsgevonden, is voor het hof evenmin reden de zaak anders te zien. Hoewel het hof, zoals reeds ter terechtzitting opgemerkt, niet twijfelt aan de juistheid van hetgeen de raadsman van [verdachte] naar voren heeft gebracht, is het hof niet overtuigd van de juistheid van zijn conclusies. Dat informatie in een computersysteem van de politie niet vindbaar is, zoals is geconstateerd, kan vele redenen hebben. Enkele daarvan zijn door de advocaten-generaal ter zitting in hoger beroep in de zaak [verdachte] naar voren gebracht, zoals de mogelijkheid dat de betreffende informatie slechts met bepaalde autorisaties toegankelijk is. Ook merkt het hof op dat de politieman die deze constatering deed kennelijk in geen enkele relatie stond tot het door de verdediging betwiste proces-verbaal. Het hof laat dan nog daar de vraag hoe waarschijnlijk het is dat een politieman zou overgaan tot het daadwerkelijk delen van opsporingsinformatie met de raadsman van een verdachte.

Dat de naam van de destijds fungerende commandant [K. al. M.] zou zijn volgt, anders dan de raadsman kennelijk meent, niet noodzakelijk uit de Engelse versie van het rapport van de politie van Dubai. Daarin kan immers gelezen worden dat [K. al. M.] namens ("on behalf of") die commandant het rapport ondertekende en dus niet zelf die commandant was.

Dat de manager van het Meridien Hotel in Dubai heeft ontkend dat de politie actief is geweest in de hotelkamer van [verdachte] en [medeverdachte C.] acht het hof evenmin veelbetekenend, nu ook voor deze ontkenning vele redenen kunnen bestaan. Bovendien acht het hof het niet volstrekt zeker dat hotelkamers zijn doorzocht, nu daarvan in het vertaalde rapport van de politie in Dubai zelf geen melding wordt gemaakt. Het hof acht het niet uitgesloten dat de politie van Dubai de bagage van deze verdachten elders heeft doorzocht en dat de vermelding in het Australische rechtshulpverzoek met betrekking tot de doorzoeking van hotelkamers op een vergissing berust.

Overigens, maar dit ten overvloede, acht het hof het nauwelijks voorstelbaar dat ter afdekking van een Nederlandse informant door de Nederlandse autoriteiten samen met de opsporingsautoriteiten van een ander land gemeenschappelijk valsheid in geschrifte zou zijn gepleegd en wel op zodanige wijze dat daarbij vele personen betrokken waren en zelfs valselijk een proces-verbaal in naam van een derde land zou zijn opgemaakt. Bovendien zou dat betekenen dat de Australische autoriteiten dit bedrog ook nog eens aan dat derde land kenbaar zouden hebben gemaakt, nu immers in het rechtshulpverzoek aan de VAE, waarvan niet ter discussie staat dat dit daadwerkelijk is gedaan, uitvoerig verslag is gedaan van het volgens de verdediging niet-bestaande onderzoek. Verder geldt hetgeen hierna wordt opgemerkt.

- het verweer dat sprake is geweest van een ongeoorloofde U-bochtconstructie

Vaststellingen

Op 17 juli 2006 heeft de officier van justitie van het landelijk parket, naar aanleiding van het feit dat [verdachte] en [medeverdachte C.], vermoedelijk vergezeld door [J.P.] en [medeverdachte vd B.], voor ontmoetingen met andere betrokkenen rond 24 juli 2006 naar Dubai zouden afreizen, een rechtshulpverzoek aan de VAE opgesteld. In dit verzoek werd aan de justitiële autoriteiten aldaar verzocht onderzoekshandelingen te verrichten gedurende de periode dat deze verdachten zich in Dubai zouden bevinden. In het rechtshulpverzoek werd vermeld dat de verdachten betrokken zouden zijn (onder meer) bij feiten die strafbaar zijn gesteld bij de Opiumwet. Het Bureau Internationale Rechtshulp in Strafzaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BIRS) heeft dit verzoek echter niet naar de VAE doorgezonden in verband met het feit dat in Dubai ter zake van misdrijven die onder de Opiumwet vallen de doodstraf kan worden opgelegd. BIRS had overigens om diezelfde reden in juni 2006 al twee eerdere rechtshulpverzoeken aan Dubai in het Mayer-onderzoek tegengehouden.

In Australië liep in dezelfde periode een strafrechtelijk onderzoek onder de naam "Lacerta". Dit onderzoek was opgestart in juni 2006 naar aanleiding van informatie afkomstig uit het Mayer-onderzoek. Het Lacerta-onderzoek richtte zich in hoofdzaak op de Australische verdachten [J.W.] en [R.S.], die ook in het Mayer-onderzoek een rol speelden als mogelijke afnemers van de mogelijk door de verdachten in het Mayer-onderzoek te leveren (pseudo)efedrine. In het Lacerta-onderzoek was [C.A.], de leider van het onderzoek en [P.W.] de leider van het onderzoeksteam.

Op of omstreeks 25 juli 2006 heeft [C.A.] namens de Australische autoriteiten aan de politie van Dubai verzocht om assistentie in verband met het verblijf van [verdachte], [medeverdachte C.] en [J.W.] in Dubai van 24 tot 28 juli 2006. Het verzoek zou hebben gezien op observatie en andere technische ondersteuning. Aanleiding voor dit verzoek was informatie vanuit Nederland, inhoudende dat deze verdachten elkaar in Dubai waarschijnlijk zouden ontmoeten. Genoemd verzoek is, zo volgt uit de verklaring van [P.W.], op basis van politiesamenwerking gedaan.

Naar aanleiding van dit verzoek heeft de politie van Dubai daadwerkelijk onderzoek verricht. Zij heeft de verdachten geobserveerd, afgeluisterd en tevens zijn de bezittingen van [verdachte] en [medeverdachte C.] doorzocht. Daarbij is in de bagage van een van hen een USB-stick aangetroffen, met daarop voor het onderzoek relevante informatie.

De Australische politie heeft, via haar liaison-officer in Dubai, kort nadien een ter zake opgemaakt verslag van de politie in Dubai ontvangen. Een vertaling van dit verslag is korte tijd later, op 8 augustus 2006, via de Australische liaison-officer in Nederland [P.B.], aan het onderzoeksteam in de zaak Mayer ter beschikking gesteld.

Voornoemd verzoek tot assistentie is nadien bevestigd in een rechtshulpverzoek van de Australische autoriteiten aan de VAE van 10 april 2007.

Tussen het Nederlandse en het Australische onderzoeksteam was - zoals uit het voorgaande al blijkt - sprake van overleg en uitwisseling van informatie. Op 26 juni 2006 werd daartoe een rechtshulpverzoek aan de Australische autoriteiten verzonden (dossier AF, p. 43-46). De informatie-uitwisseling verliep meestal via de in Nederland gestationeerde [P.B.] en een enkele keer ook rechtstreeks via de teamleiders. In ieder geval bij [C.A.] was bekend dat vanuit Nederland geen rechtshulpverzoek aan de VAE kon worden gedaan vanwege eerdergenoemd risico op de doodstraf.

Gebleken is dat de Nederlandse politie de Australische politie op 24 juli 2006 heeft geïnformeerd over het vertrek van [verdachte] c.s. naar Dubai.

Op zichzelf verzet geen rechtsregel zich tegen een dergelijke samenwerking tussen de Nederlandse politie en die in het buitenland.

Gevolgtrekkingen met betrekking tot de betrokkenheid van de Nederlandse politie bij het onderzoek in Dubai

Het hof stelt ten eerste vast dat niet is gebleken of aannemelijk geworden dat op het grondgebied van de VAE mede door Nederlandse opsporingsambtenaren onderzoekshandelingen zijn verricht of dat Nederlandse autoriteiten daarover enige zeggenschap hebben gehad. Dit betekent dat de onderzoekshandelingen aldaar hebben plaatsgevonden onder verantwoordelijkheid van de autoriteiten van de VAE.

Voorts is niet gebleken of aannemelijk geworden dat de Nederlandse politie de Australische autoriteiten in juli 2006 heeft bewogen een rechtshulpverzoek te doen, omdat zij daartoe zelf niet de gelegenheid kreeg, of dat de Nederlandse politie zelf de politie van Dubai heeft aangestuurd.

[A.], teamleider van het onderzoeksteam in de zaak Mayer, heeft dit uitdrukkelijk weersproken, terwijl [C.A.] met zoveel woorden heeft verklaard dat hij dit verzoek (via de Australische liaison-officer in Dubai) heeft gedaan. Ook [P.W.] heeft bevestigd dat dit verzoek van de Australian Federal Police (AFP) is uitgegaan. Uit de verklaringen van zowel [A.], [C.A.], [P.W.] en [P.B.] komt voorts naar voren dat de Australische autoriteiten bij voornoemd verzoek een eigen belang hadden, nu een van de hoofdverdachten in de zaak Lacerta naar Dubai af zou reizen voor een bespreking met verdachten in de zaak Mayer. Australië heeft ook later soortgelijke verzoeken aan de VAE gedaan, waarbij onder meer opnieuw observaties van Nederlandse verdachten hebben plaatsgevonden.

De stelling van de verdediging dat de Australische autoriteiten een verzoek aan de VAE hebben gedaan op instigatie van de Nederlandse politie of justitie, vindt geen steun in voornoemde verklaringen noch is een dergelijke gang van zaken overigens aannemelijk geworden.

Het hof gaat er wel vanuit dat de Nederlandse politie, toen zij de Australische autoriteiten op 24 juli 2006 van het vertrek van [verdachte], [medeverdachte C.] en [medeverdachte vd B.] naar Dubai op de hoogte stelden, rekening kon houden met de mogelijkheid dat de Australische autoriteiten een rechtshulpverzoek aan de VAE zouden doen.

[C.A.] heeft verklaard dat vroeg in het onderzoek is afgesproken dat Australië in Dubai onderzoek zou doen en niet Nederland. Hij gaf daarvoor twee redenen, te weten dat Australië in Dubai een liaison-officer ter plaatse had en dat in Nederland problemen waren met het rechtshulpverzoek in verband met de doodstraf.

[A.] heeft hieromtrent in een proces-verbaal van 10 oktober 2011 het volgende gesteld:

"Toen de ontmoeting van de groep '[J.]' met [verdachte] en [medeverdachte C.] over de TA (het hof begrijpt: de tap) kwam heeft de heer [P.B.] aan mij gevraagd of wij de collega's in Dubai zouden verzoeken om een observatie te verrichten. Zij werkten regelmatig samen met Dubai, maar wilden niet ons onderzoek doorkruisen. Als wij dit niet zouden doen dan zouden de collega's van de AFP om een observatie verzoeken via hun LO in Dubai. Ik heb hem toen verteld dat er door ons geen verzoeken zouden worden gedaan omdat rechtshulpverzoeken naar Dubai door ons ministerie niet werden doorgezet."

Het risico van de doodstraf

De vraag is of met een en ander de levens van de verdachten in gevaar zijn gebracht, hetgeen een schending van de rechten van de verdachten zoals gegarandeerd in de artikelen 2 EVRM en 6 IVBPR zou kunnen betekenen. Het hof is echter op grond van het navolgende van oordeel dat dit niet het geval is geweest.

Het hof stelt voorop dat voor het doen van een rechtshulpverzoek aan Dubai door de Nederlandse autoriteiten geen beletselen van strafvorderlijke aard bestonden. De reden het verzoek niet door te sturen was gelegen in een (beleids)beslissing op humanitaire gronden, te weten het niet blootstellen van de verdachten aan een mogelijke aanhouding en vervolging in de VAE, omdat aldaar ter zake van overtreding van de Opiumwet de doodstraf kan worden opgelegd. Niet is gebleken van een verdere inhoudelijke toets van het verzoek door de afdeling BIRS van het Ministerie van Justitie.

Het enkele feit dat in een land de doodstraf een mogelijke sanctie is op overtreding van de feiten ten aanzien waarvan rechtshulp wordt verzocht, is in zijn algemeenheid onvoldoende om aan te nemen dat het risico op oplegging daarvan bij het doen van een dergelijk verzoek daadwerkelijk bestaat. Het is immers bijvoorbeeld mogelijk dat de betreffende straf in de praktijk niet wordt uitgevoerd of dat ter zake met de autoriteiten van dat land afspraken worden gemaakt, ten gevolge waarvan dit risico wordt uitgesloten. Daarbij komt dat het hier niet ging om een verzoek om opsporing, aanhouding en/of vervolging van verdachten, waarbij sprake zou zijn van het delen van in Nederland en/of Australië verkregen opsporingsresultaten met Dubai, in welk geval een dergelijk risico als groter moet worden ingeschat dan bij het verlenen van incidentele en specifieke rechtshulp als de onderhavige. Het is geenszins aannemelijk geworden dat er een risico op aanhouding van de verdachten bestond op basis van hetgeen in het verzoek werd gevraagd.

Verder toegespitst op de onderhavige zaak geldt voorts het volgende.

Niet blijkt uit het dossier om welke redenen de Australische autoriteiten bij het indienen van hun verzoek in het bestaan van de doodstraf als mogelijke sanctie op Opiumwetdelicten geen belemmering hebben gezien. Het hof stelt echter vast dat Australië partij is bij het IVBPR en dat ook in 2006 al was. Voorts blijkt uit het rechtshulpverzoek van Australië aan de VAE van 28 maart 2007 dat naar Australisch recht de mogelijkheid van het opleggen van de doodstraf een belemmering kan zijn bij het verlenen van rechtshulp. Het hof gaat er op grond hiervan vanuit dat ook de Australische politie niet met de politie van Dubai zou hebben samengewerkt en dat de Australische regering geen rechtshulpverzoek zou hebben gedaan, indien dat risico reëel was geweest. Het hof neemt daarbij tevens in aanmerking dat genoemd risico zich niet heeft verwezenlijkt, terwijl de Australische autoriteiten ook na juli 2006 nog meermalen assistentie van de autoriteiten van de VAE hebben ingeroepen, ook in verband met bezoeken van verdachten in het Nederlandse en Australische onderzoek aan Dubai.

Het hof overweegt ten overvloede nog het volgende.

Het feit dat in Dubai een Australische liaison-officer gestationeerd was en de Australische politie regelmatig met de politie van Dubai samenwerkte, maakt het aannemelijk dat de Australische autoriteiten beter zicht hadden op het onderhavige risico dan de Nederlandse. Voorts blijkt uit de verklaring van [A.] aan de rechter-commissaris van 18 augustus 2009, dat Nederland op dat moment inmiddels zelf ook een liaison-officer in Dubai had. Daaruit leidt het hof af dat ook Nederland toen met Dubai was gaan samenwerken en het risico op de doodstraf kennelijk niet langer aanwezig achtte.

Het voorgaande leidt het hof tot de slotsom dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachten tengevolge van het Australische onderzoek daadwerkelijk hebben blootgestaan aan een reëel risico van oplegging van de doodstraf naar aanleiding van het indienen van een rechtshulpverzoek door de Australische autoriteiten aan de VAE en evenmin naar aanleiding van enige bijdrage in de vorm van informatieverstrekking van de Nederlandse (politie)autoriteiten aan de Australische politie. Dit leidt ertoe dat geen sprake is geweest op een inbreuk op de rechten die voortvloeien uit de artikelen 2 EVRM en 6 IVBPR.

Schending van fundamentele rechten in Dubai

Nu, zoals het hof hiervoor heeft overwogen, de uitvoering van de onderzoekshandelingen in Dubai hebben plaatsgevonden onder verantwoordelijkheid van de VAE, is de taak van het hof ertoe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat het in de Nederlandse strafzaak niet ten toets staande recht van de VAE van doorslaggevende betekenis is voor de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de inbreuk op de rechten van de verdachte. Voorts neemt het hof in aanmerking dat aan een niet gerechtvaardigde inbreuk op het door het eerste lid van artikel 8 EVRM gewaarborgde recht, zo daarvan al sprake zou zijn geweest, in de strafprocedure tegen de verdachte geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden, mits zijn recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM wordt gewaarborgd.

Dit betekent dat aan de onderzoekshandelingen verricht in Dubai geen rechtsgevolg behoeft te worden toegekend, nu niet is gebleken dat daardoor zijn recht op een eerlijk proces zou zijn geschonden. Het hof slaat daarbij tevens acht op het feit dat tegen de verdachten voldoende ernstige bezwaren bestonden om de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden, die mede een schending van de privacy behelsden, te rechtvaardigen, terwijl overigens de resultaten van dat onderzoek in deze zaak niet voor het bewijs worden gebruikt.

Gelet hierop kan verder in het midden blijven of, en zo ja in hoeverre, sprake is geweest van enige invloed van de Nederlandse politie op de formulering van het verzoek van Australië aan de VAE om assistentie, of op de wijze waarop het verzoek is uitgevoerd.

Ten slotte overweegt het hof dat de gang van zaken rond de weigering tot verzending van het rechtshulpverzoek door BIRS en de verstrekking van de informatie door de Australische autoriteiten in het dossier Mayer zijn opgenomen, waarmee aan de verbaliseringsverplichting op de voet van artikel 152 Sv is voldaan. Voorts is door de verhoren van achtereenvolgens [A.], [P.B.], [C.A.] en [P.W.] aanvullende informatie hieromtrent verkregen.

Nu ook overigens in verband met 'Dubai' niet is gebleken van ernstige inbreuken op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan, verwerpt het hof de verweren.

Afwijzing van de verzoeken tot het doen van nader onderzoek

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen worden de verzoeken tot het doen van nader onderzoek dan wel het doen horen van getuigen met betrekking tot de gebeurtenissen in Dubai afgewezen, nu de noodzaak van het verzochte niet is gebleken.

2. 22 ordners administratie

De verdediging heeft ook bepleit dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, nu welbewust en/of met grove veronachtzaming van de rechten van de verdediging afbreuk is gedaan aan het recht (van de verdachte) op een eerlijk proces en, omdat de beginselen van een behoorlijke procesorde zijn geschonden.

De verdediging heeft daaraan het volgende ten grondslag gelegd.

