Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6218

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
21-05-2012
Zaaknummer
200.088.598/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De klacht heeft betrekking op de op 15 september 2005 ten overstaan van de notaris verleden akte tot levering van de aandelen in MB & C Invest B.V. In de desbetreffende akte is vermeld dat de verkoper de aandelen vrij van pand dient te leveren. Op 1 februari 2005 was er evenwel ten overstaan van een andere notaris een tweede pandrecht op de aandelen gevestigd ten behoeve van klaagster.

Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel is het hof van oordeel dat, zoals de kamer ook heeft overwogen, het de notaris valt te verwijten dat in de ten processe bedoelde akte van aandelenoverdracht geen melding is gemaakt van de op de aandelen rustende pandrechten. Tegenover de uitdrukkelijke betwisting van die stelling door klaagster, heeft de notaris niet aannemelijk gemaakt dat zij een onjuist of onvolledig ingevuld aandelenregister ter inzage heeft gekregen voorafgaand aan de onderhavige levering.

Door in de bedoelde akte geen melding te maken van de op de aandelen rustende pandrechten heeft de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Het hof acht de maatregel van waarschuwing in dit verband passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

NOTARIS- EN GERECHTSDEURWAARDERSKAMER

Beslissing van 17 april 2012 in de zaak van:

[NOTARIS],

notaris te [plaats],

APPELLANTE,

gemachtigde: mr. V. Breedveld, advocaat te ‘s-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [ X ] B.V.,

gevestigd te Zwolle,

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: H. van der Kamp.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Appellante, verder te noemen de notaris, heeft bij een op 9 juni 2011 ter griffie ingekomen verzoekschrift met één bijlage tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te ’s-Gravenhage, verder te noemen de kamer, van 11 mei 2011, waarbij de kamer de klacht van geïntimeerde, verder te noemen klaagster, onder 2. gegrond heeft verklaard onder oplegging van de maatregel van waarschuwing

en de klacht onder 1 ongegrond heeft verklaard.

1.2. Op 22 juni 2011 is van de zijde van de notaris een aanvulling op haar beroepschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Van de zijde van klaagster is op 9 september 2011 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 19 januari 2012. Verschenen zijn de gemachtigde van klaagster, de notaris en haar gemachtigde. Allen hebben het woord gevoerd, de gemachtigde van de notaris aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnotitie.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen deze vaststelling geen bezwaar gemaakt, zodat deze ook het hof tot uitgangspunt dienen.

4. Het standpunt van klaagster

4.1. De klacht heeft betrekking op de op 15 september 2005 ten overstaan van de notaris verleden akte tot levering van de aandelen in [naam]. In de desbetreffende akte is vermeld dat de verkoper de aandelen vrij van pand dient te leveren. Op 1 februari 2005 was er evenwel ten overstaan van een andere notaris een tweede pandrecht op de aandelen gevestigd ten behoeve van klaagster. In het eerste onderdeel van de klacht verwijt klaagster de notaris dat deze (aanvankelijk) heeft geweigerd:

1. antwoord te geven op de door haar, klaagster, gestelde vragen;

2. schriftelijk te bevestigen dat zij vóór het passeren van de akte tot levering van aandelen op 15 september 2005 het aandeelhoudersregister van [naam] .heeft ingezien, waarin geen vermelding was gemaakt van het ten gunste van klaagster. gevestigde pandrecht;

3. een afschrift te zenden van het kopie-aandeelhoudersregister zoals de notaris dit heeft aangetroffen in het door het kantoor van de notaris gehouden dossier;

4. schriftelijk mee te delen wie het betreffende aandeelhoudersregister aan de notaris ter inzage heeft aangereikt.

4.2. In het tweede onderdeel van de klacht verwijt klaagster de notaris dat zij heeft meegewerkt aan de overdracht van genoemde aandelen zonder vermelding van het op deze aandelen gevestigd pandrecht ten gunste van (onder meer) [ X ] B.V terwijl zij wel, aldus klaagster, ten tijde van het passeren van de akte de beschikking had over het volledige aandeelhoudersregister.

