Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:BV3404

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-01-2012
Datum publicatie
08-02-2012
Zaaknummer
200.058.866
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2009:BK7561, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht. Object met gebruiksfunctie (kinderstoel). Omvang auteursrechtelijke bescherming gebruiksvoorwerp. Afwijkend totaalbeeld. Geen inbreuk. Ook geen schending morele rechten.

Bekrachtiging vonnis rechtbank (LJN BK7561)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 januari 2012

GERECHTSHOF AMSTERDAM

VEERTIENDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

1. de rechtspersoon naar Noors recht

STOKKE AS,

gevestigd te Skodje, Noorwegen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STOKKE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Tilburg,

3. de rechtspersoon naar Noors recht

[ X AS],

gevestigd te Oslo, Noorwegen,

4. [ X ],

wonend te [ woonplaats ], [ Land ],

APPELLANTEN in principaal appel,

GEÏNTIMEERDEN in (voorwaardelijk) incidenteel appel,

advocaat: mr. T. Cohen Jehoram te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JAMAK B.V.,

gevestigd te Breda,

2. de rechtspersoon naar Deens recht

[ Y ] FORM APS,

gevestigd te Silkeborg, Denemarken,

3. [ Y ],

wonend te [ woonplaats ], [ Land ],

GE?NTIMEERDEN in principaal appel,

APPELLANTEN in (voorwaardelijk) incidenteel appel,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

Partijen worden gezamenlijk aangeduid als Stokke c.s. respectievelijk Jamak c.s. en afzonderlijk als Stokke AS, Stokke Nederland, [ X ] AS en [ X ] respectievelijk Jamak, Leander Form en [ Y ].

Stokke c.s. zijn bij dagvaarding van 4 december 2009 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam, in deze zaak onder zaaknummer/rolnummer 423090/HA ZA 009-942 gewezen tussen Stokke c.s. als eisers in conventie, verweerders in reconventie en Jamak c.s. als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en uitgesproken op 21 oktober 2009.

Stokke c.s. hebben bij memorie elf grieven aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd (naar het hof begrijpt, overeenkomstig de appeldagvaarding) dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en opnieuw rechtdoende bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van Stokke c.s. zoals in hoger beroep verwoord zal toewijzen, met veroordeling van Jamak c.s. in de volledige kosten van het geding in beide instanties, op de voet van artikel 1019h Rv.

Jamak c.s. hebben bij memorie van antwoord, tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep, de grieven van Stokke c.s. bestreden, een grief aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd, kort gezegd, dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen althans de vorderingen van Stokke c.s. zal afwijzen, met veroordeling van Stokke c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep op de voet van artikel 1019h Rv.

Stokke c.s. hebben bij memorie in (voorwaardelijk) incidenteel appel geantwoord en geconcludeerd tot verwerping van het incidenteel appel, met veroordeling van Jamak c.s. in de kosten daarvan.

Partijen hebben de zaak ter zitting van het hof van 24 juni 2011 doen bepleiten, Stokke c.s. door mrs. R.M. Sjoerdsma en W.M. Pemmelaar, beiden advocaat te Amsterdam en Jamak c.s. door mrs. T.G. Kleefman en O.F.A.W. van Haperen, beiden advocaat te Rotterdam. Bij die gelegenheid zijn door partijen nog diverse producties overgelegd. Voorts zijn aan het hof diverse (kinder)stoelen getoond, waaronder de modellen die door Stokke c.s. respectievelijk Jamak c.s. op de markt worden gebracht.

Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd.

2. Feiten

De rechtbank heeft in haar vonnis onder 2.1 tot en met 2.8 de feiten vastgesteld die zij bij de beoordeling van het geschil van partijen tot uitgangspunt heeft genomen. In hun eerste grief maken Stokke c.s. bezwaar tegen de vaststelling onder 2.7 dat de Leander over de hele wereld wordt verkocht. In de toelichting op hun tweede grief klagen zij dat de rechtbank onder meer in 2.3 het totaalbeeld van de Tripp Trapp heeft miskend. Het hof zal hiermee in het onderstaande rekening houden. Voor het overige zijn de feiten (voor zover van belang) in hoger beroep niet in geschil en dienen zij derhalve ook het hof als uitgangspunt.