De verdachte heeft 22 ordners met administratie die door de politie in beslag waren genomen niet terug gekregen. Daarin zaten alle bankafschriften van Nederlandse banken, maar ook van de Duitse, Oostenrijkse en Arabische banken, waar hij een rekening had, alsmede documenten die aan de financiële transacties ten grondslag lagen. Daarom is voor hem in het kader van zijn verdediging de financiële gang van zaken niet of nauwelijks meer accuraat te traceren, waardoor het voor hem onmogelijk is aannemelijk te maken dat ten aanzien van het ten laste gelegde witwassen de transacties een legale herkomst hebben gehad. Die bescheiden hadden ook aan het dossier toegevoegd moeten worden, nu dit in potentie ontlastend was. Dit is door het openbaar ministerie welbewust nagelaten.

Het hof overweegt als volgt.

Naar aanleiding van eerdere verzoeken van de verdediging, onder meer gedaan tijdens de regiezitting in deze zaak, heeft het openbaar ministerie gedurende de procedure in hoger beroep doen onderzoeken of en zo ja, welke administratie van de verdachte in beslag was genomen en nog niet was teruggegeven. Op de zitting van 22 september 2011 heeft het openbaar ministerie laten weten, zich baserend op een proces-verbaal van teruggave, zich op het standpunt te stellen dat al deze administratie is teruggegeven. Hierna hebben, zo blijkt uit correspondentie, nog nadere contacten tussen de raadsman en het openbaar ministerie op dit punt plaatsgevonden, waaruit volgt dat de raadsman kennelijk niet de beschikking had over het uitgebreide financieel dossier dat in deze zaak is gevoegd (hoewel het openbaar ministerie op dat punt van mening is dat dit in elk geval wel in de eerste aanleg in digitale vorm op CD ROM is verstrekt) en is dat tijdig voor de verdere inhoudelijke behandeling ter terechtzitting van 13 april 2012 alsnog in kopie verstrekt. Het standpunt dat alle administratie is teruggegeven heeft het openbaar ministerie bij repliek herhaald.

Het financieel dossier dat zich bij het dossier bevindt bevat een uitgebreide verzameling administratieve bescheiden, inclusief bankafschriften, van rekeningen die door de verdachte, verdachte tezamen met zijn echtgenote, de bedrijven [bedrijf 1], [bedrijf 2] en [bedrijf 3] werden gehouden. Het hof constateert dat deze bescheiden grotendeels voldoen aan de omschrijving die de verdediging van de inhoud van de 22 ordners heeft gegeven. De verdediging heeft zich daaromtrent niet uitgelaten, maar slechts gesteld dat niet alle financiële bescheiden aan het dossier zijn toegevoegd. Potentieel ontlastend materiaal, zoals bewijzen van stortingen en opnamen in het buitenland en kwitanties van in het buitenland ontvangen gelden, zou welbewust buiten het dossier zijn gelaten. Dit is echter niet nader geconcretiseerd.

Voor zover al zou moeten worden aangenomen dat er na de alsnog door het openbaar ministerie ondernomen uitgebreide zoekslag nog administratie resteert, die in beslag is genomen maar niet is teruggegeven, is de enige gerechtvaardigde conclusie dat die administratie zoek is. Dat daarmee sprake is van een welbewust en opzettelijk handelen van de zijde van het openbaar ministerie is echter geenszins aannemelijk geworden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat die informatie ontlastend was of dat de verdachte in zijn verdediging is geschaad. Daarbij geldt dat gesteld noch gebleken is, dat de verdachte enige poging in het werk heeft gesteld om bij de bewuste banken in binnen- of buitenland of bij zijn zakenpartners de aan die zijde berustende afschriften van de bewuste administratie te verkrijgen, waar dit toch zeer voor de hand had gelegen en van hem verwacht mocht worden, indien die administratie van enig belang was voor zijn verdediging.

Het verweer wordt dan ook verworpen.

3. Geheimhoudersgesprekken

De verdediging heeft ook bepleit dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, nu welbewust en/of met grove veronachtzaming van de rechten van de verdediging afbreuk is gedaan aan het recht (van de verdachte) op een eerlijk proces en, omdat de beginselen van een behoorlijke procesorde zijn geschonden.

De verdediging heeft daaraan het volgende ten grondslag gelegd.

Er zijn geheimhoudersgesprekken opgenomen die niet tijdig zijn vernietigd. Die informatie heeft aan het onderzoeksteam ter beschikking gestaan.

Het hof overweegt als volgt.

De feiten

Gebleken is dat in de zaak Mayer vele geheimhoudersgesprekken zijn afgeluisterd en uitgewerkt, maar dat een groot deel daarvan niet tijdig is vernietigd. Uit een overzicht dat is opgesteld door de advocaat-generaal komt naar voren dat het in de zaken die deel uitmaken van het onderzoek Mayer om in totaal 217 niet tijdig vernietigde gesprekken zou gaan, hoofdzakelijk in de zaken [verdachte] en [medeverdachte B.]. Genoemd overzicht betreft gesprekken die zijn opgenomen in de periode eind januari 2006 tot mei 2008.

Bij repliek in hoger beroep hebben de advocaten-generaal een proces-verbaal overgelegd, opgemaakt door de officier van justitie [naam] op 25 april 2012. Daaruit komt het volgende naar voren. Vóór 28 november 2007 zijn geen bevelen tot vernietiging van geheimhoudersgesprekken afgegeven. Naar aanleiding van de geheimhoudersproblematiek in de zaak Acroniem is overgegaan tot het controleren op aanwezigheid van geheimhoudersgesprekken. Naar aanleiding van de resultaten daarvan zijn vanaf genoemde datum op verschillende data alsnog bevelen tot vernietiging gegeven. Vanaf januari 2008 zijn geheimhoudersgesprekken tijdig vernietigd, maar bij verschillende zoekslagen, een nacontrole en een scan bleek meermalen opnieuw sprake te zijn van nog niet vernietigde gesprekken uit eerdere perioden. Ook met betrekking tot die gesprekken zijn vervolgens alsnog vernietigingsbevelen gegeven.

Uit de verklaring van teamleider [A.] als getuige ten overstaan van de rechter-commissaris op 18 augustus 2009 is voorts de volgende werkwijze met betrekking tot getapte geheimhouders af te leiden. Alle in het onderzoek Mayer getapte gesprekken werden uitgeluisterd door de verbalisanten die deel uitmaakten van het onderzoeksteam. Totdat naar aanleiding van de Acroniemzaak een protocol voor de vernietiging van geheimhoudersgesprekken tot stand kwam, werden als geheimhoudergesprekken aangemerkte gesprekken uitgewerkt en per fax aan de zaaksofficier van justitie verstuurd. Het exemplaar van de verbalisant die het gesprek faxte werd na verzending vernietigd. Vervolgens werd het gesprek 'weggeschreven' naar het interceptiecentrum ULI (het hof begrijpt wegschrijven als: "het overbrengen van bestanden"). Daar werden de geheimhoudersgesprekken bewaard totdat (na de totstandkoming van voornoemd protocol) vernietigingsbevelen werden afgegeven. Bij het onderzoek betrokken opsporingsambtenaren konden die gesprekken beluisteren, maar niet rechtstreeks. Daartoe diende schriftelijk een aanvraag bij ULI te worden gedaan, waarna cd's met de betreffende gesprekken werden verstrekt.

In het systeem BVO, het eigen computersysteem van de politie, bleven de registratie van, en de mutaties met betrekking tot die geheimhoudersgesprekken eveneens zichtbaar.

Beoordeling

Het hof stelt het volgende voorop.

Het geschonden voorschrift dient ter waarborging van een groot belang, te weten dat eenieder de mogelijkheid heeft om vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking advocaten en andere geheimhouders te raadplegen. Het beschermde belang vereist derhalve de vertrouwelijkheid van de communicatie tussen verdachten en geheimhouders. Het wettelijk systeem brengt echter anderzijds met zich mee, dat die vertrouwelijkheid in een strafrechtelijk onderzoek niet absoluut is. Geheimhoudersgesprekken kunnen immers - onbedoeld - worden opgenomen wanneer in een strafzaak telefoongesprekken worden afgeluisterd. Artikel 126aa, tweede lid, Sv, het daarop gebaseerde Besluit bewaren en vernietigen van niet gevoegde stukken en de Instructie vernietiging geïntercepteerde gesprekken met geheimhouders, brengen met zich mee dat die gesprekken in beginsel worden uitgeluisterd door een opsporingsambtenaar en beoordeeld door de behandelend officier van justitie. Eerst daarna volgt vernietiging. Pas sinds kort is daarin ten aanzien van advocaten verandering gekomen, doordat genoemd Besluit met ingang van 20 augustus 2011 is gewijzigd. Sindsdien is een systeem van nummerherkenning van kracht, dat opname tussen afgeluisterde personen en advocaten beoogt te voorkomen. Voordien - zo ook ten tijde van het onderzoek in de zaak Mayer - was echter onontkoombaar dat opsporingsambtenaren en de officier van justitie kennis droegen van de inhoud van geheimhoudersgesprekken.

De strekking van artikel 126aa Sv is dan ook dat deze communicatie, hoewel bekend geworden, in het strafrechtelijk onderzoek geen enkele rol speelt. Het vernietigen daarvan is geen doel op zich, maar een instrument tot het bereiken van eerstgenoemd doel. Het enkele feit dat niet tijdig tot vernietiging is overgegaan brengt daarom naar het oordeel van het hof op zichzelf beschouwd niet in alle gevallen met zich mee dat van een ernstig verzuim moet worden gesproken. Dat neemt niet weg dat het hof ook aan nakoming van dit voorschrift belang hecht, nu dit de controle op het bereiken van eerstgenoemd doel vergemakkelijkt.

Teneinde de ernst van het vastgestelde verzuim te beoordelen dient dan ook te worden vastgesteld of de vertrouwelijke communicatie is misbruikt, in die zin dat deze in het dossier is opgenomen, dan wel als sturingsinformatie heeft gediend in het opsporingsonderzoek. Tevens dient in de beoordeling te worden betrokken hoe in het kader van de opsporing met geheimhoudersgesprekken is omgegaan.

Dit leidt tot de volgende afweging.

In de zaak tegen de verdachte is sprake geweest van schending van het voorschrift van artikel 126aa Sv en de daarmee samenhangende regelgeving, waardoor een groot aantal gesprekken tussen de verdachte en een of meer geheimhouders eerst geruime tijd na het opnemen van die gesprekken is vernietigd. Gebleken is dat, voordat de zaak Acroniem tot instructies met betrekking tot de geheimhoudersgesprekken leidde, in de zaak Mayer volstrekt onvoldoende aandacht is besteed aan deze kwestie. Nadien lijkt wel het nodige te zijn gedaan om tot naleving van de regelgeving ter zake te komen, maar ook toen bleek meermalen dat gesprekken niet tijdig zijn vernietigd. Sprake is derhalve van een onherstelbaar vormverzuim.

De opsporende en vervolgende autoriteiten treft dan ook het verwijt dat zij onvoldoende oog hebben gehad voor het belang dat bij naleving was gediend. Dat is op zichzelf een ernstig verwijt. Dat de inhoud van vertrouwelijke communicatie in het dossier is opgenomen is echter niet gesteld of gebleken. Dat sprake zou zijn geweest van sturing van het opsporingsonderzoek is evenmin gebleken. [A.], de leider van het onderzoek Mayer, heeft dat weersproken. De verdediging heeft gesteld dat dit onverlet laat dat andere betrokkenen bij het onderzoek het onderzoek met behulp van die informatie gestuurd kunnen hebben, maar van concrete aanwijzingen daarvoor is geen sprake. Dat dergelijke sturing buiten [A.] om zou hebben plaatsgevonden komt het hof - gelet op diens positie van leider van het onderzoek - ook al niet waarschijnlijk voor. De verdediging heeft daaromtrent niets gesteld en uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is daarvan ook niet gebleken. Evenmin heeft zij ter zake om nader onderzoek verzocht. De opvatting dat de enkele mogelijkheid van een schending bijdraagt aan de ernst van het verzuim deelt het hof niet. Ten slotte is niet gesteld of gebleken dat afgeluisterde geheimhoudersgesprekken een rol hebben gespeeld bij aanvragen voor (het verlengen van) tapbevelen. Gelet hierop is het hof van oordeel dat evenmin aannemelijk is geworden dat de verdachte door het verzuim in zijn belangen is geschaad.

Het hof komt dan ook tot de conclusie dat niet is gebleken dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Het hof verwerpt het verweer.

Het hof is van oordeel dat gelet op het voorgaande ook geen aanleiding bestaat enig ander rechtsgevolg te verbinden ten aanzien van het hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

De verweren worden op alle onderdelen verworpen.

Bewijsuitsluiting

De verdediging heeft het verweer gevoerd dat de verklaringen van de [medeverdachte v V.], die zij heeft afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris, niet voor het bewijs mogen worden gebruikt. De verdediging heeft daaraan het volgende ten grondslag gelegd.

Haar is informatie uit het onderzoek gevoed en zij is onder ongeoorloofde druk gezet. Haar is immers gezegd dat zij snel naar huis zou mogen als zij de waarheid zou verklaren en zij is bang gemaakt dat haar kinderen uit huis zouden worden geplaatst. Zij heeft daardoor haar verklaring niet in vrijheid kunnen afleggen. Zij heeft alleen nagepraat, wat de verbalisanten haar hebben voorgehouden.

Ook de verklaring van de [medeverdachte v V.] bij de rechter-commissaris is afgelegd voordat zij adequate rechtsbijstand had gehad en die verklaring is tevens inhoudelijk niet betrouwbaar, omdat zij meende dat als zij zou terugkomen op haar eerdere verklaringen of zou zeggen dat haar toezeggingen waren gedaan in ruil voor haar verklaring, zij langer vast zou worden gehouden.

Het hof overweegt als volgt.

Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat de verklaringen die de [medeverdachte v V.] heeft afgelegd, waaronder de verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris, niet voor bewijsgebruik geschikt zijn.

Voorafgaande aan haar voorgeleiding bij de rechter-commissaris heeft de [medeverdachte v V.] met haar advocaat kunnen overleggen. Hoewel het dossier omvangrijk was, is niet aannemelijk geworden dat, naast een uitleg over de gang van zaken rondom een voorgeleiding, toen niet ook inhoudelijke aspecten aan bod hebben kunnen komen, zoals een door haar in te nemen standpunt ten aanzien van de beschuldigingen of de keuze om wel of niet van haar zwijgrecht gebruik te maken. Ook stond het de verdediging vrij tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris zo nodig te interveniëren.

Dat de [medeverdachte v V.] slechts tot haar verklaringen is gekomen, doordat zij is gevoed met informatie van de politie of in verband met een toezegging dat zij snel naar huis zou mogen als zij de waarheid zou verklaren, terwijl zij daarnaast bang is gemaakt dat haar kinderen uit huis geplaatst zouden worden, is evenmin aannemelijk geworden.

De verhoren van de [medeverdachte v V.] bij de politie zijn in vraag- en antwoord vorm genoteerd, zodat te volgen is, hoe die verhoren zijn verlopen. Vanzelfsprekend zal zij daarbij zijn geconfronteerd met informatie die bij de politie bekend was omtrent het handelen van haarzelf en haar echtgenoot, de verdachte, nu dit in een verhoorsituatie een gebruikelijke en niet ontoelaatbare gang van zaken is. Zij heeft naar aanleiding daarvan verklaringen afgelegd. Bij de rechter-commissaris heeft de [medeverdachte v V.] verklaard bij die verklaringen te blijven en ook nadien zijn door haar, in het bijzijn van haar raadsman, nog verklaringen afgelegd die in lijn zijn met die eerdere verklaringen.

Daarnaast heeft de officier van justitie de [medeverdachte v V.] voorgeleid bij de rechter-commissaris, hetgeen voor haar toch amper een signaal kon zijn dat het de bedoeling was van de politie of het openbaar ministerie haar snel vrij te laten. Voorts heeft de [medeverdachte v V.], toen zij in het bijzijn van haar raadsman in april 2009 werd gehoord als getuige bij de rechter-commissaris, verklaard dat haar niet beloofd is dat zij naar huis mocht, maar dat zij zelf dacht dat als zij snel die verhoren deed, zij dan naar huis kon. Ten overvloede wordt overwogen dat het het hof ambtshalve bekend is dat de [medeverdachte v V.] bij haar voorgeleiding bij de rechter-commissaris ook nog met zoveel woorden heeft verklaard dat zij zich bij de verhoren niet onder druk gezet heeft gevoeld. Dat neemt niet weg dat goed voorstelbaar is dat zij een bepaalde druk zal hebben ondervonden in verband met het feit dat zij en haar man voor misdrijven waren aangehouden en in detentie zaten, waardoor zij niet voor de kinderen konden zorgen. Maar gezien het voorgaande brengt dat niet mee dat de verklaringen van de [medeverdachte v V.] onder ongeoorloofde druk tot stand zijn gekomen en onbetrouwbaar zijn. Dat is niet aannemelijk geworden.

Het verweer wordt verworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof deels tot een andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt dan de rechtbank.

Bespreking bewijsverweren

Bestemming (pseudo)efedrine / opzet verdachte op de voorbereidingshandelingen

Het primaire verwijt aan de verdachte en een aantal van de andere verdachten in de desbetreffende tenlasteleggingen is dat zij voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet hebben gepleegd ten aanzien van - vooral - de productie van methamfetamine, door in de tenlastelegging omschreven activiteiten te ontplooien ten aanzien van de stof(fen) (pseudo)efedrine, waaronder met name hoeveelheden van (pseudo)efedrine binnen het grondgebied van de EU, te weten België, brengen vanuit Congo, een hoeveelheid (pseudo)efedrine te verzenden vanuit Congo via België naar Mexico, en/of pogingen in het werk te stellen hoeveelheden vanuit Congo naar Australië of Mexico te vervoeren en/of vanuit Pakistan naar Australië. In de tenlastelegging is dit verwijt samenvattend telkens zo omschreven dat de verdachte om die - vooral - productie van methamfetamine of een andere hard drug (middel lijst I van de Opiumwet) voor te bereiden, bepaalde handelingen heeft verricht ten aanzien van die (pseudo)efedrine, welke (pseudo)efedrine benodigd was, althans kon worden gebruikt voor de productie van methamfetamine. Het hof zal voor het gemak hierna vaak spreken van de handel in (pseudo)efedrine.

De verdediging heeft verweren gevoerd die zich richten tegen de opvatting van het openbaar ministerie dat

a-de (pseudo)efedrine bestemd zou zijn voor de productie van methamfetamine.

b-opzet bij de verdachte aanwezig was op de productie van methamfetamine.

