Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6156

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-04-2012
Datum publicatie
21-05-2012
Zaaknummer
200.096.015/01 GDW
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de gerechtsdeurwaarder klager er niet van in kennis heeft gesteld dat de openbare verkoop geen doorgang zou vinden en dat klager aldus op 12 mei 2010 tevergeefs op de gerechtsdeurwaarder heeft gewacht. Een dergelijk handelen/nalaten betaamt een goed gerechtsdeurwaarder niet. Bij de inzet van een ingrijpend middel als openbare verkoop mag uiterste zorgvuldigheid worden gevergd. Het hof is daarom met de kamer van oordeel dat de klacht ten aanzien van dit onderdeel gegrond is.

Met de kamer acht het hof voor het gegrond verklaarde klachtonderdeel de maatregel van berisping een passende sanctie.

Het hof bekrachtigt de bestreden beslissing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

NOTARIS- EN GERECHTSDEURWAARDERSKAMER

Bij vervroeging.

Beslissing van 10 april 2012 in de zaak van:

[KLAGER],

wonende te [woonplaats],

APPELLANT,

gemachtigde: P.R. Kokkeel,

t e g e n

[GERECHTSDEURWAARDER],

gerechtsdeurwaarder te [plaats],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: M. Ignatius.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 20 oktober 2011 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 6 september 2011. Bij die beslissing heeft de kamer de door klager tegen geïntimeerde, verder de gerechtsdeurwaarder, ingediende klacht op een onderdeel gegrond en voor het overige ongegrond verklaard en aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd.

1.2. Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder is op 5 december 2011 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Het hoger beroep is behandeld ter openbare terechtzitting van 16 februari 2012.

Beide gemachtigden zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.

4. Het standpunt van klager

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder het volgende:

1. Het vonnis van 27 juli 2009, waarbij klager bij verstek was veroordeeld, is nooit aan klager betekend;

2. Zonder bij klager in huis te zijn geweest heeft de gerechtdeurwaarder beslag gelegd op roerende zaken van klager. In het proces-verbaal zijn zaken vermeld die klager nooit in zijn bezit heeft gehad;

3. De gerechtsdeurwaarder heeft nagelaten een verklaring van inkomsten bij klager op te vragen. De betalingsregeling was gezien het inkomen van klager niet reëel;

4. De aankondiging van de openbare verkoop is nooit aangeplakt. Ook was het tijdstip niet duidelijk;

5. De gerechtsdeurwaarder heeft nagelaten klager ervan in kennis te stellen dat de openbare verkoop op 12 mei 2010 niet doorging, waardoor klager onnodige kosten heeft moeten maken;

6. De gerechtdeurwaarder heeft klager geïntimideerd door aan te kondigen dat wederom beslag zal worden gelegd. Klager meent dat het recht van de gerechtsdeurwaarder om beslag te leggen is komen te vervallen, omdat hij op 12 mei 2010 niet is overgegaan tot executie.

5. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de stellingen van klager ten aanzien van klachtonderdeel 5 erkend, maar voor het overige betwist en gemotiveerd weersproken. Een en ander zal hierna bij de beoordeling aan de orde komen.

6. De beoordeling

6.1. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de gerechtsdeurwaarder klager er niet van in kennis heeft gesteld dat de openbare verkoop geen doorgang zou vinden en dat klager aldus op 12 mei 2010 tevergeefs op de gerechtsdeurwaarder heeft gewacht. Een dergelijk handelen/nalaten betaamt een goed gerechtsdeurwaarder niet. Dat men, zoals de gerechtsdeurwaarder in hoger beroep nog heeft toegelicht, door hectiek op de afdeling als gevolg van plotselinge ziekte van de ingedeelde gerechtsdeurwaarder, vergeten is klager in te lichten, maakt dit niet anders. Bij de inzet van een ingrijpend middel als openbare verkoop mag uiterste zorgvuldigheid worden gevergd. Het hof is daarom met de kamer van oordeel dat de klacht ten aanzien van dat onderdeel gegrond is.