Rechtsoverweging 3.1 behelst een samenvatting daarvan, hier en daar aangevuld met nadere feiten die op grond van niet weersproken stellingen dan wel op grond van verwijzing naar de niet (voldoende) bestreden inhoud van door partijen overgelegde producties als vaststaand kunnen worden aangemerkt.

3. Beoordeling

3.1.(i) Stokke AS produceert sinds 1972 de door [ X ] in of omstreeks dat jaar ontworpen verstelbare Tripp Trapp kinderstoel (hierna: de Tripp Trapp). In Nederland wordt de Tripp Trapp op de markt gebracht door Stokke Nederland. De Tripp Trapp ziet er als volgt uit.

Tripp Trapp

(ii) De Tripp Trapp is met diverse prijzen en eervolle vermeldingen bekroond en wordt tentoongesteld in musea. Van de stoel zijn wereldwijd meer dan 3 miljoen exemplaren verkocht.

(iii) De uit hout vervaardigde Tripp Trapp bestaat uit twee evenwijdige schuin oplopende staanders waartussen aan de bovenzijde een rugleuning en wat lager een zit- en een voetenplankje zijn geklemd. De staanders zijn voorzien van horizontaal lopende groeven die dienen voor het verstelbaar inschuiven en vastklemmen van het zitplankje en het voetenplankje, waardoor de hoogte van die plankjes kan variëren en kan worden aangepast aan de grootte van het kind en de hoogte van een (eet)tafel.

Het vastklemmen wordt geborgd door middel van twee metalen verbindingsstangen die zijn gemonteerd met inbusbouten door de staanders. De ruglening - bestaande uit twee delen waartussen een houten beugel kan worden geklemd - wordt aan de staanders gefixeerd met inbusbouten. De staanders worden gesteund door middel van een horizontaal naar achteren lopende liggers van iets breder hout die met een schuine naad aan de onderzijde van de staanders zijn bevestigd. Tussen de twee liggers is met inbusbouten een houten dwarsregel gemonteerd. Het aan het hof overgelegde model is voor wat betreft de uit hout bestaande delen gemaakt van blank gelakt beukenhout. De metalen delen (stangen en inbusbouten) zijn zwart gelakt.

(iv) Voor de Tripp Trapp is in diverse landen octrooi aangevraagd. Het octrooi is (in ieder geval) in Noorwegen verleend. De maximale tijdsduur is in 1994 verstreken.

(v) Leander Form is een Deense producent/leverancier van baby- en kinderartikelen, waaronder (kinder)stoelen. [ Y ] heeft voor Leander Form een collectie kindermeubelen ontworpen, waaronder de Leander stoel. Deze stoel (verder: de Leander) is op 24 augustus 2006 als Gemeenschapsmodel geregistreerd. Jamak brengt de Leander in Nederland op de markt. De Leander ziet er (in de kleur naturel) als volgt uit.

Leander

(vi) De Leander heeft net als de Tripp Trapp schuin oplopende staanders waartussen naast een uit twee delen bestaande rugleuning verstelbare zit- en voetenplankjes zijn geklemd. De Leander is voorts evenals de Tripp Trapp verkrijgbaar in licht (naturel en whitewash) gekleurd hout. De staanders zijn echter niet voorzien van groeven doch van gaatjes waarin de (verstelbare) grijze kunststof beugels zijn aangebracht waarop het zit- en het voetenplankje rusten. Voorts ontbreken de (zwartmetalen) verbindingsstangen en (zichtbare) zwarte inbusbouten in de staanders. Het staand en op de grond rustend “frame” van de stoel is voorts niet vervaardigd uit vier (schuin afgesneden) rechte stukken hout maar uit twee smaller ogende (hout)delen die ter hoogte van het zitgedeelte zijn voorzien van een kromming/kronkel die uitmondt in de rugleuning en die aan de onderzijde met een bocht doorlopen in het “liggende” gedeelte daarvan dat niet plat op de grond ligt maar gebogen is.