Daarnaast is er door een aantal raadslieden verweer gevoerd met betrekking tot de vaststelling dat het in de desbetreffende zaaksdossiers telkens gaat om (pseudo)efedrine. De bespreking van die verweren volgt voor zover nodig hierna bij de bespreking van het desbetreffende zaaksdossier. Die verweren worden daar telkens verworpen.

Het hof overweegt als volgt.

Ad a-gebruik en bestemming

Efedrine en pseudo-efedrine kennen legale en illegale toepassingen.

Zoals de rechtbank heeft overwogen is efedrine is een zogenaamd sympathicomimeticum, dat wil zeggen een geneesmiddel met een stimulerende invloed op de werking van een bepaald deel van het autonome zenuwstelsel. De stof verwijdt onder andere de bronchiën, verhoogt de bloeddruk en vermindert de zwelling van het neusslijmvlies. Het werd in combinatiepreparaten toegepast bij hoest; vanwege de bijwerkingen en de mogelijke alternatieven is deze toepassing niet meer in gebruik. Efedrine is in Nederland een geregistreerd geneesmiddel voor de behandeling van bronchospasmen, in het bijzonder bij astma en voor de behandeling van bepaalde vormen van lage bloeddruk. Efedrine bevattende preparaten zijn ook in de handel geweest als afslankmiddel; het werd onder andere als efedra aangeboden in de vorm van capsules, tabletten en kruidenmengsels. Efedrine bevattende preparaten mogen niet meer in de vrije handel verkocht worden. Pseudo-efedrine werd in Nederland in het legale/famaceutische circuit gebruikt als middel tegen een verstopte neus. Het is een middel dat vaatvernauwend werkt. Het middel is in Nederland niet (meer) geregistreerd als geneesmiddel. In andere landen (bijvoorbeeld de Verenigde Staten en België) wordt pseudo-efedrine nog wel toegepast in middelen die een verstopte neus tegengaan.

Zowel efedrine als pseudo-efedrine kan worden gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van methamfetamine. Pseudo-efedrine kan daarnaast ook zelfstandig worden gebruikt. Het gebruik van efedrine als grondstof voor methamfetamine is vooral bekend uit de Verenigde Staten, diverse Aziatische landen en Australië; gebruik in Europa is - op Tsjechië na - weinig voorgekomen. In Nederland is het gebruik van efedrine als grondstof voor methamfetamine in de afgelopen decennia zeer incidenteel gezien. Efedrine en pseudo-efedrine kunnen op verschillende manieren worden omgezet in methamfetamine; afhankelijk van de gevolgde methode ligt de opbrengst hiervan tussen 47% en 76% op gewichtsbasis. Methamfetamine wordt incidenteel in tabletvorm of als poeder ter onderzoek aan het NFI aangeboden. Methamfetamine is vermeld op lijst I van de Opiumwet.

Hieruit volgt dat (pseudo)efedrine benodigd is en kan worden gebruikt voor de productie van methamfetamine.

Het hof zal nu onderzoeken of de (pseudo)efedrine in de onderhavige gevallen ook deze bestemming had. Daarover het volgende.

Sinds 1990/1991 is in Verordeningen van de EG (Verordening nr. 3677/90, Verordening 273/2004 en Verordening 111/2005) vastgelegd dat de handel in efedrine en pseudo-efedrine aan strenge regels moet worden onderworpen omdat zij stoffen zijn die veelvuldig worden gebruikt bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, een en ander ter uitvoering van het VN verdrag van Wenen van december 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, hierna "VN-Verdrag" te noemen, welk Verdrag deel uitmaakt van de wereldwijde inspanningen om het drugsmisbruik te bestrijden. In het VN-Verdrag zijn efedrine en pseudo-efedrine op lijst I geplaatst. In dat Verdrag wordt door partijen uitgesproken dat zij mede te dien aanzien zeer bezorgd zijn omtrent de omvang van de productie van en vraag naar verdovende middelen en psychotrope stoffen en dat zij onderkennen dat illegale handel een criminele activiteit is.

In de Verordeningen die te dezen thans van toepassing zijn is een heel stelsel in het leven geroepen om de handel in voornoemde stoffen aan toezicht te onderwerpen, variërend van regels omtrent de documentatie en etikettering, een vergunning- en registratieplicht van marktdeelnemers, verplichte voorafgaande kennisgeving van uitvoer van die stoffen, een vergunningsplicht voor elke in te voeren partij en onder bepaalde omstandigheden voor de uitvoer, alsmede een meldplicht voor marktdeelnemers ten aanzien van ongebruikelijke transacties. Een en ander met geen ander doel, zoals in de considerans verwoord, dan te voorkomen dat met voornoemde middelen (ook "drugsprecursoren" genoemd) de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen plaatsvindt, en dus teneinde misbruik van deze stoffen te voorkomen. Overtreding van de belangrijkste van die regels is in de Wet voorkoming misbruik chemicaliën verboden en in de Wet Economische Delicten als misdrijf strafbaar gesteld.

Samengevat kan uit de regelgeving die geldt ten aanzien van de handel in (pseudo)efedrine al worden afgeleid dat de illegale handel daarin een ernstig vermoeden oplevert op de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen.

Vastgesteld moet worden dat de verdachte en de andere verdachten in de desbetreffende feitencomplexen aan geen enkel vereiste als neergelegd in bedoelde Verordeningen hebben voldaan. Uit het dossier volgt dat de verdachte

en de andere verdachten niet in het bezit waren van een vergunning die toestond zich met bedoelde handel bezig te houden en de zendingen die de Gemeenschap zijn binnengebracht voldeden niet aan de eisen vastgelegd in die Verordeningen. Uit het voorgaande volgt dat ten aanzien van de verdachte en de andere verdachten een ernstig vermoeden gerechtvaardigd was met betrekking tot de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen.

Andere omstandigheden die bij die beoordeling een rol spelen zijn dat in het onderhavige dossier is gebleken dat de invoer plaatsvond met valse facturen, valse documenten, gefingeerde bedrijfsnamen en gefingeerde persoonlijke gegevens. Betalingen vonden veelal contant plaats, of via underground banking.

Telefoons dan wel telefoonnummers die ten behoeve van (de bespreking van) de handel in (pseudo)efedrine werden gebruikt werden regelmatig gewisseld terwijl in de gesprekken die werden gevoerd versluierd taalgebruik werd gehanteerd en daaromtrent ook instructies golden. Ten aanzien van een en ander geldt dat de verdachte [verdachte] diegene was die daarover de instructies gaf.

Na de inbeslagneming van een partij (pseudo)efedrine in Antwerpen onder de [medeverdachte A.B.] werd door de verdachte aan zijn echtgenote, de [medeverdachte v V.], de opdracht gegeven administratie en andere voorwerpen uit de kluis te halen en elders te (laten) verbergen.

Deze omstandigheden wijzen evenzeer in de richting van de conclusie dat de stoffen waarin werd gehandeld die bestemming hadden die in voornoemd(e) VN-Verdrag en Verordeningen worden bedoeld, te weten de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen. Het hof gaat er gelet op het voorgaande (rapport van het NFI) van uit dat dit methamfetamine betrof.

Dat omtrent die bestemming ten slotte geen twijfel meer kan bestaan vindt zijn oorzaak in de verklaring van de [medeverdachte v V.], die heeft verklaard dat het geld dat in het gezin van haar en de verdachte werd gebruikt afkomstig was uit de handel in grondstoffen voor verdovende middelen en dat zij aannam dat er chemische drugs van werden gemaakt.

Al het voorgaande maakt dat wettig en overtuigend is bewezen dat de (pseudo)efedrine waarin werd gehandeld benodigd was en kon worden gebruikt voor de productie van methamfetamine en daartoe bestemd was.

Enige andere bestemming van deze stoffen, zoals een medicinale of als afslankmiddel, is overigens ook niet aannemelijk geworden. Dat aan de zijde van de afnemers geen concreet bewijs is aangetroffen dat zij zich bezig hielden met de vervaardiging van methamfetamine, noch hetgeen overigens in dit verband is aangevoerd doet daar aan af.

Ad b-opzet verdachte

Waar in het voorgaande sprake is van de objectieve vaststelling dat de (pseudo)efedrine bestemd was voor de productie van methamfetamine, spelen bij de beoordeling van de aanwezigheid van het opzet van elke verdachte op de productie van methamfetamine een aantal met de persoon samenhangende factoren mede een rol. Zoals gezegd, (pseudo)efedrine kent een aantal legale toepassingen, op grond waarvan de handel, mits onder bepaalde voorwaarden, legaal is. De Memorie van Toelichting bij de Wijziging van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en de Wet op de economische delicten, ter uitvoering van een drietal EG-verordeningen inzake handel in drugsprecursoren, kamerstukken 30329, nr. 3 zegt daarover:

'Omdat deze stoffen ook voor talloze legale doeleinden kunnen worden gebruikt en de handel in deze stoffen in beginsel legaal is, kan toegang tot deze stoffen niet algemeen worden verboden. Er moeten derhalve maatregelen worden genomen om het juiste evenwicht te vinden tussen enerzijds de wens om te voorkomen dat drugsprecursoren in handen komen van illegale drugsproducenten en anderzijds het streven om te voorzien in de commerciële behoeften van de chemische bedrijfstak.'

Met betrekking tot het opzet van de verdachte geldt het volgende. Als zakenman en handelaar had hij ervaring in de legale handel, zoals de handel in militaire goederen, waarvoor hem in het verleden een vergunning was verleend. Hij was dus met de gang van zaken rondom vergunningplichtige handel bekend en bij uitstek van hem mocht verwacht worden dat hij zich op de hoogte stelde van hetgeen omtrent de handel in (pseudo)efedrine aan regelgeving gold. De verdachte is ook met betrekking tot de genoemde handel de centrale figuur. Hij koopt en verkoopt de (pseudo)efedrine, hij ontvangt en verricht betalingen in dat verband, hij stuurt medeverdachten op reis naar het buitenland (zoals Congo, Dubai en Pakistan) en draagt daarvan de kosten, hij instrueert medeverdachten omtrent hetgeen zij daar, maar ook in Nederland moeten doen, hij voert besprekingen met klanten, hij is betrokken bij het opstellen van valse facturen en papieren en opereert soms onder een valse identiteit, hij instrueert andere verdachten ten aanzien van het telefoongebruik als hiervoor vermeld. Dit gevoegd bij de inhoud van de verklaring van de [medeverdachte v V.], die hiervoor al is aangehaald, waaruit volgt dat zijn handel was gericht op de fabricatie van verdovende middelen, maakt dat het hof ten aanzien van hem dit opzet bewezen acht.

De verdediging heeft nog naar voren gebracht dat er door de rechtbank en het openbaar ministerie ten onrechte geen onderscheid is gemaakt tussen links- en rechtsdraaiende (pseudo)efedrine. De verdediging stelt uit publicaties, die bij de pleitnotitie zijn gevoegd, af te leiden dat dit onderscheid van belang is om aan te nemen, zo begrijpt het hof de verdediging, of opzet bestond op de productie van methamfetamine.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de door de raadsman overgelegde publicaties kan het hof niet meer afleiden dan dat bij de productie van methamfetamine, die voorkomt in een links- en rechtsdraaiende variant, chemische bewerkingen plaatsvinden, waarbij met toepassing van reagentia de voor de gebruiker minst nadelige variant of meest werkzame variant van efedrine of pseudo-efedrine (respectievelijk linksdraaiend en rechtsdraaiend) wordt gegenereerd en gebruikt voor die productie. De wetgever heeft geen enkel onderscheid willen maken op dit punt. Voor de beoordeling van het opzet van de verdachte speelt een en ander daarom geen rol. Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.

Overige inhoudelijke verweren

feit 3: zaaksdossier B03

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte niets te maken heeft gehad met de bestelling en verzending van de stof die op 31 mei 2006 te Antwerpen onder de [medeverdachte A.B.] in beslag is genomen. Hij heeft deze partij niet voorgefinancierd. Hij heeft alleen gefungeerd als doorgeefluik van geld.

De verdachte had geen wetenschap van de aard van de stof, een precursor, of dat die zou kunnen worden gebruikt voor de productie van methamfetamine.

Er kleven onduidelijkheden aan het onderzoek van de betreffende stof, nu in een proces-verbaal van [verbalisant], [verbalisant], [verbalisant] en [verbalisant] van 1 juni 2006 is te lezen dat direct na aanhouding 4 stalen zijn overgebracht naar het N.I.C.C. voor onderzoek, terwijl eveneens is gerelateerd dat het N.I.C.C. diezelfde middag heeft laten weten dat het geen cocaïne betrof maar mogelijk een precursor. In het onderzoeksverslag van de deskundige [deskundige] van 16 juni 2006 staat vervolgens vermeld dat zij de stalen heeft ontvangen op 1 juni 2006, terwijl zij aangeeft 5 stalen te hebben onderzocht. Ook bevindt zich bij de stukken een "definitief beproevingsverslag" in een kwestie "valse bommelding". Dit zijn allemaal indicaties dat de monsters die zijn onderzocht een andere zaak betreffen en de overtuiging ontbreekt dat de stof efedrine was. Ook bevat het dossier geen informatie dat deze stof gebruikt zou kunnen worden voor de productie van hard drugs, zodat vrijspraak moet volgen.

Het hof overweegt als volgt.

Op verzoek van de Nederlandse autoriteiten hebben de Belgische autoriteiten de stukken die zijn opgemaakt rond de aanhouding van de [medeverdachte A.B.] en de in beslag genomen stof alsmede het onderzoek daarnaar ter beschikking gesteld aan de Nederlandse politie (rubriek AF antwoord op Belgisch rechtshulpverzoek).

Bij die stukken bevindt zich een proces-verbaal van [verbalisant], met nummer AN.45.F1.111172/2006 van 31 mei 2006, inhoudend een relaas omtrent de observatie en aanhouding van [M.R.] en de [medeverdachte A.B.], alsmede omtrent de overbrenging van dezen en hun voertuigen naar de GDA Antwerpen en de ter beschikking stelling daarvan aan de onderzoekers. Ook bevindt zich bij de stukken een proces-verbaal van relaas van [verbalisant], [verbalisant], [verbalisant] en [verbalisant] van 1 juni 2006, waarin is te lezen dat zij werden geïnformeerd dat twee personen op heterdaad waren gearresteerd bij de overhandiging van een partij verdovende middelen, welke personen naar hun bureau zijn overgebracht, terwijl die personen werden geïdentificeerd als [M.R.] en [medeverdachte A.B.] voornoemd. Tevens hebben zij gerelateerd een drugstest te hebben gedaan op stoffen die zich in de kofferbak van de auto van [medeverdachte A.B.] bevonden, die geen cocaïne aantoonde en dat zij om zekerheid te hebben vier stalen hebben overgebracht naar het N.I.C.C. voor onderzoek, terwijl eveneens is gerelateerd dat het N.I.C.C. diezelfde middag heeft laten weten dat het geen cocaïne betrof maar mogelijk een precursor.

Ook staat gerelateerd dat zij die 31ste mei contact hebben gezocht met de Substituut (het hof begrijpt: de procureur des Konings) [F.V.] te Antwerpen, die heeft beslist - voor zover hier van belang - de zakken met drugs in beslag te nemen.

Bij de stukken inzake het beslag met het nummer AN.45.F1.111172/06 staat gerelateerd dat [verbalisant] ten laste van de verdachten voornoemd telkens in beslag heeft genomen: 4 verpakkingszakken op 31 mei 2006 en 3 zakjes en 2 potjes op 31 mei 2006. Bij de stukken bevindt zich een schrijven van de procureur des Konings [F.V.], van 1 juni 2006, met kenmerk AN.45.F1.111172/06, onder de vermelding 'uw referentie 2006/02/988' aan [deskundige] van het N.I.C.C. met een vordering over te gaan tot analyse van drie plastic zakjes inhoudend wit poeder en 2 plastic potjes inhoudend wit poeder, aan haar diensten overhandigd door de gerechtelijke politie Antwerpen op 31 mei 2006 en daarvan verslag te doen. Ook bij de stukken bevindt zich het deskundigenrapport van die [deskundige], onder de vermelding van notitienummer AN.45.F1.111172/06 en referentienummer NICC/DRU04168 (2006/02988), gedateerd 16 juni 2006. Zij relateert dat het overtuigingsstuk de volgende onderdelen betreft:

- drie plastic zakjes met elk een wit poeder;

- twee plastic potjes, elk met een wit poeder.

Dit overtuigingsstuk werd binnen gebracht bij het NICC op 1 juni 2006, onderzocht en bleek ten aanzien van de poeder in de plastic zakjes efedrine te bevatten, zo staat in dat verslag.

Op grond van het voorgaande is voldoende duidelijk dat in de zaak betreffende de aanhouding van de [medeverdachte A.B.] in Antwerpen op 31 mei 2006, onder nummer AN.45.F1.111172/06 diverse onderzoekshandelingen zijn verricht, waaronder de inbeslagneming van drie plastic zakjes met elk een wit poeder en twee plastic potjes, elk met een wit poeder, naar voldoende aannemelijk is inhoudend een stof uit de onder de [medeverdachte A.B.] aangetroffen stoffen, die zich in vier verpakkingszakken bevonden en dat ten aanzien daarvan de procureur des Konings een opdracht tot analyse heeft gegeven, welke analyse is verricht door Dr. [deskundige] en welke analyse efedrine aantoonde in de poeders uit de zakjes.

Dat enerzijds wordt vermeld dat een en ander op 31 mei 2006 en anderzijds op 1 juni 2006 bij het N.I.C.C. is binnengebracht kan daar niet aan afdoen, noch hetgeen de raadsman overigens naar voren heeft gebracht.

Voor het overige wordt het verweer weerlegd door de bewijsmiddelen.

Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.

feit 5: zaaksdossier B-05, 171 kg en 49 kg.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de betreffende zendingen niet in opdracht van de verdachte zijn verzonden, maar in opdracht van [B.] middels [bedrijf [ ]] zijn verzonden naar Brussel, met Brussel als eindbestemming.

De documenten bij deze zendingen kunnen daarvoor geen bewijs opleveren, want deze zijn niet eenduidig.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt voorop dat [medeverdachte A.B.] in tal van verklaringen bij de politie uitgebreid heeft verklaard omtrent zijn betrokkenheid bij partijen in de zaaksdossiers B-05 en B-11. Deze verklaringen heeft hij in grote lijnen gehandhaafd, toen hij bij de rechter-commissaris (op 6 april 2009) werd gehoord.

