Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:4413

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-04-2012
Datum publicatie
05-09-2013
Zaaknummer
200 086 955/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussen partijen staat vast dat klaagster opdracht heeft gegeven tot het opmaken van een testament, zoals omschreven in het door klaagster op 3 februari 2009 ondertekend opdrachtformulier. De notaris heeft een nota van € 232,05 bij klaagster ingediend toen hem bleek dat de afdoening van het testament stagneerde. De nota betrof de werkzaamheden die voor klaagster verricht zijn, waaronder het op 19 februari 2009 met klaagster gevoerde gesprek en de twee aan klaagster gezonden concepttestamenten. De notaris heeft klaagster hierover in zijn correspondentie een voldoende duidelijke toelichting gegeven en klaagster aangeboden om persoonlijk met haar op zijn kantoor de vragen die bij haar leefden te bespreken. Klaagster is niet op deze uitnodiging ingegaan. Desondanks heeft de notaris klaagster aangeboden alsnog voor haar het testament op te maken tegen het eerder overeengekomen tarief van € 307,22. Klacht ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

NOTARIS- EN GERECHTSDEURWAARDERSKAMER

Beslissing van 10 april 2012 in de zaak van:

[ APPELLANTE ],

wonende te [ woonplaats ],

APPELLANTE,

t e g e n

[ DE NOTARIS ],

notaris te [ plaats ],

GEÏNTIMEERDE.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellante, verder klaagster, is bij een op 10 mei 2011 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te ‘s-Gravenhage, verder de kamer, van 13 april 2011, waarbij de kamer de klacht van klaagster tegen geïntimeerde, verder de notaris, ongegrond heeft verklaard.

1.2.

Van de zijde van de notaris is op 21 juni 2011 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

Ter openbare terechtzitting van het hof van 24 oktober 2011 is de behandeling van de zaak op het telefonische verzoek van klaagster wegens ziekte harerzijds aangehouden tot 29 maart 2012.

1.4.

Op 29 maart 2012 heeft de voortgezette mondelinge behandeling van de zaak plaats gevonden. Beide partijen waren daarbij afwezig, zoals zij het hof voorafgaand aan de zitting reeds hadden laten weten.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen die vaststelling geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4 De standpunten van partijen

De wederzijdse standpunten blijken uit de beslissing waarvan beroep.

5 De beoordeling

5.1.

Het hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die zijn vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt. Hierbij wordt opgemerkt dat ook de inhoud van de door klaagster in haar beroepschrift genoemde brief van 14 november 2010, die de kamer volgens haar over het hoofd zou hebben gezien, in dat oordeel geen wijziging kan brengen.

5.2.

Het hiervoorgaande leidt tot de volgende beslissing

6 De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, A.M.A. Verscheure en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 april 2012 door de rolraadsheer.

Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-Notarissen
’s-Gravenhage

Beslissing van 13 april 2011 inzake de klacht onder nummer 10-33 van:

[ klaagster ],
hierna ook te noemen: klaagster,

tegen

[ de notaris ],
notaris te [ plaats ],
hierna ook te noemen: de notaris.

De procedure

De Kamer heeft kennisgenomen van:

  • -

    de klacht, ingekomen op 5 oktober 2010, met bijlagen, aangevuld bij brief van 25 oktober 2010, met bijlagen;

  • -

    het antwoord van de notaris;

  • -

    de repliek van klaagster;

  • -

    de dupliek van de notaris.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 februari 2011.

Daarbij waren aanwezig:

  • -

    klaagster,

  • -

    de notaris.

Van het verhandelde is proces­verbaal opgemaakt.

De feiten

Op 3 februari 2009 ondertekende klaagster op het kantoor van de notaris in een gesprek met kandidaat-notaris mr. [ X ], werkzaam bij dat kantoor, een opdrachtformulier tot het opmaken van een testament voor een vastgestelde prijs ad € 307,22, inclusief BTW. Blijkens het opdrachtformulier werd bij deze opdracht uitgegaan van de gebruikelijke werkzaamheden, bestaande uit: een bespreking, het toezenden van een ontwerp van de akte, het passeren van de akte en de inschrijving in het Centraal Testamenten Register. Indien en voor zover er reeds werkzaamheden zouden worden verricht in het kader van het opmaken van een ontwerp van de akte en deze akte zou niet worden gepasseerd, zouden de bovenvermelde kosten alsnog in rekening worden gebracht aan klaagster.