(vii) Bij brief van 1 juli 2008 hebben Stokke c.s. Jamak onder andere gesommeerd de verkoop van de Leander te staken en bij brief van 23 juli 2008 aan Jamak een onthoudingsverklaring toegezonden met het verzoek deze te ondertekenen. Jamak heeft dit geweigerd en verwezen naar de producent van de stoel.

(viii) Jamak c.s. hebben bij brief van 10 november 2008 aan Stokke c.s. bericht de inbreuk te betwisten.

3.2. Stokke c.s. vorderen in dit geding, kort samengevat, een verklaring voor recht dat Jamak c.s. met het verhandelen van de Leander inbreuk maken op de auteursrechten op de Tripp Trapp en de morele rechten van [ X ], alsmede een inbreukverbod met verschillende nevenvorderingen.

De rechtbank heeft de vorderingen van Stokke c.s. afgewezen. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komen Stokke c.s. met hun grieven op. De (voorwaardelijke) incidentele grief van Jamak c.s. heeft betrekking op het model van de Tripp Trapp dat de rechtbank blijkens de feitenvaststelling tot uitgangspunt heeft genomen.

Tegen de door de rechtbank in reconventie genomen beslissing waarbij de deels spiegelbeeldige vorderingen van Jamak c.s. zijn afgewezen zijn door hen geen grieven gericht.

3.3. Partijen zijn het er op zichzelf over eens dat de Tripp Trapp een auteursrechtelijk beschermd werk is. Hun geschil heeft betrekking op de beschermingsomvang van het auteursrecht op de Tripp Trapp en met name op de vraag of bij het ontwerp van de Leander auteursrechtelijk beschermde trekken van de Tripp Trapp zijn overgenomen en wel op zodanige wijze dat de Leander als inbreukmakend moet worden beschouwd.

3.4. Het hof beantwoordt deze vraag met de rechtbank in negatieve zin en overweegt daartoe het volgende.

3.5. Dat het succes van de Tripp Trapp niet alleen is gelegen in de onderscheidende vormgeving doch met name ook in de praktische bruikbaarheid van deze (kinder)stoel wordt ook door Stokke c.s. onderschreven. Jamak c.s. hebben er in dit verband terecht op gewezen dat het ontwerp destijds voor octrooirechtelijke bescherming in aanmerking is gekomen.

Niet in geschil is dat de Trapp Trapp deze bruikbaarheid ontleent aan het feit dat de stoel (naast een uit twee gebogen delen bestaande vaste rugleuning) is voorzien van zit- en voetenplankjes die verstelbaar zijn op de lengte van de gebruiker en de hoogte van een (gewone) eettafel. Deze verstelbaarheid wordt bereikt door een aantal keuzes van technische aard die in de door Jamak c.s. overgelegde (Engelse) octrooi-aanvraag van Stokke AS zijn omschreven als (voor zover thans van belang) twee staanders waartussen de zit- en voetenplankjes kunnen worden geklemd, een verbinding van deze staanders door middel van de rugleuning en (onder meer) een regel tussen de liggers.

Doordat de staanders niet recht omhoog staan doch schuin naar achter hellen blijft de stoel ondanks haar sobere/rudimentaire vormgeving stabiel, ook als het kind op het voetenplankje gaat staan; voorts kan als gevolg van het hiermee bereikte ‘trap’ effect het iets grotere kind zelf op de stoel klimmen en plaatsnemen. Met de beugel die geklemd is tussen de twee delen van de rugleuning en voorzien is van een veiligheidsband wordt de veiligheid van het jonge kind gewaarborgd, met het ergonomisch gebogen karakter van de rugleuning het zitgemak.

Het voorgaande vindt in grote lijnen zijn weerslag in hetgeen de rechtbank met name in rechtsoverwegingen 4.3 tot en met 4.7, eerste vier volzinnen, van haar vonnis met betrekking tot de beschermingsomvang van de Tripp Trapp heeft overwogen. Het hof onderschrijft deze in zoverre.