Zo heeft [medeverdachte A.B.] (bij de politie op 28 mei 2008) onder meer verklaard: "Het klopt dat ik in 2006 in Congo geweest ben en daar voor [verdachte] klusjes heb gedaan. Ik heb daar ook [medeverdachte d B.] ontmoet, ik noemde hem Lambiek. Hij had connecties in Congo. Ik ben door [verdachte] gebruikt om dingen klaar te zetten die eigenlijk niet door de beugel konden, het fijne weet ik er niet van. Het was zeker geen coke, het leek op automatensuiker. Ik moest toen 3 partijen klaar zetten. [verdachte] gaf mij instructies, hoe die partijen moesten worden klaargezet. [medeverdachte d B.] was voor het transport verantwoordelijk, hij zal daar ook wel de inkoop hebben gedaan. Als mijn werk klaar was moest ik de papieren die [medeverdachte d B.] van de agent zou krijgen meenemen voor [verdachte]. Ik kreeg van hem de adressen via de mail en vervolgens ging [medeverdachte d B.] ermee aan de gang. Dan kreeg ik later de bill of lading. Ik meen dat ik 3 adressen van [verdachte] kreeg. Naar mijn weten is het vervolgens wel verstuurd. Nadat ik die papieren, de airwaybill, van [medeverdachte d B.] heb gekregen ben ik weggegaan. [medeverdachte d B.] is gebleven. Dit was voor [verdachte] de bevestiging dat het daadwerkelijk verstuurd was. Volgens mij ging alles naar Mexico.

Ik beschouw [verdachte] in deze als baas. Die Congolees heet [naam]. Ik heb na het bezoek aan Congo geen contact meer gehad met [medeverdachte d B.]. Dat heeft [verdachte] me ook gezegd. De Ionamyn werd uit India gehaald, naar Congo verstuurd en dan naar Mexico. Dat stond op de documenten bij die goederen. [medeverdachte d B.] haalde die documenten ervan af. De Ionamyn was verpakt in kartonnen drummetjes van ongeveer 25 kilo per stuk, de vorm van een blik Jodenkoeken. Ik denk dat we praten over 300 kilo. Ik heb ook wel eens een groot vat gezien van rond de 20 kilo. Het was los poeder en werd gestanst tot pillen. Als u mij zegt dat het om efedrine ging dan zegt me dat wel wat uit de sportsector, het zat in die steckers, die kun je nog steeds kopen. Ik ken [medeverdachte B.] als 'boer'. Ik denk dat hij in de groep zit waar de partij van Congo, die naar Mexico is verstuurd, voor bestemd was. [medeverdachte B.] zal [verdachte] een adres hebben opgegeven. [V.] is ook een klant. [verdachte] sprak over hem hetzelfde als over die boer. Ik weet niet of zij daadwerkelijk een product hebben ontvangen, ik ben daar niet bij geweest. Ik denk dat het goed verlopen is, ik heb er geen klachten over gehad. [J.] uit Australië is ook een klant. Dat is volgens mij niet gelukt, bij mijn weten is er niets naar Australië gegaan."

Uit het dossier komt voorts het volgende naar voren.

Op 24 juli 2006 zijn door de douane te Brussel in België twee partijen pseudo-efedrine in beslaggenomen.

De ene partij had de omschrijving Harvard Cement, met bestemming [bedrijf [ ]] te Mexico City, met een bruto gewicht van 218 kilo, die na onderzoek 171,1 kilo pseudo-efedrine bleek in te houden.

De andere partij had de omschrijving Vegetable Extracto, met bestemming [bedrijf [ ]] Mexico, met een bruto gewicht van 62 kilo, die na onderzoek 49,25 kilo pseudo-efedrine bleek in te houden.

Gebleken is dat [verdachte] onder gebruikmaking van de naam [R.W.], actief betrokken was bij deze transporten ( B05-00100). Waar hierna de naam '[R.W.]' wordt genoemd, wordt daarmee dan ook gedoeld op [verdachte].

Beide partijen bleken in opdracht van [R.W.] van het [bedrijf [ ]] te Israël (een dekmantel bedrijf van [verdachte]) te zijn verzonden middels het transport/expeditie [bedrijf [ ]] te Zwitserland.

In het kader van een aan Zwitserland gedaan rechtshulpverzoek is onderzoek verricht in het archief/administratie van het [bedrijf [ ]] en is de contactpersoon van dit bedrijf [K.M.] als getuige gehoord. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat het luchtvracht[bedrijf [ ]] te Brussel/België, met als contactpersoon [J. v. M. ], het daadwerkelijke transport van deze partijen vanuit Congo naar België heeft uitgevoerd.

Middels een aan België gedaan rechtshulpverzoek heeft onderzoek plaatsgevonden in het archief van [bedrijf [ ]] en is [J. v. M. ] als getuige gehoord.

Hij verklaarde dat hij in opdracht van [K.M.], eerst namens het expeditie[bedrijf [ ]] in Duitsland en later namens het expeditie[bedrijf [ ]] in Zwitserland, voor 5 transporttrajecten de routing heeft uitgezet en het transporttraject heeft opgezet. De desbetreffende dossiers heeft hij aan de Belgische autoriteiten overhandigd en deze zijn vervolgens ter beschikking gesteld aan het onderzoeksteam Mayer.

Uit nader onderzoek is vervolgens gebleken dat [R.W.] van het [bedrijf [ ]] meerdere e-mail berichten en faxberichten heeft gestuurd naar [K.M.]. Uit deze email- en faxberichten blijkt dat de partij van 218 kilo bestond uit 5 fibre drums inhoudende Deshydratant, die vanuit Kinshasa Congo zijn verzonden en op 15 juli 2006 op de luchthaven van Brussel zijn aangekomen. Blijkens de house-airway bill was de vervoerder/shipper [B.]/[bedrijf [ ]] te Kinshasa (B-05, bijlage 3.2 en 3.3).

Voorts is gebleken dat [J. v. M. ] van het [bedrijf [ ]], middels tussenkomst van [K.M.] van [bedrijf [ ]], van [R.W.] opdracht heeft gekregen om de omschrijving van de partij van 218 kilo deshydratant in België te wijzigen in Harvard Cement en aldus door te verzenden naar Mexico. Voorts blijkt dat deze partij als bestemming heeft een bedrijf in Mexico, namelijk [bedrijf [ ]] te Mexico ter attentie van mr. [naam]. Onderzoek heeft uitgewezen dat op dit adres tot eind 2008 een bedrijf heeft gezeten dat chemicaliën distribueert; de contactpersoon bleek niet te achterhalen.

Na onderzoek door de opsporingsdienst Douane en Accijnzen te België bleken de 5 fibre drums een inhoud te hebben van totaal 171,1 kilo wit poeder met kristalstructuur, dat na een uitgevoerde efedrine test (NarkII) pseudo-efedrine bleek te bevatten (B05/2, pagina's 4-7 met bijlagen 3a en 3b).

Ook ten aanzien van de partij van 62 kilo Vegetable Extracto is gebleken dat [R.W.] van het [bedrijf [ ]] meerdere e-mail berichten en faxberichten heeft gestuurd naar [K.M.]. Uit deze email- en faxberichten blijkt dat de partij van 62 kilo bestond uit 2 kartonen dozen, ieder inhoudende 2 plastic zakken inhoudende Deshydratant, die eveneens vanuit Kinshasa Congo zijn verzonden en op 16 juli 2006 op de luchthaven van Brussel zijn aangekomen. Blijkens de house-airway bill is de vervoerder/shipper [B.]/[bedrijf [ ]] te Kinshasa (B-05, bijlage 4.2 en 4.3).

Voorts is ook in dit geval gebleken dat [J. v. M. ] van het [bedrijf [ ]], middels tussenkomst van [K.M.] van [bedrijf [ ]] van [R.W.] opdracht heeft gekregen om de omschrijving van de partij van 62 kilo deshydratant in België te wijzigen in Vegetable Extracto en aldus door te verzenden naar Mexico, met als bestemming eveneens een bedrijf in Mexico, namelijk [bedrijf [ ]] te Mexico ter attentie van mr. [naam]. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit bedrijf helemaal niet bestond en ook de contactpersoon bleek niet te achterhalen.

Na onderzoek door de opsporingsdienst Douane en Accijnzen te België bleken de 2 dozen met elk 2 plastic zakken een inhoud te hebben van totaal 49, 25 kilo wit poeder met kristalstructuur, dat na een uitgevoerde efedrine test (NarkII) pseudo-efedrine bleek te bevatten (B05/2, pagina's 4-7 met bijlagen 3a en 3b).

[J. v. M. ] heeft bij de rechter-commissaris (op 19 augustus 2009) verklaard dat het feit dat hij opdracht kreeg de omschrijving van deze partijen te wijzigen in combinatie met het feit dat dergelijke hoogwaardige producten uit Centraal Afrika kwamen voor hem reden was contact op te nemen met de douane, omdat dit hem allemaal onlogisch voorkwam.

[K.M.] heeft verklaard (verhoor van 22 juli 2008, RHV Zwitserland) dat zij [medeverdachte C.] kende als klant van toen zij nog bij [bedrijf [ ]] werkte, dat zij [R.W.] kende als opdrachtgever namens het [bedrijf [ ]] en dat zij voor dit bedrijf 3 transporten had bemiddeld in de zomer 2006, waarvan er twee zijn misgegaan en één daadwerkelijk is verzonden. Het betrof tandcement en nog wat anders en de bestemming was een keer Zuid-Amerika, voor zover zij zich herinnert. Zij kende ook een [verdachte] als leverancier van militaire vrachtwagens.

Verder bevinden zich in het dossier tal van telefoontaps met betrekking tot met name [verdachte], [medeverdachte C.] en [medeverdachte A.B.] die de conclusie dat [verdachte] bij deze transporten actief betrokken was ondersteunen.

Zo zegt [verdachte] o.a. in een tapgesprek van 19 juli 2006 om 16:39 uur tegen [medeverdachte C.] dat ze - waarbij uit de gehele context van het dossier afgeleid moet worden dat met 'ze' [K.M.] wordt bedoeld - goed moet begrijpen dat er drie zendingen zijn, twee gaan er één kant op en één een andere kant. Op 20 juli 2006 om 16:24 uur is er wederom een gesprek tussen deze beiden, waarin [medeverdachte C.] zegt dat de 150 en de 70 daar zijn, de Veget en de Harvard: één doos met vier drums en één doos met één drum en een pallet met twee dozen.

[verdachte] heeft bij de politie verklaard (op 10 juni 2008 en 1 juli 2008) dat hij dacht dat de partij van 171,1 kilo verpakt was in vaten met de opdruk Harvard cement en dat dit een partij van 150 kilo efedrine moest zijn geweest, maar dat hij verbaasd was dat een grotere hoeveelheid in beslag genomen was. Voorts verklaarde hij dat er in juni 2006 een partij van 450 kilo efedrine klaarstond, waarvan 150 stuks waren klaar gezet door onder meer [medeverdachte A.B.] om als Harvard Cement te worden verzonden. Deze verzending had ook plaatsgevonden, waarop de partij in Brussel in beslag genomen was.

Deze verklaring komt ook overeen met een overzicht op een externe harde schijf/USBstick, die is aangetroffen tijdens huiszoeking bij [v L.] (E-B PV Bevindingen d.d. 28 oktober 2008, p. 5-6) en die naar eigen zeggen van [verdachte] door hem aan [v L.] in bewaring was gegeven en "ons groepje" betrof. Dat overzicht vermeld:

[J.]: 210 in 14 kartonnen dozen, gewicht 245 kilo;

[V.] 1: 50 in 2 kartonnen dozen, gewicht 70 kilo;

[S.H.]: 150 in 6 drums, gewicht 200 kilogram;

[V.] 2: 50 in 2 kartonnen dozen, gewicht 70 kilo.

[verdachte] c.s. niet op de hoogte werd gesteld van het feit dat de partijen in beslag waren genomen, zijn de activiteiten met betrekking tot het verdere transport daarvan na 24 juli 2006 gewoon doorgegaan.

[medeverdachte A.B.] heeft daarover onder meer verklaard (bij de politie op 16 juni 2008) dat hij samen met [J.P.] de airwaybill met betrekking tot het cementachtige spul en andere stukken aan een persoon, die hij kende als [V.], heeft gegeven bij La Place in Almere. Ook heeft hij de in Brussel in beslag genomen partijen op aan hem getoonde foto's herkend.

Ook heeft [verdachte] (op 10 juni 2008/ C4-B05-02-02) bij de politie verklaard dat de partij van 171 kilo de bestemming Mexico had en dat de klanten door [medeverdachte R.] en [medeverdachte B.] waren aangebracht en dat ter zake een aanbetaling van € 75.000,- door de Mexicaanse klanten bij een ontmoeting bij Kaap Kot in Amsterdam was gedaan.

Ten aanzien van [medeverdachte B.] heeft [verdachte] toen (op 10 juni 2008/ C4-B05-01-02) verklaard:

[V.], maar ook [medeverdachte R.] zijn mij door [medeverdachte B.] geïntroduceerd als klanten voor efedrine voor bestemmingen buiten Europa, die toentertijd door [medeverdachte d B.] werd aangeboden. Dit (het gaat dan om de ontmoeting op 5 april 2006 bij Borgland in de buurt van de Arena te Amsterdam) was de eerste keer dat ik met [V.], ofwel [V.], in aanraking kwam.

[verdachte] heeft tevens verklaard dat [S.H.] door [medeverdachte B.] aan hem is voorgesteld ergens in 2005 en dat deze [S.H.] interesse had in efedrine. Dit verzoek is concreet geworden en aan [medeverdachte d B.] doorgegeven, aldus [verdachte]. En voorts: In 2006 heb ik geen project met [S.H.] gedaan, echter via [medeverdachte B.] moest ik nog wel een financieel traject met hem afhandelen. De contacten zijn in september/oktober 2006 afgesloten. Wij noemden [S.H.] "[S.H.]", maar [medeverdachte B.] noemde hem "die dooie".

In een telefoongesprek van 18 juli 2006 09:17 uur, dat wil zeggen drie dagen na de datering van de house-airway bill voor de vorengenoemde partij van 60/49 kilo, tussen [verdachte] en [medeverdachte B.], wordt door [medeverdachte B.] gezegd: Ik heb "die aap" (waarmee volgens de politie vermoedelijk [medeverdachte R.] wordt bedoeld) gesproken... die had van hun wat doorgegeven... ik begreep niet wat, invoice 06 of zo iets.... dat had die van die gasten uit Rotterdam .." Waarop [verdachte] zegt: "hij heb een kopie gehad van de factuur" (B05-0025/0137 en /0141).

Uit de door [bedrijf [ ]] overgelegde stukken, waaronder faxen van [R.W.], blijkt dat de factuurnummers voor beide partijen (de 171 kilo en 49 kilo) beginnen met 06, te weten 06-M4828 en 06-C14719 (zie facturen in bijlagen 3.1 en 4.1. bij B-05).

Vervolgens heeft [verdachte] uitgebreid verklaard (op 10 juni 2008/ C4-B05-02, pagina's 279-282) en (op 1 juli 2008/ C4-B05-03, pagina's 233-300) over deze beide zendingen.

Uit de verklaring van [verdachte] valt op te maken dat [medeverdachte A.B.] en [medeverdachte d B.] van 30 april 2006 tot 6 mei 2006 samen in Congo zijn geweest en daar samen zendingen hebben klaargemaakt en klaargezet voor verzending en dat de partij van 171 kilo (volgens [verdachte] 150) maanden voor verzending in juli 2006 is klaargezet door [medeverdachte A.B.]. Voorts valt daaruit op te maken dat in de tweede Congo-periode, dat wil zeggen gedurende de tweede reis naar Congo van [medeverdachte A.B.] van 16 juni 2006 tot 23 juni 2006, deze alleen werkte en dat de contacten over de partijen rechtstreeks met [B.] c.s. werden onderhouden. [verdachte] heeft daarover o.a. verklaard: "[B.] zei dat hij nog tussen de 350 en 400 kilo efedrine in voorraad had, die hij betaald had en waarvoor hij nog steeds geld tegoed had van [medeverdachte d B.]. [B.] had deze goederen direct onder eigen beheer. Hij wilde op dezelfde wijze als [medeverdachte d B.] deze goederen rechtstreeks aan de klant leveren. [B.] gaf aan dat hij de hele export en levering kon verzorgen, omdat hij dit ook altijd voor [medeverdachte d B.] had gedaan. [medeverdachte A.B.] is er in deze periode naar toegegaan om te checken of en hoeveel voorraad [B.] had en deze verpakkingsklaar te maken."

Het hof overweegt dat uit het voorgaande voldoende duidelijk blijkt van strafbare betrokkenheid van de verdachte bij de invoer van beide partijen pseudo-efedrine zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Het verweer wordt op dit punt verworpen.

(ten aanzien van de 171 kg)

De verdediging heeft zich eveneens op standpunt gesteld dat niet overtuigend kan worden vastgesteld dat het hier (pseudo)efedrine betrof, omdat het rapport dienaangaande van het Wetenschappelijk instituut volksgezondheid van 24 juli 2006 niet te controleren is. Niet blijkt immers, hoe de stalen genomen zijn en welke nummers zij hebben meegekregen. Ook zijn slechts 2 monsters genomen, waardoor niets valt te zeggen over de hoeveelheid stof.

(ten aanzien van de 49 kilo)

De verdediging heeft gesteld dat niet blijkt of van deze partij een monster is genomen. Niet blijkt wie deze partij heeft verzonden.

Hieromtrent geldt meer in het bijzonder nog het volgende.

