Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0507

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-03-2012
Datum publicatie
02-04-2012
Zaaknummer
23-001085-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak ten aanzien van het niet voldoen aan ambtelijk bevel. Aan verdachte was een dealerverblijfsverbod opgelegd. Uit de bij dit verbod behorende plattegrond met omschrijving van het dealeroverlastgebied is niet zonder meer duidelijk geworden, en daarmede zelfs in tegenspraak, dat het Damrak in Amsterdam-Centrum hieronder mede is begrepen. Nu ook overigens niet is gebleken dat de verdachte wist dat hij niet aanwezig mocht zijn op het Damrak in Amsterdam volgt vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JG 2012/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001085-11 (PROMIS)

datum uitspraak: 14 maart 2012

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 maart 2011 in de strafzaak onder parketnummer

13-279996-10 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van

2 maart 2011 en op de terechtzitting in hoger beroep van 29 februari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 23 december 2010 te 23.55 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 1.1, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken met aftrek van voorarrest.

Vrijspraak

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bekend dat hij wist dat hem op 24 november 2010 een dealerverblijfsverbod was opgelegd, hetgeen inhield dat hij zich vanaf 27 november 2010 tot en met 26 februari 2011 diende te verwijderen uit dealeroverlastgebied 1.1. in Amsterdam-Centrum. De verdachte heeft in hoger beroep tevens verklaard dat hem een plattegrond zoals afgebeeld op pagina 34 van het dossier is uitgereikt en dat hij op 23 december 2010 weliswaar op het Damrak in Amsterdam-Centrum heeft gelopen, maar dat hij is aangehouden in de Onze Lieve Vrouwesteeg in Amsterdam-Centrum.

Het hof is, gelet op laatstgenoemde verklaring van de verdachte alsmede gelet op de inhoud van het proces-verbaal met nummer 2010312700-2, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar] (dossierpagina’s 1-3), van oordeel dat de verdachte op 23 december 2010 aanwezig was op het Damrak te Amsterdam-Centrum.

De verdachte heeft betwist dat hij wist dat het Damrak in Amsterdam-Centrum viel onder dealeroverlastgebied 1.1. Op de bij het dealerverblijfsverbod behorende plattegrond, welke aan de verdachte is uitgereikt, staat dealeroverlastgebied 1.1 in Amsterdam-Centrum als volgt omschreven:

het gebied, gelegen tussen de grenzen: Damrak – rechte lijn over de Dam – Rokin – Nieuwe Doelenstraat – gehele Kloveniersburgwal – gehele Nieuwmarkt – gehele Geldersekade – Prins Henderikkade in de richting Damrak.

Het hof is van oordeel dat door gebruikmaking van het woord ‘tussen’ niet zonder meer duidelijk is, en daarmede zelfs in tegenspraak lijkt te zijn dat het Damrak in Amsterdam-Centrum mede is begrepen onder het dealeroverlastgebied 1.1. Nu ook overigens uit het verhandelde ter terechtzitting alsmede uit het dossier niet is gebleken dat de verdachte wist dat hij niet aanwezig mocht zijn op het Damrak te Amsterdam-Centrum, is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. Mijnsberge, mr. F.W.J. den Ottolander en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 maart 2012.