Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2012:4374

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-12-2012
Datum publicatie
17-07-2013
Zaaknummer
200 103 736-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 21, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) schrijft voor dat de notaris verplicht is de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten, behoudens het bepaalde in het tweede lid. Artikel 21, tweede lid, Wna bepaalt dat de notaris verplicht is zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging de werkzaamheid die van hem verlangd wordt leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft. In dit geval heeft de notaris de opdracht tot het opmaken van een akte van depot van klager niet aanvaard, omdat de inhoud van de enveloppe naar zijn redelijke overtuiging een handeling betrof die kennelijk een ongeoorloofd doel en/of gevolg heeft. Gelet op de inhoud van de enveloppe is niet gebleken dat de notaris niet op goede gronden zijn medewerking aan het verzoek van klager heeft geweigerd.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 21, geldigheid: 2012-12-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

NOTARIS- EN GERECHTSDEURWAARDERSKAMER

Bij vervroeging.

Beslissing van 18 december 2012in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

APPELLANT,

t e g e n

[de notaris],

notaris te [vestigingsplaats],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 15 maart 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te ‘s-Hertogenbosch, verder de kamer, van 16 februari 2012, waarbij de kamer de klacht van klager tegen geïntimeerde, verder de notaris, ongegrond heeft verklaard.

1.2. Van de zijde van klager is op 19 april 2012 een aanvullend verzoekschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Van de zijde van de notaris is op 1 juni 2012 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 22 november 2012. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd, mede aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. Klager is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. De standpunten van partijen

De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep.

5. De beoordeling

5.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

5.2. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.D.R.M. Boumans en

C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 18 december 2012 door de rolraadsheer.

KLN 11.15

16 februari 2012

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH

neemt de navolgende beslissing op de klacht van [klager], hierna te noemen klager, tegen [de notaris], notaris te [vestigingsplaats], hierna te noemen de notaris.

1 De procedure

1.1

Op 30 juni 2011 heeft [klager] de klacht (met bijlage) tegen de notaris ingediend.

1.2

Op 8 juli 2011 heeft de notaris op de klacht gereageerd.

1.3

Op 28 juli 2011 heeft klager gerepliceerd (met bijlagen).

1.4

Middels een op 17 oktober 2011 ingekomen stuk heeft de notaris gedupliceerd.

1.5

De plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht heeft de zaak verwezen naar de volle kamer.

1.6

De kamer van toezicht heeft de klacht behandeld op de openbare vergadering van 19 januari 2012. De notaris en de klager zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2 De feiten

2.1

Op 18 december 2010 heeft klager een enveloppe afgegeven op het kantoor van de notaris. Op deze enveloppe staat vermeld ‘strikt persoonlijk en vertrouwelijk’. De notaris heeft de enveloppe in zijn kluis opgeborgen in afwachting van de persoon die zich hiervoor zou melden. Op de enveloppe stond niet vermeld wie de afzender was.

2.2

Nadat de notaris kennis nam van de onderhavige klacht heeft hij de enveloppe geopend en kennis genomen van de inhoud daarvan.

3 De klacht en het verweer daartegen

3.1

Klager stelt, zakelijk weergegeven, het navolgende.

De notaris blijft nalatig om conform het schriftelijk verzoek van klager van 18 december 2010 een akte van depot op te maken. Door de weigering heeft de notaris klachtwaardig gehandeld.

3.2

De notaris heeft, zakelijk weergegeven, het navolgende opgeworpen.

De notaris heeft bij repliek in de onderhavige procedure aan klager kenbaar gemaakt dat hij op basis van de inhoud van de enveloppe de opdracht van klager niet zal aanvaarden. De inhoud van de enveloppe is op de notaris als zeer schokkend overgekomen. De notaris leent zich niet als platvorm waarmee klager in zijn vijandigheid met een in [woonplaats] te goeder naam en faam bekend staande persoon, deze persoon wil beschadigen. De notaris heeft klager aangeboden de enveloppe met inhoud persoonlijk na ondertekening van een bewijs van ontvangst op het kantoor van de notaris op te halen.

4 De beoordeling

4.1

De notaris heeft de opdracht tot het opmaken van een akte van depot van klager niet aanvaard. Aanvankelijk is een enveloppe met inhoud zonder afzender ontvangen op het notariskantoor van de notaris. De notaris wist op dat moment nog niet dat het verzoek van klager afkomstig was. Naar aanleiding van de onderhavige klachtprocedure heeft de notaris begrepen wat de bedoeling van klager was. Hij heeft de enveloppe toen geopend en kennis genomen van de inhoud van de enveloppe. Op basis van deze inhoud heeft de notaris besloten de opdracht van klager niet te aanvaarden. De kamer van toezicht dient nu te beoordelen of de notaris deze weigering tuchtrechtelijk kan worden verweten.

4.2

De notaris heeft als reden voor de weigering van het verzoek van klager de op hem als schokkend ervaren inhoud van de enveloppe was en dat hij niet als notaris wenst mee te werken aan de opdracht van klager, die naar zijn oordeel een ander ernstig kan beschadigen. Artikel 21, eerste lid, van de Wet op het notarisambt (Wna) schrijft voor dat de notaris verplicht is de door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten, behoudens het bepaalde in het tweede lid. Artikel 21, tweede lid, Wna bepaalt dat de notaris verplicht is zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging de werkzaamheid die van hem verlangd wordt leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft. In dit geval heeft de notaris - zo begrijpt de kamer van toezicht - aangevoerd dat het verzoek van klager naar zijn redelijke overtuiging een handeling betrof die kennelijk een ongeoorloofd doel en/of gevolg heeft.

4.3

Gelet op de inhoud van de enveloppe is niet gebleken dat de notaris niet op goede gronden zijn medewerking aan het verzoek van klager heeft geweigerd. Ook overigens is niet aannemelijk geworden dat de notaris in strijd heeft gehandeld met enige tuchtrechtelijke bepaling van de Wna. De klacht is ongegrond nu niet is gebleken van klachtwaardig handelen door de notaris.

5 De beslissing

De kamer van toezicht:

verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. J.P.M. van der Ham, plaatsvervangend voorzitter, mr. M.A.M. Kessels, mr. J.J.G.M. Kuijpers, leden, mr. P.M. Knaapen en mr. J.L.G.M. Mertens, plaatsvervangende leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2012, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift  binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.