In een proces-verbaal van de ambtenaren der douane [verbalisant] en [verbalisant] van de opsporingsinspectie te Brussel staat vermeld dat zij op 24 juli 2006 werden ingelicht door [J. v. M. ] [bedrijf [ ]], dat hij voor twee zendingen, beide vanuit Kinshasa afkomstig en bestemd voor Mexico, verdachte verzendingsopdrachten had gekregen. Zij relateren dat de eerste zending onder dekking van luchtvrachtbrief 663-00722006 werd verzonden vanuit Kinshasa met vlucht EO100 van 15 juli 2006, welke zending werd aangegeven als "denrees alimentaires" voor 2 colli voor 238 kilo. De afzender volgens de luchtvrachtbrief was [bedrijf [ ]], [B.]. Omdat de luchtvrachtbrief 663-00722006 Brussel als eindbestemming had, werd [bedrijf [ ]] opgegeven als consignee van de zending, maar volgens de house luchtvrachtbrief (house airway bill), die de routing tot in Mexico dekte en waarop de goederen werden omschreven als "deshydratant", was de bestemming in Mexico een zekere [naam]. De tweede zending werd onder dekking van luchtvrachtbrief 082-20348473 verzonden vanuit Kinshasa met vlucht SN352 van 16 juli 2006, welke zending werd aangegeven als "denrees alimentaires" voor 1 colli voor 60 kilo. De afzender volgens de luchtvrachtbrief was [bedrijf [ ]], [B.]. Omdat de luchtvrachtbrief 082-20348473 Brussel als eindbestemming had,werd [bedrijf [ ]] opgegeven als consignee van de zending, maar volgens de house luchtvrachtbrief (house airway bill), die de routing tot in Mexico dekte en waarop de goederen werden omschreven als "deshydratant", was de bestemming in Mexico een zekere [naam]. Ten aanzien van beide zendingen ontving de douane expediteur [bedrijf [ ]] op 17 juli 2006 een mailbericht van [K.M.] van de Zwitserse transportfirma "[bedrijf [ ]]", waarbij instructies werden gegeven om de goederen in opdracht van de Israëlische firma "[bedrijf [ ]]" naar een andere dan de hiervoor vermelde bestemming te zenden, te weten ten aanzien van de eerste zending naar [bedrijf [ ]] te Mexico City en ten aanzien van de tweede zending naar [bedrijf [ ]] te Mexico DF. Daarbij werd ten aanzien van de eerste zending een kopie van een factuur van de Israëlische firma en de packing list, waarop de goederen (5 tonnen) werden omschreven als "harvard cement, dental cement", als bijlage doorgemaild en ten aanzien van de tweede zending eveneens een kopie van een factuur van de Israëlische firma en de packing list, waarop de goederen (2 plastic bags in carton boxes) werden omschreven als "harvard cement, dental cement", als bijlage doorgemaild. Zij relateren dat beide zendingen een wit poeder met kristalstructuur bevatten, dat positief reageerde op de door hen uitvoerde efedrinetest. Zij relateren voorts dat door hen contact werd opgenomen met de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid en dat door die Dienst een staal/monster is genomen van beide zendingen. In hun proces-verbaal verwijzen zij naar de bij hun proces-verbaal gevoegde bijlagen 3a en 3b, met betrekking tot de analyses die ter zake zijn uitgevoerd in het laboratorium van deze overheidsdienst. Deze bijlagen bevinden zich bij de stukken en vermelden als datum van ontvangst en verslag 24 juli 2006 en als resultaat, dat de identificatie positief is voor pseudo-efedrine. [verbalisant] en [verbalisant] relateren voorts de beide zendingen te hebben gewogen, welke weging ten aanzien van de eerste zending, die bestond uit 5 tonnen, een gewicht van 171,1 kilo opleverde en ten aanzien van de tweede zending, die bestond uit 4 plastic zakken, 49,25 kilo.

Het hof is van oordeel dat op grond van het voorgaande er geen redelijke twijfel over kan bestaan dat uit de desbetreffende partijen twee monsters zijn genomen, die bij onderzoek pseudo-efedrine bleken te bevatten. Dat niet meer in detail blijkt hoe de monsters genomen zijn of dat zij geen (identificeerbare) nummers hebben meegekregen, doet daar niet aan af.

Gelet op de wijze van verpakking van de eerste zending en de tweede zending en gezien het feit dat er vanuit elke zending een monster is genomen, mag er in rechte van worden uitgegaan dat de hoeveelheid pseudo-efedrine de hiervoor vermelde aantallen kilo's betrof.

Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.

feit 6: B05 B11 245 kilo

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen in de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 omtrent de aanwezigheid van deze stof is gebleken onvoldoende is om aan te nemen dat het daar om (pseudo)efedrine zou gaan. Om die reden kan ook niet worden aangenomen dat er opzet zou zijn op de productie van methamfetamine.

Ten aanzien van de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 moet uit de verklaringen van de [medeverdachte A.B.], in de kern inhoudend dat hij in die periode geen grondstoffen had gezien, worden afgeleid dat geen voorbereidingshandelingen zijn gepleegd, op grond waarvan vrijspraak moet volgen.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de zaaksdossiers B-03, B-05 en B-11 blijkt dat er sedert april 2006 sprake was van een partij van 210 voor ene [J.]. Uit de vele telefoontaps van gesprekken van o.a. [verdachte], [medeverdachte A.B.], [medeverdachte d B.] en [B.] komt naar voren dat het de bedoeling was deze partij te verzenden naar [J.] (uit nader onderzoek is gebleken dat deze [J.] [A.W.] betreft), maar dat die partij in juni/juli 2006 door de Congolese politie in beslag is genomen. Uit taps blijkt verder dat [verdachte] in die periode verschillende betalingen deed op verzoek van [B.] om deze partij bij de politie vrij te kopen. Voorts komt naar voren dat [medeverdachte A.B.] van 16 juni tot 23 juni 2006 in opdracht van [verdachte] in Congo was met het oog op de verzending van deze partij. Uit de in het kader van het aan Zwitserland gedane rechtshulpverzoek verkregen gegevens van [bedrijf [ ]] blijkt dat [R.W.] - zoals hiervoor reeds is aangegeven betreft dit een alias van [verdachte] - op 19 juni 2006 een email aan [K.M.] heeft verzonden over deze zending, waaruit blijkt dat deze van Kinshasa/Congo naar Sydney/Australië moet worden gezonden en dat het een partij betreft van 210 st Bags Deshydratant Desi Pak Sud Chemie met een bruto gewicht van 245 kilo.

Op 2 augustus 2006 om 11:54 uur vindt er een gesprek plaats tussen [B.] en [verdachte], waarin [B.] aangeeft dat hij het geld heeft en zo een afspraak heeft met de politiecommissaris. Daarna wil hij het naar de agent brengen, maar [verdachte] zegt dat hij dit niet moet doen, omdat de agent een probleem heeft in België. Op de vraag van [B.] of het laatste materiaal niet gevlogen is, antwoordt [verdachte] nee. Hij wil de agent en de vliegroute wijzigen en vraagt [B.] het materiaal voorlopig bij zich te houden. Aannemelijk is dat deze opmerking van [verdachte] slaat op het feit dat de eerdergenoemde partijen van 171 kilo en 49 kilo in België in beslag zijn genomen.

[medeverdachte A.B.] heeft verklaard (op 29 mei 2008 bij de politie) dat met die 210 kilo voor [J.] in Australië enorm is geschoven in Congo en dat hij weet dat die partij uiteindelijk bij Zilverrug (alias voor [B.]) terecht is gekomen.

Vervolgens heeft [medeverdachte A.B.] verklaard (op 16 juni 2008 bij de politie) dat hij in februari 2007 voor 5 weken naar Congo is geweest, waarbij het doel was de partij van die 210 weer te zien. [B.] hield hem toen aan het lijntje en zei dat de goederen van [medeverdachte d B.] waren, terwijl [verdachte] ze betaald had. Hij moest toen weer grondstoffen in Congo gaan verzenden.

Voorts is er een telefoontap van 27 januari 2007 om 15:43 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte vd B.], waarin [verdachte] het volgende zegt: "... gisteren, [J.P.] had nog wat afgegeven aan die zwarte (het hof begrijpt: [medeverdachte R.]), toen heb ik even over de telefoon met hem onderhandeld over wat hij nodig had, eerst wilde hij 50% betalen tegen de airway bill. Ik zei dat doe ik niet, maar ik heb een deal gemaakt met hem. We doen 2, 1600 per stuk en 50% direct betalen en 50% als het er is. Het is een hele goede deal, want dan krijgen we een stukje ruimte en het is een makkelijkere onderhandelingspositie naar die zwarte. Het moet natuurlijk ook allemaal verpakt worden, dat we er verstandig aan doen om [medeverdachte A.B.] te sturen. ... We zeggen niks tegen [medeverdachte A.B.] en pas als hij daar is en de tweede gaat aan de gang dan zeggen we oke de tweede gaat, je moet even wat langer blijven."

[medeverdachte vd B.] zegt vervolgens: "Weet je als het goed loopt dan maakt het allemaal niks uit die extra uitgaven, we gaan er toch vanuit dat het allemaal goed gaat deze keer."

[verdachte] reageert dan met: "Ja, die [medeverdachte R.] krijgt het druk, die moet het regelen voor ze. Dus ik heb gezegd 16 ... als ik klaar ga zetten wil ik voor dat ik klaar ga zetten geld hebben. Dus hij zegt ja oke. Ik zeg 50% en 50% achteraan is het hier dezelfde dag."

In een sms-bericht op 6 februari 2007 om 22:57 uur van [verdachte] aan [medeverdachte vd B.] wordt geschreven: "om 12.30 uur hebben we [medeverdachte R.] op het hoekje. Maar heb geen tijd voor de rest want moet [medeverdachte A.B.] regelen (gaat 's avonds weg) en papieren van mike voor blond."

Op 13 februari 2007 om 11:51 uur is er een gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte vd B.], waarin [verdachte] vraagt of [medeverdachte R.] al wat heeft laten horen. [medeverdachte vd B.] zegt van niet[verdachte] antwoordt daarop dat: "oke dan is die waarschijnlijk een dag later terug, want hij zou gisteren terug zijn om ons wat te laten weten. Ik was toch eigenlijk benieuwd wat zijn voortgang was. Hij had zaterdag van mij alle papieren gehad, je weet wel, zoals was afgesproken, 4 pagina's fax, die heb ik naar hem gestuurd. Het was allemaal goed gegaan en alles was rond, dus hij zegt dan ben ik maandag weer terug en dan neem ik dinsdag contact met jullie op en dan rond ik het af."

Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] op 10 februari 2007 om 16:22 uur vanuit belhuis Tara te Amsterdam 4 faxberichten verzonden heeft met betrekking tot het transporttraject van de 245/210 kilo. Het gaat daarbij om:

Fax 1:

Dit faxbericht is verstuurd in de Engelse taal en namens het [bedrijf [ ]] Beirut, Libanon. Dit faxbericht is gericht aan het hotel Radisson SAS Haciendas, Cancun Mexico, kamer 1103. Op dit faxbericht staat met grote letters geschreven: Graag deze fax overhandigen aan kamer 1103. Verder staat op het faxbericht geschreven dat zoals afgesproken dit de fax betreft met de referenties en kopieën met betrekking tot de verzending. Dit faxbericht is ondertekend door [bedrijf [ ]].

Fax 2:

Dit faxbericht is verstuurd in de Engelse taal en namens het [bedrijf [ ]] Beirut, Libanon en is gedateerd op 10 februari 2007. Dit faxbericht is gericht aan het [bedrijf [ ]], Mexico City, Mexico ter attentie van [naam]. In dit faxbericht staat beschreven dat de verzending van de partij van 200 luchtdicht verpakte zakken in 14 kartonnen dozen Deshydratant Desi Pak (R) (Trockenmittel Desiccant Bag Sud Chemie (R) met een bruto gewicht van 250 kilo, klaar staat en gereed is voor verzending. De verzending is vanuit Kinshasa, Congo naar Mexico City, Mexico en zal plaatsvinden middels luchtvracht vervoerder SA Airlines en zal afhankelijk van het vluchtschema plaatsvinden op 19 februari.

Fax 3:

Dit faxbericht is verstuurd in de Engelse taal en namens het [bedrijf [ ]]i. Beirut, Libanon en is gedateerd op 10 februari 2007. Dit faxbericht is gericht aan het [bedrijf [ ]], Mexico City, Mexico ter attentie van [naam].

Dit faxbericht betreft een invoice met betrekking tot de partij van 200 luchtdicht verpakte zakken in 14 kartonnen dozen Deshydratant Desi Pak (R) Trockenmittel Desiccant Bag Sud Chemie (R) met een totaal bruto gewicht van 245 kilo met het bedrag van 16.000 dollar.

Fax 4:

Dit faxbericht is verstuurd in de Engelse taal en namens het [bedrijf [ ]] Beirut, Libanon en is gedateerd op 10 februari 2007.

Dit faxbericht is gericht aan het [bedrijf [ ]], Mexico City, Mexico ter attentie van [naam]. Dit faxbericht betreft een packing list met betrekking tot de partij van 200 luchtdicht verpakte zakken in 14 kartonnen dozen Deshydratant Dei Pak (R) (Trockenmittel Desiccant Bag Sud Chemie (R) met een totaal bruto gewicht van 245 kilo.

Gelet op de omschrijving van deze partij en de werkwijze en het transporttraject kan de conclusie worden getrokken dat dit exact dezelfde partij van 245 kilo betreft, die vanuit Kinshasa, Congo naar Sydney, Australië verzonden moest worden, maar waarvan de verzending niet heeft plaatsgevonden.

Uit opgevraagde informatie van de Mexicaanse autoriteiten (4e aanvulling RHV Mexico) blijkt dat in de periode van 8 tot 11 februari 2007 in kamer 1103 van het Radisson SAS Haciendas hotel te Cancun Mexico een persoon verbleef met de achternaam [medeverdachte R.]. Ook zijn de reisbewegingen van [medeverdachte R.] nagegaan, waarbij is gebleken dat alleen de bewegingen van binnenkomst zijn geregistreerd en dat [medeverdachte R.] op 15 januari 2007, 21 januari 2007 en 8 februari 2007 Mexico is binnengereisd via het vliegveld van Cancun Mexico.

Ook is uit onderzoek door de Mexicaanse autoriteiten gebleken dat het bedrijf Estrategia Global niet bestaat en ook [naam] bleek niet te achterhalen.

Gelet op het voorgaande in samenhang met de bewijsmiddelen, blijkt in voldoende mate van strafbare betrokkenheid van de verdachte bij dit feit, zoals in de bewezenverklaring vermeld.

Het hof overweegt eveneens dat, gelet op de bewijsmiddelen en het voorgaande, in het bijzonder hetgeen naar voren komt uit de op deze zending betrekking hebbende documenten, ook in het geval van deze zending in de periode 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 sprake was/moest zijn van de reisroute Congo-Mexico, dat ook in dit geval valse (bedrijfs)namen werden gebruikt door zowel [verdachte] als [medeverdachte R.] en dat [medeverdachte A.B.] weer naar Congo moest om de partij te verpakken. Dit alles levert naar het oordeel van het hof opvallende overeenkomsten op met de eerder omschreven partijen uit zaaksdossier B-05. Het hof merkt op dat sprake is van exact dezelfde hoeveelheid als bij de partij die in juli 2006 is getracht te verzenden aan [J.] in Australië, maar die bleef steken in Congo. Dit alles in onderling verband en samenhang beschouwd, mede gelet op de opmerking van [medeverdachte vd B.] in het tapgesprek van 27 januari 2008 (nr. 270050541, B11, p. 189-190) dat ze er van uit gaan dat het deze keer allemaal wel goed gaat, leidt het hof tot de conclusie dat er sprake is van een partij van bruto 245 kilo en netto ongeveer 210 kilo van een materiaal bevattende pseudo-efedrine of efedrine, die men uiteindelijk aanvang 2007 trachtte te verzenden vanuit Kinshasa naar Mexico ten behoeve van [medeverdachte R.] en/of een of meer klanten van [medeverdachte R.] en in de periode 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 getracht werd te verzenden naar [J.] in Australië.

Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.

feit 7: B11 50 kg Mexico

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en daartoe het volgende naar voren gebracht. Bij de fax betreffende de zending van [R.W.] zijn een factuur en een paklijst gevoegd, waaruit volgt dat er 70 kilo zou zijn verzonden, hetgeen niet de hoeveelheid is, die in de tenlastelegging is bedoeld. Niet blijkt dat [V.] in Mexico was begin juli 2006, zoals de rechtbank concludeerde.

Niet blijkt dat [R.W.], de verdachte, [K.M.] of andere verdachten iets te maken hadden met deze zending of het moedwillig veranderen van de omschrijving van de goederen, ook blijkt niet wat de inhoud was. Niet blijkt van verzending en aankomst van efedrine in Mexico, of dat deze bestemd was om methamfetamine van te maken.

Het hof overweegt als volgt.

Uit onderzoek van de gegevens die in het kader van het rechtshulpverzoek aan Zwitserland zijn verkregen uit het archief/administratie van het [bedrijf [ ]] en van de getuige [K.M.], alsmede de gegevens die zijn verstrekt in het kader van het rechtshulpverzoek aan België door het expeditie[bedrijf [ ]] en de getuige [J. v. M. ], blijkt dat tevens sprake is geweest van een transport van een partij van bruto 58 kilo Deshydratant. Deze partij bestond uit twee plastic zakken in twee kartonnen dozen en is op 1 juli 2006 verzonden vanuit Kinshasa/Congo naar de luchthaven van Brussel, in opdracht van [R.W.] (het door [verdachte] gebruikte alias) van het [bedrijf [ ]] te Israël (het dekmantel bedrijf van [verdachte]) middels het transport/expeditie [bedrijf [ ]] te Zwitserland. Voorts is ook in dit geval gebleken dat [J. v. M. ] van het [bedrijf [ ]], middels tussenkomst van [K.M.] van [bedrijf [ ]], van [R.W.] opdracht heeft gekregen om de omschrijving van de partij van 58 kilo deshydratant in België te wijzigen in Vegetable Extracto en aldus door te verzenden naar Mexico, met als bestemming eveneens het (niet bestaande) bedrijf [bedrijf [ ]] te Mexico ter attentie van mr. [naam]. Deze partij is vervolgens door [bedrijf [ ]] op 4 juli 2006 door verzonden naar Mexico. Dit is ook door [J. v. M. ] bevestigd (verhoor d.d. 6 augustus 2008, RHV België).

Uit het dossier blijkt verder dat [R.W.] ([verdachte]) op 22 juni 2006 een fax aan [K.M.] van [bedrijf [ ]] heeft gestuurd met daarbij een invoice/factuur en een packinglist gericht aan Comercio Intergral. Op deze documenten staan het aan de klant berekende bedrag, de omschrijving van de goederen, de hoeveelheid, het product en de wijze van verpakken te weten: 50 units in plastic verpakt in kartonnen dozen met een bruto gewicht van 70 kilo. Dit komt overeen met het overzicht op de bij [v L.] aangetroffen externe harde schijf/[verdachte] (E-B PV Bevindingen d.d. 28 oktober 2008, pagina's 5-6).