6.2. Ten aanzien van de overige klachtonderdelen oordeelt het hof als volgt.

6.3. Tegen het eerste klachtonderdeel heeft de gerechtsdeurwaarder zich verweerd door een exploot over te leggen, waaruit blijkt dat het vonnis van 27 juli 2009 op

2 september 2009 aan klager is betekend. Onvoldoende gemotiveerd is gesteld dat de inhoud van dat op ambtseed opgemaakte proces-verbaal onjuist is. De klacht is ongegrond.

6.4. Wat in 6.3. is overwogen geldt ook voor klachtonderdelen 3 en 4. De gerechtsdeurwaarder heeft de stellingen van klager met overlegging van bewijsstukken gemotiveerd weersproken. Hetgeen klager heeft aangevoerd is onvoldoende om enige tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen in deze vast te stellen.

6.5. Bij de behandeling van klachtonderdeel 2 is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder die op 5 november 2009 het executoriale beslag heeft gelegd, niet is verbonden aan het kantoor van de gerechtsdeurwaarder tegen wie de klacht is gericht.

De gerechtsdeurwaarder heeft hieromtrent ter zitting in hoger beroep verklaard dat het in drukke perioden gebruikelijk is een gerechtsdeurwaarder van een ander kantoor in te schakelen. Nu deze klacht dus betrekking heeft op het handelen van een andere gerechtsdeurwaarder en niet is gebleken dat aan de gerechtsdeurwaarder zelf een verwijt kan worden gemaakt van de keuze voor die andere gerechtsdeurwaarder of de wijze waarop de opdracht is verstrekt, moet ook dit klachtonderdeel ongegrond worden verklaard.

6.6. Tot slot kent de wet geen bepaling die verbiedt dat voor een tweede keer beslag zou mogen worden gelegd. Derhalve is ook klachtonderdeel 6 ongegrond.

6.7. Met de kamer acht het hof voor het gegrond verklaarde klachtonderdeel de maatregel van berisping een passende sanctie.

6.8. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.9. Het hiervoor overwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

? bekrachtigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, D.J. Oranje en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 april 2012 door de rolraadsheer.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 6 september 2011 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 572.2010 ingesteld door:

[klager],

wonende te Almere,

klager,

gemachtigde P.R. Kokkeel

tegen:

[gerechtsdeurwaarder],

gerechtsdeurwaarder te Rotterdam,

beklaagde.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief van 10 augustus 2010, ingekomen op12 augustus 2010, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 19 augustus 2010, ingekomen op 23 augustus 2010, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.

Bij brief van 14 februari 2011 heeft klager een nadere reactie gegeven op de brief van de gerechtsdeurwaarder van 19 augustus 2010.

Bij brief van 7 april 2011, ingekomen op 8 april 2011, heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter zitting van 28 juni 2011 waar niemand is verschenen

Van de behandeling ter zitting is geen proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 6 september 2011.

1. De feiten

a) De gerechtsdeurwaarder is belast met de executie van een tegen klager gewezen vonnis.

b) Bij exploot van 2 september 2009 is het vonnis aan klager betekend.

c) Bij exploot van 5 november 2009 is beslag op roerende zaken gelegd waarbij de verkoop is aangezegd tegen 10 december 2009. De verkoop heeft geen doorgang gevonden omdat een betalingsregeling is getroffen.

d) De betalingsregeling werd door klager niet nagekomen zodat bij exploot van 7 april 2010 de openbare verkoop is aangezegd tegen 12 mei 2010 om 10.00 uur. Deze verkoop heeft geen doorgang gevonden.

e) Bij brief van 6 augustus 2010 heeft de gerechtsdeurwaarder een kennisgeving voorgenomen beslag op roerende zaken naar klager verzonden.

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder - kort samengevat - dat:

1. deze niet op de openbare verkoop is verschenen, waardoor klager schade heeft geleden;

2. de dagvaarding nooit is uitgereikt en het verstekvonnis niet is betekend;

3. er beslag is gelegd op zaken die klagers zoon nooit in zijn bezit heeft gehad, zoals een eettafel met vier stoelen en een dressoir en de beslagen zaken niet zijn gespecificeerd;

4. klager niet is gevraagd om een verklaring van inkomsten in te vullen;

5. de aankondiging van de openbare verkoop is niet aangeplakt;

6. op 6 augustus 2010 is opnieuw beslag roerende zaken aangekondigd waaraan volgens klager het recht is komen te ontvallen.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

3.1 De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat het vonnis aan klager is betekend en achtergelaten in een gesloten envelop. Op 5 november 2009 is globaal beslag gelegd op roerende zaken waar de gerechtsdeurwaarder ten tijde van de beslaglegging zicht op had. In het exploot staat vermeld dat de gerechtsdeurwaarder met klager heeft gesproken en daarin is tevens aangegeven welke zaken in beslag zijn genomen. Op 18 november 2009 is een regeling getroffen die door klager niet werd nagekomen. De regeling kwam daardoor te vervallen en de verkoop is doorgezet. De verkoopbiljetten zijn aangeplakt op 7 april 2010.

