Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5112

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-03-2012
Datum publicatie
08-05-2012
Zaaknummer
200.082.344
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Verwijzingsarrest na verwijzingsarrest

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Nevenzittingsplaats Arnhem

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.082.344

(zaaknummer rechtbank 278383)

arrest van de tweede kamer van 27 maart 2012

in de zaak van

de maatschap naar burgerlijk recht

Sattler,

gevestigd te Hijken, gemeente Midden-Drenthe,

appellante in het principaal hoger beroep,

geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

hierna: Sattler,

advocaat: mr. L.S. Slinkman,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASR Vastgoed Vermogensbeheer B.V.,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellante in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

hierna: ASR,

advocaat: mr E.G.J. Hendriksen.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 29 maart 2011 hier over.

1.2 Het verdere verloop blijkt uit:

- de memorie van grieven,

- de memorie van antwoord tevens van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

- de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep.

1.3 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overge-legd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.9 van het bestreden vonnis.

3 De motivering van de beslissing in het incident

3.1 Het gaat in dit geding kort samengevat over het volgende. (De rechtsvoorgangster van) ASR had landbouwgrond in eigendom in de buurt van Ravenswoud (Fr.) Sattler drijft een onderneming die zich onder meer toelegt op het telen, oogsten en leveren van aardappelen. Vanaf 1989 is (de rechtsvoorgangster van) ASR lid geweest van de coöperatieve Verkoop- en Productievereniging van Aardappelmeel en Derivaten AVEBE B.A. (hierna: AVEBE). Uit dien hoofde had zij aandelen in AVEBE waardoor zij recht had op het leveren aan AVEBE van bepaalde hoeveelheden aardappelen tegen een bepaalde prijs. Sattler heeft in elk geval van 1989 tot en met 1994 (jaarlijks wisselende) landbouwpercelen van ASR bewerkt en daarop aardappelen geteeld opdat ASR aan de leveringsverplichting aan AVEBE kon voldoen. Sattler heeft aardappelen direct geleverd aan AVEBE en de opbrengsten ervan ont-vangen. Sattler heeft voor het gebruik van de landbouwgrond van ASR en het feitelijk uitoe-fenen van het leveringssrecht aan AVEBE jaarlijks een vergoeding aan ASR betaald.

3.2 AVEBE heeft voor ASR een zogenoemde A-certificatenrekening gehouden waarop bij beëindiging van het lidmaatschap van ASR een bedrag van € 8.112,36 stond. Sattler maakt aanspraak op een bedrag van € 11.247,41, te weten het saldo van stortingen van Sattler op de certificatenrekening in de oogstjaren 1989 tot en met 1992, vermeerderd met rente en kosten. In eerste aanleg is de vordering van Sattler tot betaling van dat bedrag afgewezen omdat de rechtbank het beroep van ASR op verjaring heeft gehonoreerd.

3.3 Sattler is volgens herstelexploot in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof Arnhem. Bij tussenarrest van 29 maart 2011 heeft dat hof de zaak op de voet van artikel 353 lid 1 jo. 110 lid 2 Rv verwezen naar onderhavig hof, nevenzittingsplaats Arnhem. Daarmee is de relatief bevoegde rechter aangewezen die in beginsel aan deze verwijzing is gebonden.

3.4 Het hof heeft echter moeten constateren dat het in deze gaat om de financiële afwikke-ling van (een beding in) een overeenkomst, waarbij ASR als eigenaar van landbouwgrond in ruil voor een tegenprestatie aan Sattler jaarlijks land ter beschikking heeft gesteld voor de teelt van aardappelen. Daarmee staat vast dat ASR grond ter uitoefening van de landbouw in gebruik heeft gegeven en daarvoor steeds een tegenprestatie heeft bedongen. De rechtsver-houding tussen partijen moet dan ook als pachtovereenkomst worden gekwalificeerd. In dit verband is van geen belang of partijen die kwalificatie ook hebben beoogd; dat de door par-tijen overeengekomen rechtsgevolgen vallen binnen het bereik van de definitie van artikel 7:311 BW volstaat.

3.5 Het gevolg is dat dit hof (absoluut) onbevoegd is van het hoger beroep kennis te ne-men. Het hof zal de zaak op de voet van artikel 1019k lid 2 Rv verwijzen naar de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem. Het hof is daarbij van oordeel dat dit geval een uitzondering rechtvaardigt op de gebondenheid aan de eerdere, op relatieve onbevoegdheid gebaseerde, verwijzing bij voormeld arrest van 29 maart 2011.

Slotsom

3.6 Het hof zal de zaak in de stand waarin deze zich bevindt ter verdere behandeling verwijzen naar de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem.

4 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep;

verwijst de zaak naar de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem;

bepaalt dat de zaak op de rol komt van 24 april 2012 voor akte na verwijzing aan de zijde van Sattler.

Dit arrest is gewezen door mrs. L.F. Wiggers-Rust, K.J. Harhuis en Th.C.M. Willemse en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2012.