5. Het standpunt van de notaris

De notaris heeft ook in hoger beroep in de eerste plaats het verweer gevoerd dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat de klacht na ommekomst van de verjaringstermijn is ingediend. Voorts heeft zij betwist dat van haar verwacht had mogen worden dat zij voorafgaand aan het passereen van de akte van aandelenoverdracht niet alleen kennis had genomen van het originele aandeelhouders register- hetgeen zij heeft gedaan - maar ook dat zij daarvan een kopie zou hebben bewaard in haar dossier.

6. De beoordeling

6.1. Met de kamer is het hof van oordeel dat klaagster in haar klachten kan worden ontvangen. De notaris heeft haar stelling dat klaagster eerder dan in 2010 kennis moet hebben gehad van het feit dat er in de overdrachtsakte verzuimd was te vermelden dat er op de aandelen een pandrecht was gevestigd, ook in hoger beroep niet onderbouwd.

6.2. Met de kamer is het hof voorts van oordeel dat de notaris ten aanzien van het eerste klachtonderdeel niet tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Aannemelijk is dat de notaris aanvankelijk niet op de hoogte was van de relatie tussen klaagster en [naam]. Door de notaris is in dat verband aangevoerd dat zij niet beschikte over een aandeelhoudersregister. Nadat klaagster de notaris een kopie van de pandakte had verstrekt en de notaris van een en ander op de hoogte was, heeft zij de gevraagde informatie verschaft, een rectificatieakte opgesteld en deze aan klaagster doen toekomen.

6.3. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel is het hof van oordeel dat, zoals de kamer ook heeft overwogen, het de notaris valt te verwijten dat in de ten processe bedoelde akte van aandelenoverdracht geen melding is gemaakt van de op de aandelen rustende pandrechten. Tegenover de uitdrukkelijke betwisting van die stelling door klaagster, heeft de notaris niet aannemelijk gemaakt dat zij een onjuist of onvolledig ingevuld aandelenregister ter inzage heeft gekregen voorafgaand aan de onderhavige levering.

6.4. Door in de bedoelde akte geen melding te maken van de op de aandelen rustende pandrechten heeft de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Het hof acht de maatregel van waarschuwing in dit verband passend en geboden.

6.5 Anders dan de kamer is het hof evenwel van oordeel dat een notaris niet gehouden is een kopie van het aandelenregister dat hij in het kader van een aandelentransactie heeft ingezien, te bewaren/aan het dossier toe te voegen. Het hof acht deze handelwijze wel aanbevelenswaardig, mede om geschillen als het onderhavige te voorkomen.

6.6. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.7. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, A.M.A. Verscheure en C.P. Boodt en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op dinsdag17 april 2012.

Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-Notarissen

’s-Gravenhage

Beslissing van 11 mei 2011 inzake de klacht onder nummer 10-19 van:

[ klager ] , directeur van [ X ] B.V.,

hierna ook te noemen: klager,

tegen

[notaris],

notaris te [plaats],

hierna ook te noemen: de notaris,

advocaat mr. drs. V. Breedveld.

De procedure

De Kamer heeft kennisgenomen van:

• de door klager ingezonden kopie van zijn brief van 18 maart 2010 aan de notaris, ingekomen op 19 maart 2010, waarin klager de notaris om informatie vraagt;

• de brief van 15 april 2010 van de notaris, met als bijlage haar brief van 15 april 2010 aan klager, waarin zij reageert op klagers brief van 18 maart 2010;

• de klacht, ingekomen op 20 april 2010, met als bijlage klagers brief van 18 maart 2010;

• de brief van 28 april 2010 van de notaris, met als bijlage haar brief aan klager in reactie op diens aan haar gerichte brief van 19 april 2010;

• de brief van 26 mei 2010 van klager met verzoek een minnelijke schikking te beproeven;

• het antwoord van de notaris op de klacht;

• de repliek van klager, met bijlagen, aangevuld bij brief van 25 juni 2010, met bijlagen;

• de dupliek van de notaris, aangevuld bij brief van 10 november 2010, met bijlagen;

• de door klager ingezonden kopie van een faxbericht van 9 december 2010 van [naam] gericht aan de notaris;

• de brief van 6 januari 2011 van de notaris;

• de brief van 28 januari 2011 van klager, met de mededeling dat hij volhardt in zijn klacht.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 april 2011.