Bij brief van 10 februari 2009 nodigde de kandidaat-notaris klaagster uit voor een tweede bespreking over de inhoud van het concepttestament, nadat klaagster telefonisch had aangegeven de tekst van het haar eerder toegezonden concepttestament niet volledig te begrijpen. Dit gesprek vond plaats op 19 februari 2009. Klaagster ontving hierna op 2 maart 2009 een nieuw concepttestament. In de daaropvolgende briefwisseling met medewerkers van het notariskantoor gaf klaagster te kennen zich niet te kunnen vinden in de tekst van het haar toegezonden concept en niet in te stemmen met de haar op 27 juli 2009 toegezonden nota van € 232,05 voor de door het notariskantoor tot dan verrichte werkzaamheden. Nadat klaagster in haar brief van 22 juni 2010 aan het notariskantoor haar bezwaren herhaald had en om een schriftelijke reactie verzocht had, nodigde de notaris klaagster op dezelfde dag schriftelijk uit om contact met hem op te nemen om de vragen die bij klaagster leefden te bespreken. Klaagster wenste bij haar brief van 29 juni 2010 niet in te gaan op deze uitnodiging, omdat zij persisteerde bij een schriftelijke beantwoording van haar vragen. In zijn brief van 8 juli 2010 aan klaagster gaf de notaris een toelichting op zijn nota van € 232,05 voor reeds verrichte werkzaamheden, onder het aanbod om het testament alsnog te passeren voor het tarief van € 307,22. In het laatste geval zou eerstgenoemde nota komen te vervallen.

Na volharding bij eenieders standpunt – klaagster bij brief van 29 juli 2010 en de notaris bij brief van 5 augustus 2010 – benaderde klaagster vervolgens de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie [KNB] voor bemiddeling. Toen deze bemiddeling niet slaagde, diende klaagster ten slotte de onderhavige klacht in bij de Kamer van Toezicht.

De klacht en het verweer van de notaris

Klaagster verwijt de notaris dat deze zich niet aan de opdracht van klaagster tot het opmaken van een testament heeft gehouden, geen duidelijkheid aan klaagster heeft willen verschaffen over de nota van € 232,05 en geen vragen van klaagster heeft willen beantwoorden over de door het notariskantoor gevolgde procedure voor het opmaken van het testament, althans deze vragen slechts in algemene termen heeft beantwoord.

De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd, dat hierna  voor zover nodig  zal worden besproken.

De beoordeling van de klacht

Tussen partijen staat vast dat klaagster opdracht heeft gegeven tot het opmaken van een testament, zoals omschreven in het door klaagster op 3 februari 2009 ondertekend opdrachtformulier. De Kamer van Toezicht stelt vast dat de notaris de nota van € 232,05 bij klaagster heeft ingediend, toen hem bleek dat de afdoening van het testament stagneerde. De nota betrof de werkzaamheden die voor klaagster verricht zijn, waaronder het op 19 februari 2009 met klaagster gevoerde gesprek en de twee aan klaagster gezonden concepttestamenten. De notaris heeft naar het oordeel van de Kamer van Toezicht klaagster hierover in zijn correspondentie een voldoende duidelijke toelichting gegeven en klaagster aangeboden om persoonlijk met haar op zijn kantoor de vragen die bij haar leefden te bespreken. Klaagster is niet op deze uitnodiging ingegaan.

Desondanks heeft de notaris klaagster aangeboden alsnog voor haar het testament op te maken tegen het eerder overeengekomen tarief van € 307,22.

Het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat de klacht ongegrond is.

De beslissing

De Kamer voornoemd:

verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, R. van der Galiën, G.P. van Ham, J.Z. Moree en J. Smal, bijgestaan door de secretaris, mr. A. Saab, en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2011.

Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH  Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.