3.6. Op de hierbedoelde kenmerken van de Tripp Trapp die, hoe vernieuwend deze destijds ook mogen zijn geweest, in overwegende mate technisch en functioneel zijn bepaald, kan de auteursrechtelijke bescherming van een gebruiksvoorwerp als het onderhavige in beginsel geen betrekking hebben. Deze zijn immers niet of in onvoldoende mate terug te voeren op keuzes van de maker die als (zuiver) creatief kunnen worden gekwalificeerd. Dit geldt ook voor de wijze waarop rugleuning, zit- en voetenplankje aan de staanders zijn verbonden en voor (de dikte van) het materiaal en de kleuren waarin het aan het hof overgelegde model is uitgevoerd. Nog daargelaten dat voor de hand ligt dat bij de keuze daarvoor aspecten zoals sterkte, flexibiliteit, gebruiksgemak en stevigheid een overheersende rol hebben gespeeld is de keuze voor het materiaal en de basale kleuren daarvan tevens terug te voeren op de toepassing van de zogenoemde Scandinavische stijl die als zodanig geen voorwerp van auteursrecht kan zijn.

Het hof verwerpt in dit verband het betoog van Stokke c.s. dat aan de Tripp Trapp een (zeer) ruime auteursrechtelijke bescherming toekomt. Een gebruiksvoorwerp als het onderhavige heeft immers (per definitie) veel kenmerken die door de gebruiksbestemming daarvan zijn bepaald; het moet derden in beginsel vrijstaan om dergelijke kenmerken (de zogenoemde objectieve trekken van het ontwerp), ook in combinatie, in eigen producten met een gelijksoortige functie te verwerken.

3.7. Indien wordt geabstraheerd van uiterlijke kenmerken van de Tripp Trapp die (geheel of in overwegende mate) bepaald zijn door de gebruiksbestemming van de Tripp Trapp dan blijft over de strakke cursieve L-vorm van het ‘frame’ van de stoel, bereikt door het steunen van de twee staanders, vervaardigd uit rechte stukken hout, op de in een hoek van 70 graden daaraan bevestigde, eveneens uit rechte stukken hout vervaardigde, liggers. Het strakke rechtlijnige karakter van de vormgeving is in de aan het hof getoonde modellen van de Tripp Trapp benadrukt door de rechte lijn van de voorzijde van de voet- en zitplankjes, het rechthoekige uiteinde van de stijlen, het schuin afgesneden uiteinde van de leggers en voorts door de parallelle horizontale lijnen van de rugleuning van het lage model. Vanaf de voorzijde bezien heeft de Tripp Trapp voorts een rechthoekige vorm.

3.8. Het is met name deze creatieve keuze voor de strakke cursieve L-vorm die de stoel een eigen, oorspronkelijk karakter geeft. Dit als meest karakteristiek te kwalificeren kenmerk van de vormgeving van de Tripp Trapp (de strakke cursieve L-vorm van staanders en liggers benadrukt door de rechtlijnige afwerking van de onderdelen van de stoel) is in de Leander niet terug te vinden. De vorm van de Leander is niet strak en rechtlijnig doch golvend, de staanders van de Leander zijn voorzien van een opvallende ‘kronkel’ aan de bovenzijde en lopen met een ronde bocht door in de liggers die eveneens gebogen zijn, waardoor de basisvorm van de stoel niet doet denken aan een cursieve hoofdletter L (of open Z) doch veeleer aan een S. De staanders/liggers lopen naar onderen en naar de achterzijde van de stoel breed uit waardoor ook bezien vanaf de voor en achterzijde de Leander geen strak geometrisch uiterlijk heeft. De gebogen lijn van de stoel is terug te vinden in de zit- en voetenplankjes, die aan voorzijde een halve maan-vormige uitsparing hebben. De stoel oogt rank/speels/gracieus en mist de stevige/robuuste uitstraling van de Tripp Trapp.

Het hof wijst ten overvloede voorts op de (overige) hierboven onder 3.1 sub vi besproken verschillen.