3.2 Bij email van 4 mei 2010 heeft klager een betalingsregeling verzocht. De mogelijkheid van het treffen van een regeling is voor klager komen te vervallen omdat klager al eerder een regeling niet was nagekomen. Wegens externe omstandigheden heeft de verkoop niet plaatsgevonden. De kosten van aanzegging van de verkoop heeft de gerechtsdeurwaarder voor zijn rekening genomen. De gerechtsdeurwaarder heeft klager op 18 augustus 2010 alsnog een regeling aangeboden.

4. Gronden van de beslissing

4.1 Op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 Vaste rechtspraak van de Kamer is dat het op de weg van de gerechtsdeurwaarder ligt een klager tijdig in kennis te stellen van het feit dat een aangekondigde openbare verkoop geen doorgang kan vinden. Door de gerechtsdeurwaarder is niet nader toegelicht door welke externe omstandigheden de openbare verkoop geen doorgang kon vinden. Dit klachtonderdeel is terecht voorgesteld. Wat betreft de door klager gestelde schade geldt dat het tuchtrecht niet voorziet in het toekennen van een schadevergoeding.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdelen 2.2, 2.3 en 2.5 geldt dat wat klager op die onderdelen heeft aangevoerd, niet kan leiden tot het oordeel dat door de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld. De door de gerechtsdeurwaarder uitgebrachte exploten zijn authentieke akten waarvan de bewijskracht op voorhand vaststaat. Dat klager de dagvaarding niet heeft ontvangen is onvoldoende om vast te stellen dat de dagvaarding niet op de juiste wijze is betekend. In het exploot van betekening van het vonnis staat vermeld dat een afschrift is achtergelaten in een gesloten envelop. Daaruit volgt dat het exploot op de bij de wet voorgeschreven wijze is achtergelaten. In het proces-verbaal van het leggen van beslag op roerende zaken staat voldoende specifiek omschreven op welke zaken beslag is gelegd. De door klager genoemde eettafel met stoelen staat niet in het proces-verbaal van beslag vermeld. In het exploot van 7 april 2010 staat vermeld dat het verkoopbiljet is aangeslagen zodat, nu klager niets meer heeft gesteld dan dat dit niet zo was, het ervoor moet worden gehouden dat dit wel is gedaan. Ook op dit onderdeel geldt de genoemde bewijskracht van de door de gerechtsdeurwaarder ter zake van deze aanplakking opgemaakte authentieke akte. Deze klachtonderdelen dienen ongegrond te worden verklaard.

4.4 Dat klager niet is verzocht een verklaring met betrekking tot de inkomsten en uitgaven is niet tuchtrechtelijk laakbaar. De gerechtsdeurwaarder heeft immers onderzoek gedaan naar de inkomsten van klager en op grond daarvan besloten dat een beslag op het inkomen van klager niet zinvol was.

4.5 Het stond de gerechtsdeurwaarder in beginsel vrij om naast het eerder gelegde beslag op bepaalde roerende zaken een tweede beslag te leggen op roerende zaken die niet door het eerste beslag waren getroffen. Dit klachtonderdeel acht de Kamer daarom ongegrond.

5. Op grond van het voorgaande wordt de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. De Kamer ziet aanleiding om tot het opleggen van de navolgende maatregel over te gaan.

BESLISSING

De Kamer voor gerechtsdeurwaarders:

? verklaart het klachtonderdeel 2.1 gegrond;

? legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op;

? verklaart de klachten voor het overige ongegrond.

Aldus gegeven door mr. H.M.Patijn, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.W.J. Ros en J.C.M. van der Weijden leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 september 2011 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.