Een en ander wordt ook ondersteund door onder andere een telefoontap van 21 juni 2006 om 09:34 uur van een gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte A.B.], waarin [medeverdachte A.B.] zegt: "Ik heb nu alleen staan dat van [J.], die 50 van die [V.] (het hof begrijpt hier en hieronder: [V.]) en 50 extra en voor de rest nog niks." [verdachte] zegt: "Even allemaal recapituleren, [J.] staat klaar, de 50 voor die Ton staat klaar, ja die twee staan klaar. Dan is er nog 50 bij, daar is nog niks mee gebeurd ..... we moeten twee keer 100 hebben in drums. Waarschijnlijk gaat die 50 die je nu nog hebt staan met die ene zending mee, die moet dan ook in drums...maar gaat dat niet door, dan gaat die 50 naar die Ton toe en kan het blijven zoals het is."

Op 4 juli 2006 om 17:40 uur vond een gesprek plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte A.B.], waarin [verdachte] zegt: "Ik heb nou ook aan die [V.] die papieren gegeven en nou is alles onder controle, het is pas twee uur geleden. Ik ben de hele dag bezig geweest en toen had ik inmiddels de airway bill voor dat van die [V.] gehad en die moest ik ook weer effe langs brengen."

[verdachte] heeft bovendien verklaard dat de klant 50% vooruit betaalde en 50% bij aflevering van airway bill.

[medeverdachte A.B.] heeft (op 10 juni 2008 bij de politie) verklaard dat hij de goederen voor die [V.] 1 en 2 heeft klaargezet, hij heeft voor die [V.] goederen klaargezet.

Voorts blijkt uit de informatie van de Mexicaanse autoriteiten (B05-00238 en RHV Mexico 4de aanvulling) dat deze [V.] op 27 juni 2006 Mexico is binnengereisd en daar tot 11 juli 2006 verbleven heeft.

Uit de bewijsmiddelen en het voorgaande blijkt voldoende van strafbare betrokkenheid van de verdachte bij dit feit, zoals in de bewezenverklaring vermeld.

Het hof overweegt in navolging van de rechtbank eveneens dat ten aanzien van dit transport sprake is van dezelfde werkwijze als ten aanzien van de 171,1 kilo en de 49,25 kilo die op 24 juli 2006 in Brussel in beslag zijn genomen. Dit, aangezien het hier een transport betreft van een hoeveelheid goederen over het traject Kinshasa (Congo) - Brussel (België) - Mexico Stad (Mexico), waarvan de omschrijving door [J. v. M. ] in Brussel werd gewijzigd c.q. gewijzigd moest worden, waarbij de opdrachtgevers van het transport gebruik maakten van dezelfde valse namen en waarbij verder dezelfde groep betrokken was als bij het transport van de in Brussel in beslag genomen partijen. Voldoende aannemelijk is daarom dat ook deze stof pseudo-efedrine of efedrine betrof.

Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.

feit 9: B12 Pakistan

De verdediging heeft met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte bij dit feit het volgende betoogd.

De verdachte heeft niet geweten van de illegale toepassing van efedrine.

De verdachte heeft eerder verklaard dat hij 5 maanden voor zijn aanhouding een documentaire zou hebben gezien met betrekking tot de toepassing van (pseudo)efedrine voor de productie van methamfetamine, op welk moment hij voor het eerst over deze toepassing hoorde. Hij heeft zich echter vergist met betrekking tot de datum van de documentaire. Die bleek op 15 april 2008 te zijn uitgezonden. Vanaf die datum zou dus eventueel pas de voorbereiding kunnen worden bewezen, echter de containers waren toen al in Australië aangekomen. Zijn handelingen zagen voorts niet op 600 kilo, maar hoogstens op 300 kilo, aangezien de leverancier er uit zichzelf 300 kilo bij zou doen. De verdachte heeft alleen rijst getransporteerd. Het voeren van gesprekken over 300 kilo efedrine kan niet zien op een begin van voorbereidingshandelingen. Een vrijspraak bij gebrek aan overtuiging dient daarom te volgen.

Het hof overweegt dat het verweer zijn weerlegging vindt in hetgeen hiervoor ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de (pseudo)efedrine en de opzet van de verdachte is overwogen, terwijl het "een hoeveelheid" zal bewijzen, zodat in het kader van de bewijsvraag uitsluitsel over de vraag op welke hoeveelheid de opzet precies was gericht niet nodig is.

feit 1: B00 criminele (drugs)organisatie

De verdediging heeft naar voren gebracht dat van een criminele organisatie met het oogmerk valsheid in geschift te plegen geen sprake kan zijn, nu het openbaar ministerie hier doelt op de door de verdachte en zijn echtgenote, de [medeverdachte v V.], gepleegde valsheid in geschrifte. Nu er van een van de valsheidsincidenten vrijspraak moet volgen, kan er geen sprake zijn van een organisatie van de verdachte en zijn echtgenote.

Ook overigens is er geen bewijs voor een criminele organisatie en ontbreekt het dubbel opzet.

Het hof overweegt als volgt.

Wettelijk en juridisch kader (criminele) organisatie

Aan de verdachte wordt verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had misdrijven te plegen. Dit is strafbaar gesteld in artikel 140 Sr en - voor zover het gaat om bepaalde misdrijven omschreven in de Opiumwet - sinds 1 juli 2006 in artikel 11a van de Opiumwet.

Artikel 140, eerste lid, Sr luidt (en luidde, afgezien van de maximale strafbedreiging, die met ingang van 26 februari 1999 met een jaar werd verhoogd, in de in de tenlastelegging bedoelde perioden):

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Aan deze strafbaarstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de openbare orde beschermd dient te worden tegen organisaties die beogen misdrijven te plegen. Het gaat hier om een zelfstandig strafbaar feit. Het doet er niet toe of de misdrijven, waarop de organisatie het oog heeft, zijn gepleegd dan wel pogingen daartoe zijn ondernomen of zelfs maar strafbare voorbereidingen daartoe zijn getroffen. Evenmin is van belang of een deelnemer aan de organisatie heeft meegedaan aan misdrijven die door andere deelnemers daaraan zijn gepleegd (of zijn gepoogd te plegen of voorbereid). Niet is vereist dat een deelnemer aan de organisatie enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad. Een persoon is strafbaar louter vanwege zijn (opzettelijke) deelneming aan die organisatie.

Volgens bestendige jurisprudentie moeten onder een organisatie en deelneming daaraan als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan:

Een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat een persoon om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt moet hebben samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.

Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling, een bepaalde hiërarchie en/of geledingen. Dit zijn echter geen constitutieve vereisten om van een samenwerkingsverband te kunnen spreken.

Niet is vereist dat het samenwerkingsverband steeds uit dezelfde personen bestaat of dat alle deelnemers elkaar kennen. Evenmin is vereist dat ten aanzien van alle deelnemers blijkt van een gestructureerde vorm van samenwerking met een of meer andere deelnemers aan de organisatie. Wel is vereist dat de deelnemers opzet hadden op het deelnemen aan deze organisatie, waartoe het voorwaardelijk opzet onvoldoende is. Daartoe dient vast komen te staan dat zij gedurende zekere tijd hebben samengewerkt met ten minste een van de andere deelnemers aan de organisatie en dat zij in zijn algemeenheid weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Die samenwerking dient voorts te hebben bestaan uit het hebben van een aandeel in -, of het leveren van een bijdrage aan gedragingen, die strekten tot verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.

Feitelijke invulling

Samenwerkingsverband

Deels in lijn met de rechtbank stelt het hof het volgende vast.

Uit de bewijsmiddelen die in de afzonderlijke zaaksdossiers worden gebruikt en hierna worden vermeld komt het volgende naar voren.

[verdachte] heeft zich gedurende een periode van ruim twee jaar bezig gehouden met de handel en het transport in/van (pseudo)efedrine. Bij de - voorbereidingen van - de verschillende transporten was telkens een vaste groep personen betrokken.

[verdachte] heeft in een van zijn politieverhoren over het zaaksdossier B-05 verklaard, dat de personen die van het project afwisten (en aan wie hij steeds refereert met 'we' en 'ons') waren: [J.P.], [medeverdachte C.], [medeverdachte A.B.] en zijdelings [medeverdachte B.].

In een van zijn politieverhoren over het zaakdossier B-12 verklaarde [verdachte] dat, toen de contacten met [medeverdachte d B.] in het begin van 2007 waren afgesloten en er problemen waren met de leveringen van de (pseudo-)efedrine uit Congo, "wij" dit project hebben gestaakt en "wij" geen bron meer hadden. Met "wij" bedoelde [verdachte] in elk geval zichzelf en [J.P.], [medeverdachte A.B.], maar ook [medeverdachte C.].

[verdachte] heeft bovendien verklaard dat hij diverse personen over een periode van een jaar had betaald, vooruitlopend op een mogelijke winst, onder wie [medeverdachte C.] (€ 10.000,-), [J.P.] (€ 5.000,-) en ook [medeverdachte A.B.]). Indien het B-12 traject zou zijn geslaagd, zou de netto winst worden verdeeld onder in elk geval hemzelf, [medeverdachte C.], [J.P.] en [medeverdachte A.B.].

Hierna zal ten aanzien van elk van de verdachten afzonderlijk worden besproken wat zijn rol was. Ook uit hetgeen daar is opgenomen, blijkt dat er sprake was van een vaste groep personen die (telkens) met elkaar samenwerkten bij de - voorbereidingen van de - verschillende transporten. Het hof is dan ook van oordeel dat tussen de genoemde verdachten een samenwerkingsverband bestond.

Gelet op de lengte van de periode waarin de verschillende - voorbereidingen van de - transporten en (aldus) de samenwerking van de verdachten hebben/heeft plaatsgevonden, is het hof voorts van oordeel dat het samenwerkingsverband een duurzaam karakter had.

Gestructureerd samenwerkingsverband

Daarnaast was dit duurzame samenwerkingsverband gestructureerd van aard. Over de "rolverdeling" van de verschillende verdachten in deze samenwerking, overweegt het hof het volgende.

[verdachte]:

[medeverdachte A.B.] verklaarde over [verdachte] dat hij "de baas, opdrachtgever, baas, you name it" was en dat volgens hem [verdachte] "de bovenkant van de piramide" was. Verder verklaarde hij dat [verdachte] niet iemand was om de touwtjes te laten vieren en dat hij aan [J.P.] en [medeverdachte A.B.] opdrachten gaf: "We kregen bij La Place dan briefjes met daarop de dingen die we moesten doen."

Dat [verdachte] "de baas" zou zijn, wordt in diverse telefoongesprekken bevestigd, onder meer in een telefoongesprek, gevoerd op 31 mei 2006, tussen [verdachte] en [medeverdachte C.]. [verdachte] zegt in dat gesprek: "Ik ben de baas, dus hij doet precies wat ik hem zeg dat hij moet doen" en: "Als je met mij bent, dan doe je het precies zoals ik het wil doen. Want ik denk eerst erover na, weet je, voordat ik iets doe." Dit gesprek gaat over het handelen van [medeverdachte A.B.] in zaaksdossier B-03. In een ander telefoongesprek, gevoerd tussen [verdachte] en [J.P.], op 19 november 2007 - over het (dis)functioneren van [medeverdachte A.B.] in Pakistan - zegt [verdachte]: "Hij (het hof begrijpt: [medeverdachte A.B.]) zegt nou luister de beste stuurlui staan aan wal. Ik zeg ben je helemaal besodemieterd, klootzak dat je er bent, ik zeg ik neem al het risico, het is mijn poen wat ik er in stop, ik neem alle risico voor het geld en dan ga jij mij vertellen dat ik de beste stuurlui hen die aan wal staat, ik zeg door mij zit jij daar op het schip. (...) Ik zeg dan kom je nu terug, nee ik wil het nu afronden, ik zeg wat wil jij nou afronden jongen, je moet gewoon doen wat ik zeg, en als ik zeg dat je twee weken in een hotelkamer gaat zitten en je nintendo gaat spelen, dan ga je dat doen en als je dat niet wilt dan stuur ik iemand anders die wil. (...) Het is godverdomme continue hetzelfde, je bent afhankelijk van de zwakste schakel, echt waar." [J.P.] praat met [verdachte] over [medeverdachte A.B.] en zegt later in het gesprek: "Ik ben niet zo handig, maar ik bedoel met z'n tweeën komen wij er wel uit hoor, dit schiet niet op, maar je moet met de juiste mensen gewoon duidelijk(e) afspraken (maken), hij moet zich er ook niet mee gaan bemoeien, gewoon doen wat die doen moet en meer niet klaar." [verdachte] vervolgt: "Nee, maar hij begrijpt het niet, hij denkt dat hij het daar bepaalt, nee ik bepaal het en hij voert het uit want ik heb 100% informatie en hij heb 30% informatie en ik ben 2 keer zo slim of 10 keer zo slim als hij, dus hij moet zich er gewoon niet mee bemoeien (...) hij moet gewoon doen wat ik zeg." [J.P.] zegt dat hij ook wel dingen goed heeft gedaan, maar dat hij nu een stoorzender wordt. Aan het einde van het gesprek zegt [verdachte] dan nog: "Ik ben continue alles aan het doen, kijk we zijn met z'n vijven, ja." [J.P.] reageert door te zeggen: "Ja, dat begrijp ik, jij trekt echt de kar dat hoef je mij niet te vertellen." [verdachte] zegt: "(Het) kan natuurlijk niet zo zijn dat ik straks met alle respect voor jullie allemaal tussen iedereen door moet fietsen om iets voor mekaar te krijgen en als enige een soort vliegende keep ga worden dat red ik niet hoor, ik zeg dat kan ik alleen maar doen als degene die iets doet het ook goed doet, ik kan niet iedereens werk twee keer doen." In dit gesprek komt ook [medeverdachte C.] ter sprake. In een telefoongesprek met [medeverdachte C.] op 18 januari 2007 zegt [verdachte] tot slot: "En ik heb 7, 8 mensen die aan het project werken en wie doet het werk? Ik doe het werk." Ook zegt hij dat als iemand een fout maakt, hij moet betalen.

[medeverdachte C.]:

[verdachte] verklaarde over [medeverdachte C.] dat die zijn zakenpartner is, dat ze veel projecten samen hebben gedaan en dat [medeverdachte C.] zijn vriend en vertrouweling is. [verdachte] verklaarde dat [medeverdachte C.] wist waar hij mee bezig was en hem adviseerde. Daarnaast fungeerde [medeverdachte C.] soms als een uitlaatklep voor de frustraties van [verdachte]. [medeverdachte v V.] verklaarde dat [medeverdachte C.] een vertrouwenspersoon was van [verdachte], ook op het gebied van de handel in grondstoffen. Dit blijkt ook duidelijk uit de informatie die [verdachte] met [medeverdachte C.] deelt in de vele telefoongesprekken tussen hen, waarin [verdachte] bijvoorbeeld vertelt, dat [J.P.] zich weer een lid van het geheel voelt, dat hij een voorstel voor [J.] dat [J.P.] heeft meegenomen moet lezen en wat de actuele stand van zaken is met betrekking tot verschillende transporten. Daarbij valt op dat [medeverdachte C.] regelmatig in de tapgesprekken (op 10 mei 2006 te 09.27 uur, nr. 260093783, B00/3 p.670-672// op 7 juni 2006, 11.19 uur, nr. 260127036, B00/3 p. 677-678// op 10 juni 2006, 20.22 uur, nr. 260132414, B 00/3, p.653-659// op 19 januari 2007, 14.52 uur, nr. 270033167, B 00/3, p.713-714) in de 'wij'-vorm (mee)praat over de gang van zaken. [medeverdachte C.] is volledig op de hoogte van de - voorbereiding van de - diverse transporten (er wordt een keer over "onze verzending" gesproken) en hij levert daaraan telkens een wezenlijke bijdrage, door bijvoorbeeld valse stukken op te maken, de contacten met de transporteur te onderhouden en de contacten met (een van) de afnemer(s).

Daarnaast is gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte C.] regelmatig naar Dubai reisden, waar zij besprekingen voerden met mogelijke leveranciers en afnemers zoals [J.], [naam], [naam] en [medeverdachte N.]. Over de rol van [medeverdachte C.] verklaarde [verdachte]: "[medeverdachte C.] en ik deden de administratie en de papieren afhandelingen, zoals de facturen en de Bill of Lading controleren en de certificaten.

[medeverdachte B.]:

Over [medeverdachte B.] verklaarde [verdachte] dat hij de persoon was, die de klanten regelde, maar dat hij hem ook zag als "persoon die in projecten mee zou delen". Tevens verklaarde [verdachte] dat hij via [medeverdachte B.] in contact was gekomen met [medeverdachte R.], met [S.H.], die door [medeverdachte B.] was geïntroduceerd als mogelijke klant die interesse had in efedrine, met [V.] en met [medeverdachte H.] en [medeverdachte D.]. [medeverdachte B.] had [V.] en [medeverdachte R.] geïntroduceerd als klanten voor efedrine voor bestemmingen buiten Europa. [medeverdachte A.B.] verklaarde over [medeverdachte B.] en [medeverdachte R.]: "[medeverdachte B.] en [medeverdachte R.] hadden [verdachte] nodig, ze zagen hem een beetje als de Albert Heijn. [verdachte] was namelijk de leverancier van het spul uit Congo." Het voorgaande blijkt ook (onder meer) uit een telefoongesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte vd B.], waarin laatstgenoemde zegt: "[medeverdachte R.] is naar ons toegebracht door die boer (...)" en verderop: "die boer is ( ...) commissionair die brengt mensen bij ons (...)." [verdachte] vult dit als volgt aan: "En als wij deals met hem doen en het komt van ons uit zoals die nieuwe dan doet hij gewoon mee maar hij doet dan gewoon mee met ons... maar dan kopen we ook samen.