Daarbij waren aanwezig:

• klager,

• de notaris met haar advocaat.

Van het verhandelde is proces­verbaal opgemaakt met daaraan in kopie gehecht de pleitaantekeningen van klager.

De feiten

Op 1 februari 2005 heeft notaris [ notaris ], destijds notaris te [ plaats ], een akte van verpanding van aandelen gepasseerd, waarbij [ X ] B.V. een tweede pandrecht verkreeg op de aandelen [ klager ].

Op 15 september 2005 heeft de notaris een akte gepasseerd tot levering van aandelen in [naam]. In deze akte van levering staat onder meer dat verkoper verplicht is de aandelen niet bezwaard met recht van pand te leveren.

De klacht en het verweer van de notaris

De klacht valt ? zakelijk weergegeven ? uiteen in de volgende onderdelen.

1. De notaris heeft aanvankelijk geweigerd antwoord te geven op door klager gestelde vragen.

Voorafgaand aan het indienen van de klacht heeft klager bij brief van 18 maart 2010 aan de notaris, onder verwijzing naar een telefoongesprek dat hij eerder met een medewerkster van de notaris had gevoerd, gevraagd om:

• schriftelijk te bevestigen dat de notaris vóór het passeren van genoemde akte van levering van aandelen een aandeelhoudersregister heeft ingezien, waarin geen vermelding was gemaakt van het ten gunste van [ X ] B.V. gevestigde pandrecht;

• een afschrift te zenden van het kopie-aandeelhoudersregister zoals genoemde medewerkster dit heeft aangetroffen in het door het kantoor van de notaris gehouden dossier;

• schriftelijk mee te delen wie in persoon het betreffende aandeelhoudersregister aan de notaris ter inzage heeft aangereikt.

2. De notaris heeft meegewerkt aan de overdracht van genoemde aandelen zonder vermelding van het op deze aandelen gevestigd pandrecht ten gunste van (onder meer) [ X ] B.V.. Vervolgens heeft de notaris, nadat zij geconstateerd had dat de aandelen zijn overgedragen zonder vermelding van het op de aandelen gevestigd pandrecht, een concept gemaakt voor rectificatie van de akte van levering en in haar begeleidende brief van 27 september 2010 aan partijen aangegeven dat haar niet te verwijten is dat de aandelen geleverd zijn zonder vermelding van het gevestigd pandrecht. Dit is vervolgens bij brief van 9 december 2010 van [naam], bestuurder van [naam]., welke besloten vennootschap bestuurder is van [naam]., betwist onder vermelding dat de notaris voor het passeren van de akte van levering van de aandelen wel de beschikking heeft gehad over het volledig aandeelhoudersregister.

De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd, dat hierna ? voor zover nodig ? zal worden besproken.

De beoordeling van de klacht

De ontvankelijkheid van de klacht

Niet betwist is dat klager pas begin 2010 voor het eerst heeft kennisgenomen van de akte van 15 september 2005. Daarnaast heeft de advocaat van de notaris ter zitting bevestigd dat de notaris ? na aanvankelijke betwisting van klagers belang bij de klacht ? klager heeft erkend als belanghebbende en hem alsnog informatie heeft verstrekt, onder meer bij haar brief van 27 september 2010.

De Kamer van Toezicht stelt vast dat klager, gelet op het vorenstaande, kan worden ontvangen in zijn klacht, omdat deze tijdig is ingediend en klager bovendien belanghebbende is.

