Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4480

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-05-2012
Datum publicatie
02-05-2012
Zaaknummer
23-001009-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 2.2 APV van de gemeente Amsterdam omschrijft de verplichting van en de voorwaarden waaronder de burger verplicht is tot het opvolgen van een door de politie gegeven bevel. Nu in deze bepaling niet ook een daartoe strekkende bevoegdheid aan die politie is toegedeeld en van het bestaan van zo'n bevoegdheid ook overigens niet is gebleken mondt de op grond van artikel 184 Wetboek van Strafrecht tegen die burger ingestelde vervolging in vrijspraak uit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001009-10

datum uitspraak: 1 mei 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 17 februari 2010 in de strafzaak onder parketnummer 13-857151-09 tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Polen) op [datum] 1983,

adres: thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van

3 februari 2010 en op de terechtzitting in hoger beroep van 17 april 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 oktober 2009 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.2, lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening der gemeente Amsterdam (APV 2008), in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door de inspecteur van politie (chef van dienst) [naam], die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar (tijdens dreigende wanordelijkheden/ ongeregeldheden tussen krakers en de huiseigenaar en/of medestanders) opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd "De Westermarkt te verlaten in die richting" (daarbij wijzende in de richting van de Prinsengracht) en/of "I order you te leave this square in that direction" (daarbij wijzende in de richting van de Prinsengracht), geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering, immers verdachte is op de Westermarkt blijven staan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Artikel 2.2, lid 3, van de Algemene Plaatselijke Verordening der gemeente Amsterdam (APV 2008) bepaalt kort gezegd dat de burger in bepaalde gevallen op bevel van een ambtenaar van politie zijn of haar weg dient te vervolgen in de aangegeven richting. Het niet-opvolgen door de verdachte van het aan hem door de inspecteur van politie gegeven bevel om de Amsterdamse Westermarkt in zekere richting te verlaten, houdt, indien ervan wordt uitgegaan dat dit bevel op goede gronden is gegeven, naar het oordeel van het hof dan ook een schending van deze rechtsplicht in.

Echter, voornoemde bepaling uit de APV 2008 houdt niet ook een toedeling van een bevoegdheid aan de politieambtenaar in om een daartoe strekkend bevel te geven. Nu het aan de verdachte gegeven bevel ook overigens niet is gegrond op enig andere, in of krachtens wettelijk voorschrift gegeven, bevoegdheid en de strafvervolging is gestoeld op artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht, kan niet bewezen worden geacht dat het in de tenlastelegging bedoelde bevel is gegeven "krachtens" wettelijk voorschrift.

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het verzoek van de raadsman hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de vijfde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. R. Veldhuisen en mr. R.M. Steinhaus, in tegenwoordigheid van mr. M.N. Maris, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 mei 2012.