[J.P.]:

Over [J.P.] verklaarde [verdachte] dat hij een vriend, vertrouweling en reispartner was en later "bepaalde zaken" voor hem regelde. Daarnaast verklaarde [verdachte] dat hij via [J.P.] in contact was gekomen met [medeverdachte A.B.], [medeverdachte vd B.], [medeverdachte d B.] en [J.]. [J.P.] werd steeds van de lopende zaken op de hoogte gehouden en bovendien was hij aanwezig bij verschillende ontmoetingen, ook in Pakistan, had hij contacten met de medeverdachten en in ieder geval één klant ([J.]) en zorgde hij voor de nieuwe telefoons en sim-kaarten.

Over de rol van [J.P.] verklaarde [verdachte]: "Met Jan ging ik op reis en [J.P.] deed de faxen en e-mails en telefoonverkeer. [medeverdachte A.B.] verklaarde dat [J.P.] en [verdachte] "kennissen met belangen" zijn. "Dat heeft te maken met het product in Congo. [J.P.] had als rol, [verdachte] zei wel eens letterlijk, in het Italiaans dat hij zijn consiglieri was. [verdachte] gebruikte [J.P.] net als mij, om er beter van te worden. [verdachte] had [J.P.] nodig als back-up in een gesprek. [verdachte] had [J.P.] nodig voor zijn kennis en contacten. [verdachte] gebruikte [J.P.] als klankkast (...) Het is ook zeker iemand die [verdachte] als protectie ziet. [J.P.] is wel oud maar nog steeds snel".

[medeverdachte A.B.]:

[verdachte] heeft over [medeverdachte A.B.] verklaard dat hij de uitvoerende handelingen deed en op reis ging. "[medeverdachte A.B.] deed de uitvoering, controle van de goederen en reizen", aldus [verdachte]. [medeverdachte A.B.] heeft dit bevestigd. Daarnaast verklaarde hij dat hij - evenals [J.P.] - van [verdachte] opdrachten kreeg door middel van briefjes. Dat [medeverdachte A.B.] voornamelijk uitvoerende taken had, blijkt zeer treffend uit het reeds genoemde telefoongesprek van 19 november 2007 tussen [verdachte] en [J.P.] over het (dis)functioneren van [medeverdachte A.B.] in Pakistan. In een net daarvoor gevoerd gesprek beklaagt [verdachte] zich er tegen [J.P.] over dat "[medeverdachte A.B.]" ([medeverdachte A.B.]) verkeerde informatie heeft doorgegeven en teveel zelf is gaan denken: "Hij voelt zich daar dan weer belangrijk en dan gaat hij weer allerlei dingen lopen roepen. (...) Je wilt hem steeds een kans geven maar hij doet gewoon niet wat we afspreken. (...) Ja wel maar wat doet hij daar dan met zijn dikke kop, alleen maar problemen veroorzaken. Hij moet daar zitten en hij hoeft niet te onderhandelen. Ik onderhandel en jij geeft mij de juiste informatie. Ik moet 100 procent op jouw informatie kunnen vertrouwen." [J.P.] zegt dat ze er anders zelf naar toe gaan. In het daaropvolgende, reeds aangehaalde, telefoongesprek zegt [verdachte] (in aanvulling op hetgeen hiervoor reeds is weergegeven): "Ja, hij moet alleen maar de doorgeefluik zijn, hij is de chinees. meer is ie niet, heel belangrijk maar meer is ie niet, hij is niet de klant, hij is niet de kok, hij is de doorgeefluik" en later: "(...) hij moet daar alleen maar zitten voor de informatie en de dingen doen die wij zeggen, hij gaat zelf dingen lopen denken, hij gaat zichzelf een hele andere rol toebedenken dan die is, hij is niet meer dan een loopjongen daar die goed zijn geld kan verdienen die heel belangrijk is maar een loopjongen."

Oogmerk

Het aldus duurzame en gestructureerde samenwerkingsverband van [verdachte] en de andere verdachten had als oogmerk het plegen misdrijven strafbaar gesteld - kort gezegd - in de Wet Economische Delicten in samenhang met de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (zoals bij het tweede gedachtestreepje ter zake is vermeld) en valsheid in geschrifte, te weten (zo moet de tenlastelegging worden opgevat) de valsheid die samenhing met de verzending van de partijen (pseudo)efedrine, zoals valse/vervalste facturen en paklijsten.

Dit volgt uit al hetgeen hiervoor is overwogen, in onderling verband en samenhang beschouwd. Niet blijkt dat de (criminele) organisatie ook tot oogmerk had het plegen van witwassen. Ook is niet bewezen dat de organisatie het oogmerk had op het plegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a Opiumwet, nu het opzet op het plegen van die misdrijven slechts bij één deelnemer, te weten [verdachte], kan worden vastgesteld, naast zijn opzet op overtreding van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, en aldus niet als oogmerk van de organisatie kan gelden.

Zoals eerder overwogen doet daar niet aan af dat niet alle deelnemers opzet hadden op alle misdrijven waarop de organisatie het oogmerk had.

Op grond van de bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan bovenstaande criminele organisatie. Het bewijs van het (dubbele) opzet van de verdachte, zowel op de deelname aan de organisatie, als op het oogmerk van deze organisatie, volgt uit de bewijsmiddelen en uit hetgeen hiervoor over de rol en het handelen van de verdachte is overwogen.

Deelneming

Op grond van de bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan bovenstaande criminele organisatie. Het bewijs van het (dubbele) opzet van de verdachte, zowel op de deelname aan de organisatie, als op het oogmerk van deze organisatie, volgt uit de bewijsmiddelen en uit hetgeen hiervoor over de rol en het handelen van de verdachte is overwogen.

Voorts was [verdachte], naar uit het bovenstaande volgt, de onbetwiste leider van de organisatie.

feit 10: gewoontewitwassen

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en daartoe het volgende naar voren gebracht.

Contante stortingen:

Het dossier laat alleen de overzichten van de Nederlandse banken zien, niet die van de buitenlandse. Daardoor is dubbeltelling in verband met opnames van die buitenlandse rekeningen niet uit te sluiten.

Moneytransfers:

Deze zeggen niets over de herkomst van het geld, laat staan over de wetenschap of het redelijk vermoeden van de verdachte dat die gelden van misdrijf afkomstig waren.

Gebruik creditcard:

Niet is gebleken dat dit geld van misdrijf afkomstig was.

Contante bedragen uit telefoongesprekken:

Het staat niet vast dat de bedragen daadwerkelijk zijn betaald of dat het zwart geld was.

Het hof overweegt als volgt.

Met de verdediging is het hof van oordeel dat ten aanzien van de gelden die de verdachte met de creditcard van [medeverdachte d B.] heeft opgenomen, niet bewezen kan worden dat deze van misdrijf afkomstig waren en dat de verdachte dit wist. Dit is onvoldoende komen vast te staan.

Ten aanzien van de overige geldbedragen genoemd in de tenlastelegging geldt het volgende.

Gedurende de onderzoeksperiode van het onderzoek Mayer is door de Nationale Recherche en de FIOD-ECD een financieel onderzoek gedaan ten aanzien van verdachten [verdachte] en [medeverdachte v V.].

[verdachte] is in gemeenschap van goederen getrouwd met [medeverdachte v V.].

Contante stortingen op bankrekeningen

In de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 mei 2008 zijn regelmatig contante stortingen gedaan door [verdachte] en/of [medeverdachte v V.] op de privé rekeningen van [verdachte] en/of [medeverdachte v V.].

Het betreft de volgende rekeningen:

a- Rabobankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte] en [medeverdachte v V.];

b- ABN-Amrorekening met rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte] en [medeverdachte v V.];

c- SNS-bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [verdachte].

Het betreft de volgende bedragen.

In de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 in totaal een bedrag van € 38.470,08 (Rabo) en € 3.100,- (SNS);

in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 in totaal een bedrag van € 73.273,14 (Rabo);

in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 in totaal een bedrag van € 71.891,03 (Rabo) en in totaal een bedrag van € 21.980,- (ABN-Amro);

in de periode 1 januari 2008 tot en met mei 2008 in totaal een bedrag van € 28.077,03 (Rabo) en in totaal een bedrag van €5.650,- (ABN-Amro) en in totaal een bedrag van € 5.000,- (SNS).

Dit betekent dat in de gehele periode (1 januari 2005 tot en met mei 2008) een totaalbedrag van

€ 247.441,28 contant op de bovengenoemde rekeningen is gestort. Uit tapgesprekken is gebleken dat deze contante stortingen veelal werden gedaan door [medeverdachte v V.] en dat geldbedragen aanwezig waren in de woning van het echtpaar.

Op de bedrijfsrekeningen van bedrijven van de verdachte, waarover hij kon beschikken, zijn in contanten gestort:

In de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 in totaal een bedrag van

€ 2.600,- (ABN-Amro : [bedrijf 2])

€ 100,- (ABN-Amro: [bedrijf 3])

in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 in totaal een bedrag van

€ 5.370,- (ABN-Amro: [bedrijf 1])

€ 13.340,- (ABN-Amro: [bedrijf 2])

€ 1.750,- (ABN-Amro: [bedrijf 3])

in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 in totaal een bedrag van

€ 12.540,- (ABN-Amro: [bedrijf 2])

€ 1.500,- (ABN-Amro: [bedrijf 3]).

Money transfers

In de periode van 19 juni 2006 tot en met 20 september 2007 zijn in totaal 13 money transfers uitgevoerd via Western Union in relatie tot [verdachte] en/of andere medeverdachten. Uit de transactiegegevens van Western Union blijkt dat in de periode van 19 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 vijf money transfers hebben plaatsgevonden voor een totaalbedrag van € 21.500,-, welk bedrag in drie gevallen is overgemaakt aan [B.] te Congo en in twee gevallen aan [medeverdachte A.B.], eveneens in Congo. Een van de money transfers aan [B.] (d.d. 30 juni 2006) is overigens op naam van [medeverdachte A.B.] verricht. Gezien een tapgesprek van 30 juni 2006 waarin [medeverdachte A.B.] het nummer van de transactie aan [verdachte] doorgeeft is het hof van oordeel dat [medeverdachte A.B.] deze money transfer aan [B.] in opdracht van [verdachte] heeft verricht.

Uit de transactiegegevens van Western Union blijkt eveneens dat in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 16 augustus 2006 vijf money transfers hebben plaatsgevonden voor een totaalbedrag van € 22.418.10. Dit bedrag is in drie gevallen overgemaakt aan [B.] te Congo, eenmaal aan [verdachte] in Congo en eenmaal van [medeverdachte A.B.] aan [B.] in Congo. Gezien een tapgesprek van 22 juni 2006, waarin [verdachte] zegt dat hij niet steeds hetzelfde kantoor kan gebruiken om geld te storten onder zijn privénaam, is het hof van oordeel dat [verdachte] zijn betrokkenheid bij de transacties wilde verhullen. Daarnaast blijkt uit het eerder aangehaalde tapgesprek van 30 juni 2006 dat [medeverdachte A.B.] in opdracht van [verdachte] een transactie heeft uitgevoerd. Het hof acht het derhalve aannemelijk dat de transactie van 16 augustus 2008, welke eveneens door [medeverdachte A.B.] is verricht, ook in opdracht van [verdachte] is gedaan.

Voorts is uit de transactiegegevens van Western Union gebleken dat op 6 september 2006 een money transfer heeft plaatsgevonden door [verdachte] aan [B.] in Congo voor een bedrag van € 2.483,-. Op 28 februari 2007 heeft voorts een money transfer plaatsgevonden door [J.P.] aan [medeverdachte A.B.] in Congo, waarbij een bedrag van € 1.000,- werd overgemaakt.

Op 19 september 2007 heeft nog een money transfer plaatsgevonden door [verdachte] aan [medeverdachte A.B.] in Congo, waarbij een bedrag van € 1.439,- werd overgemaakt.

Uit een tapgesprek van 19 september 2007 blijkt dat [verdachte] die dag naar [medeverdachte A.B.] heeft gebeld om door te geven welk betalingsnummer hij nodig had hij Western Union, alsmede vanuit welke plaats [verdachte] het geld heeft verstuurd. De vermelding bij de money transfer is de hoofdstad 'Karachi'.

Geldbedragen genoemd in telefoon gesprekken

Voorts is uit verschillende tapgesprekken gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte v V.] over grote geldbedragen hebben beschikt. Zo wordt op 10 april 2006 door [verdachte] gezegd dat [medeverdachte v V.] 'veertig moet geven', waarop [medeverdachte v V.] vraagt of dat met drie nullen is, hetgeen door [verdachte] wordt bevestigd.

Het hof overweegt dat aannemelijk is dat hiermee door [verdachte] is bedoeld 40.000 euro.

Op 14 juli 2006 heeft [verdachte] een gesprek in het Engels met een onbekende man, waarin hij zegt dat hij 20.000 dollar heeft gestuurd. Op 18 juli 2006 heeft [verdachte] wederom een gesprek in het Engels met een onbekende man, waarin hij bevestigt dat hij de 10.000 euro van de onbekende man heeft.

De onbekende man zegt dat [verdachte] de 10.000 voor de 50 kilo mee moet nemen naar Dubai.

Ten slotte is uit een fax aan de Belastingdienst d.d. 16 juni 2007, verzonden op 17 juni 2007 gebleken dat [verdachte] een bedrag van € 2.661.- met betrekking tot de inkomstenbelasting van 2002 aan de Belastingdienst heeft gestort op 16 juni 2007.

Aankoop Dodge Caliber

Eind 2007 hebben [verdachte] en [medeverdachte v V.] bij het [bedrijf [ ]] te Almere een personenauto van het merk Dodge, type Caliber, besteld. Op 11 mei 2007 is deze auto betaald en geleverd. Het aankoopbedrag van € 29.800.- is contant voldaan door [verdachte] en [medeverdachte v V.]. Free Road heeft daarom een Melding Ongebruikelijke Transacties gedaan, aangezien het een contante betaling van meer dan 15.000 euro betreft. Uit tapgesprekken tussen [verdachte] en een medewerker van Free Road en gesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte v V.] blijkt dat [verdachte] het geld voor de auto van een rekening in het buitenland, waarschijnlijk in Duitsland, heeft opgenomen.

Uit het financiële onderzoek naar de verdachte [verdachte] is verder gebleken dat in de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 mei 2008 er vrijwel geen zakelijke transacties hebben plaatsgevonden in de vennootschappen van [verdachte]. Ook [medeverdachte v V.] heeft verklaard dat de bedrijfsactiviteiten stil lagen. In deze periode hebben [verdachte] of zijn echtgenote echter wel verschillende stortingen gedaan tot in totaal grote bedragen, heeft [verdachte] een auto gekocht en moneytransfers gedaan.

[medeverdachte v V.] heeft bij de politie verklaard dat de op de banken gestorte gelden afkomstig waren uit de handel in grondstoffen voor verdovende middelen en dat er af en toe grote sommen geld in de woning lagen.

[verdachte] heeft geen aannemelijke verklaring kunnen geven met betrekking tot de herkomst van deze bedragen, terwijl wel aannemelijk is dat de handel in precursoren en de betaling daarvan plaatsvindt in contanten. Dit is ook in het dossier meermalen gebleken.

Het door de verdachte [verdachte] en de [medeverdachte v V.] in eerste aanleg overgelegde rapport, dat niet van enige accountant afkomstig is maar van de verdachte [verdachte] zelf, waaruit zou moeten blijken dat de gelden in de onderzochte periode een legale herkomst hadden, maakt dat niet anders. Uit het rapport blijkt immers van geen enkele betaling die iets te maken heeft met de legale bedrijfsactiviteiten die de verdachte [verdachte] stelde te ondernemen op het gebied van militair-strategische goederen. Dat de verdachte [verdachte] ook overigens niet in de gelegenheid is geweest de legale herkomst van die gelden aan te tonen, doordat het openbaar ministerie 22 mappen met administratie zou hebben "zoek gemaakt" is een stelling die moet worden verworpen. Zoals eerder overwogen heeft de verdachte, ook als deze ordners zoek zouden zijn geraakt - hetgeen zeker niet vaststaat - alle gelegenheid gehad om bij zijn zakenpartners en (buitenlandse) banken aldaar berustende kopieën op te vragen. Niet gebleken is dat hij daartoe enige poging heeft ondernomen, zodat daaruit de conclusie mag worden getrokken dat de bedoelde administratieve bescheiden kennelijk niet van belang waren voor de verdediging.

Op grond daarvan, maar ook overigens, is het evenmin aannemelijk dat er sprake is van dubbeltelling. Het valt volstrekt buiten elke normale bedrijfsvoering van ondernemingen, mede gezien de verplichting een inzichtelijke administratie bij te houden die voor een accountant controleerbaar is, dat van rekeningen van die ondernemingen (grote) geldbedragen in contant op worden genomen welke contante geldbedragen vervolgens worden gestort op rekeningen van andere ondernemingen of bestuurders van die onderneming.

De conclusie kan geen andere zijn dan dat de geldbedragen die hierna in de bewezenverklaring worden opgenomen afkomstig waren uit misdrijf en dat de verdachte dit wist. Het hof ziet voorts geen belemmering aan te nemen dat de verdachte de contante bedragen waarover in telefoongesprekken wordt gesproken ook daadwerkelijk voorhanden heeft gehad, nu dit uit de inhoud van die gesprekken blijkt.

Verdachte heeft aldus contanten in handen gehad, die hij heeft gestort op rekeningen en daarmee omgezet naar girale tegoeden, (een verschijningsvorm of fase van witwassen die ook wel "placement" wordt genoemd), met contanten een auto gekocht, heeft geld overgemaakt via money transfers ten behoeve van de handel in precursoren, en heeft - eveneens voor die handel in precursoren - contanten gebruikt/overgedragen.