Klachtonderdeel 1

De notaris heeft aanvankelijk geweigerd om de vragen van klager te beantwoorden, omdat de relatie van klager met [naam] haar niet duidelijk was. De notaris heeft daarbij aangegeven dat zij slechts beschikte over een incomplete kopie van een “aandeelhoudersregister van een vennootschap”, waaruit niet bleek om welke vennootschap het ging en dat zij niet beschikte over de pandakte. Nadat de notaris van klager tijdens de klachtprocedure de pandakte had ontvangen, heeft zij klager wel als belanghebbende erkend en heeft zij een ontwerp van een akte houdende aanvulling van de door haar gepasseerde akte van 15 september 2005 tot levering van genoemde aandelen gezonden aan de bij de akte van aanvulling betrokken partijen. Klager heeft het ontwerp van voormelde akte bij brief van 27 september 2010 van de notaris toegezonden gekregen.

De Kamer van Toezicht acht het terecht en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, dat de notaris heeft geverifieerd of klager belanghebbende was bij de levering van de aandelen, alvorens klager de gevraagde informatie te verschaffen.

Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Klachtonderdeel 2

De notaris heeft zowel schriftelijk als ter zitting tot haar verweer aangevoerd dat zij ten tijde van het passeren van de leveringsakte niet bekend was met de op die aandelen gevestigde pandrechten en dat zij niet beter wist dan dat de aandelen vrij en onbezwaard waren en op die wijze overgedragen konden worden. Zij heeft erop gewezen, dat de partijen bij die akte daarvoor ook uitdrukkelijk hebben getekend. Het is niet gebruikelijk om bij ontvangst van een aandeelhoudersregister daarvan een kopie te maken, zeker niet als er geen bijzonderheden bekend zijn. Als zij had kennisgenomen van het pandrecht via een kopie van de pandakte of via het aandeelhoudersregister, had zij zeker rekening daarmee gehouden. Deze verpanding is haar echter pas na een periode van ruim vijf jaar duidelijk geworden, waarna zij actie tot rectificatie heeft ondernomen, aldus de notaris.

Op pagina 18 van het door klager overgelegd aandeelhoudersregister, dat volgens de niet meer door de notaris betwiste stelling van klager het register is van [naam]., staat het tweede pandrecht van [ X ] B.V., gevestigd bij akte gepasseerd op 1 februari 2005 door notaris mr. [naam].

Uit de stukken blijkt, dat partijen bij de akte van levering van de aandelen [naam], op 15 september 2005 bij volmacht zijn verschenen. Zeker in zo’n geval had de notaris de beschikking behoren te hebben over het originele aandeelhoudersregister en had zij dat register via de doorlopende paginanummering behoren te controleren op een mogelijk op de aandelen gevestigd pandrecht, alvorens de akte te passeren. Vervolgens had de notaris een kopie van het aandelenregister in haar dossier moeten bewaren.

De notaris heeft niet kunnen aantonen, dat zij bij het passeren van de akte van levering op voormelde zorgvuldige wijze heeft gehandeld, zoals een behoorlijk notaris betaamt. Had de notaris wel aldus gehandeld, dan zou de akte van levering van aandelen toen niet gepasseerd zijn.

Dit klachtonderdeel is daarom gegrond.

De Kamer van Toezicht acht hiervoor de oplegging van de maatregel van waarschuwing gerechtvaardigd.

De beslissing

De Kamer voornoemd:

verklaart het klachtonderdeel 2 gegrond;

legt de notaris hiervoor de maatregel van waarschuwing op;

bepaalt dat de opgelegde maatregel, nadat deze beslissing in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, zal worden tenuitvoergelegd op een nader te bepalen vergadering van de Kamer, waartoe de notaris per aangetekende brief zal worden opgeroepen door de secretaris;

verklaart het klachtonderdeel 1 ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.G.L. den Os-Brand, voorzitter, O. van der Burg, R. van der Galiën, J. Smal en E.S. Voskamp, bijgestaan door de secretaris, mr. A. Saab, en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2011.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.