3.9. Als gevolg van dit een en ander wijkt het totaalbeeld van de Leander zo zeer af van het totaalbeeld van de Tripp Trapp, voor zover dat laatste door auteursrechtelijk beschermde trekken wordt bepaald, dat van een relevante overeenstemming geen sprake is. Van overname van elementen die (in relevante mate) een uitdrukking zijn van de eigen intellectuele schepping van de maker is geen sprake. Het hof verwerpt het betoog van Stokke c.s. dat hier een lagere inbreukdrempel zou gelden ingevolge het Infopaq arrest van het HvJ EU (16 juli 2009, C-5/08, NJ 2011/288).

Dat de vormgeving van de Leander net als die van de Tripp Trapp een open, zwevend karakter heeft, zoals door Stokke c.s. wordt benadrukt, maakt dit niet anders. Nog daargelaten dat de daarmee bereikte eenvoud/minimalistische uitstraling past in de Scandinavische stijl, verschilt de wijze waarop dit effect bij de twee stoelen wordt bereikt (gebruik van één gebogen deel als staander tevens ligger, versus gebruik van twee rechte stukken hout die in een scherpe hoek aan elkaar zijn bevestigd) te zeer om daaraan de door Stokke c.s. voorgestane betekenis toe te kennen. Daarbij komt dat dit effect, bereikt door het stabiliseren van de staanders waaraan het zitplankje (en in geval van een kinderstoel ook de voetensteun) is bevestigd door middel van (horizontale) liggers in plaats van door een schoor aan de achterzijde van de stoel, in 1972 niet oorspronkelijk was, zoals onder meer blijkt uit het door Jamak c.s. overgelegde octrooischrift met betrekking tot een kinderstoel uit 1947 (productie 13 in eerste aanleg). Jamak c.s. hebben er bij pleidooi in hoger beroep in dit verband voorts nog terecht op gewezen dat ook stoelen als de in 1926 door Mart Stam en in 1927 door Mies van der Rohe ontworpen ‘Cantilever’ stoelen een open zwevend karakter hebben.

Het hof merkt ten slotte op dat de door Stokke c.s. onder § 90 van hun memorie van grieven genoemde elementen, die er volgens hen toe bijdragen dat de totaalindrukken van de Tripp Trapp en de Leander overeenstemmen, voor zover niet reeds besproken en/of door de functionaliteit van de stoelen bepaald, niet zo origineel en/of beeldbepalend zijn dat de eventuele aanwezigheid daarvan tot een andere gevolgtrekking kan leiden.

3.10. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Jamak c.s. door het vervaardigen en op de markt brengen van de Leander geen inbreuk maken op de auteursrechten van Stokke c.s.

Van schending van de morele rechten van [ X ] is voorts geen sprake, reeds omdat de vormgeving van de Leander niet als verveelvoudiging van de Tripp Trapp en derhalve evenmin als wijziging of misvorming in de in artikel 25 Auteurswet bedoelde zin aan te merken valt. Dit betekent dat de vorderingen van Stokke c.s. niet toewijsbaar zijn.

3.11. Dit alles brengt mee dat de grieven van Stokke c.s. geen doel kunnen treffen. Bij een verdere/afzonderlijke behandeling daarvan bestaat onvoldoende belang.

Het voorwaardelijke incidenteel appel kan gelet hierop onbesproken blijven.

Het vonnis van de rechtbank zal worden bekrachtigd. Stokke c.s. zullen als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep. Blijkens een ter gelegenheid van de pleidooien aan het hof toegezonden bericht en hetgeen door hen daaromtrent aan het hof is medegedeeld bestaat tussen partijen overeenstemming over het stellen van de werkelijke kosten van het geding in hoger beroep op een bedrag van € 17.500,-. Stokke c.s. zullen derhalve worden veroordeeld om dit bedrag aan Jamak c.s. te voldoen.

4. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt Stokke c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep tot op heden aan de zijde van Jamak c.s. begroot op € 17.500,-;

verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, H.J.M. Boukema en N. van Lingen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2012.