Voor zover het gaat om het bestanddeel "voorhanden gehad" in de bewezenverklaring moet op grond van het voorgaande de conclusie dan ook zijn dat dit voorhanden hebben heeft bijgedragen aan het verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen, hetzij plaatsvond nadat de oorspronkelijke aard van die bedragen reeds door toedoen van de verdachte van gedaante was veranderd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 9, 10 primair, 11 en 12 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

onder 1:

(B00: Criminele organisatie)

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 28 mei 2008 in Nederland en Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten, tezamen en in vereniging met anderen heeft deelgenomen aan een organisatie welke werd gevormd door hem, verdachte, en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het opzettelijk plegen van:

- het als in de Gemeenschap gevestigde marktdeelnemer, zonder een door de bevoegde instantie van de lidstaat afgegeven vergunning, invoeren van en ontplooien van intermediaire activiteiten met betrekking tot een of meer hoeveelheden efedrine en/of pseudo efedrine

- valsheid in geschrifte als bedoeld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht

welke deelneming bestond uit:

- het (mede)plegen van die misdrijven

terwijl hij, verdachte leider van die organisatie is;

onder 3 primair:

(B03: 92 kg Antwerpen)

hij in de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 mei 2006 in Nederland om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en vervaardigen van methamfetamine voor te bereiden en te bevorderen telkens

- anderen gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en

- gelden voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat dat bestemd was tot het plegen van dat feit,

immers heeft hij, verdachte telkens (al dan niet via (een) ander(en):

- een stof, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 92,17 kilogram efedrine - welke stof(fen) benodigd is bij/voor de bereiding en/of vervaardiging van methamfetamine - besteld en gekocht en

- geld bestemd voor het afleveren en kopen van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine voorhanden gehad en verstrekt

- contacten en ontmoetingen gehad en besprekingen gevoerd en afspraken gemaakt met transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en) met betrekking tot de hoeveelheid, prijs levering, betaling en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en geld ten behoeve van de levering, betaling, en het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine;

onder 5 primiar:

(B05: 171 kilogram + 49 kilogram Brussel)

hij in de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 in Nederland om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en vervaardigen van hoeveelheden methamfetamine voor te bereiden en te bevorderen

en

in de periode van 1 juli 2006 tot en met 16 juli 2006 in Nederland om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en vervaardigen van hoeveelheden methamfetamine

- anderen gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen en stoffen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte al dan niet via (een) ander(en):

- stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 171 kilogram pseudo-efedrine en een hoeveelheid van (ongeveer) 49 kilogram pseudo-efedrine - welke stof benodigd is voor de bereiding en vervaardiging van methamfetamine - besteld, gekocht, verkocht, en voorhanden gehad en laten vervoeren, verpakken en afleveren

- geld en valse documenten en bescheiden bestemd voor het vervoeren, afleveren, kopen en voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid pseudo-efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of laten

opmaken en/of verstrekken en

- contact en ontmoetingen gehad en besprekingen gevoerd en afspraken gemaakt met leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), met betrekking tot de hoeveelheid levering, betaling, verpakking en het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid pseudo-efedrine en

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en valse documenten en bescheiden en reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid pseudo-efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid pseudo-efedrine;

onder 6 primiar:

(B05/B-11: 245 kilogram Australie/Mexico)

hij in de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 in Nederland om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden vervaardigen van een of meer hoeveelheden methamfetamine voor te bereiden en te bevorderen

en

in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006 in Nederland en in de Verenigde Arabische Emiraten en in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 in Nederland om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en

vervaardigen van een of meer hoeveelheden methamfetamine voor te bereiden en te bevorderen

- anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft hij, verdachte al dan niet via (een) ander(en):

- een stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 245 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn voor de bereiding en vervaardiging van methamfetamine - besteld, gekocht, verkocht, en voorhanden gehad en laten vervoeren, verpakken en afleveren

- geld en valse documenten en bescheiden bestemd voor het vervoeren, afleveren, kopen van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of laten opmaken en/of verstrekken en

- contacten en ontmoetingen gehad en besprekingen gevoerd en afspraken gemaakt met leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), met betrekking tot de hoeveelheid, levering, betaling, verpakking en het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en valse documenten en bescheiden en reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakking en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakking en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine;

onder 7 primiar:

(B11: 50 kg Mexico)

hij op in de periode van 1 mei 2006 tot en met 30 juni 2006 in Nederland om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en vervaardigen van hoeveelheden methamfetamine

en

in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006 in Nederland om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en vervaardigen van hoeveelheden methamfetamine

- anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat feit,

immers heeft hij, verdachte al dan niet via (een) ander(en):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 50 kilogram efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn voor de bereiding en vervaardiging van methamfetamine - besteld, gekocht, verkocht en voorhanden gehad en/of laten vervoeren, verpakken, afleveren, en

- geld en valse documenten en bescheiden bestemd voor het vervoeren afleveren kopen, verkopen en/of voorhanden hebben van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en/of opgemaakt en/of verstrekt en/of laten opmaken en/of verstrekken en

- contacten en ontmoetingen gehad en besprekingen gevoerd en afspraken gemaakt met leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), met betrekking tot de hoeveelheid levering, betaling, verpakkingen het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine

- een of meer van eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en valse documenten en bescheiden en reisbescheiden en/of geld ten behoeve van en/of ter vergoeding van de levering, betaling, verpakkingenhet vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en/of ter vergoeding van door die perso(o)n(en) geleverde dienst(en) en/of door die perso(o)n(en) gemaakte reis- en/of verblijfkosten en/of andere kosten met betrekking tot de levering, betaling, verpakkingen/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine;

onder 9:

(B12: Traject Pakistan-Australië)

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 28 mei 2008 in Nederland en Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en vervaardigen van methamfetamine voor te bereiden en te bevorderen

- anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en

- voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat feit,

immers heeft hij, verdachte al dan niet via (een) ander(en):

- (een) stof(fen), te weten een hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine - welke stof(fen) benodigd is/zijn voor de bereiding en vervaardiging van methamfetamine - besteld en gekocht en

- geld en valse documenten en bescheiden bestemd voor het bestellen, vervoeren, verpakken, afleveren en kopen van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine voorhanden gehad en opgemaakt en

- contacten en ontmoetingen gehad en besprekingen gevoerd en afspraken gemaakt met leverancier(s), transporteur(s), afnemer(s), tussenperso(o)n(en), met betrekking tot de hoeveelheid levering, betaling, verpakking, opslag en/of het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en

- eerdergenoemd(e) perso(o)n(en) voorzien van informatie en valse documenten en bescheiden en reisbescheiden en geld ten behoeve van van de levering, betaling, en het vervoer van eerdergenoemde hoeveelheid efedrine en/of pseudo efedrine en ter vergoeding van door die personen geleverde diensten en door die personen gemaakte reis- en/of verblijfkosten;

onder 10 primair:

(B14: witwassen)

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 mei 2008 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen, immers heeft hij verdachte en zijn mededader:

ten aanzien van contante stortingen op bankrekeningen

- in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 in Nederland in totaal een bedrag van € 38.470,08 (Rabo) en € 3.100,- (SNS),

- in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 in totaal een bedrag van € 73.273,14 (Rabo);

- in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 in totaal een bedrag van € 71.891,03 (Rabo) en in totaal een bedrag van € 21.980,- (ABN-AMRO);

- in de periode 1 januari 2008 tot en met mei 2008 in totaal een bedrag van € 28.077,03 (Rabo) en in totaal een bedrag van €5.650,- (ABN) en in totaal een bedrag van € 5.000,- (SNS) en

ten aanzien van geldbedrag genoemd in opgenomen telefoongesprek

- op 10 april 2006 in Nederland een geldbedrag, te weten € 40.000,- en

ten aanzien van aankoop Dodge Caliber

- op 11 mei 2007 in Nederland een geldbedrag van € 29.800,-

overgedragen, omgezet, gebruikt en/of voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dit voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit een misdrijf;

en

hij heeft (alleen) in de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 mei 2008 in Nederland van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt immers heeft hij, verdachte,

ten aanzien van contante stortingen bedrijfsrekeningen

in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 in Nederland in totaal een bedrag van

- € 2.600,- (ABN-Amro: [bedrijf 2])

- € 100,- (ABN-Amro: [bedrijf 3])

in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 in totaal een bedrag van

- € 5.370,- (ABN-Amro: [bedrijf 1])

- € 13.340,- (ABN-Amro: [bedrijf 2])

- € 1.750,- (ABN-Amro: [bedrijf 3])

in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 in totaal een bedrag van

- € 12.540,- (ABN-Amro: [bedrijf 2])

- € 1.500,- (ABN-Amro: [bedrijf 3]).

ten aanzien van de money transfers

- in de periode van 19 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 in Nederland een geldbedrag van € 21.500,- en

- in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 16 augustus 2006 in Nederland een geldbedrag van

€ 2.418,10 en

- op 6 september 2006 in Nederlandeen geldbedrag, te weten € 2.483,- en

- op 28 februari 2007 in Nederland, een geldbedrag, te weten € 1.000,- en

- op 19 september 2007 in Nederland, een geldbedrag, te weten € 1.439,- en

ten aanzien van genoemde geldbedragen in opgenomen telefoongesprekken

- op 14 juli 2006 in Nederland, een geldbedrag, te weten € 20.000,- en

- op 18 juli 2006 in Nederland, een geldbedrag, te weten € 10.000,- en

- op 16 juni 2007 in Nederland, een geldbedrag, te weten € 2.661,-

overgedragen, omgezet, gebruikt en/of voorhanden gehad, terwijl hij wist dat dit voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit een misdrijf.

onder 11:

(B14: Valsheid in geschrifte)

hij in de periode van 1 juni 2006 tot en met 30 juni 2006 en 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

- een salarisspecificatie en een aanvraagformulier voor een Visa- of American Express card - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken en

- opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse salarisspecificatie en aanvraagformulier voor een Visa- of American Express card - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst;

onder 12:

(B15: Bezit vuurwapens en munitie)

hij op 28 mei 2008 te Almere een wapen van categorie II, te weten een pistool (merk Glock, model 19, kaliber 9x19) en een wapen van categorie I, te weten een gasdrukpistool (merk Walther, model CP88) en munitie van categorie III, te weten 22 kogelpatronen (met opschrift PMP 9mm Luger), voorhanden heeft gehad.

Hetgeen onder 1, 3 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 9, 10 primair, 11 en 12 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 3 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 9, 10 primair, 11 en 12 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij leider was van die organisatie

het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

om een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 (oud) van de Opiumwet voor te bereiden en te bevorderen:

- anderen gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

- gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

het onder 5 primair bewezen verklaarde levert op:

om een feit, bedoeld in (tot en met 30 juni 2006) het derde lid van artikel 10 (oud) van de Opiumwet respectievelijk (vanaf 1 juli 2006) het vierde lid van de Opiumwet voor te bereiden en te bevorderen:

- anderen gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

- voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

het onder 6 primair bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van de periode van 1 mei 2006 tot en met 31 juli 2006:

om een feit, bedoeld in (tot en met 30 juni 2006) het derde lid van artikel 10 (oud) van de Opiumwet respectievelijk (vanaf 1 juli 2006) het vierde lid van de Opiumwet voor te bereiden en te bevorderen:

- anderen gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

- voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

ten aanzien van de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2007:

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen:

- anderen gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

- voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

het onder 7 primair bewezen verklaarde levert op:

om een feit, bedoeld in (tot en met 30 juni 2006) het derde lid van artikel 10 (oud) van de Opiumwet respectievelijk (vanaf 1 juli 2006) het vierde lid van de Opiumwet voor te bereiden en te bevorderen:

- anderen gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

- voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen:

- een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en

- voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

het onder 10 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van het plegen van witwassen een gewoonte maken

en

van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

het onder 11 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van de voortgezette handeling van valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

het onder 12 bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het wapen van categorie I:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

ten aanzien van het wapen van categorie III:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

ten aanzien van de munitie van categorie III:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen en maatregel

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het onder 2 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair en 8 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken en voor het onder 1, 3 primair, 5 primair, 6, 7 primair, 9, 10 primair, 11 en 12 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar met aftrek van de tijd die hij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de rechtbank beslissingen genomen ten aanzien van het beslag (onttrekking aan het verkeer, verbeurdverklaring en teruggave aan de verdachte).

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaten-generaal hebben gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld voor het onder 1, 3 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 9, 10 primair, 11 en 12 ten laste gelegde tot dezelfde straffen en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim twee jaar schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie die zich op grote schaal heeft bezig gehouden met - kort gezegd - de illegale handel in (pseudo)efedrine en met bij verzending van die partijen samenhangende valsheid in geschrifte. De verdachte was de onbetwiste leider van deze organisatie. Een dergelijk samenwerkingsverband werkt criminaliteitsbevorderend en ondermijnt, gelet op haar (criminele) oogmerk en de daarmee samenhangende handelingen, de rechtsorde.

De verdachte heeft zich bezig gehouden met de handel en het transport in/van (pseudo)efedrine, welke (pseudo)efedrine bestemd was voor de productie van methamfetamine. De verdachte heeft te dien aanzien voorbereidingshandelingen gepleegd voor diverse transporten van telkens vele tientallen kilo's (pseudo)efedrine, te weten bij de in Antwerpen in beslag genomen partij van 92 kilo, bij de door de Belgische douane in beslag genomen partijen van 171 en 49 kilo, bij de partij van 245 kilo die aanvankelijk bestemd was voor Australië en later voor Mexico, bij een partij van 50 kilo bestemd voor Mexico en ten slotte bij een partij op het traject Pakistan-Australië.

Efedrine en pseudo-efedrine kennen legale en illegale toepassingen. In het illegale circuit worden deze stoffen als grondstof gebruikt voor de vervaardiging van methamfetamine. Afhankelijk van de toegepaste methode geldt bij omzetting in methamfetamine een opbrengst van tussen 47% en 76% op gewichtsbasis, hetgeen de illegale handel in deze grondstof zeer lucratief maakt. Juist omdat deze stoffen bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen kunnen worden gebruikt, is de handel in (pseudo)efedrine aan strenge regels onderworpen met geen ander doel dan te voorkomen dat daarmee de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen plaatsvindt, en dus teneinde misbruik van deze stoffen te voorkomen.

Methamfetamine is een drug die tot dezelfde categorie behoort als cocaïne en andere sterk werkende drugs en is vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. Methamfetamine is een gevaarlijke en zeer sterke chemische substantie, die eerst stimulerend werkt maar daarna het lichaam systematisch vernietigt. Het gebruik ervan leidt derhalve tot ernstige gezondheidsproblemen. Methamfetamine is zeer verslavend: het verbrandt de reserves van het lichaam en creëert een vernietigende afhankelijkheid die alleen verlicht kan worden door meer van deze drug te gebruiken.

De verspreiding van en handel in grondstoffen bestemd voor de vervaardiging voor methamfetamine wordt zowel direct als indirect in verband gebracht met vele vormen van criminaliteit en overlast, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

De verdachte heeft zich samen met zijn echtgenote schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen op de wijze als in de bewezenverklaring omschreven. Gewoontewitwassen heeft een ontwrichtende werking op de reguliere economie, omdat investeringen worden gedaan met vermeend legaal geld. Daardoor wordt de integriteit van het financieel en economisch bestel ernstige schade toegebracht.

De verdachte heeft zich voorts samen met zijn echtgenote schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte door valselijk aanvraagformulieren voor creditcards in te vullen en valselijk een salarisspecificatie op te maken teneinde deze bij die aanvraagformulieren te voegen. Daardoor hebben de verdachte en zijn echtgenote creditcards verkregen die anders niet aan hen zouden zijn verstrekt. Door zo te handelen wordt het vertrouwen in de juistheid van geschriften die tot bewijs dienen wordt gesteld, geschaad. Dat aan de kredietverstrekkende instelling geen financiële schade is toegebracht, doet daaraan niet af.

De verdachte heeft tenslotte in een kluis in zijn woning twee vuurwapens met bijbehorende munitie aanwezig gehad, hetgeen onaanvaardbare risico's voor de veiligheid van personen met zich brengt. Dit levert aldus een ernstig strafbaar feit op nu ongecontroleerd wapenbezit onaanvaardbare risico's en gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich brengt.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 28 november 2011 is hij niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met rol die de verdachte heeft vervuld ten aanzien van de diverse transporten in verhouding met datgene wat daaromtrent ten aanzien van de andere betrokken in de zaak "Mayer" kan worden vastgesteld. Het hof ziet deze rol telkens als organiserend/leidinggevend en derhalve belangrijk. Anderzijds heeft het hof ook in het oog gehouden dat het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 10a van de Opiumwet gegeven verbod - evenals de illegale handel in (pseudo)efedrine, ter zake waarvan anderen in dit feitencomplex worden veroordeeld - de kern is van de verwijten en - afgezien van toepasselijke samenloopbepalingen - wordt bedreigd met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar. Het hof ziet hierin aanleiding aan de verdachte een lagere gevangenisstraf dan door de rechtbank opgelegd en door de advocaten-generaal gevorderd, op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de onder de verdachte in beslaggenomen voorwerpen, te weten - kort gezegd - de telefoontoestellen, dienen te worden verbeurd verklaard. Deze voorwerpen zijn onder de verdachte aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek 'Mayer' en behorende verdachte toe. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van die voorwerpen zijn begaan of voorbereid.

Het onder 12 ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee pistolen en de daarbij behorende patroonhouders/gaspatronen. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op artikel 10a van de Opiumwet, de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 47, 56, 57, 140, 225 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen het onder 2 primair en subsidiair, 4 primair en subsidiair en 8 primair en subsidiair alsmede tegen het onder 10 ten aanzien van verkoop onroerend goed in Frankrijk ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 3 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 9, 10 primair, 11 en 12 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 3 primair, 5 primair, 6 primair, 7 primair, 9, 10 primair, 11 en 12 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Cryptotelefoon, WI.009.03.04.004

- Cryptotelefoon, WI.009.03.04.003

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een pistool, kleur zwart, Glock 9mm + twee patroonhouders met patronen en een schoonmaakset in

koffer, W1009.03.04.005

- een pistool, kleur zwart, Casval, in tas + doosje met 4 gaspatronen, W1009.03.04.006

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een Nederlands paspoort, BA0342413, in kluis bij Jack Veerman LP Schiphol

- een kentekenbewijs deel 2, [kenteken], WI009.03.04.002

- een sleutel van de Dodge auto, WI009.01.03.004

- 9 ordners, 7 kleur geel / 2 kleur zwart, WI009.04.01.001

- laptop, kleur zilver, Acer 19", WI.01.01.001

- bankpas ABNAMRO, WI009.01.01.002

- bankpas Rabobank, r[rekeningnummer], WI009.01.01.003

- bankpas, pasje TPS Mark Muhren, WI009.01.01.007

- bankpas ABNAMRO, WI009.01.02.004

- zeven bank- en creditcardpassen, weerdfouil.01.01.05

- twee mappen met pasjes (NB: ID-kaart retour)

Dit arrest is gewezen door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.A.J. Dun, mr. H.S.G. Verhoeff en mr. A.E.M. Röttgering, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 mei 2012.